CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel en besluit Wijziging gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag GETEKEND

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente Krimpen Ad Ijssel10.674 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

6 alinea's met “verhindering”: 154 155 175 178 249 250

Raadsvoorstel Datum collegevergadering: Portefeuillehouders:

Behandelend team: Zaaknummer:

16 april 2024 Burgemeester J. Luteijn, wethouder J. Janson en wethouder H. van der Wal Duurzaam Wonen en Werken 1247574

Onderwerp Wijziging gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Gevraagd raadsbesluit: 1. De gewijzigde gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, voor zover de eigen bevoegdheid reikt. 2. Toestemming te verlenen aan het college van burgemeester en wethouders om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, voor zover hun bevoegdheid reikt. 3. Toestemming te verlenen aan de burgemeester om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, voor zover zijn bevoegdheid reikt. Aanleiding Op 1 juli 2022 trad de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking. Deze wetswijziging heeft als doel de positie van gemeenteraden in gemeenschappelijke regelingen te versterken. Gemeenschappelijke regelingen kregen twee jaar de tijd om de regeling in overeenstemming te brengen met deze gewijzigde wet. Alle gemeenschappelijke regelingen moeten dus uiterlijk 1 juli 2024 voldoen aan de gewijzigde Wgr. De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna MRDH) vormt de juridische basis voor de regionale samenwerking op het gebied van het verbeteren van de bereikbaarheid en vernieuwen van de economie in 21 gemeenten. De gewijzigde regeling van de MRDH ligt nu voor u. De MRDH geeft met de wijziging invulling aan de wettelijke verplichting.

Aangevuld met een aantal beleidsarme aanpassingen om de regeling in overeenstemming te brengen met de dagelijkse praktijk. De MRDH licht de wijziging verder toe in de aanbiedingsbrief, gewijzigde regeling, nota van beantwoording, was-wordt lijst en artikelsgewijze toelichting (bijlagen 1-5). Op 8 september 2023 gaf het algemeen bestuur van de MRDH het conceptontwerp van de gewijzigde regeling ter zienswijze vrij aan de 21 gemeenteraden. De zienswijzeprocedure liep tot en met 13 november 2023. U besloot om een zienswijze in te dienen tijdens de raadsvergadering van 26 oktober 2023. Ook besloten andere gemeenteraden om een zienswijze in te dienen. De MRDH geeft in de nota van beantwoording aan of en hoe zij de zienswijze verwerkte in de tekst van de gewijzigde regeling (bijlage 4).

De MRDH is een ‘gemengde regeling’ waarin burgemeesters (algemeen bestuur), wethouders (bestuurscommissies) en raadsleden (adviescommissies) deelnemen. Daardoor is het nodig dat alle 21 gemeenteraden, colleges B en W en burgemeesters de gewijzigde regeling

1 van 3

afzonderlijk vaststellen. De wijzing kan niet eerder in werking treden. De MRDH vraagt u daarom om deze gewijzigde regeling vast te stellen door middel van het wijzigingsbesluit (bijlage 7). Daarbij is het verplicht dat u het college van B en W en de burgemeester toestemming verleent om de gewijzigde regeling ook vast te stellen. Uitgangspunten wijziging GR MRDH na zienswijzeprocedure Zoals beschreven in het raadsvoorstel dat u behandelde in de raadsvergadering van 26 oktober 2023 is de invloed van de wetswijziging relatief beperkt op de MRDH. Dit komt doordat het Rijk de regeling MRDH gebruikte als voorbeeld voor de vernieuwing van de Wgr.

De wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH blijft een ‘beleidsarme’ wijziging. Dit betekent dat alleen dat wordt gewijzigd, wat nodig is om te voldoen aan de wetswijziging Wgr en dat de regeling weer aansluit op de dagelijkse praktijk. Dat laatste is drieledig: zaken 1) die feitelijk niet meer klopten, 2) die door andere gewijzigde wetgeving niet meer klopten, of 3) die niet overeenkomen met de praktijk en werkwijze. De verschillenden zienswijzen veranderden de uitgangspunten niet. De belangrijkste wijzigingen na de zienswijzeperiode zijn verschillende technische aanpassingen ter verduidelijking van bepalingen. Een voorbeeld een verduidelijking van artikel 2:2 over de informatieplicht. Dat artikel is na de zienswijzeperiode extra verduidelijkt. Argumenten 1.1 De voorgestelde gewijzigde gemeenschappelijke regeling MRDH voldoet aan de gewijzigde Wgr. Met het voorstel van de MRDH is de regeling in overeenstemming met de gewijzigde Wgr.

1.2 Uw zienswijze is voldoende verwerkt. Het algemeen bestuur van de MRDH beantwoordt in de nota van beantwoording uw zienswijze. Ook geeft zij aan hoe deze is verwerkt (bijlage 4, pagina 11-13). De meeste aspecten uit uw zienswijze verwerkte zij. Aspecten die gaan over de evaluatie, die dit jaar plaatsvindt, neemt zij mee in dat traject.

1.3. Ook andere gemeenten reageerden positief op het voorstel. De zienswijzen van andere gemeenteraden zijn, net als die van u, positief over de wijziging, met daarbij enkele verzoeken tot technische aanpassingen ter verduidelijking. 1.4 De adviescommissies adviseren positief. De adviescommissies van de Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat, bestaande uit 84 raadsleden, werden gevraagd om te adviseren over de wijziging van de regeling en de nota van beantwoording. De adviescommissies adviseren allebei positief over het voorliggende voorstel (bijlage 6).

2.1 Het college van Ben W heeft toestemming nodig van de gemeenteraad Het college van B en W kan pas na toestemming van de gemeenteraad besluiten over het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling MRDH. Dit is bepaald in artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Wgr, waarin is bepaald dat de gemeenteraad voorafgaand toestemming aan het college van B en W dient te verlenen, voordat zij tot vaststelling kan overgegaan binnen haar bevoegdheden. In de Wgr is bepaald dat de toestemming slechts kan worden onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang.

