bijlage 2 - Verordening Hypotheken 1997
Tekst van het document
"Verordening inzake het verstrekken van hypothecaire leningen en het verlenen van garanties van hypothecaire geldleningen aan ambtenaren” Vastgesteld bij raadsbesluit van diverse besluiten. Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder "ambtenaren": 1. a. personen in vaste dienst van de gemeente Krimpen aan den IJssel, op wie het algemeen ambtenarenreglement van toepassing is en die een betrekking vervullen van minimaal 50% van de normaal geldende werktijd; b. de burgemeester; 2.
gewezen ambtenaren, die een pensioen, FPU-uitkering of VUT-uitkering genieten ten laste van het algemeen burgerlijk pensioenfonds en die onmiddellijk daaraan voorafgaand ambtenaar waren ingevolge het bepaalde in het 1e lid. Artikel 2
Verder wordt in deze verordening verstaan onder: 1. "stichtingskosten": het totaal van grond- en bouwkosten, dat nodig is voor de bouw van een woning, met inbegrip van onder andere het architectenhonorarium, het dagelijks toezicht, het renteverlies tijdens de bouw, de omzetbelasting, overdrachtskosten, notariskosten, het kadastraal recht en dergelijke. 2.
"verbouwingskosten": het totaal van de kosten dat nodig is voor het verbouwen, gedeeltelijk veranderen, het vernieuwen of het uitbreiden van de woning;
3.
"koopsom": de geschatte waarde van de betreffende woning dan wel de werkelijke kosten van aankoop indien deze minder bedragen, met inbegrip van de bijkomende kosten zoals notariskosten, overdrachtskosten, kadastraal recht en eventuele taxatiekosten. Artikel 3
Aan ambtenaren kan bij besluit van burgemeester en wethouders een geldlening worden verstrekt onder verband van hypotheek voor het verkrijgen van een woning voor eigen gebruik, mits geen 2e woning, voor het oversluiten van een lening voor de in eigendom hebbende woning, voor verbouwing en voor andere doeleinden, mits de waarde van de woning voldoende is.
Artikel 4 1.
Verzoeken om toekenning van een geldlening moeten worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders.
2.
Burgemeester en wethouders beslissen op deze verzoeken. Zij kunnen aan de toekenning, in het belang van de gemeente, nadere voorwaarden verbinden. Een afwijkend of afwijzende beslissing is met redenen omkleed.
3.
Indien burgemeester en wethouders op een verzoek om toekenning van een geldlening afwijkend of afwijzend hebben beslist, kan de verzoeker binnen zes 1
weken na dagtekening van de kennisgeving van de beslissing beroep instellen bij het college. 4.
Burgemeester en wethouders kunnen, indien zij dat wenselijk oordelen, geldleningen toekennen aan personen, die niet of niet geheel voldoen aan de in artikel 1 gegeven omschrijving van ambtenaren. Artikel 5
1.
De geldleningen worden verstrekt tot ten hoogste 100%: a. van het bedrag van de stichtingskosten van de woning, voorzover het een te bouwen woning betreft; b. van de verwervingskosten, eventueel vermeerderd met de kosten van verbouwing, indien het een bestaande woning aan te kopen woning betreft; c. van de kosten van verbouwing van een door de ambtenaar zelf bewoonde eigen woning; d. van het verschil tussen het saldo van de hypotheek en de getaxeerde economische waarde van de woning bij vrije verkoop;
2.
Indien het een bestaande aan te kopen woning betreft, kunnen burgemeester en wethouders door een door hen aan te wijzen onafhankelijke taxateur of makelaar, op kosten van de verzoeker, een taxatierapport omtrent de waarde van de woning doen uitbrengen.
3.
Onder verwervingskosten worden begrepen de koopsom, overdrachtsbelasting, kosten notaris. makelaar en eventuele boeterente. Artikel 6
1.
De geldleningen worden verstrekt voor een looptijd van maximaal 30 jaar en tegen een vast rentepercentage gedurende de gehele looptijd. Het rentepercentage is gelijk aan de rente, die de gemeente op het tijdstip van binnenkomst van de aanvraag dan wel bij tussentijdse rentedalingen tot de datum van het verlijden van de hypotheekakte zelf verschuldigd is of zou zijn voor lineaire geldleningen met een looptijd van 25 jaar.
2.
Indien binnen 6 maanden na de toekenning tot het verstrekken van een lening de hypotheekakte niet is gepasseerd, kunnen burgemeester en wethouders het rentepercentage wijzigen. Artikel 7
1.
a.
Deze verordening kent de volgende aflossingsvormen: 1. lineair; 2. annuïtair; 3.spaarhypotheek, in samenwerking met een verzekeringsmaatschappij, waarbij afwijkende c.q. aanvullende voorwaarden kunnen gelden; 4. aflossingsvrij; 5. fixe-leningen. 6. een combinatie van bovengenoemde aflossingsvormen; 2
7. andere door het college van burgemeester en wethouders goed te keuren vormen. b.
