CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Ontwerpbegroting GRJR 2027

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Begrotingswijziging 2026 en Ontwerpbegroting 2027 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR)14.729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ONTWERPBEGROTING 2027 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

Pagina

0

AB 10 april 2026

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................... 1 1. AANBIEDING ......................................................................................................................... 2 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 5 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 5 2.2 Kaders voor de Jeugdregiobegroting....................................................................... 6 2.3 Doelen en inzet................................................................................................................. 8 2.4 Uitvoering ........................................................................................................................13 3.PARAGRAFEN .....................................................................................................................

18 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................18 3.2 Bedrijfsvoering...............................................................................................................19 3.4 Rechtmatigheid ..............................................................................................................20 3.4 Financiering ....................................................................................................................21 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 23 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................23 4.2 Financieel perspectief .................................................................................................26 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................28 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 31 BIJLAGE 1. MEERJARENRAMING PER GEMEENTE ..................................................... 32

1

1. Aanbieding De gemeenten in Rijnmond werken sinds 2014 in de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (verder: Jeugdregio) samen om te zorgen voor voldoende aanbod van jeugdhulp, jeugdbescherming/jeugdreclassering en Veilig Thuis. Gemeenten moeten beschikken over deze voorzieningen om hun jeugdigen en gezinnen noodzakelijke zorg en bescherming te kunnen geven. Die noodzaak wordt bepaald door de gemeente zelf en hangt onder meer ook af van het gemeentelijk beleid op aanpalende terreinen. Rol, transparantie en focus van de Jeugdregio De rol van de Jeugdregio is om in het zorglandschap te zorgen voor voldoende, passend en betaalbaar aanbod. De bijbehorende taak en bevoegdheid is om contract- en subsidierelaties aan te gaan en te sturen op de gecontracteerde en gesubsidieerde partners. Doeltreffend en doelmatig of kosteneffectief. En met oog voor de positie van de gemeenten die immers zelf het beleid bepalen en op casusniveau over inzet van regionaal gecontracteerde hulp beslissen. Voor gemeenten en Jeugdregio is van belang transparant invulling te geven aan de daar belegde taken. De verwevenheid met gemeentelijk beleid en uitvoering is groot en sterk bepalend voor de effectiviteit. Dit blijkt ook uit het onlangs uitgevoerde rekenkameronderzoek en Evaluatie GRJR.

Effectieve taakverdeling en samenwerking is des te belangrijker vanwege de onbeheerst stijgende kosten en administratieve lasten. Om dat tegen te gaan gelden, als vervolg op de Hervormingsagenda Jeugd, steeds meer landelijke kaders en standaarden voor de taken van de Jeugdregio. De Jeugdregio wil vanuit die kaders werken aan transparante eigen dienstverlening die aansluit op de behoeften van de deelnemende gemeenten. Voorliggende begroting is hierop gericht. Kortweg ligt de focus van de Jeugdregio bij deze vijf hoofdopgaven: 1. Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming; 2. Sturing op contracten en subsidies; 3. Bestuurlijk proces; 4. Ketenadministratie en informatie; 5. Voorbereiding nieuwe inkoop 2029. Beleidskader en bestuurswisseling De inzet van de Jeugdregio krijgt vorm tegen de achtergrond van de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, kostenbeheersingsambitie, rekenkameronderzoek en evaluatie GRJR en Regiovisie/Uitvoeringsplan. De Jeugdregio streeft ernaar bij te dragen aan de opgaven van de gemeenten in het sociaal domein en daarbinnen het jeugdzorglandschap. Deze opgaven zijn begin 2026 beleidsmatig door de raden aangescherpt in de Regiovisie. In 2026 krijgt dit verder uitwerking in een gezamenlijk uitvoeringsplan van de dertien colleges en het Jeugdregiobestuur.

Op deze manier zorgen de zittende bestuurders ook gelijk voor een mooie startperiode voor het nieuwe bestuur na de gemeenteraadsverkiezingen. En hiermee heeft de Jeugdregio ook houvast voor de nu al voorliggende ontwerpbegroting 2027. Scope van deze begroting In de Kadernota 2027 is uitgebreid toegelicht wat de doelen en werkzaamheden van de Jeugdregio zijn. De begroting geeft daar invulling aan door middel van subsidiëring en eigen uitvoeringstaken. Zoals bekend moeten de kosten van de gemeentelijke inzet van regionaal en landelijk gecontracteerde jeugdhulp door de gemeenten zelf worden begroot en verantwoord. De Jeugdregio verzorgt daarbij het contractmanagement inclusief de financiële contractafwikkeling zoals het

betalingsverkeer met aanbieders. Daarnaast vervult de Jeugdregio een informatie- en adviesfunctie voor gemeenten. De bevoorschotting en een begrotingsadvies over de gemeentelijke zorgkosten worden in een afzonderlijk document vastgesteld. Inhoudelijke hoofdlijn van deze begroting In de Kadernota is als uitgangspunt bepaald dat de begroting conform richtlijnen wordt geïndexeerd en verder een nullijn volgt ten opzichte van de begroting 2026. Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2026 bedragen de mutaties in totaal € 5,4 mln. Dit betreft het indiceren van de zorgkosten en de organisatiekosten. Het hanteren van een nullijn voor jeugdbescherming/jeugdreclassering en Veilig Thuis brengt begrotingsrisico’s met zich mee, omdat de afgelopen jaren een groeiende behoefte aan deze dienstverlening is gebleken. Er is beleidsmatige sturing nodig om verdere groei te beperken. De risicoparagraaf gaat hier nader op in. Leeswijzer Volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV) bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2027 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de eind 2025 vastgestelde Kadernota 2027.

Hoofdstuk 3 gaat met verschillende verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s, bedrijfsvoering en rechtmatigheid. Hoofdstuk 4 is de financiële begroting. Begrotingsproces volgens Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2027 is het proces als volgt: • Op 10 april 2026 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerp-begroting; • Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze twaalf weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen; • Binnen twaalf weken, uiterlijk 3 juli 2026, brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR. • Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en de definitieve jaarrekeningcijfers 2025 en eventueel structurele effecten uit de 1e Burap 2026 worden verwerkt. • Uiterlijk 4 september 2026 biedt het DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan het AB aan. • Het AB besluit op 11 september 2026 definitief over de begroting.

• Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. • Het DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september 2026 aan gedeputeerde staten.

