Raadsvoorstel afwikkelen beroepschrift btw begraafplaatsen
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum collegevergadering: 15 juni 2021 Datum raadsvergadering: 23 september 2021 Portefeuillehouder: Wubbo Tempel Behandelend ambtenaar: Jan van der Giessen Zaaknummer:9085 E-mailadres: Onderwerp: Afwikkelen beroepschrift btw begraafplaatsen
Gevraagde Beslissing: 1. Kennis te nemen van het besluit van Burgemeester en Wethouders om geen beroep in cassatie in te stellen tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam na terug-verwijzing van de zaak door de Hoge Raad ten aanzien van de btw op de exploitatie van begraafplaatsen; 2. De zaak financieel af te wikkelen door de openstaande vorderingen op de balans (gedeeltelijk) af te boeken ten laste van de reserve BCF en het restant ten laste van de algemene reserve. 3. De reserve BCF aan het eind van 2021 op te heffen, omdat de zaak rondom de begraafplaatsen dan is afgewikkeld. 4. De financiële effecten voor met name planmatig onderhoud en nieuwe investeringen verwerken in de op te stellen begroting 2022-2025 en dus geen rekening meer te houden met mogelijke compensatie van de btw.
Inleiding Sinds de invoering van het BTW-Compensatiefonds (BCF) in 2002 hoeven gemeenten geen btw meer te betalen/berekenen over activiteiten waarbij zij niet als ondernemer opereren. De btw die eventueel wel in rekening wordt gebracht kan worden gecompenseerd via het BCF. Sinds lang heeft de gemeente Krimpen aan den IJssel een dispuut met de Belastingdienst (BD) of de activiteiten van de Krimpense begraafplaatsen al dan niet voor compensatie van de btw in aanmerking komen. In 2007/2008 hebben de BD en de gemeente daarom afgesproken, dat de gemeente over het jaar 2007 bezwaar zou aantekenen tegen de opgelegde beschikking BCF, zodat een (nieuwe) procedure gestart zou kunnen worden om de zaak inhoudelijk te behandelen. Bij de procedure over de bezwaarperiode 2002-2006 was uiteindelijk namelijk alleen over de procedure zelf een uitspraak gedaan, maar is de zaak nooit inhoudelijk behandeld. Zowel de BD als de gemeente was er veel aan gelegen om een inhoudelijke uitspraak te krijgen over het al dan niet mogen compenseren van de btw bij het BCF voor het exploiteren van een begraafplaats Er wordt een raadsbesluit gevraagd omdat de afwikkeling gedeeltelijk ten laste van de reserve BCF gaat en het resterende gedeelte ten laste van de algemene reserve.
Bovendien wordt voorgesteld om aan het eind van 2021 de reserve BCF op te heffen.
Samenvatting Het voorstel komt erop neer, dat de gemeente Krimpen aan den IJssel geen beroep in cassatie gaat instellen tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, nadat deze de zaak na terugverwijzing door de Hoge raad opnieuw heeft behandeld. Dit houdt automatisch in, dat de nog op de balans openstaande vorderingen op de BD afgeboekt dienen te worden. De hiervoor bestemde reserve BCF is echter niet toereikend, zodat een gedeelte ten laste van de algemene reserve moet worden afgeboekt.
Bestaand kader/context De wetgeving op grond waarvan de procedure is gestart betreft de Wet op de Omzetbelasting, de Wet op de Lijkbezorging en de Wet op het BTW-compensatiefonds. Gedurende de jarenlange procedures zijn alle aspecten met betrekking tot het al dan niet mogen/kunnen compenseren van de btw op de exploitatie van begraafplaatsen de revue gepasseerd.
Beoogd effect Een inhoudelijke uitspraak van het Gerechtshof en uiteindelijk van de Hoge Raad omtrent de (on)mogelijkheid btw te compenseren via het BCF met betrekking tot het exploiteren van begraafplaatsen. Het indienen van bezwaar tegen genoemde beschikking heeft er de afgelopen jaren toe geleid, dat er verschillende uitspraken zijn gedaan. Zowel door de meervoudige kamer van het Gerechtshof in Den Haag als door de Hoge Raad en uiteindelijk begin mei jl. door het Gerechtshof Amsterdam. Zowel de BD als de gemeente hebben beurtelings beroep en/of cassatie aangetekend tegen gedane uitspraken.
Argumenten Deze laatste uitspraak houdt in, dat de gemeente volgens het Gerechtshof geen recht op compensatie van de btw heeft als het gaat om de exploitatie van een begraafplaats. Als gevolg van eerdere uitspraken door het Gerechtshof en de Hoge Raad heeft de gemeente getracht nog een gedeelte van de btw gecompenseerd te krijgen, door te beargumenteren, dat de burgemeester zijn wettelijke taak heeft als er iemand ter aarde moet worden besteld waarvoor niemand zorg draagt en dat de begraafplaats(en) (zeker overdag) openbaar gebied zijn. Dat laatste geldt zeker voor het gedeelte op de begraafplaats aan de IJsseldijk waar het monument voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog staat. In zijn uitspraak heeft het Gerechtshof geconcludeerd, dat de taak van de burgemeester een rechtstreeks gevolg is van de Wet op de Lijkbezorging en als zodanig onder de daar geldende vrijstelling valt, zodat geen compensatie mogelijk is. Ten aanzien van het openbaar gebied oordeelt het Gerechtshof, dat het één onderdeel vormt met de begraafplaats en daarvan is al eerder geoordeeld (en thans opnieuw bevestigd), dat er geen recht op compensatie is. .