Indien het saldo van de verstrekte hypothecaire lening 60% of minder bedraagt dan de getaxeerde waarde van de woning kan de ambtenaar verzoeken te worden ontheven van de verplichting tot verdere aflossing van de lening.
c.
Het is de ambtenaar toegestaan éénmaal in een periode van vijf jaren een verzoek in te dienen tot aanpassing van het rentepercentage.
d.
Bij verkoop van het onderpand gevolgd door het opnieuw aankopen van een woning bestaat de mogelijkheid om in plaats van tot algehele aflossing over te gaan gevolgd door een volledige opname tot het benodigde bedrag voor de aankoop van de woning, te verzoeken om een aanvullende lening tot het benodigde bedrag. De lening wordt dan als één lening beschouwd, de rente berekend naar evenredige middeling.
2.
Indien per kalenderjaar een bedrag extra afgelost wordt, dat € 2.268,00 of meer bedraagt, kunnen indien de ambtenaar daarom verzoekt, de maandelijkse betalingen worden herzien ingaande de maand volgend op de maand waarin de extra aflossing heeft plaats gevonden. Eventueel meer af te lossen bedragen geschieden de eerste vijftien jaren na datum van toekenning van de oorspronkelijke lening tegen een koers van 105% en gedurende de volgende jaren tegen een koers van 103%. Van de bovenvermelde bepaling worden uitgezonderd: 1. algehele of gedeeltelijke aflossing uit een verzekering; 2. algehele aflossing als gevolg van verkoop van het onderpand.
3.
Bij de berekening van het rentebedrag over een extra afgelost bedrag, wordt de maand op dertig en het jaar op driehonderdzestig dagen gesteld.
4.
Gedurende de looptijd van de lening is op verzoek het veranderen van de wijze van aflossing toegestaan. Artikel 8
De rente wordt elk jaar berekend over het saldo van de lening per eenendertig december van het voorafgaande jaar. Indien de lening in termijnen wordt opgenomen wordt deze berekening naar rato aangepast. In het eerste jaar wordt de rente berekend vanaf de datum van verstrekking van de lening of gedeelten daarvan. Artikel 9 1.
De ambtenaar aan wie een hypothecaire geldlening is verstrekt, machtigt burgemeester en wethouders onherroepelijk, al hetgeen hij uit hoofde van de geldlening verschuldigd is op de aan hem uit te betalen bezoldiging in te houden.
2.
Indien de bezoldiging van de onder 1. genoemde ambtenaar niet rechtstreeks door de gemeente Krimpen aan den IJssel wordt uitbetaald beslissen burgemeester en wethouders over de betaalwijze. 3
3.
De in artikel 9 genoemde maandelijkse termijnen bedragen 1/12 van de op jaarbasis verschuldigde betaling.
4.
De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die, waarin de geldlening c.q. het laatste gedeelte van de geldlening aan de belanghebbende ter beschikking zal zijn gesteld. Artikel 10
1.
De betalingen geschieden zonder enige korting of verrekening.
2.
Alle kosten van betaling, aanmaning en ingebrekestelling zijn voor rekening van de schuldenaar.
3.
Indien niet binnen acht dagen na de verschijndag het verschuldigde bedrag is ontvangen, verbeurt de schuldenaar ten behoeve van de gemeente, ook zonder ingebrekestelling en onverminderd alle verdere rechten ter zake van zijn verzuim een boete, berekend over het verschuldigde naar het overeenkomstig het bepaalde in het burgerlijk wetboek vastgestelde wettelijke rentepercentage, waarbij een ingetreden maand voor een gehele wordt gerekend. Artikel 11
Tot onderpand van de geldlening verleent de ambtenaar aan de gemeente het recht van eerste hypotheek op de grond en de daarop gebouwde of te bouwen woning en vervolgens het recht van tweede hypotheek bij het verstrekken van een tweede lening.
4
Artikel 12 Het bedrag van de geldlening of van het onafgeloste deel daarvan is met de verschuldigde rente behoudens het hierna onder g. genoemde geval, en eventuele andere kosten, behoudens het bepaalde - voorzover van toepassing - in artikel 13, terstond zonder voorafgaande waarschuwing ineens opeisbaar: a.
bij niet prompte voldoening van rente en/of aflossing op de verschijndag;
b.
bij het niet nakoming van enige uit hoofde van de kredietverstrekking op de schuldenaar rustende verplichting;
c.
indien de schuldenaar van rechtswege het beheer of de beschikking over zijn vermogen geheel of ten dele verliest of hem dit wordt ontnomen, hij boedelafstand doet alsmede het verbondene in beslag mocht worden genomen of een andere ingeschreven schuldeiser een der hem bij de wet toegekende rechten van verhaal mocht uitoefenen;
d.
indien mocht blijken dat de schuldenaar niet of niet ten volle bevoegd was om het tot waarborg aangeboden registergoed hypothecair te verbinden of handelt in strijd met enige bepaling van de voorwaarden waaronder de geldlening en de hypotheekstelling worden aangegaan;
e.
wanneer de verbonden woning onbewoonbaar mocht worden verklaard of de schuldenaar hetzij de op de gebouwen toepasselijke gemeentelijke bouwverordening overtreedt hetzij niet terstond de vereiste verbeteringen volgens de bij artikel 25, 2e lid der woningwet bedoelde aanschrijving doet aanbrengen;
f.
