Notitie griffie inzake traject gemeentelijk statuut
Tekst van het document
aan: gemeenteraad | van: raadsgriffie | 10 mei 2022 1. Introductie Vorig jaar heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de versterking van de positie van gemeenteraden. Naar aanleiding van deze brief hebben de burgemeester en de griffier hun interesse kenbaar gemaakt om deel te nemen aan een pilot voor een gemeentelijk statuut. Het idee van een gemeentelijk statuut komt voort uit onderzoek van dr. Gert-Jan Leenknegt. De heer Leenknegt is gevraagd om op dinsdag 24 mei aan de gemeenteraad toe te lichten wat de toegevoegde waarde kan zijn van een statuut of handvest. De gemeente Krimpen aan den IJssel is een van de acht geselecteerde gemeenten die deelnemen aan een traject waarbij een statuut wordt opgesteld. Het bureau Necker van Naem begeleidt de gemeente met het onderzoeken en opstellen van een statuut. Ook de heer Job van Meijeren van Necker van Naem is aanwezig bij de sessie op 24 mei. Het opstellen van het statuut gebeurt in samenwerking met de raad, het college en de gemeentelijke organisatie. Het samenstellen van een statuut waarin de omgangsvormen tussen raad en college, met de ambtelijke organisatie en binnen de raad worden vastgesteld is ook één van de drie adviezen van de informateur.
Het doel is om de komende maanden het statuut op te stellen zodat raad, college en organisatie het deze raadsperiode als handvat kunnen gebruiken. 2. Waarom een gemeentelijk statuut? Het raadslidmaatschap wordt gekenmerkt door laagdrempeligheid. Ervaring met of kennis van de lokale overheid is geen vereiste. Eenmaal geïnstalleerd komt een raadslid echter in een praktijk terecht waarin procedures, instrumenten en afgebakende rollen van groot belang zijn. Tegelijkertijd wordt van een raadslid verwacht dat hij of zij als onderdeel van het hoogste orgaan in de gemeente direct bijdraagt aan het goed functioneren van het lokale bestuur. De behoefte aan het vastleggen van duidelijke grondbeginselen is voor raadsleden, voor wie het raadswerk meestal naast andere functie ‘erbij’ wordt gedaan, groot. Het raadswerk vraagt om het maken van keuzes, de druk is groot en de tijd is altijd beperkt. Hoe werk je samen met het college, wat kun je vragen en wanneer moet je op je handen zitten? Wat kunnen we van elkaar verwachten als het gaat om de informatievoorziening? En wat moet je weten over al die verbonden partijen? En als we elkaar aanspreken op niet nagekomen afspraken, hoe en waar doen we dat dan? Natuurlijk is die informatie wel beschikbaar, maar meestal moeilijk toegankelijk of slechts door een adviseur te raadplegen.
In de laatste bestuursperiodes zijn er veel wisselingen geweest in de samenstelling van raad en college. Het is niet meer vanzelfsprekend dat langzittende raadsleden, wethouders of ambtenaren een collectief geheugen vormen voor nieuwkomers. De behoefte aan het vastleggen van afspraken en toegankelijke informatie is daarmee gegroeid. Kostbare tijd moet immers niet verloren gaan aan discussies of vragen over procedures. Onduidelijkheid over rollen en bevoegdheden heeft ook een ander nadeel, namelijk dat ook voor inwoners
onduidelijk is bij welk bestuursorgaan moet worden aangeklopt voor vragen, wensen of klachten over een bepaald onderwerp. Een overzichtelijk statuut kan voor raad, college en ambtelijke organisatie orde scheppen in de versnipperde informatie over de geldende afspraken in de gemeente. Een statuut kan ook bijdragen aan grotere transparantie en het opbouwen van vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur. Bovendien is deze pilot een gunstige mogelijkheid om met professionele begeleiding een statuut op te stellen. 3. Wat is een gemeentelijk statuut? Een klein aantal (pilot)gemeenten gaat aan de slag om een ‘eigen’ statuut te bouwen. Die gemeenten kunnen naar eigen inzicht vastleggen waar de gemeente behoefte aan heeft. Een gemeentelijk statuut kan een toegankelijke tekst zijn die op hoofdlijnen vastlegt hoe in een gemeente de omgang of informatievoorziening tussen raad, college en organisatie is georganiseerd. Het is een document waarin raad, college en ambtelijke organisatie basisregels vaststellen over hun onderlinge taken, verantwoordelijkheden en de informatievoorziening. Verder kan een statuut gebruikt worden voor het uitdrukken van de waarden of ambities die het gemeentebestuur nastreeft. 4. Wat wordt er van de raad verwacht? De inhoud en het proces om te komen tot een werkbaar en volledig statuut is maatwerk en vraagt inzet van de gehele raad.
In het kader hiervan zijn 3 of 4 raadsleden nodig die zich namens de raad willen inzetten in een werkgroep, die wordt ondersteund door de begeleiders van Necker van Naem. Naast de raadsleden zijn de burgemeester, gemeentesecretaris en raadsgriffier lid van de werkgroep. Necker van Naem zal beginnen met de verkenning van de lokale situatie en de politiekbestuurlijke verhoudingen. Deze informatie wordt onder meer opgevraagd door middel van een vragenlijst die wordt uitgezet bij raadsleden. Na samenstelling van de werkgroep komt deze bijeen om de benodigde stappen en de voorgestelde werkwijze om tot een statuut te komen af te stemmen (juni/juli 2022). Gebaseerd op de verkenning van de lokale situatie en de inventarisatie van ambities en randvoorwaarden stelt Necker van Naem de uitgangspunten van het statuut op. Deze bevindingen worden besproken met de werkgroep. Ook wordt een werkconferentie (augustus/september 2022) met de gehele gemeenteraad georganiseerd waar het ambitieniveau van de gehele raad wordt vastgesteld. Daarna wordt een concept-statuut opgesteld dat wordt voorgelegd aan de gemeenteraad te vaststelling. 5. Tot slot Een statuut kan bijdragen aan de versterking van de raad(sleden) en het functioneren van het gehele lokale bestuur. Het vaststellen van een statuut is uiteindelijk een middel om een doel te bereiken en niet het doel zelf.
Het maken van deze afspraken kan een goed gesprek tussen raad, college en organisatie stimuleren en is een goede kans om aan bestuurlijke verhoudingen te werken. Het proces geeft een aanzet om aan het begin van de bestuursperiode over de omgangsvormen te spreken.