Kadernota 2024
Tekst van het document
• • • • •
‘zuinig’ waren met indexering; een inkomenstoets voor hulp bij het huishouden introduceerden; bespaarden op uitvoeringskosten; inteerden op ons eigen vermogen; onze inkomsten verhoogden.
Vanaf 2022: Evenwichtig uit de crisis Na die moeilijke jaren verbetert het financieel perspectief voor onze gemeente vanaf de begroting 2022-2025 sterk. De septembercirculaire biedt ons dan vertrouwen op structurele verruiming van de algemene uitkering. Het rijk komt in 2022 bovendien de verplichtingen na die met de decentralisatie van de jeugdhulp zijn ontstaan. En ook de opschalingskorting blijft in 2022 achterwege. In de bestuurlijke inleiding op de begroting 2022-2025 kan vervolgens worden gelezen dat het ook achteraf gezien verstandig is geweest dat wij in de moeilijke jaren ons voorzieningenniveau op peil hebben gehouden door de broekriem aan te halen en in te teren op ons eigen vermogen. In de kern kon die begroting dan ook – eindelijk – gericht worden op het duurzaam behouden én verbeteren van het voorzieningenniveau in ons dorp en op voortzetting van beleid dat al eerder was ingezet. Beleid dat in grote lijnen in de Kadernota 2020 als volgt is omschreven. • Het fundament: de woon- en leefomgeving • Op dat fundament staan duurzame voorzieningen • Zorg en ondersteuning voor iedereen die dat nodig heeft Met de jaren 2024, 2030 en 2050 als ijkpunten. Daar zouden we in deze Kadernota nu 2027 aan toe willen voegen.
2024: IJkpunt voor het sociaal domein Wij durven inmiddels wel te stellen dat we er in geslaagd zijn om de decentralisaties van het sociaal domein op een goede manier te laten ‘landen’ en dat we steeds beter grip hebben op de kosten. Dit domein (en dan met name jeugd) blijft echter zeer complex. Bovendien zijn er ook landelijk veel ontwikkelingen. Niet voor niets is er landelijk een hervormingsagenda die je ook wel als een soort ‘transformatie 2.0’ kunt zien. We blijven dus in beweging. Onverwachte gebeurtenissen (zoals Corona), maar ook de huidige krapte op de arbeidsmarkt en het nieuwe toekomstscenario Kind en gezinsbescherming (integratie van Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond) hebben impact op dit beleidsterrein en het zal daarom de komende jaren nog wel in beweging blijven.
2027: IJkpunt voor onze financiële positie Zoals wij eerder hebben aangegeven, willen wij het overschot op de jaarrekening 2022 benutten om het vanaf 2026 dreigende ravijn te kunnen dempten. Wij verwachten in de loop van dit jaar meer informatie te ontvangen die wij kunnen gebruiken om in de volgende Kadernota een aanpak te kunnen presenteren waarmee wij onze inkomsten en uitgaven vanaf 2027 met elkaar in evenwicht te kunnen brengen.
26
2030: IJkpunt van de Structuurvisie In 2004 is voor het laatst een integrale visie op onze gemeente vastgesteld: de Structuurvisie ‘Ruimte voor Ontwikkeling’2. In de inleiding daarvan stond: “In de structuurvisie wordt voor een lange termijn, de periode tot 2030, een beeld geschetst voor de zeven onderscheiden thema's. Hieruit worden "de grote opgaven" geformuleerd waarvoor de gemeente zich geplaatst ziet. Deze krijgen een (eerste) inventariserende beschrijving in deel 2 van de structuurvisie, onderscheiden naar ontwikkelingsgebieden, netwerken en beleidsplannen.” Een en ander kan als volgt in beeld worden gebracht, met in de meest rechter kolom voorbeelden van concrete projecten die zijn gerealiseerd.
Structuurvisie vertaalde thema s in opgaven Projecten vloeiden voort uit die opgaven a en
ema s e e ds annen
et er en
e eden
Wonen
Centrum
Bedrijvigheid
Woonzorgzonering
Auto
Lansingh-Zuid
Cultuur, sport en educatie
Groen en water
Openbaar vervoer
Nieuwe Tiendweg
Zorg
Welstand
Fiets en lopen
Bedrijventerreinen
Mobiliteit
Duurzaamheid
Glasvezel
Sportlocaties Overige wijken en buurten
Duurzaamheid
ro e ten n net er en o e eden Voorbeelden: Het Facet Waterlijster Prinsessenpark Industrieweg Stormpolderdijk Meerkoetflat DCV Algeracorridor Et cetera
2050: Klimaatneutraal en gezond Deze ambitie hebben wij uitgesproken in onze eerste begroting (2023-2026). Daar gaan wij nog steeds voor. Om te beginnen door er in 2024, ondersteund door het Integraal Zorgakkoord en het Gezond en Actief Leven Akkoord, concreet mee aan de slag te gaan. In de tweede plaats door na de zomer te starten met het proces dat tot een Omgevingsvisie moet leiden, als opvolger van de Structuurvisie ‘Ruimte voor ontwikkeling’. De dubbele maatschappelijke doelstelling van de Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt, is daarbij het uitgangspunt.
Maatschappelijke doelen Omgevingswet
Bereiken en in stand houden van een en een goede
Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van
Duurzame ontwikkeling
2
https://krimpenaandenijssel.nl/app/uploads/2018/12/Structuurvisie.pdf
27
Van deze maatschappelijke doelen zijn de volgende centrale vragen af te leiden: • • • •
Hoe ziet de duurzame ontwikkeling er – tot 2050 – uit? Welke maatschappelijke functies moeten – tot 2050 – vervuld worden? Hoe veilig en gezond moet de fysieke leefomgeving – in 2050 – zijn? Hoe goed moet de omgevingskwaliteit – in 2050 – zijn?
Deze vragen willen wij de komende tijd samen met inwoners en ondernemers proberen te beantwoorden, zodat in 2024 de Omgevingsvisie door uw raad kan worden vastgesteld.
Verandering van tijdperk Met recht durven wij dan ook te herhalen dat – óók in onze gemeente – niet langer sprake is van een tijdperk van verandering maar van een verandering van tijdperk!
