CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Begroting 2022 GRJR

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze begrotingswijziging 2021 GRJR15.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (AB 2 juli 2021)

INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING ......................................................................................................................... 1 1.1 Voorwoord ......................................................................................................................... 1 1.2 Leeswijzer .......................................................................................................................... 4 1.3 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen ................ 4 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 6 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 6 2.2 Verwerking Kadernota 2022 ...................................................................................... 8 2.3 Beoogde resultaten per opdracht ...........................................................................14 3.PARAGRAFEN .....................................................................................................................

24 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................24 3.2 Financiering ....................................................................................................................28 3.3 Bedrijfsvoering...............................................................................................................28 3.4 Rechtmatigheid ..............................................................................................................30 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 34 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................34 4.3 Financieel perspectief .................................................................................................43 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................45 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 49

2

1. Aanbieding 1.1 Voorwoord Voor u ligt de begroting van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond beter bekend als Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De deelnemende gemeenten werken in de GRJR samen om specialistische jeugdhulp in te kopen en veiligheid en bescherming te bieden voor de jeugdigen in Rijnmond. Samenwerking waar nodig Belangrijke reden voor deze samenwerking is het feit dat gemeenten niet vooraf voor alle typen zorg weten of en in welke mate het bij kinderen uit hun gemeenten nodig is om deze aan te bieden. Gemeenten willen, en moeten ook volgens de Jeugdwet, wel beschikken over een aanbod dat tegemoetkomt aan de mogelijke hulpvraag. Door gezamenlijke inkoop en subsidiëring is de beschikbaarheid geregeld zonder dat vooraf het feitelijke gebruik gedetailleerd bekend is. Gemeenten kunnen zo samen een breder palet aan voorzieningen bieden dan iedere individuele gemeente zou kunnen. Dit bredere aanbod betekent meer keuzemogelijkheden voor individuele burgers, betere match tussen vraag en aanbod en effectieve en efficiënte inzet van jeugdhulp, jeugdbescherming en -veiligheid. Ontwikkeling vraag en aanbod De jeugdhulp is in 2017 ingekocht voor de periode 2018-2021. De hieruit voortgekomen contracten zijn inmiddels verlengd tot en met 2022.

Dat betekent dat de begroting 2022 net als voorgaande jaren is geënt op de inkoopstrategie uit 2017 en de ervaringsgegevens over jeugdhulpgebruik in de afgelopen jaren. De afgelopen jaren bleek herhaaldelijk dat de begrotingen te laag waren. In 2020 is de meerjarenbegroting 2020 – 2024 opgehoogd naar het realisatieniveau van 2019. In 2020 werden circa 12.300 jeugdigen geholpen met een divers gemiddeld weekbudget en indicatieduur. Er was sprake van wachttijden boven de zogenaamde Treeknorm. Verdere stijging van het aantal jeugdigen en/of stijging van de gemiddelde zwaarte van hulpvragen en/of volumemaatregelen voor wachttijdbeperking voor regionale ingekochte hulp zijn niet uitgesloten. Na een inhoudelijke beoordeling en rekening houdend met de taakstellingen, zijn de budgetten voor pleeghulp en dienstverlening in het kader van adolescentenstrafrecht (ASR) met €1,6 resp. €0,8 miljoen extra opgehoogd, omdat onvermijdelijk is dat minstens dezelfde hoeveelheid hulp zal worden ingezet als in 2020

werd gerealiseerd. Voor pleeghulp is het zelfs wenselijk dat de hoeveelheid toeneemt ten opzichte van 2020, ter ontlasting van het beroep op zwaardere vormen van jeugdhulp. Voor de overige budgetten is overschrijdingsrisico vermeld in de risicoparagraaf. Financiële krapte en transformatie De kostenstijgingen in de jeugdhulp leggen veel druk op gemeenten. Daarom wordt gezocht naar oplossingen. In de regio Rijnmond wordt ingezet op de transformatie naar meer lokale, integrale, vraaggerichte inzet. Terwijl deze plannen primair op inhoudelijke meerwaarde zijn gericht, is ook de aanname dat hierdoor minder (regionaal ingekochte) specialistische hulp nodig zal zijn. Dit verwachte voordeel is alvast genomen. Op deze plannen wordt door de samenwerkende gemeenten doorgepakt. Voorliggende begroting 2022 sluit daarop aan. Structurele kosten In 2020 is landelijk onderzoek gedaan naar de structurele gemeentelijke budgetbehoefte voor uitvoering van de Jeugdwet. Het gaat hierbij om wat de gemeenten nodig hebben om hun Jeugdwettaken adequaat te realiseren, ongeacht of zij dit langs lokale of regionale weg doen. In 2021 is erkend dat er, incidenteel maar ook structureel, iets aan de financiële krapte moet worden gedaan mede gezien de aanhoudende lange wachttijden en de impact van de Corona-maatregelen op jeugdigen.

Aanpak wachttijden In afstemming met de deelnemende gemeenten voorziet de definitieve begroting 2022 in extra budget om de in 2021 te starten projectmatige Wachttijdenaanpak in 2022 te kunnen doorzetten. Met name voor ambulante hulp zijn de wachttijden al langer hoog. Sinds 2020 zien we een stijging van de wachttijd en het aantal wachtenden. Dit is mogelijk ook een effect van de tweede lockdown in verband met Corona. Dit leidt tot andersoortige en zwaardere problematiek (zoals eetstoornissen, suïcide), meer spoed/nood op de wachtlijst, langere trajecten door afzeggen consulten (dus minder ruimte voor nieuwe instroom) en tot slot uitval van personeel (waardoor nog minder ruimte voor instroom). Er wachten nog te veel jeugdigen nog veel te lang op noodzakelijke hulp. Voor de acute aanpak van dit probleem is in 2021 en 2022 extra inzet van regionaal ingekochte jeugdhulp nodig. Deze projectmatige aanpak met de huidige regionaal gecontracteerde zorgaanbieders is erop gericht om binnen de huidige contracten meer wachtenden te helpen zodat de gemiddelde wachttijd weer onder de Treeknorm komt. Deze projectmatige aanpak komt

2

náást de ingezette structurele maatregelen (transformatie, nieuwe inkoop, uitwerking regiovisie) en is er mede opgericht om het opnieuw oplopen van de wachttijden vanaf 2023 te voorkomen. Voor de aanpak van de wachttijden is in samenspraak met de aanbieders een periode van drie jaar (steeds met €15 miljoen op jaarbasis) ingeschat. In de projectaanpak kunnen voor 2023 nog geen verplichtingen worden aangegaan omdat de huidige contracten lopen tot 31 december 2022. Ook is het wenselijk om eerst preciezer te bepalen welke projectdoelen binnen de lopende contractperiode moeten worden bereikt. Een en ander komt terug in de Kadernota 2023 en wordt in de meerjarenbegroting nu nog als PM opgenomen. Over de voortgang van het Project Aanpak Wachttijden wordt in de planning en control stukken gerapporteerd en door middel van die stukken worden ook de raden hierover geïnformeerd. In de begroting 2022 (de lopende contractperiode) wordt incidenteel €15 miljoen extra ingezet om het project Aanpak wachttijden uit te voeren. Voor de dekking van deze uitgaven wordt een beroep gedaan op het resterende deel (€7,5 miljoen) van de incidentele extra algemene uitkering (AU) van €15 miljoen die in 2021 door het ministerie van VWS aan gemeenten beschikbaar zijn gesteld.

