bijlage 5 - Begroting 2024 VRR
Tekst van het document
De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij andere veiligheidsregio’s. Desalniettemin kunnen er verschillen van inzicht blijven bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis. Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en b.v. het gebruik van dienstvoertuigen. Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. Voor de komende jaren wordt het risico ingeschat op €250k per jaar. VRR begroting 2024
29
Alarmering op risicolocaties Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer. Het wordt gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Plannen om het WAS op te heffen en te vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media zijn meermaals uitgesteld. Mede op aandringen van de VRR is onderzocht om het WAS in stand te houden op risicolocaties. Het gaat dan om risicolocaties waar sprake is van grote industriële complexen en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij zal het lokaal bestuur verantwoordelijk zijn voor het aanwijzen van deze locaties en voor het beheer van de sirenes op die locaties. Uit een onderzoek in opdracht van Justitie en Veiligheid is nu aangegeven dat het eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s zelf is als ze ervoor kiezen het systeem nog in de lucht te willen houden.
De lijn die hiermee landelijk lijkt te worden bekrachtigd wijkt af van de lijn die in onze eigen regio tot op heden is aangehouden, Voor de regio Rotterdam-Rijnmond, en met name het effect gebied van het havenindustrieel complex, heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Het Dagelijks Bestuur houdt dan ook vast aan het aanhouden van het WAS-systeem. Het risico bij instandhouding van het WAS op risicolocaties is dat de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden. Gezien het grote aantal locaties in de regio wordt het risico voor de VRR ingeschat op € 140k per jaar. Dit is gebaseerd op een onderzoek van het WODV van najaar 2021. Ontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen. Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en op het ontwikkelen van zorgrisicoprofielen.
Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Op dit moment vindt een nadere uitwerking hiervoor plaats. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat extra financiële lasten die hiermee gepaard gaan, gedekt zullen worden door het Rijk. Op basis van een verwachte uitbreiding van formatie wordt dit risico nu ingeschat op € 750k per jaar. 2.3.2 Ontwikkeling vermogenspositie en weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). beschikbare weerstandscapaciteit Ratio = --------------------------------------------------benodigde weerstandscapaciteit
VRR begroting 2024
30
VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een ratio van minimaal 1. De ratio wordt zowel voor de bruto als voor de netto risico’s berekend. Op basis van de verwachte ontwikkeling van het resultaat en de reserve de komende jaren (zie § 2.3.3) en de inschatting van de risico’s (zie §2.3.1) ontwikkelt de weerstandsratio als volgt:
Beschikbaar (x € 1.000) Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio netto-risico's
Raming 2024 -3.057 1.244 -2,5
Raming 2025 -1.651 1.244 -1,3
Raming 2026 -322 1.244 -0,3
Raming 2027 1.112 828 1,3
Benodigd, bruto-risico's (x € 1.000) Weerstandsratio bruto risico's
4.994 -0,6
5.134 -0,3
5.134 -0,1
4.718 0,2
De berekening van de weerstandsratio op basis van de netto risico’s komt uit onder 1. Dit wordt vooral veroorzaakt door het negatieve resultaat dat voor 2024 wordt begroot. Er zijn (nog) geen afspraken gemaakt over het terugbrengen van dit tekort en hoe dit moet plaatsvinden. Indien hierover alsnog afspraken worden gemaakt dan komt de weerstandsratio ook anders uit. De ratio voor de bruto-risico’s blijft onder de norm van 1. Dit betekent dat er niet voldoende weerstandscapaciteit is om alle risico’s van dat moment op te vangen. 2.3.3 Reserves Het eigen vermogen bestaat uit de Algemene reserve en de Bestemmingsreserves en kan voor de komende jaren als volgt worden weergegeven: VRR begroting 2024
31
Eigen vermogen Algemene reserve Nog te bestemmen resultaat Bestemmingsreserves Totaal per ultimo jaar (* € 1.000,-)
Eigen vermogen Algemene reserve Nog te bestemmen resultaat Bestemmingsreserves Totaal per ultimo jaar (* € 1.000,-)
Realisatie 2022 188 976 4.993 6.157
Plan 2025 0 -1.651 2.993 1.342
Plan Dotatie 2023 2024 1.164 0 0 4.599 661 5.763 661
Dotatie 2026 1.329 569 1.898
Onttrek Onttrek king Begroting Dotatie king 2024 2024 2025 2025 1.164 -1.164 -4.221 -4.221 2.570 -1.821 3.438 569 -1.014 -6.042 381 3.139 -2.178
Onttrek king 2026
-1.150 -1.150
Plan Dotatie 2026 2027 0 -322 1.434 2.411 569 2.089 2.003
Onttrek king 2027
-1.541 -1.541
Plan 2025 0 -1.651 2.993 1.342
Plan 2027 0 1.112 1.439 2.551
In bovenstaande tabel is het (beoogde) resultaat verwerkt in de algemene reserve voor zover deze toereikend is. Het eigen vermogen daalt in 2023 omdat de onttrekking aan de bestemmingsreserves groter is dan het beoogde resultaat. In 2024 daalt het verder door een fors negatief resultaat. Daarna worden weer positieve resultaten behaald en stijgt het eigen vermogen weer.
