Bijlage 4. Jaarstukken 2023 GRJR
Tekst van het document
2
Opt-out: als jeugdige en/of ouders geen toestemming hebben gegeven om informatie over de aard van de zorg te delen.
25
Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in ambulante hulp (opdracht E) Ambulante hulp wordt ingezet in de thuissituatie, op de polikliniek of bijvoorbeeld op school. Het is een individuele of gezinsgericht (intensieve) behandeling of begeleidingsvorm waarbij het verblijf veelal gewoon nog steeds thuis is, maar het kan ook in combinatie met verblijf in opdracht C of in samenloop met pleegzorg. De kinderen blijven bij ouders wonen, maar krijgen hulp op een specifieke behandelvraag van een behandelaar of een behandelend team in de eigen omgeving. De jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. Voor ambulante hulp zijn vanaf 2023 de twee laagste treden voor behandeling lokaal ingekocht. Uitstroom uit regionale hulp is echter niet te zien in de financiële resultaten. Het is wel zo dat de enkelvoudige medicatietrajecten (E3) volledig zijn overgedragen naar lokaal ingekochte aanbieders. Dit resulteert waarschijnlijk in de afname van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van opdracht E.
In de verwijssystemen in de regio Rijnmond is de reguliere verwijzing nog ingericht op ingekochte regionale partijen. Verwijzingen van huisartsen en medisch specialisten houden daarom vooralsnog onvoldoende rekening met de beschikbare lokale ambulante jeugdhulp. Om dit om te buigen zorgen de GGZ-aanbieders sinds 2023 voor extra triage. Voor kinderen vanuit de gemeente Rotterdam op de wachtlijst bij de regionaal gecontracteerde GGZ-aanbieders is er via een verdeeltafel gekeken hoe er gemakkelijk kinderen geholpen konden worden door lokale aanbieders. De GGZ-aanbieders geven aan dat dit heeft geresulteerd in het helpen van ongeveer 60 kinderen via lokale contracten. Het weektarief is gestegen en aanbieders geven aan dat dit komt door een verzwaring van de zorgvraag. Het is niet meer mogelijk om de lage behandeltreden toe te wijzen en de aanname is dat hierdoor ook een kostenstijging heeft plaatsgevonden. Zowel verwijzers als zorgaanbieders herkennen het beeld van deze aanname. 2.3.6 Crisishulp (Opdracht F) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 8.644.000
€ 8.730.000
€ 8.795.000
€ 7.748.000
€ 8.290.000
€ 505.000
Jaar
Ambulante Crisishulp*
Crisispleegzorg*
Crisisopvang*
Totaal*
2021 2022
333 259
119 103
302 256
754 618
2023** *Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder **Cijfers m.b.t. Q3 en Q4 2023 nog niet ontvangen
26
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in crisishulp (opdracht F) Voor crisishulp werken we binnen de GRJR met beschikbaarheidsfinanciering. Hier is voor gekozen omdat crisishulp binnen 24 uur ingezet moet kunnen worden. Deze hulpvorm moet dus te allen tijde beschikbaar zijn. Dat kan betekenen dat wel gefinancierd wordt (voor de beschikbaarheid van personeel en bedden), maar niet benut (bij een lagere zorgvraag). In 2023 is er voor deze opdracht voor € 8,3 mln. toegezegd aan beschikbaarheidsfinanciering. Er was echter hoger begroot. Dat betekent dat in 2023 € 505.000 over blijft op het begrote budget voor crisishulp. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in crisishulp (opdracht F) Wanneer een crisissituatie ontstaat maakt het crisisinterventieteam (CIT) een inschatting van de veiligheid van de situatie van de kinderen. Sinds juni 2023 is er een coördinatieteam opgericht door de zeven systeemaanbieders die aansluiten bij de interventies van het CIT. Zij gaan mee op inschatting en coördineren in gezamenlijkheid de juiste plaatsing indien dit voor het kind nodig is. Het CIT kan kiezen uit drie varianten van crisishulp: • Crisisopvang (in een crisisopvanglocatie), • Crisispleegzorg (opvang in een tijdelijk pleeggezin), • Ambulante crisishulp in de thuissituatie (soms ter voorkoming voor plaatsing in crisisopvang of als nazorg van de opvang).
Inhoudelijke doelstelling is dat crisishulp beschikbaar is wanneer nodig. Daarbij is het doel om te komen tot één toegang tot crisishulp. Doel is ook om crisishulp tot een minimum terug te brengen door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. In de regiovisie is dit omschreven als bouwsteen "Integrale crisiszorg en casusregie als de veiligheid in geding is". Het crisisaanbod dient te allen tijde beschikbaar te zijn voor jeugdigen die nog niet in zorg zijn via een arrangement bij een systeemaanbieder. Dat is dit jaar wederom gelukt. De voorlopige realisatie laat zien dat er van ongeveer 85% van de capaciteit gebruik is gemaakt. Dit jaar is het mogelijk gemaakt voor systeemaanbieders om van de overcapaciteit van ambulante crisishulp gebruik te maken voor crisissituaties van jeugdigen met reguliere arrangementen, omdat niet alle systeemaanbieders deze expertise in huis hebben. Van deze mogelijkheid is gering (1% van de beschikbare ambulante crisiscapaciteit) gebruik van gemaakt vanuit reguliere arrangementen en is met name ingezet op de voorkoming van breakdowns bij pleegzorgplaatsingen. De systeemaanbieders hebben in aanloop naar 2023 de ruimte kregen om de crisisaanpak samen vorm te geven. 2023 was met betrekking tot opdracht F inhoudelijk een implementatie-jaar, waarbij met de systeemaanbieders is geëvalueerd over de gezamenlijke inrichting en onderlinge samenwerking.
Het gezamenlijke coördinatiepunt waar de inhoudelijke beoordeling en coördinatie op de in-/doorstroom plaatsvindt en samenwerkt met het crisisinterventieteam (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) is dit jaar vormgegeven en heeft verschillende aanpassingen ondergaan om een goede aansluiting op andere werkprocessen te realiseren. De samenwerking tussen de verschillende partijen is verstevigd en behoeft blijvende aandacht. Ook is het beschikbaar gestelde budget gedurende 2023 aangepast op de onderling georganiseerde capaciteit van de crisishulp en coördinatiepunt.
