Informatieve commissie - warmteprogramma - introductie
Tekst van het document
Aanleiding en doel agenderen Warmteprogramma tijdens informatieve commissie De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw1) verplicht iedere gemeente om uiterlijk 31 december 2027 een warmteprogramma vast te stellen als opvolger van de Transitievisie warmte (TVW). Dit programma moet iedere vijf jaar geactualiseerd worden. We zijn voornemens om - gelijk aan de vaststelling van de omgevingsvisie - het voorstel aan de raad voor te leggen om geen wensen en bedenkingen in te dienen op het warmteprogramma. Aangezien dit voorstel in september 2026 samen met de terinzagelegging concept warmteprogramma aan de nieuwe raad zal worden voorgelegd willen we de raad eerst informeren over het Warmteprogramma. Het doel is om de raad bij te praten en te informeren over het Warmteprogramma, zowel wat betreft het doorlopen proces als inhoudelijk. En op deze wijze de raad goed voor te bereiden op voorstel om geen wensen en bedenkingen in te dienen. Werkvorm informatieve commissie Tijdens de bespreking zal aan den hand van een presentatie worden toegelicht welk proces is (en wordt) doorlopen om tot een vastgesteld warmteprogramma te komen. En zal worden toegelicht wat er in het warmteprogramma komt te staan. Daarna (en tijdens) is er ruimte voor het stellen van vragen en meegeven van suggesties.
Deze notitie wordt toegezonden ter voorbereiding en bevat de relevante links naar eerdere raadsinformatiebrieven. Onderstaande toelichting zal ook tijdens de presentatie aan de orde komen. Het warmteprogramma – nadere toelichting Er wordt op dit moment gewerkt aan het opstellen van eerste het Warmteprogramma voor de gemeente Krimpen aan den IJssel, dit programma heeft betrekking op de periode tot en met december 2035. Hierin beschrijven we onze plannen voor de verduurzaming van wijken voor de komende 10 jaar. Het kan daarbij zowel gaan om isolatie als om de overstap op een duurzaam alternatief voor aardgas. Hierdoor weet iedereen wat er gaat gebeuren in een gebied en kunnen eigen verduurzamingskeuzes worden afgestemd op het toekomstige warmtealternatief. Ook partners, zoals woningcorporaties en netbeheerders, kunnen hiermee rekening houden in hun plannen. Totstandkoming & vervolgstappen Voor het opstellen en vaststellen van het warmteprogramma worden 4 stappen doorlopen. Op dit moment zijn we aan het eind van stap 3 beland. Stap 1: Verkennen, voorbereiden en richting geven Deze stap heeft zich gericht op het ophalen van de inzichten en feitenanalyse. Hiermee is vervolgens het inhoudelijke gesprek over de invulling van het warmteprogramma gevoerd (stap 2).
Onderdeel van de eerste stap is ook het uitwerken van de basisvoorwaarden en ophalen van aandachtspunten bij bewoners, ondernemers en de raad. In het eerste kwartaal van 2025 zijn de inzichten tot dan toe in een raadsvoorstel uitgewerkt en aan de raad voorgelegd. Dit heeft geleid 1 Naar verwachting treedt de Wgiw 1 januari 2027 inwerking. Hierna kan het programma formeel worden
vastgesteld. 1 van 6
tot de vaststelling van enkele basisvoorwaarden (zie hieronder uitgewerkt). De uitkomsten van stap 1 zijn en startnotitie en participatieplan die door het college zijn vastgelegd en gedeeld met de raad (zie raadsinformatiebrief over de startnotitie en participatieplan Vergadering College van B&W 22-07-2025 Gemeente Krimpen aan den IJssel) Stap 2: Verdiepen en vormgeven Deze stap heeft zich gericht op het uitwerken van de inhoudelijke vereisten van het Warmteprogramma, namelijk een terugblik en een vooruitblik. De vooruitblik is uitgewerkt en onderbouwd op basis van diverse onderzoeken, waaronder de startanalyse PBL (Planbureau voor de leefomgeving) en de eerder uitgevoerde onderzoeken naar de haalbaarheid van warmtenetten in de gemeente. Op basis van deze inzichten is een globaal warmteprogramma geschreven, met de belangrijkste onderwerpen en keuzes. Stap 3: Toetsen en verfijnen Stap 2 en 3 zijn deels parallel aan elkaar uitgevoerd. De nadruk binnen deze stap ligt op het verfijnen en vooral verwerken van input van de stakeholders. Stakeholders zijn, zoals in het praticipatieplan omschreven gevraagd mee te denken. De inzichten zijn gebruikt om het Warmteprogramma verder uit te werken en te voorzien van een gedegen onderbouwing. Tijdens deze fase is ook het participatieverslag opgesteld, hierin staat hoe de uitkomsten van de participatie zijn meegenomen in het programma.