28
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Financieel meerjarenbeeld Overzicht nieuw beleid en investeringen Technische uitgangspunten Formulieren nieuwe reserves
29
1. Financieel meerjarenbeeld Op basis van de lopende meerjarenbegroting 2023-2027, reeds vastgestelde begrotingswijzigingen, actualisatie van beschikbare en benodigde budgetten voor de komende jaren en de meicirculaire van het gemeentefonds is een meerjarige prognose opgesteld. In dit hoofdstuk worden de diverse effecten toegelicht. 2024
2025
2026
2027
Saldo 2024-2027 tot en met begrotingswijziging 22 juni
1.429
1.119
- 3.171
- 3.120
Actualisatie bestaand beleid
- 1.268
- 1.770
- 2.221
- 4.125
1.249
2.086
1.966
3.356
1.410
1.435
- 3.425
- 3.890
Financieel beeld
Meicirculaire
Totaal financieel beeld bestaand beleid
Het vertrekpunt voor deze kadernota is het meerjarenbeeld dat is opgenomen in de begrotingswijziging van 22 juni 2023. De mutaties die nodig zijn om het huidige beleid te blijven uitvoeren zijn opgenomen in de regel actualisatie bestaand beleid. Hierna volgt nadere informatie over de belangrijkste aanpassingen. De uitkomsten van de meicirculaire worden eveneens in een van de volgende paragrafen toegelicht. In de getoonde cijfers is nog geen nieuw beleid opgenomen.
Budgetactualisatie Om het bestaande beleid te kunnen blijven uitvoeren zijn bijstellingen van budgetten nodig. Aanpassingen en ontwikkelingen
2024
2025
2026
2027
Gemeenschappelijke regelingen
- 786
- 781
- 686
- 599
Lokale heffingen
- 56
6
202
204
Lijkbezorging kostendekking 90% Kapitaallasten herrekening
41 218
26 355
63 268
61 136
incl IHP
Overige verschillen
- 90
- 83
- 78
- 298
Indexering
- 595
- 1.292
- 1.989
- 3.629
- 1.268
- 1.770
- 2.221
- 4.125
Actualisatie bestaand beleid
Bij de actualisatie van de budgetten zijn wij uitgegaan van de technische uitgangspunten die in bijlage 1 zijn opgenomen. Daarnaast is sprake van een aantal ontwikkelingen en omstandigheden met gevolgen voor de benodigde budgetten. Op de meest relevante wijzigingen volgt nu een toelichting: Gemeenschappelijke regelingen Alle gemeenschappelijke regelingen waarin wij deelnemen hebben dit voorjaar hun begroting voor zienswijze aan ons voorgelegd. Uw raad heeft kennis genomen van de begroting en besloten tot het wel of niet indienen van een zienswijze. Ongeacht de insteek van die zienswijzen zijn in deze kadernota de uitkomsten van de begrotingen verwerkt, ervan uitgaande dat die ook zo worden vastgesteld. Dat betekent een fors nadeel voor onze meerjarencijfers. Dat komt enerzijds door de hoge indexering, inclusief correctie over voorgaande jaren. Anderzijds heeft een aantal gemeenschappelijke regelingen de bijdragen verhoogd vanwege inhoudelijke keuzes. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de stukken van de betreffende gemeenschappelijke regelingen en de behandeling daarvan. Lokale heffingen De ontwikkeling van de inkomsten uit lokale heffingen wordt beïnvloed door het areaal (aantal woningen) en de kostendekking. Door enige vertraging in de verwachte oplevering van nieuwe woningen ten opzichte van de vorige berekeningen ontstaat in 2024 een klein nadeel.
Vanaf 2026 is juist sprake van hogere opbrengsten. 30
Kostendekking lijkbezorging De opbrengst uit begraafrechten blijft achter bij de ramingen. Daarom zijn in de juniwijziging de baten structureel bijgesteld. Ook is de stijging van de lasten door inflatiecorrectie hoger dan de basisindexering voor de baten (3%). Door deze ontwikkelingen is een extra verhoging nodig van 1,8%. Bovendien is op basis van het groeipad uit het bestuursakkoord in 2024 verdere verhoging van de kostendekking van 85% naar 90% aan de orde. Dit betekent dat de totale opbrengst extra neemt met 6,8% (1,8 + 5). Herrekening kapitaallasten Op basis van de definitieve balansstanden per 1 januari zijn de kapitaallasten (rente en afschrijving) opnieuw berekend voor alle activa. Dit levert vanaf 2025 een nadeel op. Dat wordt echter ruim gecompenseerd door lagere afschrijvingslasten voor het Integraal HuisvestingsPlan Onderwijs en Buitensport. Op basis van de laatste actualisatieis de planning aangepast en dat leidt in de eerste jaren tot fors lagere kapitaallasten. U ontvangt hierover nog een raadsinformatiebrief. Indexering In bijlage 1 zijn de (technische) uitgangspunten opgenomen waarmee in deze kadernota is gerekend, waaronder de indexeringstabel. De indexeringspercentages in deze kadernota zijn afgeleid van het Centraal Economisch Plan 2023 (CEP).
Omdat de actuele verwachtingen voor loon- en prijsontwikkeling uit het CEP2023 hoger zijn dan in de vorige meerjarenraming betekent dit een meerjarig nadeel. Het CEP2023 wordt ook gebruikt door het Rijk bij het opstellen van de meicirculaire. Wij hanteren dus dezelfde uitgangspunten voor loon- en prijsontwikkeling die van invloed zijn op de ontwikkeling van de algemene uitkering. Uitzondering hierop is het toegepaste indexeringspercentage voor de zorgkosten in het sociaal domein. Uitgangspunt hierbij is, volgens de contracten met de zorgaanbieders, de OVA-index. Wij merken op dat voor het eerst sinds de decentralisaties van 2015 in de actualisatie van budgetten geen significante bijstelling van de ramingen voor het sociaal domein nodig is.
Algemene uitkering Zoals gebruikelijk hebben wij ook dit jaar de meicirculaire verwerkt in de meerjarige vooruitzichten. Deze bevat de vertaling van de voorjaarsnota van het kabinet naar de uitkeringen uit het gemeentefonds die wij ontvangen. Wij gaan hier in op de belangrijkste ontwikkelingen. Separaat sturen wij u een raadsinformatiebrief met een nadere toelichting, waarin ook de effecten voor 2023 zijn opgenomen. De voorjaarsnota bevat nog geen duidelijkheid over de normeringssystematiek vanaf 2026. Zoals bekend heeft het Rijk eenzijdig de huidige methodiek voor volumeontwikkeling beëindigd en is er vanaf 2026 een nieuwe normeringssystematiek nodig. Het uitblijven van een alternatief veroorzaakt vanaf 2026 een enorme terugval in inkomsten voor gemeenten, waardoor deze jaren vrijwel overal tekorten vertonen. Ook in Krimpen aan den IJssel is dat het geval zoals uit deze kadernota blijkt. Wij gaan daar elders in dit financiële hoofdstuk verder op in.