27
Ambulante crisishulp Er komen sinds 2022 steeds minder aanmeldingen voor ambulante crisishulp binnen. Het lijkt erop dat steeds meer kinderen direct in de crisisopvang terecht komen en het voor ambulante hulp ter voorkoming van een crisisopname te laat is. Een verklaring is dat de vrijwillige hulp die via IVH-trajecten (Intensieve Vrijwillige Hulp) loopt ervoor zorgt dat er nog onvoldoende direct geschakeld wordt naar opdracht F. Mogelijk was die routine meer aanwezig bij casusregisseurs van de gecertificeerde instellingen en nog niet voldoende bekend bij de casusregisseurs van de wijkteams. 2.3.7 Gecertificeerde Instellingen (GI’s) (opdracht G) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting
2e Burap 2023
2023
Voorlopige verwachte realisatie 2023 € 44.929.000
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 48.507.000 € 44.241.000 € 44.811.000
€ 45.331.000
-€ 119.000
Jaar
JBRR
WSS
LDH
Totaal GI’s
2023*
4.455
1.017
249
5.721
* totaal aantal unieke kinderen in zorg per zorgaanbieder bij de GI's
Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling gecertificeerde instellingen (opdracht G) Landelijk dalen het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen. Dit is ook in de regio Rijnmond zichtbaar zij het niet zo gestaag als voorgaande boekjaren. Dit is een gewenste ontwikkeling. De daling van jeugdreclasseringsmaatregelen zet in de regio niet door. Dit betekent dat er meer jeugdigen zijn met een maatregel vanuit het strafrecht. Hieronder valt onder andere stijging schoolverzuim, groepscriminaliteit en toename van het aantal uithalers bij de haven. De inzet van de gecertificeerde instellingen (GI’s) wordt gefinancierd met een jaarlijks vastgestelde subsidie. Daarbij wordt vooraf en in afstemming met de GI’s een prognose gemaakt van de aantallen maatregelen (inzet) die verwacht wordt. Voor 2023 werd rekening gehouden met een daling van het aantal, door de rechtbank afgegeven, maatregelen In 2023 zien we echter dat deze daling minder hard is gegaan dan begroot was. Omdat de maatregelen wel moeten worden uitgevoerd is er is door de GI’s een overproductie geleverd op deze producten ten opzichte van de beschikkingen. Door het crisisinterventie team (CIT) zijn minder crisisinterventies ingezet, maar hun inzet op het aantal huisverboden is heel 2023 hoog. Te weten circa 50% meer dan aangevraagd was in de subsidie.
Toelichting op de ontwikkeling GI’s algemeen Landelijk heeft 2023 in het teken gestaan van het terugdringen van de workload van de jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders van de gecertificeerde instellingen. Vanuit de ministeries van JenV, VWS, de branche-organisatie van de Gi’s en in samenspraak met VNG toegewerkt naar een werkbaar landelijk tarief welke vanaf 2024 wordt ingezet. 28
Binnen de regio hebben is er besluit genomen om de Wiliam Schrikker Stichting (WSS) met ingang van 2024 niet meer vanuit het onderaannemer schap bij Jeugd Bescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) te financieren. Daarvoor is door de GRJR met WSS een eigen subsidierelatie aangegaan. Hierdoor kunnen we als GRJR directer sturen op de individuele prestaties van drie GI’s binnen onze regio. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling gecertificeerde instellingen (opdracht G) Inzet op verbetering Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) De ontwikkelingen binnen JBRR vanuit 2022 met betrekking tot verzuim en verloop van personeel en ook de dalende productie zet zich in 2023 voort. In 2022 heeft de GRJR extra financiële middelen ingezet om JBRR in staat te stellen uitvoering te geven aan een korte termijn aanpak. Ook voor 2023 is 2 maal een halfjaarlijkse en extra bijdrage beschikbaar gesteld aan JBRR om uitvoering te geven aan de vervolgacties van het plan van aanpak 2023. Met als doel dat de wettelijke taak van jeugdbescherming voor de toekomst geborgd is, dat de veiligheid van en zorg aan die jeugdigen en gezinnen die dit nodig hebben geborgd is. Bij de audittoets bij JBRR door het keurmerkinstituut (KMI) bleek dat de prestaties van JBRR achterbleven ten opzichte van de wettelijke kritische prestatie indicatoren (KPI’s).
Daarom kreeg JBRR in oktober 2023 een overbruggingscertificaat. Dit houdt in dat JBRR de gecertificeerde taak blijft uitvoeren, maar er binnen de gestelde termijn verbetering moet plaatsvinden. Na het vierde kwartaal was aanzet tot verbetering op de KPI’s zichtbaar. Middels maandrapportages en bestuurlijke overleggen houdt de stuurgroep jeugdbescherming de vinger aan de pols en stuurt waar mogelijk bij. De sinds begin 2023 aangetreden bestuurder pakt het de verbeterplannen adequaat op met het management binnen JBRR. Van belang is dat JBRR een toekomstbestendige organisatie is en financieel in gezonde staat en de periode tot de vorming van een Regionaal Veiligheidsteam (conform Toekomstscenario) goed doorkomt. Landelijke ontwikkelingen Vanaf 1 januari 2024 zijn regionaal de landelijke tarieven voor jeugdbescherming en reclassering overgenomen bij de drie GI’s in onze regio. Het ontwikkelen en implementeren van het Toekomstscenario is een majeure taak. Deze vraagt van gemeenten om nauwe samenwerking tussen de GRJR en de drie centrumgemeenten voor huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio. En vervolgens om samenwerking tussen gemeenten en betrokken organisaties als Veilig Thuis, GI en de Raad voor de Kinderbescherming. In 2023 is hard gewerkt aan een projectplan en aan het vormgeven van de structuur van samenwerken aan deze opdracht.
In 2023 is ook invulling gegeven aan de zogeheten proeftuin. Het Rijk heeft onze regio aangewezen als proeftuin om een ‘ideale klantreis’ te ontwikkelen. Dit omdat de regio het beter wil doen, beter voor het kind en gezin. Wijkteams uit Ridderkerk en Rotterdam hebben deze proeftuin uitgevoerd. Dit hield in dat op basis van actuele casuïstiek in de praktijk werd beproefd wat werkt voor de cliënt. De GRJR is als subsidiehouder verantwoordelijk voor het uitvoeren en aan het Rijk verantwoorden van het regionale plan. 29
Eind 2023 heeft het Rijk subsidie toegekend voor het verder doorontwikkelen van het beproeven met de ideale klantreis. En wel ten aanzien van thema’s als complexe scheidingen, ontwikkelingsbedreiging van kinderen, huiselijk geweld en jeugdcriminaliteit. Ook is eind 2023 een projectleider aangesteld die vanuit de uitvoeringsorganisatie een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van regiogemeenten en de drie eerder genoemde organisaties. 2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) (opdracht H) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Realisatie Voorlopige JR 2023
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 16.375.000
€ 17.593.000
€ 19.422.000
€19.025.000
€ 19.160.000
€ 261.000
Periode 2023
Subsidie verlening Realisatie
Aantal Chats Meldingen / Overige Overdracht Crisis V&V Onder THV Ondera/oVeiligheids meldingen na zoek steuning vragen beoordelingen politie veiligheidsbeoordeling 12.500 1.500 13.700 1.850 5.800 670 1.080 450 640 250 12.616 1.419
13.162
2.255
7.490
877 1.035
476 637
202
Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling Veilig Thuis (opdracht H) VTRR ontvangt jaarlijks een subsidie van de GRJR voor de uitvoering van de taken. Bovenstaand overzicht laat de realisatie zien op basis van alle Q-rapportages 2023, met daarboven de verwachte aantallen uit de subsidieverlening 2023 aan VTRR. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) ontving in 2023 meer meldingen dan begroot. Dit geldt ook voor het hoge aantal politiezorgformulieren jeugd, het aantal overdrachten na een veiligheidsbeoordeling aan ketenpartners en het aantal crisisinterventies. Er is ook op een aantal taken minder ingezet. De realisatie is daarmee lager in de begroting is geraamd voor VTRR. Ook het wegwerken (externe inhuur en efficiënt inzetten van personeel) heeft ertoe geleid dat er geen sprake is van een overschrijding. KPI’s en werkvoorraad in 2023 Het behalen van de KPI’s met betrekking tot veiligheidsbeoordelingen en de interventies (Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek) laten een zorgelijk beeld zien. Vanaf het 2e kwartaal 2022 zijn wachtlijsten ontstaan bij VTRR en zien we dat dit zich voortzet in 2023. Ondanks de inspanningen van VTRR, waaronder het (tijdelijk) uitbreiden van capaciteit en de uitvoering van het project wachtlijstvrij werken, is het lastig om de wachtlijsten terug te brengen tot een ‘gezonde werkvoorraad’.
