Bijlage 6 - Notitie begrotingsruimte 2017
Tekst van het document
Notitie begrotingsruimte 2017 Werkwijze onvoorziene lasten en begrotingsresultaat
1. Inleiding Jarenlang was het de gewoonte om het saldo van de begroting na vaststelling toe te voegen aan de post onvoorzien. Vanaf dat moment werd dit bedrag benoemd als onvoorzien, maar in feite behandeld als het verwachte resultaat van de lopende begroting. Alle benodigde mutaties vanwege de aanpassing van ramingen werden met dit saldo verrekend, ongeacht de aard of reden van de wijziging. In dit voorstel voor de werkwijze m.b.t. de post Onvoorzien en het begrotingsresultaat wordt in beeld gebracht wat nu eigenlijk de regels zijn en welke werkwijze het best aansluit bij de planning en controlcyclus van Krimpen. Het doel is heldere afspraken maken om op een verantwoorde manier met begrotingsruimte om te gaan. Hierna wordt eerst ingegaan op de post Onvoorzien en het begrotingsresultaat. Daarna worden kanttekeningen geplaatst en volgt een voorstel voor een nieuwe werkwijze.
2. Onvoorzien en begrotingsresultaat Zoals de term al aangeeft gaat het in principe om lasten en baten die bij het opstellen van de begroting nog niet te voorzien waren. Het gaat dus niet om hogere of lagere lasten/baten van bestaand beleid.
Regelgeving In de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording zijn bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de post onvoorzien. Kortheidshalve worden de artikelen hier niet overgenomen. Gemeentewet artikel 194 lid 2, gaat over ingrijpen van de provincie wanneer de begroting bepaalde verplichte uitgaven niet bevat. De post onvoorzien wordt dan als eerste verlaagd. In het BBV wordt in een aantal artikelen ingegaan op de post onvoorzien. (artikel 1 lid b, artikel 8 lid 1 en 6, artikel 25 lid 1 en artikel 28 lid b). Uit deze artikelen kan worden afgeleid dat het opnemen van een post voor onvoorziene lasten een verplichting is. De gemeente(raad) heeft echter volledige vrijheid als het gaat om: - de omvang van het budget voor onvoorziene lasten, - de wijze waarop het budget wordt geraamd, en - de wijze waarop het budget wordt aangewend
Omvang post onvoorzien Er zijn geen regels voor de omvang van begrotingspost onvoorzien. In Krimpen is de post in het verleden altijd gerelateerd aan een bedrag per inwoner. Lange tijd was dat € 10 per inwoner, maar vanwege de jaarlijkse begrotingsoverschotten en beperkte aanspraken op de post is dit stapsgewijs teruggebracht via € 7,50, naar € 5 en sinds enkele jaren € 1 per inwoner. De VNG geeft op de site aan dat de post onvoorzien weliswaar verplicht is, maar dat ook een raming van € 0 is toegestaan (https://vng.nl/onvoorzien).
Wijze van ramen Er zijn verschillende manieren om de raming voor onvoorzien in de begroting op te nemen. Mede gezien de geringe omvang van de raming voor onvoorzien in Krimpen is het niet logisch het bedrag over de programma’s te verdelen. De raming wordt daarom op een centrale post opgenomen. De raad beslist over aanwending.
Wijze van aanwending Om te bepalen wanneer de post onvoorzien kan worden aangewend worden meestal de drie O’s gehanteerd: - Onvoorzienbaar - Onuitstelbaar - Onvermijdbaar Als nieuwe uitgaven aan deze criteria voldoen, dan kan een beroep worden gedaan op onvoorzien. Hiervoor wordt een raadsvoorstel gedaan, waarna verwerking via een begrotingswijziging plaatsvindt.
Begrotingsresultaat De uitkomst van de begroting (het saldo) is een prognose van het resultaat over het betreffende jaar. In de loop van het jaar wordt deze prognose bijgesteld door budgetwijzigingen. Dit heeft (in theorie) altijd verband met geraamde uitgaven (of inkomsten) die worden verhoogd of verlaagd en betreft dus bestaand beleid. Tussentijdse intensivering van het bestaande beleid vereist een raadsbesluit en leidt tot wijziging van de post onvoorzien, op basis van de drie O’s.
3. Theorie en praktijk Tot zover de theorie. Wanneer op de beschreven wijze met onvoorzien en het begrotingsresultaat wordt omgegaan blijven beide posten ‘zuiver’. Daarbij zijn echter wel een paar belangrijke kanttekeningen te plaatsen: - De zogenaamde 3 O’s voor de aanwending van onvoorzien zijn in Krimpen nooit actief gehanteerd. Terugkijkend naar de aanwending van onvoorzien in de afgelopen jaren valt op dat er nauwelijks (nieuwe) lasten zijn die aan deze criteria voldoen. Toch is er wel degelijk behoefte aan financiële ruimte om tegenvallers op te vangen. - Het zuiver houden van (onvoorziene) nieuwe uitgaven en afwijkingen bij de uitvoering van bestaand beleid klinkt goed, maar is in de praktijk lastig. Daar komt bij dat het onderscheid bestuurlijk weinig toegevoegde waarde lijkt te hebben. Het blijft dus bij een administratief onderscheid. - Nieuwe uitgaven of intensivering van bestaande uitgaven hebben soms een structureel karakter. De post onvoorzien kan niet structureel worden ingezet, want dat leidt tot een lagere raming voor onvoorzien in latere jaren. Het begrotingsresultaat heeft deels een structureel karakter en is deels incidenteel. Bij besluitvorming en begrotingswijzigingen wordt daar weinig aandacht aan besteed. - Een mogelijk probleem ontstaat wanneer er toch volgens de criteria een beroep op Onvoorzien wordt gedaan.
Wanneer de behoefte aan middelen groter is dan de post onvoorzien, moet daarvoor andere dekking worden gezocht, bijvoorbeeld uit een reserve. Tegelijkertijd kan sprake zijn van een substantieel begrotingsresultaat, dat echter niet voor dit doel mag worden ingezet.
4. Voorstel Uit het bovenstaande blijkt dat de theorie een zuivere scheiding van resultaat en onvoorzien aangeeft, maar dat die in de praktijk moeilijk te hanteren is en weinig meerwaarde heeft. Voorgesteld wordt de focus niet te leggen op het onderscheid, maar die te verleggen naar inzicht in structurele en incidentele (begrotings)ruimte. Door in begrotingswijzigingen mee- en tegenvallers op basis daarvan voor te leggen krijgen college en raad meer inzicht in de effecten van financiële besluiten en een betere financiële prognose.
Samenvattend: - Onvoorzien en begrotingsresultaat samenvoegen onder de noemer financiële begrotingsruimte. - De raming voor onvoorzien terug te brengen naar € 0, omdat die als aparte raming geen waarde meer heeft. - Binnen de begrotingsruimte onderscheid maken in incidentele en structurele ruimte en deze componenten bij iedere begrotingswijziging in beeld brengen. - Bij het opstellen van de kadernota 2018 overwegen of een raming voor begrotingsruimte nuttig is, zodat bij het vaststellen van de begroting altijd ruimte voor tegenvallers gereserveerd is.