Bijlage 4. Advies Adviesraad Sociaal Domein
Tekst van het document
Secretaris
Krimpen aan den IJssel Tel. secretaris@adviesraadsociaaldomeinkrimpenaandenijssel.nl www.adviesraadsociaaldomeinkrimpen.nl
Krimpen aan den IJssel, 23 oktober 2024
Aan: College van Burgemeester en Wethouders van Krimpen aan den IJssel Postbus 200 2920AE Krimpen aan den IJssel
Betreft: Gevraagd advies voor het Visiedocument Gezondheid en Sociaal Domein
Geacht College,
Wij ontvingen per mail van 17 oktober jl. van u de vraag om een advies uit te brengen op het concept SAMEN OP KOERS! voor een gezond en veerkrachtig Krimpen (Visiedocument Gezondheid en Sociaal Domein 2025-2030). Reeds eerder, op 25 juni jl. hebben wij een ongevraagd advies uitgebracht over een eerder concept van het visiedocument. Tijdens een vergadering van de werkgroep Participatiewet op 10 oktober jl. is door enkele vertegenwoordigers van onze Adviesraad teleurstelling uitgesproken over het feit dat zo weinig van ons eerder uitgebrachte ongevraagd advies was verwerkt in het huidige visiedocument. Wij hadden op een royalere verwerking van onze adviezen gehoopt. Nu ons gevraagd wordt om een advies verwijzen wij opnieuw naar ons eerder uitgebrachte ongevraagd advies, dat u hieronder aantreft. Daaraan voorafgaand maken wij nog een paar opmerkingen over het huidige ontwerp. In het kader van een groot beroep op individuele voorzieningen wijst u op pag. 9 op de kostenstijgingen in het sociaal domein. Ze drukken zwaar op de gemeentelijke begroting en vragen om maatregelen. Aan welke maatregelen denkt u?
1
Op pag. 12 stelt u het alcohol- en drugsbeleid te willen verminderen. We kennen u lang genoeg om te weten dat u het nu anders formuleert dan u bedoelt. Wilt u het “drugsbeleid” in “ drugsgebruik” veranderen? Zoals hiervoor aangegeven herhalen we hierbij ons ongevraagd advies.
A. Beleid en uitvoering. Bij de op te stellen beleidskaders is het van wezenlijk belang aan te geven hoe ze worden gerealiseerd. Onze burgers hebben baat bij de uitvoering van wat de gemeente als beleid heeft vastgesteld. Cruciaal is daarbij de positie van die burger, het gaat om hulp en bijstand voor onze medemens. Het is namelijk gebleken, dat het beleid qua uitvoering niet alleen tegen grenzen aanloopt, maar ook tal van knelpunten ontmoet. Wat is de waarde van beleid, dat feitelijk niet uitvoerbaar blijkt te zijn? Rapporten op rijksniveau hebben dit enkele jaren geleden naar voren gebracht. Het gemeentelijk beleid is vaak een afgeleide van het overheidsbeleid, met gebruikmaking van gemeentelijke vrijheden. Wij adviseren u bij het formuleren van elk beleidsitem dat meteen te relateren aan de uitvoeringsaspecten. Anders gezegd: beleid formuleren en aan het papier toevertrouwen is niet zo moeilijk, maar hoe verloopt de uitvoering? Laat die vraag steeds centraal staan.
B. Doelmatige dienstverlening. Uitvoering van het gemeentelijk beleid mondt uit in vormen van dienstverlening. Die dienstverlening maakt gebruik van veel middelen, zoals een persoonlijk contact, een bezoek aan huis, digitale mogelijkheden, de gemeentelijke website, sociale media, enz. De burger is gebaat bij duidelijke, tijdige en adequate informatie. Wij adviseren u beleidskaders vast te stellen voor een optimale dienstverlening. Wij bedoelen specifiek informatie-op-maat. Dat betekent dat algemene communicatie wordt vervangen door specifieke, persoonsgerichte informatie, zoals brieven, mailingen, e.d. die gericht zijn op de positie en de situatie van de betrokkene. Vooral ouderen en inwoners van buitenlandse herkomst hebben hier veel baat bij. Bij te maken afwegingen moet het belang van én de acceptatiegraad bij de burger een grotere rol spelen. Wij adviseren tevens beleid te maken om de bereikbaarheid van gemeentelijke diensten te verbeteren en te optimaliseren, zo mogelijk zelfs 24 uur per dag. Alleen al een contact met een medewerker - ook al wordt niet meteen een oplossing gevonden - geeft rust in een spanningsvolle situatie, zowel voor ouderen als voor jongeren.