VRR begroting 2024
32
Het verloop van de bestemmingsreserves kan als volgt worden gespecificeerd:
Bestemmingsreserves 2e Loopbaanbeleid Groot onderhoud gebouwen Eenm. bijdrage uitw.kader i.v.m. transitie Spoorincidentbestrijding CBRN-steunpuntregio Rotterdam-Rijnmond Bedrijfskleding Totaal per ultimo jaar x € 1,000
2022 2.682 685 212 522 229 663 4.993
Bestemmingsreserves 2e Loopbaanbeleid Groot onderhoud gebouwen Eenm. bijdrage uitw.kader i.v.m. transitie Spoorincidentbestrijding CBRN-steunpuntregio Rotterdam-Rijnmond Bedrijfskleding Totaal per ultimo jaar x € 1,000
2025 Dotatie Onttrekking 1.910 253 -966 936 316 -156 0 147 -28 2.993 569 -1.150
2023 Dotatie Onttrekking 2.797 326 -597 787 335 -383 212 -212 188 -188 202 -27 413 -413 4.599 661 -1.821
2024 Dotatie Onttrekking 2.525 253 -868 739 316 -118 0 175 -28 3.439 569 -1.014
2026 Dotatie Onttrekking 1.197 253 -1.160 1.096 316 -353 0 119 -28 2.411 569 -1.541
2025 1.910 936 0 147 2.993
2027 289 1.059 0 91 1.439
De reserves zijn hieronder kort omschreven. Tweede loopbaanbeleid Ter dekking van de kosten van de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid voor een periode van 10 jaar, is in 2013 een bestemmingsreserve ingericht. Jaarlijks wordt een bedrag gedoteerd. Op basis van de huidige prognose bevat deze voorziening voldoende middelen om de kosten tot en met 2027 op te vangen. De regeling voor 2e loopbaanbeleid is in verband met de lopende ontwikkelingen on-hold gezet. Hiermee is er feitelijke gezien geen verplichting en derhalve geen basis voor een voorziening. Het on-hold zetten betekent niet dat de reserve niet meer nodig is. Naar verwachting zal er een vertraging zitten in de kosten die gemaakt gaan worden. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw voorstel in het kader van de 2e loopbaan (DOOR010). De doorrekening van voorstel VRR begroting 2024
33
“DOOR010” welke voor 1 juli 2023 zal worden aangeboden moet nog plaats vinden. De dotaties en onttrekkingen aan de bestemmingsreserve zijn daarom nog aangehouden volgens de oude planning. Vanaf 2028 is er sprake van een daling van de FLO-lasten. Het is de intentie om deze daling te gebruiken om de stijging van de lasten van de 2e loopbaan op te vangen. Groot onderhoud gebouwen In 2021 is een nieuw MJOP gemaakt en is de jaarlijkse dotatie opnieuw bepaald. Uitgangspunt daarbij was dat de voorziening per einde 2035 op nul staat. Op basis daarvan wordt in 2024 een bedrag van € 335k toegevoegd. Uitwerkingskader meldkamer i.v.m. transitie naar Politie Deze bestemmingsreserve is gevormd in het kader van de transitie van het beheer van de meldkamer naar de Politie. Ten grondslag hieraan ligt een sociaal plan dat tot 5 jaar na de transitie beschikbaar is voor de medewerkers die hier nog gebruik van willen maken. Op het moment zijn er geen medewerkers die hebben aan gegeven dat te willen gaan doen. Voor 2024, het laatste jaar dat medewerkers hiervan gebruik kunnen maken, gaan we ervan uit dat de reserve volledig zal worden gebruikt. Spoor-incidentbestrijding Voor spoor-incidentbestrijding is een vast budget beschikbaar vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Alle incidentele lasten die dit budget te boven gaan, worden gefinancierd vanuit de bestemmingsreserve.
In 2024 zal deze bestemmingsreserve uitgeput raken en zullen de lasten voor spoorincidentenbestrijding uit de reguliere basiszorgbijdrage worden gefinancierd. CBRN-steunpunt Voor het CBRN-steunpunt zijn in het verleden middelen ontvangen die niet allemaal zijn gebruikt. De komende jaren worden de kosten voor het CBRNsteunpunt die niet uit de reguliere middelen kunnen worden gedekt vanuit deze reserve gefinancierd. Bedrijfskleding Om de piek in vervanging van bedrijfskleding op te vangen was een bestemmingsreserve gevormd. Deze zal naar verwachting in 2024 volledig benut worden. 2.3.4 Voorzieningen In de jaren 2024 tot en met 2027 is de verwachting dat de ontwikkeling van de voorzieningen als volgt verloopt: VRR begroting 2024
34
Omschrijving Lopende claims Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Voormalig personeel Verlofsparen Totaal Omschrijving Lopende claims Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Voormalig personeel Verlofsparen Totaal
2022 522 9 150 681
2023 Dotatie Onttrekking 522 507 364 1.029 364 -
2025 Dotatie Onttrekking 522 1.222 350 1.744 350 -
2024 Dotatie Onttrekking 522 871 350 1.393 350 -
2026 Dotatie Onttrekking 522 1.572 350 2.094 350 -
2025 522 1.222 1.744
2027 522 1.922 2.445
De verschillende voorzieningen zijn hieronder kort omschreven. Lopende claims Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Deze voorziening is getroffen voor de juridische afwikkeling van faillissementen van leveranciers. De looptijd van de voorziening is nog onzeker, omdat die afhankelijk is van de reactie van de tegenpartij. Voormalig personeel In 2016 is aan een medewerker strafontslag verleend. Deze beslissing is door de Raad van beroep teruggedraaid. De VRR heeft een nieuwe ontslagprocedure in gang gezet waartegen verzet is aangetekend. De VRR is in deze procedure in het gelijk gesteld. Er heeft in 2022 nog een betaling plaatsgevonden. De medewerker heeft wettelijke rente geclaimd. Dit zal in 2023 afgewikkeld worden.
VRR begroting 2024
35
Verlofsparen Conform de CAO mogen werknemers sinds 2022 hun bovenwettelijk deel van de verlofuren inzetten voor spaarverlof. Dit spaarverlof kan ingezet worden voor een sabbatical of vervroegd pensioen. De BBV schrijft hierbij voor dat een voorziening getroffen moet worden. Voor 2024 zal een bedrag van €364k worden toegevoegd. De jaren daarna zal €350k worden toegevoegd.
VRR begroting 2024
36
2.3.5 Kengetallen
In onderstaande tabel worden de op de VRR van toepassing zijnde BBV- kengetallen weergegeven. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting Plan 2025 Plan 2026 Plan 2027 2024 35,1% 35,2% 34,6% 32,6% 30,2% 35,1% 35,2% 34,6% 32,6% 30,2% 4,7% 0,3% 1,2% 1,9% 2,4% -0,2% -2,7% 0,5% 0,4% 0,2%
1e BW 2023
Netto schuldquote Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bevindt een gezonde netto schuldquote zich tussen de 0% en 100%. Aangezien de VRR geen gelden doorleent, is de netto schuldquote gelijk aan de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Door het negatieve resultaat dat wordt begroot voor 2024 daalt het eigen vermogen en daarmee ook de solvabiliteitsratio. Door positieve resultaten na 2024 stijgt het eigen vermogen weer en ook de ratio. De VRR heeft geen streefpercentage voor solvabiliteit afgesproken, maar het percentage van 1.2 % dat in 2024 is begroot, wordt op bedrijfseconomische gronden als laag beoordeeld. Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Hoe hoger dit percentage, hoe meer ruimte de VRR heeft om de eigen lasten te dragen. De komende jaren schommelt de structurele exploitatieruimte rond de 0%. In 2024 is de ruimte negatief. Oorzaak hiervoor is dat de kostenstijgingen die worden voorzien in 2023 en 2024 niet in 2024 kunnen worden gecompenseerd met hogere inkomsten.
Na 2024 is de structurele exploitatieruimte weer positief omdat er vanaf 2025 wel een compensatie wordt ontvangen voor de gestegen kosten van 2023 en 2024.
VRR begroting 2024
37
2.3.6 EMU Saldo De ontwikkeling van het EMU-saldo is voor de komende jaren in onderstaande tabel opgenomen. EMUsaldo 1. (+) 2. (-) 3. (+) 4. (-)
2023 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
2024
2025
2026
2027
-394
-5.382
960
747
462
14.542 348
-6.931 364
814 350
-318 350
-4.058 350
-14.588
1.913
497
1.416
4.870
5. (-)
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Totaal (* € 1.000,-)
2.3.7 Geprognosticeerde begin- en eindbalans De meerjarig geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van de reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte.