31
Meicirculaire Accres loon- en prijsontwikkeling Hoeveelheidsverschillen c.a. Structureel doortrekken 1 mld vanaf 2027 Extra middelen jeugdzorg Aanpassing stelpost Jeugdzorg Wmo eigen bijdragen en Integraal zorgakkoord Overige mutaties en stelposten Totaaleffect meicirculaire
2024
2025
2026
2027
917 642
1.521 457
1.624 333
2.150 - 2.790 330
1.368 - 1.672 336 75
27 - 225 - 38 245
1.686 396 1.356 26 - 303 - 38 232
1.249
2.086
1.966
3.356
Accres Het volume accres is in deze kabinetsperiode bevroren. Wij ontvangen uitsluitend accres voor loonen prijsontwikkeling (LPO), gebaseerd op het CEP2023. Hierin is ook een deel compensatie opgenomen voor de hoge kostenstijgingen in 2022. Hoeveelheidsverschillen De ontwikkeling van de aantallen per gemeente op de verschillende maatstaven zorgen voor herverdeeleffecten die niet in details kunnen worden geanalyseerd. Bovendien is in 2023 het gemeentefonds verdeelt op basis van een vernieuwde set maatstaven, waardoor vergelijken met voorgaande jaren per maatstaf niet mogelijk is. Structureel doortre en € m ard extra Vanwege het wegvallen van de huidige normeringssystematiek vanaf 2026 heeft het Rijk, vooruitlopend op een nieuwe methode, vorig jaar een bedrag van € 1 miljard toegevoegd in 2026. In de voorjaarsnota heeft het kabinet aangegeven dat dit bedrag structureel wordt. Dat betekent dus ook in 2027 en verder een voordeel ten opzichte van eerdere berekeningen. Extra middelen Jeugdzorg De afgelopen jaren is veel gesproken over de structurele tekorten die gemeenten hebben bij de uitvoering van de Jeugdwet. Het Rijk heeft toegezegd gemeenten te compenseren en daarvoor is steeds incidenteel geld toegevoegd aan het gemeentefonds. Daarnaast werken Rijk en VNG (namens de gemeenten) aan een Hervormingsagenda die tot besparingen moet leiden.
Daarom is de meerjarige reeks extra middelen aflopend en nog niet definitief. Bovendien is op basis van het coalitieakkoord Rutte IV een aanvullende bezuiniging aangekondigd, die voor gemeenten tot compenserende voordelen (lagere lasten/hogere baten) moet leiden. In de voorjaarsnota heeft het kabinet de hervormingsagenda bevroren, waardoor er in 2024 en 2025 (tijdelijk) meer ruimte komt. Voorzichtigheidshalve is in onze cijfers nog geen rekening gehouden met de beloofde besparingen. In de meerjarencijfers waren stelposten opgenomen voor de verwachte compensatiemiddelen. Die stelposten blijken nu hoger te zijn dan de compensatie. Dit heeft te maken met de gewijzigde verdeling van de algemene uitkering met ingang van 2023 en verklaart deels de grote voordelen op hoeveelheidsverschillen. Wmo abonnementstarief en herinvoering eigen bijdragen Vanaf 2025 wordt de algemene uitkering verhoogd met compensatie voor extra kosten door het abonnementstarief (integraal zorgakkoord) en tevens vanwege de afschaffing van het abonnementstarief waardoor de inkomsten van gemeenten dalen. 32
Met ingang van 2026 wordt vervolgens de eigen bijdrage voor Wmo voorzieningen opnieuw ingevoerd. Dit betekent een korting op de algemene uitkering. In samenhang met deze korting wordt gerekend op extra inkomsten uit eigen bijdragen, waarvoor een stelpost is opgenomen.
Financiële positie De financiële positie laat zich goed uitdrukken in kengetallen. In de tabel zijn de cijfers van de rekening 2022 opgenomen en voor 2023 en 2024 de cijfers zoals die in de begroting 2023 zijn opgenomen. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024 37,58% 60,20% 62,08% 25,29%
46,55%
49,28%
46,47% 5,48% 7,80% 117,25%
38,65% 5,54% 1,10% 119,03%
39,98% 5,53% 3,04% 119,01%
Uit deze kengetallen blijkt dat Krimpen aan den IJssel er financieel gezond voor staat. Hier kan nog aan worden toegevoegd dat de ratio weerstandsvermogen 4,53 bedraagt. Dit betekent dat 4,5 maal de weerstandscapaciteit beschikbaar is die correspondeert met de gewogen omvang van de risico’s. De enige dissonant in het positieve beeld is de hoge lokale lastendruk, waardoor lastenverhoging als dekkingsmiddel slechts beperkt inzetbaar is.
Reserves De gemeente beschikt over drie typen reserves: algemene reserves, bestemmingsreserves en egalisatiereserves. De algemene reserves hebben vooral een bufferfunctie en kunnen daarnaast indien gewenst worden ingezet. Dat beïnvloedt echter wel het weerstandsvermogen. Tot de algemene reserves rekenen we ook de vrije reserve, waaruit met name incidentele lasten van nieuw beleid en intensiveringen worden gedekt. De bestemmingsreserves hebben een door de raad bepaald specifiek doel. Zij zijn daardoor niet meer voor andere doelen in te zetten. Hieronder vallen ook kapitaallastenreserves, die worden ingezet voor de structurele dekking van afschrijvingslasten voor investeringen in de openbare ruimte (inclusief de Grote Kruising). De egalisatiereserves tenslotte hebben als doel om ongewenste fluctuaties in onderdelen van de begroting op te vangen en worden alleen daarvoor ingezet.