2
C. Preventie. Voorkomen is beter dan genezen, zo luidt een gezegde dat algemeen bekend is. Wij adviseren in de beleidskaders meer en concreet aandacht te geven aan preventie. De problematiek van de Jeugdzorg is in sterk toenemende mate omvangrijk en weerbarstig, niet alleen in financieel opzicht maar ook in menselijk opzicht. Hopelijk kan meer preventief beleid de instroom van hulpbehoevende jongeren beperken. Daarbij zijn niet alleen de jongeren in het vizier, maar ook de ouders. Er zijn ook nog de scholen, de sportverenigingen en andere organisaties, die een rol kunnen vervullen. De vele jongeren die het criminele pad opgaan (aanslagen, berovingen, uithalers, enz.) verspillen hun tijd en vergooien hun toekomst. Ze zijn het waard om te worden benaderd en geholpen. Maak daarom beleid met betrekking tot preventie. Een goede aanpak zal ook een positief effect hebben op de bestrijding van verslavingen zoals van drugs, drank en gokken. Die goede aanpak vraagt ook om een kritische blik op de kwaliteit van de programma’s om jongeren uit de criminaliteit te houden. Ouderen kunnen er voordeel van hebben als het gaat om het gebruik van WMO-hulpmiddelen overbodig te maken.
D. Eigen verantwoordelijkheid Het einde van de welzijnsstaat, die ontstond aan het einde van de vorige eeuw, nadert. De grenzen zijn bereikt, ook in financieel opzicht, zowel op rijksniveau als bij gemeenten. Bij het formuleren van nieuw beleid moet de eigen verantwoordelijkheid van elk individu een grotere rol spelen. De gemeente hoeft niet de eerste instantie te zijn als het gaat om hulp, om voorzieningen e.d. Familie, buren, kennissen kunnen vaak ook die rol vervullen, waarbij dan de gemeente als sluitstuk de laatste schakel vormt. Meer onderlinge hulp e.d. schept verbinding tussen mensen en geeft solidariteit. Kortom, de gemeente kan soms een stapje terug doen. Bij de totstandkoming van de WMO destijds, was deze gedachte het uitgangspunt.
E. Schuldhulpverlening De schuldenproblematiek is hardnekkig en neemt steeds grotere vormen aan. Op andere plaatsen van het land wordt geëxperimenteerd met nieuwe manieren om deze problematiek te bestrijden. Bekend is, dat met name door jongeren veel schulden worden gemaakt en dat dit in veel gevallen leidt tot depressiviteit. Wij adviseren om bij het opstellen van beleid te zoeken naar vormen om deze problematiek effectiever en efficiënter aan te pakken en daarbij kennis te nemen van ervaringen met experimenten elders. Te denken valt bijvoorbeeld aan het opkopen van schulden. Ons inziens is een indirect voordeel van een effectievere aanpak dat de gezondheid en het welbevinden van de betrokkenen verbetert.
3
F. Vergrijzing. Een groot deel van de ouderen maakt gebruik van de WMO-hulpmiddelen. Tot 2040 zal het aantal ouderen toenemen met 25%. Het valt dus te verwachten dat het aantal ouderen met een WMOhulpmiddel navenant zal groeien. Houd bij het vaststellen van het nieuwe beleid hiermee rekening en anticipeer tijdig op deze ontwikkeling. Dit geldt met name met betrekking tot ouderen, die noodgedwongen zelfstandig moeten blijven wonen. Ook dan zal meer hulp nodig zijn, terwijl de krapte op de arbeidsmarkt wat de hulpverlening betreft, niet afneemt. We blijven benieuwd naar uw reactie en hopen u alsnog met onze adviezen en overwegingen van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet namens de Adviesraad,
Voorzitter.
Secretaris.
4