Bijlage - Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet 2023 Krimpen aan den IJssel
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: uitgebreid verzoek2
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).
Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden:
1 2
Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.
1
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.
Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? • •
•
•
• •
Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het 3
Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG
2
daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.
Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023
3
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
4
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort De gemeente Krimpen aan den IJssel werkt samen met de gemeenten Capelle aan den IJssel en Zuidplas binnen de gemeenschappelijke regeling IJsselgemeenten (GR IJsselgemeenten). De GR IJsselgemeenten voert voor de drie gemeenten de Participatiewet uit. Hierbij zijn de beleidsregels en verordeningen tussen de gemeenten geharmoniseerd. De inzet voor klanten wordt evenredig verdeeld over de gemeenten.
Ondanks deze uniforme aanpak, blijven de resultaten in Krimpen aan den IJssel achter; de procentuele daling is kleiner en de gebundelde uitkering blijkt structureel onvoldoende om de uitgaven te dekken. De uitvoering van de Participatiewet in 2023 heeft -opnieuw- geresulteerd in een tekort. Het totale tekort bedraagt € 970.558, dit is 11,71% van het totale BUIG-budget voor 2023. Volgens berekening via de berekeningstool, zal de vangnetuitkering over 2023 € 174.564 bedragen. De rest van het tekort, € 795.994, blijft voor rekening van de gemeente. Het structurele tekort wordt veroorzaakt door verschillende factoren, zoals het beperkte aantal beschikbare banen binnen de gemeentegrenzen en de samenstelling van de groep mensen die recht hebben op uitkeringen. Een belangrijke factor die bijdraagt aan het tekort is vooral het overschot aan vestigingen, wat te wijten is aan het relatief grote aantal sociale huurwoningen. Daarnaast speelt de toestroom van statushouders een rol, waarbij Krimpen aan den IJssel voorloopt op de huisvestingstaakstelling.
5
B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Om het tekort te verminderen, zijn de volgende maatregelen genomen: a. Streng handhaven Door zowel preventieve als repressieve maatregelen voorkomen we onterecht verstrekte uitkeringen. b. Sluitende aanpak voor jongeren We stellen voor elke jongere een plan van aanpak op om hen zo snel mogelijk onafhankelijk van bijstand te maken. c. Voorkomen van instroom vanuit de WW We richten onze bemiddeling ook op mensen die binnenkort de maximale WW-uitkeringstermijn bereiken om instroom in de bijstand te voorkomen. d. Pilot FIP Door cliënten frequent, intensief en persoonlijk te benaderen, stimuleren we een positieve houding ten opzichte van participatie en het aanvaarden van werk. e. Extra inzet op vrijwilligerswerk We stimuleren cliënten om vrijwilligerswerk te doen om hen te activeren en voor te bereiden op regulier werk. f. Extra nadruk op taal Door extra taalondersteuning vergroten we de arbeidskansen voor statushouders. g. Stimulering van parttime werk We moedigen parttime werk aan om de overgang naar fulltime werk te vergemakkelijken. h. Intensieve samenwerking in de regio Rijnmond Via regionale samenwerking krijgen onze cliënten toegang tot uitgebreidere faciliteiten en de regionale arbeidsmarkt. We leren ook van onze samenwerkingspartners. i.
Extra inzet van arbeidsmakelaars voor statushouders en arbeidsbeperkten Gezien de uitdagingen bij het helpen van deze doelgroepen, hebben we extra personeel ingezet.
6
C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Met de genomen maatregelen streven we ernaar om de instroom te verminderen en vooral de uitstroom te bevorderen. Deze maatregelen blijken effectief te zijn. De uitstroom uit de bijstand is procentueel vergelijkbaar met die van onze samenwerkingspartners binnen de GR IJsselgemeenten en ligt boven het landelijk gemiddelde.
7
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting, begrotingswijzigingen
X
Jaarrekening
X
Kwartaalrapportage
X
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties
X
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
X
Bijeenkomsten en/of presentaties.