2 van 3

3.1 De burgemeester heeft ook toestemming nodig van de gemeenteraad. Ook de burgemeester kan pas na toestemming van de gemeenteraad besluiten over het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling MRDH. Dit is eveneens bepaald in artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Wgr, waarin is bepaald dat de gemeenteraad voorafgaand toestemming aan de burgemeester dient te verlenen, voordat hij tot vaststelling kan overgegaan binnen zijn bevoegdheden. In de Wgr is bepaald dat de toestemming slechts kan worden onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang.

Kanttekeningen 1.1 Besluiten uiterlijk voor 15 juni 2024 door alle 21 gemeenteraden, colleges B en W en burgemeesters. Het verzoek van de MRDH is om uiterlijk voor 15 juni te besluiten. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de gewijzigde regeling inwerking kan treden op 1 juli 2024. Dit komt overeen met de verplichting van de wetswijziging dat alle gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2024 in overeenstemming moeten zijn met de gewijzigde Wgr.

Participatie Participatie is niet van toepassing, omdat het gaat om een beleidsarme en juridische wijziging. Wel zijn dus alle gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen over een eerder ontwerp van de regeling. Financiële gevolgen Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen.

Vervolg Het college van B en W en de burgemeester zullen na het ontvangen van uw toestemming ook besluiten over de wijziging tijdens de collegevergadering van 4 juni. Het college zal zorgdragen voor de verzending van de wijzigingsbesluiten naar de MRDH. De MRDH doet vervolgens de verdere afwikkeling, zodat de gewijzigde regeling inwerking kan treden op 1 juli 2024. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief wijziging GR MRDH 2. Geconsolideerde GR MRDH 3. Artikelsgewijze toelichting na zienswijzen GR MRDH 4. Nota van beantwoording wijziging GR MRDH 5. Na zienswijzen was wordt lijst huidige GR MRDH tegenover ontwerp GR MRDH 6. Reactie adviescommissies MRDH 7. Wijzigingsbesluit GR MRDH

3 van 3

Wijzigingsbesluit gemeente Krimpen aan den IJssel Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 De gemeenteraad, het college van Burgemeester en Wethouders en de Burgemeester, leder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, gelet op:

• • •

de Wet gemeenschappelijke regelingen; de Gemeentewet; de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014;

overwegende dat: • •

de Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 juli 2022 is gewijzigd en de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 hier op dient te worden aangepast; deze aanpassing uiterlijk 1 juli 2024 in werking dient te treden;

gelezen:

• • •

het advies van de adviescommissies Va en EV van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de beantwoording daarvan door het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; de nota van beantwoording van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op de zienswijzen van de deelnemende gemeenten; het wijzigingsvoorstel van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag;

besluiten:

1 van 27

Artikel I

De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 wordt als volgt gewijzigd, waarbij aan de linkerzijde de te wijzigen teksten staan met schuingedrukte passages die de te verwijderen of wijzigen teksten markeren en aan de rechterzijde de nieuwe gemeenschappelijke regeling staat met dikgedrukte passages die de nieuwe ingevoegde tekst -of tekstgedeelten- markeren. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1:1 Begripsbepalingen l.ln deze regeling wordt verstaan onder:

a. adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

a. adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

b. Besluit Vervoersregio: de algemene maatregel van bestuur die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000, zoals dit artikel gewijzigd is bij de Wet ajschaffing plusregio's, genomen wordt;

b. Besluit Vervoersregio: artikel 36b van het Besluit personenvervoer 2000;

c. bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;

e. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie ZuidHolland;

c. bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; e. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland;

f. gemeenten: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland-en Zoetermeer;

2 van 27

f. gemeenten: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer; gMetropoolregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1:2, eerste lid;

h. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

i. portefeuillehouder verkeer en vervoer: het lid van het college van burgemeester en wethouders dat krachtens artikel 168 Gemeentewet door het betreffende college belast is met de taken op het gebied van verkeer en vervoer. jregeling: de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014;

k. vertegenwoordigend orgaan: de gemeenteraden van de gemeenten;

gMetropoolregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1:2, eerste lid;

h. meerjarenbegroting Vervoersautoriteit: Overzicht van beschikbare middelen per jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting is een resultante van de structurele inkomsten van het Rijk, de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer en de infrastructurele projecten die ofwel in de uitwerking- of realisatiefase zijn ofwel waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan; i. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

jportefeuillehouder verkeer en vervoer: het lid van het college van burgemeester en wethouders dat belast is met de taken op het gebied van verkeer en vervoer.

k. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014; l. vertegenwoordigend orgaan: de gemeenteraden van de gemeenten;

l. Vervoersautoriteit: de in artikel 2:7, derde lid, bedoelde bestuurscommissie;

m. Vervoersautoriteit: de in artikel 2:7, derde lid, bedoelde bestuurscommissie;

m.

n.

3 van 27

Wet afschaffing plusregio's: het wetsvoorstel tot afschaffing van de plusregio's (Kamerstukken II2012/13, 33 659, nr. 2), en

Zienswijzenprocedure: de procedure, bedoeld in artikel 2:1, derde lid, van de regeling.

n. Zienswijzenprocedure: de procedure, bedoeld in artikel 2:1, derde lid, van de regeling.