33
Overzicht reserves Algemene reserves Algemene Dienst Grondexploitatie Vrije reserve Totaal algemene reserves Bestemmingsreserves Nog uit te voeren werkzaamheden Eneco Overrente Maatschappelijke voorzieningen Maatschapp vastgoed (inclusief onderwijshuisvesting) Afschrijving Grote Kruising Afschrijvingen Maatschappelijk nut Energiearmoede Afschrijving riolering fase 1 Oud Krimpen Asielopvang Totaal bestemmingsreserves Egalisatiereserves Reiniging Riolering Omgevingsvergunningen Totaal egalisatiereserves Totaal reserves
1-1-2023
Mutaties 2023
1-1-2024
6.977 6.437 1.031 14.445
-121 -300 -584 -1.005
6.856 6.137 447 13.440
1.181 9.200 1.451 3.326
-1.181 -1.100 -207 -
8.100 1.245 3.326
2.806
-80
2.726
15.123 1.392 2.015
1.659 -2.015
15.123 3.051 -
434
-11
423
36.928
1.185 -1.750
1.185 35.178
72 348 197 617
-161 -161
72 348 36 456
51.990
-2.915
49.074
Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves en het resultaat over 2022. Dit resultaat bedraagt na besluitvorming over de jaarrekening 2022 nog € 6,9 miljoen. In deze kadernota doen wij u een voorstel voor de bestemming van dit bedrag, in samenhang met de reservepositie en de opgaven voor de lange termijn.
34
2. Nieuw beleid en intensiveringen In de inhoudelijke hoofdstukken van deze kadernota lichten wij u onze plannen toe en welk nieuw beleid daar onderdeel van uitmaakt. In het voorgaande hebben wij toegelicht waarom wij het verantwoord vinden nieuw beleid op te nemen. Op deze plaats presenteren wij een overzicht van alle nieuw beleid en intensiveringen van bestaand beleid, waarvoor de komende jaren geld nodig is.
Nieuw beleid en intensiveringen kadernota 2024 Nr Onderwerp Programma 1 Burgemeestersbenoeming Bestuur en Veiligheid Aanvullend beleid afval en grondstoffen Ruimtelijk domein 2 Dekking aanvullend beleid afval en grondstoffen Ruimtelijk domein Fase 3 Waalhoven Ruimtelijk domein 3 Dekking fase 3 Waalhoven Ruimtelijk domein 4 Bomenbeheer Ruimtelijk domein 5 Bomen voor bewoners Ruimtelijk domein 6 Plantvakken Ruimtelijk domein Lokale aanpak isolatie Ruimtelijk domein 7 Dekking lokale aanpak isolatie Ruimtelijk domein Onderzoek oneigenlijk gebruik gemeentegrond Ruimtelijk domein 8 Dekking onderzoek oneigenlijk gebruik gemeentegrond Ruimtelijk domein 9 Uitvoeringsprogramma woonvisie Ruimtelijk domein 10 Speelplaatsen Maatschappelijk domein 11 Digitaalhuis Maatschappelijk domein 12 TCK - voldoen aan geluidsnormen Maatschappelijk domein Informatiepunt digitale overheid Maatschappelijk domein 13 Dekking informatiepunt digitale overheid Maatschappelijk domein 14 Kantine en veld 2 DCV Maatschappelijk domein 15 Tweede Gio Court Maatschappelijk domein Padelbanen TVL/TCK Maatschappelijk domein 16 Dekking padelbanen TVL/TCK 17 Evenementen Maatschappelijk domein 18 Inclusie Sociaal Domein 19 Communicatieadviseur Sociaal Domein Sociaal Domein 20 Gezondste gemeente van NL Sociaal Domein Reintegratie in het kader van de 21 participatiewet Sociaal Domein 22 Uitbreiding gratis OV Sociaal Domein 23
Uitvoeringsprogramma woonzorgvisie Sociaal Domein 24 Veerkrachtig Krimpen Sociaal Domein 25 Update actieplan Armoede Sociaal Domein Inzet op uitstroom Sociaal Domein 26 Verlaging BUIG door inzet op uitstroom Sociaal Domein 27 Functiehuis Overhead 28 Inrichting Raadhuis Overhead 29 Privacy op orde (DPIA's) Overhead 30 Techniek Raadzaal Overhead 31 Digitale toegankelijkheid Overhead Archivering Corsa en 32 omgevingsvergunningen Overhead Wet open overheid Overhead 33 Dekking Wet open overheid Overhead WMEBV (klantportaal) Overhead 34 Dekking WMEBV (klantportaal) Overhead Totaal saldo nieuw beleid kadernota 2024
2024 20.000 50.000
2025 57.700
2026 57.700
2027 Investering 57.700 100.000
-50.000
-57.700 15.000 -14.250 25.625 50.000 -
-57.700 15.375 -15.375 26.266 51.250 -
-57.700 15.759 -15.759 26.922 -
25.000
-
-
-
-25.000 75.000 29.525
30.000 30.667 76.875 13.915 30.263
25.000 30.400 78.797 13.794 31.020
25.625 30.133 80.767 13.673 31.795
-29.525 42.536 103.500 21.000 100.000 100.000
-30.263 54.091 16.867 33.275 -33.275 106.088 21.525 102.500 100.000
-31.020 54.037 16.720 33.009 -33.009 108.740 22.063 105.063 -
-31.795 54.001 16.573 32.743 -32.743 111.458 22.615 107.689 -
20.000 90.000 25.000 100.000 191.260 100.000 -75.000 350.000 20.000 50.000
20.500 92.250 100.000 189.127 100.000 -150.000 364.000 35.200 25.000 33.600 -
21.013 94.556 192.066
21.538 96.920 195.078
-150.000 378.560 34.880 27.500 33.280 -
-150.000 393.702 34.560 30.000 32.960 -
100.000 75.000 -75.000 50.000 -50.000
76.875 -76.875 51.250 -51.250
78.797 -78.797
-
100.000 25.000 100.000 102.200 -102.200
400.000 181.500
724.500 220.000 665.500
320.000 160.000
1.658.296 1.438.579 1.163.983 1.144.214
35
Naast deze onderwerpen hebben wij vorig jaar in de meerjarenraming 2024-2026 al een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor in 2023 nog geen ruimte is, maar waar vanaf 2024 financieel al rekening mee is gehouden. Volledigheidshalve zijn deze onderwerpen hier ook opgenomen. Nr Onderwerp 1 Vervangen oeverbescherming ijssel 2 Bevorderen biodiversiteit 3 LED verlichting Stormpolder 4 Baggeren 5 Aanpassing Omloopstoep 6 Plantvakken Nw. Tiendweg 7 Groen gedeelte kwaliteit A 8 Extra bijdrage LOK 9 Kwaliteit & duurzaam zwembad Al verwerkt in de huidige begroting