Activa Vaste Activa Materiële vaste activa Waarborgsommen Vlottende Activa Voorraden Uitzettingen < 1 jaar Overlopende activa Liquide middelen Totaal (* € 1.000,-)
VRR begroting 2024
Realisatie 1e Begroting 2022 begrotings2024 wijziging 2023
Plan 2025
Plan 2026
Plan 2027
63.043 110
77.584 110
70.653 110
71.467 110
71.149 110
67.091 110
824 35.080 14.477 226 113.759
824 28.084 14.477 226 121.304
824 25.989 14.477 226 112.279
824 22.478 14.477 226 109.582
824 18.947 14.477 226 105.732
824 19.278 14.477 226 102.006
38
Passiva
Vaste Passiva Algemene Reserve Bestemmingsreserves Resultaat Voorzieningen Leningen > 1 jaar Vlottende Passiva Schulden < 1 jaar Totaal (* € 1.000,-)
Realisatie 1e Begroting 2022 begrotings2024 wijziging 2023
Plan 2025
Plan 2026
Plan 2027
188 4.993 976 681 63.445
1.164 4.599 0 1.029 71.036
1.164 3.438 -4.221 1.393 67.029
0 2.992 -1.651 1.744 63.021
0 2.411 -322 2.094 58.073
0 1.439 1.112 2.445 53.535
43.476 113.759
43.476 121.304
43.476 112.279
43.476 109.582
43.476 105.732
43.476 102.006
Het verloop van de bestemmingsreserves wordt toegelicht op pagina 33. Het verloop van de voorzieningen wordt toegelicht op pagina 34. Voor toelichting op de materiële vaste activa wordt verwezen naar de paragraaf kapitaalgoederen op pagina 40. Door de hoge investeringen in 2023 stijgt het bedrag van de materiele vaste activa in 2023. Daarna daalt dit licht. Voor deze investeringen wordt extra vreemd vermogen aangetrokken. Het bedrag van leningen met een looptijd langer dan 1 jaar stijgt daarom in 2023. Doordat na 2023 meer wordt afgelost dan aan nieuwe leningen wordt aangegaan daalt het saldo van de langlopende leningen na 2023. Ook de uitzettingen korter dan 1 jaar dalen. Dit komt vooral door de lage resultaten in 2023 en 2024, de verwachte investeringen en doordat er meer wordt afgelost op langlopende leningen dan dat er aan nieuwe leningen wordt aangegaan. 2.3.8 Verzekeringen
Voor de volgende (verzekerbare) risico’s zijn de hieronder genoemde verzekeringen afgesloten: • • • • • • • • •
Nederlandse Beurspolis voor uitgebreide gevaren Collectieve ongevallenverzekering Zakenreisverzekering Aansprakelijkheidsverzekering Rechtsbijstandsverzekering Bedrijfswagenpark Brandweervaartuigen Schadeverzekering voor inzittenden Werkmaterieelverzekering o Opbouw brandweerauto’s o GHOR-materieel o Geneeskundige Combinatie
VRR begroting 2024
39
Per 1 januari 2024 wordt naar verwachting de huidige ongevallenverzekering beëindigd om over te schakelen naar een landelijk pakket. Definitieve besluitvorming hierover wordt in de loop van 2023 verwacht. Het landelijk pakket bestaat uit twee delen, de landelijke collectieve ongevallenverzekering en het waarborgfonds. De landelijke ongevallenverzekering zal bestaan uit een platte verzekering voor de onderdelen overlijden en volledige arbeidsongeschiktheid. Uit het waarborgfonds worden tijdelijke arbeidsongeschiktheid, niet-verzekerbare ongevallen en medische kosten vergoed.
VRR begroting 2024
40
2.4
Kapitaalgoederen
Van de in het Besluit Begroting en Verantwoording genoemde kapitaalgoederen is alleen de post gebouwen van toepassing op de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. In deze paragraaf wordt naast de post gebouwen ook aandacht besteed aan materieel. Waarderingsgrondslagen en afschrijvingsmethodiek Alle materiële vaste activa met een economisch nut worden geactiveerd. Investeringen worden lineair afgeschreven. Op grond en terreinen wordt niet afgeschreven. Nieuwe investeringen zijn opgenomen tegen historische kostprijs of lagere marktwaarde. De post ‘Activa in ontwikkeling’ bestaat uit materiële vaste activa, die nog niet in gebruik zijn genomen. Overzicht verloop materiële vaste activa 2022-2024
Omschrijving (* €1000,-) Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoersmiddelen Overige materiële vaste activa Investeringen Activa in ontwikkeling Totaal materiele vaste activa Rente Kapitaallasten
Mutatie Boekwaarde activa in Afschrijving 31-12-2024 ontwikkeling 3.747 1.527 22.399 526 2.524 2.136 4.069 23.426 1.471 4.416 18.558 3.607 10.538 70.654 3.607 10.538 70.654 1.016 11.554
Boekwaarde Boekwaarde Investering 31-12-2022 31-12-2023 3.458 21.612 2.110 22.100 11.652 60.932 2.111 63.043
3.747 23.926 3.049 25.359 21.503 77.584 -0 77.584
Meerjaren investeringsoverzicht Investeringsverloop (* € 1000,-) Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoersmiddelen Overige vaste activa Totaal investeringen VRR Hiervan activa in ontwikkeling:
2023 288 3.799 1.423 7.068 13.353 25.931 2.111
2024 2.136 1.471 3.607 -
2025 864 447 6.863 3.496 11.669 -
2026 1.136 5.800 3.999 10.935 -
2027 3.935 3.172 7.108 -
Investeringen 2024 De voornaamste investeringen betreffen o.a.: • Voertuigen & bepakkingen SIV • Wissellaadbakken • ICT • Veiligheidsvesten • MDT-sets • Mechanische thoraxcompressie • Ontwikkelagenda VRR begroting 2024
41
Onderhoud en beheer huisvesting Het overgrote deel van de panden die de VRR in gebruik heeft, wordt gehuurd. De verhuurders zijn voornamelijk gemeenten. De panden verkeren over het algemeen in een voldoende tot ruim voldoende staat van onderhoud. De VRR is verantwoordelijk voor het meerjarig onderhoud op de panden in eigendom en op de gehuurde panden voor zover de VRR daar aanpassingen in heeft aangebracht. De VRR is verantwoordelijk voor het hebben van een (recent) meerjarig onderhoudsplan en maakt hiervoor gebruik van een onderhoudsbeheerssysteem. Voor alle panden is een tienjarig onderhoudsplan opgesteld alsmede de kwalificatie waaraan het pand moet voldoen. Vier- tot vijfjaarlijks wordt een conditiemeting uitgevoerd op basis van de NEN 2767 methode. Deze houdt in dat er 6 condities zijn om de panden te kwalificeren. De range gaat van ‘uitstekend’ (= 6) tot zeer slecht (= 1). De VRR streeft voor haar panden minimaal naar de kwalificatie ‘redelijk’ (= 3). De uitkomsten worden in het onderhoudsbeheerssysteem geregistreerd en de meerjarige onderhoudsplannen worden hierop aangepast. Onderhoudswerkzaamheden worden conform het meerjarig onderhoudsplan uitgevoerd. In een aantal gevallen is de verhuurder verantwoordelijk voor het contractonderhoud (bijvoorbeeld voor gebouw-gebonden installaties). In die situaties betaalt de VRR een vergoeding aan de verhuurder.