Wel ligt de productie van veiligheidsbeoordelingen en interventies (onderzoek, voorwaarden & vervolg) inmiddels rond het niveau van de prognoses in de begroting en zijn de wachtlijsten afgenomen ten opzichte van 2022. De rapportages van VTRR laten zien dat het halen van de wettelijke termijn (10 weken na aanmelding) niet verbetert. De eigen termijn (10 weken na start) wordt wel ruim gehaald. We zien in 2023 een toename van het ziekteverzuim en het verloop binnen VTRR. Het ontstaan van wachtlijsten en het niet behalen van de wettelijke termijnen hangen voor een belangrijk deel samen met de beschikbaarheid van personeel. 30
Landelijke ontwikkelingen Veilig Thuis is actief betrokken bij de ontwikkeling van de regionale inrichting van het Toekomstscenario. Er is een vernieuwde Stuurgroep ingesteld met vertegenwoordigers uit VTRR, GI, RvdK en de gemeenten. De Stuurgroep heeft gewerkt aan een gezamenlijke visie voor één regionale aanpak zie voor meer toelichting opdracht G. 2.2.9 Overige opdrachten (I) 2.2.9.1 Buitenregionale plaatsingen (BRP) en woonplaatsbeginselmaatwerk (I1) Realisatie Realisatie Begroting 2e Burap Voorlopige Verschil JR 2021 JR 2022 2023 2023 verwachte realisatie vs. realisatie begroting 2023 2023 € 2.569.000
€ 17.816.000
€ 10.907.000
€11.630.000
€ 11.600.000
- € 693.000
De kosten voor buiten regionale plaatsingen zijn gelijk aan de jaareindeverwachting bij de 2e bestuursrapportage 2023, ad € 11,6 mln. Dit betreft de subsidie BRP Pleegzorg (circa € 0,9 mln.) en BRP-maatwerk (circa € 10,7 mln.). In 2022 stegen de kosten van BRP-maatwerk als gevolg van de invoering van de wetswijziging woonplaatsbeginsel naar € 17,0 mln. In 2023 zien we een afname. Dit komt omdat zorg in onderaannemerschap bij systeemaanbieders en dus ten laste van de opdrachten is gekomen, en door uitstroom uit jeugdhulp vanwege het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Er zijn kinderen en jeugdigen die buiten de Rijnmond regio verblijven maar wel onder de verantwoordelijkheid van één van de regiogemeenten vallen. 2.2.9.2 Landelijk Transitie Arrangement (LTA I3) Realisatie Realisatie Begroting 2e Burap JR 2021 JR 2022 2023 2023
€ 17.570.000
€ 19.430.000
€ 21.849.000
€26.349.000
Voorlopige verwachte realisatie 2023
Verschil realisatie vs. begroting 2023
€ 23.975.000
-€ 2.126.000
De LTA-zorgkosten 2023 zijn gestegen ten opzichte van de begroting 2023. Bij de 2e bestuursrapportage werd een overschrijding verwacht van € 4,5 mln. Deze is afgenomen tot een overschrijding van € 2,1 mln. Eén van de LTA-aanbieders was tot vorig jaar regionaal gecontracteerd, maar is per 2023 niet meer als systeemaanbieder gecontracteerd. Daarnaast heeft de VNG het LTAaanbod uitgebreid voor één van de systeemaanbieders. De zorg aan die jeugdigen is daarmee per 2023 omgezet naar het LTA-contract en verklaart daarmee deels de gestegen realisatie ten opzichte van 2022. Daarnaast is er een toename van verblijf en behandeling vanuit de LTA-contracten aan jeugdigen met grote gedragsproblematiek en een licht verstandelijk beperking. Ook is een toename te zien in diagnostiek, observatie en exploratieve behandeling van (L)VB jeugd met bijkomende complexe vaak psychiatrische problematiek. Anderzijds is er een afname te zien vanuit het LTA contract op de opvang en behandeling van slachtoffers van seksuele uitbuiting en eer gerelateerd geweld. Tevens is er een
31
afname in zorggebruik bij een LTA gecontracteerde aanbieder voor behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Deze (forensisch) aanbieder heeft per 2023 wel een prestatiecontract in Rijnmond en is onderaannemer van meerdere systeemaanbieders. Tot slot zien we dat de zorgvorm ‘Arfid en onzindelijkheid’ minder hard is gestegen dan verwacht. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de uiteindelijke realisatie 2023 iets minder hoog is dan verwacht werd in de 2e Burap. 2.2.9.3 Acute Dienst GGZ (I4) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
€ 770.000
€ 790.000
€ 649.000
€ 721.000
Voorlopige verwachte realisatie 2023 € 507.000
Verschil realisatie vs. begroting 2023 €142.000
De aanvraag voor de subsidie acute dienst 2023 betrof € 721.000, conform de beschikbare middelen in de GRJR-begroting is € 507.000 toegekend. De meerkosten komen ten laste van de SPUK-middelen acute GGZ (gemeente Rotterdam) waar voor 2023 middelen beschikbaar waren. Voor 2024 moet rekening gehouden worden met een hoger bedrag in de GRJR-begroting omdat er dan geen SPUK-middelen meer beschikbaar zijn. De uiteindelijke productie aantallen van de inschattingen volgen bij het vaststellingsverzoek dat uiterlijk 31 maart 2024 zal worden aangeleverd. Ten opzichte van eerdere jaren zijn er geen bijzonderheden. Het aantal beoordelingen van jeugdigen onder de 18- groeit in hetzelfde tempo als voorgaande jaren. 2.2.9.4 Transformatie/innovatie (I5) Realisatie JR 2021
Realisatie JR 2022
Begroting 2023
2e Burap 2023
Voorlopige Verschil verwachte realisatie vs. realisatie begroting 2023 2023 0 0 € 1.683.000 € 1.757.000 € 1.448.000 € 236.000 De zeven systeemaanbieders hebben in de nieuwe contracten vijf ontwikkelopdrachten meegekregen en ontvangt jaarlijks een bedrag van ca. €150.000 om hier gericht op te investeren. Elke aanbieder werkt op zijn eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage aan per opgave. Deze worden door de contractmanagers getoetst en doorgesproken in de contractgesprekken. Na afloop van het jaar 2023 verantwoorden aanbieders de inzet van het ontwikkelbudget van ca € 150.000 per aanbieder per jaar. Deze verantwoording is nog niet ontvangen. N.b. deze verantwoording moet voor 01-04-2024 zijn aangeleverd, vandaar dat de definitieve cijfers nog niet in de voorlopige JR opgenomen kan worden, wel in de definitieve JR. Daarnaast is €0,4 mln. ingezet voor het programmateam regioagenda.
