Bijlage 3. Jaarverslag en Jaarrekening DCMR 2023
Tekst van het document
Jaarstukken 2023
CONCEPT
Auteur (s) Documentnummer Versie: Datum
: DCMR o.l.v. concerncontroller : 22359719 : 0.9 : 11 april 2024
Inhoud 1
Voorwoord
3
Deel A: Jaarverslag
5
2
Hoofdlijn Jaar 2023
5
3
Programma Milieubeheer
9
4
Paragraaf Bedrijfsvoering
22
5
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
23
6
Paragraaf Financiering
24
7
Verlies- en winstrekening en toelichting
25
Deel B: Jaarrekening
26
8
Balans en toelichting
26
9
Algemene waarderingsgrondslagen
34
10
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting
35
11
Rechtmatigheidsverantwoording
36
Deel C: Overige gegevens
37
12
Wet normering topinkomens
37
13
Bestuursleden algemeen bestuur
38
Bijlagen
39
2
1 Voorwoord In 2023 heeft DCMR zich weer volledig ingezet voor haar missie van een ‘een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving’. Dit hebben we gedaan vanuit onze taken vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en monitoring. Dit was mogelijk door de grote en gezamenlijke inzet van alle DCMR-medewerkers: de vele milieu-inhoudelijk experts, maar ook alle collega’s die vanuit ondersteunende taken hieraan hebben bijgedragen. De missie van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving kreeg in 2023 extra aandacht door een indringend advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De OvV onderzocht de milieutaakuitvoering bij een drietal bedrijven en concludeerde dat de bescherming van de gezondheid van omwonenden tegen schadelijke industriële emissies beter moet. Voor één van deze onderzochte bedrijven, Chemours in Dordrecht, voert DCMR in opdracht van de provincie Zuid-Holland de VTHtaken uit. De OvV erkent dat we bij dit bedrijf reeds scherpe eisen hebben gesteld Maar constateert tegelijkertijd dat de zorgen bij omwonenden groot zijn. Het rapport van de OvV is voor ons een belangrijke aansporing om na te gaan hoe we in onze taakuitvoering en samen met onze samenwerkingspartners ons nog meer kunnen inzetten voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
Vanuit onze rollen als bevoegd gezag en VTH-uitvoerder hebben we daarbij nadrukkelijk gewezen op het belang van aanvullende wetgeving die een betere bescherming van omwonenden mogelijk moet maken. Op landelijk niveau wordt daarom door bevoegd gezagen, omgevingsdiensten en het Rijk intensief samengewerkt om te komen tot een meer integrale aanpak om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen. Voor de uitvoering van milieutaken is een goede organisatie en kennispositie van omgevingsdiensten essentieel. In het Interbestuurlijk programma (IBP) wordt landelijk gewerkt aan het versterken van het VTH-stelsel op het gebied van o.a. kennisuitwisseling, informatievoorziening en kwaliteit. In 2023 is getoetst of de omgevingsdiensten voldoende robuust zijn, waarbij bleek dat alle omgevingsdiensten nog niet voldoen aan de afgesproken criteria voor robuustheid. DCMR stelt daarom een plan van aanpak op, waarin wordt uitgewerkt hoe we wel aan de criteria voor bijvoorbeeld innovatie en opleidingsbudget kunnen gaan voldoen. De bedrijfsvoering van DCMR werd in 2023 gekenmerkt door een grotere dynamiek in externe ontwikkelingen dan in de jaren ervoor. De hoge inflatie, een moeilijke arbeidsmarkt, stijgende loonkosten en inhuurtarieven betekenden voor DCMR een forse opgave in de aansturing van de bedrijfsvoeringstaken.
De adequate voorbereiding op de Omgevingswet vormde hierbij ook nog een extra uitdaging. Gedurende het jaar is door het management en het bestuur zo scherp mogelijk gestuurd om de kosten en opbrengsten goed in balans te houden. In dit jaarverslag nemen we u mee in de meest opvallende momenten van 2023, waarin wij met onze experts ons hebben ingezet voor de leefomgeving.
Meindert Stolk
Rosita Thé
Voorzitter bestuur DCMR
Secretaris
3
Het algemeen bestuur van DCMR Milieudienst Rijnmond,
Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur,
Gelet op artikel 29 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond;
BESLUIT:
vast te stellen Jaarverslag en Jaarrekening 2023
DCMR Milieudienst Rijnmond, Schiedam, 4 juli 2024
De voorzitter,
De secretaris,
Dhr. M. Stolk
Mevr. R. M. Thé
4
Deel A: Jaarverslag 2 Hoofdlijn Jaar 2023 2023 was een intensief jaar. Het kenmerkt zich naast de reguliere werkzaamheden, ook door een verhoogde inzet. Alle afdelingen en expertises binnen DCMR Milieudienst Rijnmond leverden een significante bijdrage aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. DCMR had in 2023 te maken met uitvoerige maatschappelijke discussies over onder meer PFAS, bezorgdheid bij omwonenden van industrie, uitspraken in rechtszaken, mondige samenleving en intensivering van de energietransitie. Dit alles heeft gevraagd om een grote, gezamenlijke inspanning. Inzet bij incidenten Neem de brand bij afvalverwerker AVR in september bij Rozenburg. Nadat de brand uitbreekt en de meldkamer van DCMR als eerste een melding ontvangt, zet dit alle raderen intern in werking. Directiepiket en communicatiepiket worden ingeschakeld. Milieupiket gaat ter plaatse. Op de meldkamer is, gezien de omvang en de aard, direct een crisiscoördinator aangesteld. De inzet blijft niet bij het moment van de brand. Onderzocht wordt of de brand een dioxineverontreiniging heeft veroorzaakt. In de nasleep hebben wij ons als omgevingsdienst bezig gehouden met de herverdeling van het huisvuil in de regio, het regelen van vergunningen en tijdelijke toestemmingen en het toezicht daarop, en de communicatie hierover.
Daarnaast levert AVR warmte aan het Rotterdamse warmtenet, waarvoor maatregelen genomen zijn om de warmtevoorzieningen aan huishoudens veilig te stellen. Al eerder bleek dat bij AVR extra aandacht nodig is voor milieu en veiligheid. De afvalverwerker kreeg al extra toezicht als gevolg een aantal kwiklozingen een paar maanden eerder. In 2023 is er ook gewerkt aan een nieuwe vergunning voor AVR. Extra aandacht voor gezondheidsrisico’s In 2023 rapporteerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) dat de gezondheid van omwonenden van industrie in Nederland niet voldoende wordt gewaarborgd. Een van de onderzochte casussen was Chemours, een chemisch bedrijf in Dordrecht, waar DCMR de VTH-taken uitvoert. De omgeving van Chemours is vervuild door jarenlange PFAS-uitstoot, een schadelijke stof die niet afbreekt in het milieu. De provincie Zuid Holland als bevoegd gezag en DCMR als omgevingsdienst stellen daarom in de vergunning scherpe eisen aan dit bedrijf, maar na bezwaren van Chemours bleek bij de rechter dat een aantal eisen geen stand hield. Daarom bepleiten de provincie en DCMR om in de landelijke wetgeving strengere regels op te nemen. Ook bij stoffen waarvan de risico’s nog niet precies bekend zijn (de zogenoemde potentiele zeer zorgwekkende stoffen) moet het voorzorgsbeginsel beter worden toegepast.
