bijlage - Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) 2023-2027
Tekst van het document
Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2027
Definitief: 11 oktober 2022
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
Inhoud Inhoud .............................................................................................................. 2 Samenvatting ................................................................................................... 3 Evaluatie ............................................................................................................ 3 Beleid ................................................................................................................. 3 Areaal ................................................................................................................. 4 Strategie ............................................................................................................ 4 Rioolheffing ....................................................................................................... 4 Inleiding ............................................................................................................ 5 Aanleiding ......................................................................................................... 5 Historie riolering ............................................................................................... 5 Historie riolering Krimpen aan den IJssel ....................................................
6 Wettelijk kader .................................................................................................. 7 Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie .......................................................... 7 Bestuursakkoord water.................................................................................... 7 Evaluatie ........................................................................................................... 8 Plannen en onderzoeken ................................................................................ 8 Projecten ........................................................................................................... 9 Onderhoud ..................................................................................................... 13 Meten en monitoring .................................................................................... 14 Personeel en Financiën ................................................................................. 15 Beleid .............................................................................................................. 16 Invulling watertaken ....................................................................................... 16 Strategische doelen .......................................................................................
17 Areaal .............................................................................................................. 24 Aangesloten panden ..................................................................................... 24 Vrijverval riolering .......................................................................................... 24 Mechanische riolering ................................................................................... 26 Overstorten en bergbezinkbassins ............................................................. 26 Drainage en grondwatermeetnet ............................................................... 27 Duikers en bruggen ....................................................................................... 27 Kolken en lijngoten ........................................................................................ 27 Strategie ......................................................................................................... 28 Projecten ......................................................................................................... 28 Onderhoud ..................................................................................................... 31 Monitoring en advisering ............................................................................. 33
Subsidies ......................................................................................................... 34 Middelen ........................................................................................................ 35 Personele capaciteit ...................................................................................... 35 Rioolheffing ..................................................................................................... 35
Bijlage 1. Wegingsfactoren bepalen stabiliteit ......................................... 37 Bijlage 2. Overzicht gemalen ....................................................................... 38 Bijlage 3. Overzicht gemengde overstorten ............................................. 40 Bijlage 4. Gemengde overstorten op kaart ............................................... 43 Bijlage 5. Exploitatie riolering (2023) .......................................................... 44 Bijlage 6. Meerjarenplanning buitenruimte............................................... 45 Bijlage 7. Eenheidsprijzen vervanging riolering ....................................... 47 Bijlage 8. Rioolheffing ................................................................................... 48 Bijlage 9. Jaarraport monitoring riolering en gemalen ........................... 49
2
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
Samenvatting Voor u ligt het Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) van de gemeente Krimpen aan den IJssel voor de periode 2023-2027. Het GRP is opgesteld in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Riolering wordt door de meeste mensen als vanzelfsprekend ervaren. Toch is de aanleg van riolering in de 20e eeuw een van de belangrijkste ontwikkelingen geweest bij de verbetering van de volksgezondheid. Het aantal sterftes door ziektes als cholera en tyfus is door de aanleg van riolering drastisch verminderd. Het is daarom dat de riolering een aparte positie inneemt binnen het gemeentelijk takenveld en de gemeente een aparte heffing voor de riolering kan innen.
EVALUATIE Het GRP start met een evaluatie van de activiteiten in de afgelopen planperiode. De afgelopen periode zijn veel rioolvervangingsprojecten uitgevoerd. In vrijwel alle gevallen is hierbij verhard oppervlak afgekoppeld van de riolering. Dit houdt in dat regenwater dat op de openbare verharding valt, niet langer ingezameld wordt in de gemengde riolering, maar met een aparte leiding afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater. Bij de meeste projecten is drainage aangelegd of is het hemelwaterriool uitgevoerd als DT-riool (Drainage Transport riool, een combinatie van hemelwaterriool en drainage). De riolering in Oud-Krimpen is voor een deel de afgelopen jaren vervangen en wordt voor een deel de komende jaren vervangen. Omdat het een wijk betreft met laaggelegen niet onderheide woningen en weinig oppervlaktewater, is veel onderzoek verricht om ook in de toekomst wateroverlast zoveel als mogelijk te voorkomen.
Ook voor de gehele gemeente is een stresstest voor extreme neerslag uitgevoerd. De berekende wateroverlastlocaties zijn bij de gemeente allemaal bekend, en zijn locaties waar vaak in het verleden ook al maatregelen genomen zijn. Het betreft delen van de Stormpolder, OudKrimpen, de Lekdijk, de Breestraat en een aantal panden aan de IJsseldijk. Voor de rest van Krimpen aan den IJssel geldt dat de woningen hoog en droog boven de weg zijn gelegen. Het risico van water in het pand is daarom zeer beperkt. Het onderhoud aan de verschillende voorzieningen is de afgelopen conform planning uitgevoerd.
BELEID Belangrijkste aandachtspunt voor de komende periode wordt klimaatverandering. Bij ontwerp van een nieuw stelsel wordt getoetst met zwaardere buien en moet een ruime berging aanwezig zijn in de openbare ruimte, zodat overlast in woningen en winkels wordt voorkomen. Bij nieuwbouwontwikkelingen is het uitgangspunt het afvloeiend hemelwater van openbare verharding zoveel mogelijk vertraagd te laten afstromen naar het oppervlaktewater of te infiltreren in de ondergrond. Bij nieuwbouw en omvangrijke reconstructie is aandacht voor het toekomstige klimaat. QuaWonen en gemeente Krimpen aan den IJssel stemmen af op welke wijze de ontwikkeling anticipeert op hitte, extreme neerslag en langdurige droogte. Hierbij is zowel aandacht voor de plek zelf als de directe omgeving Nieuw ten opzichte van het voorgaande GRP is het beleid ten aanzien van aansluitleidingen. De aansluitleidingen zijn tot aan het openbaar riool eigendom van de perceeleigenaar. Tot op heden was de perceeleigenaar daarom verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gehele aansluitleiding. Met ingang van 1 januari 2023 zorgt de gemeente voor het onderhoud van een deel van de aansluitleiding. De gemeente onderhoudt de perceelaansluitleiding: het deel van de aansluitleiding vanaf de perceelsgrens / ontstoppingsstuk tot aan het aansluitpunt op het openbare riool. De eigenaar van een gebouw
3
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
is vanaf 1 januari 2023 alleen nog maar verantwoordelijk voor het onderhoud aan de terreinleiding: het deel van de aansluitleiding vanaf het gebouw tot aan de perceelsgrens / ontstoppingsstuk. De eigendomssituatie blijft ongewijzigd.
AREAAL De gemeente beheert totaal 210 kilometer vrijverval riolering. Door nieuwbouw en afkoppelen bij reconstructies is de lengte vrijverval riolering ten opzichte van het GRP 2018-2022 met 32 kilometer toegenomen. Het stelsel van de gemeente heeft een jonge leeftijd, met weinig oude riolering. 78% van de buizen is aangelegd na 1990. Slechts 5% van de riolering is aangelegd voor 1970.
RIOOLHEFFING Het beleid in dit GRP leidt niet tot wijzigingen in de exploitatiebegroting of meerjarenplanning. De heffing in 2023 is conform begroting € 174,15 eigenarendeel en € 72,60 gebruikersdeel. Voor 2024 en de jaren daarop volgend is de verwachte stijging 1,0% (exclusief inflatiecorrectie). De komende jaren wordt de voorziening afgebouwd. Vanaf 2033 nemen de investeringen in het riool af, de verwachting is dat de heffing vanaf dat moment kan dalen en de voorziening stabiel blijft rond de 0,5 miljoen. De berekende rioolheffing in dit GRP is voorlopig. De heffing wordt ieder jaar bepaald op basis van actuele cijfers.
