D66 - AB Kadernota 2022
Tekst van het document
Schriftelijke inbreng raadsbehandeling Kadernota 2022.
De door het college aan de raad voorgelegde kadernota 2022 leidt bij de D66 fractie tot gemengde gevoelens. Niet in de zin van zowel positief als negatief, maar helaas zijn dit vooral verschillende gradaties van negatief. We zijn teleurgesteld, verbaasd, onaangenaam verrast. We zijn teleurgesteld dat nog steeds geen compensatie is gevonden voor het structureel inkomstenverlies ten gevolge van de verkoop Eneco-aandelen. Ook in deze kadernota geen enkel deugdelijk voorstel voor compensatie. We zijn verbaasd over de vermenging van de discussie over beleidskaders voor de meerjarenbegroting 2022-2025 met gevraagde besluitvorming over besteding van de Eneco-reserve. We zijn onaangenaam verrast door het in de publiciteit brengen van onderdelen van een investeringsprogramma dat is gebaseerd op het besteden van de Eneco-reserve, wat heeft geleid tot een reactie van DCV op plannen die niet door de raad zijn vastgesteld. Is het college het met de D66 fractie eens dat door het voortijdig naar buiten brengen van plannen in de samenleving verwachtingen worden gewekt die een druk leggen op besluitvorming door de raad en al snel leiden tot teleurstellingen bij betrokken partijen? Afwegingskader voor toekomstig bestuur Het college geeft in haar voorwoord aan dat voor het besturen van Krimpen een afwegingskader nodig is.
En wie schetst onze verbazing dat het college daarvoor maar liefst twee decennia teruggrijpt. Alsof sinds 2003 de tijd heeft stilgestaan, de omstandigheden waarin toekomstgericht bestuurd moet worden niet fundamenteel veranderd zijn. Deze benadering is misschien wel de beste illustratie van het gebrek aan visie, het gebrek aan bestuurskracht van dit college. Uit deze kadernota blijkt dat het college onvoldoende in staat is om de uitdagingen van het heden het hoofd te bieden, oplossingen te vinden om de precaire financiële situatie te verbeteren. Maar het college kiest voor de vlucht naar voren, het presenteren van een integraal investeringsprogramma dat gebaseerd is op het strooien met de miljoenen uit de Eneco-reserve. Vermenging kadernota met besluitvorming Eneco-reserve D66 vindt de door het college gekozen route om het vaststellen van beleidskaders voor 2022-2025 te vermengen met voorstellen voor besluitvorming over de Eneco-reserve op zijn minst verwarrend en eigenlijk ongewenst. In de kadernota neemt het college een voorschot op gevraagde besluitvorming over de Eneco-reserve door ervan uit te gaan dat het voorstel door de raad zal worden aanvaard.
Daarmee wordt enerzijds de besluitvorming van de raad over de reserve door het college zwaar onder druk gezet en wordt anderzijds besluitvorming over de kaders voor de begroting 2022-2025 ernstig vertroebeld doordat hierin wordt vooruitgelopen op besluitvorming over de reserve. Deze situatie leidt tot het inbrengen van een afhankelijkheidsrelatie tussen twee op zich zelf staande beslissingen van de raad en daarmee een onzuivere afweging. 1
Wat D66 betreft is dit niet het geschikte moment om te besluiten over besteding van de Eneco-gelden, er is geen enkele dringende reden, besluitvorming kan zonder enige nadelige consequentie prima op een later tijdstip plaatsvinden. Over het eigen graf regeren Waarom meent het college dat het gepast is om over zijn eigen graf heen te regeren? Over 9 maanden zit de bestuursperiode van dit college er op. Het kan toch niet zo zijn dat bij het scheiden van de markt nog even snel beslissingen worden genomen over een reserve van nu nog ruim 17 miljoen euro. Er is toch geen enkele noodzaak om nu, in juli 2021 verstrekkende beslissingen over de besteding te nemen, terwijl er geen enkel afwegingskader is vastgesteld. De D66 fractie wil de collega raadsfracties aansporen om de aanbevelingen van Deloitte, voortkomend uit een analyse van de voorstellen van de raadswerkgroep Enecogelden, op te volgen en de Enecogelden te reserveren tot beleidsdoelstellingen, criteria en kansrijke voorstellen concreet zijn uitgewerkt. Raadswerkgroep Eneco-gelden Want hoe teleurstellend is de uitkomst van de raadswerkgroep Enecogelden. Het college was niet in staat om bij de kadernota 2021 een compensatie te vinden voor het weggevallen dividend en daarmee een structureel inkomensverlies van ruim 300.000 euro per jaar. Een raadwerkgroep moest dan maar de kooltjes uit het vuur halen.