Dat wil zeggen: niet produceren en gebruiken zolang we de gezondheidsrisco’s niet kennen. Dit pleidooi is ook ingebracht bij de rijksoverheid en de Tweede Kamer. DCMR aanpak DCMR heeft zich, gezamenlijk met zijn opdrachtgevers, (meerjarige) doelen gesteld. Deze stonden ook in 2023 centraal. DCMR realiseert deze door middel van het verlenen van vergunningen, het uitvoeren van toezicht en handhaving, en het geven van gespecialiseerd milieu- en ruimtelijk advies. Ook zet DCMR daarvoor allerlei gespecialiseerde (geluids)metingen in en monitoren we de uitstoot. Het afgelopen jaar heeft de afdeling Toezicht en Handhaving de meest risicovolle bedrijven in ZuidHolland en Zeeland allemaal gecontroleerd en bezocht. Tijdens deze controles zijn milieu- en veiligheidsdoelen meegenomen. Relatief veel extra inzet moest gepleegd worden op een aantal aandachtsbedrijven, zoals AVR en Chemours. Onze toezichthouders hebben sterk ingezet op de naleving van regels en het behalen van gestelde doelen. Het draait daarbij allang niet meer louter om handhaving, maar om beïnvloeding van het gedrag van bedrijven door onder meer de inzet van een financiële prikkel, zoals last onder dwangsom. Ook zijn gedragsonderzoekers ingeschakeld om ervoor te zorgen dat bedrijven structureel verbeteren, bijvoorbeeld door aan de hand van een beknopte vragenlijst (MVP: Meting Veiligheidsperceptie) 5
bedrijven een spiegel voor te houden over hoe hun medewerkers het veiligheidsklimaat ervaren. Dit instrument motiveert bedrijven aan om aan de slag te gaan met de aandachtspunten rond veiligheid en gedrag in hun organisatie. Daarnaast wordt het gericht inzetten van communicatie en publiciteit ingezet om een bedrijf te laten naleven. Daarmee wordt het communicatieve aspect voor ons als omgevingsdienst steeds belangrijker. DCMR werkt op gebied van gedragsbeïnvloeding samen met Omgevingsdienst (OD) de Vallei, ODNZKG en OD Twente. Deze samenwerking leidt tot meer impactvolle interventies. Een voorbeeld daarvan is het stookinstallatieproject (SCIOS). Deze zouden periodiek gekeurd moeten worden uit veiligheids- en milieuoverwegingen. In de praktijk gaat dit vaak mis, een landelijk probleem dat veel tijd kost maar waar het reguliere toezicht niet voor een structurele oplossing zorgt. De gedragsdeskundigen onderzoeken het gedrag van de overtreders en ontwikkelen vervolgens kansrijke interventies om dit probleem slimmer aan te pakken. De samenwerking met andere ODs zorgt ervoor dat we in diverse regio's diverse interventies kunnen uitrollen en testen welke aanpak het meeste resultaat oplevert. Deze aanpak kunnen we vervolgens landelijk opschalen.
Door ervaringen uit te wisselen weten omgevingsdiensten steeds beter wat de prioriteiten bij de inspecties moeten zijn en hoe de naleving van regels kan worden verbeterd. Energie transitie De energietransitie krijgt volop aandacht. In de Rijnmondregio werken bedrijven en overheden hard aan de energietransitie: we schakelen over van fossiele energiebronnen naar duurzame energieopwekking. Dit zal er toe leiden dat de Rijnmond er in 2050 compleet anders uitziet dan nu. De ingewikkelde ruimtelijke puzzel die dat oplevert, waarin de belangen van energie en grondstoffen transitie, woningbouw en leefbaarheid richting 2050 een plek krijgen wordt uitgewerkt in het Novex traject met de rijks-, provinciale- en gemeentelijke overheden. Hierin werkt DCMR met zijn ruimtelijke en milieukennis actief mee. Maar in deze overgang hebben we soms wel te maken met dilemma’s en tegengestelde belangen. We zetten hierop in via onze programma’s energietransitie, circulaire economie en de start van een gespecialiseerd team Energie Een voorbeeld van zo’n dilemma speelt bij waterstof. Het gebruik van waterstof en waterstofdragers als ammoniak helpt in het halen van de klimaatdoelen. Maar waterstof en waterstofdragers als ammoniak moeten wel worden gemaakt, opgeslagen en getransporteerd. Ammoniak kan als efficiënte energiedrager worden gebruikt.
Het vervoer, het opslaan en het weer omzetten van ammoniak naar waterstof moet natuurlijk wel veilig gebeuren. Dit vraagt strenge regelgeving en zorgvuldige communicatie met omwonenden. DCMR zet zich ervoor in dat aan het vervoer en de opslag van ammoniak de allerhoogste veiligheidseisen worden gesteld. Hiertoe heeft DCMR aangedrongen op en ook bijgedragen aan een versnelde actualisatie van de regels voor grootschalige ammoniakopslag in de PGS12, zodat we op het hoogste veiligheidsniveau vergunningen kunnen verlenen voor ammoniakopslag. Deze nieuwe regels worden al toegepast bij de eerste vergunningaanvragen voor grootschalige ammoniakopslag in Zuid-Holland en Zeeland. Een voorbeeld van tegengestelde belangen kan zich voordoen bij de inzet van windmolens. Windenergie is belangrijk voor het realiseren van de klimaatdoelen. Omwonenden kunnen echter hinder ervaren zoals geluid en slagschaduw. Als omgevingsdienst geven we ruimtelijke adviezen en hebben een toetsende rol om die hinder te beperken. Tenslotte is het besparen van energie een andere goede manier om de beoogde reductie in CO2 emissie te realiseren. Vanuit ons nieuwe gespecialiseerde team energie houden we toezicht op de gestelde besparingseisen. We gaan echter een stuk verder door bedrijven te stimuleren verdergaande maatregelen te treffen. In dit kader maken we ook afspraken met brancheverenigingen en koepels.
Het afgelopen jaar hebben de hogere energieprijzen geholpen om het belang van energiebesparing uit te leggen. Samenwerking Nederland kent 28 omgevingsdiensten, waarvan vijf in Zuid-Holland. De vijf diensten in Zuid-Holland hebben in 2023 de samenwerking versterkt. Ze hebben immers vergelijkbare opgaven en dan zorgt samenwerking voor meer kwaliteit en efficientie. Zo werken de vijf samen op het gebied van digitalisering, datagedreven werken en arbeidsmarktcommunicatie via de gezamenlijke campagne “de betere wereldbaan”. Ook landelijk wordt de verbinding tussen de omgevingsdiensten versterkt. Het landelijke Interbestuurlijk programma (IBP) werkt aan het versterken van het stelsel zodat de
6
omgevingsdiensten robuuster worden en meer kennis en ervaring delen. Deze twee initiatieven staan in verbinding gericht op efficiënt samenwerken. DCMR bekijkt hoe deze initiatieven elkaar kunnen versterken en hoe wij daaraan kunnen bijdragen. Datagedreven en digitalisering Informatiegestuurd werken wordt steeds belangrijk in ons werkveld. DCMR werkt zoveel mogelijk datagedreven. Via data-analyse worden enerzijds de meest risicovolle bedrijven geselecteerd en anderzijds worden controles dankzij data-analyse beter en efficiënter. Op basis van gegevens kunnen de aanpak of de doelen worden bijgesteld. In 2023 heeft DCMR verdere stappen in de digitalisering gezet. De digitale werkplek van werknemers is verbeterd. Werknemers kunnen makkelijker hybride werken en vooral ook beter samenwerken. Ook zijn de systemen nu zo ingericht dat data beter te ontsluiten is. Zo hebben wij onder meer de BLIK-applicatie geïntroduceerd. Die app geeft toezichthouders onderweg direct informatie over een locatie, zoals wanneer deze locatie voor het laatst is gecontroleerd. Daarnaast is de branche aandachtspunten monitor (BAM!) opgeleverd: met behulp van deze tool krijgen toezichthouders een signaal wanneer er iets opvallend, zoals een toename van klachten, voorvalt bij een bedrijf.
In 2023 is het digitaliseren van vergunningen voortgezet en zo zorgen we ervoor dat we in de toekomst de actueel geldende vergunningvoorschriften op elk moment transparant en beschikbaar hebben. Vanwege onze wettelijke verplichtingen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) hebben wij onze informatie en systemen nog beter beveiligd. Datalekken proberen wij te voorkomen en aanvallen van hackers te weren. Ook hebben wij alle systemen - en ons als organisatie - klaargemaakt voor de Omgevingswet die op 1 januari 2024 inging. Dit was voor ons als organisatie en voor onze participanten een behoorlijke klus. Door meermalen uitstel van de wet, kostte het vereende krachten om op het laatste moment nog bij te sturen zodat wij op de juiste manier konden starten. Duurzaamheid Duurzaamheid staat het afgelopen jaar hoog op de agenda, zowel extern als intern. Intern letten wij op onze ecologische voetafdruk. Ons inkoopbeleid is gestoeld op duurzaam inkopen. Voorbeelden daarvan zijn dat DCMR afgeschreven telefoons duurzaam worden verwerkt en gestart is met de verwerving van een nieuw BREEAM duurzaamheidscertificaat, wat een certificeringsmethodiek is voor de duurzaam gebouwde omgeving. Ook wil DCMR het zero-waste certificaat halen (afvalvrije organisatie).
