Bijlage 3. DCMR Adviesbrief
Tekst van het document
Parallelweg 1
Gemeente Krimpen aan den IJssel T.a.v. team Omgevingsloket omgevingsloket@krimpenaandenijssel.nl
Postbus 843 3100 AV Schiedam T 010 – 246 80 00 E info@dcmr.nl W www.dcmr.nl
Ons kenmerk
Uw kenmerk
3390206_7926167
Datum
8 april 2025
Contact
Afdeling
Bijlagen
info@dcmr.nl
Reguleren Advies en Omgeving
2
Onderwerp
Definitief advies C.G. Roosweg 20, Krimpen aan den IJssel
Collega’s team Omgevingsloket, Op 21 december 2023 is bij de gemeente Krimpen aan den IJssel een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen voor de realisatie van een McDonald’s restaurant met een McDrive functie op het perceel C.G. Roosweg 20 te Krimpen aan den IJssel. U heeft DCMR Milieudienst Rijnmond, de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (hierna VRR) en ‘Rho Adviseurs B.V. voor de leefruimte’ (hierna Rho) verzocht de verschillende milieuaspecten uit de ruimtelijke onderbouwing met de daarbij behorende documenten te beoordelen. De beoordeelde milieuaspecten zijn: waterhuishouding, geluid, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, stikstof, externe veiligheid, bodem, ecologie, verkeer/parkeren en milieueffectrapportage. Dit heeft geresulteerd in dit eindadvies. De beoordeling is tot stand gekomen in onderlinge afstemming met Rho en de VRR. Voor het veiligheidsthema heeft intensief afstemming plaatsgevonden met de VRR. Hierbij ontvangt u onze reactie. Aanleiding Op het perceel C.G. Roosweg 20 in Krimpen aan den IJssel was voorheen een horecapaviljoen gevestigd. De initiatiefnemer was voornemens om ter plaatse een nieuw horecapaviljoen van ‘de Beren’ te realiseren. Daarvoor heeft de gemeente in 2022 een omgevingsvergunning verleend. Dit plan is uiteindelijk niet doorgegaan.
De nu beoogde huurder, McDonald's Nederland, heeft wensen die op onderdelen afwijken van het bestemmingsplan. De aanvraag omgevingsvergunning die is ingediend is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan. Algemene conclusie: de omgevingsvergunningaanvraag is ontvankelijk. Blijkens de beoordeling door de DCMR, Rho en VRR is de ruimtelijke onderbouwing met de bijbehorende documenten onder voorwaarden akkoord. Voor de milieuaspecten externe veiligheid en bodem geven wij hieronder een aantal opmerkingen en voorwaarden.
Blad 1 van 6
Ons kenmerk
3390206_7926167
Kader De aanvraag is ingediend in het jaar 2023, waardoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing is op deze aanvraag. Voor het gehele kader met betrekking tot de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en een overzicht van de beoordeelde documenten, verwijs ik u naar bijlage 1. Externe veiligheid Conclusie Ten aanzien van het aspect externe veiligheid merk ik op dat dit op een juiste wijze in de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. Alle relevante risicobronnen zijn opgenomen en onderzocht en vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Voor de hoge drukaardgasleiding A-518 is een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Onderdeel hiervan is een toets van de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor de hulpdiensten en de zelfredzaamheid van de aanwezige personen. De VRR kan zich vinden in de beschreven uitgangspunten ten aanzien van ‘externe veiligheid’ zoals dat in het rapport beschreven is. De VRR wijst hieronder echter op een aantal aspecten, waarvoor wordt geadviseerd hiermee rekening te houden. Opmerkingen • Op basis van de verstrekte gegevens ligt de erfgrens van het in te richten terras op meer dan 15 meter van de evenwijdig aan de C.G. Roosweg gesitueerde buisleiding (W-513-03) en voldoet hiermee aan de gestelde eisen.
Het is van belang dat de begrenzing van het terras aan de zijde van de provinciale weg op tenminste 15 meter dient af te liggen van de hogedruk aardgastransportleiding die evenwijdig aan de provinciale weg is gesitueerd (W513-03). Met het oog op de veiligheid van de onbeschermde terrasbezoekers wordt aangedrongen op handhaving van de voornoemde 15 meter afstand tussen terras(afscheiding) en voornoemde hogedruk aardgastransportleiding. • Het is bij ingebruikname of bij controles op naleving van regels uit de gebruiksmelding van belang, op welke wijze instructies voor personeel/BHV over ‘hoe te handelen bij een ongewoon voorval’, zoals vluchten vanaf (dak)terras of ventilatie afschakelen zijn geregeld en worden beoordeeld en getoetst. • Dit geldt ook voor afspraken met de eigenaar van de buisleidingen als het gaat om (graaf) werkzaamheden in de nabijheid van de beoogde McDonald’s en onderhoud aan de A-518, A-518-06, W 513-01 en W 513-03 hogedruk aardgastransportleiding. Hierbij kan worden gedacht aan venstertijden van (graaf)werkzaamheden, wanneer er bij de vestiging weinig/geen mensen aanwezig zijn. • Het advies ten aanzien van bluswatervoorziening en bereikbaarheid is reeds getoetst en beoordeeld door de afdeling Operationele Informatie van de VRR.