3

Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN

4

2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Samen werken aan de jeugdhulp in Rijnmond De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee werken samen om te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De gemeenten besloten in 2014 om in het openbaar lichaam GRJR gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden. Vanaf 1 januari 2026 is in de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg de samenwerking in zogenaamde Jeugdregio’s verplicht gesteld. Als ‘roepnaam’ zal de GRJR zich in het vervolg “Jeugdregio Rijnmond” noemen. 2.1.2 Ambitie in de samenwerking De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de jeugdhulp: de Regiovisie Nabij en Passend. Deze visie is begin 2026 geactualiseerd. “In de Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond voor 2026-2030 wordt de gezamenlijke ambitie voor de komende periode uiteengezet. Met dit document ligt er een gezamenlijk kompas in een tijd waarin de uitdagingen binnen de jeugdhulp toenemen: de vraag naar jeugdhulp blijft stijgen, de kosten nemen toe en er is een tekort aan professionals.

Veel gezinnen ervaren een groeiende maatschappelijke druk door de combinatie van economische onzekerheid en sociale veranderingen. Tegelijkertijd geldt dat jeugdhulp geen vanzelfsprekend antwoord op (maatschappelijke) problemen mag zijn. Het is onwenselijk dat steeds meer jeugdigen en jongeren afhankelijk worden van professionele hulp. Een sterke pedagogische basis in het gezin, de buurt en op school zijn cruciaal voor een gezonde ontwikkeling. Deze regiovisie benadrukt daarom dat jeugdigen in Rijnmond zo thuis mogelijk opgroeien – veilig, gezond en met toekomstperspectief. De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp (GRJR) zorgt ervoor dat er regionale specialistische zorg beschikbaar is als deze pijlers in het geding komen. Preventie, lokale jeugdhulp en het lokale team, bestaanszekerheid, maatschappelijke ondersteuning, en het versterken van de basisvoorzieningen zijn hierbij randvoorwaarden waar elke gemeente een eigen verantwoordelijkheid voor draagt. Specialistische jeugdhulp wordt alleen ingezet waar dat echt noodzakelijk is en wordt altijd zo nabij en passend mogelijk georganiseerd. Door hulp te beperken tot situaties waarin het écht nodig is, wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van gezinnen en jongeren en hun veerkracht.

Zelfredzaamheid betekent dat ouders en jeugdigen, binnen de mogelijkheden van hun situatie, hun eigen oplossingen creëren – waar nodig ondersteund door mensen en organisaties in hun omgeving. De opgave vraagt om een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijs en maatschappelijke partners hebben ieder een cruciale rol. Alleen door domeinoverstijgend samen te werken kan het aantal jeugdigen en ouders dat afhankelijk is van specialistische hulp daadwerkelijk afnemen.”

Vanuit deze Regiovisie is de Jeugdregio-ambitie om het regionaal jeugdhulplandschap te overzien en zo in te richten dat voor gezinnen en jeugdigen tijdige, nabije en betaalbare passende hulp beschikbaar is. De Jeugdregio stuurt op het niveau van jeugdhulpaanbieders en het zorglandschap. De sturing op en coördinatie van daadwerkelijke inzet van jeugdhulp zijn taken van individuele gemeenten. Zo vindt toewijzing van jeugdhulp plaats door lokale teams en andere (wettelijke) verwijzers en vindt validatie van declaraties plaats door lokale teams, evenals het begroten en verantwoorden van de daaruit voortvloeiende kosten. Ook de sturing op aanpalende terreinen van

5

waaruit en waarheen jeugdigen in en uit de jeugdhulp stromen behoort tot de taken van de gemeenten. 2.1.3 Taken Jeugdregio De Jeugdregio is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Contracteren of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Contracteren of subsidiëren van uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbescherming in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis); • Bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten over de uitvoering van de jeugdhulptaken. Hieronder valt ook het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. De uitvoering moet gebeuren binnen afspraken op bovenregionaal en landelijk niveau. In lijn met het rekenkameronderzoek pakt de Jeugdregio de verantwoordelijkheid op het gebied van sturingsinformatie, contractmanagement en regionaal toezicht. De Jeugdregio organiseert het zorglandschap binnen de regio. Voor de meest complexe casuïstiek is afstemming op landelijk en bovenregionaal niveau (Zuid-Holland) nodig, zoals voor JeugdhulpPlus (gesloten jeugdhulp). De vijf jeugdhulpregio’s binnen het landsdeel Zuid-Holland leggen samen de visie vast op de af- en ombouw van gesloten jeugdhulp.

Ook werken we samen in het bovenregionale expertisenetwerk (BREN) om passende zorg te bieden voor doelgroepen met de meest complexe hulpvraag. In het rekenkameronderzoek en de evaluatie van de GRJR is naar voren gekomen dat duidelijke omschrijving en afbakening van deze taken nodig is. Dat wordt in 2026 gedaan, rekening houdend met de geactualiseerde Regiovisie en de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg.

2.2 Kaders voor de Jeugdregiobegroting 2.2.1 Wetgeving Een gemeente heeft op grond van de Jeugdwet de verplichting om een jeugdige: a. Gezond en veilig op te laten groeien; b. In staat te stellen te groeien naar zelfstandigheid; c. In staat te stellen voldoende zelfredzaam te zijn en mee te doen in de maatschappij; d. En hiertoe een verordening op te stellen die het aanbod aan individuele en overige voorzieningen jeugdhulp op een voor de Jeugdige onderscheidende wijze beschrijft. De nieuwe Jeugdwetgeving en landelijke afspraken verplichten de gemeenten en de Jeugdregio te werken met uniforme inkoop- en contractafspraken in uniforme administratieve processen. Het doel is om de administratieve lasten in de jeugdketen te verminderen voor gemeenten en instellingen zodat er meer geld naar de zorg kan. De Jeugdregio moet ook voldoen aan generieke wetgeving zoals de Wet gemeenschappelijke regelingen en het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten. 2.2.3 Kadernota GRJR 2027 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stuurt de Jeugdregio jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bestuur van de Jeugdregio heeft al in een vroeg stadium, bij besluit van 19 december 2025, de kaders voor de begroting 2027 aangegeven in de Kadernota GRJR 2027.

6

De Kadernota 2027 gaat uitgebreid in op de ontwikkelingen in het werkveld van de Jeugdregio. De in de kadernota vastgelegde begrotingsuitgangspunten zijn hieronder samengevat: 1. Indexatie: de bedragen worden als volgt geïndexeerd naar prijspeil 2027: a. 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex voorgaand jaar b. 10% verondersteld prijsdeel met PPC -prijsindex voorgaand jaar. Dit past de Jeugdregio toe in de eigen begroting voor de subsidies. De Jeugdregio volgt sinds de nieuwe jeugdhulpcontracten de landelijke contractstandaarden met de indexatiemethode die de VNG ook adviseert. Daarbij wordt de voorlopige index voor 2027 gebruikt. Dat percentage is echter pas rond de zomer bekend. In de ontwerpbegroting wordt nog met het meest recente percentage 2026 (5,13%) gerekend, in de definitieve begroting met het dan bekende percentage 2027. Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven namens colleges van de deelnemende gemeenten. Op verzoek van gemeenten wordt in het meerjarenperspectief geen rekening gehouden met indexatie, zodat beter wordt aangesloten bij de systematiek in gemeenten. 2. Trendmatige groei en krimp: voor de begrote uitgaven (crisishulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering, Veilig Thuis en uitvoeringskosten) wordt een nullijn gehanteerd ten opzichte van de begroting 2026. 3.