In 2023 is hier veel aandacht aan besteed door het geven van voorlichting aan collega’s en externe dienstverleners en zijn de inzamellocaties nog beter ingericht op de afvalstromen. Verder archiveren we digitaal conform de wettelijke duurzaamheidsstandaarden, zoals PDF/A. Het semistatische papieren archief is geschoond en overgedragen naar de archiefbewaarplaats. Extern adviseren en controleren wij op duurzaamheid. Het ministerie van Economische Zaken maakt afspraken met de bedrijven van de top 20-uitstoters van CO2 over verduurzaming. Zij moeten daarbij kiezen voor methodes die verdergaan dan de best beschikbare technieken. DCMR zorgt ervoor dat deze methodes en technieken in een vergunning worden voorgeschreven. Om dit mogelijk te maken werken we met casusteams. Hierin kunnen onder meer projectleiders reguleren, juristen, luchtadviseurs en andere specialisten in het vergunningsproces deelnemen. De teams zijn in het leven geroepen om een kwaliteitsslag te maken, maar vooral ook er op toe te zien hoe de vervuilers in overleg sneller schoner kunnen worden. Wij hebben de casus teams bovendien samengesteld om doortastend en meer voorspelbaar te kunnen vergunnen. Daarnaast betrachten we een balans te vinden in zorgvuldigheid, belangenafweging en participatie. Het doel is dat deze grote bedrijven daarmee bijdragen aan het doel van 55% reductie CO2 in 2030.
Naast CO2 wordt ook gelijk gewerkt aan het verlagen van de stikstofuitstoot en van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Expertise ontwikkelen en delen DCMR heeft veel milieukennis in huis. Dat komt door het omliggende industriële gebied en de toonaangevende bedrijven, maar ook door de aanwezige kennis en de ontwikkeling daarvan binnenshuis. Onze deskundigheid wordt veelgevraagd. Wij geven een bijdrage aan onderzoeken van 7
instituten als het RIVM, ministeries en TNO. Wij helpen richtlijnen op te stellen, bijvoorbeeld voor geluid bij padelbanen. Met onze expertise levert DCMR een bijdrage aan de landelijke normering voor de opslag van ammoniak. Wij werken samen met andere omgevingsdiensten en communiceren proactief met onze inwoners. Informatiebehoefte In de samenleving is er een toenemende informatiebehoefte bij mensen. In het kader van een transparante overheid krijgt DCMR veel WOO- en informatieverzoeken. Alle verstrekte informatie moet voldoen aan de AVG wet. Het afgelopen jaar hebben we ruim een miljoen A4-tjes gecontroleerd en geanonimiseerd. Het is een belangrijke taak, kost veel tijd en het is een grote uitdaging om de doorloop tijden te halen. Een van de aanbevelingen uit het rapport Industrie en Omwonenden van de OvV is dat omgevingsdiensten meer proactief en transparant moeten communiceren naar bewoners over incidenten en milieurisico’s. Samen met gemeenten en provincies als bevoegd gezag worden daarom hoorzittingen en bewonersbijeenkomsten georganiseerd zodat zorgen kunnen worden besproken en vragen kunnen worden beantwoord. Ongewenst gedrag Verder hebben wij aandacht voor ongewenste omgangsvormen. De vertrouwenspersoon binnen de organisatie hebben wij in 2023 nog eens extra onder de aandacht gebracht.
Wij geven trainingen aan managers, bieden gerichte informatie aan en voeren een campagne. Ook polsen wij onze werknemers. In het veld hebben mensen nog steeds te maken met ongewenst gedrag. Wij trainen mensen hoe zij kunnen voorkomen dat zij te maken krijgen met ongewenst gedrag. Daarnaast hebben wij een agressieteam, dat integraal bekijkt wat er nodig is om collega’s optimaal te ondersteunen Een leidinggevende gaat altijd het gesprek aan als iemand een nare ervaring heeft gehad. De vraag stellen ‘hoe is het gegaan, want je bent daar geweest’ is vaak al voldoende. Wij staan voor onze medewerkers en accepteren niet dat onze mensen onheus bejegend worden in de buitenwereld. Talentenbinding Werkzoekenden weten ons te vinden. De omgevingsdienst wordt gezien als een aantrekkelijke werkgever. Vooral jongeren vinden ons werkgebied interessant. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt lukt het DCMR dus om voldoende talent aan zich te binden. Het afgelopen jaar heeft de dienst vooruitlopend op de actualiteit, anticiperend weten te werven. Alleen in bepaalde nicheberoepen en functies waarvoor meer ervaring is vereist, hebben wij meer moeite om de vacatures in te vullen. Wij willen een afspiegeling van de samenleving zijn. Daarom ontwikkelen wij beleid op diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie.
Wij hebben oog voor (mentale) problemen waarmee werknemers kunnen worstelen, van overgangsklachten tot werkdruk. Wij maken dit soort kwesties bespreekbaar en proberen samen met medewerkers een oplossing te vinden. DCMR heeft de certificering als mantelzorg vriendelijke organisatie gekregen. Groeien Een veilige werkplek en duurzame inzetbaarheid zijn zeer belangrijk voor de DCMR. Daarnaast besteden we veel aan dacht aan de persoonlijke ontwikkeling van onze medewerkers. Net als onze medewerkers is DCMR een lerende organisatie. Ons streven is om de toonaangevende omgevingsdienst die we zijn, te blijven. Ook in 2024. Financien DCMR heeft een financieel resultaat van €607k behaald. Dit is afwijking 0.8%. Een weergave en uitleg van de kosten en opbrengsten is opgenomen in hoofdstuk 5 Financiële resultaten, en van de baten en lasten in hoofdstuk 8 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
8
3 Programma Milieubeheer De beantwoording van de vraag vastgelegd in de Begroting 2023 ‘Wat gaan we ervoor doen’ is beschreven in hoofdstuk 2 en de vraag ‘Wat mag het kosten’ is opgenomen in de hoofdstukken 5 en 8. Dit hoofdstuk beschrijft de voortgang van het Meerjarenprogramma (MJP) 2023-2026. Het MJP is het bestuurlijk vastgestelde kader voor de uitvoering door DCMR. Het MJP bevat 12 focuspunten en dit hoofdstuk beschrijft per focuspunt de resultaten en uitdagingen. 3.1 Meerjarenprogramma 3.1.1
Procesveiligheid
Wat is er bereikt in 2023? Het doel van dit focuspunt is dat bedrijven komen tot verbetering van hun veiligheidsprestaties om daarmee de veiligheidsrisico’s en het aantal incidenten te verminderen. In vergunningverlening en toezicht is er daarom extra aandacht voor procesveiligheid. Relevante branches zijn onder meer chemie, tank op- en overslag en raffinaderijen. In 2023 heeft een aanzienlijke optimalisatie plaatsgevonden in de checklists die worden toegepast voor het inspecteren van procesveiligheid. Er zijn nu specifieke indicatoren per focuspunt opgesteld. De vragen in de checklists zijn aangescherpt, waardoor ze nauwkeuriger antwoord geven op de gestelde doelstellingen. Hoewel het uitvoeren van cyberinspecties niet onder de verantwoordelijkheid van DCMR valt, worden toezichthouders wel getraind op het gebied van cyber safety. De rol van DCMR met betrekking tot cyber security is nu duidelijk omschreven, wat heeft geleid tot het herstarten van gesprekken binnen het kader van de regionale samenwerking binnen FERM, een integraal onderdeel van het Port Cyber Resilience Programma. In 2023 is een project gestart om tankstationhouders, die onder het Besluit externe veiligheid (Bevi, gericht op het beschermen van omwonenden rond bedrijven met veiligheidsrisico’s) vallen, te informeren en te stimuleren om ongewone voorvallen te melden bij DCMR.