VRR begroting 2024
42
2.5
Financiering
De VRR trekt financiering aan om zo voldoende financiële middelen te hebben om de programma’s zoals deze zijn opgenomen in de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting te kunnen uitvoeren. Het Algemeen Bestuur heeft een treasurystatuut vastgesteld waarin o.a. regels zijn opgenomen over het aantrekken van financiering. In het volgende overzicht worden de leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar gespecificeerd en toegelicht: Omschrijving Binnenlandse banken 1 - BNG 2 - BNG 3 - BNG 4 - BNG 5 - BNG 6 - BNG 7 - BNG (2014) 8 - BNG (2015) 9 - BNG (2016) 10 - BNG (2017) 12 - BNG (2020) 13 - BNG (2020) 15 - NWB (2019) 16 - NWB (2021) 17 - Financial Lease RABO 18 - Financial Lease ABN 19 - BNG (2022) Prognose nieuwe lening 2023 Prognose nieuwe lening 2023 Prognose nieuwe lening 2024 Prognose nieuwe lening 2025 Prognose nieuwe lening 2026 Totaal (*€ 1000)
hoofdsom
Rente %
1.450 2.340 1.589 2.305 10.000 10.000 7.500 7.500 10.000 5.000 5.000 7.200 8.000 5.000 906 4.130 10.000 10.000 5.000 5.000 5.000 5.000
5,890 3,620 5,400 3,720 2,900 2,930 1,390 1,410 1,195 0,195 0,315 0,585 0,080 0,230 0,755 -
Saldo 31-12-2022
Saldo 31-12-2023
Saldo 31-12-2024
435 842 795 1.383 4.000 4.667 4.000 4.500 4.250 4.000 4.000 6.624 6.400 4.500 131 2.403 10.000 62.930
387 749 755 1.325 3.333 4.000 3.500 4.000 3.250 3.500 3.500 6.336 5.867 4.000 131 2.403 9.000 10.000 5.000 71.036
338 655 715 1.268 2.667 3.333 3.000 3.500 2.250 3.000 3.000 6.048 5.333 3.500 43 1.877 8.000 9.000 4.500 5.000 67.029
Saldo Saldo Saldo 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 290 562 675 1.210 2.000 2.667 2.500 3.000 1.250 2.500 2.500 5.760 4.800 3.000 0 1.338 7.000 8.000 4.000 4.500 5.000 62.551
242 468 636 1.153 1.333 2.000 2.000 2.500 250 2.000 2.000 5.472 4.267 2.500 784 6.000 7.000 3.500 4.000 4.500 5.000 57.604
193 374 596 1.095 667 1.333 1.500 2.000 1.500 1.500 5.184 3.733 2.000 390 5.000 6.000 3.000 3.500 4.000 4.500 48.066
De lening met nr.15 met een hoofdsom van € 8.000.000 is in 2021 overgenomen van de ARR. Deze lening was gewaarborgd door de VRR aan de geldverstrekker van de ARR. Prognose nieuwe leningen In het overzicht is een aantal nieuwe leningen opgenomen in de jaren 2023-2027. De verwachting is dat de VRR in de komende jaren deze middelen zal moeten aantrekken ter financiering van de investeringen. Rentegevoeligheid De VRR heeft geen derivaat overeenkomst meer. Voor de leningen die nieuw worden afgesloten wordt gerekend met 4% rente. Voor de begroting van de totale rentekosten is verder rekening gehouden met ontvangen rente op uitstaande tegoeden bij de bank. Kredietfaciliteiten De VRR heeft geen kredietlimiet op haar rekening-courant. VRR begroting 2024
43
Ontwikkelingen schatkistpapier Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden, waaronder de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond valt, dat zij hun overtollige middelen aanhouden bij de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld niet langer bij banken buiten de schatkist mag worden aangehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden.
Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet voor het jaar 2024 8,2%. Kasgeldlimiet 2023-2027
2023
2024
2025
2026
2027
Grondslag: Lasten Begroting in procenten van de grondslag Toegestane netto vlottende schuld :
205.068 8,2% -16.816
204.277 8,2% -16.751
206.090 8,2% -16.899
207.460 8,2% -17.012
208.168 8,2% -17.070
Toetsing : Omvang vlottende schuld (a.) Af: Vlottende vorderingen (b.) Saldo netto vlottende middelen (a+b)
28.084 28.084
25.989 25.989
22.478 22.478
18.947 18.947
19.278 19.278
Ruimte
44.900
42.740
39.377
35.959
36.348
(bedragen x € 1.000)
Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid. VRR begroting 2024
44
Renterisiconorm 2023-2027 (bedragen x € 1.000)
Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g) Aflossingen Renterisico
2023 7.409 7.409
2024
2025
2026
2027
9.008 9.008
9.477 9.477
9.948 9.948
9.538 9.538
Lasten begroting Percentage cf. regeling Renterisiconorm
205.068 204.277 206.090 207.460 208.168 20% 20% 20% 20% 20% 41.014 40.855 41.218 41.492 41.634
Renterisiconorm Renterisico Ruimte onder renterisiconorm:
41.014 7.409 33.605
VRR begroting 2024
40.855 9.008 31.848
41.218 9.477 31.741
41.492 9.948 31.544
41.634 9.538 32.095
45
2.6
Verbonden partijen
In onderstaande tabel worden de verbonden partijen genoemd waarin de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond een financieel en bestuurlijk belang heeft. Naam Stichting FERM
Vestigingsplaats Rotterdam
Openbaar belang Beheersing digitale verstoringen
De Stichting FERM is eind 2020 opgericht als privaat-publieke samenwerking om het haven- en industrieel complex (HIC) digitaal weerbaarder te maken. Relevante partijen werken samen om de impact van digitale verstoringen bij bedrijven en in de ketens op het Haven Industrieel Complex in Rotterdam te beheersen. Hierdoor wordt de bedrijfscontinuïteit ondersteund, het veiligheidsrisico voor omwonenden verkleind en wordt eventuele economische schade beperkt gehouden. Behoudens eventuele bestuursaansprakelijkheid welke verzekerd is, is er geen sprake van financiële aansprakelijkheid.
VRR begroting 2024
46
3. Financiën 3.1
Financiële begroting 2024
Wijzigingen als gevolg van het jaarverslag (en de jaarrekening) 2022 en wijzigingen in de begroting voor het jaar 2023 zijn in de begroting 2024 verwerkt, waarbij tevens de uitkomsten van de toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen zijn verwerkt. De begroting 2024 bevat vier programma’s: • programma Ambulancezorg • programma Brandweerzorg, • programma Risico & Crisisbeheersing (incl. GHOR) • programma Overhead De begroting is gebaseerd op de ontwikkelingen die beschreven zijn in het programmaplan van de beleidsbegroting (zie hoofdstuk 1).