8
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
De ontwikkeling van het bijstandsbestand laat zien dat in 203 bij uitvoeringsorganisatie GR IJsselgemeenten een verhoging van het aantal uitkeringsdossiers gerealiseerd is (55 dossiers, ofwel 2,3%). Uitgesplitst per deelnemende gemeente blijkt dat bij alle drie de gemeenten een stijging in het aantal dossiers te zien is. Het aantal dossiers in Krimpen aan den IJssel is flink gestegen ten opzichte van voorgaande jaren waarbij er een redelijk gestage ontwikkeling is te zien. Aantal uitkeringsdossiers Ontwikkeling bestand Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Zuidplas Totaal IJsselgemeenten Instroom Uitstroom Saldo % ontwikkeling Landelijke ontwikkeling
2019
2020
2021
2022
2023
1.807 459 469 2.735
1.857 495 497 2.849
1.744 485 484 2.713
1.653 487 467 2.607
1.687 506 473 2.666
596 872 -276 -10,1% -4,1%
810 699 111 4,2% 3,6%
689 812 -123 -4,8% -5,0%
606 700 -94 -3.9% -3,1%
677 622 55 2,3% 0,9%
Er zijn in Krimpen aan den IJssel 144 huishoudens ingestroomd in de uitkering en 129 huishoudens uitgestroomd. Als de in- en uitstroom gerelateerd wordt aan de samenwerkingspartners, zien we dat Krimpen aan den IJssel met 7,5% van het gezamenlijk aantal inwoners verantwoordelijk is voor 20% van de aanvragen, 24% van de instroom en 21 % van de uitstroom. Als we de cijfers vergelijken met de samenwerkingspartners dan zien we dat Krimpen aan den IJssel voor 18,9% verantwoordelijk is voor het totaal aantal dossiers, 23,8 % van de instroom en 18% van de uitstroom. Ten opzichte van het eigen bestand is de instroom 29,6% en de uitstroom 26.5%. Bestandssamenstelling In de samenstelling van het bestand van Krimpen aan den IJssel vallen een aantal kenmerken op: - Van de 622 personen (in 506 dossiers) hebben er 136 korter dan een jaar een uitkering. 150 personen hebben een uitkering tussen één jaar en drie jaar en 336 personen langer dan drie jaar. Van die laatste groep hebben er 257 langer dan vijf jaar een uitkering. - 145 cliënten zijn vrijgesteld van de (actieve) arbeidsverplichtingen. Dit is relatief veel, maar GR IJsselgemeenten is zorgvuldig in het formaliseren van vrijstellingen. Er zijn geen feitelijke vrijstellingen zonder formele vastlegging. - Er zijn 188 personen ouder dan 56 jaar, en hiervan ontvangen 140 langer dan drie jaar een uitkering.
- 36 personen zijn feitelijk duurzaam arbeidsongeschikt. - Bij 280 personen is sprake van laaggeletterdheid. 9
-
Het gemiddelde opleidingsniveau is lager dan van cliënten van onze samenwerkingspartners. 307 cliënten hebben geen startkwalificatie. - Het bestand omvat 233 personen die Nederlands als tweede taal hebben. - Onder de cliënten zijn 110 statushouders. - Aan het einde van 2023 zaten 305 cliënten in een lopend activerings- of arbeidsgericht traject. - Het aandeel cliënten met deeltijdinkomsten is afgenomen doordat veel van deze cliënten meer uren zijn gaan werken en uitgestroomd zijn uit de uitkering. Concluderend heeft het grootste deel van het bestand een lange afstand naar de arbeidsmarkt en zorgt het relatief grote aantal gehuwden en samenwonenden voor gemiddeld hogere uitkeringskosten. A2.
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
- Hoogwaardig handhaven Het handhavingsmethodiek Hoogwaardig Handhaven (2017) is gericht op het voorkomen van onterechte instroom door goede screening en beoordeling bij de aanvraag, voorlichting, goede dienstverlening en strikte handhaving. Inzet van handhaving heeft in de jaren voor 2022 aan de preventie-kant geleid tot het niet toekennen van een uitkering bij ongeveer gemiddeld 45% van de meldingen. Aan de repressieve kant heeft handhaving geleid tot jaarlijks tussen 5 en 10 gevallen van uitstroom. In 2023 was de uitstroom door handhaving 5,3%. Hoogwaardig handhaven is structureel in de werkwijze verankerd. - Sluitende aanpak jongeren Scholen in het praktijkonderwijs en Speciaal Onderwijs worden actief benaderd om zes maanden voor uitstroom te melden welke leerlingen naar werk zullen doorstromen. Hierdoor kan tijdig worden onderzocht welke mogelijkheden geschikt zijn voor elke leerling. Jongeren onder de 27 jaar dienen, na vaststelling van hun recht op een uitkering, eerst vier weken zelfstandig naar werk te zoeken. Uit het rapport "Bijstand op afstand" van 2019 blijkt dat na de introductie van deze zoekperiode het aantal jongeren dat een beroep deed op bijstand in Krimpen aan den IJssel sterk is afgenomen. Het percentage toegekende uitkeringen aan jongeren daalde van 68% naar 13%.
Tijdens de coronacrisis werd de zoekperiode tijdelijk opgeschort en deze regel gold niet voor kwetsbare jongeren, jongeren met een arbeidsbeperking en jongeren uit de groep statushouders die onder de taakstelling huisvesting vergunninghouders vielen. Jongeren krijgen zo snel en intensief mogelijk begeleiding naar werk of een opleiding, waarbij gebruik wordt gemaakt van toegewijde casemanagers. Wij zorgen dat voor elke jongere een plan van aanpak vastgesteld wordt om zo snel mogelijk niet afhankelijk van bijstand te zijn. Deze aanpak is gebaseerd op maatwerk en maakt onder andere gebruik van een matchingstool die helpt bij het in kaart brengen van competenties, studiekeuzes en beroepsvoorkeuren. In 2023 is het aantal jongeren in de bijstand licht gedaald van 60 (2022) naar 58 (2023).