Deze stap is in de afrondende fase. De laatste stakeholders worden benaderd en de input wordt verwerkt. Het resultaat van deze stap is het concept warmteprogramma, inclusief participatieverslag dat het formele besluitvormingsproces in gaat. Deze wordt in september opgeleverd. Stap 4: Vaststellen De laatste stap is de stap van besluitvorming, Het college legt het concept warmteprogramma 6 weken ter inzage. Tijdens de terinzagelegging kan iedereen zienswijzen inbrengen. Tijdens deze fase wordt de raad actief betrokken. Zij krijgt het concept Warmteprogramma voorgelegd in een raadsvoorstel. Alle zienswijzen worden behandeld en wordt bepaald of het concept warmteprogramma aangepast zal worden. Er wordt een nota van antwoord opgesteld, waarin de gemeente reageert op alle zienswijzen. Hierna volgt de formele vaststelling door het college en bekendmaking van het warmteprogramma. Deze stappen zijn in de startnotitie en participatieplan uitgewerkt en door het college vastgesteld en via raadsinformatiebrief aan de raad toegelicht. Ambitie & doel De ambitie van de gemeente is klimaatneutraal en toekomstbestendig in 2050. Voor het warmteprogramma vertaalt dit zich naar aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050.
Wij willen met dit warmteprogramma de bewoners en eigenaren van gebouwen in de gemeente inzicht geven hoe op termijn verwarming aardgasvrij kan plaatsvinden en vanuit welke voorwaarden we werken. Hiermee willen we belanghebbenden, zoals bewoners, ondernemers, woningcorporaties en netbeheerders, handelingsperspectief geven.
2 van 6
Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden nemen we op in het Warmteprogramma en zijn het kompas voor de verdere uitwerken van dit en volgende Warmteprogramma's. Hiermee is duidelijk vanuit welke waarde het programma wordt vormgegeven en proberen we voor de belanghebbende een heldere en vaste koers te varen. In het warmteprogramma wordt toegelicht wat de basisvoorwaarden wel en niet zijn. En dus ook wat bewoners van de gemeente mogen verwachten. Hieronder wordt toegelicht wat de basisvoorwaarden zijn en dus ook wat bewoners van de gemeente mogen verwachten. Dit zijn de voorwaarden zoals besproken met en vastgesteld door de raad. Hieronder zijn de basisvoorwaarden opgesomd en toegelicht. Naar aanleiding van input die tijdens stakeholder gesprekken en bewonersbijeenkomst is opgehaald, zijn de basisvoorwaarden, ten opzichte van het raadsvoorstel, nader toegelicht en aangescherpt. Dit leidt tot de volgende basisvoorwaarden die we gebruiken als kompas voor het vormgeven van de warmtetransitie in onze gemeente: • • •
•
•
De energievoorziening moet betrouwbaar zijn/blijven. We vinden het belangrijk dat Krimpenaren erop kunnen rekenen dat er altijd voldoende energie is om te gebruiken. De energie moet duurzaam worden. De overstap naar aardgasvrij moet bovendien leiden tot duurzame technieken. Hierdoor dragen we bij aan minder CO₂-uitstoot. Iedereen weet hoe hij/zij duurzame stappen kan zetten. We streven ernaar om de overstap naar duurzame verwarming zo duidelijk mogelijk te maken. We geven inwoners tips om zelf iets te doen. Ze krijgen een stappenplan en niet alleen uitleg over het eindresultaat. Die informatie moet kloppen en voor iedereen beschikbaar zijn. Het is van belang dat inwoners weten welke partijen eerlijk en goed werk kunnen leveren. Iedereen moet mee kunnen doen. De overstap naar duurzame verwarming lukt alleen als alle inwoners mee kunnen doen. Het is belangrijk dat iedereen de overstap kan betalen. Er moet voldoende begeleiding en financiële ondersteuning zijn voor de eigenaar van een gebouw. We gaan stap voor stap te werk. En we gaan pas van het aardgas af als er goede andere manieren van verwarmen zijn voor iedereen. We weten ook dat deze overstap veel meer is dan een technische operatie. Daarom hebben we ook oog voor wat de verandering voor inwoners betekent. Zo voorkomen we dat mensen afhaken.