32
2.2.10 Uitvoeringskosten (J) De uitvoeringskosten worden toegelicht in paragraaf 3.2 bedrijfsvoering en in hoofdstuk 4 jaarrekening.
33
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen
34
Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft paragrafen voor. Hiervan zijn de paragrafen Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Grondbeleid niet van toepassing bij de GRJR. Hierna volgen de van toepassing zijnde paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. In de begroting 2023 was nog een aanvullende paragraaf Rechtmatigheid opgenomen, deze is nu samengevoegd met de paragraaf Bedrijfsvoering.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting 2023 is in eerste aanleg vastgesteld op 1 juli 2022. In de risicoparagraaf werden onderstaande risico’s benoemd. Deze risico’s zijn alle opgetreden. In de begrotingswijziging 2023 van 8 september 2023 zijn de begrotingsaannames en budgetten bijgesteld in nauw overleg met de individuele gemeenten. Daarbij hebben we als aanvullend risico gemeld dat de aannames hierbij nog steeds een onderschatting kunnen zijn. Ook dit risico is opgetreden. De conclusie is dat het zo realistisch mogelijk begroten nog beter moet, en dat we samen met de gemeenten terughoudend moeten zijn met het niet ramen van kosten door ze ‘in de risicoparagraaf weg te schrijven’.
1
2
3
4
Risico in primaire begroting 2023 Uitgangspunt realisatieniveau 2021 (PM) Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau 2021, is bepaald op basis van onvolledige data per 1 februari 2022, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per 1 april 2022 die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact transformatie (€0) Hogere zorgkosten door onderschatting van • Trendmatige stijging en/of • Inzet van lokaal aanbod en/of • Impact van transformatiemaatregelen
Effect aanpassing woonplaatsbeginsel (€ 12 mln.) Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod (PM) Hogere kosten voor buiten regionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is
Verslag Dit risico deed zich voor en daarom is medio 2023 de begroting gewijzigd op basis van realisatieniveau 2022 volgens de definitieve jaarrekening 2022, dat hoger lag dan 2021. De trendmatige stijging bleek hoger dan verwacht, de inzet van lokaal aanbod bleek minder dan verwacht, de impact van transformatie maatregelen heeft dit niet kunnen ombuigen. Hierop is de begroting gewijzigd op basis van nieuwe aannames per gemeente (zie punt 6). Dit risico is volledig opgetreden. Er was op basis van informatie van gemeenten maar € 1,8 mln. opgenomen. De begroting is hierop gewijzigd.
De praktijk onder de nieuwe contracten vanaf 1 januari 2023 blijkt niet te leiden tot beperking van uitgaven voor ‘BRP’ en ‘LTA’. De begroting is hierop gewijzigd.
35
5
6
Continuïteit aanbod (PM) Faillissement(dreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
Risico in gewijzigde begroting 2023 Aannames aanpassingen op gemeenteniveau (PM) De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal (D en E, MVS), trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
Er zijn incidentele kosten gekomen in het kader van continuïteitsrisico’s bij aanbieders van JH+. Deze landen voornamelijk in het overlopend resultaat en op de post risico’s/ onvoorzien. Verslag De GRJR heeft als begrotingswijziging voorgesteld om de aanvankelijke neerwaartse bijstellingen terug te draaien en een sterkere trendmatige groei in te rekenen. Dit is per gemeente in overleg op maat aangepast, waarna de voorgestelde bijstelling omhoog naar beneden bijgesteld werd. De GRJR heeft dit aanvullende risico bij de begrotingswijziging opgenomen. Deze waarschuwing blijkt te kloppen, de ontwikkelingen waren in de voorgestelde aanpassingen nog steeds onderschat.
De begroting 2023 bevat geen weerstandsvermogen of een budget voor risicodekking. Tegelijk met de afschaffing van de vlaktaks wensten de gemeenten het risico in de eigen begroting mee te nemen. Het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven wordt primair door de deelnemende gemeenten zelf beheerst en gemeenten houden daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen aan. Het gevolg van deze begrotingskeus is dat alle opgetreden risico’s rechtstreeks doorslaan naar de deelnemende gemeenten. Zo realistisch mogelijk begroot De ontwikkeling van de jeugdhulpkosten is moeilijk in te schatten. Vanaf 2022 is veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten om per gemeente deze inschatting zo goed mogelijk op maat te doen. De begroting 2023 is: • Opgebouwd per gemeente; • Berekend in nauw overleg en in afstemming met iedere gemeente; • Gebaseerd op de informatie van gemeenten en aanbieders (berichtenverkeer) die op dat moment voorhanden is; • Omgeven met grote onzekerheden over ontwikkeling van de jeugdhulpvraag en over effectiviteit van kostenbesparings- c.q. transformatiemaatregelen. GRJR en gemeenten werken nauw samen in het zo realistisch mogelijk begroten. De inzet van de GRJR is hierbij als volgt: • De GRJR spant zich zeer in om de informatiepositie dusdanig te verbeteren dat de uitgavenontwikkeling eerder in beeld komt (zie ook paragraaf Bedrijfsvoering);
36
• •
•
De GRJR komt hiermee verder in control, zoals blijkt uit het feit dat de 2e bestuursrapportage 2023 grotendeels al voorzag wat nu het voorlopig resultaat blijkt; De control op de zorguitgaven zelf ligt niet direct in handen van de GRJR, omdat deze voortvloeien uit individuele toekenningsbeschikkingen van gemeenten, vaak op aangeven wettelijke verwijzers en aanbieders (zie ook paragraaf bedrijfsvoering); De GRJR draagt indirect bij aan de uitgavenbeheersing door middel van inkoop en contractmanagement. In 2023 zijn nieuwe contracten gestart met stevige ontwikkelopdrachten voor een passender (en doelmatiger) zorgaanbod. Daarnaast is eind 2023 een omvangrijk pakket van kostenbeheersingsmaatregelen voorbereid binnen de scope van de GRJR. Dit pakket is alleen effectief als het in de uitvoering bij gemeenten, GI’s, uitvoeringsorganisatie en aanbieders tot praktische verandering leidt.
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het BBV voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing onderstaande kengetallen bevat: Kengetallen
Begroting 2023
Realisatie 2023
Netto Schuldquote
0,00
0,00
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
0,00
0,00
Solvabiliteitsratio
0,00
0,00
0
0
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2023 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.
37
3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke organisatie Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waar de deelnemende gemeenten – uitgaande van de autonomie van het lokale bestuur – de samenwerking in de (boven)regionale jeugdhulp bespreken en vormgeven. Het algemeen bestuur (AB) is samengesteld uit de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio is één wethouder afgevaardigd als lid in het Dagelijks Bestuur (DB). Uitvoeringsorganisatie De Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) ondersteunt deze bestuurlijke processen. De secretaris/directeur van de GRJR coördineert de bestuurlijke processen en geeft leiding aan de UO. De UO is met een Uitvoeringsovereenkomst als zelfstandige organisatieeenheid ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. De uitvoeringskosten van de GRJR bestaan uit een vergoeding voor kosten van personeel en ondersteuning van de UO. Vanaf 2023 is de UO structureel versterkt met personele capaciteit voor communicatie en financiële interne beheersing. Taakverdeling bij uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering van de taken is in samenwerking tussen de UO en individuele gemeenten: • De GRJR sluit regionale contracten met zorgaanbieders en zorgt daarmee voor voldoende aanbod van jeugdhulp.