Er is 13 kilometer mechanische riolering aanwezig. De gemeente beheert daarnaast nog 82 gemalen. Dit zijn grote gemalen (24), opvoergemalen (28), drukgemalen (27) en de gemalen in de bergbezinkbassins (3).
STRATEGIE De komende jaren ligt de focus op het vervangen van bestaande riolering conform de meerjarenplanning. De gemeente vervangt de riolering wijkgericht, waarbij combinaties gezocht worden met wegreconstructies. De wijkgerichte aanpak biedt kansen om de wijken klimaatbestendig in te richten. Bij rioolvervanging wordt onderzocht of afkoppelen eenvoudig realiseerbaar is. Dit houdt in dat neerslag niet langer via de riolering naar de zuivering wordt afgevoerd, maar zo mogelijk geborgen en vertraagd afgevoerd kan worden naar oppervlaktewater. Door regenwater vertraagd af te voeren worden grote peilstijgingen in het oppervlaktewater voorkomen. Indien mogelijk wordt daarom halfverharding in parkeerplaatsen toegepast en het groen verlaagd aangelegd. Het onderhoud aan de verschillende voorzieningen wordt de komende jaren doorgezet conform het ‘Beheerplan riolering en water’. De budgetten hiervoor zijn toereikend. Ook de subsidiemogelijkheden voor (maatregelen tegen wateroverlast bij) laaggelegen woningen en groene daken blijven de komende jaren gehandhaafd. 4
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de ontstaansgeschiedenis van de riolering, de verwachte toekomstige ontwikkelingen, de wettelijke achtergrond van het Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) en de wijze waarop dit tot stand is gekomen.
AANLEIDING Gemeenten hadden een wettelijke plicht om over een geldig Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) te beschikken. Met de invoering van de Omgevingswet in 2022/2023 vervalt deze verplichting. De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft er voor gekozen om voor de periode 20232027 een Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) op te stellen. Deze nieuwe benaming past binnen het nieuwe stelsel van de Omgevingswet. In het nieuwe stelsel van de Omgevingswet neemt de gemeente haar beleid voor stedelijk waterbeheer op in de omgevingsvisie. De maatregelen, zoals rioolvervangingsprojecten, komen in het GRP. In het GRP maakt de gemeente ook de besteding van de rioolheffing transparant. Omdat de gemeente nog niet over een Omgevingsvisie beschikt zijn in dit GRP ook de invulling van de gemeentelijke watertaken en de strategische beleidsdoelen opgenomen. In de komende jaren wordt de Omgevingsvisie voor Krimpen aan den IJssel opgesteld. Belangrijk aandachtspunt in dit GRP is klimaatadaptatie. Er zijn wijzigingen in het beleid doorgevoerd en in de strategie zijn maatregelen opgenomen om Krimpen aan den IJssel klimaatbestendig te maken. Naast het GRP wordt ook een Stedelijk Waterplan gemaakt waarin de maatregelen op het gebied van de waterkwaliteit- en waterkwantiteit van het oppervlaktewater wordt beschreven. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap en de gemeente.
HISTORIE RIOLERING Riolering wordt door de meeste mensen als vanzelfsprekend ervaren. Toch is het rioolstelsel in de westerse wereld een relatief jonge uitvinding. De Romeinen kenden weliswaar riolering, maar daarna is het rioolstelsel tot eind 19e eeuw volledig uit beeld geweest. Afvalwater werd tot eind 19e eeuw geloosd waar dat uitkwam, in de sloot, op een mesthoop of gewoon op straat. In de 19e eeuw was er in de gehele westerse wereld sprake van een enorme bevolkingsgroei. Het lozen van afvalwater in sloten werd vanaf dat moment een serieus probleem. Niet alleen was de stank uit de sloten ondraaglijk, veel mensen overleden aan cholera of tyfus door besmetting van het drinkwater. Ondanks het hoge sterftecijfer was het eind 19e eeuw nog zeker niet vanzelfsprekend dat de overheid een functie had bij de afvoer van het afvalwater. Veel mensen betwijfelden of de overheid zich mocht bemoeien met de gezondheid van burgers. Afvalwater had daarnaast een economische waarde. Het menselijk afval werd nog vaak verkocht als mest of ingezet in de industrie. Afstand doen van je afval was dan ook zeker niet vanzelfsprekend. Pas begin 20ste eeuw werd een omslag in denken zichtbaar. Gemeenten begonnen rond deze tijd met het inzamelen en afvoeren van het afvalwater.
In sommige gemeenten werd het afvalwater opgehaald in tonnen, in andere gemeenten werden rioolstelsels aangelegd die het afvalwater buiten de gemeentegrenzen bracht. De aanleg van rioolstelsels was echter Ophalen van de tonnen in Amsterdam (1953) tot ver in de 20e eeuw geen
5
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
gemeengoed. In 1978 verdwenen bijvoorbeeld pas de laatste tonnen uit Goes. Met de komst van het rioolstelsel was het afvalwater vaak wel uit de stad, maar buiten de stad veroorzaakte het afvalwater nog wel grote milieuproblemen. Het werd geloosd op vloeivelden of grotere wateren, waarvan de capaciteit vaak onvoldoende bleek. Met de komst van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in 1970 moest voor de lozing op een oppervlaktewater vergunning worden aangevraagd. Afvalwater wordt sinds die tijd ingezameld en getransporteerd naar een rioolwaterzuivering om gezuiverd te worden, waarna het weer terugkomt in het oppervlaktewater. Met de klimaatontwikkelingen zijn we in een nieuwe fase beland. Regenbuien worden steeds intensiever en deze intensieve buien komen steeds vaker voor. De riolering alleen kan deze zeer intensieve buien niet verwerken en simpelweg vergroten van de rioolbuizen biedt geen uitkomst. De komende jaren zullen daarom in het teken staan van het aanpassen van de openbare en particuliere ruimte, op een zodanige wijze dat overlast zoveel als mogelijk wordt voorkomen. De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft hier al op geanticipeerd door bij reconstructies de verharding van het openbaar gebied 'af te koppelen'.
het ambtelijk advies bood artikel 70 van de Politieverordening gelukkig uitkomst. Dit artikel zei: “Het is aan eigenaars verboden …sloten…. in vervuilden of gebrekkigen toestand te laten, nadat zij door Burgemeester en Wethouders tot het aanbrengen van verbeteringen zijn aangeschreven. De maatregelen die Burgemeester en Wethouders te hunner keuze kunnen voorschrijven bestaan in het … dempen van de sloot …. al of niet met riolering of overwelving.” Om een deel van de kosten te dekken wordt in het advies voorgesteld om voor de betrokken huizen in de Onderzijde (86 huizen) en de Tuinstraat (66 huizen) een rioolbelasting in te voeren van F 2,50 per jaar. Deze belasting wordt als billijk ervaren omdat het voor de bewoners niet langer noodzakelijk is de beerputten te legen. Vanwege kosten overwegingen wordt uiteindelijk toch geadviseerd de sloot niet te dempen, maar de sloot vaker met een gemaaltje te verversen. Daarnaast wordt geadviseerd een pneumatische beerputpomp aan te schaffen. Dit had als voordeel dat een vergoeding voor het legen van de beerput geheven kon worden, en er tevens opbrengsten waren voor de ‘beer’. Uiteindelijk is toch besloten de sloot te dempen. In het dossier zijn aanlegtekeningen uit 1931 opgenomen van de aan te leggen riolering. Het huidige riool tussen Tuinstraat en Lekdijk heeft een aanlegjaar van 1945.