Gemeentelijke bijdragen In de berekening voor de gemeentelijke bijdrage 2024 en de meerjarenraming is gerekend met een accres van 8.4%. Dit is gebaseerd op het voorstel van de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen, in opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen RotterdamRijnmond. Dit percentage heeft betrekking op het correctieaccres van 4.8% voor de jaren 2022 en 2023 en de indexering voor het begrotingsjaar 2024 van 3.6%. Daarnaast is bij de hoogte van de gemeentelijke bijdrage rekening gehouden met de extra bedragen van de Ontwikkelagenda, € 2,9 miljoen voor 2024, en de afspraken over de nieuwe kostenverdeelsystematiek. Subsidies In de meerjarenraming is ervan uitgegaan dat voor onderstaande projecten de subsidies zullen worden gecontinueerd. De belangrijkste posten zijn: • Spoor incidentbestrijding • LEC, Brandweer BRZO Brede Doeluitkering Rampenbestrijding Ten aanzien van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) is het meerjarenperspectief 20232026 in de december-circulaire aangehouden. Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg en het Rijk in het kader van de doorstroom migratie.
Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijk opbouwende structurele toevoeging van € 83 miljoen in de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) vanaf 2023. Deze extra financiële middelen zijn – op grond van de onderbouwing voor de claim – bestemd voor de versterking van de (toekomstige) 1. crisisbeheersing, 2. de informatiepositie (a. per regio én b. gezamenlijk) en 3. het inrichten van het Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2). Voor de begroting is er rekening mee gehouden dat gelden die voor 2023 beschikbaar zijn gesteld structureel zijn. Deze zijn dan ook meegenomen in de begroting 2024. Met eventuele extra middelen is nog geen rekening gehouden omdat de besluitvorming daarover nog moet plaatsvinden. VRR begroting 2024 47
Wettelijk budget ambulancevervoer De VRR krijgt een vergoeding (budget) voor een met de zorgverzekeraars van tevoren afgesproken aantal diensten. Bij het samenstellen van de begroting 2024 is nog geen budget voor het jaar 2024 vastgesteld. Uitgegaan is van de cijfers uit de nog niet geaccordeerde begroting 2023. Overige baten Net als in vorige begrotingsjaren zijn de overige baten begroot op basis van de baten over de afgelopen jaren. Het betreft m.n. opbrengsten uit detacheringen van personeel, UWV-vergoeding voor de medewerkers en vergoedingen voor opleidingen. Omdat deze opbrengsten jaarlijks terugkeren is in de begroting 2024 met een schattingsbedrag rekening gehouden. Lasten De begroting 2024 houdt voor de veiligheidsregio rekening met een loonkostenstijging van 2.6%. De nieuwe CAO heeft een looptijd van 16 maanden tot 1 mei 2024. In de macro-economische verkenning is voor 2024 een loonstijging voorzien van 3.9%. Omdat de loonstijging naar verwachting op z’n vroegst per 1 mei 2024 zal zijn is rekening gehouden met 8 maanden stijging van 3.9%. Op jaarbasis is dat 2.6%. De overige kosten zijn geïndexeerd met 2.4%. Dit is conform het percentage dat is opgenomen in de brief over de indexering van de begroting 2024. De begroting is gebaseerd op een volledige bezetting van de vastgestelde formatie.
De kapitaalslasten zijn geactualiseerd op basis van de verwachte investeringen en rentelasten. Alle kosten zijn (direct en indirect) toegerekend aan de programma’s.
VRR begroting 2024
48
3.2
Overzicht van baten en lasten
3.2.1 Overzicht van baten en lasten 2024 Programma's Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Vennootschapsbelasting Totaal lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Vennootschapsbelasting Totaal baten Saldo van de baten en lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserves Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserves Resultaat Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Verwachte correctie accres gemeentelijke bijdrage Resultaat na nacalculatie of correctie
Realisatie 2022
1e begrotingswijziging 2023 58.069 59.402 83.675 95.351 44.141 21.715 26.015 27.716
211.899 62.866 105.387 44.718
204.183 64.359 110.294 22.172
212.971 1.071
196.825 -7.358
793
884
793
884
698
1.278
698 976
1.278 -6.964 6.964
976
-0
Bruto wijziging
Begroting 2024
7.053 -8.289 668 -568 10.029 -8.620 1.409 1.977 -224 -224 336 207 543 2.743
59.402 102.404 13.426 28.383
2.743
-4.221
203.616 64.359 120.323 13.552 198.234 -5.382 661 661 1.614 207 1.821 -4.221
De verwachting is dat de VRR 2024 met een negatief saldo sluit. Onderstaand de voornaamste afwijkingen die hierin zijn opgenomen ten opzichte van 2023: -
-
-
Ontwikkelagenda: Aan zowel de kostenkant als de batenkant (bij de gemeentelijke bijdrage) is rekening gehouden met de gelden in het kader van de Ontwikkelagenda. In 2023 komt het eerste deel van het geld beschikbaar, totaal € 3.9 miljoen. In de 2024 komt hier € 2.9 miljoen bij. Indexering lasten 2024: Aan de kostenkant is voor 2024 rekening gehouden met een stijging van de loonkosten van 2.6%. De nieuwe CAO heeft een looptijd van 16 maanden tot 1 mei 2024. In de macro-economische verkenning is voor 2024 een loonstijging voorzien van 3.9%. Omdat de loonstijging naar verwachting op z’n vroegst per 1 mei 2024 zal zijn is rekening gehouden met 8 maanden stijging van 3.9%. Op jaarbasis is dat 2.6%. Voor de overige kosten is rekening gehouden met een stijging in 2024 van 2.4%. Kapitaalslasten: Voor 2024 is rekening gehouden met de verwachte kapitaalslasten. Dit is enerzijds gebaseerd op de afschrijvingen op de bestaande activa en de komende investeringen, en anderzijds op de verwachte rentekosten. De afschrijvingen stijgen in 2024 als gevolg van de investeringen die in 2023 geactiveerd zullen worden. De rentekosten stijgen doordat er extra financiering nodig is vanwege de tekorten die ontstaan en door de gestegen rente. Voor de nieuwe langlopende leningen is gerekend met 4% rente.
VRR begroting 2024
49
-
-
-
Extra BDUR-gelden: In het kader van de BDUR zijn voor de periode 2024 tot 2026 geen extra gelden beschikbaar gesteld omdat de definitieve besluitvorming hierover nog niet heeft plaatsgevonden. Indexering gemeentelijke bijdrage in 2024: In de berekening voor de gemeentelijke bijdrage 2024 is rekening gehouden met een indexering van totaal 8.40%. Dit heeft betrekking op het correctieaccres van 4.8% voor de jaren 2022 en 2023. Daarnaast betreft het de indexering voor het begrotingsjaar 2024 van 3.6%. De percentages zijn gebaseerd op het voorstel gedaan door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen, in opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond. Voor 2023 is een hercalculatie van de gemeentelijke bijdrage opgenomen in verband met een verwacht tekort. Het bestuur heeft dit in de vergadering van december 2022 afgesproken alleen voor het jaar 2023. In de begroting van 2024 is dit dan ook niet opgenomen als bate. Incidentele baten en lasten: De incidentele lasten en baten t.b.v. de Noodopvang en opvang ontheemden Oekraïners worden gecorrigeerd voor 2024. Dit betreft €10 mln baten en lasten.
Voor 2024 wordt een tekort in de exploitatie voorzien. Dit is vooral een gevolg van de verwachte stijging van de lasten door inflatie en gestegen loonkosten in 2023 en 2024. Hiervoor komt, naar verwachting, in 2025 een eerste compensatie vanuit de gemeentelijke bijdrage. In de loop van 2023 zullen nadere afspraken worden gemaakt over het verwachte tekort 2024.
VRR begroting 2024
50
3.2.2 Overzicht van baten en lasten 2024-2027
Programma's Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Vennootschapsbelasting Totaal lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Vennootschapsbelasting Totaal baten Saldo van de baten en lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserves Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserves Resultaat Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Verwachte correctie accres gemeentelijke bijdrage Resultaat na nacalculatie of correctie
Begroting 2024
Plan 2025
Plan 2026
Plan 2027
59.402 102.404 13.426 28.383
59.402 103.786 13.937 28.395
59.402 104.688 14.382 28.418
59.402 105.396 14.382 28.418
203.616 64.359 120.323 13.552 -
205.521 64.359 121.703 14.177 -
206.891 64.359 128.312 14.968 -
207.599 64.359 128.705 14.997 -
198.234 -5.382
200.239 -5.282
207.638 747
208.061 462
661
569
569
569
661
569
569
569
1.614 207 1.821 -4.221
1.014
1.150
1.541
1.014 -4.836
1.150 1.329
1.541 1.434
-4.221
6.242 1.406
1.329
1.434
In de meerjarenraming is vanaf 2025 geen rekening gehouden met indexeringen van baten en lasten. Wel is in 2025 rekening gehouden met een verwacht correctie-accres vanaf 2025 voor de jaren 2022 en 2023. Op grond van de indexeringen zoals die zijn gebruikt in de 1e begrotingswijziging 2023 en de begroting 2024 is een correctieaccres ingeschat van 5.5%.
Vanaf 2025 is rekening gehouden met de laatst bekende gegevens van mutaties van reserves en voorzieningen, de geactualiseerde bedragen van FLO en een actualisatie van de kapitaalslasten. VRR begroting 2024
51
Het positieve resultaat vanaf 2025 komt doordat er een hogere structurele correctieaccres voor de lonen is toegekend voor het jaar 2022 dan het daadwerkelijke structurele kosteneffect is. De lonen stijgen in 2022 met 6% waarvan 3,7% een structureel karakter kent. Het accres lonen voor 2022 wordt vanaf 2024 gecorrigeerd naar 5,7%. Dat is structureel 2% hoger dan de daadwerkelijke stijging.
VRR begroting 2024
52
3.3
Overzicht van baten en lasten per programma
3.3.1 Ambulancezorg Ambulancezorg (* € 1.000,-) Totaal wijzigingen op de lasten Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
•
Wijziging -
Structureel
Incidenteel
-
-
-
-
Voor het programma Ambulancezorg zullen de onderhandelingen voor de begroting 2024 naar verwachting in oktober 2023 starten. Daarom is het begrotingsvoorstel 2023 dat aan de zorgverzekeraars is aangeboden hier aangehouden. Na het vaststellen van het wettelijk budget met de zorgverzekeraars zal het definitieve budget via de begroting(-swijziging) worden aangepast.
3.3.2 Brandweer Brandweerzorg (* € 1.000,-) Indexering loonkosten Indexering overige kosten Ontwikkelagenda Personeel FLO Bedrijfskleding 2e LBB Groot Onderhoud Meldkamer Projecten Plustaken Ombuiging exploitatie Kapitaalslasten Totaal wijzigingen op de lasten Accres gemeentelijke bijdragen Bijdrage Ontwikkelagenda Bijdrage Plustaken Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
Wijziging 1.605 606 2.739 236 -44 205 108 212 -146 53 400 1.079 7.053 7.875 2.101 53 10.029 2.976
Structureel 1.605 606 2.739 236 -44 205 108 212 -146 53 400 1.079 7.053 7.875 2.101 53 10.029 2.976
Incidenteel
-
-
Op het programma Brandweer doen zich de volgende wijzigingen voor t.o.v. 2023: • Loon- en prijsontwikkelingen: voor de loonkosten is rekening gehouden met een stijging van 2.6%. De overige kosten zijn geïndexeerd met 2.4%. • Ontwikkelagenda: in de begroting wordt rekening gehouden met de punten welke in 2024 van start gaan én met de punten welke in 2023 getemporiseerd waren. • Personeel FLO: de kosten voor de FLO Brandweer zijn opgenomen conform de meest recente prognose. • Bedrijfskleding, 2e LBB, Groot Onderhoud, Meldkamer & projecten 25KV en CBRNe: de begroting is aangepast aan de uitgaven welke voor 2024 gepland staan en gefinancierd worden VRR begroting 2024
53
• •
•
•
vanuit de hiervoor bestemde reserves. In hoofdstuk 2.3.3 zijn de geplande activiteiten nader toegelicht. Plustaken: de kosten en de bijdragen voor de plustaken zijn geïndexeerd met 3.9% voor de loonkosten en met 3.6% voor de overige kosten. Ombuiging exploitatie: in de 1e begrotingswijziging 2023 zijn de kosten in de lopende exploitatie omgebogen, om de financiële uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Deze ombuiging loopt vooralsnog niet door naar 2024. Kapitaalslasten: De afschrijvingen stijgen in 2024 als gevolg van de investeringen die in 2023 geactiveerd zullen worden. De rentekosten stijgen doordat er extra financiering nodig is vanwege de tekorten die ontstaan en door de gestegen rente. Bijdragen gemeenten: de bijdragen stijgen naar aanleiding van het accres van 8.4%.
3.3.3 Risico- en crisisbeheersing
Risico- en Crisisbeheersing (* € 1.000,-) Indexering loonkosten Indexering overige kosten Ontwikkelagenda Bedrijfskleding Noodopvang Totaal wijzigingen op de lasten Accres gemeentelijke bijdragen Bijdrage Ontwikkelagenda Noodopvang Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
Wijziging 142 58 1.304 207 -10.000 -8.289 601 779 -10.000 -8.620 -331
Structureel 142 58 1.304 207 1.711 601 779 1.380 -331
Incidenteel
-10.000 -10.000
-10.000 -10.000 -
Voor het programma Risico & Crisisbeheersing zijn de volgende wijzigingen opgenomen voor 2024: • Loon- en prijsontwikkelingen: voor de loonkosten is rekening gehouden met een stijging van 2.6%. De overige kosten zijn geïndexeerd met 2.4%. • Ontwikkelagenda: in de begroting wordt rekening gehouden met de punten welke in 2024 van start gaan én met de punten welke in 2023 getemporiseerd waren. • Noodopvang: De incidentele lasten en baten t.b.v. de Noodopvang en opvang ontheemden Oekraïners worden gecorrigeerd voor 2024. • Bedrijfskleding: de begroting van het programma R&C is aangepast aan de uitgaven welke voor 2024 gepland staan in het kader van vervangen van bedrijfskleding. Deze uitgaven worden gefinancierd vanuit de hiervoor bestemde reserve.
VRR begroting 2024
54
3.3.4 Overhead De volgende wijzigingen t.o.v. 2023 doen zich voor op het programma Overhead:
Overhead (* € 1.000,-) Indexering loonkosten Indexering overige kosten Ontwikkelagenda Totaal • •
Wijziging 414 170 84 668
Structureel 414 170 84 668
Incidenteel
-
Loon- en prijsontwikkelingen: voor de loonkosten is rekening gehouden met een stijging van 2.6%. De overige kosten zijn geïndexeerd met 2.4%. Ontwikkelagenda: in de begroting wordt rekening gehouden met de punten welke in 2024 van start gaan én met de punten welke in 2023 getemporiseerd waren.
VRR begroting 2024
55
3.4
Overzicht van baten en lasten per taakveld 0.1 Bestuur
0.4 Overhead
0.5 Treasury
Begroting 2024
Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Baten Saldo van baten en lasten (* € 1.000,-)
VRR begroting 2024
138
138
28.383 28.383
0.10 Mutaties Reserves
111 842 63
661
1.016
661
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
1.821
1.2 Openbare orde en veiligheid
-
2.1 7.1 Verkeer en Volksvervoer gezondheid
8.3 Wonen en bouwen
59.291 98.606 10.047
1.614 207 -
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
108.653
1.329
1.490 3.316
-
1.329
59.291 64.359
4.806
-
-
64.359
-
120.323 13.552 -4.221
133.875
56
3.5
Overzicht van baten en lasten – structureel en incidenteel
Incidentele baten en lasten (incl. mutaties bestemmingsreserves) Totale lasten begroting Lasten m.b.t. Noodopvang Totaal incidentele lasten Totaal Structurele lasten Totale baten begroting Baten m.b.t. Noodopvang Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Totaal Incidentele baten Totaal structurele baten Resultaat (* € 1.000,-) Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel saldo (* € 1000)
1e begrotingsProgramma wijziging 2023 205.068 R&C 10.000 10.000 195.068 205.068 R&C 10.000 BRW 6.965 16.965 186.824 0 884 1.278 394 -7.359 -6.965
2024
2025
2026
2027
203.616
205.521
206.891
207.599
203.616 198.235
205.521 206.482
206.891 207.639
207.599 208.061
198.235 -5.381 661 1.821 -4.221 -1.160 -5.381
206.482 961 569 1.014 1.406 -445 961
207.639 748 569 1.150 1.329 -581 748
208.061 462 569 1.541 1.434 -972 462
De incidentele lasten en baten t.b.v. de Noodopvang en opvang ontheemden Oekraïners worden gecorrigeerd voor 2024. In 2023 is daarnaast de hercalculatie van de gemeentelijke bijdrage als incidentele bate opgenomen. Er zijn geen structurele mutaties in de bestemmingsreserves.
VRR begroting 2024
57
3.6
Overzicht van baten en lasten – kostensoort
Kostensoort Personeel Huisvesting Middelen Overigen Vennootschapsbelasting Totaal lasten Bijdragen gemeenten (incl. DVO+) BDUR Zorgverzekeraars Overheidsmiddelen Overige opbrengsten Vennootschapsbelasting Totaal baten Saldo van de baten en lasten Toevoeging bestemmingsreserves Onttrekking bestemmingsreserves Resultaat (* € 1.000,-) Verwachte nacalculatie gemeentelijke bijdrage Verwachte correctie accres gemeentelijke bijdrage Resultaat na nacalculatie of correctie
VRR begroting 2024
1e begrotingswijziging 2023 149.793 150.223 18.065 29.495 18.445 17.470 17.880 14.713
Realisatie 2022
211.899 96.387 12.973 40.964 59.467 3.180
204.183 103.732 15.186 62.200 14.890 817
212.971 1.071 793 698 976
196.825 -7.358 884 1.278 -6.964 6.964
976
0
Bruto wijziging 2.369 -4.570 1.320 314 -568 11.409 -10.000 1.409 1.977 -224 543 2.743
2.743
Begroting 2024
Plan 2025
Plan 2026
Plan 2027
152.162 13.495 19.764 18.194
154.431 13.031 19.852 18.207
155.471 12.827 20.292 18.301
156.049 12.837 20.375 18.339
203.616 115.142 15.186 62.200 4.890 817
205.521 117.146 15.186 62.200 4.890 817
206.891 124.546 15.186 62.200 4.890 817
207.599 124.968 15.186 62.200 4.890 817
198.234 -5.382 661 1.821 -4.221
200.239 -5.282 569 1.014 -4.836
207.638 747 569 1.150 1.329
208.061 462 569 1.541 1.434
-4.221
6.242 1.406
1.329
1.434
58
3.7
Gemeentelijke bijdragen
3.7.1 Bijdrage 2024 De totale gemeentelijke bijdrage voor 2024 per gemeente is als volgt:
Gemeente
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal (* € 1.000,-)
Basiszorgbijdrage 1.583.115 3.091.495 5.189.736 3.898.128 1.907.310 4.321.383 2.279.264 6.473.213 3.137.702 62.492.546 7.233.293 6.529.673 5.270.467 113.407.324
Plustaken (DVO)
78.772 78.772
78.772 1.315.164 78.772 78.772 25.288 1.734.313
Totale bijdrage Begroting 2024 1.583.115 3.170.267 5.268.508 3.898.128 1.907.310 4.321.383 2.279.264 6.473.213 3.216.474 63.807.710 7.312.066 6.608.445 5.295.754 115.141.637
In de gemeentelijke bijdrage vanaf 2023 zijn de besluiten van het AB van 8 december 2021 met betrekking tot de Ontwikkelagenda en de kostenverdeelsleutel volledig verwerkt. De inkomsten uit de gemeentelijke bijdrage stijgt in 2024 als gevolg van de Ontwikkelagenda en de indexeringen. 2023
Bijdrage 2023 Ingroei Goeree Overflakkee Bijdrage 2023 zonder ingroei Indexatie 2024 Inhaal indexatie 2022-2023 Tranche ontwikkelagenda Bijdrage 2024 zonder ingroei Ingroei Goeree Overflakkee Totaal bijdrage 2024
VRR begroting 2024
Verloop gemeentelijke bijdrage (excl DVO+) 102.050.510 105.724 102.156.234 3.677.624 4.903.499 2.881.414 113.618.772 -211.448 113.407.324
59
In het kader van de nieuwe kostenverdeelsystematiek is een ingroeitraject van toepassing. Bij een herijking van het gemeentefonds wordt gewerkt met een maximale ingroei van € 15,- per inwoner per jaar. Naar analogie daarvan heeft het bestuur besloten om bij de ingroei naar de nieuwe kostenverdeelsleutel VRR een grens van maximaal € 5,- per inwoner gehanteerd. Dat betekent dat Goeree-Overflakkee een jaar extra krijgt om in te groeien naar het nieuwe niveau. Dit maximum is alleen van toepassing op het herverdeeleffect, dus niet op de extra bijdrage in het kader van de Ontwikkelagenda. De nieuwe kosteneverdeelsystematiek is ingegaan per 1-1-2023 en de ingroei van Goeree Overflakkee start dan ook in dat jaar. Voor de gemeentelijke bijdrage 2024 wordt eerst het basisbedrag van 2023 geïndexeerd met de indexatie van 2024 (3.6%) en de inhaalindexatie van 2022 en 2023 (4.8%). Daarnaast komt de volgende tranche van de Ontwikkelagenda erbij. Dit bedrag was oorspronkelijk € 2.576 miljoen, geïndexeerd naar 2024 komt dit uit op € 2.881 miljoen.