Dit initiatief draagt bij aan een proactieve benadering van veiligheidskwesties binnen de industrie. Wat waren uitdagingen? Het uitvoeren van alle vooraf afgesproken inspecties was een uitdaging in 2023. Aan het einde van het jaar is er een grote inhaalslag gemaakt. Verder is in 2023 een onderzoek uitgevoerd om de relatie te analyseren tussen de financiële situatie van een bedrijf en het ontstaan van incidenten. In de praktijk is deze relatie zichtbaar, maar uit onderzoek is vooralsnog geen verband gekomen. Een vervolgonderzoek kan mogelijk meer inzicht opleveren. De implementatie van het nieuwe landelijke inspectiesysteem (LBR, Landelijke benadering risicobedrijven) en het nieuwe gemeenschappelijke inspectieregister 2.0 verloopt nog niet volledig naar wens. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Er zijn het afgelopen jaar verschillende stappen gezet om de procesveiligheid binnen de industrie te verbeteren. De checklists zijn aangepast zodat dit ook beter onderzocht kan worden, en er is duidelijkheid gekomen over de rol van DCMR binnen cybersecurity, waarbij nadrukkelijk de samenwerking wordt gezocht met andere inspectiediensten.
9
3.1.2
Incidenten
Wat is er bereikt in 2023? Het doel van dit focuspunt is het voorkomen van zware ongevallen en beperken van de gevolgen daarvan. Indien een incident plaatsvindt ontvangt een bedrijf een schriftelijk verzoek om onderzoek te doen naar het incident. Deze zogenoemde artikel 17 brief is aangepast en meer gebaseerd op de landelijke methodiek van het RIVM. DCMR controleert deze rapporten. Voor een specifiek bedrijf (Chemours) wordt geanalyseerd of er patronen te vinden zijn in de gemelde voorvallen. Dit geeft waardevolle inzichten in incidenten en hun mogelijke oorzaken. De Branche Aandachtspunten Monitor (BAM) is met succes gebruikt in 2023. Dit project signaleert trends in o.a. klachten in een vroeg stadium en alarmeert de toezichthouder, bijvoorbeeld wanneer er afwijkingen gevonden worden in de hoeveelheid klachten. De pilot verliep goed, en in 2024 wordt het doorontwikkeld en onderzocht of het kan worden uitgerold over meerdere branches. In 2023 zijn er 30% minder B2 CIN-meldingen (brand/broei zonder assistentie) gedaan door Bevibedrijven met CIN-plicht, vergeleken met 2022 (73 tegenover 96 meldingen). Er zijn ongeveer evenveel meldingen gedaan in 2021. Wat waren uitdagingen? De landelijke Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt tweedelijns toezicht op de incidenten, en wil na een incident weten hoe een probleem met het ontstaan van een incident is opgelost.
Het is echter voor ILT niet mogelijk om het gehele traject te volgen omdat het soms een jaar of langer duurt voordat de oorzaak en de oplossing geïmplementeerd is in het bedrijf. Het systeem van DCMR om het traject na incidenten volledig te kunnen (laten) volgen moet nog verder worden ontwikkeld. Er zijn meer Z3 CIN meldingen (verspreiding op land) gedaan door Bevi-bedrijven met CIN-plicht. In 2021 zijn er 19 meldingen gedaan, in 2022 27, en in 2023 zijn er 42 Z3 meldingen geregistreerd. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Er worden diverse acties ondernomen om de gevolgen van incidenten te beperken. Goede registratie van de aanpak na incidenten blijft een aandachtspunt, waaronder het delen van data met bijvoorbeeld ILT. Gelet op de relatie tussen veiligheid en andere taken en beleidsvelden (VTH, omgevingsplannen, woningbouw) blijft afstemming binnen en buiten DCMR een prioriteit. 3.1.3
Gevaarlijke stoffen
Wat is er bereikt in 2023? Opslag van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Het doel van dit focuspunt is om overtredingen en incidenten te voorkomen, in vergunningen actuele voorschriften op te nemen en deze te inspecteren. Om de risico’s van gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk te beperken moeten bedrijven maatregelen nemen. Die maatregelen staan in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). De PGS 31 richtlijn geldt bijvoorbeeld voor de op- en overslag van gevaarlijke vloeistoffen in tanks, en de eisen worden opgenomen in de vergunningen. Voor het veilige gebruik van Lithium-ion batterijen geldt de PGS 37-1 richtlijn; en dit wordt vanaf 2023 meegenomen als aandachtspunt in de inspecties. Dit biedt de mogelijkheid om nauwkeurig in kaart te brengen waar de opslag van lithium-ion batterijen plaatsvindt en welke vervolgacties nodig zijn. Daarnaast heeft DCMR bedrijven aangeschreven die op PGS 29 tanks (grote bovengrondse tanks) foam-dammen van aluminium in plaats van staal gebruiken. Foamdammen spelen een essentiële rol bij het vormen van een afdekkende schuimlaag en het beperken van eventuele tankbranden. De bedrijven zijn verzocht een plan van aanpak in te dienen hoe zij aan de veiligheidsvoorwaarden gaan
10
voldoen. Alle betrokken bedrijven hebben plannen van aanpak ingediend, die momenteel grotendeels worden beoordeeld door de VRR. Wat waren uitdagingen? Risicokaarten geven burgers inzicht in de risico's van bedrijven en activiteiten. De bestaande kaarten worden vernieuwd en voor alle Seveso en niet-Seveso bedrijven worden de aandachtsgebieden berekend, die vervolgens op kaart worden geplaatst. Vanaf januari 2024 gaan voor kleinere opslagen voor zowel PGS 15 als PGS 31 de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) rechtstreeks gelden. Er zijn extra inspanningen nodig om bedrijven hiervan bewust te maken. Wat betreft de opslag van lithium-ion batterijen is de PGS 37-1 pas sinds 12 december 2023 van kracht is. Het is nog niet goed mogelijk om antwoord te geven op alle vragen vanuit het bedrijfsleven over hoe zij lithium-ion batterijen moeten opslaan. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Er liggen uitdagingen op het thema veilig opslaan en omgaan met gevaarlijke stoffen. Zo zullen in 2024 nieuwe versies van de PGS 15 en de PGS 31 verschijnen. Het is belangrijk dat DCMR aandacht besteedt aan het informeren van bedrijven die waarschijnlijk niet voldoen aan de vernieuwde wettelijke regels. 3.1.4
Milieucriminaliteit & Ondermijning
Wat is er bereikt in 2023? Het doel is om via ketenaanpak en samenwerking milieucriminaliteit en ondermijning aan het licht te brengen en aan te pakken. In 2023 heeft DCMR met participanten en inspectiediensten samengewerkt door het delen van data en informatie, onder andere bij het creëren van inzicht in de hoeveelheid autobedrijven en locaties. Per 1 januari 2023 startte het ketenrechercheteam. Dit team voert onderzoek uit in afvalketens en ondersteunt bij toezicht, handhaving en opsporing. Vanuit de samenwerking op thematisch niveau met andere diensten zijn overdrachtsdocumenten opgesteld die tot handhaving en opsporing hebben geleid. Het ketenrecherche team ondersteunt ook het Interbestuurlijk programma (IBP) bij het ontwikkelen van een landelijk format voor de aanpak van ketentoezicht. Ook wordt samengewerkt met ketenpartners bij landelijke analyses op verschillende ketens. Door een datagedreven aanpak en analyse wordt onderzoek gedaan naar milieucriminaliteit. Verschillende opleidingen en trainingen zijn gegeven aan ondermijningsinspecteurs, gericht op het herkennen en onderkennen van signalen van ondermijning. In 2023 zijn er 78 ondermijningsacties uitgevoerd met een actieve inzet van DCMR. Er zijn in totaal 170 risicoanalyses uitgevoerd voor de participanten.