10
- Voorkomen instroom vanuit de WW: WW@work Door onze bemiddeling ook te richten op ontvangers van een WW-uitkering die binnenkort de maximale uitkeringstermijn bereiken voorkomen we instroom in de bijstand. Met het UWV wordt sinds 2019 samengewerkt in het voorkomen van instroom vanuit de WW naar de bijstand. Klanten met een WWuitkering, en een hoge kans op instroom in de bijstand, worden een half jaar voor het beëindigen van de WW door de uitvoeringsorganisatie GR IJsselgemeenten ondersteund bij het vinden van werk. Op die wijze wordt instroom in de bijstand voorkomen. In totaal is in 2023 aan 43 WW-ontvangers ondersteuning aangeboden, 15 zijn met behulp van WW@work uitgestroomd naar werk. 28 WW-ontvangers hebben aangegeven geen ondersteuning te behoeven vanuit het project, zij hebben zelf een baan gevonden voordat het traject met WW@work is gestart of afgerond. - Pilot FIP aanpak, frequente intensieve persoonlijke gesprekken met een vaste casemanager. In 2017 is gestart met de Pilot FIP-project, waarbij frequent, intensief en persoonlijk contact met cliënten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt onderhouden wordt. In deze aanpak vinden er minimaal 4 maal per jaar persoonlijke gesprekken plaats met een vaste casemanager. De gesprekken beperken zich niet tot de uitkering maar gaan over alle leefgebieden.
In 2017 is gestart met deelname aan de pilot FIP in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam. In het onderzoek naar de effecten in 2019 concludeert de Erasmus universiteit dat de uitstroom naar werk niet afwijkt van de controle groep, maar dat het wel een significant verschil in sociale activatie teweeg brengt ten opzichte van de reguliere dienstverlening in de controle groep. Binnen IJsselgemeenten leidde het, in tegenstelling tot andere gemeenten niet tot meer beëindigingen doordat er geen recht bleek te bestaan op een uitkering. Casemanagers signaleerden wel dat zij onbedoelde overtredingen van de inlichtingenplicht voorkwamen. Binnen IJsselgemeenten was er in de pilot groep, ten opzichte van de controlegroep, een verdubbeling van het aantal klanten dat actief was als vrijwilliger of mantelzorger. Ook de deelname aan trajecten was ruim twee maal hoger dan in de controlegroep, met name de deelname aan de “ Van Klacht naar Kracht” trainingen was hoger. Het effect op de tekortreductie is op korte termijn gering; de beoogde doelgroep heeft een erg lange afstand tot de arbeidsmarkt en een traject naar uitstroom is in dat geval langdurig, áls uitstroom al mogelijk is. Dit soort interventies is gericht op afname van het aandeel klanten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt en essentieel om op de langere termijn tekort reductie te bewerkstellingen.
- Extra inzet op vrijwilligerswerk Door het stimuleren van vrijwilligerswerk willen we cliënten activeren en voor te bereiden op regulier werk. In 2020 is de capaciteit binnen de uitvoering uitgebreid door de aanstelling van een vrijwilligers coördinator. Daarmee wordt beoogd om meer klanten op een passende plek vrijwilligerswerk te laten doen waardoor zij een stap dichterbij komen naar werkervaringsplaatsen of re-integratietrajecten. Vrijwilligerswerk wordt met name in gezet voor klanten met een wat langere afstand tot de arbeidsmarkt. Voor sommigen onder hen zal dit het hoogst haalbare zijn en is het een vorm van tegenprestatie. Voor anderen is het een tussenstap naar een langer traject richting uitstroom. Het effect van deze inzet is dat er meer vrijwilligerswerkplaatsen beschikbaar komen die beter passen bij de ontwikkeling en mogelijkheden van de klanten. Het draagt daardoor op de korte termijn niet bij aan 11
een tekortreductie door uitstroom. De aanpak draagt in belangrijke mate bij aan uitstroom op de langere termijn en de daling van het aantal klanten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. - Extra inzet op taal Er is een verhoogde focus nodig op taalbeheersing omdat een groot deel van de klanten het Nederlands onvoldoende beheerst. Dit omvat klanten die nog bezig zijn met een inburgeringstraject en zij die wel geslaagd zijn voor het inburgeringsexamen maar toch de taal onvoldoende beheersen of terugvallen in niveau. Een klein deel van de klanten heeft moeite met de taal, ondanks dat Nederlands hun moedertaal is. Sinds 2018 wordt in samenwerking met de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) gewerkt aan de inkoop en toeleiding van NT2-trajecten door bijdragen van de GR IJsselgemeenten. Klanten worden actief geïnformeerd over het lokale taalaanbod, casemanagers zijn getraind om laaggeletterdheid te herkennen, en er wordt een taalmeter gebruikt bij uitkeringsaanvragen. Bovendien is een procesmanager Taal aangesteld om de toeleiding naar taaltrajecten te bevorderen. Ondanks deze inspanningen blijft het aandeel klanten met onvoldoende taalbeheersing hoog.
