Bijlage 5. Jaarstukken 2024 GRJR
Tekst van het document
Voorlopige JAARSTUKKEN 2024 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 11 april 2025
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding, financieel overzicht en leeswijzer ....................................................................................... 1 2. Programmaverantwoording ............................................................................................................... 4 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ............................................................................................. 4 2.2 Kaders voor de GRJR .......................................................................................................................... 4 2.3 Actuele begroting 2024 ..................................................................................................................... 7 2.3 Doelen en inzet .................................................................................................................................. 9 2.4 Uitvoering ........................................................................................................................................ 23 3. Paragrafen ....................................................................................................................................... 27 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................................................
27 3.2 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................. 28 3.3 Financiering ..................................................................................................................................... 31 3.4 Openbaarheid (Wet open overheid) ................................................................................................ 31 4. Jaarrekening .................................................................................................................................... 33 4.1 Overzicht van baten en lasten ......................................................................................................... 33 4.2 Toelichting op baten en lasten ......................................................................................................... 34 4.3 Balans .............................................................................................................................................. 37 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ....................................................................... 38 4.5 Toelichting op de balans ..................................................................................................................
39 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................................................................. 43 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ..................................................................................................... 44 4.8 Rechtmatigheidsverantwoording .................................................................................................... 45 5. Vaststellingsbesluit .......................................................................................................................... 48 Bijlage A: Overzicht totale lasten A t/m J per gemeente ...................................................................... 49 Bijlage B: Overzicht voor gemeentelijke verantwoordingen van lasten A t/m E + I3 ............................ 52 Bijlage C: Inhoudelijke rapportage opdrachten A t/m E en I3 ............................................................... 54
1. Inleiding, financieel overzicht en leeswijzer In de voorlopige Jaarstukken 2024 verantwoordt de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) het door gemeenten vastgestelde beleid en het financieel beheer over het jaar 2024, zodat het bestuur en de gemeenteraden hun controlerende taak kunnen vervullen. De jaarstukken van de GRJR gingen tot 2023 altijd over drie soorten uitgaven: • Zorgkosten: kosten van regionaal en landelijk ingekochte specialistische jeugdhulp die door gemeenten werd ingezet (ca 76 % van de begrote uitgaven), • Subsidiekosten: subsidies die door de GRJR werden verstrekt, vooral voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis (ca. 22,5 %) en • Uitvoeringskosten: kosten die de GRJR maakte om de taken uit te voeren (ca 1,5 %). Begin 2024 bleek dat, volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), de verantwoording van de zorgkosten door de gemeenten zelf in de eigen jaarrekening moet plaatsvinden. Reden hiervoor is dat gemeentelijke besluiten over inzet van de hulp bepalend zijn voor deze lasten. Aan de GRJR is het aangaan van contracten gedelegeerd omdat de GRJR als hoofdtaak heeft om te zorgen voor voldoende en betaalbaar zorgaanbod zodat gemeenten zorg passend en tijdig kunnen inzetten. Daarnaast heeft GRJR alleen mandaat voor administratieve, informatie- en adviestaken.
De raden en colleges gaan zelf over de inzet en begroten en verantwoorden dan ook zelf de daarmee gemoeide lasten. Dit heeft de volgende gevolgen voor de voorliggende voorlopige jaarstukken: 1. In de jaarrekening 2024 van de GRJR komen de zorgkosten NIET meer voor; 2. De GRJR verstrekt separaat gegevens aan deelnemende gemeenten ten behoeve van de gemeentelijke verantwoording en accountantscontrole; 3. In het jaarverslag 2024 van de GRJR worden de zorgkosten zelf NIET toegelicht. Het jaarverslag gaat in op de doelen, inzet en resultaten van de GRJR zelf en is daarmee een inhoudelijke verantwoording van hoe de GRJR haar werk heeft gedaan en de daarvoor gemaakte uitvoeringskosten en subsidiekosten. Dit is wat onwennig omdat de grootste uitgaven juist de zorgkosten betreffen. De GRJR heeft hierbij wel een belangrijke taak (inkoop, contractmanagement, informatievoorziening, Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing) maar deze kosten komen dus niet in de GRJR-jaarrekening. De GRJR heeft vanuit de advies- en informatiefunctie afzonderlijke bijlagen gemaakt met financiële gegevens en toelichtingen waarmee de gemeenten voor de eigen jaarstukken hun voordeel kunnen doen.
Financieel overzicht Het financiële beeld is als volgt. Primitieve begroting 2024 Totale Baten Zorgkosten Risico's Jeugdhulp Organisatie en overige kosten Totale Lasten Saldo Baten en Lasten Nagekomen kosten voorgaande jaren Totaal gerealiseerd resultaat
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Begroting na wijziging 2024 € 90.285.000 € 84.177.000 € 1.000 € 6.107.000 € 90.285.000 €0 €0 €0
Verwachte Verschil voorlopige begroting vs realisatie 2024 realisatie 2024 € 94.144.000 -€ 3.859.000 € 82.780.000 € 1.397.000 €0 € 1.000 € 6.256.000 -€ 149.000 € 89.036.000 € 1.249.000 € 5.108.000 € 5.108.000 -€ 1.923.000 € 1.923.000 € 7.032.000 € 7.032.000
1
De totale lasten van de GRJR bestaan in de eerste plaats uit € 82,8 mln. die in de tabel als “zorgkosten” zijn omschreven maar waaronder in dit geval wordt verstaan: crisishulp, subsidie Acute GGZ, subsidie Jeugdbescherming en subsidie Veilig Thuis. Dit zijn zorgkosten die voortkomen uit besluiten van de GRJR. Zorgkosten op de regionale en landelijke jeugdhulpcontracten vallen hier niet onder want deze staan niet meer in de GRJR-jaarrekening maar in de gemeentelijke jaarrekeningen. De zorgkosten van de GJRR zelf vallen €1,4 mln. lager uit dan begroot. Dit komt voornamelijk omdat de GRJR de subsidies heeft verleend voor een lager bedrag dan begroot en heeft gestuurd op realisatie binnen de subsidies. Daarnaast bestaan de lasten uit € 6,3 mln. Organisatiekosten en overige kosten. De organisatiekosten zelf vallen lager uit dan begroot. Maar de overige kosten betreffen niet begrote kosten voor de proeftuinen Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. Hier staat echter een subsidie van de rijksoverheid als baat tegenover waardoor deze overschrijding wordt geneutraliseerd. Aan de batenkant heeft de GRJR een meevaller door renteopbrengsten uit schatkistbankieren. Dit betreft rentes op de rekening courant van de GRJR, waar inleg van gemeenten binnenkomt en zorgfactuurbetalingen uitgaan.
Tot slot is er in de uiteindelijke afronding van afrekeningen met zorgaanbieders over eerdere zorgjaren per saldo een voordeel van €1,9 mln. ontstaan. Eerder te verwachten nog te betalen kosten betroffen verantwoorde productie waarvoor de zorgtoewijzing en/of de zorgdeclaratie nog ontbrak. Pas als die toewijzingen en/of declaraties worden opgeleverd gaat de GRJR over tot betaling. Door hierop druk te houden en met deadlines naar definitieve afsluiting toe te werken kon de GRJR openstaande verplichtingen afboeken. Het saldo in de voorlopige rekening van de GRJR bedraagt daarmee € 7,0 mln voordelig. Het saldo wordt bij definitieve rekeningvaststelling teruggeven aan gemeenten waardoor de defnitieve jaarrekening op €0 zal uitkomen. Bijlage met zorgkosten voorvloeiend uit gemeentelijke besluiten Nogmaals wordt opgemerkt dat dit NIET de zorgkosten op regionale en landelijke contracten betreft omdat die volgens het BBV direct in de gemeentelijke jaarrekeningen moeten komen en NIET in de GRJR-jaarrekening. Het gaat om €282,6 mln. die nog wel in de begroting 2024 van de GRJR was gepresenteerd.
Over die kosten is de verantwoordingsinformatie voor gemeenten opgenomen in een afzonderlijke bijlage A die GEEN onderdeel is van de GRJR-jaarrekening Omdat de accountantsbeoordeling van de GRJR-jaarrekening niet te verstoren met deze verantwoordingsinformatie wordt er hier niet verder op ingegaan maar verwezen naar de bijlage.
Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag en de jaarrekening. Hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten per onderdeel van de jeugdhulp, terwijl hoofdstuk 3 de in het BBV voorgeschreven paragrafen (voor zover van toepassing) bevat, die inzicht geven in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening, met financieel inzicht in het gevoerde beleid (overzicht van baten en lasten met toelichting), de financiële positie (balans met toelichting) en enkele verplichte overzichten. In separate bijlagen die geen deel uitmaken van deze jaarstukken is informatie opgenomen ten behoeve van de gemeentelijke verantwoording.
2
Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording
3
2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.2.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De GRJR is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De gemeenten besloten in 2014 om in het openbaar lichaam GRJR gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden.
2.1.2 Ambitie in de samenwerking De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Daarin staat dat de gemeenten bouwen aan een “jeugdhulp-infrastructuur” die aansluit bij “sterke lokale infrastructuren”. Gemeenten zorgen zo dat gezinnen in hun leefomgeving ondersteuning, basishulp en lichte jeugdhulp kunnen vinden die op elkaar aansluiten. En dat op het juiste moment zo nodig ook persoonsgebonden specialistische hulp komt. Om dit mogelijk te maken werken de gemeenten in de GRJR samen om: • Regionale beschikbaarheid van persoonsgebonden hoog-complexe zorg te garanderen; • Deze zorg aan te laten sluiten op wat in de deelnemende gemeenten al geregeld is. De GRJR-ambitie is om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat voor gezinnen en jeugdigen tijdige, nabije en betaalbare passende hulp beschikbaar is. De GRJR stuurt op het niveau van jeugdhulpaanbieders en het zorglandschap. De sturing op en coördinatie van daadwerkelijke inzet van jeugdhulp zijn taken van individuele gemeenten. Lokale teams van de gemeenten zelf wijzen jeugdhulp toe en beoordelen zorgdeclaraties.
2.1.3 Taken GRJR De GRJR is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Contracteren of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Contracteren of subsidiëren van uitvoerders jeugdbescherming en jeugdreclassering in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis); • Bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten over de uitvoering van de jeugdhulptaken. Hieronder valt ook het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar, en het gezamenlijk behartigen van gemeentelijke belangen. De uitvoering moet gebeuren binnen afspraken op bovenregionaal en landelijk niveau.
2.2 Kaders voor de GRJR 2.2.1 Jeugdwet Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid;
4
c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij; d. En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft. Voor de nakoming van deze verplichting is een fijnmazige ondersteuningsstructuur ontwikkeld die voorziet in de nodige hulp. Dit stelsel heeft als doel om gezinnen die belemmeringen in opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ondervinden, zo vroeg mogelijk moment te ondersteunen en waar nodig zwaardere hulp te bieden. De ondersteuningsstructuur kent grofweg een vierdeling: Ondersteuningsstructuur 0e lijn Vrijwilligers, welzijnsorganisaties, sport- en beweegaanbieders, onderwijs etc. Gemeenten voeren hiervoor beleid op aan de jeugdhulp aanpalende terreinen. 1e lijn Lokale teams als uitvoerders van basishulp, binnen het sociaal domein en in samenwerking met andere wettelijke verwijzers in de jeugdhulp. Naast basishulp voor jeugdigen zorgt een lokaal team voor intensieve vrijwillige hulp (IVH), laag-intensieve begeleiding bij chronische problematiek en hulp voor zorgmijders. Gemeenten richten hiervoor zelf lokale teams in. e 2 lijn Regionaal (door de GRJR) gecontracteerde zorg waarnaar lokale teams, huisartsen, jeugdbeschermers en medisch specialisten kunnen verwijzen en waarvoor het lokale team een toewijzing afgeeft.
Het gaat hierbij om specialistische hulp in de vorm van: A. Pleeghulp B. Opname met verblijf (waaronder ook gesloten jeugdzorg/jeugdhulp plus C. Langdurig verblijf D. Daghulp E. Ambulante hulp Voor forensische doelgroep zijn afzonderlijke contracten afgesloten. 3e lijn Landelijk (sinds 2015 door de VNG) gecontracteerde zorg, waar alle verwijzers naar kunnen verwijzen. Dit wordt vooral door medisch specialisten gedaan. Ook voor deze zorg geeft het lokale team een toewijzing af. Het gaat hierbij om hoogspecialistische hulp. Deze zorg wordt LTA-zorg genoemd, waarbij LTA staat voor Landelijk Transitie Arrangement.
2.2.2 Gemeentelijk beleid: Regiovisie Nabij en Passend en ontwikkelopgaven Het beschikbare aanbod van jeugdhulp vormt samen het zorglandschap. Het huidige zorglandschap is nog niet voldoende ingericht om de hulp in alle opzichten te kunnen inzetten op de manier waarop gemeenten dat in de Regiovisie voor ogen hebben: nabij en passend. Én betaalbaar: een ambitie die er na Regiovisie-vaststelling in 2021 nadrukkelijk bij is gekomen. Op het zorglandschap meer in lijn te brengen met deze beleidsmatige visie heeft de GRJR ontwikkeldoelen geformuleerd en daarbij behorende opdrachten vanaf 2023 opgenomen in de contracten met systeemaanbieders. De opgaven zijn: Ontwikkelopgaven Doel 1: Hulp aan Hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), dat netwerk de jeugdige is wordt betrokken, zodat duurzame oplossingen ontstaan. De hulp is kort en bondig zodat geen nabij en passend onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat. De ingezette methoden passen bij de ondersteuningsbehoefte en zijn bewezen effectief, tegen zo laag mogelijke kosten. Doel 2: De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg en het Regionaal sluit lokale netwerk; aanbieders en maatschappelijke partners vinden en ondersteunen elkaar op aan op lokaal kennis, vaardigheden en expertise.
Ze zorgen samen dat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving. Doel 3: jeugdigen Jeugdigen die niet langer thuis kunnen wonen groeien zoveel mogelijk op binnen een groeien zoveel pleeggezin/gezinshuis. mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Doel 4: Minimale Hulp met verblijf is zo kort mogelijk en gericht op behandeling in samenwerking met gezin en inzet van bedden school. Beschikbare bedden zijn flexibel inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiele zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Doel 5: In de aanbesteding 2023 is ook een ontwikkelopdracht afgesproken behorende bij monitoring Kosteneffectiviteit en sturing, die gaat over inzicht in kosteneffectiviteit.
5
2.2.3 Kadernota GRJR Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stuurt de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 16 december 2022, de kaders voor de begroting 2024 aangegeven. Deze zijn beschreven in de Kadernota GRJR 2024 die ter kennisname aan de raden is gestuurd. In de kadernota staat onder meer hoe invulling wordt gegeven aan het realistisch begroten en hoe de budgetten worden geïndexeerd.
2.2.4 Verantwoordingsproces conform BBV: deels GRJR, deels gemeenten Voor gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden geldt het Besluit Begroten en Verantwoorden Provincies en Gemeenten (BBV). In 2024 deed de Commissie BBV de bindende uitspraak dat lasten moeten worden begroot en verantwoord door het orgaan dat ook besluit over de uitgaven. Concreet betekent dit dat de jeugdzorgkosten niet door de GRJR maar door gemeenten zelf moeten worden begroot en verantwoord, omdat deze kosten voorvloeien uit beschikkingen/toewijzingen die de gemeente afgeeft. Het maakt daarbij niet uit dat de contracten door de GRJR zijn aangegaan. De bevoegdheid om contracten aan te gaan is aan de GRJR gedelegeerd, maar de bevoegdheid om de ingekochte hulp in te zetten hebben de gemeenten bij zich gehouden (en in hun lokale teams c.q. wijkteams georganiseerd). De consequenties hiervan zijn: • De lasten van regionaal en landelijk ingekochte hulp worden niet meer in de jaarrekening van de GRJR verantwoord.
De jaarrekening gaat alleen nog over eigen kosten van de GRJR voorvloeiend uit subsidiebesluiten en uitvoeringstaken; • De GRJR stuurt op de contractpartijen (bij de landelijke contractpartijen samen met de VNG), richt de administratieve keten in, verzamelt gegevens en verzorgt de betaling aan en verantwoording door de zorgaanbieders; • De GRJR vervult een informatie- en adviesfunctie voor gemeenten. Dit krijgt vorm in begrotingsadviezen, doorlopende dashboards en periodieke bestuursrapportages. Na afloop van het jaar rapporteert de GRJR de lasten voor iedere gemeente in een afzonderlijke bijlage gelijktijdig met de jaarstukken (niet deel uitmakend van de jaarstukken). In overleg met accountants van de GRJR en gemeenten is concreet gemaakt welke lasten ‘overgaan’ van de GRJR-jaarrekening naar de gemeentelijke jaarrekeningen, en hoe de accountantscontroles hierop worden aangepakt. Dit resulteerde in onderstaande verdeling: • Budgetten voor zorgkosten die voortvloeien uit gemeentelijke besluiten tot toewijzing staan niet meer in de GRJR-begroting en -jaarrekening.
Dit zijn de kosten voor pleeghulp (A), opname met verblijf (B), langdurig verblijf (C), daghulp (D), ambulante hulp (E), landelijk ingekochte hulp (I3) en (voorzover nog van toepassing) maatwerk- en buitenregionale plaatsingen (I1); • Overige budgetten zijn voor kosten die niet direct voortvloeien uit gemeentelijke besluiten tot toewijzing en daarom in de GRJR-begroting en -jaarrekening blijven. Dit zijn de kosten voor crisishulp en acute dienst (F en I4), jeugdbescherming/jeugdreclassering (G), Veilig Thuis (H), transformatie/innovatie (I5) en GRJR-uitvoeringstaken (J).
Beleidsindicatoren In principe behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in hun eigen jaarrekening in.
6
Wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen In 2024 zijn landelijk voorbereidingen getroffen voor de Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen. Met name het wettelijk vastleggen van regio’s, het verplicht regionaal inkopen van voorgeschreven vormen van jeugdhulp en een hiertoe opgestelde zorgvormenlijst zorgden voor discussie. De regio is hier samen in opgetrokken in standpuntbepaling en lobby. De UO is betrokken geweest bij dit proces via afstemming met onder meer de VNG en het ministerie van VWS. De uitkomst van dit landelijk proces is dat het wetsvoorstel naar verwachting in de loop van 2025 wordt aangenomen door het parlement en dat hier geen wezenlijke wijzigingen in worden aangebracht. Dit betekent dat regiogemeenten en de UO bij de eerstvolgende verlenging van bestaande contracten de zorgvormenlijst moeten hanteren. Voor de UO betekent dit dat per 2029 nieuwe contracten moeten worden aangegaan. Als regiogemeenten in de tijd tussen vaststelling van de wet en vóór 2029 hun lokale contract moeten verlengen, dan moeten de vormen van zorg die op de zorgvormenlijst staan en die lokaal werden ingekocht, zoals logeren, tot 2029 voor die gemeente door de UO worden ingekocht. De grootste gevolgen van deze nieuwe wet betreffen de gemeenten Schiedam, Maassluis en Vlaardingen.
Het wetsvoorstel betekent dat per 2029 de specialistische zorg die nu door de subregio MVS zelf wordt ingekocht weer door de UO moet worden ingekocht voor deze gemeenten.
2.3 Actuele begroting 2024 In april 2023 legde het bestuur van de GRJR de ontwerpbegroting 2024 voor zienswijzen aan de gemeenteraden voor. In september 2023 stelde het bestuur de begroting 2024 vast met inachtneming van de zienswijzen. In april 2024 legde het bestuur een begrotingswijziging voor zienswijzen voor. Na de wettelijk aangepaste termijn van dertien weken stelde het bestuur op 13 september 2024 de begrotingswijzing vast. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen. De belangrijkste mutaties betroffen een actualisatie van zorgbudgetten op basis van actuele realisatiecijfers 2023, definitieve indexatie en extra geld voor GI’s en VT. Op moment van vaststelling van de begrotingswijziging werd voor de vergelijkbaarheid nog de volledige oorspronkelijke begroting van de GRJR getoond. Onderin onderstaande tabel is zichtbaar gemaakt welk deel van de lasten voorvloeien uit GR-besluiten (€90.285.211) en welk deel uit gemeentelijke besluiten (€282.587.106). Dit laatste deel komt niet in de jaarrekening van de GRJR maar in de jaarrekeningen van de afzonderlijke gemeenten. De actuele begroting is als volgt.
7
Begroting 2024
Begroting 2024
Ontwerp 1e Begrotingswijziging
Begroting 2024 na wijziging
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
284.752.014 0 284.752.014
88.121.092 0 88.121.092
372.873.106 0 372.873.106
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Lichte behandeling met verblijf Gesloten jeugdhulp Zwaardere behandeling met verblijf Zwaardere behandeling gedwongen kader Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Gezinshuizen Kamertraining Beschermd wonen Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen JBRR WSS LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal lasten
21.685.882 65.451.147 7.741.727 11.061.671 45.215.246 1.432.503 21.266.144 7.643.282 12.420.881 1.201.982 17.507.601 39.414.653 9.363.920 46.951.716 36.276.430 8.800.000 1.875.286 20.615.903 36.860.457 10.986.320 23.262.664 654.982 1.956.491 5.634.592 5.634.592 0 0 0 0 0 284.752.014
8.324.027 28.732.986 2.826.373 2.828.921 22.604.909 472.783 11.093.029 7.701.652 1.938.066 1.453.311 16.546.191 25.765.689 -458.748 3.856.053 2.134.506 782.215 939.332 1.184.097 -7.395.538 -9.929.690 2.481.253 120.252 -67.353 473.306 -5.633.508 5.031.092 196.037 227.044 394.527 258.113 88.121.092
30.009.909 94.184.132 10.568.100 13.890.591 67.820.155 1.905.286 32.359.173 15.344.934 14.358.946 2.655.293 34.053.792 65.180.342 8.905.172 50.807.770 38.410.936 9.582.215 2.814.618 21.800.000 29.464.919 1.056.630 25.743.917 775.234 1.889.138 6.107.898 1.084 5.031.092 196.037 227.044 394.527 258.113 372.873.106
0
0
0
85.177.604 199.574.410 284.752.014
5.107.607 83.013.485 88.121.092
90.285.211 282.587.895 372.873.106
LASTEN A B B1 B2 B3 B4 C C1 C2 C3 D E F G G.1 G.2 G.3 H I I.1 I.3 I.4 I.5 J J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 z
SALDO GR-besluiten Gemeentelijke besluiten Totaal
8
2.3 Doelen en inzet 2.3.1 Passend, nabij en betaalbaar zorglandschap Financieel Zoals eerder toegelicht wordt de realisatie op regionale en landelijke contracten (A, B C, D, E, I1, I3) niet in de jaarrekening van de GRJR verantwoord. In deze paragraaf gaat het om de taken van de GRJR die de inzet van gecontracteerde hulp door gemeenten mogelijk maken. Deze taken van de GRJR zelf brengen kosten met zich mee op de volgende begrotingspost: Primitieve begroting 2024 I5
Transformatiefon ds/Innovatie
1.956.491
Begroting na Verwachte Verschil begroting wijziging 2024 Realisatie 2024 vs resultaat
1.889.138
1.381.620
507.518
De uitgaven bestaan uit jaarlijkse vergoeding van ca. €150.000 aan elk van de zeven systeemaanbieders voor capaciteitsinzet op ontwikkelopdrachten, plus een bijdrage van €400.000 aan het regionale Programmateam Jeugd waarin de deelnemende gemeenten beleidsmatig samenwerken.
Toelichting Wat wilden we bereiken? De GRJR-ambitie is om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij voor passende hulp terecht kunnen (regionale jeugdhulpopdrachten A t/m E). Gemeenten en wettelijke verwijzers kunnen daarnaast hoogspecialistische zorgvoorzieningen inzetten waarvan het aanbod landelijk is georganiseerd (LTA). Naast beschikbaarstelling van benodigde hulp moet er gewerkt worden aan ontwikkeling van het aanbod en de samenwerking in het zorglandschap De GRJR heeft met de systeemaanbieders contractuele afspraken gemaakt over ontwikkeling van het aanbod in lijn met de Regiovisie. De GRJR geeft de systeemaanbieders jaarlijks een vast bedrag om hier capaciteit voor in te zetten en de gewenste ontwikkelresultaten te leveren. De gemeenten werken samen in een regionaal programmateam waarmee de gemeenten ook zelf investeren in transformatie naar nabije, passende en betaalbare jeugdhulp. Daar waar afstemming en sturing nodig is omdat een zorgvraag van een jeugdige niet simpel valt toe te wijzen aan één aanbieder, is het team zorgbemiddeling aan zet. Zorgbemiddeling functioneert met een integrale blik en bundelt kennis vanuit in ieder geval jeugdhulp, GGZ, LvB, sociaal domein en veiligheid. De zorgbemiddelingstafels worden tot een onafhankelijk regionaal expertiseteam doorontwikkeld (via GRJR-subsidie GI’s).
Wat hebben we daarvoor gedaan? Om te zorgen voor een passend, nabij en betaalbaar zorglandschap hebben we langs verschillende lijnen gewerkt:
9
1) 2) 3) 4) 5)
Algemene ontwikkelingen in het zorglandschap Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing Ontwikkelopdrachten en ontwikkeling zorgalternatieven Zorginhoudelijke ontwikkelingen in de regionaal gecontracteerde zorgopdrachten Wachttijden in de regionaal gecontracteerde zorgopdrachten
1) Algemene ontwikkelingen in het zorglandschap Samenwerking gecontracteerde aanbieders Zeven systeemaanbieders zijn samen verantwoordelijk voor een dekkend zorglandschap voor specialistische jeugdhulp. Forensische jeugdhulp is apart gecontracteerd; dit zijn de prestatieaanbieders. Tot slot zijn er flex-aanbieders die (tijdelijk) worden ingezet als systeem- of prestatieaanbieders geen ruimte meer hebben om de hulp zelf tijdig te leveren of als zij de zorg niet kunnen leveren. In 2024 zijn nieuwe flex-aanbieders gecontracteerd. In 2024 is verdergegaan met de nieuwe vorm van de zorglandschapstafel waarin de GRJR systeemaanbieders en gemeenten bij elkaar brengt. Op de zorglandschapstafels worden signalen en analyses besproken om zo tot gezamenlijk gedragen oplossingsrichtingen te komen en wat dit vraagt van de gemeenten, aanbieders en de uitvoeringsorganisatie van de GRJR. Tevens wordt informatie gedeeld over ontwikkelingen die plaatsvinden, wat dit vraag van de regio Rijnmond. Een voorbeeld hiervan is het BREN (Boven Regionale Expertise Netwerk) maar ook ontwikkelingen vanuit het Rijk over de Hervormingsagenda Jeugd. In 2024 is gewerkt aan de inzet van mandatering voor het Regionaal Expertise Team Rijnmond (RER), om daar waar het in eerste instantie niet lukt op tijd passende zorg te leveren door één van de aanbieders hier toch de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor te nemen.
Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt aan, zowel landelijk als in onze regio. Aanbieders zetten in op het werven en behouden van (ervaren) medewerkers, onder andere door het beheersen van de werkdruk. Van mei 2023 tot mei 2024 liep een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg waarin mbo’ers naast hbo’ers worden ingezet in de pleegzorg en die ook in 2024 is ingezet. Dit met het doel om de jeugdhulpsector toegankelijker te maken voor mbo’ers en zo de krapte op de arbeidsmarkt te verminderen. De resultaten zijn positief en gedeeld met aanbieders en gemeenten. Het ziekteverzuim in de jeugdhulp nam licht af, maar is nog steeds hoger dan in andere sectoren. Aanbieders zetten sterk in op preventie en begeleiding om het ziekteverzuim terug te dringen. 2) Ontwikkelopdrachten en ontwikkeling zorgalternatieven Met de zeven systeemaanbieders voor specialistische jeugdhulp vanaf 2023 zijn afspraken gemaakt waarin de ontwikkelopgaven in de Regiovisie zijn vertaald naar opdrachten om hun zorgaanbod passender te maken. Elke aanbieder werkt op eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage en na afloop van het jaar verantwoorden zij de inzet van hun ontwikkelbudget van maximaal € 150.000 per aanbieder per jaar.
Deze lasten zijn verantwoord op het budget Transformatie/innovatie (I5). Om de resultaten meetbaar te maken bouwden aanbieders en GRJR aan betekenisvolle Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) per ontwikkelopdracht. In contractgesprekken bespraken de contractmanagers de inhoudelijke ontwikkelingen mede aan de hand van deze KPI’s.
10
Naast de individuele ontwikkelopdrachten vormden aanbieders een gezamenlijke ontwikkelagenda ter versterking van de individuele ontwikkelopdrachten. Deze gezamenlijke agenda is gericht op verbetering van toeleiding naar specialistische hulp, ontwikkelen van passend zorgaanbod en leren van complexe casuïstiek, binnen de opdracht tot kostenbesparing. Op de ontwikkelopdrachten is onderstaand kwalitatief resultaat geboekt: 1. Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Aanbieders werken op diverse manieren aan deze opdracht. De ene aanbieder focust op gebiedsgericht werken, een andere opent een nieuwe locatie in het noorden van de regio waar nog geen fysieke aanwezigheid was. Ook kijken aanbieders binnen het bestaande hulpverleningsaanbod naar meer nabije zorg, zoals gericht zoeken naar netwerkpleeggezinnen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. Het afgelopen jaar is voor deze KPI het begrip ‘nabij’ gedefinieerd in afstand in kilometers tussen de postcode van verblijf van de jeugdige en de postcode van de zorglocatie. Tot slot richten aanbieders zich op het verhogen van de respons op exit-vragenlijsten, zodat zij beter in beeld krijgen of hulp passend is geweest voor de jeugdige en het gezin. Dit draagt bij aan het bewustwording en inzicht krijgen in wat jongeren en hun ouders passend vinden. 2.
Regionaal sluit aan op lokaal Aanbieders werken aan meer verbinding met gemeenten, met als doel dat jeugdhulp daar waar dat kan lokaal wordt geleverd. Dit gebeurt via verdeeltafels, knooppunten en inzicht in lokale partijen. Vanuit gemeentelijke en regionale zijde is veel aandacht voor dit onderwerp. Aan de zorgbemiddelingstafel sluiten ook steeds vaker de lokaal ingekochte partijen aan om deze beweging te stimuleren. Het afgelopen is er in meerdere subregio’s samenwerking gezocht tussen regionale aanbieders, lokale aanbieders en het wijkteam met als doel dat regionale en lokale zorg aansluiten op elkaar. 3. Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Aanbieders trekken samen op om de pleeggezin- en gezinshuiszorg te verbeteren. Dit gebeurt door werving en behoud van pleegouders, scholing van pleeggezinnen, beschikbaar stellen van expertise (zoals op het gebied van traumaverwerking). Twee aanbieders richten zich op het opzetten van Mockingbird-constellaties. Ook heeft er inzet plaatsgevonden t.b.v. voorkomen van breakdowns binnen pleeggezinnen door verschillende aanbieders. Op basis van de positieve resultaten van de pilot is besloten deze nog door te laten lopen. 4. Minimale inzet van bedden Aanbieders richten zich op ontwikkelen van zorgvormen als alternatief voor verblijfshulp.
Er is een definitie van flexibele bedden vastgesteld en er wordt met een KPI zicht gehouden op deze opgave. Afhankelijk van de zorg die de aanbieder biedt wordt de uitwerking anders vormgegeven. Er wordt gekeken naar op- en afschalen, maar bijvoorbeeld ook de mogelijkheid tot inzet van ambulante zorg. We zien een grote mate van onderlinge samenwerking bij dit doel tussen de aanbieders. Aanbieders kijken en meten n.a.v. van de duur van de zorg van opname en verblijf, en zetten in op kort cyclisch monitoren van de zorginzet d.m.v. trajectregie en clientstromen. Daarnaast is inzicht gekomen in ‘lacunes’ van het zorgaanbod (naar Jeugdhulp+ (JH+) ook voor residentieel) en voor welke doelgroepen en is in 2024 gestart met vaststellen van deze lacunes. Elke systeemaanbieder pakt, in samenwerking, één van de lacunes op. Eind 2024 is gestart met het opstellen van businesscases per lacune. In 2025 wordt dit verder uitgewerkt.
11
5. Kosteneffectiviteit Voor deze opdracht is het de bedoeling dat aanbieders met regelmaat middels dossieranalyses onderzoeken wat er beter en efficiënter kan. Hiervoor stemmen aanbieders hun werkwijze op elkaar af. Het afgelopen jaar hebben aanbieders dossieranalyse uitgevoerd bij de meest intensieve trajecten. De resultaten en gewenste veranderingen worden vormgegeven in 2025. 3) Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing en programmateam Sinds enkele jaren werken de GRJR en de deelnemende gemeenten samen in een regionaal Programmateam Jeugd. De beleidsontwikkeling wordt daarin voor zover nodig en mogelijk regionaal afgestemd. Naar aanleiding van de aanhoudende kostenstijgingen op de regionaal en landelijk gecontracteerde jeugdhulp stelde het GRJR-bestuur begin 2024 de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) vast. De RBOK bevat een grote hoeveelheid maatregelen om de indicatiemethodiek (arrangementensystematiek) aan te scherpen, passendheid van het aanbod te verbeteren, oneigenlijk gebruik te beperken en de sturingsrandvoorwaarden te verbeteren. Er is een governancestructuur op ingericht om inzet van alle partijen hierop te commiteren en mobileren. Gedurende het jaar is zeer veel overleg gepleegd en werk verzet om de vastgestelde maatregelen uit te werken. Het afgelopen jaar zijn een aantal maatregelen uitgewerkt en wordt nu uitvoering aangegeven.
Zoals de 2-maandsrapportages, geen opslag voor onderaannemers, druk van aanbieders en 1 op 1 kader. Deze maatregelen dragen direct of indirect bij aan het remmen van de groei die we de afgelopen jaren hebben ervaren. De eerste resultaten, die aangeven dat de groei lager is dan geraamd, zien we terug in de voorlopige jaarrekening en overtreffen de doelstelling van 1,6 miljoen euro. De noodzaak om de groei te remmen blijft hoog en geeft ons voor de komende jaren de ambitie om de kosten te reduceren. De GRJR draagt jaarlijks €400.000 bij aan de kosten van het regionale Programmateam Jeugd, waarmee voor de organiserende gemeente de kosten van programmasturing en eventuele inhuur worden gedekt. Deze lasten zijn verantwoord op het budget Transformatie/innovatie (I5). 4) Zorginhoudelijke ontwikkelingen in de regionaal gecontracteerde zorgopdrachten De GRJR-uitvoeringsorganisatie beschikt over contractmanagers die de verschillende gecontracteerde opdrachten monitoren en de aanbieders die op deze opdrachten leveren aansturen zodat zij de contractverplichtingen nakomen. Door deze inzet draagt elke aanbieder met elke gecontracteerde opdracht bij aan een zo goed mogelijk functionerend zorglandschap.
In totaal hebben de systeemaanbieders en flexaanbieders aan 8.296 jeugdigen zorg geboden in de opdrachten A tot en met E (exclusief forensische zorg) Onderstaand worden de zorginhoudelijke ontwikkelingen in de verschillende opdrachten in het zorglandschap beschreven. Pleeghulp Aanbieders van pleegzorg (opdracht A) zien een stabilisering van het aantal pleegzorgplaatsingen. Er zijn minder aanvragen voor pleegzorg, mogelijk door het teruglopende aantal ondertoezichtstellingen met machtigingen tot uithuisplaatsing, door ambulantisering en door het complexer worden van de doelgroep waardoor pleegzorg niet meer passend is. Om breakdowns te voorkomen, wordt maatwerk (subsidie) ingezet. Bij complexe problematiek wordt pleegzorg gecombineerd met dag- of ambulante behandeling.
12
Aanbieders zetten vanuit ontwikkelopgaven in op het vergroten van het aanbod aan (netwerk)pleeggezinnen en gezinshuizen (C1) en vragen de hulp van gemeenten bij wervingscampagnes. Een stijging in capaciteit aan pleegzorg zien aanbieders nog niet. Behandeling met verblijf Bij behandeling met verblijf (opdracht B, inclusief Jeugdhulp+) rapporteren aanbieders een toenemende inzet van daghulp of extra begeleiding overdag, terwijl jeugdigen eigenlijk onderwijs zouden moeten krijgen. Dit wordt niet weergeven in de aantallen van opdracht D, omdat alle vormen van behandeling in opdracht B onderdeel zijn van hetzelfde arrangement en onderwijs vervangende daghulp lokaal ingekocht is. Er is een daling te zien in het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van verblijf in B. Dit is deels substitutie naar verblijf in opdracht C en intensieve ambulante hulp in E. Ook het aantal machtigingen tot uithuisplaatsing door de kinderrechter en het aantal jeugdigen met een ondertoezichtstelling blijft dalen. Hoewel het aantal jeugdigen daalt, wordt hun zorgvraag complexer en intensiever met een stijging van het gemiddelde weektarief als gevolg. Aanbieders werken op verzoek van en onder leiding van de GRJR aan businesscases voor het ontwikkelen van alternatieven, zodat de (opstart)kosten en baten hiervan helder worden en de alternatieven passen bij de vraag van de jeugdigen.
Langdurig verblijf Doorstroom naar langdurig verblijf (opdracht C) is, mede door de complexiteit van de hulpvraag, vaak een uitdaging en tegelijkertijd een gewenste ontwikkeling. Opdracht C heeft een zeer diverse doelgroep: van jeugdigen in een gezinshuis tot jeugdigen die zelfstandig leren wonen en jeugdigen die waarschijnlijk nooit zelfstandig kunnen wonen. Voor deze laatste twee doelgroepen is aansluiting op en uitstroom naar de Wet langdurige zorg (Wlz), zelfstandige huisvesting en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van groot belang. Het aantal jeugdigen dat beschermt woont (opdracht C3) of in een gezinshuis verblijft (opdracht C1) is gestegen in 2024. Dit heeft deels administratieve oorzaken, zoals overgang van maatwerkcontracten naar de regionale contracten en de regionale verschuiving van zeer intensieve zorg in opdracht B naar opdracht C, vanwege het langdurige karakter van deze zorg. De stijging in gezinshuizen (C1) is beleidsmatig gewenst vanuit de regiovisie. Daghulp We zien dat het aantal jeugdigen dat gebruikt maakt van regionale daghulp (opdracht D) daalt ten opzichte van 2023. Aanbieders geven in ieder geval aan dat zij meer hulpvragen afbuigen naar lokale hulp of lokale contracten. We concluderen voorzichtig dat de gewenste knip D van regionaal naar lokaal gemaakt wordt door de regionale aanbieders. De verwachte kosten blijven ruim binnen de begroting.
Daarnaast stijgt het gemiddelde weektarief. Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat met de verschuiving naar lokaal de zorg die regionaal geleverd wordt de hoog specialistische, complexere en daarmee duurdere zorg betreft. Deze is duurder dan de zorg die lokaal geleverd wordt. De uitvoeringsorganisatie heeft geen zicht op het lokaal ingekochte aanbod aan daghulp en de uitnutting daarvan. Om een juiste duiding van de knip in D te kunnen maken zou hier een vergelijking van gemaakt moeten worden. Ambulante hulp Ook in de ambulante hulp (opdracht E) zijn verschuivingen van regionaal naar lokaal zichtbaar. Er worden minder jeugdigen met lichte inzet geholpen in de regionale ambulante hulp ten opzichte van het vorige jaar. Tegelijkertijd neemt het aantal jeugdigen dat door lokale partijen wordt geholpen langzaam toe bij de diverse gemeenten, zoals beoogd met de knip. De financiële gevolgen van deze verschuiving zijn door de lage aantallen minimaal. Er is een lichte toename te
13
zien in het aantal jeugdigen die de meest intensieve vormen van ambulante hulp ontvangen (met het hoogste weektarief). De gemiddelde weekprijs is door de verschuiving van de goedkopere arrangementen naar lokaal, de jaarlijkse indexatie en de ambulantisering toegenomen. De ambulantisering, intensieve ambulante hulp in plaats van een uithuisplaatsing met verblijf in B, is een gewenste ontwikkeling. Forensische zorg (apart gecontracteerde prestatie aanbieders) In 2024 zijn er in totaal 389 jeugdigen in de regio Rijnmond die gebruik hebben gemaakt van het forensische zorgaanbod dat geleverd wordt door de prestatieaanbieders (dit is 4,47% van het totaal aantal jongeren dat specialistische jeugdhulp ontvangen). De helft van deze jeugdigen hebben een reclasseringstitel nadat zij een delict hebben gepleegd en in aanraking zijn gekomen met justitie. De andere 50% stroomt bij de jeugdreclassering binnen nadat zij de leerplichtwet hebben overtreden i.v.m. schoolverzuim. De meeste jeugdigen (64%) krijgen ambulante hulp (E) poliklinisch of thuis. Circa 19% van de jeugdigen krijgt daghulp (D) veelal omdat er geen zinvolle dagbesteding is en onderwijs onvoldoende mogelijkheden heeft om deze doelgroep op te vangen. Er zijn ongeveer 50 jeugdigen met een verblijfvraag, waarvan 1% in een behandelkliniek (B), maar de grote meerderheid in kamertraining en beschermd wonen (C).
Er is een toename te zien in het aantal reclasseringsmaatregelen en in het gebruik van forensische zorg. Ook daalt de leeftijd van de jeugdigen die een reclasseringsmaatregel krijgen opgelegd in onze regio. Deze ontwikkeling in Rijnmond wijkt af van de landelijke ontwikkeling. Maatwerkovereenkomsten en apart gecontracteerde flexaanbieders In 2024 zijn de maatwerkovereenkomsten geen aparte post in de begroting meer, maar onderdeel van de begrote zorgkosten in de opdrachten A t/m E. Dit komt omdat maatwerk nu eigen productcodes heeft en daardoor te herleiden is naar de opdrachten A t/m E. In totaal zijn de kosten van de geleverde zorg via maatwerkovereenkomsten in 2024 ongeveer 7,2 mln. Het aantal maatwerkovereenkomsten ligt stabiel rond de 100. Ingaande 2025 zijn er nieuwe flexaanbieders gecontracteerd om het aantal maatwerkovereenkomsten en de administratieve belasting voor UO en gemeenten, te laten afnemen. Tijdelijk is in 2024 het tekort aan forensische verblijfsplekken opgevangen via maatwerkovereenkomsten. Ook hiervoor zijn per 2025 nieuwe flexaanbieders gecontracteerd, zodat de regio over voldoende gecontracteerde capaciteit beschikt. Landelijk Transitie Arrangement Ten opzichte van 2023 wordt er meer zorg verleend door een aantal landelijke (LTA-)aanbieders die specialistische GGZ aanbieden, met een kostenstijging als gevolg.
Daarnaast groeit een specifieke vorm van verblijf met behandeling (sterk gedragsgestoorde jeugdigen met een licht verstandelijk beperking) en is hiervoor het tarief gedurende 2024 gewijzigd. De VNG heeft in 2023 het LTA-aanbod autisme en eetstoornissen uitgebreid. Daarmee wordt een autismepoli en de behandeling van ernstige eetstoornissen die voorheen door één van onze systeemaanbieders op het regionale contract (opdracht E) werd geleverd nu geleverd op het LTAcontract en landen de kosten in het LTA. Juist deze zorgproductie is in 2024 verder gestegen ten opzichte van 2023. Bij een andere GGZ LTA-aanbieder is de productie toegenomen ten opzichte van 2023 omdat de bezetting van de teams terug op orde is. Deze aanbieder heeft in 2023 tijdelijk minder zorg kunnen bieden dan gebruikelijk door onderbezetting binnen haar teams. Nu de bezetting terug op regulier peil is, neemt de zorgproductie navenant toe. Deze aanbieder biedt behandeling op het GGZspecialisme persoonlijkheidsstoornissen.
14
Tevens is er een GGZ LTA-aanbieder die in 2022-2023 een SPUK Acute JGGZ heeft ontvangen waardoor zij hun capaciteit hebben kunnen uitbreiden om de destijds toegenomen zorgvraag te bedienen. Deze capaciteit en vraag houdt aan en wordt inmiddels volledig op het LTA contract gedeclareerd omdat de SPUK-uitkeringen na 2023 zijn beëindigd. Er is een kostendaling zichtbaar op de zorgsoort ZIKOS (Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie, een vorm van gesloten jeugdhulp). Dit is logisch verklaarbaar. In het eerste kwartaal 2024 is door gemeenten, aanbieders en het Rijk vastgesteld dat de kwaliteit van deze zorg ernstig tekortschoot en is besloten om deze locaties definitief te sluiten terwijl al eerder een instroomstop was ingesteld. 5) Wachttijden in de regionaal gecontracteerde zorgopdrachten Sinds 2021 is er grote aandacht voor het beperken van de wachttijden voor jeugdhulp. Onderstaand wordt de ontwikkeling van de wachttijden per opdracht toegelicht. Pleeghulp Het aantal wachtenden is in 2024 afgenomen van 17 jeugdigen eind 2023 naar 7 jeugdigen, maar de wachttijd loopt op van 10 weken tot gemiddeld 36 weken. De zorgvraag betreft met name deeltijd pleegzorg en veelal jeugdigen die al elders in zorg zijn, maar waar ouders bijvoorbeeld geen toestemming geven, of de juiste match nog niet is gevonden.
Opname met verblijf en Langdurig verblijf In opdracht B en C zijn meestal geen lange wachttijden en aanbieders rapporteren kleine aantallen jeugdigen. Wanneer jeugdigen met hun behandeling in opdracht B klaar zijn maar nog niet thuis kunnen wonen, stromen zij door naar opdracht C. Deze wachtende kinderen zijn niet opgenomen in de dashboards aangezien er nog geen aanmelding is voor passende vervolghulp: vrijwel alle wachtende kinderen in opdracht B en C ontvangen al een vorm van jeugdhulp. Echter voor de kinderen met de meest complexe hulpvraag is het lastig passende hulp te vinden. Eind 2023 wachtten 21 jeugdigen met een gemiddelde wachttijd van 8 weken. Gedurende het jaar fluctueert het aantal jeugdigen en de wachttijd doordat het een gering aantal jeugdigen betreft. Eind 4e kwartaal 2024 is het aantal wachtenden 24 jeugdigen met wederom een gemiddelde huidige wachttijd van 8 weken en retrospectieve wachttijd van 5 weken. Daghulp Het aantal aanmeldingen voor dagbehandelingen is afgenomen van 129 eind 2023 naar 83 eind 2024. Gedurende het jaar leek het aantal wachtenden nog sneller af te nemen, maar bij het opschonen van de data door twee aanbieders bleek de afname minder hard te gaan. In de eerste helft 2024 zijn er minder aanmeldingen opdracht D geweest, wat mogelijk effect heeft gehad op het aantal wachtenden. De wachttijd is met één week afgenomen tot 15 weken.
15
Ambulante hulp Het merendeel (85%) van de wachtende jeugdigen voor ambulante hulp zijn aangemeld bij een GGZ-aanbieder. Meer dan driekwart van die aanmeldingen kwam via de huisarts. Deze aanmeldroute lijkt niet af te nemen. De wachttijd is ten opzichte van eind 2023 met 4 weken gestegen. Het aantal wachtenden lijkt echter verder afgenomen en lager dan het niveau bij het einde van het project aanpak wachttijden. Dit komt doordat de datakwaliteit van de wachttijden door de
Aantal wachtenden opdracht E
Gemiddelde wachttijd opdracht E
1331 1272 1313 1224 1209 1085 1032 1215 1070 1057 1014 1017 965
1400 1200 1000 800 600 400 200 0
1150
30 25 20 15 10 5 0
27 18
15 13
15
17
14 13
16
19
18
17
aanbieders is verbeterd. Naast de wachttijd en wachtlijst monitort de GRJR de spreiding van de wachttijd: hoe lang wachten de meeste jeugdigen? Idealiter ligt de piek in de eerste drie maanden en zullen de aantallen langwachtenden steeds meer afnemen. Het aantal langwachtende jeugdigen neemt na een lichte daling eind 2023 vanaf het 3e kwartaal echter licht toe. De langst wachtenden wachten veelal op inzet van zeer specialistische schaarse hulp. De wachttijd blijft het langste voor GGZhulp voor jonge kinderen (0-6 jaar) met een breed scala van emotieregulatie zorgvragen. Ten behoeve van jeugd- en opvoedhulp is de wachttijd het langst voor hechtings- en veiligheidsproblematiek. Aanbieders maken verschillende keuzes om zoveel mogelijk aan de zogenaamde Treeknorm voor wachttijden te voldoen, zoals: onderaannemers aantrekken om de capaciteit (tijdelijk) uit te breiden, wachtenden overdragen naar een andere gecontracteerde zorgaanbieder óf eventueel hun eigen capaciteit duurzaam uitbreiden. Een voorbeeld hiervan is de oproep aan de Zorglandschapstafel met de systeemaanbieders tot overname, meedenken en samenwerken ten behoeve het aantal jonge kinderen dat op GGZ-hulp wacht. Hier zijn helaas weinig alternatieven voor beschikbaar, maar er wordt wel extra personeel opgeleid.
Aantal wachtenden
Wachtlijst opdracht E (excl. MVS) 400 350 300 250 200 150 100 50 0
281
93
2024 Q1
162
126 80
46
2023 Q4
96
2024 Q2 65 16
2024 Q3 2024 Q4
0-2 weken
2-4 weken
4-8 weken
8-12 3-6 6-9 9-12 12-18 18+ weken maanden maanden maanden maanden maanden
16
20
22
2.3.2 Crisiszorg: Crisishulp, Crisis Interventie Team en Acute dienst GGZ Financieel Primitieve begroting 2024 F I4
Crisishulp Acute dienst GGZ
Begroting na Verwachte Verschil begroting wijziging 2024 Realisatie 2024 vs resultaat
9.363.920
8.905.172
8.823.047
82.125
654.982
775.234
769.526
5.708
Voor crisishulp werken we met beschikbaarheidsfinanciering. Hier is voor gekozen omdat crisishulp binnen 24 uur ingezet moet kunnen worden. Deze hulpvorm moet dus te allen tijde beschikbaar zijn. In 2024 is er voor deze opdracht voor € 8,8 mln. toegezegd aan beschikbaarheidsfinanciering. Er is een afzonderlijke subsidie voor Acute dienst GGZ. Daarnaast is een Crisis Interventie Team (CIT) waarvan de kosten onderdeel zijn van de subsidie aan Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond (zie 2.3.3) maar de inzet wel inhoudelijk samenhangt met crisishulp en Acute dienst GGZ.
Toelichting Wat wilden we bereiken? Crisishulp is beschikbaar wanneer nodig en te allen tijde geborgd. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum teruggebracht door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Wanneer een crisissituatie ontstaat maakt het crisisinterventieteam (CIT) een inschatting van de veiligheid van de situatie van de kinderen. Sinds juni 2023 is er voor crisishulp (F) door de zeven systeemaanbieders een coördinatieteam opgericht dat aansluit bij de interventies van het CIT. Zij gaan mee op inschatting en coördineren in gezamenlijkheid de juiste plaatsing indien dit voor het kind nodig is. Het CIT kan kiezen uit drie varianten van crisishulp: • Crisisopvang (in een crisisopvanglocatie), • Crisispleegzorg (opvang in een tijdelijk pleeggezin), • Ambulante crisishulp in de thuissituatie (soms ter voorkoming voor plaatsing in crisisopvang of als nazorg van de opvang).
Jaar
Ambulante Crisishulp*
Crisispleegzorg*
Crisisopvang *
Totaal*
2021 2022 2023** 2024
333 259 247 Nog in afwachting
119 103 93 Nog in afwachting
302 256 250 Nog in afwachting
754 618 590 Nog in afwachting 17
• •
*Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder ** De cijfers zijn zonder MVS
Speerpunt is de duur van verblijf in crisishulp Eén van de speerpunten is het binnen 28 dagen bemiddelen van jeugdigen naar vervolghulp. De uitstroom uit de crisisopvang voor met name 13- en 14-jarigen is hierbij een knelpunt. De trend van buitenregionale crisisopvangplaatsingen in verband met de veiligheid van de jeugdige zet door. Dit betreft vaak jeugd met forensisch gedrag die op verzoek buitenregionaal geplaatst worden. Ook worden jeugdigen voor crisiszorg aangemeld die al een reguliere (complexe) zorgvraag hebben, maar nog op de wachtlijst staan bij een gecontracteerde aanbieder. Vanuit de crisisexpertise sluit daarom sinds dit jaar ook een vertegenwoordiger aan bij het zorgbemiddelingsoverleg over verblijfshulp. Binnen de crisishulp (Opdracht F) is begin 2024 gestart met een spoedteam dat nauw samenwerkt met het Crisis Interventie Team (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). De systeempartijen en het CIT werken vanuit één locatie om samen op te trekken bij het ontstaan van crisissituaties. Bij de diverse systeemaanbieders worden medewerkers geschoold in ambulante crisishulp (Ambulante Spoedhulp en Families First) ter voorkoming van uithuisplaatsing. Acute dienst GGZ Naar verwachting blijft de realisatie van de Acute dienst GGZ binnen de begroting. De aanvraag voor 2025 is wel al lager dan aanvraag 2024, dus in totaal lijkt dit af te nemen.
De realisatiecijfers 2024 zijn nog niet volledig beschikbaar.
2.3.3 Jeugdbescherming en jeugdreclassering Financieel Primitieve begroting 2024 G K1
Gecertificeerde instellingen Proeftuin-wij doen het beter
Begroting na Verwachte Verschil begroting wijziging 2024 Realisatie 2024 vs resultaat
46.951.716
50.807.770
50.290.942
516.828
0
0
840.347
-840.347
Toelichting Wat wilden we bereiken? Jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen worden door een rechter opgelegd. De uitvoering van deze maatregelen zijn wettelijke taken die alleen door gecertificeerde instellingen (GI’s) mogen worden uitgevoerd. Gemeenten zijn verantwoordelijk om GI’s in staat te stellen deze taken uit te voeren. De GRJR heeft als subsidieverlener voor de GI’s de ambitie dat kinderen veilig en gezond opgroeien. De GI’s zorgen ervoor dat de wettelijk taken rondom jeugdreclassering en jeugdbescherming worden uitgevoerd. De GRJR financiert de GI’s met subsidies en volgt de ontwikkelingen van de uitvoering door de GI’s. GI’s rapporteren over de prestaties bij de uitvoering van deze taak. Hierbij is een financieel kader afgesproken.
18
De ambitie is binnen de financiële kaders uitvoering te geven aan de wettelijke opdracht en de regionaal gewenste niet wettelijke taken van de GI’s.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Prestaties Per 2024 ontvangt de William Schrikker Stichting (WSS) een eigen subsidie en is de verdeelsleutel qua aantallen tussen de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) gewijzigd. Zelfs met een hogere inzet door WSS blijft opdracht G binnen de begroting.
Jaar
JBRR
WSS
LDH
Totaal GI’s
2023*
4.455
1.017
249
5.721
* totaal aantal unieke kinderen in zorg per zorgaanbieder bij de GI's
De jeugdreclasseringsmaatregelen (JR) stijgen landelijk gezien, maar het sterkst in de regio Rijnmond. De drie GI’s zoeken samen met de keten naar een mogelijke verklaring voor deze ontwikkeling. Ongeveer de helft van aantal JR-maatregelen betreft schoolverzuim. Binnen de regio groeit met name het aantal JR-maatregelen dat uitgevoerd wordt door de WSS. De Raad voor de Kinderbescherming herkent de doelgroep licht verstandelijke beperking (LVB) eerder middels een aangepast screeningsinstrument. Daarnaast is de LVB-doelgroep oververtegenwoordigd in het plegen van delicten. De overschrijding op JR-maatregelen wordt opgevangen door de lichte daling van het aantal voogdijmaatregelen. Er worden landelijk minder verzoeken tot gezagbeëindiging gedaan. Het is nog onbekend of dit effect zal hebben op de duur van een voorliggende ondertoezichtstellingsmaatregel (OTS). Het aantal OTS-maatregelen is na een periode van afname in de 2e helft van 2024 gestabiliseerd. Daarnaast is er een stijging van ruim 10% te zien in het aantal zaken waar het crisisinterventieteam van JBRR bij betrokken is. De ontwikkelingen omtrent de integrale crisisdienst zijn belegd in het Toekomstscenario. De twee landelijke GI’s zijn per 2024 gestart met het gebruik van berichtenverkeer en JBRR per 2025.
Hiermee is het regionale dashboard ingevoerd en zal het inzicht in de data en controle op het woonplaatsbeginsel voor iedere gemeente verbeteren. Incidentele middelen JBRR Om uitvoering te geven aan een verbeterplan 2024 van JBRR is een extra bijdrage beschikbaar gesteld aan JBRR. Met als doel dat de wettelijke taak van jeugdbescherming voor de toekomst door kan gaan en dat de veiligheid van en zorg aan die kinderen en gezinnen die dit nodig hebben geborgd is. In mei is het Algemeen Bestuur geïnformeerd dat het keurmerkinstituut (KMI) het onderzoek naar de voorwaarden van certificering voor JBRR positief heeft afgerond en dat JBRR met een regulier certificaat de komende drie jaar haar werkzaamheden kan vervolgen. De ingezette acties hebben geleid tot opheffen van de wachtlijstteams per 2025. Medio 2024 is JBRR gestart met een organisatieverandering om strakker te kunnen sturen op de primaire dienstverlening. Deze organisatieverandering is per 2025 van kracht.
19
Bezuinigingsscenario’s voor de GI’s In de zomer hebben de GI’s de opdracht gekregen vanuit de GRJR om met voorstellen te komen hoe zij kunnen bijdragen aan een kostenbesparing van 5-10%. Deze voorstellen zijn in het najaar zowel in een bestuurlijk met de portefeuillehouder en de GI’s besproken. Duidelijk werd dat voor 2025 maar ene beperkte besparing mogelijk is aangezien veel werkzaamheden van de GI’s op basis van een wettelijke opdracht (maatregel rechter) gebeuren tegen een landelijk afgesproken tarief. Voor 2025 is een forse daling op inzet van de niet-wettelijke taken afgesproken. Dit geldt met name op de inzet van de GI’s op de inzet van consultatie- en adviesuren ten behoeven professionals in van het lokale veld Landelijke ontwikkeling Het landelijke kwaliteitskader, productbeschrijving en bijbehorende tariefswijziging van de jeugdreclassering werd in de zomer 2024 verwacht. Echter heeft de VNG aangegeven dat hier een vertraging op zit en wordt in 2025 verwacht. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming De regio Rijnmond voert in drie (deel)gemeenten (Goeree-Overflakkee, Capelle aan den IJssel en Rotterdam-IJsselmonde) een proeftuin uit in het kader van het landelijk programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Voor deze proeftuinen is landelijke subsidiering verkregen.
Deze subsidie wordt aangevuld vanuit reguliere middelen van de betrokken organisaties (Veilig Thuis, de Gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming) en de gemeenten (zogenaamde POK-middelen vanuit de centrumgemeenten en personele inzet van alle gemeenten). Vanwege het regionale karakter van dit programma en vanwege de intensieve samenwerking met de betrokken organisaties is uitvoering belegd bij de GRJR. Uitvoering van het programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming wordt aangestuurd door een Stuurgroep, met daarin bestuurders van genoemde organisaties, gemeentelijke directeuren en de directeur van de GRJR. In 2024 heeft de stuurgroep een regionale visie op het toekomstscenario geformuleerd. Het Algemeen Bestuur van de GRJR heeft ingestemd met deze visie. De projectgroep Toekomstscenario is vervolgens begonnen met uitvoering van een projectplan op basis van de visie. Tegelijkertijd wordt in de drie genoemde (deel)gemeenten aan de hand van casuïstiek in de praktijk een nieuwe werkwijze ontwikkeld. Er is een regionaal projectleider aangesteld die de activiteiten op lokaal, regionaal en landelijk niveau verbindt en versterkt. Geboekte resultaten worden gevolgd middels een landelijke monitoringtool en begeleid door onderzoek van Regioplan, Hiemstra en De Vries, Cebeon en het Verwey-Jonker Instituut.