Naar alle waarschijnlijkheid heeft de economische crisis en de oorlog het plan nog 15 jaar opgehouden.
HISTORIE RIOLERING KRIMPEN AAN DEN IJSSEL De oudst bewaarde stukken over riolering in Krimpen aan den IJssel komen uit 1923. Het betreft een ambtelijk advies over het al dan niet dempen van een vervuilde sloot aan de Onderlangs en Tuinstraat, en het daarvoor in de plaats leggen van riolering en een gemaaltje. In dit archiefstuk is duidelijk de afweging terug te zien tussen de verschillende mogelijke systemen: afvoeren van afvalwater via de riolering of het inzamelen van de ‘beer’ door de gemeente. Eerste probleem dat in het dossier gesignaleerd wordt voor het dempen van de sloot was dat de helft van de sloot in eigendom was van bewoners, die “ten deele zeer tegen demping gekant” waren. Volgens
Aanlegtekening riolering Onderzijde en Tuinstraat, 1931
6
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
WETTELIJK KADER Riolering neemt een aparte positie in binnen het gemeentelijk takenveld. Gemeenten innen een aparte heffing voor riolering. De inkomsten van deze heffing mogen alleen ingezet worden voor de 3 zorgplichten ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Met de invoering van de Omgevingswet is de gemeente niet meer wettelijk verplicht tot het opstellen van een GRP, wel behoudt zij haar 3 zorgplichten. Binnen het stelsel van de Omgevingswet worden in de Omgevingsvisie voor de gehele fysieke leefomgeving de ambities en beleidsdoelen op hoofdlijnen beschreven. Voor het stedelijk waterbeheer en de riolering geldt dat de gemeente in de omgevingsvisie aangeeft: 1. hoe zij haar rol voortkomend uit de gemeentelijke watertaken (zorgplichten) invult; 2. welke strategische beleidsdoelen gelden; 3. op welke wijze de gemeente wil werken (en met wie) aan het realiseren van deze doelen (sturingsfilosofie). Nadere uitwerking van het beleid vindt plaats in programma’s (zoals het GRP). Hierin worden ook de uit te voeren maatregelen opgenomen. Omdat de gemeente op dit moment nog niet beschikt over een Omgevingsvisie, zijn in dit GRP ook de invulling van de gemeentelijke watertaken en de strategische beleidsdoelen beschreven. Met het invoeren van de Omgevingswet wordt de besluitvormingsprocedure anders. Voorheen werd het GRP vastgesteld door de gemeenteraad.
In het nieuwe stelsel van de Omgevingswet wordt de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Het Omgevingsprogramma kan worden vastgesteld door het college. Vanwege de financiële impact en de bepaling van de rioolheffing is er voor gekozen het GRP ook vast te laten stellen door de gemeenteraad.
Bij het opstellen van een omgevingsprogramma, en daarmee ook het GRP, dient sprake te zijn van (vroegtijdige) publieksparticipatie. Hier is invulling aan gegeven door het GRP ter inzage te leggen.
DELTABESLISSING RUIMTELIJKE ADAPTATIE Belangrijk aandachtspunt voor de komende periode is klimaatverandering en de wijze waarop beleid en uitvoering hierop worden aangepast. Extreme buien komen steeds vaker voor en kunnen zorgen voor grote economische schade, een gevoel van onveiligheid bij bewoners en imagoschade voor de verantwoordelijke partijen. Perioden van langdurige droogte en hitte nemen naar de toekomst ook verder toe. Naast economische schade heeft klimaatverandering en extreem weer ook impact op de ecologie en gezondheid van mensen. De gemeente geeft invulling geven aan de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie. Deze is erop gericht om de ruimtelijke inrichting van de bebouwde omgeving aan te passen aan de gevolgen van het veranderende klimaat. De afgelopen jaren heeft de gemeente stresstesten uitgevoerd, risicodialogen gevoerd en een klimaatstrategie opgesteld. De komende jaren zal de strategie ten uitvoer worden gebracht.
BESTUURSAKKOORD WATER In 2011 hebben vertegenwoordigers van het Rijk, drinkwaterbedrijven, provincies, gemeenten en waterschappen het Bestuursakkoord Water ondertekend. In dit Bestuursakkoord zijn afspraken gemaakt om de doelmatigheid in de waterketen te verhogen. De doelen van het akkoord zijn beperking van kostenstijging, vermindering van de kwetsbaarheid en vergroting van de kwaliteit. Voor het realiseren van de kostenbesparingen in de afvalwaterketen is een samenwerkingsverband aangegaan tussen HHSK, OASEN en de gemeenten Krimpen aan den IJssel en de Krimpenerwaard. Recent is ook in gezamenlijkheid een subsidieaanvraag gedaan voor de impulsregeling Klimaatadaptatie.
7
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
Evaluatie
✓
Aanpak Oud-Krimpen. De riolering in Oud-Krimpen is voor een deel de afgelopen jaren vervangen en wordt voor een deel de komende jaren vervangen. Omdat het een wijk betreft met laaggelegen niet onderheide woningen en weinig oppervlaktewater, is veel onderzoek verricht om ook in de toekomst wateroverlast zoveel als mogelijk te voorkomen.
✓
Monitoringsplan. In 2017 is een nieuw monitoringsplan voor de riolering opgesteld. In het monitoringsplan zijn meetdoelen opgenomen ten aanzien van Oud-Krimpen, de bergbezinkbassins, diverse overstorten en de gemalen. Maandelijks wordt over deze metingen gerapporteerd en kan zo nodig actie worden ondernomen. Jaarlijks wordt het monitoringsplan geëvalueerd en kan bijgestuurd worden.
✓
Stresstest (BRP+). In 2019 is een Basisrioleringsplan+ (BRP+) opgesteld. In dit BRP+ is bepaald welke locaties gevoelig zijn voor water op straat en is getoetst of het stelsel (via de overstorten) het oppervlaktewatersysteem niet te veel belast. Voor de locaties die gevoelig zijn voor water op straat, zijn verbetermaatregelen voorgesteld. Deze verbetermaatregelen worden in combinatie met het vervangingsprogramma uitgevoerd.
In het GRP 2018-2022 waren de volgende doelen opgenomen: Zorgen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater.
Zorg voor inzameling en verwerking van hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken) Zorg voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor de aan de grond gegeven bestemming, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het hoogheemraadschap of de provincie behoort. Om de doelen te bewerkstelligen is in het GRP 2018-2022 een strategie opgesteld. In de onderstaande paragrafen worden de maatregelen uit de strategie geëvalueerd.
PLANNEN EN ONDERZOEKEN In het GRP 2018-2022 was een aantal onderzoeken opgenomen om de afgelopen periode uit te voeren. De belangrijkste onderzoeken worden onderstaand besproken.