2.Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komt in die artikelen, onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de plaats van de gemeente, de Metropoolregio en in plaats van de hieronder genoemde bestuursorganen de daarachter genoemde bestuursorganen:

2.Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komt in die artikelen, onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de plaats van de gemeente, de Metropoolregio en in plaats van de hieronder genoemde bestuursorganen de daarachter genoemde bestuursorganen:

a. de gemeenteraad: het algemeen bestuur;

b. het college van burgemeester en wethouders: het dagelijks bestuur;

a. de gemeenteraad: het algemeen bestuur; b. het college van burgemeester en wethouders: het dagelijks bestuur; c. de burgemeester: de voorzitter.

c. de burgemeester: de voorzitter. Artikel 1:2 Metropoolregio 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Artikel 1:2 Metropoolregio 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

2. De Metropoolregio is gevestigd te Rotterdam.

2. De Metropoolregio is gevestigd te Rotterdam.

3. Het gebied van de Metropoolregio omvat het grondgebied van de gemeenten.

3. Het gebied van de Metropoolregio omvat het grondgebied van de gemeenten.

Hoofdstuk 2: De positie van de raden, alsmede de inrichting en samenstelling van het Metropoolbestuur

Hoofdstuk 2: De positie van de raden, alsmede de inrichting en samenstelling van het Metropoolbestuur

Artikel 2:1 Besluitvorming in de gemeenteraden

Artikel 2:1 Besluitvorming in de gemeenteraden

4 van 27

l.Voor het bestuur in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is het uitgangspunt dat besluitvorming als verlengd lokaal bestuur op transparante wijze democratisch gelegitimeerd plaatsvindt.

l.Voor het bestuur in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is het uitgangspunt dat besluitvorming als verlengd lokaal bestuur op transparante wijze democratisch gelegitimeerd plaatsvindt.

2.De vertegenwoordigende organen geven bij belangrijke besluiten steeds vooraf hun zienswijzen op de wijze omschreven in het derde lid. Tot deze besluiten worden in ieder geval gerekend:

2.De vertegenwoordigende organen geven bij belangrijke besluiten steeds vooraf hun zienswijzen op de wijze omschreven in het derde lid. Tot deze besluiten worden in ieder geval gerekend:

a. de strategische agenda, bedoeld in artikel 3:2, eerste lid;

a. de strategische agenda, bedoeld in artikel 3:2, eerste lid;

b. het werkplan, bedoeld in artikel 3:2, derde lid;

b. het overdragen van bevoegdheden door het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur, bedoeld in artikel 3:3, derde lid;

c. het overdragen van bevoegdheden door het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur, bedoeld in artikel 3:3, derde lid; d. de strategische bereikbaarheidsagenda;

c. de strategische bereikbaarheidsagenda; d. het regionaal verkeer- en vervoersplan, ingevolge de Planwet verkeer en vervoer;

e. het regionaal verkeer- en vervoersplan, ingevolge de Planwet verkeer en vervoer;

e. het programma van eisen voor de verlening van een vervoersconcessie;

ĥ het programma van eisen voor de verlening van een vervoersconcessie;

f. de uitgangspunten voor de dienstregeling voor het openbaar vervoer;

gde uitgangspunten voor de dienstregeling voor het openbaar vervoer;

ghet treffen, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling. alsmede het toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling;

h.

h.

5 van 27

het treffen, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling, alsmede het toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling;

het oprichten van of deelnemen in een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze of besloten vennootschap, stichting, vennootschap onder firma of maatschap;

ƒ.

i. het liquidatieplan bij uittreding en opheffing, en

het oprichten van of deelnemen in een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze of besloten vennootschap, stichting, vennootschap onder firma of maatschap; Jhet vaststellen en wijzigen van de begroting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

k. het liquidatieplan bij uittreding en opheffing, en /. het besluit bedoeld in artikel 2:8, tweede en derde lid.

3.Om de vertegenwoordigende organen in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over belangrijke besluiten te geven worden de concepten daarvan aangeboden tenminste acht weken voordat over deze besluiten in het algemeen bestuur wordt beraadslaagd of besloten. De vertegenwoordigende organen kunnen bij het dagelijks bestuur hun gevoelens en bezwaren omtrent het voorstel indienen. Het dagelijks bestuur zendt de zienswijzen aan het algemeen bestuur, waarbij het dagelijks bestuur een advies omtrent de zienswijzen kan toevoegen. 4.Het algemeen bestuur beslist niet dan nadat de vertegenwoordigende organen tenminste acht weken de tijd hebben gehad te reageren op het voorgelegde besluit.

j het besluit bedoeld in artikel 2:8, tweede en derde lid.

3.Om de vertegenwoordigende organen in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over belangrijke besluiten te geven worden de concepten daarvan aangeboden tenminste acht weken voordat over deze besluiten in het algemeen bestuur wordt beraadslaagd of besloten. De vertegenwoordigende organen kunnen bij het dagelijks bestuur hun gevoelens en bezwaren omtrent het voorstel indienen. Het dagelijks bestuur zendt de zienswijzen aan het algemeen bestuur en de vertegenwoordigende organen, waarbij het dagelijks bestuur een advies omtrent de zienswijzen toevoegt. 4. Het algemeen bestuur beslist niet dan nadat de vertegenwoordigende organen tenminste acht weken de tijd hebben gehad te reageren op het voorgelegde besluit. 5. Het algemeen bestuur kan bepalen dat naast de in deze regeling genoemde besluiten ook andere besluiten worden onderworpen aan de zienswijzenprocedure.

6.Op besluiten waarop de zienswijzenprocedure van toepassing is, is artikel 2:3, tweede lid, niet van toepassing

6 van 27

5.Het algemeen bestuur kan bepalen dat naast de in deze regeling genoemde besluiten ook andere besluiten worden onderworpen aan de zienswijzenprocedure.

6.Op besluiten waarop de zienswijzenprocedure van toepassing is, is artikel 2:3, tweede lid, niet van toepassing. Artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden verlangd. 3. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde. 4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een bestuurscommissie.

Artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, door middel van toezending van die informatie aan de voorzitters van de vertegenwoordigende organen via de griffie. De begrotingen, de bestuursrapportages, de strategische agenda's, de jaarrekening en de evaluaties van de gemeenschappelijke regeling dienen in ieder geval beschouwd te worden als informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden verlangd.