Deze extra inleg per gemeente wordt bepaald aan de hand van de extra gemeentelijke ontvangsten uit de AU, zodat dit voor gemeenten zo neutraal mogelijk is. Per saldo sluit de GR-begroting 2022 met een incidenteel tekort van €7,5 miljoen. Gezien het op 27 mei 2021 bekend geworden zwaarwegend advies vanuit de arbitrage tussen VWS en VNG, is heel waarschijnlijk dat het nieuwe kabinet de rijksbijdragen voor jeugdhulp ook vanaf 2022 substantieel verhoogt. In de loop van 2022 kan de begroting hierop worden aangepast om het begrotingstekort te dekken in plaats van pas achteraf te laten bijbetalen. Dit advies geeft aan dat er structureel 1,9 miljard in 2022 aflopend naar 0,8 miljard in 2028 nodig is.

ALGEMEEN BESTUUR Het Algemeen Bestuur behandelt de begroting in zijn vergadering van 2 juli 2021.

3

1.2 Leeswijzer In lijn met het verbeterplan van de GRJR wordt de opzet van de planning en control documenten stap voor stap verder ontwikkeld. Deze begroting 2022 en de gelijktijdig tot stand komende Jaarstukken 2020 zijn qua opzet meer met elkaar in lijn gebracht. Conform het Besluit begroten en verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), dat ook voor gemeenschappelijke regelingen geldt, bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2022 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de in oktober 2020 vastgestelde Kadernota 2022 en de reactie daarop van de raden van de deelnemende gemeenten. Hoofdstuk 3 gaat in verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s, bedrijfsvoering en rechtmatigheid.

1.3 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2022 is het proces als volgt: -

Op 16 april 2021 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerp-begroting.

-

Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze acht weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen.

-

Uiterlijk 23 juni 2021 brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren. Het verzoek aan gemeenten is om de conceptzienswijzen al eerder te delen met de GRJR.

-

Uiterlijk 18 juni 2021 biedt DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan AB aan.

-

AB besluit op 2 juli 2021 definitief over de begroting.

-

Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

-

DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 1 augustus 2021 aan gedeputeerde staten.

4

Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN

5

2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Achtergrond De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond is een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten, te weten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. De GRJR voert haar taken uit op grond van mandaat dat is verleend door de individuele gemeenten. 2.1.2 Inkoop van specialistische jeugdhulp De deelnemende gemeenten besloten in 2014 om samen te werken in het openbaar lichaam GRJR om gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming en -veiligheid te bieden. De belangrijkste reden hiervoor is, dat gemeenten niet vooraf voor alle typen zorg of ondersteuning weten of en in welke mate het bij kinderen uit hun gemeenten nodig is om deze aan te bieden. Gemeenten willen wel beschikken over een aanbod dat tegemoetkomt aan de mogelijke hulpvraag. Door gezamenlijke inkoop en subsidiëring is de beschikbaarheid geregeld zonder dat vooraf het feitelijke gebruik gedetailleerd bekend is. Gemeenten kunnen daardoor samen een breder palet aan voorzieningen bieden dan iedere individuele gemeente zou kunnen.

Dit bredere aanbod betekent meer keuzemogelijkheden voor de individuele burger, een betere match tussen vraag en aanbod en een effectieve en efficiënte inzet van jeugdhulp, jeugdbescherming en veiligheid.

2.1.3 Lokale sturing Lokale sturing staat binnen de GRJR centraal. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor zowel het lokale als het gezamenlijke aanbod. De deelnemende gemeenten besluiten dan ook gezamenlijk wat wel en niet binnen de GRJR wordt ingekocht of gesubsidieerd. De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. Inmiddels hebben alle gemeenteraden van de 15 deelnemende gemeenten de regiovisie Passend en Nabij vastgesteld. Dit vormt het kader waarbinnen de gemeenten en de GRJR de jeugdhulp in Rijnmond gaan ontwikkelen de

6

komende jaren. De uitwerking van de regiovisie vindt in de 2e helft van 2021 plaats in de regioagenda 2022. De aansturing en coördinatie op de regionaal ingekochte jeugdhulp blijft de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten zelf. De uitvoeringsorganisatie faciliteert de gemeenten hierin. Een voorbeeld van beleidsmatige aansturing is de transformatieagenda, waar de samenwerkende gemeenten ieder lokaal richting aan geven. Een voorbeeld van operationele sturing is de toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties door de lokale teams. 2.1.4 Taken GRJR De jeugdhulp omvat de uitvoering van gesloten jeugdhulp, crisiszorg, pleegzorg, intramurale zorg en/of specialistische zorg voor jeugdigen. De taken worden uitgevoerd met inachtneming van de afspraken die hierover op bovenregionaal of landelijk niveau zijn of worden gemaakt. Het Openbaar Lichaam is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: -

Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet;

-

Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis);

-

Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen.

Naast deze rollen is de GRJR ook gericht op het faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. Op deze manier kan de GRJR de gemeenten in positie houden om tot heldere beleidsmatige en resultaatgerichte aansturing op jeugdhulp te komen. Deze aanvullende taken zijn nog niet goed geformaliseerd. Uit de analyse in het kader van het aangescherpte verbeterplan blijkt dat de taken ‘faciliteren’ en ‘van elkaar leren’ onvoldoende zijn afgebakend en gedefinieerd. Dit wordt nog in 2021 meegenomen in de uitvoering van het verbeterplan voor de uitvoeringsorganisatie van de GRJR.

7

2.1.5 Uitvoeringsorganisatie en verbeterplan Voor de uitvoering van de GRJR-taken heeft het bestuur van de GRJR de Uitvoeringsorganisatie ondergebracht bij de Gemeente Rotterdam, waarbij het bestuur eindverantwoordelijk blijft voor de uitvoering van taken (zie ook toelichting op de regeling) maar de voor de uitvoering benodigde mandaten mandaten/volmachten heeft verleend. Deze eindverantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. De gemeenschappelijke inkoop, contractering en subsidiëring dienen zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. Het bestuur heeft in 2019 een verbeterplan vastgesteld als leidraad voor verbeteringen die de uitvoeringsorganisatie stap voor stap doorvoert. De opdracht die het AB in juli 2020 aan de secretaris heeft meegegeven bevat de vier belangrijkste verbeterpunten uit het verbeterplan, die in 2020 en 2021 zijn opgepakt. De verwachting is dat de situatie in het begrotingsjaar 2022 structureel is verbeterd.