De plustaken zijn geïndexeerd en zijn per gemeente als volgt: Begroting 2024 Gemeente Plustaken (DVO) Barendrecht Wijkbrandweerman 78.772 Capelle aan den IJssel Wijkbrandweerman 78.772 Ridderkerk Wijkbrandweerman 78.772 Rotterdam Strandwachten 561.408 WABO/TCH 674.984 Wijkbrandweerman 78.772 Schiedam Wijkbrandweerman 78.772 Vlaardingen Wijkbrandweerman 78.772 Voorne aan Zee Cultureel erfgoed 24.609 Kazerne Oudenhoorn 679 Totaal 1.734.313
VRR begroting 2024
60
3.7.2 Bijdrage 2024-2027
In de meerjarenraming stijgt de basisbijdrage de komende jaren als gevolg van indexeringen en de extra bedragen van de Ontwikkelagenda. Daarnaast wordt rekening gehouden met de afspraken over de nieuwe kostenverdeelsystematiek.
Totaal bijdrage 2024 Tranche ontwikkelagenda Inhaalindexatie 2023 Bijdrage 2025 zonder ingroei Ingroei Goeree Overflakkee Totaal bijdrage 2025 Tranche ontwikkelagenda Bijdrage 2026 zonder ingroei Ingroei Goeree Overflakkee Totaal bijdrage 2026 Ingroei Goeree Overflakkee Totaal bijdrage 2027
Verloop gemeentelijke bijdrage (excl DVO+) 113.407.324 2.110.502 6.241.939 121.971.213 -317.172 121.654.041 1.262.968 123.234.180 -422.896 122.811.284 422.896 123.234.180
In de brief over de indexering 2024 is opgenomen dat voor 2023 rekening is gehouden met een totale indexering van 2.76%. Hiervan is 1.9% vergoed in de indexatie van de bewonersbijdrage 2023 en 0.86% in de inhaalindexering van de bewonersbijdrage van 2024. Voor 2023 wordt de werkelijke kostenstijging hoger ingeschat, vooral als gevolg van hogere salarislasten door het principeakkoord van de nieuwe CAO. Daarmee is er sprake van een totale salarisstijging in 2023 van 9.68%. Op basis van deze stijging wordt de totale indexatie voor 2023 nu ingeschat op 8.26%. Dat leidt dan tot een inhaalindexering van 5.5% (8.26% minus 2.76%) voor de bewonersbijdrage 2025.
VRR begroting 2024
61
Gemeente
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal (* € 1.000,-)
Beoogde verdeel-sleutel conform herijking
1,51% 2,94% 4,89% 4,14% 1,87% 3,67% 2,27% 5,89% 3,12% 52,52% 6,61% 5,68% 4,88% 100,00%
Verdeel sleutel 2024
1,39% 2,72% 4,57% 3,44% 1,68% 3,80% 2,01% 5,70% 2,76% 55,00% 6,37% 5,75% 4,64% 99,82%
Bijdrage 2024 excl DVO+ na herijking
1.583.115 3.091.495 5.189.736 3.898.128 1.907.310 4.321.383 2.279.264 6.473.213 3.137.702 62.492.546 7.233.293 6.529.673 5.270.467 113.407.324
Verdeel sleutel 2025
1,45% 2,83% 4,73% 3,63% 1,78% 3,74% 2,14% 5,79% 2,94% 53,76% 6,49% 5,72% 4,76% 99,75%
Bijdrage 2025 excl DVO+ na herijking
1.773.385 3.449.935 5.769.560 4.412.867 2.167.148 4.560.407 2.608.744 7.064.633 3.585.515 65.572.313 7.914.913 6.971.425 5.803.194 121.654.041
Verdeel sleutel 2026
1,51% 2,94% 4,89% 3,81% 1,87% 3,67% 2,27% 5,89% 3,12% 52,52% 6,61% 5,68% 4,88% 99,67%
Bijdrage 2026 excl DVO+ na herijking
1.866.403 3.618.191 6.029.667 4.677.773 2.310.453 4.528.162 2.799.359 7.254.538 3.842.042 64.721.372 8.148.301 7.004.953 6.010.069 122.811.284
Verdeel sleutel 2027
1,51% 2,94% 4,89% 4,14% 1,87% 3,67% 2,27% 5,89% 3,12% 52,52% 6,61% 5,68% 4,88% 100,00%
Bijdrage 2027 excl DVO+ (geen herijking meer)
1.866.403 3.618.191 6.029.667 5.100.669 2.310.453 4.528.162 2.799.359 7.254.538 3.842.042 64.721.372 8.148.301 7.004.953 6.010.069 123.234.180
De beoogde verdeelsleutel conform herijking is gebaseerd op de gegevens van de meicirculaire 2022. Het gaat hierbij om de verhouding van de inkomsten uit het gemeentefonds van de gemeenten voor het subcluster crisisbeheersing en brandweer. De verdeling van de basisbijdrage groeit naar deze verdeelsleutel toe en die is in 2026 bereikt, met uitzondering van Goeree Overflakkee. Voor deze gemeente geldt een specifiek ingroeitraject dat een jaar langer duurt dan voor andere gemeenten.
VRR begroting 2024
62
Staat van vereiste handtekeningen Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond d.d. 13 september 2023.
De secretaris
De voorzitter
……………………………….
………………………………………
Dhr. A. Littooij
Dhr. A. Aboutaleb
Algemeen Directeur
Voorzitter Algemeen Bestuur
VRR begroting 2024
63