Het rioolstelsel is niet ingericht op zeer extreme neerslag. Het regenwater dat niet via de riolering afgevoerd kan worden zal over het maaiveld de laagste punten in het terrein vinden. Om te bepalen waar het regenwater zich bij zeer extreme regen verzamelt, bij welke panden risico op water in het pand aanwezig is en welke wegen onbegaanbaar worden is een integraal model gemaakt van de riolering, het terrein en het oppervlaktewater. De berekende wateroverlastlocaties zijn bij de gemeente allemaal bekend, en zijn locaties waar vaak in het verleden ook al maatregelen genomen zijn. Het betreft delen van de Stormpolder, Oud-Krimpen, de Lekdijk, de Breestraat en een aantal panden aan de IJsseldijk. Voor de rest van Krimpen aan den IJssel geldt dat de woningen hoog en droog boven
8
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
✓
de weg zijn gelegen. Het risico van water in het pand is daarom zeer beperkt.
bijdraagt aan het groenbeeld. De principes zoals gehanteerd in Langeland zijn ook toegepast in Oud-Krimpen.
Tot slot is de opstuwing in het oppervlaktewater bepaald. De opstuwing is bij buien die eens per 2 jaar voorkomen al aanzienlijk. De hoogste waterstanden komen hierbij voor in het meest kwetsbare gebied, Oud Krimpen.
Bij de rioolvervanging in Langeland en Oud-Krimpen is veel aandacht besteed aan burgerparticipatie. Er zijn wijkevents georganiseerd waarvoor alle bewoners zijn uitgenodigd. Met de input verkregen op deze wijkevents zijn belevingsrapportages opgesteld en zijn de uitganspunten voor de nieuwe inrichting vastgesteld. Ook bij de andere rioleringsprojecten vindt een uitgebreid participatietraject plaats, waarbij bewoners hun inbreng kunnen geven op de ontwerpen.
Risicodialoog klimaat. In 2020 zijn de conclusies uit verschillende onderzoeken over overstroming, hitte, droogte en wateroverlast verzameld in één rapportage. De geconstateerde kwetsbaarheden zijn in een risicodialoog besproken met medewerkers van de gemeente, het hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), Rijkswaterstaat, Stedin, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), Ingenieursbureau Krimpenerwaard en Quawonen. In de risicodialoog zijn gezamenlijke acties benoemd om Krimpen aan den IJssel klimaatbestendiger te maken.
✓
Riothermie. Een mogelijke duurzame energievoorziening is het terugwinnen van warmte uit het riool (riothermie). De afgelopen periode is onderzocht of riothermie in Krimpen aan den IJssel mogelijk is. Uit dit onderzoek is gebleken dat voor Krimpen aan den IJssel riothermie niet rendabel is. Beheerplan riolering en water. In 2020 is het beheerplan geactualiseerd. In het beheerplan zijn de onderhoudsregimes van de verschillende objecten beschreven en uitgewerkt in concrete planningen.
✓
Samenwerking Quawonen. Een van de uitwerkingen van de risicodialoog is de geïntensiveerde samenwerking met Quawonen. Samen wordt onderzocht hoe het areaal van Quawonen klimaatadaptief gemaakt kan worden.
✓
✓
Klimaatbestendig Langeland / Oud-Krimpen. Ter voorbereiding van de rioolvervanging in Langeland is een visiedocument opgesteld over klimaatadaptatie in deze wijk. Dit heeft geresulteerd in een openbare ruimte die klimaatadaptief is ingericht. Bij de woonstraten is het openbaar groen verlaagd en functioneert het groen als infiltratieplek voor het hemelwater. Het water uit de openbare ruimte en van de woningen wordt via open goten hiernaar toe geleid. Met beplanting die geschikt is voor deze omstandigheden is er meer kleur aangebracht. Dit verhoogt de attractieve waarde en is goed voor insecten, zoals bijen. De auto’s staan geparkeerd op half verharding, zodat hier ook makkelijk water kan infiltreren en het
PROJECTEN Vervanging van riolering De afgelopen jaren is op verschillende locaties de riolering vervangen (figuur 1). In vrijwel alle gevallen is hierbij verhard oppervlak afgekoppeld van de riolering. Dit houdt in dat regenwater dat op de openbare verharding valt, niet langer ingezameld wordt in de gemengde riolering, maar met een aparte leiding afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater. Bij de meeste projecten is drainage aangelegd of is het hemelwaterriool uitgevoerd als DT-riool (Drainage Transport riool, een combinatie van hemelwaterriool en drainage). In de
9
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
periode 2018-2022 is 35,6 kilometer riool aangelegd, verdeeld over de volgende stelseltypen: ○ ○ ○ ○
13,8 kilometer gemengd riool 13,2 kilometer DT-riool 8,1 kilometer regenwater riool 0,5 kilometer persleiding
Dit is minder dan in de planning (21,4 kilometer gemengd riool vervangen) was opgenomen, maar komt goed overeen met de lange termijn vervangingsopgave van 2,7 kilometer gemengd riool vervangen per jaar.
✓
✓
✓
Boerhaavelaan / Buys Ballotsingel. Het project is in 2021/2022 uitgevoerd. Gemengd riool is vervangen door een gescheiden systeem. Hierbij is gebruik gemaakt van een DT-riool. Gaspeldoorn / Goudenregen. In 2022 is gestart met de rioolvervanging in de Gaspeldoorn, Duindoorn en Goudenregen. Gemengd riool wordt hier vervangen voor een gescheiden systeem met DT-riool. Boveneind. In 2022 is gestart met de rioolvervanging in de Boveneindselaan, Onderzijde en Zevenster. In de komende periode wordt het riool ook in de aanliggende straten vervangen. Het gemengde riool wordt vervangen door een gescheiden systeem met DT-riool. De openbare verharding wordt hiermee afgekoppeld.
De volgende projecten zijn in de periode 2018-2022 uitgevoerd: ✓
✓
✓
✓
Marathon / Korf. Het project Marathon / Korf is in 2017 gestart en heeft een doorlooptijd gehad van 3 jaar. In het gebied is de gemengde riolering vervangen en de openbare verharding afgekoppeld. Oud-Krimpen. In Oud-Krimpen (fase 1 en 2) is het riool vervangen en verhard oppervlak afgekoppeld. De buitenruimte is klimaatadaptief ingericht en er is uitgebreid aandacht besteed aan participatie van bewoners. Langeland. In Langeland (fase 1 tot en met 4) is de buitenruimte en riolering vernieuwd. De openbare verharding is afgekoppeld en de buitenruimte is klimaatadaptief ingericht. Het visie document ‘Langeland voor de next generation’ is belangrijk geweest om bij bewoners draagvlak te creëren voor klimaatadaptieve maatregelen. Het verlagen van groenstroken als mogelijke extra waterberging en halfverharding in parkeervakken zijn daar voorbeelden van. In 2022 is fase 4 uitgevoerd. Vincent van Goghlaan. Dit project is naar voren gehaald omdat er een woningrenovatie werd uitgevoerd en ook de primaire fietsroute als (subsidie) project is opgepakt. Binnen het project is het riool vervangen en verhard oppervlak afgekoppeld met behulp van een DT-riool.
10 Werkzaamheden Oud Krimpen Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
Jaar van vervanging 2018 2019 2020 2021 2022
11
Figuur 1. Vervanging riolering 2018-2022
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
✓
Grote kruising. Bij het project Grote Kruising en de aanleg van de fietsstraten zijn diverse riolen vervangen en is een nieuwe duiker aangelegd.