Dit is deels te wijten aan de voortdurende instroom van statushouders met beperkte taalvaardigheden en deels omdat deze groep het moeilijkst uitstroomt naar werk, waardoor ze langer afhankelijk blijven van uitkeringen. - Extra inzet op uitstroom naar parttime werk Wij stimuleren parttime werk om de doorstroming naar fulltime werk gemakkelijker te maken. Er is extra ingezet op gedeeltelijke uitstroom naar parttime werk, als opstap naar volledige uitstroom, door inkomstenvrijlating op het maximaal toegestane vrij te laten bedrag en tijdsduur vast te stellen, een simpele en verkorte aanvraagperiode te hanteren voor klanten bij beëindiging van (parttime) werk en te voorzien in extra voorlichting over deze aanpak. Het beleid is geharmoniseerd voor de regio Rijnmond. De inkomsten uit parttime werk worden in mindering gebracht op de uitkeringen en meer parttime werk zorgt er daarom voor dat de gemiddelde prijs van de uitkering daalt. De prijsontwikkeling van de uitkering is echter van meer factoren afhankelijk zoals de ontwikkeling van het minimumloon en de hoogte van terugvorderingen. De uitstroom naar parttime werk is ten opzichte van 2023 met 2,3% gedaald. Het aantal personen dat deels is uitgestroomd naar parttime werk bedraagt 28 (35 in 2022). Ook de voltijd uitstroom is licht gedaald met 1,3%. Het aantal personen dat volledig is uitgestroomd is 37 (44 in 2022).
- Intensieve samenwerking in de regio Rijnmond in het Regionaal werkbedrijf Op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), werken gemeenten, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), sociale partners en het onderwijs samen in het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond voor de invulling van garantiebanen en dienstverlening aan werkgevers. Doel van de samenwerking is om meer mensen aan het werk te helpen en te houden. Via de regionale samenwerking hebben wij voor onze cliënten toegang tot uitgebreidere faciliteiten en de regionale arbeidsmarkt. In de samenwerking leren wij ook van onze samenwerkingspartners. Door deze intensievere samenwerking is bijvoorbeeld de inzet op HalloWerk verhoogd. Via dit systeem kunnen klant en vacature snel aan elkaar worden gekoppeld. Daarnaast is het Leerwerkloket Rijnmond geopend. Het Leerwerkloket Rijnmond is een initiatief dat zich richt op de regio Rijnmond en biedt ondersteuning aan zowel werkzoekenden, werknemers als werkgevers op het gebied van leren en werken. Dit loket is onderdeel van een landelijk netwerk van leerwerkloketten, ook wel bekend als Leren en Werken. 12
De diensten van het Leerwerkloket Rijnmond omvatten onder andere advies over opleidingsmogelijkheden, carrièreplanning, om- en bijscholing, en het matchen van werkzoekenden met leerwerkplekken in diverse sectoren. Het loket werkt samen met diverse lokale partners zoals onderwijsinstellingen, overheden, UWV, en werkgeversorganisaties om loopbaanadvies en -begeleiding te bieden dat is afgestemd op de regionale arbeidsmarkt. Het Leerwerkloket is iedere dinsdag aanwezig op het Werkplein van onze uitvoeringsorganisatie GR IJsselgemeenten om advies te geven aan werkzoekenden, werknemers en werkgevers. Hoewel het niet direct meetbaar is in hoeverre de uitstroom naar werk verband houdt met regionale samenwerking, is het duidelijk dat Krimpen aan den IJssel de steun van de regio nodig heeft om mensen met een uitkering aan werk te helpen. Vanwege de werkgelegenheidssituatie vinden meer inwoners werk buiten de gemeente dan dat inwoners van andere gemeenten in Krimpen aan den IJssel werk vinden. - Extra inzet arbeidsmakelaars statushouders en arbeidsbeperkten Omdat het aandeel statushouders en arbeidsbeperkten in het bestand toeneemt is er vanaf 2020 extra capaciteit ingezet voor de arbeidstoeleiding voor statushouders en arbeidsbeperkten in de vorm van een arbeidsmakelaar voor beide doelgroepen.
