Raadsvoorstel Wijziging gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum collegevergadering: 16 april 2024 Portefeuillehouders: Burgemeester J. Luteijn, wethouder J. Janson en wethouder H. van der Wal Behandelend team: Duurzaam Wonen en Werken Zaaknummer: 1247574 Onderwerp Wijziging gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Gevraagd raadsbesluit: 1. De gewijzigde gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, voor zover de eigen bevoegdheid reikt. 2. Toestemming te verlenen aan het college van burgemeester en wethouders om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, voor zover hun bevoegdheid reikt. 3. Toestemming te verlenen aan de burgemeester om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, voor zover zijn bevoegdheid reikt. Aanleiding Op 1 juli 2022 trad de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking. Deze wetswijziging heeft als doel de positie van gemeenteraden in gemeenschappelijke regelingen te versterken. Gemeenschappelijke regelingen kregen twee jaar de tijd om de regeling in overeenstemming te brengen met deze gewijzigde wet. Alle gemeenschappelijke regelingen moeten dus uiterlijk 1 juli 2024 voldoen aan de gewijzigde Wgr.
De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna MRDH) vormt de juridische basis voor de regionale samenwerking op het gebied van het verbeteren van de bereikbaarheid en vernieuwen van de economie in 21 gemeenten. De gewijzigde regeling van de MRDH ligt nu voor u. De MRDH geeft met de wijziging invulling aan de wettelijke verplichting. Aangevuld met een aantal beleidsarme aanpassingen om de regeling in overeenstemming te brengen met de dagelijkse praktijk. De MRDH licht de wijziging verder toe in de aanbiedingsbrief, gewijzigde regeling, nota van beantwoording, was-wordt lijst en artikelsgewijze toelichting (bijlagen 1-5). Op 8 september 2023 gaf het algemeen bestuur van de MRDH het conceptontwerp van de gewijzigde regeling ter zienswijze vrij aan de 21 gemeenteraden. De zienswijzeprocedure liep tot en met 13 november 2023. U besloot om een zienswijze in te dienen tijdens de raadsvergadering van 26 oktober 2023. Ook besloten andere gemeenteraden om een zienswijze in te dienen. De MRDH geeft in de nota van beantwoording aan of en hoe zij de zienswijze verwerkte in de tekst van de gewijzigde regeling (bijlage 4). De MRDH is een ‘gemengde regeling’ waarin burgemeesters (algemeen bestuur), wethouders (bestuurscommissies) en raadsleden (adviescommissies) deelnemen.
Daardoor is het nodig dat alle 21 gemeenteraden, colleges B en W en burgemeesters de gewijzigde regeling
1 van 3
afzonderlijk vaststellen. De wijzing kan niet eerder in werking treden. De MRDH vraagt u daarom om deze gewijzigde regeling vast te stellen door middel van het wijzigingsbesluit (bijlage 7). Daarbij is het verplicht dat u het college van B en W en de burgemeester toestemming verleent om de gewijzigde regeling ook vast te stellen. Uitgangspunten wijziging GR MRDH na zienswijzeprocedure Zoals beschreven in het raadsvoorstel dat u behandelde in de raadsvergadering van 26 oktober 2023 is de invloed van de wetswijziging relatief beperkt op de MRDH. Dit komt doordat het Rijk de regeling MRDH gebruikte als voorbeeld voor de vernieuwing van de Wgr. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH blijft een ‘beleidsarme’ wijziging. Dit betekent dat alleen dat wordt gewijzigd, wat nodig is om te voldoen aan de wetswijziging Wgr en dat de regeling weer aansluit op de dagelijkse praktijk. Dat laatste is drieledig: zaken 1) die feitelijk niet meer klopten, 2) die door andere gewijzigde wetgeving niet meer klopten, of 3) die niet overeenkomen met de praktijk en werkwijze. De verschillenden zienswijzen veranderden de uitgangspunten niet. De belangrijkste wijzigingen na de zienswijzeperiode zijn verschillende technische aanpassingen ter verduidelijking van bepalingen. Een voorbeeld een verduidelijking van artikel 2:2 over de informatieplicht.
