bijlage 3 - Kaderbrief 2022 GGD-RR
Tekst van het document
g emeenschappelijke
Betreft: Van: Datum:
regeling
brief aan raden inzake financiële en beleidsmatige kaders secretaris algemeen bestuur gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond maart 2022
Aanleiding en kernboodschap De wet op de gemeenschappelijke regelingen verplicht het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan elk jaar vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening te zenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Bij het opstellen van een begroting voor de gemeenschappelijke regeling GGD-RR wordt normaliter gewerkt met een cyclus van vier jaar. Elke vier jaar wordt de begroting opnieuw opgebouwd. De keuzes voor de omvang van het basistakenpakket, de gehanteerde tarieven, de noodzakelijke ureninzet en overige kosten worden op basis van ervaringen van de vorige periode aangepast en aangescherpt. Binnen die periode van 4 jaar wordt de begroting niet meer gewijzigd. Er wordt wel geïndexeerd conform het indexatiepercentage van de kring van gemeentesecretarissen. Overeenkomstig de huidige cyclus, zou nu de nieuwe 4jaarsbegroting voor 2023 – 2026 worden opgesteld. Met oog op de wisseling van bestuur (gezien de gemeenteraadsverkiezingen die dit jaar plaatsvinden), wordt op basis van besluit AB GGD 16 december 2021 de cyclus doorbroken en presenteren we eenmalig een jaarbegroting 2023. Daarmee krijgen de nieuwe colleges meer sturingsmogelijkheid op accenten in de nieuwe 4-jaars begroting 2024-2027.
Dat wordt verder ondersteund door het feit dat het voor de GGD te vroeg is om nu al een adequate 4-jarenbegroting te presenteren, omdat: - Het AB-GGD bij vaststelling van de koers GGD 3.0 (1 juli 2021) heeft laten optekenen dat er voorlopig geen extra bijdrage aan gemeenten wordt gevraagd voor invulling van ambities GGD 3.0, maar aan deze ambities invulling wordt gegeven middels de verwachte extra bijdrage door het Rijk; - Op dit moment nog niet duidelijk is welke omvang de beoogde Rijksmiddelen t.b.v. versterking van de publieke gezondheid hebben en hoe ze worden verdeeld voor de komende jaren; - Er nog verschillende (landelijke) discussies zijn t.a.v. herijking van de Wet publieke gezondheid en zodoende het basistakenpakket van de GGD; - Daarbij blijft een aanhoudende druk op de organisatie bestaan waar men nog dagelijks bezig is met bestrijding van het coronavirus middels onder meer testen, bron en contactonderzoek (BCO) en vaccinatiecampagnes; Zolang er onvoldoende duidelijkheid is over de financiële bijdrage van het Rijk en invulling van nieuwe basistaken, biedt eenmalig een jaarbegroting voor 2023 ruimte om dit jaar naar een herijking voor de 4-jaarsbegroting voor 2024 en verder te kijken.
1
Noodzakelijke begrotingswijzigingen 2023 Extra middelen voor toezicht en handhaving gastouderopvang Om het toezicht en de handhaving in de gastouderopvang te intensiveren, is structureel 6,4 miljoen euro extra beschikbaar gesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De extra middelen worden beschikbaar gesteld via de algemene uitkering in het gemeentefonds (niet geoormerkt). Iedere gemeente ontvangt vanaf 2022 extra middelen om 50% van de gastouderopvanglocaties te kunnen inspecteren in 4,5 uur per locatie. Er wordt een verdeling aangehouden voor de taken toezicht en handhaving, respectievelijk 65% en 35%. Het AB heeft 16 december 2021 het voorstel aangenomen om vanaf 2023 structureel 50% per jaar extra inspecties gastouderopvang uit te voeren en de formatie hiervoor uit te breiden. Dit is verwerkt in de begroting voor 2023. NB: voor 2022 is in hetzelfde AB van november 2021 besloten 2022 te benutten als overgangsjaar waarbij de gastouderinspecties met 20% worden uitgebreid. Indexatie Conform de gemeentesecretarissenbrief van alle gemeenten in Rijnmond passen we indexatie toe o.b.v. het door de gemeentesecretarissen vastgestelde indexatiepercentage. Voor 2023 betekent dit een index van 4,8% waarmee we komen op een inwonersbijdrage van € 6,67.