De gemeente is koersvast: Hierbij is de inzet van de gemeente zo veel mogelijk consistent te zijn, ook als op landelijk niveau de regels wel veranderen. De gemeente wil met deze basisvoorwaarde niet alleen maximaal inzetten op een duidelijke koers, maar hiermee ook aan het Rijk laten weten dat helderheid en niet steeds veranderende regels belangrijk zijn. We geven invulling aan deze basisvoorwaarde door bijvoorbeeld te kiezen voor het opstellen van een uitgebreid Warmteprogramma. Hiermee geven we de inwoners, gebruikers en eigenaren langjarig inzicht in welke oplossingen voor aardgasvrij in welke buurt het beste zijn. Zo kunnen inwoners en gebouweigenaren bij het nemen van maatregelen (nieuwe keuken, verbouwing en/of verhuizing) rekening houden met de
3 van 6
•
aardgasvrije mogelijkheden. Door dit te benoemen, verplichten we onszelf om bij innovaties of veranderende regels/bijdragen uit het Rijk kritisch te kijken naar de impact van een eventuele koerswijziging op onze inwoners en belanghebbenden. Het verplicht ons om niet met elke wind mee te waaien, maar langjarig vooruit én terug te kijken. En steeds een duidelijk perspectief te bieden. Het verplicht ons ook om onze koers en keuzes te onderbouwen, met name als het toch leidt tot een kleine koerswijziging. De lusten en de lasten zijn eerlijk verdeeld. We kiezen voor beleid dat rechtvaardig is. De centrale vraag is steeds: hoe we zorgen dat de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden? Hierbij gaat het begrip lusten en lasten niet alleen om financiële aspecten, maar juist ook over de impact op de leefomgeving. Denk hierbij aan het gebruik van ruimte en geluidsoverlast. We zijn ons bewust van het feit dat er verschillende beelden zijn van het begrip eerlijk en dat een bepaalde oplossing en de mate van lusten en lasten, niet door iedereen hetzelfde gewaardeerd zal worden. Juist door het streven naar eerlijke verdeling van de lusten en lasten en dit ook expliciet te benoemen, willen we borgen dat bij het vormgeven van de transitie stil wordt gestaan bij de verschillende belevingen hiervan. En hoe deze op verschillende plekken landt én beleefd wordt.
Samen moeten we komen tot oplossingen waarbij we ons richten op een breed gedragen gevoel van rechtvaardigheid is. Hiermee wordt niet voorkomen dat er ook lasten zijn of dat er bewoners liever andere keuzes hadden gemaakt. De transitie zal voor sommigen leiden tot overlast en/of niet gewenste keuzes, er zijn vaak kosten aan verbonden. Wat we hiermee wel willen bereiken is dat er tijdig en transparant samen wordt gesproken én nagedacht over de lusten en de lasten en de meest eerlijke verdeling hiervan.
Drie sporen aanpak Het warmteprogramma hoeft formeel alleen maar inzicht te geven in die gebieden waar de aanwijsbevoegdheid2 wordt ingezet. We kiezen ervoor om op korte termijn geen gebruik te maken van de aanwijsbevoegdheid. Tegelijkertijd laten we wel zien welke oplossingsrichtingen kansrijk zijn. Op deze manier willen we alle bewoners/eigenaren en belanghebbenden handelingsperspectief bieden en kunnen bewoners/eigenaren/bedrijven op voor hun optimale tijdspad toewerken naar de overstap op aardgasvrij. We geven eventuele bewonersinitiatieven de ruimte en ondersteunen deze waar mogelijk. Tot 2050 worden de warmteprogramma’s elke 4 jaar herzien, tot 2050 worden er dus nog 4 warmteprogramma’s opgesteld. In dit Warmteprogramma ligt de nadruk op isoleren. In de warmteprogramma’s vanaf 2031 kunnen wijkaanpakken onderdeel van het programma worden, gericht op het waar nodig verder isoleren én het aardgasvrij maken van de woningen door de inzet van (hybride) warmtepompen. Meer inzicht in de mogelijkheden is gewenst. De drie-sporen
2 Met de aanwijsbevoegdheid kunnen gemeenten vanuit hun regierol gebieden aanwijzen die binnen een
bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden en overgaan op een duurzame warmtevoorziening. Door per gebied of wijk aan de slag te gaan, kunnen gemeenten samen met bewoners, gebouweigenaren en partners een zorgvuldig proces doorlopen. Met het inzetten van deze bevoegdheid worden grote maatschappelijke kosten voorkomen die gepaard gaan met de instandhouding van slechts 1 of meerdere gasaansluitingen in een wijk of buurt. 4 van 6
aanpak, hieronder schematisch weergegeven over de tijd, wordt nader toegelicht.