3. De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de Metropoolregio, vanuit diens rol van bestuurder van de Metropoolregio, op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De aangeschreven vertegenwoordiger doet terstond melding aan de Metropoolregio, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord. Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende gemeentezitting heeft in dit bestuursorgaan, kunnen de leden zich

7 van 27

schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. 4 De onder het derde lid beschreven procedure wijzigt of vervangt niet de mogelijkheden, noch de procedures vanuit de Gemeentewet en gemeentelijke regelgeving die de vertegenwoordigende organen hebben vanuit de controlerende functie naar hun eigen gemeentelijke bestuursleden die als lokale vertegenwoordiger in de bestuursorganen van de Metropoolregio zitting hebben. 5. De onder het derde lid schriftelijk gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven schriftelijke antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de vertegenwoordigende organen via een online gedeelde lijst van vragen en antwoorden.

—

Artikel 2:3 Algemeen bestuur l.Het algemeen bestuur bestaat uit 28 leden. De vertegenwoordigende organen wijzen ieder één lid van het algemeen bestuur aan. De

6. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurscommissies, bedoeld in artikel 2:7. Artikel 2:2a inspraak van belanghebbenden en ingezetenen 1. Op de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing, tenzij dit wettelijk verplicht is. 2. Belanghebbenden kunnen bij de op grond van artikel 2:7 ingestelde bestuurscommissies, het algemeen bestuur en de op grond van artikel 2:8, tweede en derde lid ingestelde adviescommissies, inspreken over onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering met uitzondering van verslagen van vergaderingen van organen van de Metropoolregio. Het betreffende reglement van orde stelt in ieder geval regels over aanmelding, toelating en spreektijd. Artikel 2:3 Algemeen bestuur. l.Het algemeen bestuur bestaat uit-25 leden. De vertegenwoordigende organen wijzen ieder één lid van het algemeen bestuur aan. De

8 van 27

gemeenteraden van Den Haag en Rotterdam wijzen voorts hun burgemeester en hun portefeuillehouder verkeer en vervoer aan als lid van het algemeen bestuur.

gemeenteraden van Den Haag en Rotterdam wijzen voorts hun burgemeester en hun portefeuillehouder verkeer en vervoer aan als lid van het algemeen bestuur.

2. Het dagelijks bestuur zendt de voorstellen waarover in de vergadering van het algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten tenminste acht weken voor vaststelling aan het algemeen bestuur, behoudens in spoedeisende gevallen.

2. Het dagelijks bestuur zendt de voorstellen waarover in de vergadering van het algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten tenminste twee weken voor vaststelling aan het algemeen bestuur, behoudens in spoedeisende gevallen.

3. Het algemeen bestuur beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen, met dien verstande dat:

3. Het algemeen bestuur beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen, met dien verstande dat:

a. de door de gemeenteraad van Rotterdam aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijftien stemmen kunnen uitbrengen;

a. de door de gemeenteraad van Rotterdam aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijftien stemmen kunnen uitbrengen;

b. de door de gemeenteraad van Den Haag aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder dertien stemmen kunnen uitbrengen;

b. de door de gemeenteraad van Den Haag aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder dertien stemmen kunnen uitbrengen;

c. de door de gemeenteraden van Delft, Westland en Zoetermeer aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder negen stemmen kunnen uitbrengen;

c. de door de gemeenteraden van Delft, Nissewaard, Westland en Zoetermeer aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder negen stemmen kunnen uitbrengen;

d. de door de gemeenteraden van Capelle aan den IJssel, LeidschendamVoorburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder zeven stemmen kunnen uitbrengen;

d. de door de gemeenteraden van Capelle aan den IJssel, LeidschendamVoorburg, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder zeven stemmen kunnen uitbrengen;

e.

e.

9 van 27

de door de gemeenteraden van Barendrecht, Hellevoetsluis, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijf stemmen kunnen uitbrengen;

de door de gemeenteraden van Barendrecht, Lansingerland, PijnackerNootdorp, Ridderkerk, Rijswijk aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijf stemmen kunnen uitbrengen;

f. de door de gemeenteraden van Albrandswaard, Krimpen aan den IJssel, Maassluis en Wassenaar aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vier stemmen kunnen uitbrengen;

f. de door de gemeenteraden van Albrandswaard, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Midden-Delfland en Wassenaar aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vier stemmen kunnen uitbrengen;

gde door de gemeenteraden van Bernisse, Brielle, Midden-Delfland, Westvoorne leden van het algemeen bestuur ieder twee stemmen kunnen uitbrengen.

4. De vertegenwoordigende organen kunnen voor ieder lid van het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid aanwijzen.

4. De vertegenwoordigende organen kunnen voor ieder lid van het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid aanwijzen. 5. De leden van het algemeen bestuur leggen aan het vertegenwoordigend orgaan dat hen heeft aangewezen verantwoording af over het door hen in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. Zij geven het vertegenwoordigend orgaan daartoe alle inlichtingen die een of meerdere leden van dit orgaan verlangen of die het vertegenwoordigend orgaan voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het betreffende vertegenwoordigend orgaan bepaalt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. Indien het betreffende vertegenwoordigend orgaan het vertrouwen in het eigen lid van het algemeen bestuur verliest, kan dit lid ontslagen worden.

5. De leden van het algemeen bestuur leggen aan het vertegenwoordigend orgaan dat hen heeft aangewezen verantwoording af over het door hen in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. Zij geven het vertegenwoordigend orgaan daartoe alle inlichtingen die een of meerdere leden van dit orgaan verlangen of die het vertegenwoordigend orgaan voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het betreffende vertegenwoordigend orgaan bepaalt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. Indien het betreffende vertegenwoordigend orgaan het vertrouwen in het eigen lid van het algemeen bestuur verliest, kan dit lid ontslagen worden. 6. Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten een lid van gedeputeerde staten aanwijzen dat toegang heeft tot de vergadering van het algemeen bestuur en dat kan deelnemen aan de beraadslaging. Het lid van gedeputeerde staten heeft daarbij geen stem.

6. Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten een lid van gedeputeerde staten aanwijzen dat toegang heeft tot de vergadering van het algemeen bestuur en dat kan deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 2:4 Initiatief, amendement en motie

Artikel 2:4 Initiatief, amendement en motie

10 van 27

1.leder lid van het algemeen bestuur heeft het recht voorstellen te doen aan het algemeen bestuur.

1.leder lid van het algemeen bestuur heeft het recht voorstellen te doen aan het algemeen bestuur.

2.leder lid van het algemeen bestuur heeft het recht amendementen voor te stellen op voorstellen die aanhangig zijn bij het algemeen bestuur.

2.leder lid van het algemeen bestuur heeft het recht amendementen voor te stellen op voorstellen die aanhangig zijn bij het algemeen bestuur.

3. Een lid dat het woord in een vergadering van het algemeen bestuur voert kan daarbij moties over het in behandeling zijnde onderwerp of enig ander onderwerp indienen.

3. Een lid dat het woord in een vergadering van het algemeen bestuur voert kan daarbij moties over het in behandeling zijnde onderwerp of enig ander onderwerp indienen. 4. Het reglement van orde van het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze voorstellen als bedoeld in dit artikel kunnen worden gedaan. Artikel 2:5 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan voor een periode van twee jaar, met dien verstande dat de burgemeester van Den Haag of de burgemeester van Rotterdam als voorzitter wordt aangewezen.

4. Het reglement van orde van het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze voorstellen als bedoeld in dit artikel kunnen worden gedaan. Artikel 2:5 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan voor een periode van twee jaar, met dien verstande dat de burgemeester van Den Haag of de burgemeester van Rotterdam als voorzitter wordt aangewezen.

2. De in het eerste lid genoemde burgemeester die niet als voorzitter is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Metropoolregio en vervangt de voorzitter bij diens verhindering of ontstentenis.

2. De voorzitter is niet direct herbenoembaar. 3. De in het eerste lid genoemde burgemeester die niet als voorzitter is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Metropoolregio en vervangt de voorzitter bij diens verhindering of ontstentenis. 4. De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. Artikel 2:6 Dagelijks bestuur l.Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen leden die ieder één stem hebben, waarbij:

3. De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 2:6 Dagelijks bestuur l.Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen leden die ieder één stem hebben, waarbij:

11 van 27

a. de burgemeesters van Den Haag en Rotterdam worden aangewezen als voorzitter en vice-voorzitter;

a. de burgemeesters van Den Haag en Rotterdam worden aangewezen als voorzitter en vice-voorzitter;

b. de overige leden worden benoemd uit de leden bedoeld in artikel 2:3, derde lid, onder c tot en met g.

b. de overige leden worden benoemd uit de leden bedoeld in artikel 2:3, derde lid, onder c tot en met f. 2. De leden bedoeld in het eerste lid onder b worden aangewezen voor een periode van twee jaar.

2.De leden bedoeld in het eerste lid onder b worden aangewezen voor een periode van twee jaar.

3. Het dagelijks bestuur kiest in ieder geval een portefeuillehouder Middelen uit haar midden.

3.In aanvulling op het eerste lid kan het algemeen bestuur op verzoek van gedeputeerde staten besluiten een additioneel lid in het dagelijks bestuur aan te wijzen uit gedeputeerde staten. Dit lid van het dagelijks bestuur heeft toegang tot de vergadering van het algemeen bestuur en kan aan de beraadslaging deelnemen. Indien toepassing is gegeven aan dit lid, is artikel 2:3, zesde lid, niet van toepassing.

4. Het algemeen bestuur kan een lid van het algemeen bestuur aanwijzen dat voor een specifiek, door het algemeen bestuur bepaald, onderwerp kan deelnemen aan de beraadslagingen van het dagelijks bestuur. Dit lid heeft geen stem.

Artikel 2:7 Bestuurscommissies l.Het algemeen bestuur kan bij verordening bestuurscommissies instellen waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur worden overgedragen.

Artikel 2:7 Bestuurscommissies l.Het algemeen bestuur kan bij verordening bestuurscommissies instellen waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur worden overgedragen.

2.Het algemeen bestuur regelt de afstemming tussen de verschillende bestuurscommissies, voor zover er meer dan een bestuurscommissie wordt ingesteld.

2.Het algemeen bestuur regelt de afstemming tussen de verschillende bestuurscommissies, voor zover er meer dan één bestuurscommissie wordt ingesteld.

3.Het algemeen bestuur stelt in elk geval een bestuurscommissie Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag in, welke bestaat uit de portefeuillehouders verkeer en vervoer van de gemeenten. Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten besluiten

3.Het algemeen bestuur stelt in elk geval een bestuurscommissie Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag in, welke bestaat uit de portefeuillehouders verkeer en vervoer van de gemeenten.

12 van 27

tevens de portefeuillehouder verkeer en vervoer uit gedeputeerde staten aan te wijzen als lid van de Vervoersautoriteit.

4. De portefeuillehouder verkeer en vervoer van de gemeente Den Haag of de gemeente Rotterdam wordt als voorzitter van de Vervoersautoriteit aangewezen. De voorzitter van de Vervoersautoriteit is niet direct herbenoembaar. 5. De in het vierde lid genoemde portefeuillehouder die niet als voorzitter van de Vervoersautoriteit is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Vervoersautoriteit en vervangt de voorzitter van de Vervoersautoriteit bij diens verhindering of ontstentenis

Artikel 2:8 Adviescommissies 1. Het algemeen bestuur kan bij verordening vaste adviescommissies aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter instellen. Het algemeen bestuur regelt bij de instelling de verhouding tot de overige ingestelde adviescommissies en bestuurscommissies. 2. Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent de aangelegenheden van de Vervoersautoriteit. Deze adviescommissie doet een afschrift van al zijn adviezen toekomen aan de Vervoersautoriteit. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen en voorzover een lid van gedeputeerde staten zitting heeft in de Vervoersautoriteit door en uit provinciale staten van Zuid-Holland. 3. Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent het economisch vestigingsklimaat. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen en voor zover een lid van gedeputeerde staten zitting heeft in het dagelijks bestuur door en uit provinciale staten van Zuid-Holland.

4. Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten de gedeputeerde die belast is met de portefeuille verkeer en vervoer uitnodigen om deel te nemen aan de openbare beraadslagingen van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Deze gedeputeerde heeft in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit geen stem.

5. De portefeuillehouder verkeer en vervoer van de gemeente Den Haag of de gemeente Rotterdam wordt als voorzitter van de Vervoersautoriteit aangewezen. 6. De in het vijfde lid genoemde portefeuillehouder die niet als voorzitter van de Vervoersautoriteit is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Vervoersautoriteit en vervangt de voorzitter van de Vervoersautoriteit bij diens verhindering of ontstentenis. Artikel 2:8 Adviescommissies 1. Het algemeen bestuur kan bij verordening vaste adviescommissies aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter instellen. Het algemeen bestuur regelt bij de instelling de verhouding tot de overige ingestelde adviescommissies en bestuurscommissies. 2. Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent de aangelegenheden van de Vervoersautoriteit. Deze adviescommissie doet een afschrift van al zijn adviezen toekomen aan de Vervoersautoriteit. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen.

3. Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent het economisch vestigingsklimaat. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen.

13 van 27

Hoofdstuk 3: Belang, taken en bevoegdheden

Hoofdstuk 3: Belang, taken en bevoegdheden

Artikel 3:1 Belangen en taken l.De Metropoolregio heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen bij wet en in deze regeling is bepaald, het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling in het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met:

Artikel 3:1 Belangen en taken l.De Metropoolregio heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen bij wet en in deze regeling is bepaald, het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het oog op een voorspoedige ontwikkeling in het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met:

a. het, voor zover daar in het navolgende niet van wordt afgeweken, met inachtneming van de autonomie van de gemeenten vaststellen van de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economische vestigingsklimaat. Het zorg dragen voor het realiseren van de doelstellingen en het voorbereiden en ontwikkelen van een gezamenlijk regionaal beleid op deze terreinen, en

a. het, voor zover daar in het navolgende niet van wordt afgeweken, met inachtneming van de autonomie van de gemeenten vaststellen van de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economische vestigingsklimaat. Het zorg dragen voor het realiseren van de doelstellingen en het voorbereiden en ontwikkelen van een gezamenlijk regionaal beleid op deze terreinen, en

b. het uitvoeren van de, met betrekking tot de met het in a genoemde beleid gemoeide belangen en onderwerpen, rechtstreeks bij of krachtens wetgeving of bij of krachtens deze regeling aan de metropoolregio opgedragen taken en bevoegdheden,

b. het uitvoeren van de, met betrekking tot de met het in a genoemde beleid gemoeide belangen en onderwerpen, rechtstreeks bij of krachtens wetgeving of bij of krachtens deze regeling aan de metropoolregio opgedragen taken en bevoegdheden.

c. de bij wet of algemene maatregel van bestuur aan de Metropoolregio opgedragen taken en bevoegdheden.

c. de bij wet of algemene maatregel van bestuur aan de Metropoolregio opgedragen taken en bevoegdheden.

2.De in het vorige lid onder a genoemde gebieden 'verkeer en vervoer' en 'het economisch vestigingsklimaat' kunnen niet worden aangevuld met andere beleidsterreinen dan na toepassing van artikel 6:3. Artikel 3:2 Strategische agenda l.Het algemeen bestuur stelt in het eerste jaar van iedere bestuursperiode van de gemeenteraden een Strategische Agenda vast.

2.De in het vorige lid onder a genoemde gebieden 'verkeer en vervoer' en 'het economisch vestigingsklimaat' kunnen niet worden aangevuld met andere beleidsterreinen dan na toepassing van artikel 6:3. Artikel 3:2 Strategische agenda l.Het algemeen bestuur geeft in het eerste jaar van iedere bestuursperiode van de gemeenteraden een Strategische Agenda vrij voor zienswijze. Deze

14 van 27

Deze agenda omvat in ieder geval strategieën om de doelstellingen als bedoeld in artikel 3:1 te verwezenlijken.

agenda omvat in ieder geval strategieën om de doelstellingen als bedoeld in artikel 3:1 te verwezenlijken.

2.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor het komende kalenderjaar een werkplan vast op basis van de Strategische Agenda.

Artikel 3:3 Bevoegdheidsverdeling l.Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, voor zover deze niet bij of krachtens de wet of bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend.

2.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor het komende kalenderjaar een begroting vast op basis van de Strategische Agenda. De informatie in de MRDH-begroting stelt de gemeenteraden in staat om zo nodig bij te kunnen sturen op de ambities en activiteiten uit de Strategische Agenda. Artikel 3:3 Bevoegdheidsverdeling l.Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, voor zover deze niet bij de wet of bij deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend.

2.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, tenzij bij of krachtens de wet anders bepaald.

2.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, tenzij bij of krachtens de wet anders bepaald.

3.Het algemeen bestuur stelt de bevoegdheid van het dagelijks bestuur vast tot het procederen in kort geding, het voegen in strafzaken, het spoedheidshalve instellen van bezwaar en beroep, het instellen van incidenteel beroep daaronder begrepen, het verzoeken van een voorlopige voorziening en het verrichten van (rechts-)handelingen ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit, en kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Artikel 156 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3.Het algemeen bestuur stelt de bevoegdheid van het dagelijks bestuur vast tot het procederen in kort geding, het voegen in strafzaken, het spoedheidshalve instellen van bezwaar en beroep, het instellen van incidenteel beroep daaronder begrepen, het verzoeken van een voorlopige voorziening en het verrichten van (rechts-)handelingen ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit, en kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Artikel 156 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

4.De voorzitter vertegenwoordigt de Metropoolregio in en buiten rechte. Artikel 3:4 Bevoegdheden Verkeer en Vervoer l.Het dagelijks bestuur voert de in het Besluit Vervoersregio genoemde bevoegdheden uit voor het bij dat besluit bepaalde territoir.