Dat artikel is na de zienswijzeperiode extra verduidelijkt. Argumenten 1.1 De voorgestelde gewijzigde gemeenschappelijke regeling MRDH voldoet aan de gewijzigde Wgr. Met het voorstel van de MRDH is de regeling in overeenstemming met de gewijzigde Wgr. 1.2 Uw zienswijze is voldoende verwerkt. Het algemeen bestuur van de MRDH beantwoordt in de nota van beantwoording uw zienswijze. Ook geeft zij aan hoe deze is verwerkt (bijlage 4, pagina 11-13). De meeste aspecten uit uw zienswijze verwerkte zij. Aspecten die gaan over de evaluatie, die dit jaar plaatsvindt, neemt zij mee in dat traject. 1.3. Ook andere gemeenten reageerden positief op het voorstel. De zienswijzen van andere gemeenteraden zijn, net als die van u, positief over de wijziging, met daarbij enkele verzoeken tot technische aanpassingen ter verduidelijking. 1.4 De adviescommissies adviseren positief. De adviescommissies van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat, bestaande uit 84 raadsleden, werden gevraagd om te adviseren over de wijziging van de regeling en de nota van beantwoording. De adviescommissies adviseren allebei positief over het voorliggende voorstel (bijlage 6). 2.1 Het college van B en W heeft toestemming nodig van de gemeenteraad Het college van B en W kan pas na toestemming van de gemeenteraad besluiten over het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling MRDH.
Dit is bepaald in artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Wgr, waarin is bepaald dat de gemeenteraad voorafgaand toestemming aan het college van B en W dient te verlenen, voordat zij tot vaststelling kan overgegaan binnen haar bevoegdheden. In de Wgr is bepaald dat de toestemming slechts kan worden onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang.
2 van 3
3.1 De burgemeester heeft ook toestemming nodig van de gemeenteraad. Ook de burgemeester kan pas na toestemming van de gemeenteraad besluiten over het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling MRDH. Dit is eveneens bepaald in artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Wgr, waarin is bepaald dat de gemeenteraad voorafgaand toestemming aan de burgemeester dient te verlenen, voordat hij tot vaststelling kan overgegaan binnen zijn bevoegdheden. In de Wgr is bepaald dat de toestemming slechts kan worden onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Kanttekeningen 1.1 Besluiten uiterlijk voor 15 juni 2024 door alle 21 gemeenteraden, colleges B en W en burgemeesters. Het verzoek van de MRDH is om uiterlijk voor 15 juni te besluiten. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de gewijzigde regeling inwerking kan treden op 1 juli 2024. Dit komt overeen met de verplichting van de wetswijziging dat alle gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2024 in overeenstemming moeten zijn met de gewijzigde Wgr. Participatie Participatie is niet van toepassing, omdat het gaat om een beleidsarme en juridische wijziging. Wel zijn dus alle gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen over een eerder ontwerp van de regeling. Financiële gevolgen Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen.
Vervolg Het college van B en W en de burgemeester zullen na het ontvangen van uw toestemming ook besluiten over de wijziging tijdens de collegevergadering van 4 juni. Het college zal zorgdragen voor de verzending van de wijzigingsbesluiten naar de MRDH. De MRDH doet vervolgens de verdere afwikkeling, zodat de gewijzigde regeling inwerking kan treden op 1 juli 2024. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief wijziging GR MRDH 2. Geconsolideerde GR MRDH 3. Artikelsgewijze toelichting na zienswijzen GR MRDH 4. Nota van beantwoording wijziging GR MRDH 5. Na zienswijzen was wordt lijst huidige GR MRDH tegenover ontwerp GR MRDH 6. Reactie adviescommissies MRDH 7. Wijzigingsbesluit GR MRDH Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel, mr. drs. A.E Bosker
J.J. Luteijn
loco-secretaris
burgemeester
3 van 3