Nieuwbouwprojecten Behalve een aantal individuele panden, project de Twee Sluizen (10 woningen) en de appartementen in het Prinsessenpark is er geen sprake geweest van nieuwbouw.
Vervanging gemalen en pompen Jaarlijks worden de gemalen conform de BRL geïnspecteerd. Uit deze inspectie volgt welke onderdelen van de gemalen vervangen moeten worden. De afgelopen periode zijn pompen vervangen in de gemalen: Bassano 2
IJsseldijk 255
Breekade 20
IJsseldijk 359
Burg. van Waninglaan 1 a
IJsseldijk 91
Dijkgraafstraat 17
Middenwetering
Fort Asperen 0
Padova 2
Griendstraat 2
Poldersedijk 16 a
IJsseldijk 115
Poldersedijk 4
IJsseldijk 133
Populierenlaan 227
IJsseldijk 177
BBB Populierenlaan
IJsseldijk 184
Verona 2
IJsseldijk 20 / 26
Vuurdoornlaan 24
Veel rioolpompen moesten worden vervangen door verstoppingen met vezeldoekjes en daardoor veroorzaakte schade. In het kader van de rioolvervanging Langeland is één nieuw gemaal gerealiseerd aan de Hyacint.
12
Aanleg gemaal Hyacint
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
ONDERHOUD
Alle vrijvervalriolering wordt eens in de 10 jaar gereinigd. Het vuilwater-riool in de wijk Lansingh-Zuid is door de kleine diameters gevoelig voor verstopping. Ieder jaar wordt daarom 1/3e deel van het vuilwater riool in Lansingh-Zuid gereinigd. Een deel van het riool in de Van Utrechtweg wordt jaarlijks gereinigd. Met deze werkwijze wordt jaarlijks 18 tot 20 kilometer riolering gereinigd. Jaarlijks wordt circa 50% van het te reinigen riool geinspecteerd. Voor de inspectie is de planning uit het ‘Beheerplan riolering en water’ gevolgd.
Geinspecteerde lengte (km)
Reiniging en inspectie riolering
8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 2018
2019
2020
2021
2022
Figuur 2. Geïnspecteerde riolering 2018-2022
Onderhoud gemalen Het onderhoud van de gemalen is vastgelegd in het ‘Beheerplan riolering en water’. De belangrijke gemalen zijn 2x per jaar geïnspecteerd, alle overige gemalen zijn 1x per jaar geïnspecteerd. Bij deze inspectie wordt bepaald of reiniging van het gemaal noodzakelijk is. Vanuit een hoofdpost wordt constant het functioneren van de gemalen bewaakt.
Dagelijks onderhoud riolering Op basis van klachten en meldingen zijn de nodige reparaties uitgevoerd aan kapotte huis-aansluitingen, kolkaansluitingen, verstopte en vervuilde leidingen en verzakkingen in de weg door lekke riolering. Na beoordeling van rioolinspecties is gebleken dat in een aantal strengen reparaties noodzakelijk waren, of dat de gehele buis voorzien moest worden van een kunststof kous (relining). De reparaties dienen om er zorg voor te dragen dat de buis de levensduur van 50 jaar zal halen. De afgelopen periode is 1.250 meter riolering voorzien van een kunststof kous.
Jaar van inspectie 2013-2017 2018-2022
Figuur 3. Geïnspecteerde riolering op kaart
13
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
Reiniging kolken en goten
METEN EN MONITORING
De kolken zijn jaarlijks in het najaar, na de bladval, leeggezogen. De kolken langs de hoofdstructuur van de wegen zijn 2 maal per jaar gereinigd. De kolken ter plaatse van de oprit van de Algerabrug zijn maandelijks gereinigd, vanwege de vele zandinloop vanaf de brug. Zowel het reinigen van kolken als het vegen van de openbare weg zijn ondergebracht in het nieuwe Integraal groenonderhoudscontract ten behoeve van beheer en onderhoud openbare ruimte
Monitoring overstorten en gemalen
Onderhoud duikers Bij de rioolvervangingsprojecten zijn indien nodig ook de duikers vervangen. Bij het project Grote Kruising zijn 4 duikers vervangen. In het beheerplan is opgenomen dat duikers eens in de 5 jaar geinspecteerd en zo nodig gereinigd worden.
Indirecte lozingen Een indirecte lozing is een lozing die niet direct op het oppervlaktewater uitkomt, maar wordt geloosd via een bedrijfsriolering of ander tussenliggend (zuiverings)werk. Lozingen op rioolstelsels, zowel vuilwaterriolen als hemelwaterstelsels, vallen daarmee onder de Wet milieubeheer met bijbehorend bevoegd gezag, de gemeente. DCMR Milieudienst Rijnmond voert deze taak uit voor de gemeente bij de bedrijven in Krimpen aan den IJssel.
Gegevensbeheer Het beheersysteem riolering van de gemeente is actueel. Revisies worden direct na ontvangst verwerkt. Revisiegegevens worden over het algemeen niet direct na oplevering van een werk aangeleverd. De gemeente verwerkt daarom eerst de ontwerpgegevens in het beheersysteem. Ook het gemalen beheerbestand is actueel. Uitgevoerde inspecties worden hierin jaarlijks ingelezen.
In Krimpen aan den IJssel worden de gemalen continue gemonitord. Maandelijks wordt bepaald of de belangrijkste gemalen functioneren zoals verwacht. Daarnaast zijn in het vrijverval stelsel op verschillende locaties sensoren geplaatst die het waterniveau meten. Dit betreft overstorten, bergbezinkvoorzieningen en een aantal vrijverval putten op cruciale punten in het stelsel. Tot slot wordt op twee locaties de neerslag gemeten. De gegevens van de sensoren worden maandelijks beoordeeld op volledigheid en betrouwbaarheid. Indien de meetgegevens daar aanleiding voor geven, wordt extra onderzoek of onderhoud uitgevoerd. Jaarlijks worden de belangrijkste conclusies opgenomen in het jaarrapport (bijlage 9).
Monitoring grondwater Jaarlijks wordt een rapportage opgesteld over de grondwatermonitoring. De rapportages geven inzicht waar in de gemeente (te) hoge of (te) lage grondwaterstanden worden gemeten. https://krimpenaandenijsselgrondwater.ireport.royalhaskoningdhv.com In de rapportages wordt speciaal aandacht besteed aan het functioneren van de aangelegde drainage bij rioolvervanging. In gebieden waar gelijktijdig met rioolvervaning drainage of DT-riolering is aangelegd laten de grondwaterstandsmetingen zien dat de grondwaterstand stijgt (omdat lekke riolering wordt vervangen) maar dat de stijging afvakt op of net boven het oppervlaktewaterpeil. Dit toont aan dat het effectief is om gelijktijdig met rioolvervanging drainage of DT-riolering aan te leggen en daarmee de grondwaterstand op een goed niveau te reguleren. Naast het voorkomen van te hoge grondwaterstanden draagt het aanleggen van drainage / DT riolering ook bij aan het voorkomen van het uitzakken van de grondwaterstand in droge periodes. Daarmee is het ook een effectief middel om uitdroging van de bodem in droge zomers, die als gevolg van klimaatverandering steeds vaker voorkomen, zoveel mogelijk
14
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
tegen te gaan. Effecten van droogte zoals bodemdaling en afsterven van groen worden daarmee beperkt. Bij enkele peilbuizen wordt ondanks rioolvervanging en aanleg drainage nog steeds een grondwaterstand gemeten die lager is dan oppervlaktewaterpeil. Op deze locaties wordt nader onderzoek gedaan. Na de droge zomer van 2018 is afzonderlijk aandacht besteed aan grondwateronderlast. Uit dit onderzoek volgt dat in deze zomer de grondwaterstand verder uitzakt is dan normaal. Bij panden zonder houten of betonnen paalfundering kan dan schade optreden als gevolg van (ongelijke) zettingen.