Bij de daadwerkelijke realisatie zal met name de uitwerking van bochtstralen en voldoende zuigdiepte om kolkvrij open water te kunnen onttrekken beoordeeld moeten worden, zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. Voor wat betreft de bereikbaarheid is dit voldoende. • Met betrekking tot eventueel toekomstig te plaatsen systemen met zonnepanelen, al dan niet in combinatie met energieopslagsystemen door middel van batterijen, dient dit voortijdig te worden afgestemd met het bevoegde gezag en VRR. Aan de energietransitie met nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en –transport kunnen veiligheidsrisico’s verbonden zijn, zoals risico’s rond elektrisch laden, waterstof en grootschalig gebruik van zonnepanelen al
Blad 2 van 6
Ons kenmerk
3390206_7926167
•
dan niet in combinatie met energieopslagsystemen. Wij gaan er in dit geval van uit dat deze bij deze vestiging niet op korte termijn zullen worden gerealiseerd. De VRR attendeert in het kader van klimaatbestendig bouwen op het aspect waterveiligheid. In de analyse van de omgeving is geconstateerd dat er bij het perceel mogelijk wateroverlast zou kunnen ontstaan bij extreme neerslag en overstromingen (bron: Klimaatatlas van de provincie Zuid-Holland). Daardoor dienen bij de bouw maatregelen te worden getroffen ter voorkoming van wateroverlast, door bijvoorbeeld het realiseren van een aangepaste drempelhoogte en de aansluitingen van elektriciteit hoger te plaatsen.
Bodem Conclusie De locatie dient gesaneerd te worden conform het beoordeelde saneringsplan en wijzigingen hierop. Het saneringsplan inclusief de wijzigingen zijn door DCMR goedgekeurd. Dit is voor DCMR voldoende om met het bodemaspect akkoord te gaan, mits de volgende voorwaarden in acht worden genomen: • de monitoringspeilbuizen dienen in stand te blijven; deze mogen niet in gedrang komen; • na de uitgevoerde sanering dient aan de hand van een evaluatieverslag en voor de achtergebleven verontreiniging een nazorgplan door de DCMR te worden beoordeeld en vastgesteld of de locatie daadwerkelijk geschikt is gemaakt voor het beoogde gebruik. Op grond van artikel 39 lid 2 Wet bodembescherming zijn de volgende voorschriften aan de beschikking ‘instemming saneringsplan’ verbonden: • na de sanering dient een uitgewerkt monitoringplan te worden overlegd bij de saneringsevaluatie, waarin onder andere de volgende aspecten zijn verwerkt: de monitoringsfrequentie, actiewaarden en maatregelen bij overschrijding van de actiewaarden; • bij de herinrichting van de locatie moet rekening worden gehouden met een eventueel noodzakelijke grondwateronttrekking in de toekomst. Opmerkingen Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie, waarvoor Gedeputeerde Staten (GS) bevoegd gezag zijn.
Er is een aantal jaar geleden geadviseerd om hiervoor conform de Wet bodembescherming een sanering uit te voeren om de locatie geschikt te maken voor het voorgenomen gebruik. Hiervoor is op 1 juni 2022 door Moerdijk Bodemsanering B.V. een saneringsplan opgesteld. Hiertoe is een sanerings- en een grondwaterbeheersplan opgesteld, waarmee GS van Zuid-Holland onder voorwaarden hebben ingestemd. Deze beschikking ‘instemming saneringsplan’ is op 11 juli 2022 (met kenmerk 1384899) afgegeven (zie bijlage 2). Het saneringsplan is beoordeeld en de projectontwikkelaar heeft een aantal wijzigingen ten opzichte van het beschikte saneringsplan voorgesteld. Deze wijzigingen zijn eveneens door DCMR op 22 januari 2024 beoordeeld en goedgekeurd. Geconcludeerd is dat de voorgestelde wijzigingen op het saneringsplan voldoen aan het bodemsaneringsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het voorstel was de bodemsanering conform het saneringsplan - waarmee reeds in 2022 is ingestemd - met de volgende wijzigingen uit te voeren: -
het plaatsen van terreinelementen zoals o.a. menuborden en verlichting met fundering; wijzigingen van het bouwvlak met noodzaak de McDrive te onderheien; ophoging en verharding terrein als saneringsmaatregel;
Blad 3 van 6
Ons kenmerk
3390206_7926167
-
monitoren grondwater: vóór en na de grondwerkzaamheden wordt het grondwater door middel van 4 peilbuizen gemonitord, ook na de sanering; graven van sleuven voor het aanleggen van de nutsvoorzieningen; aanpassingen damwand aan de west- en noordzijde: om een zo stabiel mogelijke situatie te creëren, worden de damwanden overal tot in de veenlaag aangebracht; Op grond van artikel 8 van de Woningwet en artikel 2.4.2 van de bouwverordening heeft DCMR geadviseerd, dat het bouwen op een verontreinigde locatie voordat het saneringsplan geheel is uitgevoerd kan worden toegestaan, mits de vloer van het te bouwen horecapand is afgebouwd. Ook is gesteld dat alle saneringsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd, alvorens er bedrijfsactiviteiten kunnen plaatsvinden. Het treffen van sanerende maatregelen en de bouw vallen hiermee samen.
Hierbij is het verder van belang te vermelden dat pas na de sanering DCMR aan de hand van de saneringsevaluatie kan beoordelen en vaststellen of de locatie daadwerkelijk geschikt is gemaakt voor het beoogde gebruik. In deze fase wordt ook ingestemd met het vervolg of het nazorgplan. Dit is opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Voorwaarde hierbij is wel, zoals boven genoemd, dat de monitoringspeilbuizen intact moeten blijven. Ook dit staat in de ruimtelijke onderbouwing. Overige milieuaspecten De overige milieuaspecten waterhuishouding, geluid, lucht, stikstof, bedrijven en milieuzonering, milieueffectrapportage en verkeer/parkeren zijn beoordeeld en akkoord bevonden. Deze aspecten zijn in de laatste ruimtelijke onderbouwing van 1 april 2025 goed verwoord. Deze aspecten worden hieronder verder toegelicht: Waterhuishouding Er is contact gelegd met het hoogheemraadschap in het kader van de watertoets. Het onderdeel boringsvrije zone is goed beschreven. Geluid Het geluidaspect vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan omdat een horecapaviljoen geen geluidgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is aangemerkt. In paragraaf 4.5 is gesteld dat een horecapaviljoen geen geluidgevoelig object is in het kader van de Wgh, waardoor toetsing van geluidbronnen uit de Wgh achterwege kan blijven.
Tevens is het paviljoen en bijbehorend terrein niet aan te merken als geluidbron in de zin van de Wgh. Met de conclusie dat de bepalingen uit de Wgh geen belemmeringen vormen voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan kan akkoord worden gegaan. Luchtkwaliteit Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen Ontwikkeling. Deze ontwikkeling blijft ver onder de grenzen van de regeling ‘Niet in betekenende mate’. De heersende luchtkwaliteit is beoordeeld op basis van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) conform het gebruik RIVM in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat als een nieuwe monitoringsinstrument dat vanaf 1 januari 2023 de NSLmonitoringstool verving.
Blad 4 van 6
Ons kenmerk
3390206_7926167
Stikstof Met de laatste stikstofberekening is voldoende aangetoond dat de plannen geen negatieve effecten op beschermde natuur zullen veroorzaken. De conclusie van de bijbehorende AERIUS-berekening is dat de beoogde plannen geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar veroorzaken op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden en dat negatieve effecten daarmee zijn uitgesloten. Voor zowel de referentiesituatie als het beoogde gebruik zijn de emissiebronnen degelijk gemotiveerd en correct gemodelleerd. De gehele verkeersgeneratie is in de berekening meegenomen. Hiermee is een goed beeld gegeven van alle stikstofrelevante emissiebronnen en de effecten op de natuur. Met het onderzoek is aangetoond dat het plan geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar veroorzaakt op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming; het onderdeel stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Bedrijven en milieuzonering Dit aspect vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling; er wordt voldoende rekening gehouden met afstanden. De nabij gelegen gevoelige functies liggen op voldoende afstand, waardoor negatieve gevolgen uitgesloten kunnen worden. Daarnaast ligt er direct ten westen van het plangebied een recreatieterrein waar mensen voor langere tijd verblijven.
De afstand tussen het beoogde horecapaviljoen en de dichtstbijzijnde recreatiewoning is ruim genoeg om hinder uit te sluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) De aanmeldingsnotitie bevat alle informatie die nodig is voor het opstellen van het m.e.r beoordelingsbesluit. De aanmeldnotitie is een zelfstandig leesbaar document, op basis waarvan vastgesteld kan worden dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uitgesloten kunnen worden. Uit de beschouwing van de kenmerken van de effecten, blijkt dat mogelijke milieueffecten beperkt zijn en er kan worden geconcludeerd dat geen m.e.r. behoeft te worden opgesteld en op basis van de laatste voorliggende aanmeldnotitie volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.beoordeling. Mobiliteit Aandacht is besteed aan verkeer(sveiligheid) en parkeren. Voor een goede routering wordt op het terrein duidelijke bewegwijzering aangebracht. Voor de veiligheid van voetgangers wordt er een nieuw voetpad langs de zuidzijde van de ontsluitingsweg aangelegd met aansluiting naar de bushalte. De komst van deze ontwikkeling heeft geen negatief effect op de verkeersafwikkeling. Conform de Verkeers- en vervoervisie van de gemeente en geldende landelijke parkeernormen, kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een passende parkeersituatie. Nadere informatie Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met
Blad 5 van 6
Ons kenmerk
3390206_7926167
Hoogachtend,
namens de directeur DCMR Milieudienst Rijnmond,
DCMR maakt gebruik van digitaal vaststellen, daarom ontbreekt een zichtbare handtekening
Bijlagen: -
Bijlage 1: Kader met wet- en regelgeving en beoordeelde documenten; Bijlage 2: Beschikking ‘instemming saneringsplan’.
Blad 6 van 6