Programma Ruimtelijk domein Ruimtelijk domein Ruimtelijk domein Ruimtelijk domein Ruimtelijk domein Ruimtelijk domein Ruimtelijk domein Maatschappelijk domein Maatschappelijk domein
2024 18.750 10.000 10.000 7.500 135.000 190.000 44.700 -
2025 18.600 10.250 9.920 33.000 7.440 194.750 9.943 73.600
2026 18.450 10.506 9.840 32.700 7.380 199.619 10.191 72.960
2027 18.300 10.769 9.760 32.400 7.320 204.609 10.446 72.320
415.950
357.503
361.646
365.924
36
3. Technische uitgangspunten kadernota 2024 VASTGESTELD IN COLLEGEVERGADERING VAN 28 MAART 2023
Doel: Vooraf vastleggen met welke technische uitgangspunten in de kadernota en de begroting 2024 wordt gewerkt. Zo maken we helder waarop de financiële uitkomsten van deze documenten gebaseerd zijn. Inleiding De afgelopen jaren werd het bepalen van de uitgangspunten voor de kadernota (en de begroting) omgeven door onzekerheden en onvoorspelbare ontwikkelingen. Daar waren verschillende oorzaken voor, zoals de coronacrisis, de gevolgen van de oorlog in Oekraïne voor prijsontwikkelingen en het kabinetsbeleid met betrekking tot de financieringssystematiek van gemeenten. Bij het opstellen van deze notitie voor de uitgangspunten 2024 is nog steeds veel onzeker, vooral waar het gaat om (de voorspelbaarheid van) loon- en prijsontwikkelingen en de ontwikkeling van de algemene uitkering. Maar ook de gevolgen van de coronacrisis en de gestegen energielasten op langere termijn zijn nog niet duidelijk. Onder normale omstandigheden bevat deze notitie technische uitgangspunten die onderbouwd worden met cijfers en feiten. Ook dit jaar is dat, ondanks alle onzekerheden, de opzet. Met de gegevens uit deze notitie gaan we vervolgens de kadernota (en de begroting) opstellen. Mogelijk is het evenals vorig jaar nodig om bij het opstellen van de begroting (of eerder) verschillende uitgangspunten bij te stellen.
De onzekerheden kunnen ook aanleiding zijn om een aantal scenario’s uit te werken, zodat vroegtijdig verkend kan worden welke gevolgen verschillende wendingen hebben. Zonder vooruit te lopen op de uitkomsten van het kadernota- en begrotingsproces is nu al duidelijk dat zonder oplossing voor het “ravijn” vanaf 2026 het presenteren van een sluitend meerjarenperspectief een enorme opgave betekent. Toch is het streven (zie ook onder “Financiële uitgangspunten”) een begroting met structureel meerjarig evenwicht, met het oog op gezonde gemeentefinanciën. I x r In 2022 kregen we te maken met ongekende inflatiecijfers. In de eindfase van de coronapandemie liepen de prijsindexen al op, maar een veel grotere stijging werd veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne. Met name energieprijzen gingen in korte tijd meerder malen “over de kop”. In navolging daarvan stegen vrijwel alle prijzen, voor zowel overheid als consumenten en bedrijven. Inmiddels lijken de energieprijzen weer enigszins te normaliseren, maar de markt blijf instabiel zolang de geopolitieke onrust voortduurt.
37
De grillige ontwikkeling van de inflatiecijfers leidde tot tussentijdse aanpassingen van de indexcijfers die we hanteren voor de meerjarenramingen. Uiteindelijk zijn voor de begroting 2023 de indexen uit de onderstaande tabel gebruikt: Indexering begroting (DEFINITIEF) bijgesteld obv MEV 2023 en college/coalitie 27-9
Algemene inflatie (lasten) Algemene inflatie (baten) Budgetten beheer buitenruimte Zorgkosten (OVA) Budgetsubsidies Project- en erkenningsubsidies Bijdragen gemeenschappelijke regelingen Salarissen Voorziening OK OZB ontwikkeling Heffingen en leges
Begroting 2023 correctie 2022 1,50%
index 2023 5,00% 5,00%
1,50%
5,00% 3,72%
1,50%
5,00%
1,50%
5,00% 4,80% 4,00%
1,50%
2,50% 4,00% 2,50%
Meerjarenraming
totaal 6,50% 5,00% 6,50% 3,72% 6,50% 6,50% 4,80% 4,00% 4,00% 4,00% 2,50%
2024 2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50%
2025
2026
2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50%
2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50%
De gebruikte percentages zijn behoorlijk ver verwijderd van de ontwikkeling van indexgetallen zoals de consumentenprijsindex (cpi; 10% over 2022). Dit komt door de wijze waarop gemeenten (niet) werden gecompenseerd. In de septembercirculaire werd namelijk tegen onze verwachting in geen bijstelling van het accres vanwege loon- en prijsontwikkeling opgenomen. In de begroting zijn in plaats van hogere indexen daarom stelposten voor stijging van energielasten (€ 1 mln aflopend) en contracten (€ 250.000) opgenomen. Inmiddels is bekend geworden dat via de meicirculaire gemeenten alsnog (gedeeltelijke) structurele compensatie ontvangen voor de loon- en prijsstijgingen in 2022. Samen met de opgenomen indexering en de stelposten moet dit voldoende zijn om de begroting 2023 op prijspeil 2023 te brengen. De lopende begroting is niet op budgetniveau bijgesteld naar prijspeil 2023. Er wordt nu echter geen extra generieke bijstelling voorgesteld. Op budgetten waar dit nodig is volgen voorstellen tot bijstelling via de gebruikelijke momenten bij begrotingswijzigingen. Daarbij wordt dan vanzelf ook het meerjarenbeeld bijgesteld. De nu voorgestelde indexering gaat dus uit van het huidige begrotingsniveau in 2023.