De bedragen voor kinderopvanginspecties per gemeente zijn afhankelijk van het aantal kinderopvanglocaties in een gemeente. Daarom maken we per gemeente afspraken over de gewenste inkoop en is er geen standaard inwonerbijdrage per gemeente te bepalen voor dit product. De gemiddelde inwonerbijdrage voor kinderopvanginspecties (het variabele gedeelte van het basistakenpakket) is € 2,26. Inwerkingtreding Omgevingswet De Omgevingswet, die per 1 januari 2023 wordt ingevoerd, verplicht gemeenten “een gezonde leefomgeving te bereiken en in stand te houden”. Gezondheid in de Omgevingswet gaat niet alleen over de fysieke milieufactoren. Ook onderwerpen als meer bewegen, gezonde voedselomgeving en ruimte voor maatschappelijke voorzieningen moeten terugkeren in het ruimtelijke beleid. Rekening houden met gezondheidsaspecten bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving is uiterst belangrijk omdat: Een gezondere leefomgeving leidt tot gezondere inwoners en een toename van het algemeen welbevinden; Het bijdraagt aan het verminderen van gezondheidsachterstanden en verkleinen van gezondheidsverschillen; Een gezonde omgeving de ziektelast vermindert. Hierdoor kunnen we maatschappelijke zorgkosten terugdringen; Een gezonde leefomgeving het gebied aantrekkelijk maakt voor bewoners en bedrijven om zich te vestigen.
Middels de Wet publieke gezondheid (Wpg) dragen burgemeester en wethouders reeds verantwoordelijkheid publieke gezondheid te beschermen door in bestuurlijke besluiten rekening te houden met gezondheidsaspecten (art. 2c). Met inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt gezondheid een verplichte afweging bij alle besluiten over de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt de gestelde termijn voor het afhandelen van vergunnings-
2
aanvragen verkort van 26 weken naar 8 weken. Implementatie van de Omgevingswet vereist, naast extra capaciteit, specifieke gezondheids- en milieu gerelateerde expertise. De wet schrijft niet voor hoe gemeenten invulling moeten geven aan de opgelegde verantwoordelijkheden. Op 10 maart jl. heeft het algemeen bestuur unaniem besloten, om de basistaak ‘collectieve advisering gezonde leefomgeving’ per 1 januari 2023 in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Hiermee kan de beperkte, door de gemeente Rotterdam voorgefinancierde, basis van expertise, kennis en het netwerk worden uitgebouwd voor de gehele regio. Daarnaast heeft een aantal gemeenten gekozen voor het plusproduct ‘gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’. Het is een efficiënte keuze om de basistaak op te nemen in de gemeenschappelijke regeling. De benodigde expertise is specialistisch en behoeft onderhoud om de vakkennis accuraat te houden. Het is voor (kleine) gemeenten niet lucratief om deze deskundigheid zelf in dienst te nemen. De GGD beschikt al deels over specifieke expertise die noodzakelijk is, bijvoorbeeld ten aanzien van de gezondheidseffecten van luchtkwaliteit en geluid. Bovendien heeft de GGD als gezondheidsdienst toegang tot (medische) gezondheidsdata en fungeert in een goed netwerk.
Niet alleen met regionale samenwerkingspartners binnen de regio Rijnmond en de provincie maar ook in landelijke overlegstructuren (met o.a. RIVM en universiteiten) en in samenwerking met de GGD’en van omringende regio’s. Basistaak: collectieve advisering gezonde leefomgeving De basis zorgt ervoor dat de GGD ten behoeve van de gehele regio beschikt over adviseurs met specifieke expertise en ervaring (medisch-inhoudelijk en gemeentelijk-procesmatig), over de tools en over het netwerk om inhoudelijk werkbare adviezen te geven voor een gezonde leefomgeving op regionale schaal. Het biedt een basiszekerheid voor inwoners van Rotterdam-Rijnmond, waar de regiogemeenten als collectief verantwoordelijkheid voor dragen.