Voor wat betreft statushouders zijn extra trajecten ingekocht bij de Werkclub (training, stage en coaching bij uitstroom naar werk) en bij Veldwerk, een uitzendbureau dat – onder andere- kandidaten van gemeenten met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleid naar een baan. Het aantal statushouders in de bijstand is gedaald van 118 naar 110. A3. -
Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. kwartaalrapportages GR IJsselgemeenten www.waarstaatjegemeente.nl UWV spanningsindicator arbeidsmarkt rapportage regionaal werkbedrijf Rijnmond overzichtsrapport ArbeidsmarktInZicht.nl KVK-regiodata kwartaalrapport Krimpen aan den IJssel Divosa Benchmark Werk en Inkomen
13
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
Voor 2023 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: - Hoogwaardig Handhaven Inzet van handhaving heeft in de jaren voor 2022 aan de preventie-kant geleid tot het niet toekennen van een uitkering bij ongeveer gemiddeld 45% van de meldingen. Aan de repressieve kant heeft handhaving geleid tot jaarlijks tussen 5 en 10 gevallen van uitstroom. In 2023 was de uitstroom door handhaving 5,3%. Hoogwaardig handhaven is structureel in de werkwijze verankerd. - Sluitende aanpak jongeren In 2023 is het aantal jongeren in de bijstand licht gedaald van 60 (2022) naar 58 (2023). De aantal jongeren in de bijstand zien we gedurende het jaar fluctueren en heeft te maken met de perioden waarin een jongere met een opleiding kan beginnen. Daarnaast zien we een grotere mate van (psychische) problematiek bij jongeren en dat heeft effect op de toeleiding naar studie of arbeid. - Extra inzet vrijwilligerswerk In 2022 hebben 69 cliënten vrijwilligerswerk verricht. - Extra inzet op taal Voor 60 cliënten is extra ingezet op taalontwikkeling. Hoewel er geen meetbaar uitstroomresultaat is, zal dit de kans op uitstroom wel verhogen. - Extra inzet op parttime werk In 2023 hadden 28 cliënten inkomen uit parttime arbeid. - Extra inzet arbeidsmakelaars statushouders en arbeidsbeperkten In 2023 zijn veel extra trajecten ingezet om statushouders en arbeidsbeperkten aan werk te helpen.
Zo is het aantal banen in het kader van de banenafspraak toegenomen met 20. Bij statushouders is het effect merkbaar van de inhaalslag die gedaan is bij de huisvesting van statushouders, alsook van de toenemende taakstelling. Eind 2023 zijn er 110 statushouders in de bijstand. De ingezette maatregelen zijn vooral gericht op het bevorderen van uitstroom uit de uitkering. Wanneer sec naar de uitstroom gekeken wordt, kan vastgesteld worden dat die ondanks de bestandssamenstelling en de slechte arbeidsmarktsituatie meegaat in de landelijke trend. Wij slagen er ook goed in om de uitstroom naar werk duurzaam te realiseren. De benchmark geeft aan dat het terugkeerpercentage lager 14
is dan gemiddeld bij andere gemeenten. Dat rechtvaardigt de conclusie dat de ingezette maatregelen effect hebben, maar helaas onvoldoende om de gevolgen van het vestigingsoverschot van nieuwe uitkeringsgerechtigden ongedaan te maken. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: In de aanvraag voor een vangnetuitkering over 2021 is reeds aangegeven dat de volgende maatregelen niet voortgezet worden: aanpassing van de dienstverlening i.v.m. Covid-19 eenmalig extra klanttevredenheidsonderzoek Maatregelen die nieuw zijn getroffen: - Mijn Inkomen Sinds 2023 wordt gewerkt met het platform Mijn Inkomen. Een systeem waarbij een cliënt kan inloggen met DigiD en op die manier zijn of haar gegevens kan bekijken en wijzigingen kan doorgeven. Door aan te sluiten bij dit platform beogen we een nog betere informatieverstrekking naar onze cliënten toe. In Mijn Inkomen vinden zij veel informatie zoals: • Uitkeringsspecificaties • Jaaropgaven • Vakantiegeld • Schulden bij Sociale Zaken • Contactpersonen zoals zijn of haar casemanager Vanzelfsprekend houden we de reguliere dienstverlening zoals telefonisch/per afspraak en inloopspreekuren beschikbaar voor cliënten die beperkt digitaal vaardig zijn. - Leerwerkloket Rijnmond Sinds augustus 2023 is het Leerwerkloket iedere dinsdag aanwezig op het Werkplein van IJsselgemeenten.
Het Werkplein helpt werkzoekenden/cliënten vanuit de Participatiewet bij het vinden van een betaalde baan. Het Leerwerkloket is een onderdeel van de versterking van de regionale samenwerking. Het Leerwerkloket Rijnmond is een initiatief dat zich richt op de regio Rijnmond en biedt ondersteuning aan zowel werkzoekenden, werknemers als werkgevers op het gebied van leren en werken. Dit loket is onderdeel van een landelijk netwerk van leerwerkloketten, ook wel bekend als Leren en Werken. De diensten van het Leerwerkloket Rijnmond omvatten onder andere advies over opleidingsmogelijkheden, carrièreplanning, om- en bijscholing, en het matchen van werkzoekenden met leerwerkplekken in diverse sectoren. Het loket werkt samen met diverse lokale partners zoals onderwijsinstellingen, overheden, UWV, en werkgeversorganisaties om loopbaanadvies en -begeleiding te bieden dat is afgestemd op de regionale arbeidsmarkt. Met de aanwezigheid van het Leerwerkloket binnen ons samenwerkingsverband van IJsselgemeenten beogen we een sterkere samenwerking met de regio om cliënten vanuit de Participatiewet naar werk te begeleiden en op die manier uitstroom te realiseren.