Gevolgen van beleidswijzigingen: voor crisishulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering, Veilig Thuis gaan we uit van ongewijzigd beleid. De gevolgen van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en van onderzoek naar de oorzaken van de afgelopen jaren opgelopen aantallen Veilig Thuis meldingen zijn nog niet te overzien. Beleidsindicatoren In principe behoort de Jeugdregio volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in hun eigen begroting in.

7

2.3 Doelen en inzet 2.3.1 Passend, nabij en betaalbaar zorglandschap Wat willen we bereiken? Doel van de Jeugdregio is een regionaal jeugdhulplandschap dat door middel van jeugdhulpcontracten zodanig is ingericht dat gezinnen en jeugdigen tijdig en nabij voor passende hulp terecht kunnen. Gemeenten en wettelijke verwijzers kunnen hoog-specialistische zorgvoorzieningen inzetten waarvan het aanbod landelijk is georganiseerd. Wat gaan we daarvoor doen? Inkoop en contractmanagement, controle en toezicht Per 2023 zijn contracten gesloten met einddatum 31-12-2028. In 2025 zijn tussentijdse aanbestedingen gedaan voor jeugdhulpplus (gesloten jeugdhulp) en flexibele schil (flexaanbieders) waarmee het portfolio tot 31-12-2028 op orde is. Er worden voor 2027 geen nieuwe aanbestedingen voorzien. Wel is nu al en ook in 2027 volop de voorbereiding gaande voor de aanbesteding per 1-12029. Vaststelling in het AB van een inkoopstrategie is in 2027 voorzien. Ondertussen vindt op de lopende contracten intensief contractmanagement plaats. Kernactiviteiten zijn: doorlopende analyse van de inzet van en afspraaknakoming door aanbieders, beoordeling van risico’s en jaarstukken, periodieke monitoring- en sturingsgesprekken, oppikken van signalen uit de uitvoering, inzet op verbeterplannen, stimuleren van samenwerking en doelmatige inzet.

Doel is dat de aanbieders doelmatig (dus passend en betaalbare) zorg leveren en daarvoor rechtmatig betaald worden. De inzet is om verdiepende controle-instrumenten te hanteren (materiële controles) en regionaal stevig samen te werken in het toezicht en de bestrijding van oneigenlijk gebruik, misbruik en fraude. Ontwikkelopgaven Binnen de huidige contracten werken we, naast levering van benodigde hulp, aan ontwikkeling van het aanbod en de samenwerking in het zorglandschap. De Jeugdregio heeft met de systeemaanbieders contractuele afspraken gemaakt over ontwikkeling van het aanbod in lijn met de Regiovisie. De regio heeft samen met de zeven systeemaanbieders kpi’s ontwikkeld waarmee de voortgang op de ontwikkeldoelen kan worden gevolgd in het GRJR-dashboard. De aanbieders werken samen aan de opdrachten en de voortgang van de opdrachten is een vast onderwerp in de contractgesprekken. Ontwikkelopgaven Doel 1: Hulp aan Hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), dat netwerk de jeugdige is wordt betrokken, zodat duurzame oplossingen ontstaan. De hulp is kort en bondig zodat geen nabij en passend onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat. De ingezette methoden passen bij de ondersteuningsbehoefte en zijn bewezen effectief, tegen zo laag mogelijke kosten.

Doel 2: Regionaal De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg en het lokale sluit aan op lokaal netwerk; aanbieders en maatschappelijke partners vinden en ondersteunen elkaar op kennis, vaardigheden en expertise. Ze zorgen samen dat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving. Doel 3: jeugdigen Jeugdigen die niet langer thuis kunnen wonen groeien zoveel mogelijk op binnen een groeien zoveel pleeggezin/gezinshuis. mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Doel 4: Minimale Hulp met verblijf is zo kort mogelijk en gericht op behandeling in samenwerking met gezin en inzet van bedden school. Beschikbare bedden zijn flexibel inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiele zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Doel 5: In de aanbesteding 2023 is ook een ontwikkelopdracht afgesproken behorende bij monitoring en Kosteneffectiviteit sturing, die gaat over inzicht in kosteneffectiviteit.

8

De zeven systeemaanbieders ontvangen conform contract elk een jaarlijkse bijdrage van ca. €150.000 om hier capaciteit voor in te zetten en de gewenste ontwikkelresultaten te leveren. De besteding wordt apart verantwoord. In totaal bedragen de kosten € 1,1 mln. ten laste van het budget transformatie/innovatie. Zorgbemiddeling en regionaal expertise netwerk Bij een zorgvraag van een jeugdige die niet simpel valt toe te wijzen aan één aanbieder, is zorgbemiddeling nodig. Deze taak wordt met subsidie van de Jeugdregio uitgevoerd door Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Zorgbemiddeling bundelt kennis vanuit in ieder geval jeugdhulp, GGZ, LvB (licht verstandelijke beperking), sociaal domein en veiligheid. De zorgbemiddelingstafels fungeren vanaf 2025 ook als onafhankelijk regionaal expertiseteam Rijnmond (RER). Daarmee is niet alleen adequate en kostenbewuste bemiddeling versterkt, maar ook monitoring en signalering van knelpunten in de samenwerking en lacunes in het zorgaanbod. Lacunes in het zorglandschap Naast de ontwikkelopgaven monitoren we of de zorgbemiddeling wordt gehinderd door lacunes in het aanbod. Een belangrijke ontwikkeling is de transformatie van gesloten jeugdhulp en van residentiële hulp in het algemeen. Onder coördinatie van de Jeugdregio is met aanbieders in 2024 een proces gestart om via businesscases voor alternatieven tot meer doelmatige oplossingen te komen.

Programmateam De gemeenten werken samen in een regionaal Programmateam Jeugd aan de beleidsopgaven in het jeugddomein. Ook de gezamenlijke lobby bij landelijke instanties wordt vanuit het programmateam verzorgd. Gemeenten investeren hierin zelf tijd en leveren via het Jeugdregiobudget Innovatie/Transformatie ook een financiële bijdrage aan het programmateam. Het programmateam wordt hiermee deels direct door de gemeenten bekostigd en/of bemensd en daarnaast voor € 0,4 mln. bekostigd door de Jeugdregio vanuit het budget transformatie/innovatie. Wat mag het kosten? In deze paragraaf gaat het om de taken van de Jeugdregio die de inzet van regionaal en landelijk gecontracteerde hulp door gemeenten mogelijk maken. Deze taken van de Jeugdregio zelf brengen kosten met zich mee op de begrotingspost Transformatie/innovatie. (N.B. De kosten van de daadwerkelijke inzet van regionaal en landelijk gecontracteerde hulp ontstaan als een gemeente beslist om hulp toe te wijzen, en staan daarom in de begroting van de gemeente.)