Het administratief toezicht heeft een professionele impuls gekregen, met externe trainingen die ook aan andere omgevingsdiensten zijn gegeven. Wat waren uitdagingen? Voor het adequaat uitvoeren van administratief toezicht is grote inzet nodig, vooral nu er nieuwe onderwerpen (zoals Zeer Zorgwekkende Stoffen en circulaire economie) op ons afkomen. Om de krachten te bundelen en kennis te delen wordt samengewerkt met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? In 2023 zijn belangrijke resultaten geboekt op het gebied van de aanpak van ondermijning en milieucriminaliteit en het versterken van samenwerkingsverbanden. Er lag bij ondermijning veel nadruk op motorvoertuigen en -herstelinrichtingen. Daarbij speelt de vraag of en hoe een breder beeld kan worden verkregen van andere branches die wellicht nog een blinde vlek zijn. 11
3.1.5
Geurhinder
Wat is er bereikt in 2023? Het doel van dit focuspunt is om de geurhinder, ervaren door burgers, te verminderen en waar mogelijk te voorkomen. In 2023 had DCMR een klankbordfunctie in de ontwikkeling van een nationaal beoordelingskader geur. Het doel hiervan is dat elke provincie en gemeente hetzelfde beoordelingskader hanteert in omgevingsplannen. In opdracht van Provincie Zuid-Holland is per activiteit in kaart gebracht welke bedrijven eventueel geuroverlast kunnen veroorzaken. Deze kaart wordt in 2024 verbeterd en geactualiseerd. Ook is het provinciaal geurbeleid aangepast aan de huidige regelgeving. Wanneer een horecaondernemer zich nieuw vestigt, dan wel wisselt van eigenaar, worden er sinds 2023 opleverinspecties uitgevoerd. Hierdoor kan aan de voorkant instructie gegeven worden over het beperken van overlast. Wat waren uitdagingen? Er zijn knelpunten in de aanpak van geurproblematiek. Soms maken bestemmingsplannen veel activiteiten mogelijk, maar wordt het beperken van overlast daarmee een aandachtspunt. Ook kan er druk ontstaan om woningen te bouwen op locaties die mogelijk al belast zijn. Deze druk kan leiden tot meer klachten en onderstreept de balans tussen stedelijke ontwikkeling en het beheersen van mogelijke hinder. In het kader van omgevingsvisies en -plannen wordt aandacht gevraagd voor de combinatie van hoog- en laagbouw.
Een schoorsteen voor de horeca moet twee meter boven het hoogste punt van het dak uitsteken, maar in stedelijk gebied met veel hoogbouw is dat niet altijd genoeg. Aanvullende maatregelen en technieken zijn dan nodig. In 2022 zijn voorbereidingen getroffen voor de inzet van enoses bij horeca-ondernemingen. Dit heeft in 2023 helaas nog geen vervolg kunnen krijgen in verband met gebrek aan capaciteit. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Voor een goede aanpak van geurhinder is samenwerking en communicatie essentieel. Een vroegtijdige betrokkenheid en advisering bij omgevingsvisies en -plannen draagt bij aan meer effectiviteit. Een gedeelde visie en strategie ondersteunt de aanpak van geurproblematiek. 3.1.6
Geluidhinder
Wat is er bereikt in 2023? Het MJP-focuspunt geluidhinder is gericht op het voorkomen van nestgeluid en het verminderen van geluidhinder door horeca, sport, recreatie en evenementen. Nestgeluid is het geluid van afgemeerde schepen als er niet op of aan de schepen wordt gewerkt en er geen laad- en losactiviteiten plaatsvinden. Voor woningbouwplannen is er een interim-werkwijze nestgeluid vastgesteld en ook het Regionaal afsprakenkader (RAK-convenant) is geactualiseerd. De werkwijze geldt tot aan de vaststelling van de geluidproductie plafonds (GPP’s), uiterlijk in 2032. DCMR werkt samen met gemeenten aan de ontwikkeling van GPP's, inclusief nestgeluid. Ook loopt er een meerjarig meetprogramma op nestgeluid, om meer inzicht te verkrijgen in de oorzaken van de overlast. Verder is een subsidie beschikbaar gekomen voor walstroom. Dit is een goede ontwikkeling omdat het bijdraagt aan het verminderen van geluidsoverlast van stilliggende schepen. Er zijn in 2023 16 maatwerkbeschikkingen vastgesteld, waarin voorschriften zijn opgenomen om geluidsoverlast te beperken. In 2022 waren dit er 5 en in 2021 waren dit er 12. Er zijn in 2023 minder klachten bij de meldkamer van DCMR ingediend ten gevolge van evenementen. In 2022 waren dit er nog 1333, in 2023 is dit gedaald naar 1030. Daarnaast zijn werkafspraken gemaakt met participanten over adviesverlening bij evenementen.
Wat waren uitdagingen? Door onvoldoende bezetting is de inzet voor preventief toezicht achtergebleven en worden veel adviesaanvragen voor exploitatievergunningen nog te laat beantwoord. Verder is de opkomst van 12
padel-banen een punt van zorg. Er is een nieuw handelingskader opgesteld voor gemeenten, maar handhaving blijft een uitdaging. Er worden in stadscentra woontorens gebouwd op al geluid belaste locaties. Het is van belang om bij ontheffingsbeleid alle milieu-aspecten mee te wegen en rekening te houden met toekomstige naleving van het ontheffingsbeleid. De voortgang in het beheersen van geluidsniveaus bij evenementen blijft een uitdaging, ondanks inspanningen om grip op het probleem te krijgen. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Het is nog wachten op de uitvoering van bepaalde onderdelen van de Omgevingswet, zoals het opstellen van GPP’s. In de tussentijd is er wel behoefte aan voldoende handelingskader, bijvoorbeeld voor stedelijke ontwikkeling en recreatie. Hiervoor zijn goed werkende tijdelijke oplossingen gevonden in samenwerking met onder andere gemeenten en andere partijen. 3.1.7
Zeer Zorgwekkende Stoffen
Wat is er bereikt in 2023? Een Zeer Zorgwekkende Stof is een stof die gevaarlijk is voor mens of milieu omdat deze bijvoorbeeld carcinogeen, mutageen of reprotoxisch is of zich in de voedselketen ophoopt. Het doel van dit focuspunt is beter zicht op de ZZS-emissies en het minimaliseren van de uitstoot, in het bijzonder wat betreft PFAS. In 2023 werd de samenwerking tussen toezicht, vergunningverlening en advies op ZZS doorgezet, en is onder andere samengewerkt om een emissieregister op te leveren. In dit register zijn alle vergunningvoorschriften en voorschriften vanuit het activiteitenbesluit betreffende emissies opgenomen. Binnen industrieel toezicht zijn verbeteringen doorgevoerd in de planning en monitoring door het opstellen van factsheets. Per focuspunt van het industriële toezicht is helder gemaakt wat we willen bereiken, welke aanpak daarbij hoort en hoe we middels indicatoren inzicht krijgen in de voortgang. De helpt om onze aanpak op ZZS binnen de branches te verscherpen. Binnen de gemeentelijke branches is onder andere ingezet op het voldoen aan de KRW (Kader Richtlijn Water). Dit speelt met name binnen de branches glastuinbouw en houden van dieren. In samenwerking met waterschappen wordt hierop gecontroleerd. Wij kijken daarbij onder andere naar bodem lekverliezen. Een ZZS die momenteel veel in de aandacht is, is PFAS.
Er is binnen de DCMR een coördinatieoverleg opgestart over PFAS waarin vanuit de verschillende afdelingen informatie uitgewisseld wordt over wat er met betrekking tot PFAS speelt en welke rol wij als DCMR hierin kunnen vervullen. DCMR heeft sterk ingezet op kennisuitwisseling. In samenwerking met het RIVM wordt gewerkt aan het zogenoemde ‘try out’ project. Dit project maakt onderdeel uit van het Chemisch Impuls Programma vanuit I&W. Het project kijkt naar knelpunten binnen toezicht, handhaving en vergunningverlening met betrekking tot ZZS en hoe we daarvoor oplossingen kunnen vinden. Wat waren uitdagingen? De informatieplicht voor bedrijven om inzicht te geven in de ZZS die zij voor hun productieprocessen inzetten wordt nu vormgegeven door middel van een Vermijdings- en reductieprogramma (VRP). Iedere vijf jaar moeten bedrijven met ZZS-emissies een VRP opstellen om inzicht te geven hoe emissies worden vermeden of geminimaliseerd. Deze VRP’s worden beoordeeld door DCMR. In de praktijk blijkt dat bedrijven het nog erg lastig vinden om een goed VRP op te stellen. Ook de toetsing van de plannen moet zich nog verder ontwikkelen, omdat eenduidige toetsingskaders nog ontbreken. Landelijk lopen er diverse initiatieven om dit te verbeteren. Voor gemeentelijke bedrijven zonder vergunning is controleren op ZZS wettelijk gezien nog complex.
De vergunningverlening en het toezicht bij gemeentelijke bedrijven is mede daardoor nog steeds onderbelicht. We zetten op dit gebied echter wel stappen in de goede richting. Momenteel wordt
13
nagedacht over een ZZS informatie-uitvraag onder gemeentelijke bedrijven. Andere omgevingsdiensten hebben hier al ervaring mee en die kennis wordt benut. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Binnen dit focuspunt zijn de uitdagingen groot, denk bijvoorbeeld aan het verminderen van PFAS. Het ontbreekt nog aan een helder wettelijk kader voor het terugdringen van (potentiele) ZZS. Om een betere aanpak van potentiele ZZS mogelijk te maken is het van belang dat het voorzorgsbeginsel beter in de wetgeving wordt verankerd. Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid adviseerde in april 2023 om de gezondheid van omwonenden van industrie beter te beschermen tegen schadelijke uitstoot en het voorzorgsbeginsel zwaarder te laten wegen. De inzet van DCMR en bevoegd gezagen op dit onderwerp is groot waardoor we steeds meer kennis vergaren en de aanpak verder kan worden aangescherpt. 3.1.8
Fijnstof en Stikstof
Wat is er bereikt in 2023? Het doel is om de uitstoot van fijnstof en stikstofverbindingen te verminderen, zodat wordt bijgedragen aan de doelen uit het Schone Lucht Akkoord (SLA). Begin 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en daarmee treedt ook het beleid van de PZH in werking dat invulling geeft aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Deze SLA-aanpak zal ook breder worden geïmplementeerd. Vanuit het SLA wordt ingezet op het stellen van scherpere emissie-eisen. Hoewel scherper vergunnen pas in 2024 in het provinciale beleid verankerd zal zijn, hebben we er in 2023 al op ingezet. In dat kader is onder andere ingezet op de modernisering van oude sterk vervuilende drijfkranen. Ook zijn successen behaald binnen de droge bulk. De afgelopen jaren was er vooral in de Hoek van Holland stofoverlast door opslagbedrijven. DCMR en de gemeente hebben sterk ingezet op een daling van het aantal klachten door met bedrijven afspraken te maken over het voorkomen van verwaaien. De toegenomen alertheid bij de bedrijven op het ontstaan van hinder verlaagt naar verwachting ook de structurele uitstoot van fijnstof. Vanuit toezicht werd onder andere ingezet op beter inzicht in de uitstoot van NOx binnen de glastuinbouw. Er moet onder andere in kaart gebracht worden hoeveel WKK’s (warmtekrachtkoppeling), gas en stookinstallaties bij de glastuinbouwbedrijven uit ons werkgebied aanwezig zijn.
Wat waren uitdagingen? De ambitie om in 2030 nergens meer de kritische depositiewaarde te overschrijden lijkt niet erg realistisch. Daar komt bij dat de energietransitie ons stelt voor uitdagingen, want deze vergroot soms tijdelijk de uitstoot van NOx. Dit werd geconcludeerd vanuit een onderzoek van TNO naar de effecten van de energietransitie op onder andere de stikstofemissie, hierbij was DCMR betrokken. Bijvoorbeeld het realiseren van CCS (carbon capture storage) veroorzaakt veel NOx uitstoot. Het is nog onzeker of de verbranding van waterstof ook leidt tot een andere NOx uitstoot. De energietransitie, behalve als het gaat om energiebesparing en het inzetten van groene elektriciteit, is niet per definitie altijd gunstig voor luchtkwaliteit en stikstofdepositie. Binnen de gemeentelijke branches is er nog geen eenduidig beeld van de typen MKB die fijnstof en stikstofverbindingen uitstoten. Voor glastuinbouw en veehouderijen is het duidelijk dat zij een grote veroorzaker zijn, voor andere branches is dit nog niet goed in beeld. Hier wordt aan gewerkt, onder andere in samenwerking met het DCMR-toezichtslab. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? We zetten als DCMR in op de vermindering van fijnstof en stikstofverbindingen, nu het SLA is vastgelegd in het provinciale beleid. Daarop kunnen grotere successen geboekt worden zodra het SLA wettelijk beter verankerd is.
Ook zal een juiste balans moeten worden gevonden tussen het bijdragen aan de energietransitie en de vermindering van stikstof. Inzet op energiebesparing is daarbij cruciaal.
14
3.1.9
Bodemverontreiniging
Wat is er bereikt in 2023? Het doel van dit focuspunt is het beschermen van de bodem en voorkomen dat schadelijke stoffen in de bodem terechtkomen. Het is wettelijk verplicht om de bodem en grondwater te beschermen tegen de aanwezigheid van schadelijke stoffen. Om de impact van schadelijke stoffen te voorkomen moeten bedrijfsactiviteiten voldoen aan een “verwaarloosbaar bodemrisico”. Met de komst van de Omgevingswet is ook de regelgeving voor bodem veranderd. In 2023 hebben DCMR, gemeenten en een aantal waterschappen gewerkt aan de totstandkoming van het proces ‘eenheid in beleid’, zodat gezamenlijk en uniform wordt gewerkt aan de uitvoering van de Omgevingswet. Eén van de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dat voor bepaalde activiteiten een verplichting tot het stellen van financiële zekerheid opgelegd kan (bij afvalbedrijven) of moet (bij Seveso-inrichtingen en IPPC-installaties) worden. Deze bedrijven moeten kunnen verzekeren dat zij de financiële lasten kunnen dragen van eventueel herstel van milieuschade in het geval van een faillissement. Vanuit vergunningverlening is gestart met een pilot op financiële zekerheid om invulling te geven aan de wettelijke verplichtingen. De pilot is een landelijke initiatief vanuit SevesoOmgevingsdiensten.
Vanuit DCMR is een project uitgevoerd om integrale bodeminspecties uit te voeren waarin het Besluit Bodemkwaliteit, de Wet Milieubeheer en de Wet Bodembescherming alle drie meegenomen zijn. Op die manier kon gezamenlijk beoordeeld worden of zaken goed gemeld worden en of ze bij het juiste team terecht komen. Wat waren uitdagingen? Met betrekking tot bodem betekent de komst van de Omgevingswet grote uitdagingen. Omdat gemeenten nu meer ruimte krijgen om invulling te geven aan (eigen) bodembeleid, bestaat het risico dat niet overal dezelfde werkwijzen gehanteerd worden met betrekking tot bodemkwaliteit. Gemeenten en DCMR werken daarom samen in het bovengenoemde proces betreffende ‘eenheid in beleid’. Met betrekking tot bodemsaneringen zijn de uitdagingen ook groter geworden. Er is hiervoor landelijk geen financiering meer vanuit de provincies, dit is overgeheveld naar de gemeenten. We hebben in 2023 gemerkt dat er ook minder financiering beschikbaar is voor saneringen. Een belangrijke regel die met de komst van de Ow is weggevallen, is de uitvoering van nulsituatieonderzoeken. Die verplichting geldt alleen nog voor bedrijven die een IPPC-installatie hebben. Middels een nulsituatie-onderzoek wordt een toetsingsgrondslag van de bodemkwaliteit vastgesteld voorafgaand aan de start van nieuwe milieubelastende activiteiten (MBA).
Er kan dan beoordeeld worden of bij beëindiging van die MBA eventuele milieuschade is toe te schrijven aan de uitgevoerde MBA. DCMR stimuleert bedrijven die deze verplichting niet meer hebben toch om nulsituatieonderzoeken uit te voeren en ter vaststelling aan te bieden. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Hoewel het voorkomen van schadelijke stoffen in de bodem een belangrijk focuspunt is van DCMR en we ook zien dat er vanuit handhaving veel overtredingen op bodem geconstateerd worden, is en blijft het een grote uitdaging om bodemverontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen. De versnipperde beschrijving in de Omgevingswet maakt de invulling van onze taken voor bodem complexer. Inzet op financiële zekerheid kan indirect wel weer een positieve bijdrage gaan leveren aan de bodemkwaliteit. 3.1.10 Energiebesparing Wat is er bereikt in 2023? Het doel van dit focuspunt is het realiseren van energiebesparing, o.a. door de grootverbruikers van energie waarvoor een reductiedoel van 300.000 ton is vastgelegd. Voor het focuspunt op energieverbruik was 2023 een overgangsjaar. DCMR heeft bedrijven geïnformeerd over de veranderingen en de nieuwe verplichtingen. Eind 2023 ging een nieuwe 4 jarige cyclus van start voor 15
de informatieplicht en per juli zijn de nieuwe erkende maatregelen vanuit het Rijk ingegaan. Daarnaast is vanaf dat moment de besparingsplicht voor alle bedrijven met een jaarlijks energieverbruik van meer dan 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgasequivalenten gaan gelden. Tevens is er één hernieuwde landelijke set van erkende maatregelen voor het verminderen van energieverbruik met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Bedrijven en instellingen moesten uiterlijk 1 december aangeven of en wanneer ze de maatregelen gaan treffen. Bedrijven met een zeer groot energieverbruik hebben naast een onderzoeksplicht voor hun gebouwen een onderzoeksplicht voor hun activiteiten. Die onderzoeksplicht is vooral nieuw voor de industriële bedrijven en de glastuinbouw. De 40 grootste verbruikers zijn bezocht om hen hierop voor te bereiden. In 2023 is vanuit Omgevingsdienst NL een toezichtsaanpak ontwikkeld om alle bedrijven op een gelijke manier te behandelen. Naast de aanpak voor grote bedrijven is er ook een landelijke aanpak ontwikkeld voor grote landelijke vastgoedpartijen, zoals supermarkten. Deze aanpak geldt voor 4 jaar en moet leiden tot een versnelde vermindering van energieverbruik. Vanaf 2023 is bij DCMR een nieuw toezichtsteam van start gegaan dat toezicht houdt op de verplichtingen rondom verduurzaming.