Daarnaast subsidieert de GRJR diverse ketenpartners voor jeugdbescherming/jeugdreclassering (GI’s) en Veilig Thuis; • Over de individuele inzet van jeugdhulp voor jeugdigen beschikken individuele gemeenten, in samenspraak met aanbieders en GI’s. Gemeenten bestellen hulp bij (geven een toewijzing aan) regionaal gecontracteerde aanbieders en stuurt zo rechtstreeks op het gebruik.; • Gemeenten voeren decentrale zorgadministraties en geven gegevens door aan de GRJR. De GRJR handelt de financiële contractverplichtingen af die voortvloeien uit toewijzingen en declaraties. De GRJR begroot en verantwoordt de hiermee gepaard gaande lasten en rekent de contracten centraal af. Uit de taakverdeling volgt dat de uitgaven de GRJR sterk afhankelijk zijn van processen bij gemeenten. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering UO Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Bij de kerntaken van de GRJR (inkoop, contractmanagement en informatievoorziening) ligt een zeer nauwe relatie met de taken die de deelnemende gemeenten bij zich houden (het kaderstellen, het jeugd(hulp)beleid, het toewijzen van hulp en afgeven van beschikkingen in het kader van de Jeugdwet, etc.). We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp.
Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, in zowel de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming.
38
In de bedrijfsvoering van de GRJR ligt de focus op de volgende speerpunten: • Contractmanagement. De GRJR sloot nieuwe jeugdhulpcontracten af voor 2023 en verder. De bijbehorende kerntaak is het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten. In 2023 zijn bestuurlijke contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en over ontwikkelopdrachten ingevoerd tussen contractmanagement en aanbieders. Dit staat in het licht van het doorvoeren van kostenbeheersingsmaatregelen en transformatie van zorg conform de regiovisie Nabij en Passend; • Planning en control. Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en in te richten op gemeenteniveau. Elk P&C document geeft individuele gemeenten inzicht en bevat aannames en keuzes die per gemeente op maat zijn afgestemd; • Informatievoorziening. Voor contractmanagement en planning en control is informatie nodig. Tijdigheid, juistheid en volledigheid van gegevens vergt sturing op administratieve stromen (en op registraties bij gemeentelijke backoffices).
In 2023 is onderzoek gestart naar mogelijkheden voor meer centrale grip op backofficetaken; • De interne beheersing en rechtmatigheidsborging is complex omdat de kosten op de regionale (GRJR-)contracten grotendeels voortvloeien uit uitvoerende besluiten van de afzonderlijke gemeenten. De mogelijkheden om dit proces te verbeteren maken onderdeel uit van het onderzoek naar de backofficetaken; • Regionale kostenbeheersing is een centraal thema in de GRJR. De GRJR heeft een regionaal maatregelenpakket gemaakt waarin taken voor de UO, de aanbieders, de GI’s en de gemeenten zitten; de effectiviteit hangt sterk af van de inzet van alle partijen. De UO bewaakt de samenhang en monitort de voortgang. Rechtmatigheid Vanaf 2022 is de UO structureel extra gaan investeren in de interne beheersing. Dit draagt bij aan een soepeler totstandkoming van jaarstukken en betere tussentijdse financiële informatie. Hiermee bereidde de UO zich ook voor op de vanaf 2023 verplichte rechtmatigheidsverantwoording. Concrete verbeteringen die inmiddels zijn doorgevoerd: • Jaarlijkse actualisatie normenkader rechtmatigheid; • Kader financieel en beleid en beheer; • Kader interne beheersing; • Invoering verplichtingenregisters; • Periodieke aansluitingen tussen registraties; • Ontwikkeling subsidiesysteem; • Start onderzoek naar mogelijkheden centralisatie backofficetaken jeugd.
Het dagelijks bestuur geeft in deze jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording (zie hoofdstuk 5). Deze verantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Conform BBV gaat de paragraaf Bedrijfsvoering in op deze rechtmatigheidscriteria.
39
Begrotingscriterium Het begrotingscriterium heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Volgens het BBV worden afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar opgenomen en toegelicht. De begrotingswijziging van september 2023 voorzag in een verhoging van de budgetten. Daarna is in oktober 2023 in de 2e bestuursrapportage verdere overschrijding van de gewijzigde begroting voorgelegd. De overschrijdingen zijn in de jaarrekening 2023 toegelicht en door vaststelling van de jaarstukken door het AB alsnog geautoriseerd. De verschillen tussen begrote (geautoriseerde) en gerealiseerde lasten zijn toegelicht, zodat geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op eisen aan financiële beheershandelingen. Deze zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. De financiële stromen in de GRJR waarbij aan het voorwaardencriiterium moet worden voldaan zijn drieledig: zorgkosten, subsidiekosten en uitvoeringskosten. Zorgkosten Bij de zorgkosten gaat het om het voldoen aan de aanbestedingsvoorschriften. In 2023 zijn geen nieuwe zorgcontracten aangegaan. De individuele beslissing van een gemeente om hulp in te zetten vanuit de regionale contracten is conform AB-besluit geen onderdeel van het normenkader rechtmatigheid 2023.
Uiteraard hebben gemeenten hiervoor interne beheersingsmaatregelen getroffen. Echter de inrichting en werking hiervan is niet onder controle van de GRJR en daarom uitgesloten van de rechtmatigheidsverantwoording van de GRJR. Deze keus is gemaakt vanwege problemen bij onze jaarrekeningcontroles in de financiële beheershandelingen van gemeenten, zoals niet-tijdige afgifte van toewijzingen, foutieve beoordeling aan het woonplaatsbeginsel en goedkeuring van declaraties met onjuiste tarieven. De Commissie BBV heeft in januari 2024 naar aanleiding van een vraag van een andere jeugdhulpregio uitgesproken, dat “indien de GR alleen de administratieve taken uitvoert, de beschikkingen door de deelnemende gemeenten worden afgegeven en iedere deelnemende gemeente zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen kosten en cliënten, de baten en lasten van de jeugdzorg verantwoord [dienen] te worden door de deelnemend gemeenten zelf.” Hierbij houdt de commissie geen rekening met de vraag wie (de GR of de gemeenten) contractpartij voor de aanbieders zijn. Deze uitspraak kan gevolgen hebben voor de GRJR. Tot op heden verantwoordt de GRJR de volledige zorgkosten vanuit de opvatting dat de gemeentelijke toewijzing niet meer is dan een bestelling op een regionaal contract, ter uitvoering van een gemeentelijke beschikking aan de jeugdige.
De financiële verplichting is in die redenering aangegaan namens de GRJR. Vanwege de afschaffing van de vlaktaks hangen de zorgkosten per gemeente echter uitsluitend af van besluiten van de betreffende gemeente. Daardoor is in de Rijnmondse situatie de commissie-uitspraak mogelijk van toepassing. Consequentie zou zijn dat alle zorgkosten die stoelen op toewijzingen door gemeenten niet onderdeel zijn van de financiële verantwoording van de GRJR, maar slechts worden toegelicht in de GRJRjaarrekening. De GRJR gaat in gesprek met de accountant en de Commissie BBV over de implicaties van deze uitspraak voor de definitieve jaarstukken 2023.
