CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage - Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet 2022 Krimpen aan den IJssel

Gemeenteraad 22 juni 2023, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvraag Vangnetuitkering 202210.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20221 Versie: uitgebreid verzoek2

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).

Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG

1 2

Versie aanvraagformulier d.d. 5 oktober 2021 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.

1

pagina raadsleden:

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten?  

 

Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.

Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG.

3

https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-2022-informatie-voor-raadsleden

2

De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2023 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2022

3

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort De uitvoering van de Participatiewet in 2022 heeft -opnieuw- geresulteerd in een tekort. Het definitief budget op basis van de gebundelde uitkering bedroeg € 7.438.070. De uitvoering leverde een saldo op van € 8.178.439, zodat er een tekort ontstaan is van € 740.369 (9,95% van het budget).

Bij de oorzaken van het structurele tekort spelen verschillende factoren een rol, zoals de beschikbaarheid van relatief weinig banen binnen de gemeentegrenzen en de samenstelling van het bestand van uitkeringsgerechtigden. Bepalend voor het structurele tekort is met name een vestigingsoverschot als gevolg van een relatief groot aantal beschikbare sociale huurwoningen. Daarnaast is de instroom van statushouders een belangrijke factor, waarbij Krimpen aan den IJssel voorloopt ten opzichte van de huisvestingstaakstelling. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren Om het tekort te reduceren zijn de volgende maatregelen genomen: a. hoogwaardig handhaven Door preventieve en repressieve activiteiten voorkomen we dat ten onrechte uitkering verstrekt wordt b. sluitende aanpak jongeren Wij zorgen dat voor elke jongere een plan van aanpak vastgesteld wordt om zo snel mogelijk niet afhankelijk van bijstand te zijn. c. voorkomen instroom vanuit WW Door onze bemiddeling ook te richten op ontvangers van een WW-uitkering die binnenkort de maximale uitkeringstermijn bereiken voorkomen we instroom in de bijstand. d. pilot FIP 5

Door onze cliënten Frequent, Intensief en Persoonlijk te benaderen stimuleren wij een positieve houding t.a.v. participatie en werkaanvaarding. e. extra inzet vrijwilligerswerk Door het stimuleren van vrijwilligerswerk willen we cliënten activeren en voor te bereiden op regulier werk. f. extra inzet op taal Door extra taalaanbod in te zetten vergroten wij de kansen op de arbeidsmarkt voor statushouders g. extra inzet op parttime werk Wij stimuleren parttime werk om de doorstroming naar fulltime werk gemakkelijker te maken. h. intensieve samenwerking regio Rijnmond Via de regionale samenwerking hebben wij voor onze cliënten toegang tot uitgebreidere faciliteiten en de regionale arbeidsmarkt. In de samenwerking leren wij ook van onze samenwerkingspartners. i. extra inzet arbeidsmakelaars statushouders en arbeidsbeperkten Het vergt veel inspanning om deze doelgroepen aan het werk te helpen. Daarom hebben wij daar extra personeel op ingezet.

C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Met de getroffen maatregelen willen wij de instroom afremmen en -vooral- de uitstroom bevorderen. De maatregelen hebben effect. De uitstroom uit de bijstand is procentueel in lijn met onze samenwerkingspartners binnen de GR IJsselgemeenten en overstijgt het landelijk gemiddelde.

6

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting, begrotingswijzigingen

X

Jaarrekening

X

Kwartaalrapportage

X

Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties

X

Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.

X

Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

7

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente

Ontwikkeling van het bestand De ontwikkeling van het bijstandsbestand laat zien dat in 2022 bij uitvoeringsorganisatie GR IJsselgemeenten een verlaging van het aantal uitkeringsdossiers gerealiseerd is (98 dossiers, ofwel 3,6%). Uitgesplitst per deelnemende gemeente blijkt dat het aantal dossiers in Krimpen aan den IJssel juist gestegen is in 2022, terwijl bij de samenwerkingsgemeenten Capelle aan den IJssel en Zuidplas een daling conform de landelijke trend te zien is. Waar Krimpen aan den IJssel volgens de BUIG-systematiek een voorspeld aantal bijstandsafhankelijke huishoudens heeft van 443 zijn het er in werkelijkheid 489. Aantal uitkeringsdossiers, Ontwikkeling bestand Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Zuidplas Totaal IJsselgemeenten Instroom Uitstroom Saldo % ontwikkeling Landelijke ontwikkeling

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2.219 506 542 3.267 1.009 1.086 -77 -4,0% -2,5%

2.028 499 515 3.042 772 1.030 -258 -6,9% -5,7%

1.807 459 469 2.735 596 872 -276 -10,1% -4,1%

1.857 495 497 2.849 810 699 111 4,2% 3,6%

1.744 485 484 2.713 691 806 -115 -4,8% -5,0%

1.651 489 475 2.615 611 638 -27 -3,6% -4,0%

Er zijn in Krimpen aan den IJssel 148 huishoudens ingestroomd in de uitkering en 132 huishoudens uitgestroomd. Als de in- en uitstroom gerelateerd wordt aan de samenwerkingspartners, zien we dat Krimpen aan den IJssel met 7,5% van het gezamenlijk aantal inwoners verantwoordelijk is voor 20% van de aanvragen, 24% van de instroom en 21 % van de uitstroom. Ten opzichte van het eigen bestand is de instroom 30,5% en de uitstroom 27.2%. Een uitsplitsing naar de reden van instroom geeft het volgende beeld: reden Einde voorliggende voorziening Onvoldoende middelen van bestaan Verhuizing Einde arbeidsbetrekking Einde huwelijk / relatie Einde studie Afkomstig uit buitenland Ontvangst verblijfsvergunning

Gemiddeld 2015 - 2021 22% 21% 22% 9% 7% 4% 1% 12%

2022 11% 28% 30% 8% 5% 8% 0% 10%

8

Overig

2%

1%

In vergelijking met voorgaande jaren zien we dat het aandeel doorstroom vanuit een voorliggende voorziening na de stijging in 2021 weer is afgenomen. De oorzaak hiervan ligt in de aantrekkende economie, waardoor minder mensen de maximale termijn in een WW-uitkering blijven. Verder zien we dat de instroom van statushouders vrijwel onveranderd is. Het aandeel vanwege verhuizing tenslotte vormt een opvallend groot aandeel binnen de instroom. Uitsplitsing van de uitstroom naar reden laat het volgende zien: reden Arbeid Verhuizing Handhaving Onderwijs / studie Overlijden / bereiken AOW-leeftijd Ander inkomen / uitkering fraude Aangaan relatie Eigen verzoek Overig

Gemiddeld 2015 - 2021 44% 21% 6% 5% 9% 5% 5% 4% 1% 1%

2022 44% 19% 6% 8% 13% 6% 2% 1% 2% 0%

In vergelijking met voorgaande jaren is het aandeel uitstroom wegens verhuizing iets teruggelopen, net als het aandeel wegens aangaan van een relatie. Uitstroom naar opleiding en studie is juist iets toegenomen, net als uitstroom door overlijden of het bereiken van de AOW-leeftijd. Bij uitstroom is in maar 19% van de gevallen sprake van een vertrek uit Krimpen. Bij de groep uitkeringsgerechtigden is er dus sprake van een serieus vestigingsoverschot. Hoge instroom i.c.m. normale uitstroom Opvallend is dat de 40% van de instroom (bijna 60 uitkeringen) bestaat uit mensen die in Krimpen aan den IJssel komen wonen, hetzij vanuit een andere gemeente, hetzij vanuit een AZC na het krijgen van een verblijfsvergunning. Daar tegenover staat dat de uitstroom in slechts 19% van de gevallen gerelateerd is aan een verhuizing uit de gemeente. Bij de huishoudens die zich in Krimpen aan den IJssel gevestigd hebben, valt op dat het vooral voor gezinnen met kinderen betreft. De oorzaak van dit vestigingsoverschot heeft voor een deel te maken met de ontwikkelingen in de huisvesting van vergunninghouders. Krimpen aan den IJssel heeft na een achterstand in de huisvestingsopgave een inhaalslag gemaakt. Hierbij was in een aantal gevallen ook sprake van gezinsvorming door gezinshereniging. Aan het einde van 2022 had Krimpen aan den IJssel 7 personen méér gehuisvest dan de taakstelling aangaf.

Een belangrijke oorzaak ligt daarnaast in het woningcontingent. Krimpen aan den IJssel heeft een relatief grote voorraad sociaal bereikbare huurwoningen: 36,1% van de woningen is een sociale huurwoning. Van gemeenten onder 50.000 inwoners heeft alleen Maassluis een hoger percentage. Deze woningvoorraad in combinatie met een nog volledig vrije vestiging zorgt ervoor dat 9

uitkeringsgerechtigden van buiten Krimpen aan den IJssel zich relatief eenvoudig hier kunnen vestigen. De goede voorzieningen van Krimpen aan den IJssel maken het ook aantrekkelijk om zich hier te vestigen. Slechte arbeidsmarktsituatie Uit cijfers van het Landelijk InformatieSysteem van Arbeidsplaatsen (LISA), van de Kamer van Koophandel en van ArbeindsmartInZicht.nl komt naar voren dat in Krimpen aan den IJssel relatief minder werkgelegenheid is dan in vergelijkbare plaatsen, en ook fors minder dan het landelijk gemiddelde. Het aantal banen per 1000 inwoners ligt in Krimpen aan den IJssel bijvoorbeeld op niet meer dan 65% van het aantal in Capelle aan den IJssel. Het aantal ZZP-ers ligt in die vergelijking op bijna 75% en het aantal starters op 58%. In Krimpen aan den IJssel is het aantal banen in de afgelopen jaren gedaald, terwijl het aantal banen in andere gemeenten in de regio Rijnmond gelijk bleef of zelfs groeide. Door de daling, met name in de metaalsector, is het moeilijk om lager opgeleide en/of ongeschoolde cliënten te plaatsen. Het ‘achterland’ van Krimpen aan den IJssel, de gemeenten Krimpenerwaard en Gouda, is moeilijk met openbaar vervoer bereikbaar en heeft ook geen banenoverschot ter beschikking.

Bestandssamenstelling In de samenstelling van het bestand van Krimpen aan den IJssel vallen een aantal kenmerken op: - Van de 572 personen (in 489 dossiers) hebben er 132 korter dan een jaar een uitkering. 119 personen hebben een uitkering tussen één jaar en drie jaar en 321 personen langer dan drie jaar. Van die laatste groep hebben er 241 langer dan vijf jaar een uitkering. - 145 cliënten zijn vrijgesteld van de (actieve) arbeidsverplichtingen. Dit is relatief veel, maar GR IJsselgemeenten is zorgvuldig in het formaliseren van vrijstellingen. Er zijn geen feitelijke vrijstellingen zonder formele vastlegging. - Er zijn 148 personen ouder dan 56 jaar, en hiervan ontvangen 104 langer dan drie jaar een uitkering. - 26 personen zijn feitelijk duurzaam arbeidsongeschikt. - Bij 25 personen is sprake van geregistreerde laaggeletterdheid. - Het gemiddelde opleidingsniveau is lager dan van cliënten van onze samenwerkingspartners. 44% van de cliënten heeft geen startkwalificatie. - Het bestand omvat 162 personen die Nederlands als tweede taal hebben. - Onder de cliënten zijn 109 statushouders. - Aan het einde van 2022 zaten 348 cliënten in een lopend activerings- of arbeidsgericht traject. - Het bestand omvat in vergelijking met andere gemeenten relatief veel gehuwden, met of zonder kinderen. Dit beeld komt overeen met de totale bevolking van Krimpen aan den IJssel.

- Het aandeel cliënten met deeltijdinkomsten is afgenomen doordat veel van deze cliënten meer uren zijn gaan werken en uitgestroomd zijn uit de uitkering. Concluderend heeft het grootste deel van het bestand een lange afstand naar de arbeidsmarkt en zorgt het relatief grote aantal gehuwden en samenwonenden voor gemiddeld hogere uitkeringskosten.

10

Mismatch van plaatselijke situatie en bekostigingssysteem Krimpen aan den IJssel wordt binnen de BUIG-methodiek voor 40% bekostigd volgens het historisch verdeelmodel en voor 60% volgens de objectieve verdeelmethode. Voor het historisch gedeelte heeft dit als effect dat de bestandsontwikkeling direct leidt tot extra kosten, terwijl een effect op het ontvangen budget pas twee jaar daarna tot uiting komt. Gezien de slechte arbeidsmarkt- en bestandssituatie pakt dit sinds 2015 structureel negatief uit. Voor het objectieve gedeelte blijkt dat in de rekenmethode het verwachte aantal huishoudens dat aangewezen zal zijn op bijstand structureel lager is dan de werkelijkheid. Doorgevoerde verhogingen zorgen er niet voor dat het daadwerkelijke aantal bereikt wordt. Eindresultaat is dat Krimpen aan den IJssel wel verhogingen van het budget kent, maar die kennen een na-ijleffect en blijken onvoldoende om de werkelijke kosten te dekken. A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren a. hoogwaardig handhaven Inzet van handhaving heeft in de jaren voor 2022 aan de preventie-kant geleid tot het niet toekennen van een uitkering bij ongeveer gemiddeld 45% van de meldingen. Aan de repressieve kant heeft handhaving geleid tot jaarlijks tussen 5 en 10 gevallen van uitstroom. In 2022 was de uitstroom door handhaving 8,7%. Hoogwaardig handhaven is structureel in de werkwijze verankerd. b. sluitende aanpak jongeren Het aantal jongeren tot 27 jaar is in de periode van 2018 tot 2021 gedaald van 49 naar 40 c. voorkomen instroom vanuit WW Binnen het project WW@WORK benaderen wij WW-uitkeringsgerechtigden enkele maanden voor het bereiken van de maximum uitkeringstermijn om begeleiding en bemiddeling naar werk aan te bieden. In 2019 en 2020 is in 10, respectievelijk 12 gevallen bemiddeld naar werk voordat bijstandverlening aan de orde was. In 2021 is er, onder invloed van Covid-19, in slechts 6 gevallen instroom in de bijstand voorkomen. d. pilot FIP Het effect van de FIP-aanpak is niet direct in resultaten te vertalen, maar zonder twijfel positief voor het realiseren van uitstroom naar werk. e. extra inzet vrijwilligerswerk Binnen GR IJsselgemeenten is extra personele capaciteit ingezet op vrijwilligerswerk en het realiseren van werkplekken daarvoor.

Deze inzet is meer gericht op de ontwikkeling en de mogelijkheden van cliënten dan op directe uitstroom. Pas op langere termijn kan er sprake zijn van een bijdrage aan uitstroom. f. extra inzet op taal Vanaf 2018 wordt extra inzet gepleegd op taalontwikkeling middels een verbinding naar de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (NT-2 trajecten). Er is geen meetbaar uitstroomresultaat in die zin dat het aandeel cliënten met onvoldoende taalbeheersing niet daalt. Dat is echter wel verklaarbaar, omdat er door de instroom van statushouders doorlopend nieuwe cliënten 11

met onvoldoende taalbeheersing in het bestand worden opgenomen en omdat deze cliëntengroep niet gemakkelijk uitstroomt. g. extra inzet op parttime werk In de jaren voor 2022 is het arbeidspercentage van deeltijdwerkers gestegen van 6,4% naar 8,7%. Na een dip in 2020 als gevolg van Covid-19 is het aandeel in 2021 weer gestegen naar 8,4%. In 2022 is het percentage door verhoogde uitstroom naar fulltime werk weer iets gedaald, naar 7,4%. h. intensieve samenwerking regio Rijnmond Hoewel niet direct aanwijsbaar is hoeveel van de uitstroom naar arbeid samenhangt met regionale samenwerking is duidelijk dat Krimpen aan den IJssel de regio nodig heeft om uitkeringsgerechtigden aan werk te helpen. Gezien de werkgelegenheidssituatie vinden meer inwoners werk buiten de gemeente dan inwoners van andere gemeenten in Krimpen aan den IJssel werk vinden. i. extra inzet arbeidsmakelaars statushouders en arbeidsbeperkten Vanaf 2020 wordt er extra inzet gepleegd en worden er extra trajecten ingekocht. Het aantal statushouders in de bijstand is in 2020 gedaald van 92 naar 88 en vervolgens in 2021 naar 76.

A3.

Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. -

kwartaalrapportages GR IJsselgemeenten www.waarstaatjegemeente.nl UWV spanningsindicator arbeidsmarkt rapportage regionaal werkbedrijf Rijnmond overzichtsrapport ArbeidsmarktInZicht.nl KVK-regiodata kwartaalrapport Krimpen aan den IJssel Divosa Benchmark Werk en Inkomen

12

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is. B1.

Beschrijving getroffen interne maatregelen

Voor 2022 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: a. hoogwaardig handhaven Inzet van handhaving heeft in 2022 aan de preventie-kant geleid tot het niet toekennen van een uitkering bij 39% van de meldingen. Dit percentage is weliswaar iets lager dan in voorgaande jaren, maar gelet op de grote groep inkomende verhuizingen achten wij dit verklaarbaar. Aan de repressieve kant heeft handhaving geleid een uitstroom van 8,7% (11 dossiers) De in 2021 ontwikkelde zelfinspectie-app als substituut voor huisbezoeken is ook in 2022 nog ingezet, maar met het vervallen van de coronamaatregelen vermindert het belang van deze app. b. sluitende aanpak jongeren Het aantal jongeren tot 27 jaar is ondanks de sluitende aanpak niet gedaald in 2022, maar juist gestegen naar 54. De oorzaak van deze stijging hangt samen met Covid-19. De maatregelen tegen Covid-19 hebben met name voor jeugdigen verstrekkende psychische problematiek veroorzaakt en dat heeft effect op de toeleiding naar studie of arbeid. c. extra inzet vrijwilligerswerk In 2022 hebben 78 cliënten vrijwilligerswerk verricht. d. extra inzet op taal Voor 162 cliënten is extra ingezet op taalontwikkeling. Hoewel er geen meetbaar uitstroomresultaat is, zal dit de kans op uitstroom wel verhogen. e. extra inzet op parttime werk Ultimo 2022 hadden 40 cliënten een inkomen uit parttime arbeid. f.

extra inzet arbeidsmakelaars statushouders en arbeidsbeperkten In 2022 zijn veel extra trajecten ingezet om statushouders en arbeidsbeperkten aan werk te helpen. Zo is het aantal banen in het kader van de banenafspraak toegenomen met 26. Bij statushouders is het effect merkbaar van de inhaalslag die gedaan is bij de huisvesting van statushouders, alsook van de toenemende taakstelling. Eind 2022 zijn er 106 statushouders in de bijstand 13

De ingezette maatregelen zijn vooral gericht op het bevorderen van uitstroom uit de uitkering. Wanneer sec naar de uitstroom gekeken wordt, kan vastgesteld worden dat die ondanks de bestandssamenstelling en de slechte arbeidsmarktsituatie meegaat in de landelijke trend. Wij slagen er ook goed in om de uitstroom naar werk duurzaam te realiseren. De benchmark geeft aan dat het terugkeerpercentage lager is dan gemiddeld bij andere gemeenten. Dat rechtvaardigt de conclusie dat de ingezette maatregelen effect hebben, maar helaas onvoldoende om de gevolgen van het vestigingsoverschot van nieuwe uitkeringsgerechtigden ongedaan te maken. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: In de aanvraag voor een vangnetuitkering over 2021 is reeds aangegeven dat de volgende maatregelen niet voortgezet worden: -

aanpassing van de dienstverlening i.v.m. Covid-19 eenmalig extra klanttevredenheidsonderzoek

Maatregelen die nieuw zijn getroffen: Er zijn in 2022 geen nieuwe maatregelen getroffen. Er is een onderzoek gestart naar het vestigingsoverschot, en dit zal gevolgd worden door een onderzoek naar de mogelijkheden om de vrije vestiging te beperken door het stellen van criteria en/of het wijzigen van het systeem van woningtoewijzing. Daarbij dienen wij vanzelfsprekend rekening te houden met onze positie in de regio en de verhoudingen met omliggende gemeenten. Verder hebben wij het voornemen om ons bij de huisvesting van statushouders meer te richten naar de taakstelling en daarop niet vooruit te lopen. Hiervan zijn voor 2022 echter nog geen gevolgen te rapporteren.

14

B2.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie?

Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet a. FIP-aanpak - beschrijving De FIP-aanpak richt zich op frequent, intensief en persoonlijk contact met cliënten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Minimaal 4 keer per jaar is er een persoonlijk gesprek tussen cliënt en een vaste casemanager, dat naast werk ook betrekking heeft op alle andere leefgebieden - bron De FIP-aanpak is ontwikkeld, onderzocht en in de praktijk getest door hoogleraar Menno Fenger van de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met SV Land Specialisten Sociale Zekerheid. - inzicht De FIP-aanpak verdubbelt de participatie onder de deelnemers, brengt soms fraude aan het licht en voorkomt soms het onbedoeld niet voldoen aan verplichtingen. De aanpak levert dus een bijdrage aan het activeren van cliënten en kan een eerste stap in de richting van arbeid betekenen. - maatregel De FIP-aanpak is in 2018 geïntroduceerd. Gezien de resultaten en de omvang van de groep cliënten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt is de capaciteit in 2021 verdubbeld naar 2 Fte. Het effect van de FIP-aanpak is niet direct in uitstroomresultaten te vertalen, maar zonder twijfel positief voor het op langere termijn realiseren van uitstroom naar werk.

b. WW@WORK - beschrijving

15

-

-

Sinds 2019 werken we samen met het UWV om doorstroom vanuit de WW naar de bijstand te voorkomen. Dit doen we door vanaf zes maanden voor het bereiken van de maximumuitkeringstermijn ondersteuning te geven bij het vinden van werk. bron De werkwijze is gebaseerd op het voorbeeld van de gemeenten Rotterdam en ’s-Hertogenbosch. inzicht Door tijdig ondersteuning te bieden wordt de afstand naar de arbeidsmarkt niet onnodig lang en wordt instroom in de bijstand tegengegaan maatregel Zes maanden voordat de maximum termijn van de WW-uitkering bereikt wordt nemen wij contact op met de uitkeringsgerechtigde en bieden ondersteuning aan bij het vinden van werk. Jaarlijks worden, onder invloed van de economische omstandigheden, tussen de 5 en 15 personen aan het werk geholpen en daarmee instroom in de bijstand voorkomen. Vanwege de aantrekkende economie hebben in 2022 veel WW-ontvangers snel een nieuwe baan gevonden. Voor het project WW@WORK resteerden relatief weinig kandidaten voor begeleiding en bemiddeling in de laatste maanden van de WW-uitkering. Toch is de instroom vanuit de WWuitkering procentueel teruggelopen.

c. intensieve samenwerking regio Rijnmond - beschrijving Op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), werken gemeenten, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), sociale partners en het onderwijs samen in het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond voor de invulling van garantiebanen en dienstverlening aan werkgevers. Doel van de samenwerking is om meer mensen aan het werk te helpen en te houden. De samenwerking is eind 2014 geformaliseerd door ondertekening van een intentieverklaring. Eind 2021 is deze vervangen door een samenwerkingsovereenkomst als gevolg van de wijzigingen in de Wet SUWI. De uitvoering is belegd bij het Werkgeversservicepunt. De deelnemende gemeenten leveren capaciteit voor de uitvoering. - bron De samenwerking is wettelijk bepaald in de wet SUWI, de vorm die de samenwerking heeft was echter tot de aanpassing in de wet per 2022 per regio verschillend. De samenwerking in de regio Rijnmond heeft de laatste jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Vanwege de intensieve samenwerking met het onderwijs, werkgeversorganisaties, het UWV en gemeenten zien wij de samenwerking als een externe maatregel. - inzicht De samenwerking is steeds intensiever geworden en organisatorisch doorontwikkeld.

Dat levert een gestructureerde en constante input vanuit verschillende actoren en hun netwerk op mogelijke interventie binnen de vastgestelde ontwikkelthema’s. De samenwerking is onmisbaar voor de ontsluiting van de regionale arbeidsmarkt en een goede werkgeversdienstverlening. De samenwerking zorgt er bovendien voor dat er korte lijnen zijn voor deelname aan, of het leren van, pilots. - maatregel 16

Evenals in voorgaande jaren zijn acties uitgevoerd op de thema’s Harmonisatie, Transparantie, Matching en Social Return on Investment. Hoewel niet direct aanwijsbaar is hoeveel van de uitstroom naar arbeid samenhangt met regionale samenwerking is duidelijk dat Krimpen aan den IJssel de regio nodig heeft om uitkeringsgerechtigden aan werk te helpen. Gezien de werkgelegenheidssituatie vinden meer inwoners werk buiten de gemeente dan inwoners van andere gemeenten in Krimpen aan den IJssel werk vinden. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet Geen Maatregelen die nieuw zijn getroffen Geen

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. a. hoogwaardig handhaven Aan de preventie-kant streven we er naar dat in 40% van de meldingen geen uitkering wordt toegekend. Aan de repressieve kant willen wij dat handhaving leidt tot 10 gevallen van beëindiging van het recht op bijstand. b. sluitende aanpak jongeren Wij willen het bestandsaandeel van jongeren tot 27 jaar beperken tot maximaal 7%. c. WW@WORK

17

Wij willen dat 9 inwoners van Krimpen aan den IJssel door onze bemiddeling doorstromen vanuit de WW naar Werk. d. extra inzet vrijwilligerswerk Binnen GR IJsselgemeenten is extra personele capaciteit ingezet op vrijwilligerswerk en het realiseren van werkplekken daarvoor. Deze inzet is meer gericht op de ontwikkeling en de mogelijkheden van cliënten dan op directe uitstroom. Pas op langere termijn kan er sprake zijn van een bijdrage aan uitstroom. Wij verwachten dat jaarlijks 50 tot 60 cliënten uit Krimpen aan den IJssel een stapje op de participatieladder kunnen maken. e. extra inzet op taal Vanaf 2018 wordt extra inzet gepleegd op taalontwikkeling middels een verbinding naar de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (NT-2 trajecten). Er is geen meetbaar uitstroomresultaat in die zin dat het aandeel cliënten met onvoldoende taalbeheersing niet daalt. Dat is echter wel verklaarbaar, omdat er door de instroom van statushouders nieuwe cliënten met onvoldoende taalbeheersing in het bestand worden opgenomen en omdat deze cliëntengroep niet gemakkelijk uitstroomt. f. extra inzet op parttime werk Door extra inzet op parttime werk proberen wij het percentage deeltijdwerkers naar 10% te brengen. Deeltijdwerk helpt de betreffende cliënten om uiteindelijk de stap naar fulltime werk te zetten en is gunstig voor de gemiddelde kostprijs van een uitkering.

Het in 2021 geïntroduceerde “simpel switchen” is onderdeel van het bevorderen van deeltijdwerk. C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. a. pilot FIP Het effect van de FIP-aanpak is niet direct in resultaten te vertalen. FIP zal altijd plaatsvinden in combinatie met een andere activerings- of re-integratiemiddel. Zonder twijfel is de FIP- aanpak positief voor het uiteindelijk realiseren van uitstroom naar werk. b. intensieve samenwerking regio Rijnmond Omdat regionale samenwerking nooit als enige een rol speelt is niet direct aanwijsbaar hoeveel van de uitstroom naar arbeid daarmee samenhangt. Toch is duidelijk dat Krimpen aan den IJssel de regio nodig heeft om uitkeringsgerechtigden aan werk te helpen. Gezien de werkgelegenheidssituatie vinden meer inwoners werk buiten de gemeente dan inwoners van andere gemeenten in Krimpen aan den IJssel werk vinden. c. extra inzet arbeidsmakelaars voor statushouders en arbeidsbeperkten Vanaf 2020 wordt er extra inzet gepleegd en worden er extra trajecten ingekocht. Door structurele instroom van nieuwe statushouders en door de combinatie met andere reintegratieinstrumenten is het extra uitstroomresultaat niet kwantificeerbaar. Voor arbeidsbeperkten willen wij zoveel mogelijk (beschut) werk realiseren met inzet van loonkostensubsidie.

18

C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Wij monitoren het effect van de maatregelen via:  het jaarplan van de GR IJsselgemeenten  de kwartaalrapportages van GR IJsselgemeenten  het jaarverslag van GR IJsselgemeenten  het uitvoeringsplan Regionaal Werkbedrijf Rijnmond Wij informeren de raad door toezending van alle genoemde documenten

19

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel verklaart dat het voor 15 augustus 2023 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: ___________

20

2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. 21

Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2023 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Krimpen aan den IJssel stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet.

22

Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.

Datum: ___________ De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,

Naam van de ondertekenaar: ___________

23

Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting          

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording

Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2022 dient uiterlijk op 15 augustus 2023 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2023 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

24

Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. Tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’ zijn inhoudelijke verschillen. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: 

indien uw gemeente zowel over 2020 als over 2021 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.

indien uw gemeente over 2020 en/of over 2021 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.

. De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad In gedeelte 1 licht het college toe wat de analyse is van oorzaken van het tekort (onderdeel A), wat de maatregelen zijn gericht op tekortreductie (onderdeel B) en wat het beoogd effect is van de maatregelen op de tekortreductie (onderdeel C). Onderdeel D betreft de verklaring van het college en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in gedeelte 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.

Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt. Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? 25

In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht.

Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2022 wordt een en ander verder toegelicht.

Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag A, B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.

Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (onderdeel A1). Hieronder wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente en/of de eigen arbeidsmarktregio. De analyse dient cijfermatig te worden onderbouwd, zodat duidelijk is op basis van welke cijfers de conclusies over de oorzaken worden getrokken, anders wordt niet voldaan aan het vereiste. Hierdoor krijgt de gemeenteraad voldoende inzicht in de analyse waarop de verklaring van het college is gebaseerd. Daarnaast geeft de analyse andere gemeenten inzicht in de oorzaken van het tekort en de inspanningen van de gemeente om dit tekort te beperken. Navolgbaarheid is van belang met het oog op de onderlinge solidariteit tussen gemeenten en dit kan andere gemeenten ook helpen om lering uit te trekken. 26

Geef bij onderdeel A2 een analyse van het effect van maatregelen die zijn getroffen in voorgaande jaren. Bij voorgaande jaren gaat het vooral om de afgelopen drie jaar en vooral het afgelopen jaar. Het belangrijkste punt is dat als uit de analyse blijkt dat bepaalde maatregelen een beperkt of geen effect hebben dat dit voor het college een reden kan zijn om de maatregel te heroverwegen en niet langer mee te nemen bij het pakket te treffen maatregelen voor het lopende jaar en volgende jaren. Geef bij onderdeel A3 een korte algemene beschrijving van de gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt. Onder bronnen kan worden verstaan: gemeentelijke gegevens en analyses; gemeentelijke beleidsdocumenten waarin analyses zijn opgenomen; benchmarks van de gemeente in relatie tot andere gemeenten; de informatie en analyse uit de SEO-tool gebaseerd op de informatie uit het verdeelmodel; UWV-rapportages; onderzoeksrapporten et cetera. Het is nadrukkelijk de bedoeling om deze beschrijving op hoofdlijnen te houden. Het is dus niet wenselijk of noodzakelijk om per oorzaak of maatregel de gehanteerde bronnen aan te geven. Suggesties bij de beantwoording van A   

 

Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat opnieuw een tekort zou ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 20224 en/of de Benchmark van Divosa5. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn en wat dit betekent voor de verschillende oorzaken van het tekort, zoals deze worden beschreven in de analyse.

Onderdeel B Inleiding In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere reductie van het tekort. Bij onderdeel A2 is een analyse gegeven van de bijdrage van de maatregelen in voorgaande jaren aan de reductie van het tekort. Bij B worden de uitkomsten van deze analyse expliciet meegenomen en vertaald naar de maatregelen. Dat houdt in dat als blijkt dat het effect van sommige maatregelen (sterk) achterblijft bij de verwachtingen, dat de betreffende maatregelen dan niet terugkomen in de maatregelen voor dit jaar. 4 5

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/10/15/rekentool-participatiewet-2021 www.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark

27

Andersom als er sprake is van een grote bijdrage van bepaalde maatregelen, ligt het voor de hand deze maatregelen, waar nodig en mogelijk, te intensiveren. Het is de bedoeling om dit onderdeel op hoofdlijnen te beschrijven en alleen waar nodig en mogelijk van gedetailleerde informatie te voorzien. Onderdeel B bestaat uit: 

B1. Beschrijf de getroffen interne maatregelen onder B1. Onder interne maatregelen worden alle getroffen maatregelen verstaan die niet tot stand zijn gekomen door externe consultatie, maar door de gemeente zelf. B2. Beschrijf de getroffen externe maatregelen, waarbij ook wordt beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen.

En per onderdeel (interne c.q. externe maatregelen) zijn er drie sub kopjes gemaakt waaronder de maatregelen kunnen worden toegevoegd:   

Voor 2022 getroffen maatregelen, die dit jaar zijn voortgezet; Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet dit jaar; Maatregelen die nieuw zijn getroffen dit jaar.

Daarmee wordt expliciet de reguliere P&C-cyclus doorlopen: er wordt nagegaan wat het daadwerkelijk effect is van de getroffen maatregel afgelopen jaar, vervolgens wordt afgewogen of met die maatregel wordt doorgegaan of niet. Vervolgens wordt ingeschat welke extra maatregelen nodig zijn en wat de effecten zijn van alle maatregelen tezamen en tot slot wordt gevolgd wat de daadwerkelijke effecten zijn van de getroffen maatregelen. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘getroffen externe maatregelen’. Wat wordt verwacht van de beschrijving van de getroffen externe maatregelen? Van het college wordt verwacht duidelijk te beschrijven hoe externe consultatie heeft plaatsgevonden en hoe deze consultatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Omschrijf hoe een externe maatregel tot stand is gekomen. Hieruit moet blijken dat het college actief externe consultatie heeft verricht om te komen tot deze externe maatregel en hoe dit heeft geleid tot het treffen van de externe maatregel(en) voorafgaand aan het moment van indiening door het college. Beschrijving getroffen externe maatregelen Per getroffen maatregel dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Naam van de maatregel, gevolgd door de antwoorden op de volgende drie vragen: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?

28

b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Alle drie de vragen dienen te zijn beantwoord, zodat een duidelijk inzicht wordt geboden dat hier sprake is van ‘externe maatregel(en)’. Onderaan dit formulier staat in de bijlage een verdere toelichting op deze vragen en een voorbeeld van een duidelijke beschrijving. Suggesties bij de beantwoording van B   

 

U kunt waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen aangeven. U kunt bij de getroffen maatregelen aangeven welke overwegingen hebben geleid tot het treffen van deze maatregelen en welke bronnen bij die afwegingen zijn gebruikt. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO; o de benchmark Divosa; o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten met de andere onderdelen in het sociale domein benoemen. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden minder, anders of extra heeft getroffen.

Onderdeel C In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect (C1). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd en wordt dus zoveel mogelijk cijfermatig onderbouwd. Indien deze kwantificering niet mogelijk is wordt toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2).

29

Ook wordt aangegeven op welke wijze het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het zoveel mogelijk kwantificeren maakt het beter mogelijk om de (deel)effecten te kunnen monitoren. Hierdoor wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de realisatie van de maatregelen en het (totaal)effect op het terugdringen van het tekort. Er zijn meerdere factoren die een invloed hebben op het ontstaan en de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van een bijdrage aan de reductie van het tekort. In de regelgeving staat dat het college verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen. Het tekort verder reduceren betekent dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen heeft getroffen waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan het verder reduceren van het tekort ten opzichte van voorgaande jaren. Verder reduceren kan ook worden geïnterpreteerd als maatregelen die een reducerend effect hebben op de stijging van de uitgaven. Dus wordt hier verwacht om inzichtelijk te maken dat maatregelen zijn getroffen waarmee het college verwacht/beoogt de eerdere bijdrage aan de neerwaartse trend van de uitgaven te vervolgen. De beschrijving van de effecten van maatregel kan per maatregel of per groep van maatregelen worden beschreven, afhankelijk van de beschikbare informatie en de aard van de maatregel.

De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate waarin de maatregelen een bijdrage leveren aan het reduceren van het tekort en geeft ook geen oordeel over de mate van tekortreductie. De commissie beoordeelt of een antwoord wordt gegeven op de hoofdvraag C. Het college geeft vervolgens aan op welke wijze de effecten worden gemonitord. Aan de wijze van monitoring worden geen verdere eisen aan gesteld. Het is dus aan het college en de gemeenteraad hoe de monitoring precies wordt ingericht. De enige eis is dat de wijze van monitoring beschreven wordt onder vraag C2. Onder monitoring wordt verstaan het volgen van de resultaten van de getroffen maatregelen in relatie tot de verwachte opbrengsten, zodat op grond van deze informatie bijstelling van het beleid en de uitvoering van maatregelen mogelijk is. De monitoring kan fijnmazig per maatregel of per totaalpakket van maatregelen worden uitgevoerd. De monitoring kan specifiek gericht zijn op het domein van de Participatiewet en/of de andere onderdelen van het sociaal domein. Ook kan dit onderdeel uitmaken van een reguliere maand- of kwartaalrapportage. De monitorinformatie kan vervolgens worden gebruikt om de gemeenteraad te informeren en ook kan deze informatie worden gebruikt bij een analyse van het volgend jaar (zie vraag A1).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12797898/1