In 2023 is er vooral ingezet op het neerzetten van de organisatie en het opleiden van de (nieuwe) medewerkers. In dat kader zijn er ook webinars georganiseerd die ingingen op de Omgevingswet. In 2022 sloten wij een convenant met zorginstellingen over de vermindering van energieverbruik. In 2023 is het gelukt om ook met onderwijsinstellingen zo’n convenant te sluiten. Wat waren uitdagingen? Het vernieuwde instrumentarium is niet alleen voor bedrijven een uitdaging. Het vraagt voor het toezicht veel investering in kennis, samenwerking en aanpassing van systemen waarmee gewerkt wordt. In de huidige markt is het lastig om geschikte mensen te vinden die snel inzetbaar zijn. Voor toezicht ligt de grootste uitdaging bij het controleren van de zware industriële bedrijven die sinds juli 2023 ook moeten gaan voldoen aan alle energiebesparende maatregelen. Voor zowel deze bedrijven als DCMR is dit nieuw wat onder andere een verdere verdieping van kennis vereist. Verder is er een aanpak opgestart om voorschriften aan vergunningen te verbinden die gaan over het treffen van bovenwettelijke maatregelen. Dit is van toepassing op de maatwerkaanpak (een landelijk programma gericht op de grootste emissies van broeikasgassen) waarmee DCMR aan de slag is gegaan.
Binnen die maatwerkaanpak committeren bedrijven, die bij de top 20 grootste uitstoters van CO2 behoren, zich met steun van de overheid aan bovenwettelijke maatregelen om die uitstoot versneld te verminderen. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Met de komst van het nieuwe toezichtsteam, het bijdragen aan de maatwerkaanpak voor grootverbruikers en het sluiten van het convenant heeft onze inzet op energieverbruik in 2023 een grote impuls gekregen. Dit vraagt wel de nodige investering in onze eigen kennis betreffende de toepassing van de nieuwe maatregelen en de kennis van bedrijven die dit moeten gaan toepassen. 3.1.11 Energietransitie Wat is er bereikt in 2023? Energietransitie is noodzakelijk omdat de inzet van fossiele brandstoffen de klimaatopwarming versterkt. Het MJP-focuspunt heeft als doel de energietransitie te bespoedigen en faciliteren. De productie en het gebruik van duurzame energie is in 2023 sterk toegenomen en hieraan heeft DCMR bijgedragen via advisering, kennis-uitwisseling en vergunningverlening. Er worden electrolysers (voor waterstof-productie) gebouwd op de Maasvlakte en er worden voorbereidingen getroffen om een aparte PGS richtlijn te ontwikkelen voor waterstof electrolysers. Hieraan zal DCMR meewerken. Eind vorig jaar werd de concept PGS 12 richtlijn opgeleverd voor de tot nu toe belangrijkste drager van waterstof, namelijk ammoniak.
Middels die richtlijn hebben we de veiligheidsvoorschriften voor ammoniak-opslag aanzienlijk kunnen verscherpen.
16
Met betrekking tot geothermie en restwarmte wordt de rol van DCMR groter. We zijn in 2023 meerdere keren om advies gevraagd voor geothermie-projecten in twee gemeenten. We bouwen onze kennis op dit gebied steeds verder uit. Door het ingaan van de onderzoeksplicht op energiebesparing leveren bedrijven ons nu informatie over de hoeveelheid beschikbare restwarmte in hun bedrijven. Dit gaat ons helpen om op termijn een goed overzicht te krijgen van de beschikbare restwarmte ten behoeve van derden in ons werkgebied. Er is geld vrijgekomen om aan de slag te gaan met de maatwerkaanpak, verduurzaming bij de grootste uitstoters. Het is belangrijk dat vergunningverlening hierin geen vertragende factor is. Dankzij extra budget hebben we meer capaciteit voor de maatwerkaanpak vrij kunnen maken. DCMR is in 2023 actief betrokken geweest bij participatie rond de energietransitie. We hebben onder andere een bijdrage geleverd aan bewonersbijeenkomsten over ammoniakopslag. Wat waren uitdagingen? Er spelen verschillende knelpunten in de energietransitie. Het vervangen van gas vraagt om een grote toename in de productie van elektriciteit. Een grote uitdaging daarbij is netcongestie, want ons elektriciteitsnet is helaas nog niet ingericht op een aanzienlijke groei van elektriciteitsproductie. Bedrijven worden daardoor geremd in hun duurzame ambities.
De energietransitie gaat vaak samen met knelpunten op het gebied van geluid, stikstof en veiligheid. Het is belangrijk om die knelpunten goed in beeld te hebben. Hieraan wordt gewerkt binnen het NOVEX traject. In 2023 is er in het kader van dat traject onder andere onderzoek uitgevoerd door TNO. In het rapport is voor vier scenario’s betreffende de toekomstige ontwikkeling van de haven gekeken naar knelpunten die de energietransitie kan veroorzaken voor stikstof, geluid en veiligheid. DCMR leverde een bijdrage aan dit onderzoek. Ook is er vanuit NOVEX een ontwikkelperspectief afgerond in 2023 waaraan in 2024 uitvoering gegeven zal worden, onder andere door DCMR. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? We hebben in 2023 mooie dingen kunnen doen zoals onze inzet op maatwerkaanpak en ons advies en voorlichting richting participanten. Dit was mede mogelijk door ruime inzet van budget vanuit ons programma op energietransitie en circulaire economie in 2023. Ook de komende jaren blijft investeren in energietransitie erg belangrijk, onder andere met het oog op de bovengenoemde knelpunten. Het is van groot belang dat DCMR en andere omgevingsdiensten de energietransitie blijven aanjagen, door het inzetten op vlotte vergunningverlening, kennisopbouw en goed toezicht.
3.1.12 Circulaire economie Wat is er bereikt in 2023? In 2030 moet Nederland 50% minder grondstoffen verbruiken en in 2050 moet Nederland een volledig circulaire economie hebben. Dit focuspunt heeft als doel te komen tot minder gebruik van primaire grondstoffen en een veilig gebruik van hernieuwbare grondstoffen. DCMR is in 2023 beter aangehaakt bij verschillende landelijke en provinciale en gemeentelijke initiatieven. Bij PZH werkten we al een aantal jaar mee aan verschillende bouwstenen op circulaire economie (CE). Zo wordt vanuit DCMR de bouwsteen afval of product getrokken. Ook is er in 2023 een landelijke klankbordgroep opgericht die zich bezig houdt met hoe een landelijk kennisplatform afvalstof of grondstof er uit zou moeten zien. Het is de bedoeling dat in 2024 een dergelijk kennisplatform met experts wordt opgericht dat zal zorgen voor meer landelijke afstemming en duidelijkheid over einde-afvalstatus. Vanuit de bouwstenen bij PZH loopt er ook een project op grondstoffen-efficiëntie in de vergunning. Hiervoor hebben wij de samenwerking gezocht met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG). We hebben gezamenlijk voorschriften opgesteld en vanuit ODNZKG is er al een pilot gedraaid met deze voorschriften bij vijf bedrijven. Zo’n pilot willen we bij de DCMR in 2024 opzetten.