Vanaf het begin heeft D66 zich verzet tegen deze vermenging van rollen tussen college en raad. En wat is het resultaat? Een waslijst van maar liefst 33 voorstellen voor besteding van de opbrengst van de verkoop Eneco-aandelen. Maar op geen enkele manier zicht op compensatie van het structurele inkomstenverlies. En dat wetende alsnog 10.000 euro uitgeven voor een advies van Deloitte, waarbij gevraagd wordt naar de bekende weg. Graag horen we van onze collega raadsfracties en van het college een reflectie op zowel het proces als de uitkomsten daarvan. Feit is dat het college niet in staat is om compensatie te vinden voor de weggevallen dividendinkomsten. Ja, er wordt geschermd met de intekening op preferente aandelen Stedin die zou leiden tot jaarlijkse inkomsten van ruim 40.000 euro. Maar als met deze intekening het vrijwel zeker is dat er geen dividend op het bestaande aandelenpakket meer zal worden uitgekeerd, dan is het toch te gek voor woorden om die inkomsten te betitelen als compensatie voor het weggevallen Eneco-dividend? Met dit preferente aandelenpakket wordt de inkomenspositie per saldo alleen maar slechter! En vervolgens wordt een besparing door verduurzaming vastgoed aangemerkt als alternatieve inkomsten voor weggevallen dividend. Daarvoor moet wel 1 miljoen uit de reserve worden ingezet.
We vragen het college voor welke verduurzaming en voor welk vastgoed ze deze besparing meent te kunnen inboeken.
2
Voorgestelde besluitvorming Eneco-reserve De manier waarop dit college omgaat met de gelden die de gemeente heeft ontvangen bij de verkoop van het aandelenpakket Eneco, 27,6 miljoen euro, is teleurstellend. Inmiddels is het college er in geslaagd om van de raad toestemming te krijgen om daarvan 10 miljoen te besteden. 7 miljoen ter herstel en versterking van de weerstandscapaciteit en 2,49 miljoen voor een boekhoudkundige dekking van het structurele dividendverlies, de zo genoemde reserve overrente. Met deze operatie is kennelijk voor het college de noodzaak verdwenen om structureel andere inkomsten te genereren ter compensatie van het dividendverlies. En nu komt het college met een voorstel waarin bestemmingen worden gekozen die op zijn minst discutabel zijn. Dit nog afgezien van het feit dat het naar het oordeel van de D66 fractie ongepast is dat het college op dit moment in zijn bestuursperiode, die over 9 maanden eindigt, besluiten voorlegt die veel verder reiken dan het democratisch mandaat. Zonder in te gaan op de details van de voorstellen moeten we vaststellen dat er door de gemeenteraad geen enkel afwegingskader is vastgesteld om tot de voorstellen te komen. Het college formuleert haar eigen overwegingen maar dat lijkt wel heel erg op wat men in Duitsland noemt “hineininterpretieren”.
Wat D66 betreft moet de besteding van deze reserve structureel ten goede komen aan de totale Krimpense gemeenschap en moet de raad zich eerst uitspreken over gewenste bestemmingen. Wij horen graag van de wethouder van financiën welke overwegingen vanuit zijn specifieke verantwoordelijkheid voor het financieel beleid ten grondslag liggen aan zijn instemming met deze voorstellen. Ongebreidelde bestedingsdrift Het geheel van kadernota en voorstel besteding Eneco-reserve overziend kunnen wij niet anders dan concluderen dat dit college onvoldoende in staat is om in het hier en nu te besturen. Het college is onvoldoende in staat om de precaire financiële situatie van de gemeente structureel te verbeteren. Met wat lapwerk en boekhoudkundige verschuivingen wordt een sluitend begrotingsbeeld gepresenteerd. Maar het college weet dat de werkelijkheid achter de cijfers is dat er ook in 2021 een behoorlijk tekort zal ontstaan. En dat zal in 2022 niet anders zijn. Het college zou beleidsvoorstellen moeten doen om tot een structureel gezonde financiële situatie te komen. Maar die voorstellen zien wij niet. In plaats daarvan kiest het college de vlucht naar voren, met een ongebreidelde bestedingsdrift van miljoeneninvesteringen. Maar bij D66 beklijft het gevoel dat ondertussen de Eneco-reserve er doorheen wordt gejaagd. Het college heeft nog 9 maanden om staand beleid uit te voeren.
Maar zeker geen 9 maanden om te besluiten over nieuw beleid met grote investeringen die verstrekkende gevolgen hebben voor het toekomstige gemeentebestuur.
3
Wat D66 betreft pakt de raad nu haar kaderstellende rol weer op zoals het hoort: laten we kaders stellen voor een beleidsarme kadernota waarin geen nieuw beleid wordt vastgesteld dat over de zittingstermijn van dit college gaat; laten we ook eerst kaders stellen voor toekomstige besteding van de miljoenen uit de Eneco-gelden. D66 roept de collega fracties op om nu het juiste te doen voor Krimpen aan den IJssel. Laten we voorkomen dat we nu overhaast, zonder heldere kaders en zonder concrete voorstellen miljoenen uit een kostbare reserve toebedelen. Zoals het college zelf zegt: we kunnen een incidentele reserve maar één keer uitgeven, we moeten er dus zorgvuldig mee omgaan. Laten we daarom als raad prudent en weloverwogen hierover beslissen.
4