15
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet - FIP-Aanpak De FIP aanpak is een aanpak waarbij frequent, intensief en persoonlijk contact met cliënten, met een lange afstand tot de arbeidsmarkt, onderhouden wordt. In deze aanpak vinden er minimaal 4 maal per jaar persoonlijke gesprekken plaats met een vaste casemanager. De gesprekken beperken zich niet tot de uitkering maar gaan over alle leefgebieden. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De FIP-methode is ontwikkeld in de samenwerking tussen Hoogleraar Menno Fenger (Erasmus Universiteit Rotterdam) en SV Land Specialisten Sociale Zekerheid. Menno Fenger testte de FIP-methode vanaf 2013 in de gemeenten Brabantse Wal (Bergen op Zoom) en Oegstgeest.
Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Uit het onderzoek naar aanleiding van de uitvoering van de FIP methode bleek dat bij een minimum van 4 gesprekken per jaar met een vaste casemanager en waarbij er minimaal op 6 leefgebieden gesproken werd, de participatie onder de deelnemers verdubbelde. Bovendien werd fraude achterhaald en onbedoelde fraude voorkomen. De aanpak heeft daarmee een toegevoegde waarde bij het bevorderen van activering en participatie en vormt een eerste stap naar re-integratie. Mogelijk leidt het zelfs tot het verminderen van (onbedoelde) fraude. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Na voorbereidend onderzoek is in 2018 gestart met een pilot binnen onze GR IJsselgemeenten. De pilot van de FIP-methode (Frequent Intensief en Persoonlijk contact) is in 2019 geëvalueerd. De resultaten waren conform de resultaten uit de eerdere onderzoeken in andere gemeenten. Medio 2020 is er extra capaciteit gerealiseerd voor deze aanpak. Gezien de resultaten en het grote aandeel van klanten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt is de aanpak voortgezet en uitgebreid in 2021 en 2022. De capaciteit voor de FIP aanpak is daarbij verdubbeld naar 2 fte voor de GR IJsselgemeenten.
- Voorkomen instroom vanuit de WW: WW@work Met het UWV wordt sinds 2019 samengewerkt in het voorkomen van instroom vanuit de WW naar de bijstand. Klanten met een WW uitkering met een hoge kans op instroom in de bijstand worden een half jaar voor het beëindigen van de WW door de uitvoeringsorganisatie IJsselgemeenten ondersteund bij het vinden van werk. Op die wijze wordt instroom in de bijstand voorkomen. 16
Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De gemeente Rotterdam is eind 2016 gestart met de aanpak WW@work en werd daarbij geïnspireerd door de gemeente Den Bosch die deze werkwijze al eerder invoerde. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Door tijdig ondersteuning te bieden wordt de afstand naar de arbeidsmarkt niet onnodig lang en wordt instroom in de bijstand tegengegaan. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Het aantal WW-uitkeringen in de regio Rijnmond is in 2023 gestegen. Landelijk is ook het beeld dat een stijging is ingezet. Ook in Krimpen aan den IJssel leidt dit tot een toename van het aantal WWuitkeringen. De aanpak WW@work is in 2019 ingevoerd en gecontinueerd in 2020, 2021, 2022 en 2023. In totaal is in 2023 aan 43 WW-ontvangers ondersteuning aangeboden, 15 zijn met behulp van WW@work uitgestroomd naar werk. De doorstroom vanuit de WW naar de bijstand blijft nog relatief beperkt. Het blijft echter mogelijk dat we nog een toename van deze doorstroom krijgen in de toekomst. Een reguliere WW-uitkering kan immers een maximale duur van twee jaar hebben, waardoor een stijging vertraagd doorwerkt in de Participatiewet.
- Extra inzet op uitstroom naar parttime werk Veel mensen die vanuit een uitkering willen gaan werken durven die stap niet te zetten. Zij hebben de zekerheid van een stabiel inkomen, vaste begeleiding of een veilige weg nodig. Simpel Switchen wil de drempels om aan het werk te gaan wegnemen en het mensen makkelijker maken om een stapje terug te doen als het even niet lukt. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Sinds 2019 zijn het ministerie van Sociale Zaken, Divosa en vele gemeenten in de uitvoering aan de slag met Simpel Switchen. Ook IJsselgemeenten heeft deelgenomen aan informatiebijeenkomsten. In de regio Rotterdam is in de samenwerking in het Werkbedrijf Regio Rijnmond deze methode verkend en geharmoniseerd voor de regio. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Uitstroom naar parttime werk reduceert de prijs van de uitkering en daarmee de BUIG uitgaven. Bovendien vergroot het de kans op definitieve uitstroom voor de klant. Het was bekend dat parttime werk, of uitstroom naar tijdelijk werk, voor de klant veel onzekerheden en administratieve last meebrengt. Door die lasten zo veel mogelijk weg te nemen en door werken financieel aantrekkelijker maken zijn klanten eerder gemotiveerd.
Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Er is extra ingezet op gedeeltelijke uitstroom naar parttime werk als opstap naar gehele uitstroom. Onder andere door inkomstenvrijlating op het maximaal toegestane vrij te laten bedrag en tijdsduur vast te stellen, een simpele, verkorte, aanvraagperiode te hanteren voor klanten bij beëindiging van (parttime) werk en te voorzien in extra voorlichting over deze aanpak. Het beleid is geharmoniseerd voor de regio Rijnmond. Deze aanpak leidde tot hogere percentages parttime werk: van 6,7 % in 2018 naar 8,7 % in 2019. In 2020 zakte het percentage naar 3,6 % als gevolg van de coronacrisis maar in 2021 was er sprake van een snelle stijging van 4,2 % naar 8,4 % in het eerste kwartaal. De uitstroom naar parttime werk is ten opzichte van 2023 met 2,3% gedaald. Het aantal personen dat deels is uitgestroomd naar parttime werk bedraagt 28 (35 in 2022). Ook de voltijd 17
uitstroom is licht gedaald met 1,3%. Het aantal personen dat volledig is uitgestroomd is 37 (44 in 2022). Dit heeft ten opzichte van 2022 ook geleid tot een hogere prijs per uitkering. - Intensieve samenwerking in de regio Rijnmond Op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), werken gemeenten, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), sociale partners en het onderwijs samen in het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond voor de invulling van garantiebanen en dienstverlening aan werkgevers. Doel van de samenwerking is om meer mensen aan het werk te helpen en te houden. De samenwerking is eind 2014 geformaliseerd door ondertekening van een intentieverklaring. Eind 2021 is deze vervangen door een samenwerkingsovereenkomst als gevolg van de wijzigingen in de Wet SUWI. De uitvoering is belegd bij het Werkgeversservicepunt. De deelnemende gemeenten leveren capaciteit voor de uitvoering. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De samenwerking is wettelijk bepaald in de wet SUWI, de vorm die de samenwerking heeft was echter tot de aanpassing in de wet per 2022 per regio verschillend. De samenwerking in de regio Rijnmond heeft de laatste jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt.
Vanwege de intensieve samenwerking met het onderwijs, werkgeversorganisaties, het UWV en gemeenten zien wij de samenwerking als een externe maatregel. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? De samenwerking is steeds intensiever geworden en organisatorisch doorontwikkeld. Dat levert een gestructureerde en constante input vanuit verschillende actoren en hun netwerk op mogelijke interventie binnen de vastgestelde ontwikkelthema’s. De samenwerking is onmisbaar voor de ontsluiting van de regionale arbeidsmarkt en een goede werkgeversdienstverlening. De samenwerking zorgt er bovendien voor dat er korte lijnen zijn voor deelname aan, of het leren van, pilots. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Evenals in voorgaande jaren zijn acties uitgevoerd op de thema’s Harmonisatie, Transparantie, Matching en Social Return on Investment. Voor Social Return is in 2023 nieuw regionaal beleid vastgesteld. Hoewel niet direct aanwijsbaar is hoeveel van de uitstroom naar arbeid samenhangt met regionale samenwerking is duidelijk dat Krimpen aan den IJssel de regio nodig heeft om uitkeringsgerechtigden aan werk te helpen. Gezien de werkgelegenheidssituatie vinden meer inwoners werk buiten de gemeente dan inwoners van andere gemeenten in Krimpen aan den IJssel werk vinden.
Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet Geen. Maatregelen die nieuw zijn getroffen - Mijn Inkomen Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? IJsselgemeenten heeft vanuit hun rol geïnformeerd bij diverse gemeenten over het gebruik van Mijn Inkomen. Door de positieve reacties vanuit gemeenten en hun inwoners is de keus gemaakt om hier ook mee te werken. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Vanuit inwoners is men over het algemeen positief over de werking van Mijn Inkomen. Daarnaast is er nog steeds sprake van reguliere dienstverlening voor inwoners die beperkt digitaal vaardig zijn. Inwoners 18
ervaren Mijn Inkomen als een prettig en overzichtelijk platform waarbij men snel inzage heeft in informatie over zijn of haar uitkering. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? De dienstverlening wordt ervaren als transparanter en duidelijker. Daarnaast zorgt dit voor een efficiëntere bedrijfsvoering. Cliënten zijn sneller op de hoogte van betalingen en overige informatie. - Leerwerkloket Rijnmond Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Het Leerwerkloket Rijnmond is ontstaan als onderdeel van het landelijke initiatief "Leren en Werken". Dit initiatief is opgezet om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren en om mensen te ondersteunen bij hun loopbaanontwikkeling. Het Leerwerkloket Rijnmond is specifiek opgericht om de regio Rijnmond te bedienen en omvat samenwerkingsverbanden tussen verschillende lokale partners, waaronder onderwijsinstellingen, werkgevers, overheidsinstanties en andere relevante organisaties. Sinds 2023 is het Leerwerkloket ook sterker en fysiek aanwezig binnen het Werkplein van IJsselgemeenten.
Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Door de aanwezigheid van het Leerwerkloket zijn we nog sterker betrokken bij initiatieven en mogelijkheden die er zijn op het gebied van werk en onderwijs voor cliënten uit de Participatiewet. Leerwerkloket biedt loopbaanadvies en begeleiding, matching met vacatures, samenwerking met lokale partners. Door de nauwe samenwerking met het Leerwerkloket is er een grotere inzet op begeleiding naar arbeid. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Het Leerwerkloket is sinds augustus 2023 fysiek aanwezig op een locatie van IJsselgemeenten, het Werkplein, waar cliënten en werkzoekenden naar werk worden begeleid. Dit zorgt voor kortere lijnen tussen samenwerkingspartners binnen de regio.