Deze basisinzet van de GGD bestaat uit: • Ter beschikking hebben en houden van een toolbox (zoals Richtlijnen publieke gezondheid, kernwaarden Gezonde leefomgeving); • Vertegenwoordiging publieke gezondheid in regionale gremia zoals Rijnmondberaad Omgevingswet en programma Gezond en veilig Zuid-Holland; • Faciliteren van gemeenten in hun rol voor een gezonde leefomgeving: trainingen, bestuurdersreis, e.a., in samenwerking met de provincie • Kunnen werken met basisinstrumenten en -processen van de Omgevingswet, waaronder het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); • Brengen van samenhang in de uitvoeringsdiensten DCMR (milieudienst Rijnmond), de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) en de GGD voor efficiënte dienstverlening aan de gemeenten; • Deelnemen in landelijke inhoudelijk vak- en expertisegroepen met RIVM. Daarbij zijn er ruimtelijke opgaven die de gemeentegrenzen overstijgen. Denk hierbij aan de regionale energiestrategie (o.a. windmolens, biomassa), aanleg en/of uitbreiding van (snel)wegen, Rotterdam-The Hague Airport, dossier Havengeluid en omgeving i.r.t. de woningbouwopgave, etc. Gevoelige opgaven waarbij het wenselijk is dat de gezondheidsbescherming van alle inwoners op eenzelfde wijze geborgd is, ongeacht de gemeente waar je woont. De vaste inwonerbijdrage voor het basisproduct collectieve
3
advisering gezonde leefomgeving bedraagt in de begroting van 2023 totaal 37 eurocent1. Adviesvragen van individuele gemeenten maken geen onderdeel uit van deze basis. Plusproduct: gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving Met het plusproduct heeft een individuele gemeente beschikking over GGD-advies op maat. De gemeente kan dit inzetten om te voldoen aan de Omgevingswet. Het gaat om adviesaanvragen omtrent gezondheid bij zaken als: • Project- en gebiedsontwikkeling; • Vergunningverlening; • Omgevingsvisie; • Een belaste locatie; • Klimaatadaptatie en energietransitie; • Lokaal geluids- of bodembeleid; • Functiemenging bedrijven-wonen; • Inrichting van de buitenruimte; • Planning van maatschappelijke voorzieningen; • Toepassing van nieuwe (bijv. circulaire) technieken • Enz. Het op orde hebben en houden van de basistaak is noodzakelijk voor de GGD om het plusproduct te kunnen aanbieden. Voor het plusproduct geldt een minimale afname van 0,022 fte (= 30 uur of €3.685 op jaarbasis) per 10.000 inwoners voor een termijn van 2 jaar om invulling te kunnen geven aan deze taak. Het staat gemeenten vrij om deze minimale inzet uit te breiden.
Met basis en plus samen heeft de gemeente in de GGD een deskundige en betrouwbare adviseur die de gemeente ondersteunt op de taken voor de gezonde leefomgeving (ook onder de Omgevingswet) als belangrijke pijler van de volksgezondheid en collectieve preventie. In het AB GGD d.d. 10 maart 2022 hebben de meeste regiogemeenten gekozen het plusproduct ‘gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’ per 1 januari 2023 af te nemen. Deze gemeenten maken, zoals te doen gebruikelijk bij plusproducten, nadere afspraken met de GGD over de precieze omvang van het plusproduct voor hun gemeente per 2023. Enkele gemeenten hebben de GGD gevraagd om gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving per 1 juli 2022, om de periode tot 2023 te kunnen overbruggen. Hierover worden bilaterale afspraken met betreffende gemeenten gemaakt en vastgelegd in een offertebrief. Evaluatie en consequenties voor de meerjarenbegroting 2024-2027 GGD en gemeenten evalueren 2023, het eerste volledige jaar van het werken met de nieuwe basistaak en het plusproduct onder de Omgevingswet, in het eerste kwartaal van 2024. Indien de uitkomsten daarvan aanleiding geven tot het wijzigen van de inhoud en/of omvang van de basistaak en/of het plusproduct, wordt dat verwerkt in de begroting 2025. Deze wordt Q2 2024 voor zienswijzen bij de gemeenteraden aangeboden.