Begroting 2024 Algemene inflatie (lasten) 3,00% Algemene inflatie (baten) 3,00% Budgetten beheer buitenruimte 3,00% Zorgkosten (OVA) 5,00% Budgetsubsidies 3,00% Project- en erkenningsubsidies 3,00% Bijdragen gemeenschappelijke regelingen 8,40% Salarissen 5,00% Voorziening OK 3,00% OZB ontwikkeling 3,00% Heffingen en leges 3,00% Indexering kadernota
Meerjarenraming 2025 2026 2027 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 5,00% 5,00% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 5,00% 5,00% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
De Europese Centrale Bank (ECB) heeft als beleid dat zij de inflatie op 2% wil houden. In de meerjarige prognoses van de belangrijkste indexen voor (overheids)consumptie is dat beeld terug te 38
zien, hoewel nog een iets hogere prijsontwikkeling wordt verwacht. Uiteraard is veel afhankelijk van het verloop en de duur van de oorlog in Oekraïne en andere geopolitieke ontwikkelingen. Op basis van de ontwikkeling van de prijs bruto binnenlands product (pBBP), de consumentenprijsindex (cpi) en de prijs materiele overheidsconsumptie (imoc) in het Centraal Economisch Plan 2023 wordt voorgesteld om met een inflatiecorrectie van 3% in 2024 en 2,5% in de jaren erna te rekenen. De genoemde reeksen liggen de komende jaren verder uit elkaar dan voorheen, maar vertonen een vergelijkbaar (dalend) verloop. De voorgestelde percentages zijn een middenweg. De percentages worden ook toegepast op de baten. Conform de werkwijze van de afgelopen jaren wordt voor enkele uitgavencategorieën afgeweken van het algemene indexcijfer: • Budgetten voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen volgen voor het begrotingsjaar 2024 de vastgestelde begroting van de betreffende GR en het algemene percentage in de jaren daarna. Zolang de begroting nog niet is vastgesteld wordt het door de deelnemende gemeenten toegestane percentage gehanteerd. Voor de regio RotterdamRijnmond is dat 8,4%, inclusief correcties over 2021-2023. Voor de gemeenschappelijke regelingen die deels in een andere regio vallen volgen wij het indexpercentage dat vanuit die regio (Hollands Midden of Haaglanden) wordt opgelegd.
De GR IJsselgemeenten volgt de indexering van de gemeente Capelle aan den IJssel. Bij het opstellen van deze uitgangspunten lopen er met diverse gemeenschappelijke regelingen gesprekken over tussentijdse bijstelling van budgetten als gevolg van loon- en prijsstijgingen. De uitkomst daarvan wordt meegenomen bij het bepalen van nieuwe ramingen. • Salarissen: Onlangs is een nieuwe cao voor gemeenteambtenaren afgesloten, die loopt tot en met 1 januari 2024. Deze cao vormt het vertrekpunt voor indexering in de komende jaren. In de meerjarenraming 2024-2026 is rekening gehouden met jaarlijks 4%. In het CEP2023 zijn de verwachtingen voor de loonvoet in de sector overheid iets hoger, te weten: o 2024: 5,2% o 2025: 5,8% o 2026: 4,8% o 2027: 4,2% Voorgesteld wordt om voor 2024-2026 rekening te houden met een loonontwikkeling van 5% en in 2027 met 4%. Deze index wordt toegepast op zowel de salarislasten van eigen personeel als ook op inhuurbudgetten. • Zorgkosten In 2021 is besloten de vergoedingen voor zorgaanbieders voortaan aan te passen o.b.v. de zogenaamde OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling). Dit cijfer wordt gebaseerd op het CEP 2023 en gepubliceerd door de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit). Ook de VNG heeft gemeenten opgeroepen voortaan dit percentage te gebruiken voor de indexering van zorgkosten. De percentages voor 2024 en verder zijn nog niet bekend.
Daarom hanteren wij tot die tijd nog de index die ook voor salarissen geldt en vervangen die door de OVA zodra deze wordt gepubliceerd. Er moet al wel rekening worden gehouden met 1,02% extra verhoging van de basis in 2023 vanwege een bijstelling van het aanvankelijk afgegeven percentage voor 2023 van 3,72% naar 4,74%. De indexering wordt op individuele posten verwerkt, zodat de begroting volledig in lopende prijzen is opgesteld.
39
K r Voor diverse berekeningen in de kadernota worden de prognoses van aantallen woningen en inwoners gebruikt. Op basis van de nu bekende ontwikkelingen en verwachte woningbouw in de komende jaren, worden de volgende gegevens gehanteerd: Inwoners 0-19 jaar 20-64 jaar 65+ Totaal Woningen Aantal woningen
Begroting 2024 6.990 15.280 7.260 29.530
Meerjarenraming 2025 2026 2027 7.000 7.010 7.020 15.300 15.310 15.320 7.270 7.270 7.280 29.570
Stand per Begroting 1-1-2023 2024 12.572 12.576
29.590
29.620
Meerjarenraming 2025 2026 2027 12.645 12.880 13.048
Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering wordt in de kadernota en de begroting (2024) gebaseerd op de meicirculaire van het lopende jaar (2023). Vanwege de uitzonderlijke situatie met betrekking tot Corona (2020 en 2021) en de oorlog in Oekraïne (2022) is de afgelopen jaren van die werkwijze afgeweken en is de septembercirculaire gebruikt. Voor het opstellen van de begroting 2024 vormt in principe, volgens de vaste werkwijze, de meicirculaire de basis. Het afwachten van de septembercirculaire geeft ongewenste druk op de eindfase van het begrotingsproces en leidt vaak tot last-minute beslissingen, waarbij weinig ruimte meer is voor integrale afweging. Mocht de verwachting zijn dat ook dit jaar de septembercirculaire informatie bevat die van ingrijpend belang is voor de begroting, dan wordt in overleg met de toezichthouder beoordeeld of we opnieuw van de gebruikelijke lijn moeten/kunnen afwijken. In de meicirculaire 2023 wordt nog een forse accresverhoging verwacht vanwege extra compensatie voor prijsstijgingen in 2022 en de reguliere bijstelling voor actuele loon- en prijsindexcijfers. Zoals toegelicht in de paragraaf over indexeringen maken wij voor de indexering van lasten en baten voor zover wij die zelf kunnen bepalen gebruik van dezelfde bron: het Centraal Economisch Plan 2023.
Dit voorjaar moet duidelijk worden met welke oplossing het kabinet komt voor het zogenaamde “ravijn” vanaf 2026. De verwachting en toezegging is dat de meicirculaire hierover informatie zal bevatten. Vanwege de onzekere uitkomsten hiervan wordt in de voorbereidingen met een aantal scenario’s rekening gehouden. Begrotingsruimte vs. Onvoorzien In de financiële verordening 2023 (raad 20 april 2023) wordt opnieuw vastgelegd dat de post onvoorzien in de begroting € 0 bedraagt. Bij de presentatie van de begrotingsruimte wordt aandacht besteed aan de structurele begrotingsruimte, die aangeeft of de begroting structureel in evenwicht is. Incidenteel/structureel Om de structurele begrotingsruimte te kunnen bepalen wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele begrotingsposten. De toezichthouder heeft in een verduidelijkende notitie in 2021 meer handvatten gegeven. Daarbij geldt als vertrekpunt: “alle ramingen zijn structureel, tenzij …..” In de basis wordt hierbij naar het karakter van de begrotingspost gekeken en niet naar de betreffende uitgave/inkomst. Betreft het een structurele gemeentelijke taak en/of structureel beleid, 40
dan is de post in z’n geheel structureel. Wanneer eenmalige of tijdelijke elementen duidelijk te identificeren zijn, bijvoorbeeld op basis van een begrotingswijziging of ander besluit, worden deze als incidenteel gezien. In de Financiële verordening 2023 is dit voor Krimpen aan den IJssel verder uitgewerkt. Voor incidentele posten geldt een ondergrens van € 20.000. Rentepercentage leningen De afgelopen periode is de rente op de kapitaalmarkt gestegen tot een niveau van ruim 3% voor langlopende leningen. Dit heeft zoals bekend een relatie met de geopolitieke ontwikkelingen en de inflatiecijfers. De recente onrust op de financiële markten in verband met de situatie bij Credit Suisse en enkele Amerikaanse banken helpt ook niet om de rente laag te houden. De ECB heeft medio maart de depositorente weer met 0,5% verhoogd. Dat is de zesde verhoging met minimaal 0,5% sinds juli 2022. De verwachting is dat ook de komende maanden nieuwe renteverhogingen worden doorgevoerd door de ECB om de inflatie weer tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen. Begin maart heeft de gemeente een nieuwe lening van € 15 miljoen aangetrokken voor 25 jaar tegen een rente van 3,05%. Voor nieuw aan te trekken leningen wordt in de ramingen uitgegaan van 4% rente en een looptijd van 25 jaar.
Rekenrente De rekenrente of omslagpercentage is het percentage dat wordt gebruikt om de rentelasten te verdelen over de programma’s, aan de hand van de boekwaarde van de activa per programma. Deze rente maakt onderdeel uit van de kapitaallasten (samen met de afschrijvingen). De berekende renteomslag voor de begroting 2023 bedroeg 1,01%. Afgerond wordt 1,0% toegerekend. De nacalculatie van de renteomslag over 2022 bedraagt 0,78%. Voor de kadernota 2024 wordt opnieuw uitgegaan van 1,00%, ondanks de renteverwachtingen (zie hiervoor). Bij het opstellen van de begroting wordt een nieuwe berekening van de renteomslag voor 2024 gemaakt, die kan leiden tot aanpassing van dit percentage. Financiële kengetallen Er zijn geen normen vastgesteld voor de financiële kengetallen. In voorbereiding op de kadernota wordt dus geen rekening gehouden met effecten van ramingen op bijvoorbeeld schuldquote, belastingcapaciteit of solvabiliteit. In de kadernota wordt wel aandacht besteed aan deze kengetallen. Basis is ongewijzigd beleid Bij het opstellen van de cijfers voor de kadernota 2024 wordt uitgegaan van ongewijzigd beleid zoals dat tot en met de raadsvergadering van 20 april 2023 is vastgesteld. Alle wijzigingen daarop met financiële gevolgen worden zichtbaar gemaakt en inhoudelijk onderbouwd.
Daarbij worden autonome ontwikkelingen als onvermijdelijk gezien en verwerkt in het meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid. Nieuw beleid Intensivering van bestaand beleid en nieuw beleid worden in de kadernota apart opgenomen om tot een integrale afweging te kunnen komen. Hieronder vallen ook de uitvoering van nieuwe/gewijzigde wetgeving en de uitvoering van beleid waartoe inhoudelijk wel besloten is, maar waarvoor eerder nog geen financiële middelen zijn geregeld. In de voorbereidingen wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het in beeld brengen van alle onderwerpen waarvoor de komende jaren nieuw of extra geld nodig is. Hiermee wordt beoogd om bij de kadernota tot een integrale afweging te komen en te 41
voorkomen dat op willekeurige momenten vragen om extra geld met impact op de lopende begroting aan de raad moeten worden voorgelegd. Investeringsprogramma Het investeringsprogramma bevat alle voorgenomen investeringen op basis van meerjarenplannen (buitenruimte en vastgoed), nieuw beleid en eerder vastgestelde beleidsplannen (bijvoorbeeld IHP). In voorbereiding op de kadernota 2024 wordt een vervolg gegeven aan de integrale investeringsagenda. Daarmee wordt de basis onder het investeringsprogramma voor de eerstkomende jaren geactualiseerd. Bij investeringen waar sprake is van afschrijving start deze in het eerste jaar na ingebruikname/gereedkomen. Gesloten systeem openbare ruimte maatschappelijk nut Voor uitgaven en investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte is jaarlijks een vast bedrag beschikbaar. Door de stelselwijziging in 2017 is in de komende jaren nog sprake van een exploitatieoverschot dat vanaf 2021 wordt gestort in de bestemmingsreserve afschrijvingen maatschappelijk nut. Nieuwe uitgaven (zoals bijv. klimaat-adaptieve maatregelen) vallen in principe niet onder deze afspraak, maar worden afgeschreven ten laste van de exploitatie. Financiële uitgangspunten In de kadernota worden ieder jaar uitgangspunten opgenomen voor het opstellen van de begroting.
Vooruitlopend op de uitkomsten van de kadernota zijn de onderstaande punten onderdeel van die leidraad: • Ongewijzigd beleid is de basis; • Algemene uitkering volgt meicirculaire 2023; • Bijdragen aan gemeenschappelijke regeling volgen voor 2024 de vastgestelde begroting van de betreffende regeling; • Basis voor investeringen (in openbare ruimte, vastgoed en onderwijshuisvesting) zijn vastgestelde meerjarenplannen; • Alle opgenomen plannen/voorstellen zijn doorgerekend (m.a.w. geen PM-posten); • Gesloten systeem voor groot onderhoud en vervanging bestaande areaal openbare ruimte; • Gesloten systeem voor ruimtelijke projecten (MPG); • Sluitende begroting 2024, met structureel evenwicht; • Streven naar structureel evenwicht in alle jaren, in het besef dat er nog veel onzeker is; • Geen verdere lastenverzwaring voor de inwoners, maar wel: o Kostendekkende tarieven voor afval en riool meerjarig op 100% handhaven o Kostendekking begraafrechten stijgt door van 85% naar 90% o.b.v. het bestuursakkoord 2022-2026 • Op basis van eigen inzicht (voorzichtig) ramen; niet ‘toerekenen’ naar (oplopende) algemene uitkering; • Onzekerheden zoveel mogelijk neutraliseren en cumulatief ‘rijk’ of ‘arm’ rekenen voorkomen.; • Nieuw geld van het Rijk en door het Rijk opgelegde bezuinigingen worden budgettair neutraal verwerkt.
42
4. Formulieren nieuwe reserves 5A
Algemene reserves
5A4
Begrotingstekort(en)
Omschrijving/doel/achtergrond
Motieven voor instelling
Gemeenten krijgen in 2026 eenmalig 1 miljard euro extra van het kabinet. In dat jaar vloeit dan in totaal 36 miljard euro hun kant uit, 4 miljard minder dan in 2023. De 1 miljard betreft een eenmalige bijdrage die samenhangt met de voorgenomen andere manier van bekostigen van gemeenten na 2025. Dit staat bekend als het ravijnjaar (2026), inmiddels betreft het ravijnjaren. Sparen
(risico/sparen/egalisatie)
Datum instelling Einddatum
6 juli 2023
(bij bestemmingsreserves en voorzieningen)
Voedingswijze Mogelijkheden m.b.t. aanwending
€ 5.000.000 van het resultaat van de jaarrekening 2022. Aanwending kan plaatsvinden om de tekorten van 2026 en 2027 te dempen.
(voorbeelden)
Wijze van aanwending
Raadsbesluit
(raad/college)
Kaders (hoogtebepaling, maximum – minimum)
Verwacht verloop Bijzonderheden/toelichting: Gevraagde beslissing:
Financiële administratie
Loopt op termijn naar € 0 -
Deze algemene reserve in te stellen. Van het resultaat van de jaarrekening 2022 een bedrag à € 5.000.000 te doteren. 05000 Algemene reserves / RA004 Reserve begrotingstekort(en)
43
5B
Bestemmingsreserves
5B1
Bestemmingsreserves met specifiek doel
5B1c Maatschappelijk vastgoed (incl. onderwijshuisvesting voorzieningen) Omschrijving/doel/achtergrond
Datum instelling Einddatum
Bevordering van de (ver)bouwplannen in het kader van het integraal huisvestingsplan onderwijs en (ver)bouwplannen overig maatschappelijk vastgoed. 2 juli 2009 6 juli 2023
(bij bestemmingsreserves en voorzieningen)
Voedingswijze Mogelijkheden m.b.t. aanwending (voorbeelden)
Wijze van aanwending
In principe geen voeding meer, maar bij verkoop gemeentelijk vastgoed bekijken of “overwaarde” in deze reserve gestort kan worden. De reserve is bedoeld ter dekking van het toekomstbestendig maken van maatschappelijke voorzieningen en wordt in principe uitsluitend ingezet voor incidentele lasten, zoals restant boekwaarden, sloopkosten en tijdelijke huisvesting. Raadsbesluit
(raad/college)
Kaders
n.v.t.
(hoogtebepaling, maximum – minimum)
Verwacht verloop Bijzonderheden/toelichting:
Gevraagde beslissing:
Financiële administratie
Het vastgoed in de gemeente Krimpen is veelal in de jaren 70-80 van de vorige eeuw gerealiseerd. Dit betekent, dat de mogelijkheid bestaat, dat vastgoed binnen enkele jaren gerenoveerd dan wel vernieuwd zal moeten worden. Deze bestemmingsreserve op te heffen Het saldo van deze reserve à € 2.725.889 te doteren in de bestemmingsreserve Maatschappelijke voorzieningen 05010 Bestemmingsreserves / RB003 Reserve Maatschappelijk Vastgoed
5B1e Maatschappelijke voorzieningen Omschrijving/doel/achtergrond
Datum instelling
Toekomstbestendig maken van maatschappelijke voorzieningen inclusief bevordering van de (ver)bouwplannen in het kader van het integraal huisvestingsplan onderwijs en (ver)bouwplannen overig maatschappelijk vastgoed. 8 juli 2021 6 juli 2023 (vernieuwd)
Einddatum (bij bestemmingsreserves en voorzieningen)
Voedingswijze Mogelijkheden m.b.t. aanwending (voorbeelden)
Wijze van aanwending
Verkoop aandelen Eneco De reserve is bedoeld ter dekking van het toekomstbestendig maken van maatschappelijke voorzieningen. Raadsbesluit
(raad/college)
Kaders
n.v.t.
(hoogtebepaling, maximum – minimum)
Verwacht verloop Bijzonderheden/toelichting: Gevraagde beslissing: Financiële administratie
Deze reserve kan ook worden benut voor het vormen van kapitaallastenreserves. Van het resultaat van de jaarrekening 2022 een bedrag à € 939.197 te doteren. 05010 Bestemmingsreserves / RB011 Reserve Maatschappelijke voorziening
44
5B1i
Toekomstfonds
Omschrijving/doel/achtergrond
Motieven voor instelling
Om invulling te geven aan het ‘samen denken samen doen’ wordt een ‘Toekomstfonds’ gevormd. Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen een financiële impuls vragen voor initiatieven. Deze initiatieven moeten een bijdrage leveren aan een toekomstbestendig en veerkrachtig Krimpen aan den IJssel. Daarbij is het belangrijk dat initiatiefnemers ook zelf een grote bijdrage leveren aan het uitwerken en uitvoeren van het initiatief. Sparen
(risico/sparen/egalisatie)
Datum instelling Einddatum
6 juli 2023
(bij bestemmingsreserves en voorzieningen)
Voedingswijze Mogelijkheden m.b.t. aanwending
€ 1.000.000 van het resultaat van de jaarrekening 2022. Voorstellen vanuit de samenleving worden vooraf beoordeeld.
(voorbeelden)
Wijze van aanwending
Raadsbesluit
(raad/college)
Kaders (hoogtebepaling, maximum – minimum)
Verwacht verloop Bijzonderheden/toelichting: Gevraagde beslissing:
Financiële administratie
Loopt op termijn naar € 0 -
Deze bestemmingsreserve in te stellen. Van het resultaat van de jaarrekening 2022 een bedrag à € 1.000.000 te doteren. 05010 Bestemmingsreserves / RB016 Toekomstfonds
45