4.De voorzitter vertegenwoordigt de Metropoolregio in en buiten rechte. Artikel 3:4 Bevoegdheden Verkeer en Vervoer l.Het dagelijks bestuur voert de in het Besluit Vervoersregio genoemde bevoegdheden uit voor het bij dat besluit bepaalde territoir.

2.Aan het algemeen bestuur is overgedragen de bevoegdheid een subsidieverordening op te stellen in het kader van verkeer en vervoer. Artikel 3:5 Faciliterende en dienstverlenende taken

2.Aan het algemeen bestuur is overgedragen de bevoegdheid een subsidieverordening op te stellen in het kader van verkeer en vervoer. Artikel 3:5 Faciliterende en dienstverlenende taken

15 van 27

1. De Metropoolregio faciliteert op verzoek van ten minste twee deelnemers een platform voor coördinatie en afstemming tussen deelnemende gemeenten, voor zover de gespreksonderwerpen van dit platform een directe relatie hebben met de strategische agenda als bedoeld in artikel 3:2.

1. De Metropoolregio faciliteert op verzoek van ten minste twee deelnemers een platform voor coördinatie en afstemming tussen deelnemende gemeenten, voor zover de gespreksonderwerpen van dit platform een directe relatie hebben met de strategische agenda als bedoeld in artikel 3:2.

3. De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een instelling of orgaan waarin zij namens de gemeenten zitting heeft, indien de desbetreffende instelling hierom verzoekt.

2. De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een of meer deelnemende gemeenten, of een of meer andere rechtspersonen ingesteld krachtens publiekrecht - anders dan de gemeenten-, indien deze daarom verzoeken, deze verzoeken passen binnen de publieke taken van de Metropoolregio en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt. 3. De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een instelling of orgaan waarin zij namens de gemeenten zitting heeft, indien de desbetreffende instelling hierom verzoekt.

4. Een besluit tot facilitering of dienstverlening wordt genomen door het algemeen bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en overige voorwaarden waaronder tot de gevraagde facilitering of dienstverlening wordt overgegaan. Artikel 3:6 Treffen gemeenschappelijke regeling l.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen, ieder voor zover zij voor de Metropoolregio bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen als bedoeld in artikel 93 onderscheidenlijk artikel 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

4. Een besluit tot facilitering of dienstverlening wordt genomen door het algemeen bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en overige voorwaarden waaronder tot de gevraagde facilitering of dienstverlening wordt overgegaan. Artikel 3:6 Treffen gemeenschappelijke regeling l.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen, ieder voor zover zij voor de Metropoolregio bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen als bedoeld in artikel 93 onderscheidenlijk artikel 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

2.Indien het dagelijks bestuur of de voorzitter een gemeenschappelijke regeling treft, behoeft zij toestemming van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan de toestemming slechts onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang.

2.Indien het dagelijks bestuur of de voorzitter een gemeenschappelijke regeling treft, behoeft zij toestemming van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan de toestemming slechts onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang.

3.In dit artikel wordt onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling tevens verstaan het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling.

3.In dit artikel wordt onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling tevens verstaan het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling.

2. De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een of meer andere rechtspersonen ingesteld krachtens publiekrecht dan de gemeenten, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt.

16 van 27

Artikel 3:7 Overige bevoegdheden 1. De Metropoolregio komen alle bevoegdheden toe die het openbaar lichaam van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen.

Artikel 3:7 Overige bevoegdheden 1. De Metropoolregio komen alle bevoegdheden toe die het openbaar lichaam van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen.

2. Voor alle van de in artikel 3:1 genoemde belangen, taken en bevoegdheden is de Metropoolregio bevoegd tot:

2. Voor alle van de in artikel 3:1 genoemde belangen, taken en bevoegdheden is de Metropoolregio bevoegd tot:

a. het reageren op rijks- en provinciale nota's en plannen die voor het territoir van belang zijn;

a. het reageren op rijks- en provinciale nota's en plannen die voor het territoir van belang zijn; b. het vertegenwoordigen van de Metropoolregio in overlegsituaties, en

b. het vertegenwoordigen van de Metropoolregio in overlegsituaties, en

c. het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.

c. het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.

Hoofdstuk 4: Financiën

Hoofdstuk 4: Financiën

Artikel 4:1 Begroting 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze gelden de begroting en investeringsplannen vast. De artikelen 189 tot en met 195 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan niet bij de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken.

Artikel 4:1 Begroting 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze gelden de begroting en de meerjarenbegroting Vervoersautoriteit vast. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn hierop van toepassing. De artikelen 189 tot en met 195 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan niet bij de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken. 2. Bij wijziging van de begroting wordt slechts een zienswijze gevraagd aan de raden van de deelnemende gemeenten als de inwonerbijdragen van de gemeenten veranderen of er geschoven wordt tussen begrotingsprogramma's. Alsdan zal de zienswijzetermijn 8 weken

2. De zienswijzenprocedure is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van de begroting, tenzij de bijdragen van de gemeenten niet veranderen en er niet wordt geschoven tussen begrotingsposten.

17 van 27

bedragen vanaf het moment van aanbieden door het dagelijks bestuur aan de vertegenwoordigende organen van de gemeenten.

Artikel 4:2 Administratie 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. De verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212, tweede lid, van de Gemeentewet is van toepassing.

Artikel 4:2 Administratie 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. De verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212, tweede lid, van de Gemeentewet is van toepassing.

2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213, tweede tot en met negende lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213, tweede tot en met negende lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3. Het dagelijks bestuur zendt de verordeningen bedoeld in dit artikel binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten.

3. Het dagelijks bestuur zendt de verordeningen bedoeld in dit artikel binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten.

Hoofdstuk 5: De secretaris-directeur, overige ondersteuning, archief, ombudsman

Hoofdstuk 5: De secretaris-directeur, overige ondersteuning, archief, ombudsman

Artikel 5:1 Secretaris-directeur 1. Het algemeen bestuur beslist op voordracht van het dagelijks bestuur omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris-directeur van de Metropoolregio.