PERSONEEL EN FINANCIËN Personeel In het vorige GRP werd reeds geconstateerd dat de personele capaciteit beperkt was, maar door externe inhuur tot een acceptabel niveau gebracht is. De personele situatie is de afgelopen periode niet gewijzigd. Door de riooltaak vanuit een regieriol in te vullen, is de werkdruk behapbaar. De professionalisering van de operationele taken is veelal gevonden in het langjarig onderbrengen van reguliere werkprocessen bij gespecialiseerde marktpartijen. Naar een aantal marktpartijen worden meldingen vanuit de servicedesk direct doorgezet zodat ook de continuiteit is gewaarborgd.
Financiën De rioolheffing wordt geheven op basis van gebruik en eigendom. De heffing voor 2022 bedraagt € 166,73 eigenarendeel en € 69,60 per eenheid van 100 m3 waterverbruik. De stand van de voorziening riolering is de afgelopen 5 jaar met circa € 1,5 miljoen gestegen.
15 Halfverharding Oud Krimpen Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
Beleid In dit hoofdstuk is het beleid opgenomen voor de periode 2023-2027. Er is hierbij onderscheid gemaakt in: ○
○
Watertaken. Hierin is opgenomen hoe de gemeente haar rol voortkomend uit de gemeentelijke watertaken (zorgplichten) vorm geeft. Strategische doelen. Een beschrijving van de doelen voor het stedelijk waterbeheer en de samenhang met maatschappelijke doelen op het gebied van gezondheid en ruimtelijke kwaliteit.
INVULLING WATERTAKEN In de Omgevingswet (artikel 2.16, lid 1a Omgevingswet) zijn de gemeentelijke watertaken opgenomen. Deze watertaken zijn: Zorg voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater
Zorg voor inzameling en verwerking van hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken)
Zorg voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor de aan de grond gegeven bestemming, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.
Invulling zorg voor stedelijk afvalwater De gemeente maakt onderscheid tussen de bebouwde kom en buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. In de bebouwde kom geldt een aansluitplicht voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op de riolering. De gemeente zorgt voor inzameling van huishoudelijk afvalwater en transport naar een zuiveringtechnisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel of een andere voorziening (zoals een IBA) die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt, inzamelt en afvoert (via een rioolstelsel of andere voorziening), mits dit doelmatig is en geen sprake is van specifieke omstandigheden, zoals een ontoereikende capaciteit van het bestaande collectieve systeem. Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering.
De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen. De gemeente stemt hierbij af met het hoogheemraadschap. DCMR Milieudienst Rijnmond houdt toezicht en verzorgt de handhaving van milieuregels bij bedrijven.
Invulling zorg voor hemelwater De gemeente zamelt in principe geen hemelwater van particuliere percelen in, tenzij de particulier het hemelwater niet redelijkerwijs zelf kan verwerken
16
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeente het hemelwater, als zij dat op het moment van het vaststellen van dit GRP al doet, blijft inzamelen. Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van regenwater op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd. Vertraagde afvoer via groen of bodem heeft hierbij de voorkeur. De gemeente kan het lozen van hemelwater op het vuilwater- of gemengde riool op enig moment verbieden, bijvoorbeeld in situaties van regelmatig optredende wateroverlast of bij rioolvervangingsprojecten, waarbij gemengde riolering wordt vervangen door een gescheiden riolering. Bij nieuwbouwsituaties (en bij uitbreiding of vernieuwing van bebouwing) zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dit financieel, technisch of qua ruimtebeslag niet proportioneel is in relatie tot de ontwikkeling. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte. In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als nieuwbouw.
Invulling zorg voor grondwater De gemeente streeft ernaar om de grondwaterstand op openbaar gebied dusdanig te beheersen dat er geen structurele belemmering ontstaat voor het gebruik van het openbaar terrein en geen structurele grondwateroverlast of onderlast wordt veroorzaakt bij bewoners en bedrijven. Eigenaren van gebouwen en percelen zijn zelf verantwoordelijk voor het grondwater op eigen perceel. Wanneer de perceeleigenaar overtollig grondwater niet redelijkerwijs zelf kan verwerken of lozen op oppervlaktewater mag het water worden geloosd in een gemeentelijk voorziening waarbij de
voorkeursvolgorde geldt: openbare drainage - openbaar hemelwaterstelsel - openbaar vuilwaterstelsel Bij grondwaterproblemen is de gemeente aanspreekbaar (grondwaterloket) en doet onderzoek naar de oorzaken van de problemen en het verbeteren van de grondwatersituatie. De gemeente is aanspreekbaar, maar niet aansprakelijk voor schade aan gebouwen als gevolg van te hoge of te lage grondwaterstanden en funderingsproblemen. Op de gemeentelijke website is een publieksvriendelijke pagina ingericht. Hierop zijn met een duidelijk stroomschema de verantwoordelijkheden van de overheid en de burger benoemd.
STRATEGISCHE DOELEN De gemeente heeft vier hoofddoelen geformuleerd voor het stedelijk water beheer: 1. 2. 3. 4.
Voorkomen contact met afvalwater Aanpassen aan klimaatverandering Een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem Doelmatig beheer van de voorzieningen
Deze hoofddoelen worden onderstaand verder uitgewerkt.
1. Voorkomen contact met afvalwater Ten behoeve van een gezonde en veilige leefomgeving wordt contact met afvalwater zoveel mogelijk voorkomen. Om dit te bereiken worden de volgende leidende principes gehanteerd: ○
Aansluiting percelen. Alle percelen waar afvalwater wordt geproduceerd zijn aangesloten op de riolering, uitgezonderd bij specifieke situaties waar lokale behandeling doelmatiger en geoorloofd is. Bij nieuwbouw wordt het afvalwater geloosd in een bestaand openbaar vuilwatersysteem of wordt een nieuw
17
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
○
○
openbaar vuilwater riool aangelegd, bekostigd vanuit de planexploitatie. Bedrijven. Bedrijfsmatig afvalwater wordt pas ingezameld en verwerkt als de lozer het bedrijfsafvalwater niet redelijkerwijs zelf kan zuiveren en hergebruiken en of kan terugbrengen in het milieu, en er geen sprake is van beïnvloeding van de doelmatige werking van de riolering en zuivering. Als dit wel het geval is, dan worden voorwaarden gesteld aan de lozing op de riolering. Aansluitleidingen. De aansluitleidingen zijn tot aan het openbaar riool eigendom van de perceeleigenaar. Tot op heden was de perceeleigenaar daarom verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gehele aansluitleiding. Met ingang van 1 januari 2023 zorgt de gemeente voor het onderhoud van een deel van de aansluitleiding. De gemeente onderhoudt de perceelaansluitleiding: het deel van de aansluitleiding vanaf de perceelsgrens / ontstoppingsstuk tot aan het aansluitpunt op het openbare riool. De eigenaar van een gebouw is vanaf 1 januari 2023 alleen nog maar verantwoordelijk voor het onderhoud aan de terreinleiding: het deel van de aansluitleiding vanaf het gebouw tot aan de perceelsgrens / ontstoppingsstuk. De eigendomssituatie blijft ongewijzigd. Bij het vervangen van de bestaande openbare riolering vervangt de gemeente de perceelaansluitleiding.