Spoor 1 - Isolatieprogramma Het Warmteprogramma 2026 – 2035 legt de focus op energie besparen, waarbij inwoners/gebouweigenaren de regie hebben over wat wanneer wordt gedaan. De gemeente faciliteert en ondersteunt waar nodig en waar mogelijk. De hoofdboodschap is dat isoleren leidt tot meer comfort en een lager energieverbruik en daarmee tot lagere energiekosten. Daarnaast is isoleren de eerste stap naar het volledig aardgasvrij gaan verwarmen. De realisatie van het isolatieprogramma is geborgd in het duurzaamheidsprogramma van de gemeente. Spoor 2 – Onderzoek Parallel aan het isolatieprogramma zal nader onderzoek plaatsvinden over de manier waarop woningen aardgasvrij kunnen worden. Hiermee geven we invulling aan de basisvoorwaarde “iedereen met mee kunnen doen”. Specifiek zal worden uitgezocht welke mate van isolatie nodig is om over te kunnen stappen naar individuele verwarming met een elektrische warmtepomp. Hierbij wordt opgetrokken met landelijke en regionale onderzoeksprogramma’s en gebruikgemaakt van inzichten die volgen uit pilots elders in het land. We houden nieuwe ontwikkelingen in de gaten om te voorkomen we dat we kansen mislopen. Concreet werken we samen met de Energieregio Rotterdam Den Haag (RES) aan het verbeteren van de financiële instrumenten voor de realisatie van warmtenetten.
Dat kan er op termijn toe leiden dat de uitrol van lokale laagtemperatuur warmtenetten wel haalbaar wordt. Voor de Stormpolder wordt op basis van het globale haalbaarheidsonderzoek het gesprek met ondernemers opgestart. Tijdens de bewonersbijeenkomst is de wens uitgesproken om nu al te beginnen met pilotprojecten. Hierbij gaat het om het (extra) ondersteunen van inwoners/gebouweigenaren die nu al de stap naar aardgasvrij willen maken. Deze initiatieven kunnen als voorbeeld/succesverhaal dienen voor buurtgenoten én de ervaringen die worden opgedaan kunnen worden meegenomen in de volgende warmteprogramma’s / wijkaanpakken. Spoor 3 – wijkaanpakken Op basis van de ervaringen opgedaan in spoor 1 en de inzichten die voortkomen uit spoor 2 wordt voor de langere termijn een wijkaanpak uitgewerkt. In aanloop naar de volgende warmteprogramma's worden logische buurten of wijken geïdentificeerd en een wijkaanpak uitgewerkt. Vanaf 2031 zal de isolatieaanpak naar verwachting steeds minder aandacht vragen en de inzet verschuiven naar wijkaanpakken, gericht op het aardgasvrij maken van hele buurten en wijken. 5 van 6
Extra informatie Hieronder een overzicht van raadsinformatiebrieven en raadsvoorstel gerelateerd aan het Warmteprogramma: - 13 juni 2023: Raadsinformatiebrief uitkomsten haalbaarheidsonderzoek warmtenetten - 8 november 2024: Raadsinformatiebrief aan de raad over start opstellen warmteprogramma - 11 februari 2025: Raadsvoorstel vaststellen basisvoorwaarden - Maart 2025: Ambitiedocument duurzaamheid 2025-2028 - 22 juli 2025: Vergadering College van B&W 22-07-2025 Gemeente Krimpen aan den IJssel (startnotitie en participatieaanpak) - 25 maart 2026: Ingekomen stukken RIB Uitkomsten onderzoek kansen warmtenet Stormpolder Gemeente Krimpen aan den IJssel
6 van 6