2.2 Verwerking Kadernota 2022 Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) dient het dagelijks bestuur van de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de gemeenteraad van elke deelnemende gemeente te sturen. Het algemeen bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2022 aangegeven in een Kadernota 2022. Het AB heeft deze nota op 14 oktober 2020 vastgesteld. Vanwege het belang van lokale sturing op de jeugdhulp gaf het algemeen bestuur de gemeenteraden gelegenheid om op deze nota te reageren. De formele zienswijzeprocedure voor de definitieve begrotingsvaststelling biedt weinig ruimte, terwijl het bestuur veel belang hecht aan het bestuurlijk en politieke draagvlak voor de op te stellen begroting. De begrotingsuitgangspunten uit de Kadernota zijn als volgt geclusterd: 1. Aansluiting op Regiovisie 2. Sturing op transformatie en kostenbeheersing 3. Reëel begroten in Coronatijd 4. Voorbereiding op twee inkoopsystematieken 5. Verschuiving drangtaken GI’s naar individuele gemeenten 8

6. Wijziging van het woonplaatsbeginsel 7. Zorgkosten indexering 8. Uitvoeringskosten en indexering Per thema wordt in hoofdlijnen aangegeven hoe een en ander in voorliggende begroting is vertaald. Meer details staan in hoofdstuk 4 Financiële begroting. 2.2.1 Aansluiting op Regiovisie De begroting 2022 is gebaseerd op de inkoopstrategie en contracten voor de periode 20182021 welke zijn verlengd tot en met 2022. De raming van de zorgbudgetten en de risicoparagraaf zijn gebaseerd op de realisatiecijfers 2020. De uitvoering van deze begroting vindt plaats vanuit de bestaande kaders en transformatie-aanpak. Ter voorbereiding op de periode vanaf 2023 stelt de GRJR stelt in 2021 in samenwerking met de gemeenten een algemene inkoopstrategie vast die aanhaakt op de Regiovisie. In de concretisering (zoals met betrekking tot arrangementenmodel) worden de lessen uit de transformatieprojecten,

ideeën

en

wensen

van

gemeenten

meegenomen.

Het

aanbestedingstraject loopt tot in 2022. € Voor de inkoopwerkzaamheden is conform Kadernota in de GRJR-begroting 2022 incidenteel € 200.000 extra uitvoeringsbudget opgenomen. € De voor het op te richten regionale Programmateam Regio-agenda te verwachten extra inzet van capaciteit (schatting €200.000) zal via de begroting van de GRJR worden verrekend. 2.2.2 Sturing op transformatie & kostenbeheersing De gezamenlijke aanpak is, in lijn met de transformatiegedachte, er op gericht om te bezuinigen op specialistische Jeugdhulp door meer in te zetten op preventie en basis ondersteuning. Dat brengt een taakstellende verschuiving naar lokaal met zich mee, die we beogen te bereiken door: -

inzet op transformatie: het eerder en zo dichtbij mogelijk leveren van jeugdhulp;

-

regie, zowel lokaal als regionaal, op casusniveau, ingezette zorg, contracten en financiën.

Binnen het totaalpakket van deze transformatie- en besparingsplannen zet de GRJR in op aanscherping arrangementenmodel en verbetering van contractmanagement (inclusief budgetbeheer) en informatievoorziening (basis op orde, data-analyse en monitoring).

9

De bedoeling is om dit lopende transformatieproces in 2021 op gang te houden en nieuwe initiatieven mogelijk te maken. De begroting 2022 bevat de volgende maatregelen die bijdragen aan de gevraagde inzet: € De voortgang van het verbeterplan komt in ieder planning en control moment van de GRJR terug. Onderdeel is verbetering van contractmanagement en sturingsinformatie. De hiervoor benodigde uitvoeringscapaciteit is conform Kadernota structureel geraamd op het in 2020 verhoogde niveau. Het budget voor uitgaven voor informatievoorziening /ICT is structureel met € 50.000 verhoogd. € Om het lopende transformatieproces na 2021 op gang te houden en nieuwe initiatieven mogelijk te maken wordt structureel € 2,0 miljoen uit de zorgbudgetten apart gezet voor transformatie en innovatie. € Onderdeel van de transformatieplannen is een transformatiemonitor ter ondersteuning van de sturing op de transformatie door alle betrokken partijen. Hierin zal de suggestie voor een transformatiemeetlat worden betrokken. Conform het strategisch informatieplan (AB februari 2021) gaat de GRJR-uitvoeringsorganisatie nadat de basis verder op orde is ook op deze strategische laag van de informatievoorziening acteren. € De afgesproken experimenteerruimte wordt gefaciliteerd door (na berekening van de inleg op basis van de vlaktaks) de inleg van deze gemeenten deels pas achteraf te innen.

Normaal gesproken wordt de inleg volledig vooruitbetaald.

De totale omvang is

conform opgave van Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel geraamd op € 620.000 en verwerkt in opdracht E. De Kadernota geeft alleen voor 2022 ruimte om dit te doen. € De nog toe te wijzen taakstelling 2021 en 2022 is doorgevoerd in de budgetten 2022. € In de volgende Kadernota worden de gevolgen van de nieuwe inkoopstrategie voor de begroting 2023 uitgewerkt. In dat verband zal ook de vlaktaks weer bekeken worden. 2.2.3 Reëel begroten in Coronatijd Kadernota: Bij de Kadernota 2021 hebben de 15 gemeenten van de jeugdregio Rijnmond gezamenlijk afgesproken om een financiële taakstelling te formuleren. Om dit te bereiken is een gezamenlijk pakket van maatregelen opgesteld. De maatregelen hangen sterk samen met de inzet op de transformatie van de jeugdhulp en het voeren van regie, zowel lokaal als regionaal, op casusniveau, ingezette zorg en kosten. Toen de Corona-pandemie in maart 2020 in ons land begon was nog geen sprake van doorwerking tot in 2022. Bij het opstellen van de Kadernota 2022 wel. En inmiddels staan

10

begin 2021 de gevolgen van de Corona-maatregelen, zoals de langdurige lockdown en de avondklok,

voor

jeugdigen

volop

de

agenda.

Dit

in

combinatie

met

de

wachttijdenproblematiek, die door Corona-omstandigheden steviger is geworden, en de publicatie van het landelijke rapport van AEF over de structurele kosten van Jeugdhulp. Het AB besprak naar aanleiding hiervan in februari 2021 de gevolgen voor de begroting 2021, 2022 en besloot hierover als volgt: Besluit AB februari 2021 -

Instemming met het sturen op de coronakosten via de Burap, tenzij er tussendoor significante afwijkingen worden waargenomen.

-

Kennisnemen van het AEF-rapport en vooralsnog de kadernota als uitgangspunt te blijven nemen voor de opstelling van de begroting 2022 en meerjarenraming die tijdens het AB van april [2021] ter besluitvorming worden voorgelegd.

-

Vooruitlopend op extra middelen (ondersteund door AEF-rapport) op onze verzoeken bij het Rijk (Brandbrief wethouder Roopram cs, brief GRJR en aanbieders, VNG noodkreet) in verband met oplopende zorgen in zowel lokale als regionale bekostiging van jeugdhulp, de opdracht aan de GRJR te geven om scenario’s uit te laten werken die recht doen aan: a.

De gewenste opbouw van de lokale zorg zoals de transformatie (zoals in de nader uitgewerkt in de regiovisie) van ons vraagt;

b.

Zorgen omtrent wachttijden in de regionale jeugdhulp, deels tijdelijk (corona), deels al langer schurend en ook door de IGJ gesignaleerd;

en deze scenario’s voor te leggen aan het AB van 2 juli 2021. In het AB van april wordt de voortgang hierop besproken, zodat indien wenselijk bijstelling van de (financiële) kaders tijdig kan plaatsvinden.

-

Instemming met het aangaan van het gesprek met VWS, VNG en/of de inspectie om de problematiek nader te duiden en aan te dringen op financiële middelen.

Dit betekende dus dat tussen ontwerp- en definitieve begroting nog wijzigingen konden worden doorgevoerd naar aanleiding van de scenario-analyse. De reacties en besluiten zijn als volgt verwerkt in de begroting 2022: € In de raming van de budgetten is de besparing 2021 en 2022 verwerkt. Het totaalbedrag van € 5.369.394 is in mindering gebracht op de budgetten 2022 voor de opdrachten A t/m E, naar rato van het plan van aanpak dat bij de begroting 2021 was vastgesteld. Onderdeel hiervan is overigens een verhoging van het budget pleeghulp ten laste van B/C. € Het risicobudget wordt conform Kadernota op 1,5% gehouden, maar in de risicoparagraaf worden risico’s van Corona en tegenvallende besparingsopbrengst gekwantificeerd. Gemeenten dienen dit in de eigen weerstandscapaciteit betrekken.

11

€ De budgetten voor pleeghulp (A) en dienstverlening in het kader van Adolescentenrecht (ASR) zijn naar boven bijgesteld (met €1.600.000 resp. €800.000) om het onvermijdelijk te verwachten – en voor pleeghulp wenselijke - uitvoeringsniveau te kunnen realiseren. Deze budgetten zijn nu berekend op hetzelfde gemiddeld aantal jeugdigen tegen dezelfde gemiddelde kosten op jaarbasis als in 2020, maar tegen prijspeil 2022. € Voor de projectmatige aanpak van de wachtttijdenproblematiek is incidenteel €15 miljoen begroot. Dit project is gericht op wegwerken van de boven Treeknorm opgelopen wachttijden. Dit is naast het al ingezette beleid (regiovisie, inkoop 2023, taakstellingen) gericht op het wegwerken van de huidige en structureel voorkomen van het oplopen van wachttijden. 2.2.4 Voorbereiding op twee inkoopsystematieken in meerjarenbegroting De gemeenten Maassluis, Vlaardingen, Schiedam hebben eind 2020 aangegeven een eigen inkoopsystematiek voor specialistische jeugdhulp te willen hanteren in plaats van de gezamenlijke regionale inkoop. De vijftien gemeenten vinden het van groot belang om in de GRJR te blijven samenwerken en zullen vanaf 2023 met twee inkoop- en bekostigingssystematieken werken. Bij de totstandkoming van de Kadernota 2022 is nog geen rekening gehouden met de ontwikkelingen rond een eigen inkoopsystematiek van MVS.

In de voorliggende begroting is nog geen bijstelling van het meerjarenperspectief opgenomen in verband met de lokale inkoop MVS. Na de recente besluitvorming konden de gevolgen niet tijdig voor de begrotingsopstelling voldoende worden onderzocht. Voor de verdere uitwerking is een marsroute uitgestippeld die zal uitmonden in nieuwe uitgangspunten in de Kadernota 2023 in de samenhang met de inkoopstrategie. 2.2.5 Verschuiving drangtaken GI’s naar individuele gemeenten In 2019 is onderzocht of er bij de Jeugd Bescherming Rotterdam Rijnmond en de William Schrikker Stichting taken zijn die wellicht ook lokaal (bij de lokale teams) belegd kunnen worden. Hierbij wordt vooral aan de zogenaamde taken ten aanzien van drang gedacht. In 2020 is gekeken of en hoe deze beweging naar de lokale teams gemaakt kan worden en wat dit dan voor de lokale teams betekent. Naar verwachting zal dit in 2022 en verder tot een verlaging van de begroting voor de GI’s leiden. Dit is wel van een aantal zaken afhankelijk, waaronder besluitvorming van gemeenten over de beweging van drang. Wanneer gemeenten dit zelf gaan uitvoeren dan zal dit leiden tot verlaging van de productie van de 12

GI’s. Gemeenten is gevraagd om dit uiterlijk 1/11/2020 inzichtelijk te maken. Het kan dat een deel van de gemeenten toch besluit de taken bij de GI te laten. Eind 2020 gaven de gemeenten in de jeugdhulpregio Rijnmond aan per 2022 hierop voorbereid te zijn. Verdere uitwerking vindt plaats gedurende 2021. Omdat dit voornemen sterk aansluit op de Regiovisie en transformatie en eind 2019 al nadrukkelijk is ingezet, is voor de begroting 2022 voorzichtig uitwerking gegeven aan dit punt in de Kadernota. € Het budget GI’s is met € 3,8 miljoen verlaagd op basis van de aanname dat de taken van de GI’s bij ‘drang’ door gemeenten zijn overgenomen en/of niet meer via de GRJRsubsidie lopen. 2.2.6 Wijziging van het woonplaatsbeginsel Het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft gevolg voor de hoogte van de inleg van gemeenten binnen de GRJR, door verschuivingen van jeugdigen in zorg tussen gemeenten. Per 1 januari 2022 treedt het woonplaatsbeginsel in werking. De afstemming van overhevelingen tussen gemeenten onderling en met zorgaanbieders wordt landelijk voorbereid en gecoördineerd. Ook de uitvoeringsorganisatie zal de administratieve gevolgen daarvan verwerken. Als er meer duidelijkheid is over de impact wordt bij de Kadernota 2023 naar gevolgen voor de vlaktaks gekeken.

2.2.7 Zorgkosten indexering De Kadernota 2022 hanteerde voor indexering van zorggerelateerde kosten het voorlopige OVA indexatiecijfer 2021 op de site van de NZA, te weten 3.24%. Naar aanleiding van beraadslagingen van het algemeen bestuur in december 2020 wordt een nauwkeuriger (en iets lagere) indexatierichtlijn gehanteerd die eerder duidelijkheid biedt aan alle partijen: -

Voorlopige indexatie van de tarieven en budgetten voor 90% met voorlopig OVA 2021 van 3,24% en voor 10% met PPC -prijsindex van 1,73%;

-

Definitieve indexatie in de begroting 2022 met de in juli 2021 bekende (dan vermoedelijk definitieve) percentages OVA en PPC. Inmiddels heeft de Nederlandse Zorgauriteit het definitieve OVA 2021 vastgesteld op 2,01%. In de definitieve begroting zijn de budgetten met dit percentage geïndexeerd.

2.2.8 Uitvoeringskosten en indexering Voor indexering van organisatiekosten geldt de richtlijn van gemeenten, in afwachting daarvan is voorlopig het percentage 2021 van 1,4% gehanteerd. 13

€ Voor indexatie van de uitvoeringskosten wordt de definitieve richtlijn van 1,90% gevolgd conform brief van 18 december 2020 en ingebrachte zienswijzen.

2.3 Beoogde resultaten per opdracht Het totale aanbod van regionale jeugdhulp is opgedeeld in een aantal opdrachten. Het doel van deze onderverdeling is integraliteit en pluriformiteit van zorgaanbod te borgen. Bij alle opdrachten zijn meerdere opdrachtnemers met een raamovereenkomst gecontracteerd. Waar aanvullend nodig worden subsidies verleend. Bij de indeling in opdrachten is onderscheid gemaakt in zorg die: -

Thuis/ambulant geboden kan worden (opdrachten D en E);

-

Niet thuis geboden kan worden; vervangende opvoeding genoemd (opdrachten A t/m C); Hierbij kan het perspectief zijn (1) terug naar huis, (2) blijvend vervangende opvoeding (bijvoorbeeld pleegzorg, kamertraining) of (3) observatie; komen tot vraagverduidelijking met de combinatie van een tijdelijk situatie van vervangende opvoeding.

-

Overige (niet gecontracteerde) jeugdhulp, waaronder jeugdbescherming, Veilig Thuis en landelijke inkoop (opdrachten G en H).

De toelichting is nagenoeg gelijk aan de begrotingen 2020 en 2021, waarin bestaande producten/diensten en meerjarig doorlopende ontwikkelingen worden geschetst. 2.3.1 opdracht A: Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Opdracht A heeft als doel het bieden van een stabiele opvoedsituatie in een pleeggezin voor de jeugdigen die vervangende opvoeding nodig hebben. De duur van pleegzorg varieert van tijdelijk tot langdurig, dit is afhankelijk van de thuissituatie en/of mogelijkheden van de ouders om de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken. Pleegzorg kan zowel in deeltijd- als voltijdvorm ingezet worden. Bij voltijdpleegzorg woont een kind de gehele week bij het pleeggezin. Deeltijdpleegzorg houdt in dat een kind een aantal dagen per week of maand bij een (ander) pleeggezin woont. Het doel van deeltijdpleegzorg kan het ontlasten van het biologische gezin of het pleeggezin zijn. Bij met name langdurige inzet van pleegzorg kan een situatie ontstaan dat er aanvullende hulp nodig is. Deze hulp kan vanuit opdrachten D en E (respectievelijk daghulp en ambulante hulp) geleverd worden, eventueel door een andere aanbieder. Het voornaamste aandachtspunt binnen deze opdracht is de werving van voldoende pleegouders en het behoud van bestaande pleegouders. De vraag naar pleeggezinnen is 14

groter dan het aanbod. Met gerichte campagnes die in 2021 zijn gestart, in afstemming met gemeenten en aanbieders, wordt het pleegouderschap aantrekkelijker gemaakt. Deze campagnes slaan aan: het aantal pleegouders stijgt. Daarnaast is er behoefte aan de mogelijkheid om binnen opdracht A diverse vormen van hulp en ondersteuning kort- of langdurend naast pleegzorg in te zetten. Hiermee kan breakdown (uitval) van kinderen in pleegzorg voorkomen worden en hierdoor kunnen ook kinderen met complexere problematiek in een pleeggezin geplaatst worden. 2.3.2 opdracht B: Weer naar huis (Opname) en 2.3.3 opdracht C: Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Vanwege de inhoudelijke en financiële samenhang worden de opdrachten B en C gezamenlijk toegelicht. Op subopdracht B2 (gesloten jeugdhulp) volgt een aparte toelichting. Opdracht B heeft als doel het herstellen, verbeteren of stabiliseren van het functioneren van een jeugdige, waarna deze weer naar het gezin van herkomst kan terugkeren. De jeugdige heeft hiervoor (kortdurende) behandeling nodig. Hierbij wordt ook gekeken naar de jeugdige en de opvoedsituatie, wat hebben de jeugdige en ouders/opvoeders nodig om terugkeer naar huis mogelijk te maken? Ook kan zelfstandig wonen in beeld komen als terug naar huis geen optie blijkt. De benodigde behandeling levert de instelling waar de jeugdige verblijft.

Wanneer een jeugdige blijvend of langdurig ondersteuning nodig heeft om te kunnen functioneren, ontvangt de jeugdige dit vanuit opdracht C. Deze ondersteuning krijgt de jeugdige in een instelling waar deze verblijft. Het verschil met opdracht B ‘opname’ zit in het perspectief van de jeugdige. Bij opdracht B gaat het om behandeling, waar het bij langdurig verblijf (opdracht C) om begeleiding gaat. B1/ B3/ B4 (opname en verblijf) en C1/C2/C3/C4 (langdurig verblijf) Vanuit het transformatiebudget is door een aantal zorgaanbieders (gezamenlijk) gestart met een ‘long-care’ voorziening in opdracht C4. Deze extra capaciteit in opdracht C biedt zorgaanbieders de mogelijkheid om kinderen sneller te laten doorstromen vanuit opdracht B. Dit zorgt ervoor dat ruimte vrijkomt voor nieuwe instroom bij voornamelijk de intensieve behandelplekken (B3). Hierdoor zal de druk op de behandelplekken in opdracht B verlaagd worden en zal het de doorstroom vanuit de crisis (en eventueel opdracht E) versnellen.

15

Met alle zorgaanbieders in opdrachten B en C wordt gewerkt aan het creëren van een dekkend zorglandschap, maar ook overbruggingszorg, betere afschaling en snellere doorstroom. Opname voorkomende en opname verkortende trajecten staan daarin centraal. B2 (gesloten jeugdhulp) Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg. Doel is het aantal bedden in gesloten jeugdhulp verminderen. Dat doen we door gesloten jeugdhulp af te bouwen en deze jeugdhulp meer te vervlechten met het lokale en (sub)regionale veld van de jeugdhulp. De GI’s geven steeds minder gesloten machtigingen af, wat ook bijdraagt in de afbouw van bedden. In de stuurgroep (alleen voor de regio Rijnmond, maar ook voor het landsdeel en landelijk) wordt gezamenlijk gezocht naar mogelijkheden van ambulantisering en kleinschalige woonvormen. 2.3.4 opdracht D: Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Opdracht D voorziet in hulp voor de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren en ambulante behandeling en/of ondersteuning nodig heeft, maar wel in combinatie met daghulp. Perspectief is dat bij de jeugdige een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek mogelijk is. Jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval.

Aandachtspunt in deze opdracht is de aansluiting met de lokaal ingekochte hulp voor jeugd met een beperking en/of de hulp in het kader van medische problematiek. De verbinding met door derden (gemeenten/zorgverzekeraars) ingekochte hulp is essentieel en vraagt om extra goede aansluiting, zodat bijvoorbeeld de dagbehandeling ingezet kan worden als opschaalmogelijkheid als lokale initiatieven onvoldoende blijken. Hiermee kan een opname in een kliniek worden voorkomen. Andersom kan vanuit de kliniek de dagbehandeling als afschaalmogelijkheid ingezet worden om de klinische behandelduur zo kort mogelijk te houden. Ook is de aansluiting van belang voor de eventuele behandeling van de ouders. Ook de samenwerking op subregionaal gebied met het passend onderwijs is noodzakelijk, om de combinatie onderwijs en daghulp vorm te geven en doorlopende trajecten van zorg en onderwijs beter op elkaar aan te sluiten. Belangrijk aandachtspunt hierbij is de schaarste op gebied van (voortgezet) speciaal onderwijs. Verdere ontwikkeling van het aanbod in dit perceel is eveneens van belang om alle leeftijdsgroepen/doelgroepen te kunnen helpen.

16

De regiovisie en de ambities van de gemeenten zijn om (delen van) perceel D lokaal te willen gaan inkopen. Deze ontwikkeling zal op termijn een effect hebben op de versnelde uitstroom (kortere zorgduur) en vermindering van de instroom (omdat de gemeenten lokale oplossingen inzetten en daarmee invloed hebben op de budgetontwikkeling/instroom). Het doel voor nu is om de zaken die goed gaan vooral te bewaken en door te ontwikkelen. De zorgaanbieders in opdracht D zijn bezig met een notitie over een dekkend zorglandschap, waarin zij aangeven waar de knelpunten liggen en wat zij nodig hebben van gemeenten om hier een verbeterslag in te maken. Daarnaast richten we ons op de aansluiting en samenwerking van de lokale en regionale hulp/inkoop. Om de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp te verbeteren is er naar aanleiding van het adviesrapport onderwijs en jeugdhulp een programmateam opgezet om de aanbevelingen uit het rapport op te pakken. 2.3.5 opdracht E: Pakket thuis (Ambulante hulp) Hulp in opdracht E is voor de jeugdige die wordt beperkt in zijn functioneren en behandeling en/of ondersteuning nodig heeft, die in de thuissituatie (ambulant) geboden kan worden. Perspectief is dat bij de jeugdige een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek mogelijk is.

Jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. De hulp en ondersteuning in opdracht E is flexibel in tijd, intensiteit en specialisme. De hulp en ondersteuning wordt gericht op en (zoveel als mogelijk) uitgevoerd waar de jeugdige leeft. De hulpverleners zijn bekend met het gebied (en de partners binnen dat gebied) waar de jeugdige leeft en werken nauw samen met het lokale team. Bij de hulp wordt ingezet op continuïteit in de hulpverlening voor de jeugdige. Indien nodig is de hulp 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar en er kan snel geschakeld worden bij acute situaties. In deze opdracht is het grote knelpunt de lange wachttijden. Deze zijn alleen maar verder opgelopen als gevolg van de maatschappelijke effecten van Covid-19. Er wachten nog te veel jeugdigen veel te lang op noodzakelijke hulp. Voor de acute aanpak van dit probleem is in 2021 en 2022 extra inzet van regionaal ingekochte jeugdhulp nodig. Deze projectmatige aanpak met de gemeenten en de huidige regionaal gecontracteerde zorgaanbieders is erop gericht om binnen de huidige contracten meer wachtenden te helpen zodat de gemiddelde

17

wachttijd weer onder de Treeknorm komt. Deze projectmatige aanpak komt náást de ingezette structurele maatregelen (transformatie, nieuwe inkoop, uitwerking regiovisie) en is er mede op gericht om het opnieuw oplopen van de wachttijden vanaf 2023 te voorkomen. 2.3.6 opdracht F: Crisishulp Crisishulp kan bestaan uit: -

Snelle en intensieve ambulante crisishulp in de thuissituatie (verblijfsduur gemiddeld 4 weken);

-

Vervangende opvoeding in een crisis-pleeggezin (verblijfsduur gemiddeld 2 maanden);

-

Vervangende opvoeding in een voorziening voor crisisopvang (verblijfsduur maximaal 4 weken).

De aanspraak op crisishulp wordt bepaald door het Crisis Interventie Team (CIT, onderdeel van JBRR, zie opdracht G) of de GGZ-crisisdienst. In de samenwerking tussen CIT (Opdrachtgever), GGZ-crisisdienst en Opdrachtnemer wordt bepaald welke vorm van hulp het meest passend is. De opdracht van CIT is leidend bij het inzetten van crisishulp. In opdracht F is sinds 2018 een daling zichtbaar van het aantal jeugdigen voor wie inzet van crisishulp nodig is. De doorlooptijden binnen de crisishulp vormen wel een aandachtspunt. Dit vooral door wachtenden op passende vervolghulp. De afstemming en samenwerking op het gebied van instroom wordt verbeterd. JBRR en beide aanbieders van GGZ-crisisdiensten zijn in 2021 een transformatiepilot gestart waarin crisishulp enkel nog toegankelijk is via het CIT. Daartoe is aan het CIT FTE GGZ toegevoegd. Hiermee wordt beoogd jeugdigen sneller en dichter bij huis passende hulp te bieden. Tevens wordt een pilot uitgevoerd met crisispleegzorg met het doel meer maatwerk te bieden en het sociaal netwerk meer te betrekken. Dit onder meer om trauma’s bij deze veelal jonge kinderen te voorkomen. 2.3.7 opdracht G: Gecertificeerde Instellingen Opdracht (G) bestaat uit een aantal producten en diensten die geen onderdeel uitmaken van de

resultaatgerichte

bekostiging

Jeugdbescherming/Jeugdreclassering

maar

gesubsidieerd

(JB/JR)-maatregelen

worden,

dwang

&

te

weten:

drang,

Crisis

Interventie Team en het Kennis en Service Centrum Diagnostiek (KSCD). Onderstaand worden deze onderdelen toegelicht.

18

Jeugdbescherming/Jeugdreclassering maatregelen dwang & drang Vanaf 2015 worden Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (JB/JR) uitgevoerd door de gecertificeerde instellingen (GI’s) die aan het normenkader JB/JR voldoen. Het normenkader stimuleert en ondersteunt de instellingen om continu de kwaliteit van de eigen organisatie te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd. Binnen de regio Rijnmond wordt het grootste deel van de maatregelen JB/JR uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). JBRR is ook opdrachtgever voor de taken die door de William Schrikker Stichting (WSS) worden uitgevoerd. Het Leger des Heils Jeugdbescherming en -Reclassering (LJ&R) is ook een aanbieder in de regio Rijnmond. In december 2019 is het onderzoek naar de producten en tarieven van JBRR (en WSS) afgerond. Het AB GRJR heeft naar aanleiding van het onderzoek besloten dat de GI’s de focus moeten leggen op de dwang producten (OTS, JR en voogdij), zodat jeugdigen en ouders kwalitatief goede hulp en ondersteuning krijgen, zonder wachttijden of een wachtlijstaanpak. In 2021wordt op basis van extra subsidie ondersteuning in de vorm van consultatie & advies, kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering geboden aan gemeenten.

De routekaart ‘partnermodel IVH’ vormt hierin het uitgangspunt waarbij de lokale teams de rode draad vormen in de begeleiding van het gezin en de GI’s de kennis en ervaring hebben om hierin te ondersteunen. JBRR is gestart met een inventarisatie om te bezien wat er qua voorbereiding nodig is om IVH mogelijk te maken vanuit de wijkteams / gemeenten in samenwerking met de GI’s. Vanuit de transformatieagenda worden diverse ontwikkeltrajecten uitgevoerd, waaronder activiteiten om de lokale infrastructuren te versterken. JBRR is in 2020 begonnen met het aan lokale teams ondersteuning bieden met diverse activiteiten. Het streven en de verwachting is dat de inzet door GI’s op dwang de komende jaren verder zal afnemen. De kwaliteit in de dienstverlening aan jeugdigen en ouders zal toenemen en de samenwerking met partners zal verbeteren. In de Jeugdbeschermingsketen zijn verschillende instellingen actief, Veilig Thuis, GI en de Raad voor de Kinderbescherming, die deels overlappende taken hebben. In de regio Rijnmond is een pilot gedaan “Meer samen doen in Crisis”, in het kader van het programma Zorg voor de Jeugd actielijn 5, waarvan het doel was om het clientproces bij crisismeldingen 19

kwalitatief beter en efficiënter te maken. Deze pilot heeft input opgeleverd voor de landelijke beweging om jeugdbescherming en beschermingsketen effectiever te maken. In het kader van de vereenvoudiging van de Jeugdbescherming is er een toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in opdracht van de ministeries van J&V, VWS en VNG ontwikkeld.

Het

toekomstscenario

schetst

op

hoofdlijnen

hoe

de

kind-

en

gezinsbescherming er over zo’n 5 tot 10 jaar uit zou kunnen zien. Allereerst biedt het scenario perspectief hoe de Jeugdbeschermingsketen slimmer en effectiever eruit kan zien, waarbij kind en gezin centraal staan. Hoofdlijnen van het scenario over 5 tot 10 jaar. 1. Lokaal team staat om het gezin/kinderen heen en verleent hulp; 2. Gezin krijgt een vast professional (gezicht) of een duo toegewezen gedurende de hulpverlening; 3. Geen onnodig tijdsverlies: omdat het kind van de ene organisatie naar de andere organisatie gaat of van wachtlijst naar wachtlijst; 4. Samenbrengen van 3 organisaties tot een regionaal veiligheidsteam. Dit team heeft expertise op veiligheidsvraagstukken; 5. Dichtbij professionals en gezinnen staan een netwerk van specialisten met kennis van kinderen, gezinnen en specifieke uitingsvormen van geweld. Er wordt gezinsgericht en in gezamenlijkheid gewerkt aan het effectief en duurzaam borgen van duurzame veiligheid. Crisis Interventie Team (CIT) Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het CIT. Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen zelf kunnen contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp inzetten. In 2020 is het aantal crisisinterventies afgenomen ten opzichte van de jaren daarvoor.

Corona heeft wellicht een effect gehad omdat er minder meldingen zijn gedaan door de preventieve inzet van de lokale teams. Het aantal huisverboden is gelijk gebleven met het niveau van2019 (617). Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) Het KSCD is een zelfstandig organisatieonderdeel binnen JBRR dat voor de GI’s onder andere diagnostisch onderzoek uitvoert en instemmingsverklaringen voor gesloten plaatsingen afgeeft. 20

In verband met de inzet van JBRR in het terugdringen van het aantal gesloten plaatsingen, is het aantal instemmingsverklaringen ook flink gedaald in 2020 (316) ten opzichte van 2019 (420). In 2020 is de samenwerking tussen gedragswetenschappers van en het KSCD verder geïntensiveerd waardoor de inzet van gedragswetenschappelijke kennis binnen de organisatie efficiënter is geworden en de inhoudelijke kennisontwikkeling is versterkt. 2.3.8 Opdracht H: Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond is een zelfstandige stichting die invulling geeft aan de wettelijke verplichting om op bovenlokaal niveau een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling te organiseren. In 2019 is een onderzoek uitgevoerd naar de producten en tarieven van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. Dit onderzoek is de basis voor een meerjarenbegroting. Mede als gevolg hiervan, en van de landelijke campagnes, persaandacht en de chatfunctie die de VTRR sinds medio 2020 (start Coronacrisis) uitvoert is een gestage stijging zichtbaar in het aantal adviesvragen. In Q1 2021 heeft de stijging doorgezet en zien we ook een stijging in het aantal meldingen. Door diverse efficiencyslagen, aanpassingen in het werkproces en samenwerkingsafspraken met partners heeft Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond tot nu toe ingezet op het verwerken van de stijgende instroom binnen de begroting.

Gezien de gestage stijging en de impact van Corona is mogelijk een ophoging van de subsidie nodig. Dit is in de risicoparagraaf opgenomen en de ontwikkeling wordt nauwlettend gevolgd in de buraps. 2.3.9 Opdracht I: Overig Buitenregionale plaatsingen De subsidie voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor de financiering van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. Deze begrotingspost bestaat uit twee

vormen

van

pleegzorgplaatsingen

buitenregionale via

Enver

en

plaatsingen,

individuele

namelijk

buitenregionale

maatwerkcontracten

met

niet-

gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio. De hoogte van de uitgaven aan buitenregionale plaatsingen is al jaren redelijk constant, al lijkt een tendens zichtbaar van meer pleegzorgplaatsingen buiten de regio, conform ambities. (Zie ook jaarverslag 2020.) Adolescenten Strafrecht (ASR) In

het

kader

van

het

adolescentenstrafrecht

(ASR)

kan

een

rechter

of

reclasseringsmedewerker een hulpverleningstraject opleggen. Vanwege de leeftijd van deze 21

jeugdigen

(18-23)

en

hun

ondersteuningsbehoefte

wordt

hiertoe

dan

een

maatwerkcontract afgesloten. Om betere aansluiting met de binnen de regio Rijnmond aangeboden specialistische jeugdhulp te waarborgen is de coördinatie op deze trajecten middels een subsidie bij een gecontracteerde aanbieder belegd. De kosten van deze trajecten stijgen. Dit komt omdat meer jongeren worden veroordeeld volgens het adolescentenstrafrecht, de problematiek zwaarder wordt, de lange duur van trajecten en doordat uitstroom soms lastig is door het ontbreken van huisvesting. Landelijke inkoop (LTA) Vanuit het Rijk zijn wat betreft een aantal zeer specialistische zorgvoorzieningen afspraken gemaakt voor landelijke inkoop. De VNG sluit contracten met jeugdhulpaanbieders namens alle gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake is van weinig cliënten en een landelijke spreiding. Daarnaast is er een aantal functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp. De samenwerkende gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond hebben besloten om de financiering en reservering van deze middelen binnen de gemeenschappelijke regeling te beleggen, aangezien het zeer specialistische voorzieningen betreft en binnen de samenwerking eventuele fluctuaties in het gebruik van deze voorzieningen kunnen worden opgevangen.

De VNG heeft in 2019 opnieuw een mandaat gekregen voor het aangaan van raamovereenkomsten voor een periode van 5 jaar, van 2021 tot en met 2025. Ten aanzien van het LTA geldt dat de kosten moeilijk te beïnvloeden zijn omdat de verwijzing doorgaans verloopt via huisartsen of medisch specialisten. De lokale teams zijn daar meestal niet bij betrokken. GGZ-crisisdienst De GGZ-crisisdienst van Parnassia en GGZ Delfland is alleen bereikbaar voor huisartsen, politie, centrum eerste hulp of andere hulpdiensten. De 7x24 uur crisisdienst bestaat uit een team van artsen en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen. Zij beoordelen of en zo ja welke acute psychiatrische hulp moet worden geboden. Beide zorgaanbieders volgen hierbij de uitgangspunten van de Generalistische Module Acute Psychiatrie. Dit betreft (1) een eerste direct contact (< 24 uur), en (2) maximaal 3 dagen acute zorg voor beoordeling, triage en eventueel doorverwijzing naar vervolg (crisis)hulp. Het team van de crisisdienst doet zelf geen seriebehandeling.

22

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN

23

3.Paragrafen Met de invoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in 2004 is met betrekking tot de verslaggeving een aantal verplichte paragrafen (beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten) voorgeschreven, te weten: lokale heffingen; verbonden partijen; onderhoud kapitaalgoederen; weerstandsvermogen en risicobeheersing; grondbeleid; financiering en bedrijfsvoering. Niet alle paragrafen zijn van toepassing voor Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico-analyse In 2017 is op verzoek van het AB naar het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de GRJR gekeken. Op basis van de uitkomsten hiervan besloot het AB om geen weerstandsvermogen in te stellen, maar eventuele hogere kosten dan begroot achteraf bij de jaarrekening met de deelnemende gemeenten te verrekenen. De overweging hierbij was dat de deelnemende gemeenten zelf het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven willen beheersen en daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen willen aanhouden. Daartoe worden, in samenwerking met de gemeenten, in de risicoparagraaf van de GRJR begroting de risico’s in kaart gebracht. In onderstaande tabel is de top-5 van risico’s uitgewerkt en financieel vertaald. Daarbij is per risico in samenspraak met gemeenten een inschatting gemaakt van de kans dat het zich voordoet en de mogelijke financiële impact als het zich voordoet. Deze risico-analyse sluit aan op de overwegingen van het algemeen bestuur in februari 2021 naar aanleiding van de Corona-ontwikkelingen, AEF-rapport en wachttijden. Het totale gewogen risico bedraagt volgens deze analyse ruim € 6,6 miljoen. De meerjarenbegroting bevat een budget ‘Risico’s Jeugdhulp’. In 2017 is hiervoor door het algemeen bestuur van de GRJR een bandbreedte van1,5 tot 2,0 % vastgesteld.

Tot op heden is steeds de ondergrens van deze bandbreedte toegepast. In de begroting 2022 is conform Kadernota 2022 weer 1,5% van het totale budget opgenomen voor ‘Risico’s Jeugdhulp’, of beter gezegd als ‘Bedrag Onvoorzien’ en daarmee als weerstandscapaciteit binnen de GR-

24

begroting. Dit budget is circa € 3,5 miljoen. Dit impliceert dat het GR-bestuur er van uit gaat dat de deelnemende gemeenten voor een ongedekt risico van circa € 3,1 miljoen desgewenst zelf maatregelen treffen. Beheersmaatregel Beheersmaatregel (om risico te (nadat het risico zich Nr Risico Omschrijving risico voorkomen) voordoet) 1 Hogere indicatie dan Te hoge indicaties (langere Voorlichting toeleiders over stijgende Extra geld of inhoudelijk nodig indicaties, oud gedrag) leiden tot kosten en kostenbewustzijn, uitleg over wachtlijsten accepteren (ondoelmatigheids- onnodige hoge kosten.Budget arrangementen, lichtere varianten risico) snel bereikt. Hogere voorschrijven.De regiogemeenten verzilveringsgraad tov eerdere monitoren de lokaal bestelde zorg zodat jaren. Te hoge indicatie kunnen hogere bestellingen tijdig opgemerkt lang (1,5 jaar) doorlopen. worden. Instellen budgetplafonds zodat financiele impact beperkt blijft. Triage bemiddelingsteam. Doorontwikkeling lokale teams (o.a. professionalisering). Ook afschaling vanuit zorgaanbieders noodzakelijk (bij opvallende zaken aanspreken).Vooraf afspreken dat derden doorgeven welke zorg besteld is. Afspraken over routering van bestelde zorg. Experttool als instrument voor frontoffice medewerkers en derden voor afweging en vertaling hulp naar resultaatarrangementen. Opleidingen, budgetplafonds op enkele percelen.

2 Faillissement zorgaanbieder

3

Een zorgaanbieder gaat failliet. Inkoop zorg over verschillende De zorg wordt niet meer geleverd zorgaanbieders spreiden. Toets en de zorglevering aan clienten solvabiliteit bij contractering. kan niet meer gewaarborgd Aandachtspunten in worden. Door overgang van accountantgesprekken. Opstellen klanten naar nieuwe protocol faillisementen zorgaanbieders zorgaanbieders ontstaan Hogere zorgkosten, uitgestelde Kwetsbare kinderen wel opvangen op

Coronacrisis leidt tot zorgvraag door lockdown hogere zorgkosten 4 Verkorten van de Geen bestuurlijk draagvlak om wachttijden huidige wachtlijsten te accepteren. Wachttijden terugbrengen 5 Op structurele De begroting is vanaf 2020 zorgkostenstijging opgehoogd en bevat ingeboekte (hogere kosten per besparingen op basis van te cliënt of meer realiseren (o.a. transformatie-) clienten) maatregelen. Onduidelijk of onvoldoende hiermee de kostenstijging geanticipeerd ivm gedempt is knellende budgetten gemeenten Totaal top 5 risico's Overige risico's Totaal risico's

Protocol faillissementen zorgaanbieders in werking stellen. Vormen voorziening volledige bedrag bij eerste signalen. Vervangende zorg inkopen en tegen Zorgverlenen betalen

gewogen risico 2022

2.082.356

1.167.648

school, hierdoor tijdige signalering 967.785 Voorleggen aan het bestuur

Begroting aanpassen

832.942 Extra aandacht voor kwartaalcijfers. Begroting aanpassen Probleem blijven agenderen bij Minister, te laag budget (kosten beinvloedbaar door indicatieproces wijkteams, is dat altijd wenselijk?)

616.715 5.667.447 963.583 6.631.030

Bij de aanvullende analyse van het realiteitsgehalte van de begroting zijn de realisatie 2020 en de beoogde effecten van de taakstellingen in ogenschouw genomen. Bij diverse budgetten was ophoging onvermijdelijk, bij andere budgetten leverde deze analyse vooral onderstaande extra aanscherpingen van de risicosignalering op: -

Taakstellingseffect op uitgaven B en C vallen tegen doordat snellere uitstroom naar andere voorzieningen niet of later optreedt 25

-

Tegenvallende

uitgaven LTA en BRP door moeilijke voorspelbaarheid en

beheersbaarheid van het gebruik -

Extra subsidienoodzaak JBRR indien overgang dwangtaken en ontwikkeling ondersteuningsproduct moeilijker verlopen dan voorzien

-

Extra subsidienoodzaak VTRR indien mede door Corona het aantal meldingen en uit te voeren adviezen en onderzoeken in aanzienlijke mate stijgt

-

Het ontstaan van een dekkingstekort doordat het aandeel in de specifieke uitkering voor spoedhulp lager is dan de verwachte €4,0 miljoen

-

Het ongedekte deel van de incidentele kosten 2022 voor het Project Aanpak Wachttijden komt door de begrotingsvaststelling voor rekening van de deelnemende gemeenten. In het kader van de VNG-lobby (o.b.v. AEF-onderzoek) worden structurele extra middelen verwacht waarmee deze incidentele kosten in 2022 kunnen worden opgevangen. Het risico dat deze dekking niet beschikbaar komt ligt na vaststelling van de GR-begroting bij de gemeenten.

Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze kengetallen geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Ze geven daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid.

26

De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake meer is van eigen reserves. Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Gemeenten zijn op grond van de wet aansprakelijk voor tekorten bij een Gemeenschappelijke Regeling. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uitdrukking of de GR over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte de GR heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul (tussen – 0,4 en 0,4) betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10479147/1