Ter hoogte van de perceelsgrens wordt door de gemeente een ontstoppingsstuk geplaatst. De gebouweigenaar is zelf verantwoordelijk voor het vervangen van de terreinleiding. Bij nieuwbouw is de ontwikkelende partij verantwoordelijk voor het realiseren van de aansluitleiding vanaf de gevel van het bouwwerk tot en met het aansluitpunt op het openbaar riool. De voorwaarden die gelden voor de aansluitleiding zijn geregeld in de aansluitverordening (2012) van de gemeente. De bovenstaande wijzigingen zijn doorgevoerd in artikel 7 van de aansluitverordening. Gelijktijdig met dit GRP wordt de gewijzigde aansluitverordening vastgesteld. De regels voor aansluitleidingen worden de komende planperiode opgenomen in het Omgevingsplan. De verwachting is dat deze
18
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
○
○
○
wijgingen in het beleid niet tot een substantiele verhoging van de kosten leiden. Goede afstroming. Tijdens droogweer moet het afvalwater zonder overmatige aanrotting bij het eindgemaal aankomen zodat hinder door stank en aantasting van het stelsel zoveel mogelijk wordt voorkomen. Om dit te bereiken wordt gestreefd naar een zo goed mogelijke afstroming in de vrijverval rioolstelsels. Gezien de zettingsgevoeligheid van het gebied is een optimale afstroming in de riolering niet haalbaar en wordt een zekere mate van verloren berging geaccepteerd. De mate van verloren berging mag echter niet zodanig zijn dat dit leidt tot stagnatie in afstroming van huisaansluitingen, structurele stankklachten of overmatige aantasting van de rioleringsobjecten. De gemeente heeft de afgelopen jaren bij rioolvervangingen kleinere bemalingsgebieden gerealiseerd. Deze beter beheersbare onderbemalingen met voldoende afschot verbeteren de afstroming ook op lange termijn. Scheiden van waterstromen. Zoveel mogelijk scheiden van vuilwater en schoonwater. Zo blijft schoon water schoon en vinden overstorten minder vaak plaats. Ook is water-op-straat bij hevige regen minder vervuild. Bij afkoppelen geldt voor de verwerking van regenwater een voorkeursvolgorde: 1. Benutten of infiltratie in de bodem 2. Afvoer via het maaiveld naar het oppervlaktewater 3. Afvoer via een regenwaterriool
klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte, particuliere percelen en het watersysteem. Hiervoor worden de volgende leidende principes gehanteerd. ○
○
○
2. Aanpassen aan klimaatverandering Als gemeente streven we samen met onze inwoners en bedrijven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat wij streven naar het beperken van maatschappelijke ontwrichting en schade door extreme weersomstandigheden in de vorm van extreme neerslag, hitte of droogte. Om dit te bereiken werken we aan een
○
Meekoppelkansen. Relevante fysieke veranderingen worden benut om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Dat geldt voor projecten van de gemeenten en het waterschap en voor projecten van anderen: inwoners, (agrarische) bedrijven, woningcorporaties, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties. Afkoppelen bij rioolvervanging. Bij rioolvervanging wordt onderzocht of afkoppelen eenvoudig realiseerbaar is. Dit houdt in dat neerslag niet langer via de riolering naar de zuivering wordt afgevoerd, maar zo mogelijk geborgen en vertraagd afgevoerd kan worden naar oppervlaktewater. Doel hiervan is het ontstaan van afvalwater op straat bij hevige neerslag zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee de risico’s voor water op straat en met name de volksgezondheid te beperken. Door regenwater vertraagd af te voeren worden grote peilstijgingen in het oppervlaktewater voorkomen. In Langeland is daar invulling aangegeven door het aanbrengen van halfverharding in parkeerplaatsen en het verlaagd aanleggen van de groenvakken. Berging en infiltratie bij nieuwbouw. Bij nieuwbouwontwikkelingen is het uitgangspunt het afvloeiend hemelwater van openbare verharding zoveel mogelijk vertraagd te laten afstromen naar het oppervlaktewater of te infiltreren in de ondergrond. Streven is op eigen terrein 20 mm neerslag tijdelijk vast te houden. Per project wordt bepaald in hoeverre dit mogelijk is.
Wanneer infiltratie of vertraagde afvoer naar oppervlaktewater niet mogelijk is, kan aangesloten worden op bestaande openbare voorzieningen. Aanleg van nieuwe openbare hemelvoorzieningen worden bekostigd vanuit de planexploitatie. Particuliere percelen. Daar waar de gemeente in de bestaande situatie hemelwater van particulieren inzamelt blijft zij dit doen.
19
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
○
○
○
De gemeente stelt vooralsnog geen voorwaarden aan bestaande hemelwaterlozingen vanaf particuliere percelen. In samenwerking met de woningcorporatie Quawonen wordt per project bepaald welke klimaatadaptieve maatregelen op particulier terrein mogelijk zijn. In de prestatieafspraken met Quawonen wordt de samenwerking ten aanzien van klimaat nader uitgewerkt. Afvoercapaciteit rioolstelsel. Om een acceptabel veiligheidsniveau ten aanzien van wateroverlast te verkrijgen dient de capaciteit van het bestaande openbare rioleringssysteem zodanig te zijn dat minimaal 20 mm neerslag in 1 uur verwerkt kan worden zonder dat dat leidt tot water op straat bij niet verzakt straatpeil. In het verleden had een bui van 20 mm in 1 uur een herhalingstijd van 2 jaar. De bui intensiteit is de afgelopen jaren echter sterk toegenomen, en zal de komende jaren nog verder toenemen. De verandersnelheid van de riolering en de openbare ruimte is echter beperkt. Bij aanleg van nieuwe riolering wordt getoetst met de composietbui herhalingstijd 2 jaar, scenario 2050 hoog. Bij toetsing met deze bui moet het water in het nieuwe stelsel tot 20 cm onder maaiveld (aanlegniveau) blijven. Tevens wordt in beeld gebracht hoe het stelsel functioneert met de composietbui herhalingstijd 2 jaar, scenario 2085 hoog.
De komende periode worden de financiele en ruimtelijke consequenties in beeld gebracht bij toepassing van andere standaardbuien met verschillende theoretische herhalingstijden. Extreme neerslag. Bij extreme neerslag is het acceptabel dat wanneer de maximale capaciteit van de riolering is bereikt er in bestaand gebied water op straat komt te staan, zolang de tijdsduur daarvan beperkt is en het water niet tot schade leidt op particuliere percelen of straten onbereikbaar worden. Laagelegen woningen. Voornamelijk in Oud-Krimpen zijn er woningen die niet zijn onderheid en daardoor (nu al of in de toekomst) problemen kunnen krijgen door relatief hoge grondwaterstanden of extreme neerslag. Door hevige neerslag, maar met name door steeds verder verzakken van deze
○
○
woningen, neemt de kans op (grond)wateroverlast voor deze woningen toe doordat zij niet meer goed kunnen afwateren richting het openbare gebied. In principe ligt de verantwoordelijkheid voor de ont- en afwatering van het perceel bij de perceeleigenaar zelf en moeten de betreffende eigenaren zelf een voorziening maken om (grond)wateroverlast te voorkomen. De gemeente wil perceeleigenaren met een verhoogd risico op wateroverlast tegemoet komen middels het verstrekken van een gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor maatregelen in de particuliere riolering. Als maatregel valt daarbij te denken aan een terugslagklep in de huisaansluiting of een vloedschot. Randvoorwaarde is wel dat de particulier initiatiefnemer is en zorg draagt voor de installatie en het beheer en onderhoud van de voorziening. Bij relatief laaggelegen particuliere percelen en gebouwen blijft er altijd een kans op overlast of schade op particulier terrein. Waar de gemeente op de hoogte is van deze kwetsbare locaties worden eigenaren en bewoners actief geïnformeerd over hun kwetsbaarheid bij extreme neerslag en over welke maatregelen zij kunnen nemen om het risico op wateroverlast te reduceren. Watersysteem. Het watersysteem voldoet aan de provinciale normen voor de afvoer- en bergingscapaciteit.
Gemeenten en waterschappen bepalen samen in hoeverre zogenaamde vasthoudmaatregelen buiten het watersysteem (tijdelijke waterberging in de openbare en private ruimte) nuttig en nodig zijn in relatie tot de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit in het watersysteem. Bij het maken of wijzigen van een omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het waterbelang wordt expliciet meegewogen in de belangenafweging. Waterkwaliteit. Lange periodes van droogte en warm weer zorgen voor een verslechtering van de waterkwaliteit. Dit kan betekenen dat de impact van een riooloverstort na een periode van extreem weer groter kan zijn. Door het scheiden van hemelwater en afvalwater wordt de omvang van gemengde
20
Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
○
○
○
overstortingen beperkt. Het hoogheemraadschap heeft een extra inlaatvoorziening gemaakt om in periodes van droogte water in te laten vanuit de Hollandse IJssel. De kwetsbaarheid van het oppervlaktewater door het veranderende klimaat is in Krimpen aan den IJssel onbekend. Het hoogheemraadschap heeft als waterkwaliteitsbeheerder de verantwoordelijkheid om de waterkwaliteit en ecologie van het oppervlaktewater in Krimpen aan den IJssel, ook bij extreem weer (droogte en hitte) op orde te houden Vergroening. In de bebouwde omgeving wordt meer groen aangelegd om meer water in de bodem op te nemen en langer vast te houden om verdroging tegen te gaan. Daarnaast wordt de leefbaarheid van het gebied vergroot. Hitte. Hitte in bebouwd gebied wordt verminderd door het creëren van (tijdelijke) schaduwwerking en het gebruik van de juiste bouwmaterialen. Droogte. Zoveel mogelijk reguleren van het grondwaterpeil in in openbaar gebied gelijk aan oppervlaktewaterpeil (zie verder hoofddoel 3)
○
dan wat het afvalwatersysteem aan kan is het acceptabel dat stedelijk afvalwater via overstorten op het oppervlaktewater wordt geloosd. Bij een negatieve beïnvloeding van de waterkwaliteit wordt conform het afvalwaterakkoord in samenwerking met het hoogheemraadschap naar oplossingen gezocht. Ten aanzien van de emissies hanteert de gemeente het stand-still principe wat inhoudt dat bij ingrepen in de bestaande riolering de emissie minimaal gelijk moet blijven en niet mag toenemen. Scheiden van waterstromen. Vuilwater en schoonwater worden zoveel mogelijk gescheiden gehouden, zodat overstortingen minder vaak plaatsvinden en de impact van overstortingen op de waterkwaliteit kleiner is. Indien hemelwater apart wordt ingezameld is het uitgangspunt dat het hemelwater in principe schoon is en rechtstreeks op oppervlaktewater geloosd kan worden. Verwerken van hemelwater via de bodem of het maaiveld heeft echter de voorkeur. De kwaliteit van het water wordt verbeterd en het grondwater kan worden aangevuld.
3. Een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een (grond)watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie. Om deze doelen te bereiken wordt gewerkt met de volgende leidende principes: ○
Overstortingen beperken. Tijdens regenweer wordt het met afvalwater vermengde regenwater zoveel mogelijk naar de zuivering afgevoerd. Er zijn vanuit financieel en technisch oogpunt echter grenzen aan de dimensies van het rioolsysteem en daarmee aan de hoeveelheid stedelijk afvalwater dat tijdens regenweer naar de AWZI afgevoerd kan worden. Als de hoeveelheid stedelijk afvalwater tijdens regenweer groter wordt
21 Parkeerplaatsen met halfverharding Samenvatting
Inleiding
Evaluatie
Beleid
Areaal
Strategie
Middelen
○
○
○
Voorkomen verontreiniging hemelwater. Ter voorkoming van vervuiling van het oppervlaktewater door afstromend hemelwater streeft de gemeente naar beperking van diffuse bronnen. In de winter wordt gestrooid met nat zout, zodat minder zout noodzakelijk is. Indien mogelijk stroomt regenwater eerst af naar openbaar groen, voordat het na bodem(in)filtratie in het oppervlaktewater wordt geloosd. Beperken grondwateroverlast en -onderlast. Particuliere eigenaren zijn verantwoordelijk voor de ontwatering van het eigen terrein. De gemeente streeft ernaar om de grondwaterstand op openbaar gebied dusdanig te beheersen dat er geen structurele belemmering ontstaat voor het gebruik van het openbaar terrein en geen structurele grondwateroverlast of -onderlast wordt veroorzaakt bij bewoners en bedrijven. De laatste jaren is een te lage grondwaterstand in perioden van langdurige droogte een steeds grotere zorg. Verdroging van de ondergrond kan tot zettingen leiden. Met name bij niet onderheide woningen kan dit leiden tot schade (o.a. scheuren). Maar zettingen leiden ook tot schade aan infrastructuur zoals wegen en riolering. Om overlast te voorkomen neemt de gemeente maatregelen. Maatregelen zoals het ophogen of het aanleggen van open water hebben de voorkeur.
Door het aanleggen van een robuust drainage systeem of het aanleggen van DT-riolering (hemelwaterriool dat tevens dienst doet als drainage) wordt het grondwater in openbaar gebied gereguleerd tot het niveau van het oppervlaktewater. Zowel het risico op overlast in natte periodes, als het risico op onderlast in droge periodes kan hierdoor worden beperkt. Particulieren wordt de mogelijkheid geboden om aan te sluiten op het betreffende drainage systeem. Foutieve aansluitingen. Foutieve aansluitingen op het hemelwaterstelsel worden voorkomen en in bestaande situaties
○
zoveel mogelijk gereduceerd als zij een aantoonbare negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Beleid oppervlaktewater. In 2017 is samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard het beleidsplan ‘Waterplan Krimpen aan den IJssel’ opgesteld. Het Waterplan bestaat uit een strategische visie voor de lange termijn en een uitvoeringsplan. In de strategische visie staan hoofdlijnen voor het schoon en gezond houden van het watersysteem van Krimpen aan den IJssel, zoals het voorkomen van wateroverlast. In hoofdlijnen bestaat de visie voor de lange termijn uit 4 sporen: versterken waterbewustzijn; goed functionerend watersysteem; goede waterkwaliteit; afstemmen van het watersysteem op de gebruiksfuncties. De gemeente en het Hoogheemraadschap gaan in 2023 het Waterplan Krimpen aan den IJssel evalueren