40
Subsidiekosten De GRJR verstrekt subsidies voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G), Veilig Thuis (opdracht H), pleegzorg (bijzondere kosten, maatwerk, functiedifferentiatie) (opdracht A), buitenregionale plaatsingen (opdracht I1) en acute dienst GGZ (opdracht I4). Hierbij moeten subsidievoorschriften worden nageleefd, waarbij voor de GRJR de Rotterdamse verordening van toepassing is. De subsidieverleningen en -vaststellingen volgen strakke procedures en vastleggingsvoorschriften waarop conform het Kader interne beheersing interne controle plaats heeft gevonden. Hierop is door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam een derdelijnscontrole uitgevoerd. Op basis van deze interne beheersingsmaatregelen zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd. Uitvoeringskosten Voor de uitvoering van de UO-taken worden naast inzet van eigen personeel ook externe partijen ingeschakeld, voor bijvoorbeeld accountantscontrole en kostprijsonderzoeken. Bij deze kosten gaat het om aanbestedingsrechtmatigheid. Bij aanbesteding van opdrachten volgen we Rotterdamse aanbestedingsvoorschriften. Daarbij worden we ondersteund door de Rotterdamse afdeling Inkoop, die strikt is in de naleving van de aanbestedingsregels.
Voor controle op aanbestedingsrechtmatigheid voeren we een spendanalyse uit, waarmee wordt nagegaan of de werkelijke bestedingen in lijn zijn met aangegane overeenkomsten. Uit deze analyse komen geen onrechtmatigheden naar voren. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Hierbij gaat het met name om fraude. Het Kader Interne beheersing dat eind 2022 is vastgesteld bevat een frauderisicoanalyse. Het belangrijkste risico zit in het betalingsverkeer. De interne beheersingsmaatregelen zijn sterk gericht op het uitsluiten van frauduleuze betalingen en ook de werking van deze maatregelen wordt gecontroleerd. Er zijn daarnaast ook geen signalen van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Op grond van de maatregelen kan worden geconstateerd dat aan het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium is voldaan.
3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) zijn GR-en verplicht om een financieringsparagraaf in de begroting en jaarstukken op te nemen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2023, € 23,7 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2023.
41
Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de Wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. De GRJR is in 2023 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.
42
Hoofdstuk 4 VOORLOPIGE JAARREKENING 2023
43
4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaand overzicht toont de voorlopig verwachte realisatie 2023, afgezet tegen de gewijzigde begroting 2023. Omdat een tekort van € 50,1 mln. is ontstaan is een extra bijdrage vanuit gemeenten aan de baten toegevoegd waardoor het resultaat € 0 is. In de gepresenteerde bedragen zijn ook zorgkosten meegerekend op basis van voorlopige productieopgaven van aanbieders, waarvoor nog de controlegegevens van gemeenten ontbreken. Het gaat om een bedrag van naar schatting €15 - €20 mln. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe is met €18 mln. rekening gehouden, waarvoor naar verwachting nog gemeentelijke toewijzingen zullen volgen.
44
4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage van gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2023 en begrotingswijzigingen 2023. Extra bijdrage deelnemende gemeenten Het tekort van 2023 wordt gedekt door middel van een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten op basis van de verwachte realisatie per gemeente. De definitieve jaarrekening zullen dan nog ontstane kleine verschillen worden afgerekend.
Ook het onzekere deel (productie van aanbieders met missende toewijzingen van gemeenten) is toegerekend op basis van zorgafname per gemeente. Omdat de € 18 mln. waarop dit betrekking heeft voor ca. € 14,5 mln. Rotterdam betreft valt de relatief extra grote tegenvaller (en onzekerheid over deze cijfers) vooral bij deze gemeente. Bij de definitieve jaarstukken moet dit duidelijk zijn. Bijdrage Rijk Proeftuin kind- en gezinsbescherming Deze bijdrage van het rijk is als reserve opgenomen op de balans. Uit deze reserve is een bedrag opgenomen ter dekking van de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting. Overige baten
45
Dit betreft ontvangen rentevergoeding in 2023 uit het schatkistbankieren. Bijdrage overig Dit betreft ontvangen vergoedingen in het kader van de transformatie JeugdhulpPlus. Lasten Zorgkosten van pleeghulp tot en met crisishulp (opdrachten A tot en met F), de subsidies aan de GI’s en VTRR en overige opdrachten (H en I). De grootste verschillen betreffen de kosten in opdrachten B, D, E en LTA. Voor de ontwikkelingen binnen de opdrachten in 2023 wordt verwezen naar de toelichtingen in hoofdstuk 2. Overzicht Overhead Tot de overhead worden die kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten opgenomen die tot de overhead gerekend worden. De verwachte voorlopige realisatie 2023 is € 0,1 mln. lager dan de begroting.
Overhead
Begroting 2023
Voorlopige verwachte Realisatie 2023
Verschil begroting vs. realisatie 2023
Organisatiekosten GR Werk en onderzoek Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Bankkosten
€ 4.132.000 € 324.000 € 161.000 € 186.000 €0 €4.803.000
€ 4.085.000 € 195.000 € 159.000 € 188.000 € 2.000 € 4.629.000
€ 46.000 € 129.000 € 2.000 - € 1.000 - € 2.000 € 174.000
Totaal
Projectbudget Inkoop en Implementatie Kosten gemaakt bij het project Inkoop en Implementatie zijn door de gemeente Rotterdam gedragen en door de GRJR vergoed. Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreffen lasten voor het project Proeftuin kind- en gezinsbescherming. De lasten worden gedekt vanuit de reserve en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting op de reserve is opgenomen bij de balanstoelichting, zie paragraaf 4.5.
Overlopend resultaat
46
Het overlopend resultaat 2023 is per saldo € 4,9 mln. Het gaat hier niet om verschillen door eindafrekeningen met zorgaanbieders. Dat was in eerdere jaarrekeningen nog vaak het geval maar is door aanscherping van de eindafrekeningsprocessen niet meer aan de orde. Het betreft de volgende punten: • € 3,6 mln. incidentele kosten transformatie JH+ over 2022, die pas na jaarrekening 2022 zijn geaccepteerd; • € 1,2 mln. kosten voor specialistische ambulante hulp die volgens informatie bij de opstelling van jaarrekening 2022 zouden worden vergoed uit de SPUK Acute Dienst GGZ (en dus niet via de GRJR om dubbele vergoeding te voorkomen). Deze SPUK was door het rijk via Rotterdam beschikbaar gesteld aan de betreffende aanbieder in het kader van de wachttijdbestrijding. Uit vergelijking van verantwoordingen op het GRJR-contract en de SPUK kwam na jaarrekening vast te staan dat de aanvankelijke dubbeltelling niet was opgetreden en dit bedrag voor rekening van GRJR kwam; • € 0,4 mln. landelijk ingekochte zorg (LTA) nakomende verantwoordingen; • € 0,4 mln. buitenregionale plaatsingen nakomende informatie uit andere regio’s; • € 0,3 mln. jeugdbescherming verschil op afwikkeling subsidies; • -/- € 1,0 mln. voordelige afwikkeling eindafrekeningen. Structureel/Incidenteel Lasten
Begroting na wijziging 2023
Voorlopige verwachte Realisatie 2023
Verschil realisatie vs. begroting 2023
Structureel Incidenteel Totaal
€ 276.731.000 € 1.896.000 € 278.627.000
€ 323.818.000 € 6.945.000 € 330.764.000
-€ 47.087.000 -€ 5.049.000 -€ 52.136.000
Het structurele tekort zit met name bij opdracht B (opname), D (daghulp), opdracht E (ambulante hulp) en bij de LTA-aanbieders. Bij de structurele tekorten wordt de begroting voor 2024 e.v. daarop aangepast. Daarnaast zit er in de incidentele lastenbegroting: 1) Overlopend resultaat van ad € 4,9 mln. geldt als incidentele lasten, begroting is € 0. 2) Transformatiefonds zijn incidentele lasten € 1,4 mln., begroting is € 1,6 mln. Per saldo zit er binnen de incidentele lasten een tekort van € 4,6 mln. in 2023.