Artikel 5:1 Secretaris-directeur 1. Het algemeen bestuur beslist op voordracht van het dagelijks bestuur omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris-directeur van de Metropoolregio.

2. De secretaris-directeur van de Metropoolregio geeft leiding aan de ondersteuning van het bestuur van de Metropoolregio.

2. De secretaris-directeur van de Metropoolregio geeft leiding aan de ondersteuning van het bestuur van de Metropoolregio.

18 van 27

3.Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de secretaris-directeur bij diens verhindering of ontstentenis. Artikel 5:2 Ambtelijke ondersteuning 1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast met betrekking tot de ambtelijke organisatie.

3.Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de secretaris-directeur bij diens verhindering of ontstentenis. Artikel 5:2 Ambtelijke ondersteuning 1. Het dagelijks bestuur stelt regels vast met betrekking tot de ambtelijke organisatie.

2. Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging en de rechtspositie van de ambtenaren van de Metropoolregio. Artikel 4 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

2. Het dagelijks bestuur regelt de bezoldiging en de rechtspositie van de ambtenaren van de Metropoolregio.

Artikel 5:3 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen bij deze regeling ingesteld, overeenkomstig een door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling, die aan gedeputeerde staten wordt meegedeeld.

Artikel 5:3 Archief 1. Het algemeen bestuur stelt een archiefverordening vast.

2. Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de krachtens het eerste lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig het Archiefbesluit, voorzover deze van toepassing is op de organen van gemeenten.

3. De secretaris-directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de Metropoolregio voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

3. De secretaris-directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd.

2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Metropoolregio.

4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam. 5. De archivaris van de gemeente Rotterdam is belast met het toezicht op het beheer van de in het tweede lid genoemde archiefbescheiden.

4. De archivaris van de gemeente waar de Metropoolregio is gevestigd oefent toezicht uit op het in het derde lid genoemde beheer.

5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de

19 van 27

archiefbewaarplaats van de gemeente waarde Metropoolregio is gevestigd. 6.De in het vijfde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente waarde Metropoolregio is gevestigd. Artikel 5:4 Ombudsfunctie De ombudsman van de gemeente Rotterdam is bevoegd tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5:4 Ombudsfunctie De ombudsman van de gemeente Rotterdam is bevoegd tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 6: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Hoofdstuk 6: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 6:1 Toetreding 1.Toetreding van gemeentebesturen kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de gemeenteraad, het college en de burgemeester van de betreffende gemeente en de instemming van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.

Artikel 6:1 Toetreding 1. Toetreding van gemeentebesturen kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de gemeenteraad, het college en de burgemeester van de betreffende gemeente en de instemming van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.

2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding gevolgen verbinden.

2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding gevolgen verbinden.

3. De toetreding gaat in op een door het algemeen bestuur in het toetredingsbesluit genoemde datum.

3. De toetreding gaat in op een door het algemeen bestuur in het toetredingsbesluit genoemde datum. Artikel 6:2 Uittreding 1. De gemeenteraad, het college en de burgemeester van een van de gemeenten kunnen uitsluitend gezamenlijk uittreden en maken gezamenlijk schriftelijk kenbaar bij het algemeen bestuur van de Metropoolregio dat zij het voornemen hebben om uit te treden uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 en de uittredingsdatum die zij voor ogen hebben. 2. Het algemeen bestuur stelt regels omtrent de procedure van uittreding.

Artikel 6:2 Uittreding 1. De gemeenteraad, het college en de burgemeester van een van de gemeenten kunnen uittreden. 2. Het algemeen bestuur kan algemene regels stellen omtrent de procedure van uittreding. 3. Het algemeen bestuur doet aan de bestuursorganen van de gemeenten een voorstel voor regeling van de gevolgen van de uittreding in een ontwerp-uittredingsplan waarbij de belangen van de gemeenten

3. Het algemeen bestuur doet aan de bestuursorganen van de gemeenten een voorstel voor regeling van de gevolgen van de uittreding in een

20 van 27

waarvan de bestuursorganen uittreden en van de achterblijvende gemeenten op evenwichtige wijze worden afgewogen.

4. De bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen stellen met ten minste twee derde meerderheid het uittredingsplan vast. 5. De uittreding vindt slechts plaats op 1 januari na de datum, waarop opname in het register als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgevonden, tenzij door het algemeen bestuur een later tijdstip is bepaald.

ontwerp-uittredingsplan waarin de gevolgen van de mogelijke uittreding in kaart worden gebracht. Daarbij worden de belangen van de gemeenten waarvan de bestuursorganen uittreden en van de achterblijvende gemeenten op evenwichtige wijze afgewogen. 4. De voorbereidingen voor het opstellen van het ontwerp-uittredingsplan worden gedaan door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur benoemt daartoe een projectgroep onder leiding van een onafhankelijke extern financieel deskundige. De portefeuillehouders middelen van de bestuurscommissies maken in ieder geval deel uit van de projectgroep. In het geval de portefeuillehouder middelen behoort tot de deelnemer die het voornemen tot uittreding heeft kenbaar gemaakt, wordt een nieuwe portefeuillehouder benoemd. 5. De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de deelnemer die het voornemen tot uittreding heeft uitgesproken.

6. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de volgende elementen: a.

b.

c.

een beschrijving van de consequenties voor de wettelijke en overige taken van de uittredende deelnemer; een beschrijving van de consequenties voor de financiële middelen die zijn gekoppeld aan de uittredende deelnemer (BDU); een beschrijving van de consequenties voor de activiteiten die zijn gekoppeld aan de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat;

d. een beschrijving van de consequenties voor de lopende openbaar vervoersconcessies voor het grondgebied van de uittredende deelnemer; e. een beschrijving van eventuele consequenties voor de verbonden partijen van de Metropoolregio;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14242896/1