Het betekent dat de meerjarenbegroting 2024-2027 op het punt Omgevingswet tussentijds gewijzigd kan worden.
1
Dit bedrag is verwerkt in de inwonerbijdrage van het product B5 Medische Milieukunde
4
Beleidsmatig kader De GGD Rotterdam-Rijnmond (GGD-RR) voert een uniform pakket van basistaken uit voor het gehele werkgebied. Aan de gemeenschappelijke regeling GGD-RR nemen alle gemeenten in de regio Rijnmond deel: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, GoereeOverflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. Omdat per 1 januari 2023 de gemeenten Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne de nieuwe fusiegemeente Voorne aan Zee zullen vormen is in de begroting reeds inzichtelijk gemaakt wat de bijdrage voor de nieuwe fusiegemeente zal worden. De Wet publieke gezondheid (WPG) is het kader waarbinnen de GGD-RR namens de gemeenschappelijke regeling de basistaken uitvoert voor de deelnemende gemeenten. Gemeenten kunnen verder bilateraal afspraken maken met de GGD-RR over de inkoop en uitvoering van zogenaamde (extra) plusproducten. Uitkomst jaarverslag 2021 De begroting voor het basistakenpakket is een overeenkomst tussen de gemeenschappelijke regeling GGD-RR en de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling besteedt de uitvoering van de basistaken uit aan de gemeente Rotterdam. Dit geldt ook voor de bestuurlijke ondersteuning en het verzorgen van de financiële transacties.
De GGD-RR legt over de bedrijfsvoering verantwoording af aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De rekening van de gemeenschappelijke regeling is slechts een weergave van het geheel aan baten en lasten voor de regiotaken per gemeente en is onderdeel van de rekening van de gemeente Rotterdam. Voor de informatievoorziening naar het bestuur van de gemeenschappelijke regeling GGD-RR wordt een jaarverslag opgesteld met daarin een weergave van de gerealiseerde prestaties op de basistaken. Omdat de gemeenschappelijke regeling geen eigen jaarrekening kent, kan ze in die zin, in tegenstelling tot de gemeente Rotterdam, niet voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit is ook met de Provincie Zuid-Holland, als toezichthouder op gemeenschappelijke regelingen, afgestemd. Wel zal in het kader van de het traject GGD3.0 ook gekeken worden, op verzoek van de provincie, wat er in de toekomst wellicht nog mogelijk is om meer in de lijn van de BBV richtlijnen te komen. Het jaarverslag 2021 zal na bespreking in de vergadering van het algemeen bestuur ter kennisname aan de raden gezonden conform wettelijke eisen. Omdat alle basistaken (behalve kinderopvanginspecties) “verzekeringsachtige taken” betreffen, vindt er geen nacalculatie plaats.
Een gemeente wordt niet na afloop aangeslagen als er meer uitbraken zijn omdat deze verrekening niet plaatsvindt, de bijdrage is in die zin meer een “verzekeringspremie”. Op de kinderopvanginspecties (gebaseerd op het aantal inspecties in een gemeente, iets dat vrij goed is te plannen en af te rekenen) vindt wel een verrekening plaats. Wanneer meer of minder wordt gedaan dan oorspronkelijk is afgesproken gebeurt dit overigens altijd in overleg. De verrekening vindt plaats na vaststelling van het jaarverslag.
5
Vervolg proces De concept-begroting 2023 wordt na vaststelling door het algemeen bestuur op 10 maart 2022 verzonden aan de griffiers van de gemeenteraden van alle deelnemende gemeenten. In de vergadering van het algemeen bestuur van 30 juni 2022 volgt de definitieve vaststelling van de begroting 2023 inclusief de zienswijzen van de raden. Daarna zal voor 1 augustus 2022, conform wettelijke eis, de toezending aan Gedeputeerde Staten plaatsvinden.
Secretaris alg. bestuur GGD Rotterdam Rijnmond
Mevr. Dr. Y.H.T.P van Duijnhoven Directeur publieke gezondheid
6