Kanttekeningen Tegen de uitspraak van het Gerechtshof is beroep in cassatie mogelijk. Gelet op het langdurige verloop van deze procedure (vanaf 2007) en de geringe kans dat de Hoge Raad met name het gedeelte van het openbaar gebied alsnog onder de compensatie laat vallen, zijn wij van mening dat hieraan geen vervolg meer moet worden gegeven. Bovendien zou het financiële voordeel bij een gunstige uitkomst gering zijn, omdat slechts een gedeelte van de btw gecompenseerd zou kunnen worden. .
Financiële consequenties De (definitieve) uitspraak heeft uiteraard wel financiële gevolgen. Enerzijds betreft dit het afwikkelen van de op de balans staande openstaande vorderingen op de BD en anderzijds de ramingen op de exploitatie van de begraafplaatsen.
2
Om met het eerste te beginnen: vanaf het moment dat wij met de BD hadden afgesproken een nieuwe procedure te beginnen is eveneens de afspraak gemaakt, dat de gemeente bij de jaarlijkse opgave voor de compensatie van de btw bij het BCF aan zou geven welk bedrag daarin opgenomen is voor de begraafplaatsen. Vervolgens heeft de BD dat bedrag jaarlijks afgetrokken van het totaal uit te keren bedrag aan btw, zodat deze bedragen vanaf 2007 als te vorderen op de balans staan. In totaal gaat het om een bedrag van zo’n € 972.973. Dit bedrag zal afgeboekt moeten worden en daartoe is de in 2002 geïntroduceerde “reserve BCF” als “dekking” aangewezen. Helaas is met name door het langdurige traject van de procedure deze reserve niet (meer) toereikend voor het totale bedrag en zal nog een beroep moeten worden gedaan op de algemene reserve van € 177.320. Er wordt voor gekozen om dit bedrag in één keer te dekken, zodat geen structurele lasten ontstaan als dit bedrag bijv. geactiveerd zou worden. Dan de financiële gevolgen voor de lopende begroting. Voor de ramingen op de exploitatie heeft deze uitspraak geringe gevolgen, omdat het aandeel btw daar niet zo groot is. Waar de gevolgen wel zichtbaar zijn is het planmatig groot onderhoud en nieuwe investeringen, zoals het ruimen en ophogen van Waalhoven fase 2, dat nu is aangeleverd als nieuw beleid.
Op dit moment is nog geen nieuwe berekening gemaakt van het planmatig onderhoud op de begraafplaatsen rekening houdend met deze uitspraak, maar gelet op de hoogte van de jaarlijkse stortingen in de voorziening OK moet rekening gehouden worden met een bedrag van ± € 6.500 per jaar. Als het bedrag dat nu is aangeleverd als nieuw beleid (€ 490.000) exclusief btw is, zullen de lasten ten opzichte van de bedragen in de kadernota 2022 toenemen met ± € 3.600 per jaar. Voor zowel het planmatig onderhoud als het nieuw beleid zullen bij het opstellen en de vaststelling van de meerjarenbegroting 2022-2025 de juiste bedragen structureel verwerkt gaan worden. Tenslotte dient nog opgemerkt te worden, dat dit onderwerp vanaf 2007 onderdeel uitmaakt van de risicoparagraaf, zowel in de begroting als bij de jaarrekening. Nu een en ander afgewikkeld wordt kan dit risico uit de risicoparagraaf. Aanpak / uitvoering In de begrotingswijziging van september zal aan uw raad het besluit worden voorgelegd om een bedrag van € 795.655 te dekken uit de reserve BCF en het resterende bedrag van € 177.320 uit de algemene reserve. Daarnaast wordt uw raad gevraagd de reserve BCF per 31 december 2021 op te heffen. Betrokken partijen n.v.t. Duurzaamheid n.v.t..
Urgentie n.v.t.. Evaluatie n.v.t.. Bijlagen Er zijn geen bijlagen Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel, Mr. A. Boele Secretaris
3
M.W. Vroom burgemeester
besluit De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 juni 2021 besluit: 1.
2. 3. 4.
Kennis te nemen van het besluit van Burgemeester en Wethouders om geen beroep in cassatie in te stellen tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam na terug-verwijzing van de zaak door de Hoge Raad ten aanzien van de btw op de exploitatie van begraafplaatsen; De zaak financieel af te wikkelen door de openstaande vorderingen op de balans (gedeeltelijk) af te boeken ten laste van de reserve BCF en het restant ten laste van de algemene reserve. De reserve BCF aan het eind van 2021 op te heffen, omdat de zaak rondom de begraafplaatsen dan is afgewikkeld. De financiële effecten voor met name planmatig onderhoud en nieuwe investeringen verwerken in de op te stellen begroting 2022-2025 en dus geen rekening meer te houden met mogelijke compensatie van de btw.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn openbare vergadering 23 september 2021
Voorzitter
griffier
M.W. Vroom
O. Vliegenthart
4