47
Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld Taakveld begroot
Baten
Lasten
Saldo
6.72 - Maatwerkdienstverlening 18-
€ 213.823.000
€ 213.823.000
€0
6.82 - Geëscaleerde zorg 186.83 - Geëscaleerde zorg 18+
€ 53.410.000 € 9.711.000
€ 53.410.000 € 9.711.000
€0 €0
Totaal begroot 2023
€ 276.944.000
€ 276.944.000
€0
Taakveld realisatie
Baten
Lasten
Saldo
6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 18-
€ 262.846.000 € 56.490.000
€ 262.846.000 € 56.490.000
€0 €0
6.83 - Geëscaleerde zorg 18+ Totaal realisatie 2023
€ 9.580.000 € 328.916.000
€ 9.580.000 € 328.916.000
€0 €0
Conform de eisen van de BBV zijn de overzichten van taakvelden in de jaarrekening 2023 opgenomen. Op dit moment is het uitgangspunt dat alle uitvoeringskosten van de GRJR direct of indirect bijdragen aan de taakvelden en daardoor toe te rekenen zijn aan de taakvelden.
48
4.3 Balans ACTIVA
31-12-2023
31-12-2022
2.030.000 24.453.000
28.377.000 9.217.000
2.305.000 51.640.000 4.116.000 0
4.280.000 435.000 17.236.000 0
1.902.000
1.553.000
TOTAAL
86.447.000
61.098.000
PASSIVA
31-12-2023
31-12-2022
0 0
0 0
5.049.000
1.057.000
Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen Transformatiefonds (nog te declareren + vast te stellen subsidies) Meer samen doen in crisis Gezamelijke verantwoordelijkheid voor kinderen en ouders Doorbraak en Versterken Zorgbemiddeling Proeftuin kind- en gezinsbescherming Overige vooruitontvangen bedragen
80.909.000 0 0 0 167.000 322.000 0
59.238.000 0 0 0 167.000 637.000 0
TOTAAL
86.447.000
61.098.000
VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk OVERLOPENDE ACTIVA Vorderingen op zorginstellingen Overige vorderingen Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Vooruitbetaalde bedragen LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi
VASTE PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Gerealiseerd resultaat
VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden
OVERLOPEND PASSIVA
Conform het BBV zijn de te betalen bedragen aan zorginstellingen bij de overlopende passiva opgenomen. Ze vallen onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
49
4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten. Vanuit de regiovisie van de deelnemende gemeenten geeft de GRJR vorm aan een “op de lokale infrastructuren aansluitende regionale infrastructuur” en aan het “samen leren wat werkt”. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag. Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarin dertien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR.
De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd.
50
4.5 Toelichting op de balans Toelichting op de balans activa per 31 december 2023
Vorderingen op openbare lichamen Dit saldo van € 2 mln. bestaat uit twee delen. Hiervan is € 1,5 mln. een eindejaar boeking en facturatie aan de deelnemende GRJR-gemeenten met betrekking tot doorbelasting doorschuif BTW 2023. Daarnaast € 0,5 mln vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2023, exclusief extra inleg van € 50,1 mln. m.b.t. het jaarrekeningresultaat. Hieronder een specificatie van de vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2023, exclusief extra inleg van € 50,1 mln. m.b.t. het jaarrekeningresultaat.
Rekeningcourant met het rijk & Schatkistbankieren Ultimo 2023 heeft de GRJR als saldo van haar rekeningcourantverhouding met het rijk ca. € 24,5 mln. te vorderen op de rijksoverheid. Dit komt doordat het kabinet in het verleden het schatkistbankieren heeft ingevoerd. Dit betekent voor decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen als die van Jeugdhulp Rijnmond, dat zij hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Praktisch betekent dit voor GRJR dat alle overtollige liquide middelen boven de drempel van € 4,8 mln. worden gestald bij de schatkist zolang deze niet benodigd zijn. In 2023 zijn geen overschrijdingen geweest en is het drempelbedrag het gehele jaar ongewijzigd gebleven. Onderstaand een overzicht van de aangehouden middelen ten opzichte van het drempelbedrag per kwartaal.
51
Te vorderen bedragen zorginstellingen GRJR maakt gebruik van diverse jeugdzorginstellingen om dienstverlening op het gebied van jeugdhulp te verlenen aan inwoners van de regio Rijnmond. Na de verrekening van voorschotten en tussentijdse afrekeningen heeft GRJR een bedrag van € 2,3 mln. te vorderen op verschillende zorginstellingen. Dit bedrag bestaat uit:
Specificatie vorderingen zorginstellingen
op
Bedrag
Vorderingen 2023
€ 2.000.000
Vorderingen 2022 Totaal
€ 300.000 € 2.300.000
Vorderingen 2023 Dit bedrag van ruim € 2,0 mln. en betreft het nog terug te vorderen saldo voor prestaties door zorginstellingen in 2023. Dit is op basis van de voorlopige productieopgaven van de zorgaanbieders. Overige vorderingen Per jaareinde stond hier een bedrag van € 51.6 mln. bestaande uit: 1. Extra bijdrage jaarrekening resultaat van € 50,1 mln., zie paragraaf 4.2 extra bijdrage deelnemende gemeenten. 52
2. Diverse overige vorderingen van € 1,5 mln. waarvan schatkistbankieren rekeningcourantrente ad. € 0,5 mln en € 0,2 mln Gemeente Rotterdam Projectbudget. Per jaareinde stond er daarnaast nog een bedrag van € 0,8 mln bestaande uit vijf posten. Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Ultimo 2023 staat er voor € 4,1 mln. open aan liquiditeitsborgen. Dit bedrag is een behoorlijk lager van eind 2022. In 2022 zijn de aanbieders hun betalingsverplichtingen nagekomen conform de afspraken. De liquiditeitsborgen (€ 4,1 mln.) zijn verstrekt aan zorgaanbieders die zijn voorgefinancierd vanwege hun penibele liquiditeitspositie. Dit betreffen met name recentere verstrekte liquiditeitsborgen. Vooruitbetaalde bedragen Dit bedrag is eind 2023 € 0. Transformatiefonds (Rijksbijdrage) De afwikkeling van de bijdrage transformatiefonds van de rijksoverheid (waaruit tot 2022 transformatieprojecten werden betaald) is afgerond en het bedrag is eind 2023 € 0. Liquide middelen De liquide middelen bestaan voor de GRJR uit het eindsaldo 2023 van de bankrekening. Deze wordt namens de GRJR beheert door de Gemeente Rotterdam. Het saldo van € 1,9 mln. blijft over na het afromen in kader van de wet Fido / schatkistbankieren.
