Raadsvoorstel Begroting Basistakenpakket GGD Rotterdam-Rijnmond 2023
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum raadsvergadering: Portefeuillehouder: Behandelend team: Zaaknummer:
2 juni 2022 H. van der Wal Team Beleid Sociaal Domein 728719
Onderwerp Begroting Basistakenpakket Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond 2023 Gevraagd raadsbesluit: Geen inhoudelijke zienswijze uit te brengen op de concept begroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond. Aanleiding Bijgaand ontvangt u de concept begroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond (GR GGD-RR). Hiernaast ontvangt u ook het jaarverslag 2021 en de kaderbrief over 2022 ter kennisname. Conform de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is de concept begroting 2023 door het algemeen bestuur van de GR GGD-RR aan de gemeente gestuurd, zodat u als gemeenteraad de gelegenheid krijgt om een zienswijze over deze begroting kenbaar te maken. Een specificatie van de basistaken wordt vermeld in de begroting (bijlage 1). Aan de raad wordt gevraagd om voor 15 juni een (eventuele) zienswijze aan de GGD-RR te doen toekomen zodat deze meegenomen kan worden bij de definitieve vaststelling van de begroting in het AB GGD van donderdag 30 juni a.s. en conform voorschriften toegezonden kan worden aan de gedeputeerden van de provinciale staten voor 1 augustus a.s.
Ook als de raad afziet van het uitbrengen van een zienswijze dient dit kenbaar gemaakt te worden aan het algemeen bestuur van de GGD-RR, zodat de gedeputeerde staten van de provincie een volledig beeld kunnen schetsen ten aanzien van de ontvangen zienswijzen. Geadviseerd wordt om in te stemmen met de concept begroting 2023 en zodoende geen inhoudelijke zienswijze uit te brengen op de concept begroting 2023 van de GR GGDRR. De concept begroting bevat naast een drietal wijzigingen (doorbreken vierjaarcyclus, intensivering toezicht/handhaving gastouderopvang en de extra basistaak Omgevingswet) geen controversiële punten. Argumenten 1.1 Taakuitvoering draagt zorg voor uitvoering van de Wet publieke gezondheid en de Wet kinderopvang. De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het kader waarbinnen de GGD-RR namens de gemeenschappelijke regeling de basistaken uitvoert voor de deelnemende gemeenten. De kern van de wet is dat deze het college van burgemeester en wethouders van alle gemeenten opdraagt om de totstandkoming, continuïteit en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg, alsmede de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, te bevorderen.
Ter uitvoering van de bij wet opgedragen taken draagt het college van burgemeester en wethouders zorg voor de instelling en instandhouding van een gemeentelijke gezondheidsdienst.
De gemeente Krimpen aan den IJssel voert de gemeentelijke taken op basis van de Wet publieke gezondheid (Wpg) uit door deel te nemen aan de GR GGD-RR. De gemeenschappelijke regeling geeft aan de GGD Rotterdam-Rijnmond opdracht voor de uitvoering van deze taken. Ook voert de GGD de inspecties uit bij kinderopvang zoals voorgeschreven in de Wet kinderopvang (Wk). 1.2 Voorgeschreven indexpercentage toegepast De gemeenschappelijke regeling GGD-RR houdt zich aan het indexpercentage dat jaarlijks wordt afgegeven door de Kring van Gemeentesecretarissen van de regio RotterdamRijnmond. Dit bedraagt +4,8% voor het begrotingsjaar 2023. Het budgettair kader voor 2023 bedraagt daarmee € 6,67 per inwoner voor het vaste deel van het basistakenpakket. Een specificatie van de basistaken wordt vermeld in de begroting (bijlage 1). Het variabele deel van het basistakenpakket bestaat uit inspecties kinderopvang en kent geen vast bedrag per inwoner, omdat dit afhangt van het aantal locaties en het gewenste aantal inspecties per gemeente. Deze wettelijke basistaak wordt afgerekend op basis van daadwerkelijke aantallen uitgevoerde inspecties. Gezien de huidige ontwikkelingen op het gebied van de publieke gezondheid en de bijbehorende druk op de GGD organisatie, is het niet gewenst om de indexatie ter discussie te stellen.
1.3 Doorbreken vierjaarcyclus basistakenpakket met eenmalige begroting voor 2023 De omvang van het basistakenpakket wordt steeds voor vier jaar vastgesteld en had een looptijd van 2019-2022. Aanpassingen in het basistakenpakket vinden in principe alleen aan het begin van een nieuwe vierjaarsperiode plaats, tenzij er zeer zwaarwegende of actuele redenen zijn om tussentijds een nieuw product op te nemen in het basistakenpakket of een tarief aan te passen. Overeenkomstig de huidige cyclus, zou nu de nieuwe vierjaarsbegroting voor 2023 – 2026 worden opgesteld. Met het oog op de wisseling van het bestuur (gemeenteraadsverkiezingen), wordt op basis van het besluit in het AB GGD van 16 december 2021 de cyclus doorbroken en wordt eenmalig een jaarbegroting voor 2023 aangeboden. Hiermee krijgen de nieuwe colleges meer sturingsmogelijkheden op accenten in de nieuwe vierjaarsbegroting 2024-2027. Daarnaast is er nog veel onzekerheid over de toekomstige rol en financiering vanuit het Rijk voor de GGD’en. Er zijn op dit moment diverse (landelijke) discussies gaande over de mogelijke herijking van de Wet publieke gezondheid (Wpg). De uitkomst kan resulteren in aanzienlijke wijzigingen wat betreft de inhoud van het basistakenpakket van de GGD-RR. Het AB GGD heeft mede hierom besloten om voor 2023 met een eenjarige begroting te werken.
Voor het basistakenpakket 2024-2027 is er dus een reële kans op veranderingen in de begroting. Dit is afhankelijk van de richting die het huidige kabinet kiest. 1.4 Extra middelen voor toezicht en handhaving gastouderopvang Het AB GGD heeft 16 december 2021 het voorstel aangenomen om vanaf 2023 structureel 50% per jaar extra inspecties gastouderopvang uit te voeren en de formatie hiervoor uit te breiden. Hiermee wordt het toezicht en de handhaving op gastouderopvang geïntensiveerd en wordt er voldaan aan de nieuwe wettelijke eis. Dit is verwerkt in de begroting voor 2023. Er
2
zijn extra middelen voor beschikbaar gesteld via de algemene uitkering in het gemeentefonds door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 1.5 Extra taken Omgevingswet per 1 januari 2023 Middels de Wpg draagt het College van B&W de verantwoordelijkheid om de publieke gezondheid te beschermen door in bestuurlijke besluiten rekening te houden met gezondheidsaspecten (art. 2c). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt gezondheid een verplichte afweging bij alle besluiten over de fysieke leefomgeving. Implementatie van de Omgevingswet vereist, naast extra capaciteit, specifieke gezondheidsen milieu gerelateerde expertise. Op 10 maart 2023 heeft het algemeen bestuur van de GGD-RR unaniem besloten om de basistaak ‘collectieve advisering gezonde leefomgeving’ per 1 januari 2023 in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Hiermee kan de beperkte basis van expertise en kennis van het netwerk worden uitgebouwd voor de gehele regio. De taken die onder het basisproduct vallen zijn voornamelijk te duiden als regionale taken waarvan de regiogemeenten als collectief verantwoordelijkheid dragen. Deze structurele basistaak is toegevoegd als verhoging op de post medische milieukunde met een inwonersbijdrage van € 0,37. Voor Krimpen betekent dat een (extra) bedrag van ca. € 10.000,- op de begroting van 2023.
Daarnaast is er de aanvullende mogelijkheid om een plusproduct bij de GGD af te nemen in het kader van de Omgevingswet. Met het plusproduct heeft een individuele gemeente beschikking over GGD-advies op maat. Het gaat dan specifiek om proactieve advisering door de GGD bij ruimtelijke projecten, zoals participeren in de klankbordgroep Stormpolderdijk. Over het afnemen van het plusproduct dienen bilateraal afspraken gemaakt te worden met de GGD-RR. Dit is niet in de begroting van het basistakenpakket opgenomen. 1.6 Kosten passen binnen het beschikbare budget In 2023 draagt Krimpen aan den IJssel 261.868,- (€ 183.250,- voor het vaste deel van het basistakenpakket en € 78.618,- voor inspecties van kinderdagverblijven) bij aan de begroting van de GR GGD-RR. De vastgestelde bedragen uit de begroting 2023 van de GGD worden daarom conform de uitgangspuntennotitie opgenomen in de Kadernota 2023. Kanttekeningen 1.1 De Omgevingswet schrijft niet voor hoe gemeenten invulling moeten geven aan de opgelegde verantwoordelijkheden (in dit geval op het gebied van gezondheidsadviezen). Met name de individuele advisering aan gemeenten op het gebied van de publieke gezondheid, het zogenoemde plusproduct van de GGD, is geen wettelijke verplichting. De GGD houdt de verplichting vanuit het basistakenpakket om reactief op te treden bij medisch milieukundige problemen.