19
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. - Hoogwaardig Handhaven Maximaal 60% van de aanvragen leidt tot toekenning van de uitkering Op basis van de resultaten is het aannemelijk dat een groot gedeelte van de aanvragen niet leidt tot het toekennen van een bijstandsuitkering vanwege een voorliggende voorziening, inkomsten of andere oorzaken. Minimaal 50% van de handhavingsonderzoeken leidt tot terugvordering Door deze indicator is er blijvend aandacht voor een gedegen voorbereiding op basis van voldoende signalen.
Het zorgt er voor dat de onderzoeken ook bijdragen aan de beheersing van de prijs van de uitkering - Sluitende aanpak jongeren Wij willen het bestandsaandeel van jongeren tot 27 jaar beperken tot maximaal 7%. - WW@WORK Wij willen dat 9 inwoners van Krimpen aan den IJssel door onze bemiddeling doorstromen vanuit de WW naar Werk. - Extra inzet vrijwilligerswerk Meer klanten stijgen een trede op de participatieladder. Wij verwachten dat jaarlijks 50 tot 60 cliënten uit Krimpen aan den IJssel een stapje op de participatieladder kunnen maken. - Extra inzet op taal Vanaf 2018 wordt extra inzet gepleegd op taalontwikkeling middels een verbinding naar de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (NT-2 trajecten). Er is geen meetbaar uitstroomresultaat in die zin dat het aandeel cliënten met onvoldoende taalbeheersing niet daalt. Dat is echter wel verklaarbaar, omdat er door de instroom van statushouders nieuwe cliënten met onvoldoende taalbeheersing in het bestand worden opgenomen en omdat deze cliëntengroep niet gemakkelijk uitstroomt. - Extra inzet op parttime werk Door extra inzet op parttime werk proberen wij het percentage deeltijdwerkers naar 10% te brengen. Deeltijdwerk helpt de betreffende cliënten om uiteindelijk de stap naar fulltime werk te zetten en is gunstig voor de gemiddelde kostprijs van een uitkering.
20
C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. - FIP Aanpak Stijging op de participatieladder door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of mantelzorg, is niet te kwantificeren als reductie van het tekort. De weg naar uitstroom is nog erg lang voor deze klanten waarbij er verschillende andere factoren van invloed zijn op de uiteindelijke uitstroom. Toch is deze aanpak aan te raden omdat het aandeel van het bestand met een lange afstand tot de arbeidsmarkt groot is een aanpak niet achterwege kan blijven om dit aandeel te laten dalen. - Intensieve samenwerking regio Rijnmond De effecten daarvan op de tekortreductie zijn lastig te meten. Niet alleen omdat de samenwerking zich uitstrekt over verschillende terreinen maar ook omdat de rapportage van de regio gericht is op regionale effecten en, voor bijvoorbeeld de Leerwerkakkoorden, nog in ontwikkeling is. - Extra inzet arbeidsmakelaars voor statushouders en arbeidsbeperkten Vanaf 2020 wordt er extra inzet gepleegd en worden er extra trajecten ingekocht. Door structurele instroom van nieuwe statushouders en door de combinatie met andere re-integratie instrumenten is het extra uitstroomresultaat niet kwantificeerbaar. Voor arbeidsbeperkten willen wij zoveel mogelijk (beschut) werk realiseren met inzet van loonkostensubsidie. C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord.
Wij monitoren het effect van de maatregelen via: - het jaarplan van de GR IJsselgemeenten - de kwartaalrapportages van GR IJsselgemeenten - het jaarverslag van GR IJsselgemeenten - het uitvoeringsplan Regionaal Werkbedrijf Rijnmond - Wij informeren de raad door toezending van alle genoemde documenten
21
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: De loco-secretaris,
Naam van de ondertekenaar: mr. drs. A.E. Bosker De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: J.J. Luteijn
22
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht. Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen.
23
X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Krimpen aan den IJssel stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.
24
Datum: De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: J.J. Luteijn De griffier,
Naam van de ondertekenaar: O. Vliegenthart
25
Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting • • • • • • • • • •
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording
Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2023 dient uiterlijk op 15 augustus 2024 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
26
Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. Tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’ zijn inhoudelijke verschillen. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: •
indien uw gemeente zowel over 2021 als over 2022 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.
•
indien uw gemeente over 2021 en/of over 2022 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.
De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad In gedeelte 1 licht het college toe wat de analyse is van oorzaken van het tekort (onderdeel A), wat de maatregelen zijn gericht op tekortreductie (onderdeel B) en wat het beoogd effect is van de maatregelen op de tekortreductie (onderdeel C). Onderdeel D betreft de verklaring van het college en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in gedeelte 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.
Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt. Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? 27
In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht.