CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 5 - Jaarstukken 2021

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel GRJR zienswijze begrotingswijziging 2022 en begroting 202311.657 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VOORLOPIGE JAARSTUKKEN 2021 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond AB 14 april 2022

INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING EN LEESWIJZER..................................................................................3 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ...............................................................................9 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR ..........................................................9 2.2 Resultaten 2021............................................................................................................ 10 2.3 Transformatie................................................................................................................ 22 3. PARAGRAFEN.................................................................................................................... 24 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ....................................................... 25 3.2 Financiering ................................................................................................................... 27 3.3 Bedrijfsvoering.............................................................................................................. 27 3.4 Rechtmatigheid............................................................................................................. 29 3.5 Coronaparagraaf........................................................................................................... 30 4.

JAARREKENING ................................................................................................................ 33 4.1 Overzicht van baten en lasten................................................................................. 33 4.2 Toelichting op baten en lasten................................................................................ 34 4.3 Balans ............................................................................................................................... 38 4.4 Toelichting op de balans ........................................................................................... 39 4.5 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ..................................... 44 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................................ 45 5. VASTSTELLINGSBESLUIT.............................................................................................. 48

2

1. Samenvatting en leeswijzer In de Jaarstukken 2021 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2021. Het Bestuur wordt met deze stukken in staat gesteld om zijn controlerende taak te vervullen. In het zorglandschap zijn diverse ontwikkelingen te zien die een mogelijke verklaring vormen voor verschillen tussen de voorlopige jaarrekening en de begroting 2021. Het totale financiële tekort in de rekening bedraagt voorlopig €12,7 mln.

De stijgende lijn in de uitgaven voor specialistische jeugdhulp is te verklaren uit verschillende factoren die per opdracht in onderlinge samenhang de trend bepalen:   

   

Inflatie/indexatie leidt in euro’s tot hogere uitgaven voor dezelfde omvang en intensiteit van jeugdhulp Meer toegewezen arrangementen als gevolg van meer verwijzingen naar specialistische jeugdhulp (aantal toewijzingen) Langere en/of verlengde toegewezen arrangementen bijvoorbeeld als gevolg van beperkt aanbod van voorliggende voorzieningen of wachttijden bij (andere) specialistische aanbieders (toewijzingsduur) Meer geleverde zorg binnen de ruimte die toegewezen arrangementen bieden (verzilveringsgraad) Duurdere arrangementen in verband met zwaardere hulpvragen waarop verwijzing naar specialistische jeugdhulp plaatsvindt (gemiddeld weektarief) Duurdere arrangementen dan voor de hulpvraag nodig zou zijn, vanwege schaarste van goedkoper aanbod. Het alternatief zou zijn om kinderen op een wachtlijst te houden (gemiddeld weektarief) Mogelijk is er ook sprake van duurdere en/of langere arrangementen dan nodig door beperkte monitoring op verwijzing en toewijzing en beperkte casusregie.

Per opdracht zijn de kostenbepalende effecten in onderlinge samenhang verschillend en ook is er samenhang tussen wat er in verschillende opdrachten gebeurt. Daardoor is (vooralsnog) niet een simpel antwoord te geven op de aard van de kostenstijgingen. Dat neemt niet weg dat de stijgingen feitelijk optreden als resultaat van behoefte, verwijzing, toewijzing en levering van jeugdhulp. Bij opdracht C en D leidt dit tot een hogere kosten dan begroot. Bij andere opdrachten wordt het begrootte bedrag niet volledig gerealiseerd. De mogelijke verklaringen hiervoor worden hieronder per opdracht kort toegelicht. Deze verklaringen zijn gebaseerd op de gegevens die aanbieders en gemeenten in februari hebben aangeleverd. Wanneer zich hierin nog grote wijzigingen voordoen (bijvoorbeeld veel toewijzingen die met terugwerkende kracht worden afgegeven), dan kan hieruit een ander beeld over het zorglandschap ontstaan. Ondanks de ambities om het aantal pleegzorgplaatsingen te laten groeien (in de plaats van verblijf van jeugdigen in een residentiële setting), blijft het aantal geplaatste jeugdigen in 3

een pleeggezin over de afgelopen jaren redelijk stabiel. Daarmee is er ook geen kostenstijging te zien in opdracht A. De oorzaak van het stabiele aantal plaatsingen hangt samen met het aantal pleeggezinnen: dat neemt vooralsnog niet toe in de regio Rijnmond. Voor opname (opdracht B) is het streven om de opvangcapaciteit voor jeugdigen met meervoudige casuïstiek te vergroten en om een verbeterde doorstroom naar opdracht C te realiseren. De (voorlopige) gerealiseerde kosten van opdracht B komen iets lager uit dan begroot. Mogelijke oorzaak hiervan is een lichte daling in de gemiddelde toewijzingsduur. Daarnaast is het aantal jeugdigen in opdracht B iets afgenomen. Omdat er in opdracht C een stijging in de kosten te zien is, kan dit erop duiden dat een eerste aanzet is gemaakt in de ambitie om de doorstroom van opdracht B naar C te vergroten. Het aantal jeugdigen in opdracht C lijkt echter niet te stijgen. De toename in kosten in opdracht C komt daarom niet door een toename van het aantal jeugdigen of toewijzingen, maar een stijging in het weektarief. Ook in opdracht B stijgt weektarief ten opzichte van voorgaande jaren. Een stijging in het weektarief wordt vaak gezien als een verzwaring van de problematiek.

Dit kan betekenen dat het aanbod voor meervoudige casuïstiek is toegenomen, zoals geambieerd in opdracht B en dat ook de complexiteit in opdracht C toeneemt (mogelijk vanwege instroom uit opdracht B). Schaarste kan echter ook een rol spelen: wanneer voor goedkopere plaatsingen een lange wachttijd is, kan uitgeweken worden naar een (tijdelijke) duurdere plek. Dit is een vorm van overbruggingszorg. Voor daghulp (opdracht D) zijn de (voorlopige) gerealiseerde kosten hoger dan de begroting. Bij deze opdracht stijgt zowel het aantal jeugdigen en toewijzingen als het gemiddeld weektarief ten opzichte van voorgaande jaren. Er worden dus meer jeugdigen in deze opdracht geholpen, tegen een gemiddeld hoger tarief. De toename in het aantal jeugdigen komt onder andere door een betere verbinding tussen wijkteams en aanbieders, waardoor er meer instroom is gerealiseerd. Het gestegen weektarief hangt samen met een toename in het aantal jeugdigen met zwaardere (forensische) problematiek. Ook schaarste kan hier een rol spelen, waardoor duurdere hulp wordt ingezet. Voor ambulante hulp (opdracht E) is de begroting in 2021 opgehoogd. Doel hiervan was om instroom weer mogelijk te maken nadat aanbieders de deuren sloten vanwege het bereiken van hun budgetplafond. De realisatie 2021 komt echter flink onder dit aangepaste budget uit.

Het aantal toewijzingen en het aantal unieke jeugdigen dat zorg heeft ontvangen is namelijk vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van 2020. Aanbieders hebben de uitbreiding van personele capaciteit niet tijdig op orde kunnen krijgen (moeizame werving in een krappe arbeidsmarkt) en niet volledig kunnen inzetten vanwege uitval als gevolg van Corona (ziek en quarantaine). De weektarieven voor ambulante hulp zijn wel gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Ondanks dat dit slechts een klein bedrag per toewijzing betreft, maakt dit op jaarbasis veel uit vanwege de grote aantallen jeugdigen die in opdracht E geholpen worden. De realisatie ligt dan ook hoger dan de primaire begroting (juli 2020) voor 2021.

4

Het financiële beeld is als volgt. Primitieve Begroting na begroting 2021 wijziging 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

Totale Baten

€ 246.686.000 € 269.084.000

€ 264.969.000

-€ 4.115.000

Zorgkosten

€ 241.748.000

€ 256.228.000

€ 255.239.000

€ 988.000

Risico's Jeugdhulp

€ 3.627.000

€ 3.627.000

€ 3.311.000

€ 316.000

Organisatie en overige kosten

€ 3.996.000

€ 3.996.000

€ 3.932.000

€ 65.000

Transformatiefonds Gezamenlijke verantw. Kinderen en ouders

€0

€ 7.788.000

€ 7.788.000

€0

€0

€ 83.000

€ 15.000

€ 68.000

Meer samen doen in crisis

€0

€ 47.000

€0

€ 47.000

-€ 2.685.000

-€ 2.685.000

€0

-€ 2.685.000

€ 246.686.000 € 269.084.000

Taakstelling Totale Lasten

€ 270.285.000

-€ 1.201.000

Saldo Baten en Lasten Nagekomen kosten voorgaande jaren

€0

€0

-€ 5.316.000

-€ 5.316.000

€0

€0

€7. 364.000

-€ 7.364.000

Totaal voorlopig resultaat

€0

€0

-€ 12.680.000

-€ 12.680.000

Het totale tekort in de rekening bedraagt voorlopig €12,7 mln. Voor €5,3 mln. in de exploitatie 2021 en voor €7,4 mln. nagekomen kosten voorgaande jaren. Dit voorlopige resultaat is bepaald op basis van de door de zorgaanbieders voorlopig opgegeven uitgevoerde zorg 2021 die is getoetst aan de toewijzingen van gemeenten (dus niet meer op basis van de verzilveringsgraadmethode). De volledigheid van de toewijzingen en de juistheid van de productie-opgave is echter nog niet zeker. De definitieve productieopgave, inclusief accountantsverklaring moet per 1 april worden aangeleverd door aanbieders. Daarna toetst de UO deze weer aan een eveneens aangevuld bestand met toewijzingen van gemeenten. Dit kan nog tot aanzienlijke wijzigingen in het definitieve jaarrekeningresultaat GRJR leiden. In het jaar 2021 is halverwege besloten tot een begrotingsophoging voor de zorgkosten. In de jaarrekening blijken deze kosten op €1,0 mln. verschil binnen de gewijzigde begroting te passen.1 Er zijn wel grote verschuivingen tussen de zorgbudgetten. Dit heeft te maken met de moeite om aanbod en vraag van jeugdhulp goed op elkaar aan te sluiten. De al vooraf ingeboekte besparing (taakstelling van €2,7 mln.) blijkt niet realistisch te zijn geweest. In

1 Bij de risico’s jeugdhulp zit in het voorlopige jaarrekening saldo nog een bedrag van € 1,4 mln opgenomen voor uitgevoerde

zorg volgens zorgaanbieders die (nog) niet aan opdrachten zijn gekoppeld. Dit zal bij de definitieve jaarrekening wegvallen bij de risico’s jeugdhulp en mogelijk wel worden toegekend aan opdrachten en dus aan zorgkosten.

5

de begroting was op basis van destijds beschikbare informatie gerekend met €4 mln. eenmalige specifieke uitkering acute GGZ die uiteindelijk toch niet via de GRJR is afgerekend met de aanbieders. Daartegenover zijn de uitgaven voor opdracht E Ambulante hulp (waar de acute GGZ onder valt) ook achtergebleven bij de verwachting. De uitgaven voor opdrachten C (Langdurig verblijf) en D (Daghulp) zijn juist hoger dan begroot. Dit veroorzaakt per saldo een tekort in de exploitatie 2021 van €5,3 mln. Naast deze verschillen in de exploitatie 2021 komt dit tekort voor € 7,4 mln. door nakomende kosten uit eerdere jaren:  Eindafrekening 2020 regionale aanbieders € 4,7 mln. en afwikkeling van een geschil over de eindafrekeningen 2018 en 2019: € 0,7 mln. De afwijkingen hebben als oorzaak dat eerdere jaarrekeningen onvoldoende op basis van volledige informatie konden worden opgesteld waardoor met schattingsmethoden moest worden gewerkt.  Op een advies van de Jeugdautoriteit is in verband met de financiële situatie van aanbieders van gesloten jeugdhulp (JH+) alsnog omzetderving corona 2020 aan hen vergoed: € 1,2 mln.  Afwikkeling landelijke aanbieders en overige kleinere punten: €0,8 mln. De derde bestuursrapportage voorspelde nog een tekort van ruim €20 mln.

Dat het voorlopig rekeningresultaat nu aanzienlijk is, komt door dubbelingen in de van gemeenten ontvangen data en door schattingsfouten op basis van de toen beschikbare data. Zo was voor ambulante hulp in de burap nog de aanname dat het hele budget zou worden besteed, alhoewel dat nog niet uit de data bleek. Inmiddels zijn de detailgegevens over toewijzingen en zorgproductie in concept over heel 2021 wel beschikbaar en blijkt deze aanname onjuist. De bijdragen van de gemeenten zouden moeten worden opgehoogd naar rato van de begrotingsinleg. Na deze eindafrekening van het voorlopig resultaat van €12,7 mln. sluit de jaarrekening 2021 van GRJR op € 0. Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vormgegeven. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing. Voor de GRJR zijn dit paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee niet-verplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona.

De paragrafen geven inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. 6

Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant. De voorlopige jaarrekening wordt op 23 maart in het DB behandeld. De voorlopige jaarrekening wordt door het AB vastgesteld op 14 april en conform Wet Gemeenschappelijke Regeling ter kennisname aan de Raden verzonden. Uiterlijk 1 april komen alle eindverantwoordingen met accountantsverklaring vanuit de zorgaanbieders binnen bij GRJR. Dit wordt verwerkt in een definitieve versie van de jaarstukken en gecontroleerd door de accountant van GRJR. De jaarrekening 2021 met een accountantsverklaring wordt in het DB van 8 juni en het AB van 1 juli vastgesteld.

7

Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording

8

2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is een samenwerkingsverband van de vijftien gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet (artikel 3 van de regeling). De bovenlokale taken zijn kort gezegd het zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een zelfstandig openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en de werkelijke uitgaven worden echter bepaald door het beleid dat deelnemende gemeenten voeren en de wijze waarop afzonderlijke gemeenten invulling geven aan hun taken op het terrein van de jeugdhulp (zoals het toekennen van individuele specialistische hulp aan inwoners).

De verantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. In de kern gaat het om het beschikbaar van voldoende passend aanbod van specialistische jeugdhulp. De gemeenschappelijke inkoop, contractering en subsidiëring dienen zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Hiermee ligt er voor het eerst een duidelijk gezamenlijke visie als kader voor de GRJR. De Regiovisie bevat een reeks bouwstenen waarmee realisatie moet gaan plaatsvinden. Een vijftal bouwstenen zijn bedoeld om de regionale jeugdhulpinfrastructuur te laten aansluiten op sterke lokale infrastructuren. Ter uitwerking van visie bepaalde het bestuur van de GRJR in april 2021 een strategie voor de inkoop van specialistische jeugdhulp voor 2023 en verder. In april 2021 heeft het AB de inkoopstrategie en de strategie per opdracht behorende bij deze aanbesteding vastgesteld. De aanbesteding wordt in 2021 afgerond. Naast de opdracht om verschillende soorten jeugdhulp te realiseren worden ook afspraken gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopgaven.

2.1.2 Actuele begroting 2021 Op 1 oktober 2021 heeft het bestuur van de GRJR de volgende begrotingswijzing vastgesteld: 9

Mutaties lasten voor totaal €14,48 mln.:  Verhoging budget Pleeghulp (A) met €2,2 mln.  Verhoging budget Ambulante hulp met €11,5 mln.  Verhoging budget ASR met €0,78 mln. Mutaties baten voor totaal €14,48 mln.:  Verhoging bijdragen gemeenten met €10,48 mln.  Bijdrage uit specifieke uitkering (SPUK Acute GGZ) €4,0 mln.

2.2 Resultaten 2021 Hieronder volgt een toelichting van de ontwikkelingen in de wachttijden in 2021 daarna een toelichting van de ontwikkelingen per opdracht.

10

Wachttijden 2021 Vanaf de eerste maand van 2021 was de druk op de aanbieders van ambulante jeugdhulp dermate groot, dat beschikbaarheid van spoedhulp niet gegarandeerd kon worden. Daarnaast liepen de wachttijden onaanvaardbaar op. Het Algemeen Bestuur van de GRJR heeft hierom, samen met de bestuurders van de aanbieders, een brief gestuurd aan VWS en indringende gesprekken gevoerd met VWS. Onder andere dankzij deze inspanningen zijn er landelijk extra middelen beschikbaar gekomen voor de jeugdhulp. Daarnaast is het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (VNG) in onze regio gestart met ondersteuning op het gebied van de aanpak van wachttijden. Voor het daadwerkelijk reduceren van de wachttijden in Rijnmond hebben aanbieders van specialistische ambulante jeugdhulp, GI’s, gemeenten en de GRJR met ondersteuning vanuit het OZJ een plan ontwikkeld dat dit mogelijk moet maken. Behalve extra tijdelijke middelen zijn er structurele oplossingen gevonden, juist ook op het gebied van samenwerking en preventie. Het door het DB in juli 2021 geaccordeerde Plan van Aanpak is vanaf Q3 ten uitvoer gebracht. Doel van het project is dat eind 2022 elk kind dat specialistische jeugdhulp nodig heeft, dit binnen 3 maanden ontvangt (of sneller wanneer nodig).

De meeste aanbieders van ambulante jeugdhulp (opdracht E) hebben in 2021 hun deuren noodgedwongen moeten sluiten voor nieuwe aanmeldingen, aangezien het budget niet toereikend was voor de vraag. Nadat in juli 2021 de budgetten verhoogd werden, hebben aanbieders zich ingespannen extra personeel te werven. Dit heeft geresulteerd in het weer openen van de deuren in de periode van september (1 aanbieder) tot begin november (overige aanbieders). In grafiek 1 is deze beweging duidelijk te zien; zowel in de aantallen met hulp gestarte jeugdigen als de retrospectieve wachttijden: het percentage jeugdigen dat binnen de Treeknorm (<14 weken) is geholpen, is gestegen. Opvallend hierbij is dat een derde van de jeugdigen in Q4 binnen 0-2 weken na aanmelding is gestart met hulp. Dit betekent dat dit allemaal jeugdigen zijn die met spoed hulp nodig hadden. Ook in de huidige wachttijd voor jeugdigen is een forse daling te zien: zie grafiek 1. Eind 2021 bleek dat de wachttijden voor opname (opdracht B) opliepen. Ook de doorstroom naar en uit opdracht C stokte. Hierom is eind 2021 met de aanbieders van B en C afgesproken tijdelijk meer capaciteit te realiseren. Meer informatie is te vinden bij de opdrachtbeschrijving B en C.

Voor de overige opdrachten zijn door contractmanagement, de gemeenten en de aanbieders diverse acties ingezet om de wachttijd te verkorten, zoals de doorlopende wervingscampagne voor nieuwe pleegouders (opdracht A) en het inzetten op extra ondersteuning van bestaande pleegouders.

11

Tabel 1: Aantal nieuw aangemelde jeugdigen geholpen binnen Treeknorm (<14 weken) – 2021 Q1 Q2 Q3 Opdracht A B C D E en onbekend*

aantal 52 78 20 99 935

percentage 90% 86% 90% 69% 72%

aantal 71 58 15 118 771

percentage 97% 86% 93% 60% 62%

aantal 40 33 7 102 585

percentage 93% 73% 86% 58% 54%

aantal 40 39 7 119 997

Q4 percentage 98% 64% 86% 54% 76%

Bron: dashboard Retrospectieve wachttijden * Vanwege ontbreken van toewijzing is opdracht onbekend; Aanbieders melden dat dit veelal om opdracht E gaat. Daarom zijn deze gegevens bij E opgeteld.

Grafiek 1: Trend huidige wachttijd 2021

Bron: dashboard Huidige wachttijden

2.2.1 Gewoon opgroeien buiten gezin (A Pleeghulp) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

€ 21.348.000

€ 23.299.000

€ 24.045.000

€ 22.880.000

Verschil begroting vs realisatie 2021 € 1.165.000

Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

2019

2425

2070

245

Toewijzingsduur in weken 132

2020

2687

2129

247

142

2021*

2677

2129

259

138

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO.

12

Binnen opdracht A (pleegzorg) is vanwege inhoudelijke afwegingen geen budgetplafond ingesteld. Dit maakt groei mogelijk. Plaatsing van een jeugdige in pleegzorg heeft de voorkeur boven plaatsing in een instelling. Toch groeit opdracht A niet, zoals verwacht. Dit komt o.a. door een tekort aan pleeggezinnen. Om meer pleeggezinnen te werven heeft de werkgroep werving pleegouders dit jaar een pleegzorgcampagne gevoerd om de werving van pleegouders een impuls te geven. Resultaat is dat er een toename is in het aantal informatiepakketten dat bij de pleegzorgaanbieders worden aangevraagd. Het proces van aanvragen van een informatiepakket tot aan het daadwerkelijk plaatsen in een pleeggezin duurt gemiddeld langer dan een jaar. Er is daarom nog geen grote stijging van het aantal pleeggezinnen. Daarmee is er ook geen stijging in het aantal plaatsingen te zien. Daarnaast wordt er ook actief ingezet op het behoud van pleegouders omdat dit ook van invloed is op het aantal plaatsingen. In 2021 is er een onderzoek geweest naar de tevredenheid en verbetermogelijkheden voor pleegouders. In 2022 worden de resultaten verder opgepakt. Om pleeggezinnen te behouden is er binnen pleegzorg ook behoefte aan het versterken van pleegouders om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding te voorzien.

Om in deze behoefte te voorzien is in 2021 de transformatiesubsidie pleegzorg maatwerk uitgevoerd en geëvalueerd. De subsidie draagt bij aan de balans tussen draaglast en draagkracht bij pleeggezinnen.

2.2.2 Weer naar huis (B Opname) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 64.310.000

€ 62.647.000

€ 62.248.000

€ 59.145.000

€ 3.103.000

Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

2019

1467

1019

2321

Toewijzingsduur in weken 43

2020

1378

931

2485

46

2021*

1408

907

2672

44

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Voor opdracht B is een lichte afname zichtbaar in het aantal jeugdigen. Afname van het aantal plaatsingen in opdracht B past bij de Regiovisie. In 2019 is gekozen om de inzet van behandelopname te beperken en extra budget toe te voegen voor opgroeien met blijvende ondersteuning (opdracht C). Daarnaast zien we een kleine afname van 2 weken op de

13

gemiddelde duur van de arrangementen in beide opdrachten: voor opdracht B van 46 naar 44 weken. Dit kan tot een lagere realisatie leiden dan begroot. In het algemeen zien we op opdracht B een stijging van het weektarief. Deze stijging bevat indexatie, maar stijgt ook wanneer de indexatie hiervan wordt afgetrokken. Dit kan een indicatie zijn dat de problematiek complexer en zwaarder wordt, waarmee het zorgaanbod ook complexer wordt. Dit resulteert in een hoger weektarief. 2.2.3 Opgroeien met blijvende ondersteuning (C Langdurige zorg) Realisatie Realisatie Begroting Voorlopige JR 2019 JR 2020 2021 verwachte realisatie 2021

€ 8.688.000

€ 10.519.000

€ 9.343.000

€ 13.455.000

Verschil begroting vs realisatie 2021

- € 4.112.000

Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

2019

399

328

1122

Toewijzingsduur in weken 54

2020

409

318

1237

61

2021*

436

325

1334

59

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Voor opdracht C “Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)” zien wij een gelijkblijvend beeld op het aantal cliënten met lopende toewijzing. In 2019 is gekozen om de druk op opdracht B “Weer naar huis (Opname)” te laten afnemen door voor opdracht C extra budget beschikbaar te stellen. Zo zijn aanbieders gevraagd uitbreiding van de capaciteit op opdracht C2 “Opgroeien met blijvende ondersteuning: training zelfstandig wonen” (voor een bedrag van 2,3 mln.) te realiseren. Het bedrag van 2,3 mln voor de uitbreiding op capaciteit op C2 is niet in de begroting opgenomen, maar zit wel voor 2021 in de realisatie. Daarnaast is een subsidie C4 “Kleinschalig wonen” (€ 1.767.345) verleend om kinderen die blijvend behandeling en begeleiding nodig hebben in een langdurige setting op te nemen. In opdracht C “Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)” zien we een stijging van het weektarief. Deze stijging bevat indexatie, maar ook met aftrek van indexatie stijgt het weektarief. Dit wijst er mogelijk op dat de problematiek complexer en zwaarder wordt, waarmee het zorgaanbod ook complexer wordt en daarmee duurder. De realiteit blijft wel dat uitstroom vanuit opdracht C lastig te realiseren is door onvoldoende (passende) Wmo-capaciteit en door het ontbreken van passende en betaalbare huisvesting. 14

2.2.4 Steun, hulp of behandeling overdag (D Daghulp) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 13.793.000

€ 14.511.000

€ 14.513.000

€ 18.894.000

- € 4.381.000

Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

Toewijzingsduur in weken

2019

1223

1017

662

41

2020

1230

995

697

43

2021*

1478

1163

752

43

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Voor opdracht D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) is geen budgetplafond ingesteld. Zorgaanbieders zijn dus niet gebonden aan een contractvolume. In 2021 is opdracht D financieel gegroeid. De groei komt door de combinatie van een toename in toewijzingen en de toename in de zorgzwaarte. Bij de zorgaanbieders komen er steeds meer jeugdigen met zware problematiek, dit zorg voor hogere weektarieven. De toename in het aantal jeugdigen komt onder andere door een betere verbinding tussen wijkteams en aanbieders, waardoor er meer instroom is gerealiseerd. De toename in de zorgzwaarte komt onder andere door een stijging in het aantal jeugdigen met forensische problematiek.

In 2021 zetten zorgaanbieders steeds meer inzetten op de verbinding met het onderwijs. Er zal een centraal plan gemaakt worden met ook de punten uit de werkgroep onderwijsjeugdhulp. De eerste sessie zal begin 2022 plaatsvinden, met als doel om de samenwerking tussen onderwijspartners en jeugdhulpaanbieders in opdracht D te versterken.

2.2.5 Pakket Thuis (E Ambulante hulp) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 43.864.000

€ 42.168.000

€ 55.381.000

€ 46.963.000

€ 8.418.000

Jaar

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

Weektarief

Toewijzingsduur in weken

2019

12887

10212

210

47

2020

11108

8432

228

51

2021*

11020

8259

251

51

*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht 15

worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR

Het aantal toewijzingen en het aantal unieke jeugdigen dat zorg heeft ontvangen is stabiel gebleven ten opzichte van 2020. Dit komt omdat in de loop van 2021 vrijwel alle aanbieders hun deuren hebben moeten sluiten voor nieuwe instroom vanwege het bereiken van budgetplafonds. De toekenning van extra middelen na de zomer 2021 heeft niet geleid tot een stijging van het aantal jeugdigen of toewijzingen ten opzichte van voorgaand jaar. Aanbieders hebben de uitbreiding van personele capaciteit niet tijdig op orde kunnen krijgen (moeizame werving in een krappe arbeidsmarkt) en niet volledig kunnen inzetten ten behoeve van ambulante hulp. Een deel van de aanbieders heeft te maken gehad met uitval van personeel als gevolg van Corona (ziek en quarantaine) en 2 aanbieders zagen zich genoodzaakt personeel van E te moeten inzetten om jeugdhulp met verblijf (residentiële behandelgroepen) te kunnen blijven garanderen (eveneens vanwege uitval van personeel door Corona op residentiële locaties). De breed in het zorglandschap gesignaleerde ontwikkeling is dat mede als gevolg van Corona problematiek zwaarder is geworden. De zorgtrajecten zijn daarmee duurder geworden hetgeen is terug te zien in de gestegen weekprijs. De realisatie ligt dan ook hoger dan de primaire begroting (juli 2020) voor 2021.

2.2.6 Crisis (F) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 9.153.000

€ 8.431.000

€ 9.468.000

€ 8.644.000

€ 824.000

Opdracht F betreft een beschikbaarheidsvoorziening, waarbij de hoofdaannemer verplicht is permanent capaciteit aan crisishulp beschikbaar te hebben om te voorkomen dat wachtlijsten ontstaan. Daarom ontvangt de opdrachtnemer bij een realisatie van ten minste 80%, 100% bekostiging. In 2021 heeft Enver deze 80% bereikt. Het aantal kinderen in crisishulp daalde tot en met 2020. In 2021 zien we echter 201 plaatsingen. Op 31 december verbleven nog 22 kinderen op de crisisopvang. Dit betekent een uitstroom van 179 kinderen wat bijna gelijk is aan 2020.

16

2.2.7 Gecertificeerde Instellingen (G) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 44.989.000

€ 44.723.000

€ 48.638.000

€ 47.848.000

€ 790.000

Product O.T.S. algemeen Voogdij (voorlopig + overig) Jeugdreclassering Samenloop civiel/straf ITB Criem (mnd) ITB Harde Kern (mnd) STP (mnd) Adviestrajecten gedragsmaatregel Uitvoeringstrajecten GBM Drang met VTO Drang zonder VTO Verlengde drang Huisverboden CIT Crisisinterventie CIT

Totaal

Aantallen 2021 16.872 5.535 5.939 618 2 118 0 665 28 1.294 352 1.834 33.257

1. JB/JR-(dwang)maatregelen, drangzaken en Crisis Interventie Team a. JB/JR-maatregelen laten over het gehele jaar een gemiddelde onderproductie zien. Er is sprake van een lagere realisatie van het aantal Onder Toezicht Stellingen (OTS-en), Voogdijzaken en Jeugdreclassering. Dit is een wenselijke ontwikkeling. De afname van OTS-en gaat geleidelijk en is al enige tijd gaande. Doordat er sprake is van een wachtstapel bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) kan er nog een toename van OTS-en plaatsvinden op het moment dat de RvdK vooruitgang boekt in de afronding van deze onderzoeken. b. De drangzaken (drang met en zonder ‘verzoek tot onderzoek) zijn fors afgenomen. Ten opzichte van het begrote aantal is er sprake van een onderproductie van gemiddeld 50%. Bij de verlengde drangzaken zien we een overproductie van 30%. Deze ontwikkeling is wenselijk. De verklaring hiervoor is dat gemeenten, mede op basis van het eindrapport “Samenwerken in vrijwillig kader tussen lokale teams en gecertificeerde instellingen, de uitvoering van drangzaken geleidelijk aan zelf oppakken. Mede naar aanleiding van dit rapport 17

is door het AB besloten om met ingang van 2022 de subsidiering van Drang met en zonder VTO en verlengde Drang voor onze regio te beëindigen. Dit besluit houdt voor de gemeenten / lokale veld in dat zij deze drangzaken vanaf 2022 zelfstandig uitvoeren. c. Crisis Interventie Team (CIT) Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het Crisis Interventie Team (CIT). Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen kunnen zelf contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp inzetten. Over 2021 heen zien we een stijging van het aantal crisisinterventies met ruim 21%. Daar tegenover zien we een daling van bijna 50% op het begrote aantal huisverbodzaken in de regio. 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) Buitenregionale plaatsingen betreffen plaatsingen van kinderen bij niet regulier gecontracteerde aanbieders. In de meeste gevallen gaat het om kinderen die op basis van het woonplaatsbeginsel bij één van de gemeenten in de regio horen, maar die niet in de regio verblijven. JBRR is opdrachtgever en financier voor jeugdigen die onder toezicht van een andere GI vallen, maar tot de verantwoordelijkheid van een gemeenten in de regio Rijnmond behoren. 3.

Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) Het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) voert diagnostisch onderzoek uit op verzoek van de medewerkers van Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond (JBRR) (Incl. WSS) en Leger de Heils Jeugdbescherming- en reclassering (LJ&R). Tevens verzorgt het KSCD de instemmingsverklaringen voor het realiseren van een gesloten plaatsing. De positieve ontwikkeling die in het tweede kwartaal 2021 zichtbaar werd heeft het KSCD kunnen vasthouden: 42% van de onderzoeken kan binnen 90 dagen worden afgerond. De gemiddelde doorlooptijd is aanzienlijk teruggebracht naar 88 dagen wat betekent dat het lukt om de meeste onderzoeken in minder dan 90 dagen uit te kunnen voeren. 2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (H VTRR) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€13.943.147

€ 16.152.000

€ 16.376.000

€ 16.375.000

€ 1.000

18

Aantal advies- en ondersteuningsvragen (inclusief chat). Bron: Kwartaalrapportage Q4 2021 VTRR.

Aantal meldingen (inclusief overige politie zorgmeldingen jeugd). Bron: Kwartaalrapportage Q4 2021 VTRR.

Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond ontvangt meldingen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling en zorgt vervolgens indien nodig voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Ook geeft Veilig Thuis advies aan professionals over hoe om te gaan met voorkomende signalen. De organisatie had in 2021 nog altijd te maken met een groei van de instroom. De stijging is al zichtbaar vanaf de invoering van de verscherpte meldcode in 2019. Medio 2021 bedroeg de stijging ongeveer 40% ten opzichte van het begrote aantal. Ook hebben diverse mediacampagnes tijdens de coronaperiode er mogelijk voor gezorgd dat vaker advies wordt gevraagd. Alle meldingen worden dagelijks gescreend om te kijken of er sprake is van acute onveiligheid. Als daarvan sprake is gaat het crisisteam er direct op af. Het aantal crisissen is stabiel hoog en boven het begrote aantal. Na een melding zijn mogelijke werkzaamheden het tot stand brengen van afspraken over die situatie (de dienst Voorwaarden en Vervolg (V&V)) of het uitwerken van noodzakelijke vervolghulp (de dienst Onderzoek). Sinds 2020 zien we in beide een toename die in verhouding staat tot het toegenomen aantal meldingen. Mede door de toenemende complexiteit van casussen ziet VTRR bovendien een verschuiving van de dienst V&V naar de (meer tijdrovende) dienst Onderzoek.

In 2020 was een realisatie van 80% van de dienst V&V en 20 % van de dienst Onderzoek (van 80/20 naar 70/30). Dit heeft in 2021 geresulteerd in 412 interventies ‘dienst Onderzoek’ ten opzichte van een begroot aantal van 250 interventies. Ondanks de hoge instroom lukt het VTRR gedurende het afgelopen jaar steeds beter om het percentage veiligheidsbeoordelingen, onderzoeken en ‘voorwaarden en vervolg’ binnen de

19

wettelijke termijn af te handelen. Echter mede door de hoge instroom zitten de percentages nog niet op het gewenste niveau. Hier wordt vanuit het accountmanagement op gestuurd. Tijdens de coronamaatregelen is in heel Nederland bij Veilig Thuis een chatfunctie ingevoerd. Landelijk is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de chatfunctie permanent in te voeren, eventueel op landelijk niveau georganiseerd. Hierover is nog geen besluit genomen. 2.2.9 Overige onderdelen (I) Buitenregionale plaatsingen (incl. pleegzorg) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 976.000

€ 2.485.000

€ 1.736.000

€ 2.194.000

- € 458.000

Dit onderdeel bestaat uit twee vormen van buiten regionale plaatsingen, namelijk buiten regionale pleegzorgplaatsingen via Enver en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio. Het budget voor buiten regionale plaatsingen is in 2021 overschreden. Dit komt vooral door de maatwerktrajecten. De maatwerkovereenkomsten worden zichtbaar in het reguliere berichtenverkeer met als gevolg een betere monitoring van de daadwerkelijke kosten. Extra ASR Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 772.000

€ 1.912.000

€ 1.927.000

€ 2.262.000

- € 335.000

De begroting Extra ASR is tussentijds opgehoogd van € 1,1 mln. naar € 1,9 mln. Om oplopende druk het hoofd te bieden is de subsidie tussentijds verhoogd. Ten opzichte van de begroting leidt dit tot een overschrijding. Landelijk Transitie Arrangement (LTA) Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 10.698.000

€ 13.533.000

€ 12.149.000

€ 15.810.000

- € 3.661.000

20

De VNG is opdrachtgever voor landelijke aanbieders van hoogspecialistische jeugdhulp zoals bijvoorbeeld hulp bij ernstige eetstoornissen. Om passende zorg te vinden voor cliënten wordt vaak direct verwezen naar deze aanbieders. In onze regio hebben enkele LTA-aanbieders een duidelijk aanvullende functie met specifiek hulpaanbod. De LTA-aanbieders hebben geen contractuele verplichting om elk kwartaal de cijfers aan te leveren aan de gemeenten. Op dit moment is ook de gemeentelijke informatie over toegewezen LTA-zorg niet volledig om voor LTA een jaareindeverwachting te maken. Om toch een zo goed de lasten over 2021 te schatten gebruiken we productiecijfers van de LTAaanbieders. Uit de analyse hiervan volgt een Jaareindeverwachting 2021 van €15,8 mln. Dit is €3,6 mln. meer dan begroot. Bij de derde kwartaalrapportage was de jaareindeverwachting €15,7 mln. De twee grootste LTA-aanbieders in de regio (de Viersprong en EMC) hebben een gezamenlijke productie 2021 van € 9,3 mln. (op € 15,8 mln.), een duidelijke toename (2020 gezamenlijke productie van €7,1 mln. op totale LTA 2020 €13,5 mln.). Deze cijfers bevestigen het landelijke beeld van een toegenomen zorgvraag, zowel een toename van het aantal cliënten als een toename in zorgzwaarte. Het landelijke beeld is ook dat door Corona meer problematiek geëscaleerd is, met name ook bij ernstige eetstoornissen.

Om passende zorg te verlenen aan cliënten is vaker doorverwezen naar de LTA-aanbieders. Overigens houdt de begrotingsoverschrijding ook verband met het feit dat de begroting nog geen rekening hield met de stijgende trend (realisatie 2020). Het afgelopen jaar is ingezet op het verbeteren van de grip op en informatievoorziening van de LTA-partijen. De GRJR investeert in de samenwerking met de VNG op het gebied van de LTA-ontwikkelagenda, participeert de GRJR in de Klankbordgroep Jeugd van de VNG inclusief adviesrol mb.t. de landelijke inkoop LTA 2023 van de VNG. Daarbij is ook de expertise vanuit de GRJR Inkoop werkgroep betrokken met als doel om het regionaal ingekochte aanbod ter versterken en overloop naar landelijke aanbieders tegen te gaan. Acute Dienst GGZ Realisatie JR 2019

Realisatie JR 2020

Begroting 2021

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Verschil begroting vs realisatie 2021

€ 402.000

€ 404.000

€ 404.000

€ 777.000

- € 373.000

In 2021 is de productie van acute dienst jeugd-GGZ bij zowel GGZ Delfland als Parnassia hoger uitgevallen dan verwacht. Ook is hierin sinds 2021 de acute dienst JBJR JBRR opgenomen in het kader van de pilot verbeteren crisishulp. In 2021 heeft GGZ Delfland in totaal 104 crisismeldingen van jeugdigen uit Rijnmond getriageerd en de Parnassia-groep in totaal 248. Dit betekent dat in 2021 een hoger aantal jongeren is geholpen dan aan het 21

begin van het jaar was verwacht. De budgettaire consequenties voor de GRJR zijn in relatie tot GGZ Delfland nihil, aangezien de door GGZ Delfland gevraagde vaststelling voor de ontvangen subsidie gelijk zal zijn aan het bedrag van verlening. De hoogte van het vast te stellen subsidiebedrag voor de Parnassiagroep is pas na 1 april 2022 bekend. Over het algeheel is er in het afgelopen jaar een grote toename zichtbaar van jeugdigen die door acute dienst zijn geholpen zijn ten opzichte van het voorgaande jaar. De oorzaken hiervan zijn lastig te duiden, maar het is zeer reëel dat de beperkende maatregelen in verband met de coronapandemie voor deze doelgroep hier een belangrijke rol in spelen.

2.3 Transformatie 2.3.1 Transformatiesubsidies Met behulp van transformatiesubsidies zijn verspreid over de regio 28 transformatieprojecten in de zorg voor jeugd uitgevoerd en grotendeels afgerond. Dit betrof bijvoorbeeld extra ondersteuning voor pleegouders, zorg in de klas, samenwerking met huisartsen en het realiseren van doorlopende zorg voor, tijdens en na detentie. In oktober zijn bij een bijeenkomst met gemeenten, zorgaanbieders en professionals de resultaten gepresenteerd. Deze worden betrokken bij het verder verbeteren van de jeugdzorg in de regio en bij het nieuwe inkooptraject voor specialistische jeugdhulp. 2.3.2 Specifieke uitkeringen (SPUK’s) De rijksoverheid heeft dit jaar vier SPUK’s beschikbaar gesteld om de transformatie van bovenregionale jeugdhulp te stimuleren. Dit betreft respectievelijk jeugdhulpplus, het inrichten van een bovenregionaal expertisenetwerk, driemilieuvoorzieningen en extra inzet op acute jGGZ. De GRJR werkt hierin samen met de andere vier jeugdhulpregio’s in de provincie, met betrokken zorgaanbieders en met coördinerend gemeente Rotterdam. Rondom jeugdhulpplus worden bijvoorbeeld een ambulant team en kleinschalige woonvoorzieningen gecreëerd voor jongeren met een voorwaardelijke of geschorste machtiging voor gesloten hulp en groepen in de gesloten jeugdhulp worden verkleind van 10 tot maximaal 6 jongeren.

Daardoor ontstaat een meer thuisnabije omgeving en kunnen begeleiders meer aandacht besteden aan deze jongeren. Voor de SPUK acute jGGZ is binnen de gewijzigde begroting zowel aan de baten - als aan de lastenkant €4,0 mln. opgenomen. Later in 2021 bleek echter dat de verantwoording via de gemeente Rotterdam loopt en dus buiten GRJR om. 2.3.3 Hervormingsagenda Op advies van een Commissie van Wijzen is door het Rijk en de VNG besloten tot het opstellen van een Hervormingsagenda voor jeugdhulp. Doel hiervan is verbeteren van de toegang tot en kwaliteit van de jeugdhulp voor kinderen die deze werkelijk nodig hebben, betere beheersing van de kosten en borging van de duurzame beschikbaarheid van goede jeugdhulp en het versterken van het (inzicht in het) functioneren van het systeem (als randvoorwaarde voor de inhoudelijke doelstellingen). Hiertoe is een tijdelijke regionale 22

werkgroep ingericht bestaande uit vertegenwoordigers van regiogemeenten en de uitvoeringsorganisatie.

23

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen

24

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Op basis van een risico-inventarisatie die in samenwerking met de gemeenten is opgesteld was in de begroting 2021 geconcludeerd dat de omvang van het gewogen risico beheersbaar is en dat er geen apart weerstandsvermogen gevormd hoeft te worden. Wel werd er voor 2021 een risicobudget opgenomen ter hoogte van € 3,6 mln. De te verwachte coronameerkosten 2021 komen ten laste van het budget Risico’s Jeugdhulp. Voor RTA-aanbieders bedraagt dat € 3,0 mln. en voor LTA-partijen € 0,1 mln. Bovendien is hier ook een bedrag in de voorlopige jaarrekening gezet van € 1,4 mln. van geleverde zorg dat niet is toegewezen aan een opdracht. In de begroting 2021 waren de vijf risico’s benoemd met de grootste financiële gevolgen of politieke impact die kunnen optreden ten aanzien van de uitvoering van de GR op basis van de opgestelde begroting. In die begroting waren de risico’s nog niet gekwantificeerd. Risico genoemd in begroting 2021 Hogere indicatie dan nodig

Faillissement zorgaanbieder

Coronacrisis leidt tot hogere zorgkosten

Verkorten van de wachttijden Structureel stijgende zorgkosten (hogere kosten per cliënt of meer clienten) vs knellende budgetten gemeenten

Realisatie 2021 Bij diverse opdrachten zijn stijgingen van het gemiddelde weektarief zichtbaar waardoor kosten stijgen. Dat kan gevolg zijn van hoger indiceren. De hoogte van de indicatie is de uitkomst van het arrangeren van de hulp bij de hulpvraag. Zonder verdiepend onderzoek kan niet worden beoordeeld of indicaties hoger zijn dan nodig. Hiervan was in 2021 geen sprake. Wel dienden op advies van de Jeugdautoriteit de aanbieders van gesloten jeugdhulp te worden gecompenseerd voor corona omzetderving om faillissement te voorkomen. Dit komt tot uiting in negatief resultaat over eerder jaren (zgn overlopend resultaat). Vermoedelijk is er een verband tussen de coronamaatregelen en de vraag om jeugdhulp. Dit is in eerste instantie een verklaring voor de oplopende druk op het aanbod en de wachtlijsten. De aanpak van wachtlijsten is in 2021 op gang gekomen maar nog beperkt zichtbaar in kostenstijging. Dit risico deed zich in 2021 voor met name bij langdurige hulp, daghulp en landelijk ingekochte hoogspecialistische hulp. De structurele kostenstijging is voor een deel gevolg van inflatiecorrectie (indexatie). De stijging van zorgkosten is deels opgevangen met een begrotingswijziging. Daarnaast is een belangrijk deel van het tekort ontstaan door afrekeningen over eerdere jaren. Dit komt tot uiting in negatief resultaat over eerder jaren (zgn overlopend resultaat).

25

Risico toegevoegd in begrotingswijziging 2021 Taakstellingseffect op uitgaven B en C valt tegen doordat snellere uitstroom naar andere voorzieningen niet of later optreedt. Tegenvallende uitgaven LTA en BRP door moeilijke voorspelbaarheid en beheersbaarheid van het gebruik. Extra subsidienoodzaak JBRR indien overgang drangtaken en ontwikkeling ondersteuningsproduct moeilijker verlopen dan voorzien. Extra subsidienoodzaak VTRR indien mede door Corona het aantal meldingen en uit te voeren adviezen en onderzoeken in aanzienlijke mate stijgt. Het ontstaan van een dekkingstekort doordat het aandeel in de specifieke uitkering voor spoedhulp lager is dan de verwachte €4,0 miljoen.

Realisatie 2021 Deze budgetten waren bij de begrotingswijziging 2021 niet verhoogd. Op C is een tekort ontstaan.

Deze budgetten waren bij de begrotingswijziging 2021 niet verhoogd. Op beide budgetten is een tekort ontstaan. In de voorlopige realisatie is hier rekening mee gehouden.

In 2021 deed deze ontwikkeling zich voor maar deze kon toch met reserves van VT worden opgevangen. De ontwikkeling noodzaakte om de subsidie vanaf 2022 te verhogen. Dit risico heeft zich voorgedaan. De SPUK acute GGZ dient uiteindelijk niet via de GRJR maar rechtstreeks door de ontvangende gemeente Rotterdam te worden ingezet en verantwoord. Omdat de uitgaven E Ambulante hulp zijn achtergebleven bij de verwachtingen is het effect op het rekeningresultaat geneutraliseerd.

Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken wordt voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Kengetallen

Begroting 2021

Realisatie 2021

0,00

0,00

0,00

0,00

Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

0,00

0,00

0 n.v.t.

0 n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om haar investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2021 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul. 26

3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot het kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2021, € 22,9 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2021. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk.

De GRJR is in 2021 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.

3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen ook criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen en governance Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van bovenregionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehouders overleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het 27

DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. In 2021 is de positionering van de uitvoeringsorganisatie en de secretaris/directeur herijkt en is de secretaris/directeur van de GRJR aangesteld. Ook zijn de juridische kaders met betrekking tot delegatie aan de GRJR opnieuw bepaald. In samenhang hiermee is de beleidsmatige samenwerking tussen de gemeenten, zoals rond de totstandkoming van de Regiovisie, verder uitgewerkt met het oog op de noodzaak en wens om de komende jaren inhoudelijke vervolgstappen te zetten. Gemeenten hebben ervoor gekozen om een programmateam samen te stellen met medewerkers uit de afzonderlijke gemeenten, onder aansturing van directeuren sociaal domein van de gemeenten. Deze directeuren en de secretaris/directeur van de GRJR werken op structurele basis nauw samen. Organisatie van de GRJR Het AB is voor de uitvoering van de taken van de GRJR een uitvoeringsovereenkomst aangegaan met de gemeente Rotterdam. Het betreft hier de taken ten behoeve van en voortvloeiend uit het inkopen en subsidiëren van zorgaanbieders voor bovenlokale jeugdhulp. Van belang hierbij is dat de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt verleend. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel van de GRJR-bedrijfsvoering.

De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van deze taken alsook het beheer van de vermogenswaarden en de bewaring van archiefbescheiden conform Gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Informatievoorziening De informatievoorziening over het gebruik en de kosten van specialistische jeugdhulp is op een hoger plan gebracht door begin 2021 een strategisch informatieplan te maken voor de ontwikkeling van een samenhangende informatiehuishouding. Ook is een dashboard ontwikkeld op basis van periodieke data-aanleveringen van gemeenten en aanbieders. Hiermee kunnen de ontwikkelingen meer data gedreven worden gevolgd. Deze basis die in 2021 is gelegd wordt in 2022 verder versterkt onder meer door te sturen op de kwaliteit van data die gemeenten en zorgaanbieders aanleveren, opbouw van een datawarehouse voor betere ontsluiting van informatie, het goed regelen van de ‘privacy en security’ en gebruik van het dashboard in de planning en control processen van de GRJR.

De basisinformatievoorziening moet ook aangepast en voorbereid worden om de sturingsambities vanuit de Regiovisie en inkoop 2023 te ondersteunen. 28

Contractmanagement Vanaf het vierde kwartaal van 2020 is een bijna volledig nieuw team contractmanagers gestart. Na een goed inwerkprogramma en naast de reguliere contractgesprekken, wordt gewerkt aan verder professionaliseren en gestructureerd vormgeven van het contractmanagement en accountmanagement. In 2021 is veel tijd besteed aan het opbouwen van dossierkennis over de lopende contract- en subsidierelaties, het op orde brengen van de dossiers en het oplossen van achterstallige zaken met het oog op de afronding van de lopende contracten eind 2022. Dit alles heeft plaatsgevonden terwijl grote en urgente vraagstukken zijn opgepakt zoals de aanpak van de wachttijden (mede door Corona), knelpunten in de jeugdbeschermingsketen en financiële issues uit eerdere jaren.

3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening 2021 wordt net als in voorgaande jaren in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. De accountant maakt daar waar mogelijk gebruik van de verbijzonderde interne controles (derdelijns controle) die worden uitgevoerd door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam. Deze interne auditfunctie stelt in samenspraak met de externe accountant jaarlijks een auditprogramma op. In de uitvoering van het auditprogramma wordt gecontroleerd op de getrouwheid en de rechtmatigheid van het door het AB gevoerde financiële beheer. De bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt ten behoeve van een Management Letter waarmee de accountant de secretaris/directeur en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd.

Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik

29

Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering.

3.5 Coronaparagraaf Op advies van de commissie BBV is in dit jaarverslag een afzonderlijke coronaparagraaf opgenomen. De VNG en het Rijk hebben kort na het uitbreken van de coronacrisis in 2020 afspraken gemaakt over het bieden van financiële zekerheid en ruimte aan professionals en zorginstellingen binnen de Jeugdwet en Wmo. De afspraken waren gericht op het organiseren van continuïteit van zorg en het borgen van het stelsel voor de langere termijn. De landelijke afspraken zijn voor 2021 verlengd zonder noemenswaardige inhoudelijke wijzigingen. Ten aanzien van omzetderving is in 2021 geen landelijke regeling gekomen. De GRJR heeft haar beleid 2020 t.a.v. coronakosten ongewijzigd gecontinueerd in 2021 en: - verklaart corona meerkosten declarabel - verklaart omzetderving in principe niet-declarabel (ook geen landelijke regeling 2021 tot stand gekomen, er dient zo nodig maatwerk te worden toegepast) - acht zich voor LTA-partijen gebonden aan door de VNG gemaakte afspraken - past de hiervoor bedoelde landelijke protocollen en formats toe te passen (i-sociaal domein) Meerkosten bij doorgaande jeugdhulp gedurende 2021 regionale transitiearrangement (RTA) en landelijke transitiearrangement (LTA) Jeugdhulp werd zoveel als mogelijk gecontinueerd, waar nodig in aangepaste vorm.

Om de verantwoording van meerkosten als gevolg van corona soepel te houden sloot de GRJR aan bij landelijke protocollen en de verantwoordingssystematiek van i-sociaaldomein. De rijksoverheid geeft gemeenten financiële compensatie voor meerkosten. GRJR besloot in mei 2021 formeel dat voor meerkosten voor de periode januari - december 2021 geleverde zorg, een afzonderlijke declaratie kon worden ingediend. Hieronder een overzicht van meerkosten 2021 als gevolg van de coronacrisis. Dit wordt verantwoord als onderdeel binnen de risico’s Jeugdhulp en betreft alleen 2021 coronakosten. Nagekomen kosten corona over 2020 worden verantwoord als onderdeel binnen het overlopend resultaat. Lasten

Voorlopige verwachte realisatie 2021

Corona meerkosten LTA-aanbieders Corona meerkosten RTA-aanbieders Totaal

€ 116.000 € 1.734.000 € 1.850.000 30

Doorwerking van coronamaatregelen in de jeugdhulp

Aanbieders hebben hun hulp veelal door kunnen zetten, hetzij digitaal en met toepassing van geldende RIVM-voorschriften. Aanbieders hebben te maken gehad met uitval van personeel als gevolg van ziekte en quarantaine en vervanging van dit personeel heeft tot de meeste meerkosten geleid. Sinds zomer 2020 wordt een toename gemeld van het aantal jeugdigen dat met spoed hulp nodig heeft en er is een trend waarneembaar van verzwaring van de problematiek bij alle doelgroepen. Dit beeld heeft zich in 2021 gecontinueerd. Hierbij zien aanbieders een sterke samenhang met de aan- of afwezigheid van maatregelen zoals (gedeeltelijke) sluiting van scholen en voorzieningen voor recreatieve en sociaal-culturele activiteiten. Deze problematiek wordt zowel landelijk als regionaal en lokaal onderkend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11443950/1