Denk hierbij aan geluidsoverlast of bodemverontreiniging. Echter, is het wel wenselijk om proactieve advisering op het gebied van gezondheid bij nieuwe (ruimtelijke) projecten te kunnen benutten. Naast dat het inwoners geruststelt, voorkomt het problemen achteraf en vraagt de Omgevingswet om een nieuwe manier van werken. De GGD biedt een plusproductvariant aan waarin een vast bedrag per 10.000 inwoners aan capaciteit ingekocht dient te worden. De inschatting is dat de beschikbare uren voor
3
Krimpen, omgerekend ca. €10.000,- op jaarbasis, aan de hoge kant zijn. Het is niet de verwachting dat er jaarlijks in ruimtelijke projecten zoveel GGD-inzet nodig is. Met de GGD is afgesproken om zowel de basistaak ‘collectieve advisering gezonde leefomgeving’ als het plusproduct stevig te evalueren. Er wordt een clausule aan de begrotingscyclus 2024-2027 toegevoegd die het mogelijk maakt om de omvang van het product tussentijds bij te stellen. Het alternatief is dat we als gemeente per adviestraject een externe partij inhuren voor het gezondheidsadvies. Dit vraagt om zeer specialistische kennis waarvan het de vraag is of deze in de ‘opstartfase’ van de Omgevingswet in te winnen valt. Hier is tot op heden nog geen markt voor. Daarnaast betekent het niet afnemen van het plusproduct dat onder andere de advisering rondom het project Stormpolderdijk per direct wordt stopgezet door de GGD. Dit geldt ook voor advisering rondom het project DCV (voormalig veld 4). Dit is onwenselijk. Financiële gevolgen Voor de uitvoering van het basistakenpakket is een bedrag van € 261.868 nodig. Op de post 6710002/443301 (GGD/Bijdrage gemeenschappelijke regeling) is een bedrag van € 183.250 voor het vaste deel van het basistakenpakket beschikbaar.
Daarnaast is voor het variabele deel op de post 6610034/443301 (Inspecties Kinderdagverblijven) een bedrag van € 78.618 nodig voor de inspecties van de kinderdagverblijven. Het AB van de GGD is akkoord gegaan met deze verhoging. De vastgestelde bedragen uit de begroting 2023 van de GGD worden daarom conform de uitgangspuntennotitie opgenomen in de Kadernota 2023. De kosten van het plusproduct worden onderdeel van de planning- en controlcyclus van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG-budget). Op een vergelijkbare manier als andere advieskosten (bijv. DCMR) daarin worden meegenomen. Vervolg Na de definitieve vaststelling van de begroting in het AB van donderdag 30 juni a.s. wordt de zienswijze conform voorschriften toegezonden aan de gedeputeerden van de provinciale staten voor 1 augustus 2022. De taken uit het basistakenpakket alsook de kinderopvanginspecties worden na definitieve vaststelling in het AB gedurende 2023 uitgevoerd. Bijlagen 1. Concept begroting 2023 GGD-RR 2. Jaarverslag 2021 GGD-RR 3. Kaderbrief 2022 GGD-RR 4. Concept zienswijzebrief
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel, Mr. A. Boele
M.W. Vroom
secretaris
burgemeester
4
Raadsbesluit De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; Besluit, na het lezen van het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 april 2022, om: Geen inhoudelijke zienswijze uit te brengen op de concept begroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond. Dit besloot de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn openbare vergadering van 2 juni 2022.
Voorzitter
griffier
M.W. Vroom
O. Vliegenthart
5