9

2.3.2 Crisiszorg: Crisishulp, Crisis Interventie Team en Acute dienst GGZ Wat willen we bereiken? Crisishulp is altijd beschikbaar. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum beperkt door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. Wat gaan we daarvoor doen? Crisishulp en acute dienst GGZ De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team (CIT). Voor deze taak wordt Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond gesubsidieerd. Het team werkt samen met de acute diensten van GGZ-aanbieders en Veilig Thuis, beide ook gesubsidieerd door de Jeugdregio. Het CIT kan rechtstreeks benaderd worden door politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners en ook ouders en kinderen. De systeemaanbieders organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt met een plaatsingscoördinator. Crisishulpverlening kan bestaan uit ambulante crisishulp, crisispleegzorg of crisisopname in een instelling. Crisishulp via opdracht F is per definitie kortdurend en alleen voor nieuwe cliënten. Alleen als een crisismelding een jeugdige betreft die nog niet eerder in crisis verkeerde, wordt na de beoordeling door het CIT direct crisishulp ingezet (vanuit opdracht F). Als een jeugdige al wel onder behandeling is bij een aanbieder, gebeurt de inzet van crisishulp namelijk vanuit deze aanbieder (en dus vanuit een andere opdracht).

Integrale crisisdienst Vanaf februari 2024 werken de CIT/JBRR en VTRR in opdracht van de Jeugdregio aan de ontwikkeling van een integraal crisisteam 0-100. In de tweede helft van 2025 is in de ‘proeftuin ontwikkeling integrale crisisdienst Rotterdam Rijnmond’ een gezamenlijke triage-aanpak beproefd. Na triage verrichtten beide betrokken partners waar wenselijk gezamenlijk de crisisinterventie. De proeftuin geeft de inhoudelijke motivatie voor verdere stappen naar daadwerkelijke gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van een integrale crisisdienst. De uitwerking hiervan zal in 2027 mogelijk tot organisatorische en financiële herschikkingen leiden. Wat mag het kosten? De inperking tot nieuwe cliënten, strakke afspraken met de aanbieders en sturing op de korte verblijfsduur in de crisishulp leidt inmiddels tot lagere kosten voor crisishulp dan in eerdere jaren. Een kort verblijf in de crisishulp wordt bereikt door al direct naar vervolghulp te kijken. Minder crisishulp (uit Jeugdregiobudget) gaat daarom wel gepaard met meer vervolghulp (uit gemeentelijk budget). Begroting op budget Crisishulp (F)

10

Begroting op budget Acute dienst GGZ (I4)

2.3.3 Jeugdbescherming en jeugdreclassering Wat willen we bereiken? Kinderen hebben het recht om veilig op te groeien en ouders zijn hiervoor eerstverantwoordelijk. Als zij hun pedagogische verantwoordelijkheid niet (kunnen) nemen of waarmaken, kan de veiligheid en ontwikkeling van het kind ernstig bedreigd worden. Op advies van de Raad voor de Kinderbescherming en op last van een rechter en moet dan jeugdbescherming plaatsvinden. Dit is verplichte hulp bij de opvoeding. De wettelijke taken jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB/JR) worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI’s). Deze instellingen voldoen aan een landelijk normenkader dat de instellingen stimuleert en ondersteunt om continu de kwaliteit van de eigen organisatie te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft ook als doel om rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin te waarborgen. Wat gaan we daarvoor doen? Subsidiëring wettelijke taken en accountmanagement GI’s Jeugdregio Rijnmond subsidieert drie GI’s. Het grootste deel van de maatregelen JB/JR wordt uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). Daarnaast leveren William Schrikker en Leger des Heils jeugdbescherming en jeugdreclassering in onze regio. Als subsidieverlener stuurt de Jeugdregio met actief accountmanagement op de te leveren prestaties en waar nodig op verbeteringen.

In dit verband zijn inmiddels meer landelijke standaarden en tarieven beschikbaar en de toepassing daarvan is een van de middelen hierbij. Ook werkt de Jeugdregio vanaf 2025 met een subsidiebeleidskader waarmee proactief gestuurd wordt op de gewenste ontwikkeling. Een van de kaders is gericht op het tegengaan van verdere groei van het aantal ondertoezichtstellingen, jeugdbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen. Een ander kader betreft de wijze van bekostiging. Conform landelijke afspraken gelden landelijke productdefinities en tarieven. De benodigde subsidieomvang hangt dan ook samen met de te verwachten productieomvang. Gezien het gemeentelijk beleid om verdere groei tegen te gaan is in de begroting 2027 als uitgangspunt een nullijn genomen. In de risicoparagraaf wordt het hieraan verbonden begrotingsrisico toegelicht. Diagnostiek, zorgbemiddeling en Regionaal Expertiseteam Rijnmond Enkele sleutelrollen bij complexe jeugdhulpvragen zijn als niet-wettelijke taak belegd bij JBRR. Voor zware en dure jeugdhulp zijn de GI’s een van de belangrijkste verwijzers. Daarom hebben de GI’s een grote rol in de passendheid en betaalbaar van de zorginzet. Vooral JBRR is een cruciale schakel in de keten. Een van de middelen van de Jeugdregio om te sturen op de keten is om professionele diagnostiek en zorgbemiddeling door JBRR te laten plaatsvinden.

Ook de landelijk afgesproken functies van regionale expertiseteam (zie paragraaf 2.3.1) en het crisisinterventieteam (zie paragraaf

11

2.3.2) zijn om deze reden onderdeel van de gesubsidieerde taken. In het subsidiebeleidskader wordt voor de niet-wettelijke taken een vaste omvang van de inzet gehanteerd. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Landelijk en regionaal werken we aan vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen. Het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming schetst het perspectief van een slimmere en effectievere jeugdbeschermingsketen waarbij kind en gezin centraal staan. Op weg naar dit toekomstscenario loopt een pilot in Rijnmond waarin jeugdbescherming, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en wijkteams van meerdere gemeenten het nieuwe samenwerken beproeven. De Hervormingsagenda ambitie Stevige Lokale Teams hangt hier nauw mee samen. Met regionale proeftuinen zijn werkwijzen ontwikkeld die nu worden verbreed in de hele regio. Daarnaast is er landelijk nog veel discussie over de positie van en relaties tussen de betrokken partijen. Landelijk moet er nog worden besloten over de vorming van zogenaamde Regionale Veiligheidsteams (RVT’s). Op dit moment is nog niet aan te geven of en hoe het toekomstscenario tot organisatorische en/of financiële herschikkingen zal leiden. Landelijke besluitvorming wordt in 2026 verwacht.

Wat mag het kosten? Onderstaande bedragen zijn de totale subsidiebedragen voor Jeugdbescherming, dus inclusief subsidie voor het Crisis Interventie Team en de overige niet-wettelijke taken van JBRR. Budget Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G)

Voor de proeftuinen Toekomstscenario is daarnaast rijkssubsidie beschikbaar die door de GRJR wordt ontvangen en doorbetaald aan de betrokken partijen (waaronder de gemeenten met een proeftuin). De subsidie is meerjarig via de balans beschikbaar. Besteding is budgetneutraal. 2.3.4 Veilig Thuis Wat willen we bereiken Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) waar iedereen melding kan doen van mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. De organisatie onderzoekt alle meldingen (ongeacht leeftijd van betrokkenen in de gemelde situatie) en zorgt waar nodig voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Wat gaan we daarvoor doen? Subsidiëring en accountmanagement De Jeugdregio subsidieert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, een zelfstandige stichting die aan de wettelijke taak invulling geeft. De beleidsmatige kaders hiervoor van gemeenten volgen uit de Jeugdwet en de Wmo. Daarom werkt de Jeugdregio nauw samen met de gemeenten en in het bijzonder met drie door de rijksoverheid aangewezen centrumgemeenten Rotterdam, Vlaardingen

12

en Nissewaard in onze regio. Ook gelden landelijke kaders zoals de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, die bijdraagt aan vroegtijdige signalering van mogelijk onveilige situaties, en uiteraard ook op de hoeveelheid werk voor de Veilig Thuis organisaties. De subsidie bestaat grotendeels uit een ingeschatte productieomvang en afgesproken tarieven per product, onder voorwaarden zoals tijdige beoordeling van binnengekomen meldingen en tijdige afronding van vervolgonderzoek. De Veilig Thuis organisaties hebben zich gebonden aan het landelijke handelingsprotocol en staan ook onder toezicht van de Inspectie Gezondheid en Jeugd. De Jeugdregio stuurt op nakoming van de afgesproken prestaties, zodat aan landelijke normen wordt voldaan. Naast deze wettelijke taken ontvangt Veilig Thuis ook beperkt subsidie voor enkele nietwettelijke taken die de gemeenten bij Veilig Thuis wensten onder te brengen (zoals het toezien op tijdelijke huisverboden). Verbeterplan Met Veilig Thuis zijn doorlopend gesprekken gestart om tot verbeteringen te komen, met name vanwege het niet behalen van tijdigheidsnormen. De IGJ heeft Veilig Thuis, gemeenten en Jeugdregio hiertoe aangezet. Niet tijdig optreden brengt grote risico’s met zich mee. In 2025 is een verbeterplan afgesproken.

De kostprijs is opnieuw bekeken, er is meer inzicht gevormd in de hoeveelheid werk en er is onderzoek gestart naar de oorzaken van toenemende aantallen meldingen. Vanaf 2026 is het subsidiebudget structureel aanzienlijk verhoogd om beter in staat te zijn om de verwachte instroom tijdig te verwerken zodat geen achterstanden meer ontstaan. In 2025 is ook incidenteel extra subsidie verleend waarmee de achterstallige zaken in een project van enkele jaren volledig moet zijn opgelost. Een onzeker element is de omvang, oorzaken en effecten van eventueel verder groeiende aantallen meldingen. Hiernaar wordt in 2026 onderzoek gedaan waarmee het beleid kan worden versterkt om verder groei wordt voorkomen. Vooralsnog wordt in de begroting 2027 dan ook volstaan met de structurele verhoging van 2026. Het hieraan verbonden risico wordt in de risicoparagraaf toegelicht. Wat mag het kosten? Begroting op budget Veilig Thuis (H)

2.4 Uitvoering Wat willen we bereiken? De Jeugdregio levert een effectieve en efficiënte bijdrage aan een betaalbaar zorglandschap waarin jeugdigen passend en tijdig de zorg ontvangen die zij nodig hebben. De inzet is onderdeel van de regionale opgave van de gemeenten in Rijnmond, zodat de ambities van de Regiovisie slagen. De aansturing en inrichting van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie van de Jeugdregio zijn hiertoe geëquipeerd.

13

Wat gaan we daarvoor doen? De Jeugdregio beschikt over een eigen Uitvoeringsorganisatie (UO) waarin verschillende disciplines samenwerken aan de hoofdopgaven waar de regio zich voor gesteld ziet. Vanuit het hiervoor beschreven programma zijn vijf hoofdopgaven onderscheiden: 1. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming; 2. Sturing op contracten en subsidies; 3. Bestuurlijk proces; 4. Ketenadministratie en informatie; 5. Voorbereiding nieuwe inkoop 2029. Het werken met hoofdopgaven versterkt de samenhang en focus, en helpt ook om de inzet goed te prioriteren en met de gemeenten af te stemmen. Ad 1 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Sinds enkele jaren worden landelijk onder de noemer Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming toegewerkt naar verbetering van de jeugdbeschermingsketen. Een van de elementen is de ambitie om ketenpartijen (jeugdbescherming, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming) beter te laten samenwerken. In die samenwerking zijn ook Sterke Lokale Teams nodig. Met behulp van diverse proeftuinen worden samenwerkingsvormen en methodieken beproefd. De UO faciliteert deze proeftuinen en werkt met de gemeenten aan verbreding van de beproefde werkwijzen. De Jeugdregio is actief in het landelijke netwerk waarin aan deze ontwikkeling gewerkt wordt.

Landelijk is nog discussie over hoe de vorming van Regionale Veiligheidsteams eruit ziet, waarin de samenwerking van ketenpartijen organisatorisch vorm zou moeten krijgen. Voorlopig is nog niet duidelijk wanneer hiervoor de kaders duidelijk worden. Ondertussen gaan we in de regio door met gewenste verbetering van de samenwerking. Ad 2 Sturing op contracten en subsidies - Contract- en accountmanagement Een kerntaak van de UO is het regionale contract- en accountmanagement. De sturing is gericht op het jeugdhulpaanbod als geheel (het zorglandschap), het presteren van individuele aanbieders en het samenwerken in de gehele keten. De UO heeft contracten met systeemaanbieders, prestatieaanbieders (forensische hulp), flexaanbieders, maatwerkaanbieders en gesloten jeugdhulpaanbieders (JH+). De UO legt de focus op het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor het contractmanagement is het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten.

Er worden (bestuurlijke) contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en over ontwikkelopdrachten gevoerd tussen contractmanagement en aanbieders en gesubsidieerde partijen, maar ook worden risicoanalyses gemaakt, materiële controles ingezet en samengewerkt met de toezichthouders in de gemeentelijke organisaties. Materiële controles en toezicht Rond materiële controles draait in 2026 een pilotproject, waarna structurele inbedding in de UO wordt beoogd. Rond de samenwerking met gemeentelijke toezichthouders is in 2026 een proces gestart gericht op een betere regionale aanpak. De gevolgen van deze ontwikkelingen voor de inzet van UO kunnen reden zijn tot aanpassing van het budget organisatiekosten in de begroting. Bovenregionale taken en verantwoordelijkheden

14

De afbouw van de gesloten hulp en de opbouw van alternatieve zorgvormen blijft inzet vragen. Dit vraagt (boven)regionaal veel afstemming. Eveneens bovenregionaal vervult de GRJR de rol van accounthouder voor ten minste vier grote landelijke aanbieders waarbij de GRJR de continuïteit GRJR van cruciale jeugdhulp voor alle gemeenten moet borgen. Hiervoor zijn nauw contact met de Jeugdautoriteit en de beschikbaarheid van het Early Warning System van de Jeugdautoriteit noodzakelijk. Belangenbehartiging Belangbehartiging voor gemeenten doet de UO door met het regionale programmateam op te trekken bij het afstemmen met de VNG en lobbywerk bij de rijksoverheid. De financiële afhankelijkheid van de rijksoverheid en grote operaties die uit de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming voortkomen maken belangenbehartiging cruciaal. Ad 3 Bestuurlijk proces De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie van de Jeugdregio berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Het AB vergadert vijf keer per jaar en houdt daarnaast thematische bijeenkomsten. Vanuit iedere subregio heeft één wethouder zitting in het Dagelijks Bestuur (DB). De taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en bij bijzondere sturing aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Het DB vergadert ca.

tien keer per jaar. De wethouders zijn ook actief in stuurgroepen, bestuurlijke gesprekken met jeugdhulpaanbieders en gesubsidieerde organisaties en landelijke overleggen. In het verlengde van het Rekenkameronderzoek en de Evaluatie GRJR wordt in 2026 bezien hoe de governance en bestuurlijke samenwerking in de regio beter kan worden georganiseerd. Vanuit de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten is veel samenwerking nodig. Deels is dit vormgegeven door taken te delegeren aan de Jeugdregio, maar daarnaast is ook veel bestuurlijke afstemming wenselijk over de wijze waarop gemeenten hun niet-gedelegeerde taken uitvoeren. Zoals zaken als een Regiovisie, jeugdwetverordeningen en beleid op aanpalende terreinen. Het beter in te richten bestuurlijke proces om dergelijke zaken goed in afstemming te doen wordt mogelijk ondersteund door de UO. Ad 4 Ketenadministratie en informatie - Planning & Control en Informatievoorziening De GRJR investeert in de planning &control en informatievoorziening. Grootschalige dataverzameling en -verwerking, uitgebreide dashboards met sturingsinformatie voor het eigen contractmanagement maar vooral ook voor de individuele deelnemende gemeenten en begrotingsadviezen en verantwoordingsinformatie voor gemeenten zijn hiervan de resultaten.

Datakwaliteit Vanwege het belang van tijdige en volledige informatie voor de sturing en verantwoording investeert de GRJR in verbetering van de administratieve keten c.q. de backofficetaken zoals die in onze regio worden uitgevoerd. Vanaf 2026 heeft de UO inzage in het berichtenverkeer tussen gemeenten en aanbieders en daarmee kan meer regionale uniformiteit en volledigheid van data worden bevorderd. Regionale informatiestrategie Daarnaast actualiseert de UO in 2026 het strategisch informatieplan. In de eerste plaats om de huidige informatievoorziening verder te verbeteren en voor te bereiden op de sturingsinformatiebehoeften bij de nieuwe inkoop 2029 (zie hierna). Hiervoor wordt het budget “Specifieke ICT-kosten” in de begroting beschikbaar gehouden. Maar daarnaast ook vanuit de geactualiseerde Regiovisie, waarin is vastgelegd dat data-inzicht in en sturing op de relatie tussen jeugdhulp en aanpalende terreinen

15

nodig is. Mogelijk is voor deze verbreding een regionale datastructuur nodig. En afhankelijk van de keus betekent dit een taakverbreding/verzwaring voor de UO waarvoor de begroting dan moet worden aangepast. Regionale administratieve taken en gemeentelijke rechtmatigheidsverantwoording De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht om bij verplicht regionaal af te sluiten contracten ook de bijbehorende administratieve taken regionaal te beleggen. Het is nog niet duidelijk wat deze verplichting inhoudt. Mogelijk heeft dit gevolgen voor de taakverdeling die tot aanpassing van de begroting 2027 kunnen leiden. Op dit moment is het betalingsverkeer met de aanbieders een taak die door de UO wordt uitgevoerd. Deze taak is verbonden aan het contractmanagement en meer concreet aan de afrekening van zorgproductie met de aanbieders. De interne beheersing op de geldstroom, het betaalproces, wordt geoptimaliseerd door deze ook vanuit het nu met de UO gedeelde berichtenverkeer in te richten. Omdat de zorgkosten door gemeenten zelf moeten worden verantwoord in de eigen jaarrekening, zal er altijd samenwerking nodig zijn tussen de UO en gemeenten. Op dit moment hebben gemeenten hier verschillende opvattingen over. Een meer eenduidige regio brede afspraak is er nog niet maar kan in 2027 mogelijk tot wijzigingen leiden.

Daarbij is ook van belang dat de landelijke kaders voor controle op jeugdhulplevering en -declaraties gaan veranderen. Waar nu voor de informatievoorziening en verantwoording wordt geleund op productieverantwoordingen achteraf, is de bedoeling om door betere tussentijdse informatieafstemming en bijsturing (ook contractmanagement) afdoende tot een rechtmatigheidsverantwoording te komen. Ad 5 Voorbereiding nieuwe inkoop - Onderzoeken en aanbestedingen De huidige jeugdhulpcontracten lopen tot en met 2028. De UO is in 2025 samen met gemeenten het proces gestart om de volgende aanbesteding grondig voor te bereiden. De beleidsmatige ambities (actualisatie Regiovisie), de landelijke regelgeving (verplicht regionaal in te kopen zorgvormen; standaardisatie), de lessen uit de twee huidige inkoopmodellen (MVS- en de 10 andere gemeenten), de kostenbeheersingsambities, de sturingsfilosofie, bekostigingsvormen, verantwoordingsmethoden, en de bij dit alles benodigde informatievoorziening, zijn allemaal zaken die daarbij aan de orde komen. De budgetten “Werk en Onderzoek” en “Projectbudget Inkoop en Implementatie” worden in de begroting beschikbaar gehouden voor deze inzet. Wat mag het kosten? De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR.

Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.

Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal

Lasten 5.519.005 227.765 176.761 458.381 299.889 6.681.801

16

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN

17

3.Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De GRJR-begroting omvat conform BBV alleen subsidie- en uitvoeringskosten. De risico’s in deze begroting betreffen met name de aannames en uitgangspunten voor de subsidies aan de GI’s en Veilig Thuis. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. Risico Ontwikkelen in de jeugdbescherming en jeugdreclassering leiden tot groei van de taken (hoeveelheidsrisico) en/of bijbehorende kosten (prijsrisico).

Omvang PM

2

Ontwikkelingen bij Veilig Thuis leiden tot groei van de taken (hoeveelheidsrisico) en/of bijbehorende kosten (prijsrisico).

PM

3

Ontwikkelingen in takenpakket Uitvoeringsorganisatie Diverse ontwikkelingen kunnen leiden tot uitbreiding of verzwaring van het takenpakket, zoals besluiten in opvolging van het rekenkameronderzoek en de evaluatie GRJR, de ontwikkeling van materiële controles en een regionale toezichtsaanpak, verdieping en verbreding van de sturingsinformatiebehoefte vanuit de geactualiseerde Regiovisie, de verplicht regionaal te beleggen administratieve taken conform de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg.

PM

1

Beheersingsmaatregel Voor de gecertificeerde instellingen gelden landelijke richtlijnen voor bekostiging, waarmee prijsrisico’s worden beperkt. De hoeveelheid zaken die de GI’s moeten uitvoeren binnen landelijke normen is echter niet volledig voorspelbaar. De ontwikkeling hiervan wordt daarom nauwlettend gemonitord. Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond vervult ook diverse niet-wettelijke taken; afspraken hierover worden vanuit beleidsmatige uitgangspunten zo doelmatig mogelijk gemaakt. Ook Veilig Thuis moet aan landelijke normen voldoen. De subsidieomvang wordt vanuit een beleidskader bepaald waarin het prestatieniveau en de subsidieomvang op elkaar worden afgestemd. Het budget 2027 is gebaseerd op het verwacht productieniveau 2026. Er wordt in 2026 onderzocht wat de oorzaken zijn van het stijgend aantal meldingen, en hoe dat naar de toekomst kan worden beheerst. Als de hoeveelheid werk buiten de ingeschatte marges komt, wordt afgewogen in hoeverre aan de normen nog steeds voldaan moet worden dan wel of er extra middelen voor worden ingezet. Deze ontwikkelingen krijgen in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten vorm en besluiten over uitbreiding of verzwaring van het takenpakket worden door de gemeenten genomen. De financiële doorwerking hiervan wordt tijdig in een begrotingswijziging opgenomen.

Uiteraard zijn er voor de zorgkosten van gemeenten ook grote onzekerheden en risico’s waar de GRJR vanuit de inkoop-, contractmanagement- en informatie- en adviesfuncties een rol bij vervult. Deze risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten zodat per gemeente en aanbieders de budgetvolumes kunnen worden bewaakt. Contractmanagement richt zich op de nakomen van

18

verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De wijkteams van gemeenten en jeugdbescherming versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake is van eigen reserves. Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit.

De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassing. Het EMU-saldo Het EMU-saldo is een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking.

EMU-saldo (berekening) (O-x) – (U-y) = EMU-saldo

bedrag € 0

3.2 Bedrijfsvoering Overhead De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.

19

Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal

Lasten 5.519.005 227.765 176.761 458.381 299.889 6.681.801

Dit zijn de uitvoeringskosten zonder het bedrag onvoorzien.

3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid wordt sinds 2023 door gemeenten en GR-en zelf verantwoord op basis van eigen interne beheersing. In de jaarrekening van de Jeugdregio staan dan ook een rechtmatigheidsverklaring. Onderdeel van de interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. De controle van de jaarrekening door de accountant van de Jeugdregio vindt plaats met inachtneming van de door het bestuur vastgesteld controleverordening en financiële verordening en het jaarlijks vastgesteld normenkader rechtmatigheid. Sinds 2025 is de rechtmatigheidsverantwoording van gemeentelijke zorgkosten op regionale en landelijke contracten onderdeel van de gemeentelijke jaarrekeningen, waarbij de Jeugdregio verantwoordingsinformatie verstrekt. De interne beheersing is een samenspel tussen gemeenten (toewijzing, declaratiegoedkeuring) en Jeugdregio (contractmanagement, betaling, afrekening). De wijze waarop gemeenten en de Jeugdregio hierin samenwerken hangt af van wat de gemeenten daarin zelf organiseren. De gemeenten gaan hier verschillend mee om. De accountant van de GRJR controleert in ieder geval de activiteiten van de Jeugdregio en waar gewenst ook die van individuele gemeenten.

Deze controles vinden plaats met inachtneming van instructies van gemeenteaccountants. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Begrotingsoverschrijdingen worden in bestuursrapportages gemeld. Zo nodig wordt de begroting tussentijds gewijzigd. Omdat hiervoor een zienswijzeprocedure langs de raden bij moet worden gevolgd met 12 weken zienswijze termijn, is het in de praktijk haalbaar om slechts één begrotingswijziging vast te stellen. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf.

20

Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De focus ligt vooral op het betalingenverkeer, waarbij de inzet is om handmatige mutaties zoveel mogelijk uit te sluiten.

3.4 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd om de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is. Liquiditeitssteun wordt verleend onder strikte voorwaarden en nooit in de vorm van langlopende uitzettingen. In combinatie met tijdige inning van gemeentelijke bijdragen heeft de GRJR hiervoor geen eigen financieringsbehoefte.

21

Hoofdstuk 4 FINANCIELE BEGROTING

22

4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten

Baten Bijdrage gemeenten Incidentele baten Totale baten Lasten F G H I.4 I.5 J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 K

Crisis GI's Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Incidentele Lasten

Totale lasten Resultaat

Ontwerp Begrotingswijz. 2026 (april '26) 107.893.858 0 107.893.858

Mutatie 5.423.766 0 5.423.766

Ontwerp Begroting 2027 (april '26) 113.317.624 0 113.317.624

7.668.495 57.163.812 34.157.385 830.000 1.611.701 1.000 5.337.013 220.255 170.932 443.266 290.000

393.394 2.932.504 1.752.274 42.579 82.680 0 181.992 7.511 5.829 15.115 9.889

8.061.889 60.096.316 35.909.659 872.579 1.694.381 1.000 5.519.005 227.765 176.761 458.381 299.889

107.893.858

5.423.766

113.317.624

0

0

0

In de Kadernota 2027 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2027. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2027 afgezet tegen 2026. De stijging is in totaal 5,0% ofwel €5,4 mln. De stijging bestaat geheel uit het aanpassen van de kosten aan de indexatie. 4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten.

23

Mutatieoverzicht bij begroting 2027 Baten 1.

Lasten 2.

Gewijzigde begroting 2026 (april 2027) Wijzigingen Bijdragen gemeenten Begroting 2027 (baten)

Gewijzigde begroting 2026 (april 2027) Wijzigingen Indexatie 2027 Begroting 2027 (lasten)

Resultaat

Begroting 107.893.858 5.423.766 113.317.624

107.893.858 5.423.766 113.317.624 0

Toelichting De begroting is opgesteld volgens de uitgangspunten van de Kadernota 2027 zoals door het AB vastgesteld in december 2025. 1. De stijging van de bijdragen gemeenten is gelijk aan de indexatie 2027 2. Het indiceren van de kosten leidt tot hogere lasten van € 5,4 mln. Hiervoor worden de gemeenten via het gemeentefonds gecompenseerd. Voor de indexatie hanteert de GRJR landelijke handreikingen (voor wettelijke taken GI’s), VNG-richtlijnen voor jeugdhulp (voor niet-wettelijke taken GI’s en Veilig Thuis) en de richtlijnen van de deelnemende gemeenten (voor de uitvoeringskostenbudgetten). 4.1.2 Toelichting op de baten Directe raming en afrekening De baten van de GRJR bestaan uit bijdragen van de deelnemende gemeenten, waarbij de volgende systematiek gebruikt wordt: - Raming van uitgaven; - Beheersing van uitgaven (twee bestuursrapportages); - Verantwoording en afrekening (lastenverantwoording, direct nacalculatie van gemeentelijke bijdragen en eindafrekening met zorgaanbieders op basis van dezelfde bestandsvergelijking). Deze kaders voor het financieel beleid en beheer zijn door het AB in april 2022 vastgesteld.

Betaalritme gemeentelijke inleg De vastgestelde bijdrage per gemeente dient in vier termijnen steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen. Door steeds snellere facturering door zorgaanbieders en hierdoor snellere betaling moeten we de inleg als GR ook eerder ontvangen om de betalingen te kunnen doen. Om liquiditeitsproblemen te voorkomen is het betaalritme 4 termijnen van 40%/30%/20%/10%.

24

Dit leidt tot de volgende termijnen per gemeente:

Bijdrage aan GRJR 2027 Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den Ijssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam Totaal

Ontwerp Q1 Q2 Q3 Q4 Begroting 2027 (april 2026) 1.100.436 440.174 330.131 220.087 110.044 2.336.409 934.564 700.923 467.282 233.641 5.366.885 2.146.754 1.610.065 1.073.377 536.688 2.393.944 957.577 718.183 478.789 239.394 1.838.643 735.457 551.593 367.729 183.864 2.253.158 901.263 675.947 450.632 225.316 1.867.694 747.078 560.308 373.539 186.769 8.077.570 3.231.028 2.423.271 1.615.514 807.757 3.186.414 1.274.566 955.924 637.283 318.641 5.119.385 2.047.754 1.535.816 1.023.877 511.939 5.579.018 2.231.607 1.673.706 1.115.804 557.902 4.619.093 1.847.637 1.385.728 923.819 461.909 69.578.975 27.831.590 20.873.692 13.915.795 6.957.897 113.317.624 45.327.050 33.995.287 22.663.525 11.331.762

25

4.2 Financieel perspectief

Baten Bijdrage gemeenten Incidentele baten Totale baten Lasten F G H I.4 I.5 J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 K

Crisis GI's Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Incidentele Lasten

Totale lasten Resultaat

Ontwerp Begrotingswijz. 2026 (april '26) 107.893.858 0 107.893.858

Mutatie 5.423.766 0 5.423.766

Ontwerp Ontwerp Ontwerp Ontwerp Begroting Raming Raming Raming 2027 2028 2029 2030 (april '26) (april '26) (april '26) (april '26) 113.317.624 113.317.624 113.317.624 113.317.624 0 0 0 0 113.317.624 113.317.624 113.317.624 113.317.624

7.668.495 57.163.812 34.157.385 830.000 1.611.701 1.000 5.337.013 220.255 170.932 443.266 290.000

393.394 2.932.504 1.752.274 42.579 82.680 0 181.992 7.511 5.829 15.115 9.889

8.061.889 8.061.889 8.061.889 8.061.889 60.096.316 60.096.316 60.096.316 60.096.316 35.909.659 35.909.659 35.909.659 35.909.659 872.579 872.579 872.579 872.579 1.694.381 1.694.381 1.694.381 1.694.381 1.000 1.000 1.000 1.000 5.519.005 5.519.005 5.519.005 5.519.005 227.765 227.765 227.765 227.765 176.761 176.761 176.761 176.761 458.381 458.381 458.381 458.381 299.889 299.889 299.889 299.889

107.893.858

5.423.766

113.317.624 113.317.624 113.317.624 113.317.624

0

0

0

0

0

0

Meerjarenraming baten en lasten Bovenstaande meerjarenraming houdt geen rekening met de indexatie na 2027. Het meerjarenperspectief toont de op dit moment meest realistische verwachting voor de komende jaren, zoals ook in de Kadernota 2027 uiteengezet. Dit perspectief maakt duidelijk dat kostenbesparende maatregelen nodig zijn. In 2024 is hiervoor de Regionale Bestuurs Opdracht Kostenbeheersing (RBOK) vastgesteld. Meerjarenraming balans

26

Meerjarenraming balans Uitgangspunt voor het opstellen van de balans per ultimo 2026 (t/m 2030) is de balans zoals opgenomen in de voorlopige jaarrekening 2025. Hierop zijn gewenste en verwachte wijzigingen aangepast. De geprognosticeerde balans voor de jaren 2027 t/m 2030 is in deze begroting ook toegevoegd. Deze is gelijk gehouden aan de balans voor 2026. Onder deze tabel wordt per regel een toelichting gegeven bij de omvang van de balanspost 2026 en of een toelichting bij de ontwikkeling van deze balanspost van 2023 tot en met 2025. Toelichting bij de meerjarenraming balans Activa Vorderingen op openbare lichamen De in de voorlopige jaarrekening 2025 opgenomen negatieve balanspositie is veroorzaakt door een positief resultaat in 2025, waardoor gemeenten geld terugkrijgen. Voor de begroting wordt uitgegaan dat het resultaat neutraal is waardoor er een beperkt bedrag te vorderen is. -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16996444/1