17
Bij het Rotterdamse Circulaire Loket kwamen zo’n 40 vragen binnen die door DCMR beantwoord werden. Een voorbeeld van een vraag is de verwerking van de vezels van de Japanse Duizendknoop tot bouwmateriaal in plaats van verbranding. Wij hebben daaraan meegewerkt door te kijken naar de einde afval status. In 2023 is de opleiding Circulaire Economie gestart en deze wordt erg goed gewaardeerd. Externen haakten ook aan en we werden gevraagd om de opleiding te verzorgen bij andere omgevingsdiensten. De opleiding brengt een stuk bewustwording op gang over wat er wel en niet onder circulaire economie valt. Wat waren uitdagingen? Hergebruik van grondstoffen en afval gaat helaas ook gepaard met criminaliteit. Zo lang het nog niet helder is wat wij wel of niet als afval beschouwen en we hier nog niet voldoende op controleren, kunnen bedrijven hiermee sjoemelen. Zij kunnen bijvoorbeeld afval bijmengen in een erkende grondstof waardoor het afval niet meer herkenbaar is. In 2024 gaan we meewerken aan de bouwsteen CE en milieucriminaliteit vanuit de PZH om meer inzicht te krijgen in deze problematiek. Het zal ook onderdeel worden van ons programma op energietransitie en circulaire economie. Circulaire economie staat in het algemeen nog in de kinderschoenen. Wel worden er nu meerdere initiatieven genomen op het gebied van wet- en regelgeving.
Vanuit het Rijk wordt er gewerkt aan een wet op circulaire economie, wij hebben input geleverd op de hoofdlijnennotitie. Ook is er wetgeving vanuit de EU gekomen, de Critical Raw Materials Act die inzet op een duurzame inzet van kritische grondstoffen en de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive). Bedrijven moeten volgens de CSRD gaan rapporteren over hun inzet op verduurzaming in de hele keten. Als DCMR onderzoeken we wat deze EU richtlijn voor ons werk voor bijvoorbeeld toezicht kan betekenen. Wat kunnen we concluderen over de voortgang? Hoewel het nog zoeken is hoe wij als omgevingsdienst de circulaire economie het beste kunnen bevorderen zijn er in 2023 op dit gebied mooie dingen bereikt. Hieraan heeft ons programma op circulaire economie en energietransitie een grote bijdrage geleverd. De toekomstige uitdagingen blijven groot en daarom is het van belang om ruimte te blijven creëren voor kennisopbouw en uitvoeringscapaciteit.
18
3.2 Cijfers in beeld Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI) Tabel: Kritieke Prestatie Indicator Omschrijving
Indicator
Doel
Streef waarde
1 Op tijd verlenen van vergunningen reguliere procedures
% Afgeronde besluiten binnen wettelijke termijn
Voorkomen dat vergunningen van rechtswege worden verleend (lex silencio positivo)
100%
2 Op tijd verlenen van vergunningen uitgebreide procedures
% Afgeronde besluiten binnen wettelijke/afgesproken termijn
Op tijd eisen en maatregelen vastleggen voor adequaat toezicht
85%
Realisatie 100% - (139 van 139) Inclusief BRIKS 98% - (210 van 215) 43% - (34 van 80) Inclusief BRIKS (meervoudige aanvraag*) 32% - 37 van 117 Exclusief oprichting en revisie 37% - 31 van 83
3 Uitvoeren actualisatieprogramma
% Vergunningen geactualiseerd programma
Het vergunningenbestand actueel houden
100%
58% bevoegd gezag PZH 74% bevoegd gezag PZ
4 Uitvoeren inspectieprogramma
% Uitgevoerde controles conform de jaarlijks bijgestelde planning voor de branches
Programmatisch (preventief) toezicht risicogericht uitgevoerd, gericht op verbeteren naleefgedrag en beperken ernstige milieuovertredingen
100%
Geen percentage; 3453 controles zijn uitgevoerd.
5 Opvolgen Landelijke Handhavingsstrategie (sanctiematrix)
% Uitgevoerde acties conform de Landelijke Handhavingsstrategie (sanctiematrix)
Voortvarende aanpak van de handhaving
100%
100%. Alle handhavingszaken
worden conform de LHS (sanctiematrix) uitgevoerd. Dit wordt onder andere geborgd door het ‘driehoeksoverleg’.
*Bij een meervoudige aanvraag vraagt een initiatiefnemer een omgevingsvergunning aan voor meer dan 1 activiteit
Toelichting KPI 2 uitgebreide procedure Het is noodzakelijk gebleken om te prioriteren. Gemaakte keuzen zijn gebaseerd op de ‘prioriteitenmatrix’. DCMR merkt dat de complexiteit van procedures toeneemt, door bijvoorbeeld een samenloop met een thema als ‘stikstof’. Ook een kritische omgeving gaf aanleiding tot veel zienswijzen in procedures. Een prudente afweging rond deze zienswijzen vraagt tijd. Ook stelt DCMR vast dat de kwaliteit van ontvangen aanvragen afneemt. Regelmatig kan DCMR geen besluit nemen, omdat de aanvraag onvoldoende informatie bevat. DCMR blijft inzetten op een dialoog met de aanvrager. Echter, op basis onze vastgestelde werkwijze “Doortastend Vergunnen” zal de komende periode vaker aanvragen buiten behandeling gaan worden gesteld. Toelichting KPI 3 uitvoeren actualisatieprogramma In 2023 heeft DCMR voor de provincie 6 verplichte actualisaties afgerond (4 BREF LVOC, 2 PGS29). Daarnaast zijn de volgende niet wettelijk verplichtte actualisaties gedaan; ZZS (8 stuks), KKGE (1) en energie (2). Ook heeft DCMR 16 actualisatietoetsen gedaan, dit zijn dus geen vergunningen. Totaal komt het actualisatieprogramma op totaal 33 producten.
19
Productiecijfers Voor het op eenduidige wijze vastleggen van de productiecijfers is een systeem ingericht welke haar gegevens haalt uit onderliggende systemen. Hiermee is een efficiëntie slag gemaakt en gezorgd dat de cijfers betrouwbaarder zijn. Hierdoor wijken de cijfers van eerdere jaarverslagen mogelijk af ten opzichte van de hier gepresenteerde cijfers. De cijfers bevatten alleen afgesloten casussen. Ga voor meer productie cijfers naar de bijlage. Productie Reguleren Tabel: Aantallen producten reguleren Product Wabo uitgebreide procedure (inclusief ambtshalve wijzigingen)
2023
2022
2021
205
192
275
Wabo reguliere procedure (milieuneutrale wijzigingen, BRIKS en OBM)
446
375
416
Totaal vergunningen Meldingen activiteitenbesluit Maatwerkvoorschriften Actualisatietoetsen Overige reguleren producten
651 689 230 75 855
567 616 96 93 1.010
691 596 125 93 585
De grootste verschillen in de aantallen in 2023 ten opzichte van 2022 zijn te zien bij de Wabo Reguliere procedures en de maatwerkvoorschriften. Dit zijn vraaggestuurde producten. Voor de ‘Overige reguleren producten’ is een andere definitie gebruikt dan voorheen waardoor deze aantallen afwijken van de aantallen in de eerdere jaarverslagen. Productie Toezicht Tabel: Aantallen inspecties exclusief Brzo-inspecties. Product* 2023 2022 2021 Opleveringscontroles 94 267 236 Preventieve controles 3.437 3.366 4.851 Nacontroles 2.412 2.247 2.624 Administratieve controles 1.485 1.922 2.681 Klachten/voorvalonderzoeken 1.694 1.643 2.112 Inventariserende controles 159 307 673 Overige toezichtsproducten 6.986 6.973 3.637 De aantallen over 2023 komen redelijk overeen met eerdere jaren. Bij sommige controles, zoals de administratieve en de inventariserende controles, is een daling te zien. Dit heeft er mee te maken dat veel tijd is gaan zitten in voorbereidingen op de Omgevingswet. Alle controles worden uitgevoerd met checklisten. Deze checklisten zijn in 2023 allemaal aangepast aan de Omgevingswet. Dit was nodig omdat de wettelijke basis verandert met invoering van deze wet. Voor de Overige toezichtsproducten is een andere definitie gebruikt dan voorheen waardoor deze aantallen afwijken van de aantallen in de eerdere jaarverslagen.