53
Toelichting op de balans passiva per 31 december 2023
Eigen vermogen en continuïteit Aan de GRJR nemen op dit moment dertien gemeenten deel. Zij delen gezamenlijk in de lasten voor het uitvoeren van deze gemeenschappelijke regeling. Drie gemeenten hebben besloten om hun vanaf 2023 een deel van de jeugdhulp zelf in te kopen, en tegelijkertijd wel te blijven participeren in de GRJR. Algemene Reserve De GRJR heeft ultimo 2022 geen algemene reserve. Dit komt omdat GRJR Jeugdhulp namens 13 gemeenten in de regio Rijnmond uitvoert en de lasten verdeelt over de 13 gemeenten. GRJR beoogt geen positief resultaat te hebben. Eventuele tekorten of positieve resultaten worden over de 13 gemeenten verdeeld. Gerealiseerd resultaat In 2023 heeft GRJR een negatief resultaat behaald van € 50,1 mln. Zoals gebruikelijk wordt dit negatieve resultaat verrekend met de deelnemende gemeenten. Het gerealiseerd resultaat is hierdoor nul. Overige schulden Ultimo 2022 staat er voor € 5,0 mln. open aan overige schulden. Dit bestaat uit een crediteurensaldo per 31-12-2023 ad € 3,7 mln. en een saldo ad € 1,3 mln. nog te betalen verplichtingen zorgcontinuïteit. Te betalen bedragen aan zorginstellingen Hieronder een specificatie van te betalen bedragen aan zorginstellingen ad € 80,9 mln.
54
Specificatie verplichtingen op zorginstellingen
Bedrag
Verplichtingen 2023
€ 75.146.000
Verplichtingen 2022
€ 4.173.000
Verplichtingen 2021 Totaal
€ 1.590.000 € 80.909.000
Verplichtingen 2023 Dit bedrag van € 75,1 mln. betreft het nog te betalen bedrag aan zorgprestaties en subsidies aan zorginstellingen in 2023 op basis van de voorlopige productie in de voorlopige jaarrekening 2023. Verplichtingen 2021 en 2022 Najagen van eindafrekeningen 2021 heeft geresulteerd in een lagere balansstand eind 2023 over voorgaande jaren dan in de vorige jaarrekening. De openstaande verplichtingen betreffen nog door aanbieders te declareren kosten. In 2023 is veel aandacht gegaan naar de eindafrekening 2021 met betrekking tot regionale en LTA-aanbieders. Er zijn begin 2024 nog een aantal eindafrekeningen 2021 met zorgaanbieders afgerond. Grootste aandeel in dit openstaande saldo verplichtingen 2021 heeft één aanbieder. Deze zorgaanbieder is gedurende het hele jaar 2023 nog bezig geweest met het declareren van zorg over 2021 bij de gemeenten. Daarna moet dit bij de gemeenten allemaal afgehandeld worden voordat GRJR goedgekeurde declaraties kan betalen over 2021. Dit wordt op weekbasis betaalbaar gesteld vanuit GRJR. De late declaraties en daarmee samenhangende behandeling bij gemeenten zorgt ervoor dat de eindafrekening voor deze aanbieder over 2021 nog niet definitief is afgewikkeld. Doorbraak en versterken zorgbemiddeling De kosten voor het versterken van zorgbemiddeling worden gedekt uit deze reserve en is dan per saldo neutraal in de jaarrekening.
Proeftuin kind en gezinsbescherming Het subsidiebedrag van € 0,8 mln. was ontvangen in 2021. In 2023 is hier voor € 0,3 mln. uitvoering aan gegeven. Het project kent een oorspronkelijke einddatum van 31 december 2022, maar aangezien er in de loop van 2022 een koerswijziging heeft plaatsgevonden, heeft het project vertraging opgelopen en is het verlengd. Conform de BBV-voorschriften is het resterende bedrag opgenomen onder de overlopende passiva. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”. Niet uit balans blijkende verplichtingen Onder Niet uit balans blijkende verplichtingen worden die verplichtingen verstaan die in 2023 zijn aangegaan ten behoeve van zorg in 2023 t/m 2028.
55
De totaal in gekochte jeugdhulp GRJR betreft vanaf 2023 nog voor tien gemeenten in Rijnmond. De gemeenten Maasluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) hebben per 1 januari 2023 alle specialistische jeugdhulp zelf ingekocht. Voor de 10 gemeenten staan de meerjarige gunningen voor de inkoop van jeugdhulp vanaf 2023 voor de opdrachten A t/m F bij de zeven systeemaanbieders, zeven prestatieaanbieders en twee aanbieders voor jeugdhulpplus hieronder. NUBBVVerplichtingen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Systeemaanbieders Prestatieaanbieders B, C en E
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€ 122.666.000
€
6.394.000
€
6.394.000
€
6.394.000
€
6.394.000
€
6.394.000
€
6.394.000
Prestatieaanbieders D
€
1.315.000
€
1.315.000
€
1.315.000
€
1.315.000
€
1.315.000
€
1.315.000
Jeugdhulpplus
€
9.407.000
€
6.396.000
Totaal
€ 139.782.000
€ 136.771.000
€ 130.375.000
€ 130.375.000
€ 130.375.000
€ 130.375.000
4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Met ingang van 2013 is de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Hieruit volgt de verplichting om in de jaarrekening 2023 melding te maken van: 1. Alle (gewezen) topfunctionarissen en hun bezoldiging 2. Overige medewerkers in dienst van de gemeente welke de norm overschrijden 3. Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van alle topfunctionarissen en van alle andere medewerkers indien deze uitkering de norm overschrijdt. De maximale bezoldiging mag voor een topfunctionaris zonder dienstverband vanaf het tweede jaar niet meer bedragen dan € 223.000 per kalenderjaar (2023) op fulltime basis. In dit bedrag is inbegrepen de beloning, belastbare kostenvergoedingen, voorzieningen voor beloning op termijn (m.n. pensioenpremie). Toetsing aan de norm vindt plaats naar rato van omvang fte en duur dienstverband in het jaar. Voor het toezichthoudend orgaan gelden de volgende maxima: 10% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 22.300) voor de voorzitter en 15% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 33.450) voor de leden. Voor de GRJR is de functie lid van het algemeen bestuur als topfunctionaris aangemerkt binnen de WNT. De leden van het algemeen bestuur zijn genoemd in onderstaande tabel en hebben vanuit de GRJR geen bezoldiging ontvangen.
In 2022 hebben er gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden waarvoor er voor en na de verkiezingen (benoemingen vanaf 22 juni 2022) verschillende AB -en DB-leden waren. Dit is dan ook op die manier gepresenteerd in onderstaande tabel.
56
4.7 Gebeurtenissen na balansdatum In het tijdspad van opstellen en vaststellen van de rekening moeten gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, altijd in de jaarrekening worden verwerkt als deze onontbeerlijk zijn voor het inzicht van de gemeenteraad/gebruiker van de jaarrekening bij de vaststelling van de programmarekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten. Binnen GRJR is zijn er geen gebeurtenissen na balansdatum die hiervoor van toepassing zijn.
57
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT