Bijlage 4 - Kadernota MRDH-begroting 2025
Tekst van het document
kadernota MRDH begroting 2025
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3
2.
Opzet programmabegroting ............................................................................................................ 3
3.
Strategisch kader ............................................................................................................................. 3
4.
Financieel kader .............................................................................................................................. 4 4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer...................................................... 4 4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat ....................................................... 7
5.
Begrotingsparagrafen ...................................................................................................................... 9
6.
Indicatoren .................................................................................................................................... 11
7.
BTW-compensatiefonds ................................................................................................................ 11
8.
Vennootschapsbelasting (Vpb)...................................................................................................... 11
9.
Planning begroting 2025 ............................................................................................................... 12
10. Besluit ............................................................................................................................................ 13 Bijlage 1: Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat per gemeente ........................................... 14 Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden ................... 15 Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam-Rijnmond .... 24
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 2 van 26
1. Inleiding In de Financiële verordening MRDH 2015 is opgenomen dat het algemeen bestuur een uitgangspuntennota vaststelt voor de kaders van het volgende begrotingsjaar voordat de ontwerpbegroting voor een zienswijze aan de gemeenten wordt aangeboden. Deze kadernota is de bedoelde uitgangspuntennota en dient voor het opstellen van de begroting 2025 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH).
2. Opzet programmabegroting De begroting 2025 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening MRDH. Autorisatie van de begroting door het algemeen bestuur vindt plaats op het niveau van de programma’s. Programma-indeling In de begroting 2025 worden evenals in de begroting 2024 de volgende programma’s opgenomen: 1. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma’s betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Deze programma’s worden gefinancierd uit rijksmiddelen (met name BDU: brede doeluitkering verkeer en vervoer). Het derde programma betreft de taak economisch vestigingsklimaat waarvoor een inwonerbijdrage wordt geheven. De beleidstoelichtingen in de begroting 2025 zullen zoveel mogelijk compact en operationeel van aard zijn. De Strategische Agenda 2023-2026 vormt daarvoor de basis. Conform het BBV dient een apart overzicht van de kosten van overhead te worden opgenomen. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces (het uitvoeren van de taken van de MRDH).
3. Strategisch kader De Strategische Agenda MRDH 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar bepaalt de koers voor de komende vier jaar. Deze Agenda bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Deze ambities vormen dan ook het kader van de begroting en worden in samenhang met elkaar gepresenteerd. Versterking van de economie is alleen mogelijk als ook de bereikbaarheid verbetert en het verbeteren van de bereikbaarheid dient een maatschappelijk en economisch doel, namelijk het verbinden van wonen, werken en recreëren in het belang van de mensen die in de regio leven. De Strategische Agenda benoemt de volgende zes opdrachten: 1. Investeren in bereikbaarheid 2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 6. Herstellen van OV-systeem Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 besloten opdracht 6 af te ronden en daardoor komt deze opdracht niet meer terug in de begroting 2025.
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 3 van 26
De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 worden uitgewerkt in begrotingsprogramma’s door het beantwoorden van drie vragen: • Wat willen we bereiken? (resultaten), • Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en • Wat mag dat kosten?
4. Financieel kader Voor de jaarschijf 2025 dient het meerjarig kader uit de MRDH begroting 2024 als uitgangspunt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van: • de verwachte realisatiecijfers 2023. De jaarrekening 2023 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten en hieruit volgt een eventuele bijstelling van de jaarschijven binnen de projectbegroting; • de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2024, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; • de aanvullende ontwikkelingen. Het gaat dan om voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een besluit moet worden genomen; • de indexering (zie 4.1 en 4.2). Hierna wordt nader op programmaniveau aandacht besteed aan het financiële kader.
4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer Budgettair kader Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma’s verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU middelen) van het Rijk. Voor het ramen van de lasten wordt de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoorschottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van € 30 miljoen per jaar. Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding op de BDU middelen. Het kader voor dit (tijdelijke) tekort is bepaald in de begroting 2019 en sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht. Dit houdt in dat de maximale periode voor het tijdelijke tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt. Een tekort in 2025 moet dus uiterlijk in 2028 aangezuiverd zijn.
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 4 van 26
Meerjarenbeeld BDU Het financiële meerjarenbeeld BDU dient als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen, op te nemen in de begroting van de MRDH. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgaven en de beschikbare middelen. Voor het financiële meerjarenbeeld BDU worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de vastgestelde begroting MRDH dient als basis; • het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t-1; • er wordt uitgegaan van gelijkblijvende BDU-inkomsten; • de huidige concessieafspraken aangevuld met de besluiten van het algemeen bestuur van 15 december 2023 over borging toekomstvast OV en de aanvullende structurele gelden voor het regionaal openbaar vervoer (motie Bikker) vormen de basis voor de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer; • er worden geen reserveringen opgenomen voor risico’s met uitzondering van het indexeringsrisico openbaar vervoer omdat de MRDH risico loopt over het verschil tussen de indexering van het kostenniveau en het opbrengstenniveau binnen het openbaar vervoer; • projecten die zich in de verkennings-, planstudie-, uitwerkings- of de realisatiefase bevinden worden opgenomen in het meerjarenbeeld. • Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:
Onderzoek/Initiatief Geen opname MJB
Verkenning Opname MJB
Planstudie Opname MJB
Uitwerking
Opname Begroting
Realisatie Opname Begroting
•
De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Projecten in de fase Onderzoek/Initiatief leiden nog niet tot opname in begroting of MJB. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht de fase waarin een MIRT project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting.
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 5 van 26
Ontwikkelingen openbaar vervoer Twee ontwikkelingen in 2023 zijn bepalend voor het financiële kader: • Met instemming van de motie Bikker wordt het regionaal openbaar vervoer structureel met € 300 miljoen extra ondersteund. Met € 300 miljoen is het landelijk mogelijk om de voor 2024 voorziene tariefstijging van 11,7% in het regionaal openbaar vervoer structureel af te wenden, waarbij er in 2025 weer reguliere indexatie van de tarieven zal plaatsvinden. De decentrale overheden verwachten dat hiervoor structureel circa € 160 miljoen nodig is. De resterende € 140 miljoen is jaarlijks beschikbaar voor een impuls aan het regionaal openbaar vervoer. De verwachting is dat van de € 300 miljoen extra middelen jaarlijks € 73 miljoen bij de MRDH terecht komt. Voor het afwenden van de tariefstijging is € 39 miljoen nodig, die één op één aan de vervoerders zal worden doorgezet. • Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 ingestemd met de besluiten in het kader van Borging toekomstbestendig OV in de hele regio. Financieel is besloten om een reservering in de OV-exploitatiebegroting op te nemen van € 145 miljoen. Van de € 145 miljoen wordt € 137 miljoen gedekt uit de beschikbare financiële ruimte binnen het BDU saldo. Het besluit voor deze aanvullende middelen voor het OV zal uiteindelijk worden verwerkt in de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer.
Financiering De MRDH verstrekt op een tweetal terreinen leningen: • aan vervoerbedrijven ten behoeve van de financiering van investeringen in railvoertuigen en railinfrastructuur (op grond van besluit algemeen bestuur 9 december 2016); • aan vervoerbedrijven voor het aanschaffen van bussen en laadinfrastructuur (op grond van de Verordening bussenleningen 2017, besluit algemeen bestuur 21 december 2017). Voor het kunnen verstrekken van de genoemde financieringen worden ook leningen aangetrokken. Daarnaast kunnen er leningen worden aangetrokken om een mogelijk tijdelijk liquiditeitstekort bij de MRDH te financieren. De hiermee samenhangende rentelasten en rentebaten (inclusief de te hanteren opslagen voor marktconformiteit) worden integraal verwerkt in de begroting 2025. Indexering programma’s verkeer en vervoer De BDU bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het verwachte prijspeil t-1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2025 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2024 (jaar t-1) wordt begroot. In het begrotingsjaar zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het prijspeil 2025 plaats.
Als blijkt dat kostenstijgingen bij projecten en/of bij de exploitatie van het openbaar vervoer als gevolg van inflatie hoger zijn dan de indexering van de BDU bijdrage door het Rijk kan dit mogelijk leiden tot minder investeringsruimte. Indien dit risico zich voordoet kan de programmering worden aangepast, bijvoorbeeld door projecten te faseren.
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 6 van 26
4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat Indexering programma Economisch vestigingsklimaat De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat van prijspeil 2024 naar prijspeil 2025 sluit aan op het indexeringskader wat de MRDH namens de colleges van negen MRDH gemeenten (Haagse deel van de regio) heeft ontvangen. De gemeente Zoetermeer heeft deze kaderstelling gecoördineerd en dit kader is gericht aan alle gemeenschappelijke regelingen in het Haagse deel van de regio. Zie hiervoor bijlage 2. De afgelopen jaren heeft de MRDH dit kader gevolgd, waarbij wordt opgemerkt dat voor de begroting 2024 het voorgestelde indexcijfer voor de materiële kosten door de MRDH is verlaagd van 12,2% naar 4,9%. Argument hiervoor was dat de kostenontwikkeling van de materiële budgetten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat relatief minder exogene factoren kent dan voor de loonkosten het geval is en dat een dergelijk hoge inflatiecorrectie voor de materiële kosten daarom niet nodig was. De colleges van de overige 14 MRDH gemeenten (Rotterdamse deel van de regio)) sluiten zich hierbij aan (zie bijlage 3). De gemeenten vragen om te anticiperen op de tekorten aan gemeentelijke middelen. De MRDH is zich bewust van het financiële perspectief van de gemeenten.
Voor de MRDH begroting 2025 is het niet noodzakelijk om de eerdere indexeringen 2022 t/m 2024 te actualiseren. Op deze manier kan de MRDH haar bijdrage leveren aan de financiële opgaven waarvoor de gemeenten gesteld staan, zonder dat dit tot uitholling van het programmabudget Economisch vestigingsklimaat leidt. De analyse van dit effect is verderop in deze paragraaf opgenomen. In 2024 zal naar verwachting meer duidelijkheid komen over de inzet van het Rijk om tekorten bij gemeenten tegen te gaan. De scherpere keuzes die in de Strategische Agenda 2023-2026 zijn gemaakt voor het versterken van het Economisch vestigingsklimaat wierpen in 2023 reeds hun vruchten af. Gemeenten bleken beter in staat om goede projectvoorstellen in te dienen waardoor ten opzichte van voorgaande jaren een groter deel van de beschikbare middelen kon worden verplicht. De uitvoering van de opdrachten in de Strategische Agenda kende daardoor een goede start. Om deze goede uitvoering ook voor de toekomst te kunnen garanderen is een fundamentele discussie over de ontwikkeling van de beschikbare middelen voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat noodzakelijk.
In aanloop naar de begroting 2026, rekening houdend met de uitkomsten van het proces van de herziening van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat (voorzien medio 2024) en rekening houdend met de inzet van het Rijk bij gemeentelijke tekorten, zullen hiervoor bestuurlijke gesprekken worden georganiseerd. Werkwijze indexeringskader MRDH gemeenten Er wordt in het kader onderscheid gemaakt tussen een indexcijfer voor loonkosten en een indexcijfer voor materiële kosten. Daarnaast wordt gesteld dat de gemeenschappelijke regeling bij de begroting 2025 de opbouw van de deelnemersbijdrage heeft ingedeeld naar het loongevoelige en het materiële gedeelte. Het indexcijfer is verder gebaseerd op de zgn. Augustusraming 2023 van de Macro Economische Verkenning 2024 (cMEV2024) van het Centraal Planbureau. De actualisaties van de eerdere inschattingen voor 2022, 2023 en 2024 worden in afwijking van eerdere jaren niet standaard betrokken bij het ingeschatte percentage voor 2025. Dit is de financiële vertaling van punt 7 in de gemeentelijke kaderbrief:
“Om te anticiperen op de tekorten aan gemeentelijke middelen vragen wij de gemeenschappelijke regelingen om een aandeel te nemen. Dat kunt u doen door op voorhand de indexaties voor de vastgestelde begrotingen 2022, 2023 en 2024 niet met terugwerkende kracht te actualiseren. Indien bovenstaande dreigt te leiden tot onoverkomelijke knelpunten, dan kan het bestuur besluiten tot het opnemen van concrete en onderbouwde voorstellen in hun begroting.” Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 7 van 26
Op basis van voorgaande uitgangspunten bedragen de indexeringspercentages voor 2025 ten opzichte van het basisjaar 2024: • •
4,9% voor de loonkosten (cMEV2024 bijlage 11, Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers) en 2,6% voor de materiële kosten (cMEV2024 bijlage 9, Nationale consumentenprijsindex (cpi)).
Loonkosten Als indexcijfer voor de loonkosten wordt 4,9% voorgesteld en hierbij wordt voorgesteld om af te zien van actualisatie van eerdere indexeringen 2022 t/m 2024 met een cumulatieve waarde van 6%. Indien wel gekozen wordt voor actualisatie van deze eerdere indexeringen zou dat leiden tot een indexcijfer van 10,9%. De stijging van de Cao-gemeenten is één van de bepalende exogene (niet door de MRDH te beïnvloeden) factoren van de kostenontwikkeling binnen de MRDH. De looptijd van de huidige Cao is 15 maanden (1 januari 2024 t/m 31 maart 2025) met een loonafspraak van 4,75% per 1 januari 2024 en 1,25% per 1 oktober 2024 (totaal 6%). Voor de inwonerbijdrage 2024 bedraagt het indexcijfer voor de loonkosten 6,7% en deze wijkt niet veel af van het huidige onderhandelingsresultaat. Ervan uitgaande dat de index van 4,9% voor 2025 ook een redelijke inschatting is voor de loonstijging van 2025 lijkt er voor de MRDH geen noodzaak om indexaties met terugwerkende kracht te actualiseren. Materiële kosten Voor de materiële kosten wordt een indexcijfer van 2,6% voorgesteld en ook hierbij wordt voorgesteld om af te zien van actualisatie van eerdere indexeringen 2022 t/m 2024 met een waarde van 2,6%. Indien wel gekozen wordt voor actualisatie van deze eerdere indexeringen zou dat leiden tot een indexcijfer van 5,2%.
De kostenontwikkeling van de materiële budgetten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat kent relatief minder exogene factoren dan voor de loonkosten geldt. Onderdelen zoals meerjarige huur- en servicecontracten kennen een exogene stijging maar maken een beperkt deel uit van de begroting voor het economisch vestigingsklimaat. In de begroting 2024 is daarom het destijds voorgestelde indexcijfer reeds verlaagd van 12,2% naar 4,9%. De voorgestelde indexpercentages zonder actualisatie van de indexeringen 2022 t/m 2024 leiden tot de volgende indexering van de inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat voor de MRDH begroting 2025: basistarief 2024 (Kadernota en Begroting 2024, € per inwoner) Salariscomponent (loongevoelig)* materiële component (nietloongevoelig)*
Indexering
tarief 2025 (€ per inwoner)
0,84
4,9%
0,88
2,13
2,6%
2,19
2,97
3,4%
3,07
* De verdelingen tussen het loongevoelige deel van de inwonerbijdrage en het niet-loongevoelige deel van de inwonerbijdrage zijn cf. eerdere kaderbrieven van de Haaglanden gemeenten steeds voor vier jaar vastgesteld. De laatste herijking vond plaats bij de Kadernota MRDH begroting 2022. De eerstvolgende herijking vindt plaats bij de Kadernota MRDH begroting 2026.
Wat betekent deze indexering voor het programmabudget Economisch vestigingsklimaat? In onderstaande tabel is rekening gehouden met de bijstelling van de apparaatslasten conform Cao en verdere ingeschatte inflatie. Het restant van de inwonerbijdrage is beschikbaar voor het programmabudget Economisch vestigingsklimaat, waarmee onder meer gemeentelijke projecten worden gefinancierd. Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 8 van 26
Begroting 2024 (€) Programmabudget Economisch vestigingsklimaat Apparaatslasten Economisch vestigingsklimaat (inclusief overhead) Totale inwonerbijdrage*
Begroting 2025 (€)
% stijging 2024-2025
4.606.560
4.736.280
2,82%
2.672.223 7.278.783
2.854.424 7.590.704
6,82% 4,29%
* De opgenomen inwonerbijdrage voor de begroting 2025 is nog gebaseerd op de voorlopige aantallen inwoners per 31 oktober 2023. In de MRDH begroting 2025 gelden de inwoneraantallen per 1 januari 2024.
Uit de tabel is op te maken dat de voorgestelde indexering na de benodigde indexering van de apparaatslasten nog enige ruimte laat voor het waardevast houden van het programmabudget. Bij de start van de MRDH was maximaal € 1 van de inwonerbijdrage van € 2,45 bestemd voor apparaatslasten (afgerond 40,8%). Op basis van bovenstaande inschatting voor de begroting 2025 (op basis van voorlopige inwoneraantallen wordt 37,6% van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (€ 2.854.424/ € 7.590.704). Dit past binnen de afspraken.
In bijlage 1 is een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor het begrotingsjaar 2025 opgenomen.
5. Begrotingsparagrafen De volgende paragrafen maken deel uit van de begroting 2025: Paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering wordt onder andere ingegaan op de MRDH-organisatie en de kostenverdeling van de apparaatslasten. De formatie van de MRDH bedraagt in 2025 conform de 2e begrotingswijziging 2023 – 92,6 fte. Op 9 oktober 2023 heeft het dagelijks bestuur besloten, per 1 januari 2024, de HRM-dienstverlening van de MRDH intern te organiseren en daartoe 2 fte structureel aan het functiegebouw van de MRDH toe te voegen. Op 15 januari 2024 heeft het dagelijks bestuur besloten, per 1 januari 2024 ook het informatiebeheer intern te organiseren en daartoe 1fte structureel toe te voegen aan het functiegebouw. De formatie van de MRDH organisatie wijzigt hierdoor van 92,6 fte naar 95,6 fte. Deze wijzigingen worden bij de 1e begrotingswijziging 2024 verwerkt. De structurele toevoegingen worden gedekt door een gelijktijdige verlaging van het materiele budget. Per saldo is dit een budgetneutrale wijziging. De directe salariskosten van de medewerkers Verkeer en Openbaar vervoer worden ten laste gebracht van de rijksmiddelen BDU. De directe salariskosten van de medewerkers Economisch vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat.
Voor de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoeringskosten bedraagt de verdeelsleutel 20% inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat en 80% BDU. Deze verdeling is gebaseerd op het relatieve formatiebudget van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van het formatiebudget van de afdelingen Verkeer en Openbaar vervoer. Indexering van de begrote bedrijfsvoeringslasten Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en salarislasten kennen een autonome – d.w.z. niet door de MRDH te beïnvloeden – stijging. Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 9 van 26
Om deze lastenstijging te dekken hanteert de MRDH voor 2025 een indexering van 2,6% op de materiële lasten. Deze indexering is gebaseerd op de cMEV2024-publicatie van het CPB die in augustus 2023 is verschenen en is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen (bijlage 2). Een extra correctie over voorgaande jaren acht de MRDH niet noodzakelijk. Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen Cao, die de Cao gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam). De MRDH hanteert voor 2025 een indexering van 4,9%. De indexering is gebaseerd op de cMEV2024-publicatie van het CPB die in augustus 2023 is verschenen en is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen (bijlage 1). Naast deze indexering voert de MRDH ook nog een correctie door van 2,2% over voorgaand jaar (2024). In de begroting 2024 was rekening gehouden met een indexatie van 2,8%, echter geldt per 1 januari 2024 de nieuwe Cao gemeenten 2024-2025. De salarissen zijn in deze nieuwe Cao per 1 januari 2024 met 4,75% verhoogd en worden per 1 oktober 2024 nog eens met 1,25% verhoogd. De lastenstijging wordt voor het economisch vestigingsklimaat gedeelte gedekt uit de (geïndexeerde) inwonerbijdrage en voor het verkeer en openbaar vervoer gedeelte uit de BDU middelen. De BDU middelen kennen ook een jaarlijkse indexering.
De hoogte hangt af van de middelen die het ministerie van Financiën hiervoor beschikbaar stelt. Tevens zal in deze paragraaf worden ingegaan op het beleid rondom Informatieveiligheid, zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDH-gemeenten (bijlage 2). Paragraaf Financiering en treasury Zoals in het BBV is voorgeschreven bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en wordt in deze paragraaf inzicht geboden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop deze rente aan de programma’s wordt toegerekend. Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf wordt beschreven in welke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisaties de MRDH een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s De in de begroting 2024 onderkende risico’s en bijbehorende weerstandscapaciteit vormen het uitgangspunt voor de begroting 2025. Zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDHgemeenten (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2024, worden de geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd.
Conform het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s te worden toegevoegd (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): • 1a netto schuldquote; • 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • 2 solvabiliteitsratio; • 3 grondexploitatie; • 4 structurele exploitatieruimte; • 5 belastingcapaciteit De genoemde kengetallen worden verwerkt in de begroting 2025 met uitzondering van de kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit, aangezien die voor de MRDH niet relevant zijn. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De MRDH bezit een aantal kapitaalgoederen. Het betreft oplaadapparatuur voor OVchipkaarten, rechten van opstal, en abri’s. Daarnaast heeft de MRDH geïnvesteerd in Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 10 van 26
huisvesting, meubilair en ICT faciliteiten. Tenminste de beleidsuitgangspunten rondom activering en afschrijving zijn onderdeel van deze paragraaf. Daarnaast worden eventuele nieuwe investeringsbudgetten in deze paragraaf opgenomen. Paragraaf Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 van de MRDH wordt in deze paragraaf een overzicht gegeven van de begrote subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening worden verleend. Paragraaf Wet open overheid (Woo) Op grond van de Wet open overheid (per 1 augustus 2022) dient de MRDH documenten op bepaalde wijze openbaar maken. In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze de MRDH documenten openbaar maakt.
6. Indicatoren De vanuit het BBV voorgeschreven indicatoren voor het taakveld bestuur/ bedrijfsvoering worden opgenomen in de begroting 2025. Dit zijn de indicatoren over formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead.
7. BTW-compensatiefonds De aan de MRDH in rekening gebrachte BTW met betrekking tot de wettelijke taak verkeer en vervoer kan de MRDH verrekenen via het BTW-compensatiefonds. De verschuldigde BTW met betrekking tot het economisch vestigingsklimaat wordt verrekend via de zogenoemde transparantiemethode. Concreet betekent dit dat deze BTW elk jaar wordt doorgeschoven naar de daarvoor wel compensatiegerechtigde, aan de MRDH deelnemende, gemeenten, naar rato van inwoneraantal.
8. Vennootschapsbelasting (Vpb) Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten. Het uitgangspunt voor de berekening is een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. van deze waarde wordt dan 5% genomen om op een belastbaar resultaat uit te komen.
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 11 van 26
9. Planning begroting 2025 De bestuurlijke behandeling van de begroting 2025 in 2024 is als volgt: Bestuurscommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat
3-apr
Dagelijks bestuur - vrijgeven voor zienswijze
24-apr
Start zienswijzeperiode
24-apr
Einde zienswijzeperiode
17-jul
Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat
28-aug
Dagelijks bestuur - behandeling zienswijzen
26-aug
Algemeen bestuur - vaststellen begroting en nota van beantwoording bij zienswijzen
13-sep
Toelichting op de planning: De begroting 2025 wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de MRDH gemeenten. De zienswijzeperiode voor de MRDH begroting 2025 eindigt op 17 juli, rekening houdend met een zienswijzeperiode van 12 weken. In de kaderbrief van de MRDH gemeenten is opgenomen dat de gemeenten streven naar het aanbieden van de zienswijzen vóór 1 juli 2024 en uiterlijk 15 juli 2024. Na de zienswijzeperiode zal behandeling plaatsvinden door de adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch vestigingsklimaat (beiden op 28 augustus 2024). Tijdens deze behandeling worden de adviescommissies meegenomen in de ‘rode draad’ van de ontvangen zienswijzen. De nota van beantwoording wordt na behandeling in het dagelijks bestuur van 26 augustus aan de adviescommissies nagezonden.
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 12 van 26
10.
Besluit
De Kadernota MRDH begroting 2025 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag d.d. 5 april 2024,
de secretaris,
de voorzitter,
Christel Mourik
Ahmed Aboutaleb
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 13 van 26
Bijlage 1: Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2025 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat.
Gemeente
Aantal inwoners 31 december 2023 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2025
Albrandswaard
26.431
3,07
81.143
Barendrecht
48.689
3,07
149.475
Capelle aan den IJssel
67.948
3,07
208.600
Delft
109.573
3,07
336.389
Den Haag
565.701
3,07
1.736.702
Krimpen aan den IJssel
29.630
3,07
90.964
Lansingerland
65.600
3,07
201.392
Leidschendam-Voorburg
78.246
3,07
240.215
Maassluis
35.826
3,07
109.986
Midden-Delfland
19.382
3,07
59.503
Nissewaard
87.626
3,07
269.012
Pijnacker-Nootdorp
57.948
3,07
177.900
Ridderkerk
47.713
3,07
146.479
Rijswijk
59.640
3,07
183.095
Rotterdam
671.125
3,07
2.060.354
Schiedam
81.855
3,07
251.295
Vlaardingen
76.472
3,07
234.769
Voorne aan Zee *
74.342
3,07
228.230
Wassenaar
27.108
3,07
83.222
Westland
115.984
3,07
356.071
Zoetermeer
128.424
3,07
394.262
Totaal
2.475.263 7.599.058 (*) bron: CBS StatLine info van 11-2-2024. Wordt in de definitieve begroting 2025 nog aangepast naar voorlopige aantallen per 1-1-2024.
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 14 van 26
Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 15 van 26
GESCAND d.d.
8 jan 2024
gemeente
Zoetermeer
> Retouradres Postbus 15, 2700 AA Zoetermeer
Het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
Bezoekadres Engelandlaan 502 2711 EB Zoetermeer Postadres
27M «'zoetermeer Telefoon 14 079 www.zoetermeer.nl
Datum 14-12-2024
Onderwerp: Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen „
Geacht bestuur,
Uw kpnmprk
Ons kenmerk F&C/E 2023 133937 Bijlagen
Hierbij ontvangt u de Kaderbrief voor de begroting 2025 van de gemeenten in de regio Haaglanden, waarin de (financiële) uitgangspunten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) zijn opgenomen. Deze kaderbrief ontvangen de besturen van GR-en elk jaar voorafgaand aan een nieuwe begrotingscyclus. De kaderbrief richt zich op de financieel-technische en beheersmatige randvoorwaarden voor de begroting en de
verantwoording en tevens op enkele procesafspraken. De beleidsmatige kaderstelling binnen de GR is de bevoegdheid van de bestuurders en niet opgenomen in deze brief.
Doel van deze Kaderbrief is een eenduidige benadering vanuit de deelnemende gemeenten van de begroting 2025 van GR-en. Deze brief gaat nader in op:
1. 2.
Indexering Risico’s en weerstandscapaciteit
3. 4.
Maatschappelijk verantwoorde inkoop Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens
5. 6.
Tijdige afstemming, ook tussentijds Wijziging wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)
7.
Anticiperen op gemeentelijke bezuinigingsopgave
Daarbij vragen wij u bijzondere aandacht voor onderdeel 7 en lichten onze motivering
hiervoor toe. Het Rijk voorziet de gemeenten vanaf 2026 van onvoldoende middelen om al hun taken in de huidige volle omvang te kunnen waarborgen. Dat betekent dat de gemeenten - ook in de Haagse regio - een afweging moeten maken welke aanpassingen zij en de aan hen verbonden partijen gaan maken in de uitvoering van beleid en taken. Daarom willen we tijdig de GR-en meenemen in onze eigen
ombuigingstrajecten; zowel inhoudelijk als procedureel. We beseffen dat de GR-en betrokken zijn om zoveel mogelijk publieke waarde te leveren
en te blijven leveren en onze inwoners optimaal te bedienen. Het maken van keuzes is voor alle betrokkenen een lastige opgave. Toch dient dit te gebeuren en worden de GR-
en gevraagd om - gegeven de knellende financiële kaders - als ‘verlengd lokaal bestuur’
hun verantwoordelijkheid hierin te nemen. Met de gekozen aanpak - zie verderop in deze brief - levert u enerzijds uw bijdrage aan de financiële opgave van de gemeenten en kunt u anderzijds zelf bepalen hoe deze in te vullen.
De kaders betrekt u bij de opstelling van uw begroting voor 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Als u van mening bent dat een kader niet haalbaar is, wordt u verzocht dit te bespreken in de bestuursvergadering van uw GR. Uw bestuur kan de uitkomst van de bespreking dan opnemen in de aanbiedingsbrief bij de begroting naar de deelnemende gemeenten. Hieronder worden de uitgangspunten nader toegelicht.
1.
Indexering
De indexering is een algemeen vertrekpunt voor de gemeentelijke bijdrage aan de GR. De indexering is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2024 (MEV 2024) van september 2023 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. In de MEV 2024 zijn, dit jaar niet ook de cijfers voor 2025 opgenomen. Om perspectief te bieden dat één jaar verder gaat dan het jaar van de MEV, gebruiken we de cMEV2024-
publicatie van het CPB die in augustus 2023 is verschenen. De genoemde indexcijfers geven een algemeen vertrekpunt voor de begroting van de gemeenschappelijke regelingen in 2025 met als doel een indicatie af te geven voor een toekomstige inflatie compensatie. Het staat echter niet in de weg dat voor individuele gemeenschappelijke regelingen, in afstemming met de overige deelnemers, tot een andere bijstelling van de gemeentelijke bijdrage kan worden gekomen. Indien van
toepassing vindt hierover afzonderlijke overleg plaats op het niveau van de individuele gemeenschappelijke regeling.
De GR heeft bij de begroting 2025 de opbouw van de deelnemersbijdrage ingedeeld naar het loongevoelige en het materiële gedeelte. In onderstaand overzicht zijn de indexatiecijfers voor de bepaling van de gemeentelijke bijdrage opgenomen.
Index gemeentelijke bijdrage 2025 Cpi CEP 2023 10,0
MEV 2024
Verschil 0,1
2022
MEV 2023 9,9
2023
2,6
3,9
1,3
2024
2,6
3,8
1,2
2025
2,6
Index gemeentelijke bijdrage prijzen begroting 2025 __________ 2,6
gemeente
Zoetermeer II Index gemeentelijk bijdrage 2025 lonen
2022 2023 2024 2025
MEV 2023 5,7
CEP 2023 7,4
2,8 2,8
MEV 2024
Verschil 1,7
3,6 0,8 6,3 3,5 4,9 __________ 4,9
Index gemeentelijke bijdrage lonen begroting 2025
4,9
Bronnen: • MEV 2023, publicatiedatum 2022 • CEP 2023, publicatiedatum maart 2023 • (c)MEV 2024, publicatiedatum sept 2023, (c) aug 2023
De inflatie voor 2025 wordt als volgt geschat:
1.
2,6 % voor de materiële kosten volgens de nationale consumentenprijsindex
2.
(CPI). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2025 (2,6 %, CMEV2024). 4,9 % voor de loonkosten volgens de index prijs overheidsconsumptie, beloning
werknemers. Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2025 (4,9%, cMEV2024). Uit bovenstaande tabel blijkt dat de verschillen in de periode 2022-2024 niet worden geactualiseerd en worden meegenomen in het vertrekpunt voor 2025. De begrotingen voor de periode 2022-2024 zijn inmiddels vastgesteld en het is onduidelijk in hoeverre een actualisatie noodzakelijk is. Bovendien staan de gemeente de komende jaren voor
een grote financiële uitdaging (zie ook paragraaf 7 hieronder) en worden GR-en gevraagd om samen hierop te anticiperen. Wat desalniettemin opvalt is dat de afgelopen jaren verschillen zijn ontstaan tussen de inflatiecijfers die in het MEV2023 en MEV2024 zijn gepubliceerd. Zie de laatste kolom in
bovenstaande tabel. Het is hierdoor mogelijk dat er een discrepantie ontstaat tussen de toegekende index van de gemeentelijke bijdrage en de werkelijke kostenontwikkeling van
de begroting. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden doordat de prijs- of loonmutatie van de kosten bij een GR anders is dan de indexering van de gemeentelijke bijdrage. Bij de aanbieding van de begroting kunnen deze verschillen inzichtelijk worden gemaakt, met een voorstel zoals beschreven onder punt 7.
De komende tijd willen we de huidige systematiek van de indexering van de gemeenschappelijke regelingen tegen het licht houden in relatie tot de wijze waarop de gemeenten voor deze indexatie nu en in de toekomst gecompenseerd worden in het gemeentefonds.
2. Risico’s en weerstandscapaciteit Conform de eerdere kaders verwachten we ook in uw komende begrotingen een goed onderbouwde risicoparagraaf aan te treffen. Effectief risicomanagement is een speerpunt
voor de deelnemende gemeenten. Kwalitatieve toelichtingen op de risico’s en een
transparante systematiek zijn daarvoor essentieel. Het uitgangspunt is dat het aanhouden van een hogere risicobuffer dan het risicoprofiel bij de verbonden partij niet noodzakelijk is. Dus als bij de jaarrekening de weerstandsratio (beschikbare weerstandscapaciteit/benodigde weerstandscapaciteit) groter blijkt dan 1,0, dan zal er in principe een afstorting naar de deelnemende gemeenten plaats dienen te vinden van het teveel aan gereserveerde middelen..
3. Maatschappelijk verantwoorde inkoop Hoe ziet onze wereld er over 25 jaar uit? De keuzes die we vandaag maken, hebben
impact op onze toekomst. Tal van complexe, maatschappelijke vraagstukken
schreeuwen om duurzame keuzes. Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) is een effectief instrument om: • CO2-uitstoot, milieu-impact en grondstoffengebruik te verminderen; • Een inclusieve arbeidsmarkt te realiseren; • Misstanden voor mens en milieu aan te pakken in internationale ketens. Dit is door de (rijks)overheid als beleid vastgelegd in de inkoopstrategie ‘Inkopen met
Impact’. Ook meerdere Haaglanden gemeenten en GR-en (intergemeentelijke samenwerkingen) hebben MVI tot de hoofdzaak van hun inkoopstrategie verkozen. Wij
vragen u dan ook in de paragraaf bedrijfsvoering van uw begroting 2025 en het jaarverslag over het verslagjaar 2023 toelichting te geven op uw maatschappelijk verantwoord inkoopbeleid.
4.
Informatiebeveiliging, informatiebeheer en privacy
De dienstverlening van de gemeenschappelijke regelingen en gemeenten is sterk afhankelijk van informatievoorziening. In de samenwerking wordt informatie gecreëerd, opgeslagen en uitgewisseld, waarbij de gebruikte gegevens vaak een gevoelig karakter hebben. Informatiebeveiliging, informatiebeheer en bescherming van persoonsgegevens is van essentieel belang voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en de bescherming van het vertrouwen in het samenwerkingsverband.
Het is daarom van belang om de beveiliging van informatie te waarborgen door het gebruik van beveiligde communicatiekanalen en het implementeren van passende beveiligingsmaatregelen, zoals beschreven in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid. Daarnaast is archief- en informatiebeheer dat voldoet aan wet- en regelgeving
gemeente
Zoetermeer
II een belangrijke randvoorwaarde om privacywetgeving na te kunnen leven en informatie adequaat te kunnen beveiligen. Wij verzoeken alle partijen dan ook in de paragraaf bedrijfsvoering van uw begroting en het jaarverslag te rapporteren over (de realisatie van) het beleid op het gebied informatiebeveiliging, informatiebeheer en de bescherming van persoonsgegevens.
5.
Tijdige afstemming, ook tussentijds
Nieuw beleid Bij een GR kan behoefte bestaan aan beleidswijziging, nieuw beleid of nieuwe initiatieven. Ook (aanstaande) nieuwe wet- en regelgeving kan aanleiding zijn voor nieuwe beleidsvoornemens. Geadviseerd wordt deze aanzetten tot nieuw beleid tijdig te bespreken in uw bestuursvergadering. Zodra deze meer concrete vormen aannemen, worden deze opgenomen in uw beleidskader. Iedere gemeente kan dan bij de
kaderstelling voor het komende jaar hiermee rekening houden. Omgaan met tekorten/overschotten
Gedurende de uitvoering van de begroting kunnen zich afwijkingen voordoen. Deze worden normaliter opgenomen in de reguliere uitvoeringsrapportages en (tussentijds)
gemeld aan het DB van de GR. Uitgangspunt hierbij is dat exploitatietekorten in principe binnen de begroting van de GR worden opgevangen. Overschotten vloeien in principe terug naar de deelnemende gemeenten. De tussentijdse melding kan worden aangevuld
met een voorstel voor bijsturing. Het bestuur wordt verzocht hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden.
Tussentijdse informatievoorziening Niet voor elke GR geldt een zelfde afspraak of verwachting over tussentijdse
rapportages. Verwacht wordt dat het bestuur van de GR bij materiële beleidsmatige en/of financiële (verwachte) afwijkingen gedurende het jaar de deelnemende gemeenten actief informeert. Indien de GR de begroting wil wijzigen geldt hiervoor de gebruikelijke
zienswijzeprocedure.
Financiële kengetallen De kwaliteit van de begroting is medebepalend voor de jaarstukken. Het BBV schrijft ten aanzien van de verplichte kengetallen voor: dat zorggedragen wordt voor “een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.” (artikel 11, lid 2d) Het bestuur wordt verzocht expliciet aandacht te geven aan het beoordelen van de verplichte financiële kengetallen en daarbij zo nodig tijdig beleidsmaatregelen voor te stellen. Tijdig inzenden van stukken
In lijn met de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt gestimuleerd dat de begrotingscycli van de GR-en en van de deelnemende gemeenten goed op elkaar aansluiten. Tijdige inzending van de stukken versterkt de betrokkenheid van en sturing door de gemeenteraden. De raden zijn dan beter in staat om zienswijzen voor te bereiden en de informatie kan worden meegenomen bij de behandeling van de
Voorjaarsnota c.q. Kadernota.
Sinds 1 juli 2022 dienen GR-en met betrekking tot de ontwerpbegroting jaar T op grond van de Wgr de uitgangspunten voor hun begroting (indicatie beleidsvoornemens,
gemeentelijke bijdrage en prijscompensatie) vóór 30 april jaar T-1 aan de gemeenteraden te sturen. En de conceptbegroting dient uiterlijk 12 weken voor 15 september, dus uiterlijk op 23 juni, aan de deelnemende gemeenten aangeboden te worden. In de praktijk worden deze uitgangspunten meteen opgenomen in de conceptbegroting.
Een latere indiening van de conceptbegroting dan 30 april 2024 is niet wenselijk. Vanwege de zomerrecessen lukt het mogelijk gemeenten niet de zienswijzen op de begroting te behandelen in de periode tussen het zomerreces en 15 september. Daarom bieden de gemeenten de zienswijzen liefst vóór 1 juli 2024, en uiterlijk 15 juli 2024 aan de GR-en aan.
Wat betreft de jaarstukken wordt in verband met de tijdige samenstelling van de
gemeentelijke jaarstukken de GR-en gevraagd de gemeenten de vanuit het BBV benodigde gegevens voor 15 februari 2024 aan te leveren (hoeft dan dus nog niet de hele jaarrekening te zijn). Het gaat onder andere om de omvang van het eigen en vreemd vermogen en het verwachte rekeningresultaat. De GR-en verstrekken de gegevens uiteraard onder voorbehoud van hun eigen accountantscontrole.
6. Wijziging wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Per 1 juli 2022 is een wijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) in
werking getreden die het doel heeft de legitimatie van deze samenwerkingsverbanden te
vergroten, door meer ruimte voor invloed op besluitvorming bij GR-en aan gemeenteraden te geven. De wijzigingen leiden tot: i. ii.
aanpassingen van de termijnen van de P&C-cyclus met de gemeenten, aan te brengen aanpassingen in de GR vóór 1 juli 2024, en
iii.
mogelijk de instelling van een raadsadviescommissie.
Ad i)
Zie hiervoor onderdeel 5. Ad ii)
gemeente
Zoetermeer
II Dit betreft in elk geval: het al dan niet uitbreiden van besluiten waar een zienswijzeprocedure voor van toepassing wordt; het al dan niet formeel regelen van (burger)participatie bij de besluitvorming
binnen de GR; hoe de actieve informatieplicht naar de raden wordt vorm gegeven; het al dan niet evalueren van de GR, en zo ja, met welke focus en frequentie; nadere regels bij uittreding uit de GR.
De wet schrijft voor expliciet te zijn over deze afspraken, ook waar besloten wordt deze zaken niet nader te regelen, moeten de gemeenteraden daar mee instemmen. Dus alle GR-en zullen wijzigingen moeten doorvoeren. Voor deze aanpassing geeft de wet een
implementatieperiode van twee jaar (dus tot 1 juli 2024). Ad iii) Voor een openbaar lichaam (GR met AB en DB) geeft de wet de raden de mogelijkheid
gezamenlijk een voorstel te doen aan de GR tot het instellen van een regionale gemeenschappelijke adviescommissie. De commissie, bestaande uit raadsleden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen, heeft tot doel vroegtijdig te worden betrokken bij voorgenomen besluitvorming door het bestuur van de regeling, en te adviseren aan het bestuur.
7. Anticiperen op gemeentelijke bezuiniqinqsopdracht Het financiële perspectief van de gemeenten keldert vanaf 2026. Dat betekent dat alle gemeenten maatregelen moeten gaan overwegen hoe de begrotingen structureel
sluitend te gaan krijgen. Daarbij kan helpen te kijken naar wettelijke / bovenwettelijke taken en ook naar vrije beleidsruimte bij wettelijke taken.
Om te anticiperen op de tekorten aan gemeentelijke middelen vragen wij de GR-en om een aandeel te nemen. Dat kunt u doen door op voorhand de indexaties voor de vastgestelde begrotingen 2022, 2023 en 2024 niet met terugwerkende kracht te actualiseren. Indien bovenstaande dreigt te leiden tot onoverkomelijke knelpunten, dan kan het bestuur besluiten tot het opnemen van concrete en onderbouwde voorstellen in hun begroting. Ook de GR-en die onderdeel uitmaken van een zogenoemd ‘gesloten systeem’ vragen we deze uitwerking te geven, omdat verlaging van de lasten binnen een gesloten
systeem de gemeente de mogelijkheid kan geven om op andere terreinen anders met de lasten voor de inwoner om te gaan.
Voor nadere informatie over deze brief kunt u terecht bij de voorzitter van het
Controllersoverleg Haaglanden, ; e-mail: @zoetermeer.nl).
van de gemeente Zoetermeer (
Hoogachtend,
Namens de colleges van Burgemeester en Wethouders van: Delft Den Haag Leidschendam-Voorbur Midden-Delfland
Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar
Westland Zoetermeer
Drs. J. ledema MBA ƒ Wethouder Financiën! gemeente Zoetermeer
Voorzitter overleg wethouders Financiën Haaglandengemeenten
j
Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam-Rijnmond
Kadernota MRDH begroting 2025
Pagina 24 van 26