wanneer het verbonden registergoed geheel of ten dele mocht worden onteigend of zijn opgenomen in een plan tot onteigening, als bedoeld in de artikelen 6 en 80 van de Onteigeningswet;
g.
ingeval van brandschade aan het verbondene of wanneer het verbondene door watersnood, overstroming of door andere oorzaken buiten toedoen van de schuldenaar geheel of ten dele teniet mocht gaan of van aard mocht veranderen;
h.
wanneer niet alle op het verbonden registergoed rustende lasten en belastingen en de premies van assurantie prompt worden voldaan en de schuldenaar, desgewenst niet door overlegging van betaalbewijzen daarvan aan de gemeente doet blijken;
i.
indien de woning niet meer voor eigen bewoning gebruikt wordt;
j.
indien de in artikel 14 opgenomen bepalingen kennelijk niet worden nageleefd.
5
Artikel 13 1.
Na beëindiging van het dienstverband, met uitzondering van pensionering of overlijden, waarbij de langstlevende echtgeno(o)t(e) de woning blijft bewonen, alsook met uitzondering van het verkrijgen van een FPU-uitkering of een wachtgeld, alsmede met uitzondering van bij fusie of reorganisatie, zolang betrokkene werkzaam blijft bij het bij de fusie c.q. reorganisatie betrokken instituut, zal de geldlening na het verstrijken van een termijn van 6 maanden opeisbaar worden zonder dat enige waarschuwing wordt vereist. In bijzondere omstandigheden kan deze termijn met ten hoogste 6 maanden worden verlengd. Met echtgenoot/echtgenote wordt gelijkgesteld de partner waarmee de ambtenaar ten tijde van overlijden duurzaam samenwoonde, hetgeen dient te blijken uit een samenlevingscontract of testament. Artikel 14
1.
De verbonden zaak moet ten genoegen van burgemeester en wethouders worden onderhouden.
2.
De verbonden zaak moet ten genoegen van burgemeester en wethouders op basis van herbouwwaarde zijn verzekerd tegen brand, blikseminslag, ontploffing en stormschade, alsmede tegen alle andere schade waarvan de gemeente dekking nodig acht.
3.
Het is verboden anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders de verbonden onroerende zaak met beperkte rechten te bezwaren, te vervreemden, in huurkoop te verkopen, te verhuren of op enigerlei wijze in gebruik af te staan. Voorts is vooruitbetaling van huurpenningen, alsmede iedere vorm van beschikking over of bezwaring van het recht op toekomstige huurpenningen verboden. Aan het verlenen van toestemming kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden verbinden.
4.
De verbonden zaak mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de gemeente niet van aard, bestemming of inrichting worden veranderd.
5.
Veranderingen en toevoegingen aan de verbonden zaak aangebracht of in de toekomst aan te brengen strekken mede tot onderpand jegens de gemeente. De schuldenaar is niet bevoegd ze weg te nemen.
6.
Burgemeester en wethouders zijn te allen tijde bevoegd zich van de naleving van de in dit artikel genoemde voorwaarden te overtuigen door opneming in persoon of door iemand hunnentwege.
6
Artikel 15 1.
Aan de ambtenaar, die elders een hypothecaire geldlening heeft en deze beëindigt ten einde van de in deze verordening geboden mogelijkheden gebruik te maken, wordt de geldlening verstrekt tot ten hoogste het bedrag der restant-hoofdsom, zo nodig verhoogd met de kosten, die gepaard gaan met wijziging van geldgever.
2.
Wanneer ter financiering van een reeds door de ambtenaar bewoonde woning om toekenning van een geldlening wordt verzocht die hoger is dan de in het eerste lid bedoelde restant-hoofdsom vermeerderd met de kosten die gepaard gaan met wijziging van geldgever, dient een door een onafhankelijk taxateur of makelaar opgesteld taxatierapport overgelegd te worden. Artikel 16
Alle kosten waartoe de geldlening, de hypotheekstelling, de inschrijving der hypotheek, de aflossing der schuld, de verkoop van het verbondene ingevolge het bij artikel 268 Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde en de doorhaling van de hypothecaire inschrijving aanleiding geven, komen ten laste van de schuldenaar. Artikel 17 Bij uitbetaling van de lening in gedeelten vindt bij de uitbetaling van het laatste gedeelte een verrekening plaats van de op die dag verschenen rente van de vroeger uitbetaalde gedeelten van de geldlening, conform het bepaalde in de artikelen 8 en 10 van deze verordening. Artikel 18 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de betaling garanderen van rente en aflossing van aan ambtenaren te verstrekken geldleningen voor het kopen, doen bouwen of doen verbouwen van een woning voor eigen gebruik, geen tweede woning zijnde.
2.
Ook kunnen burgemeester en wethouders de betaling van rente en aflossing garanderen van een hypothecaire geldlening welke door een ambtenaar wordt aangegaan ter aflossing van een in een vroegere periode onder ongunstigere voorwaarden afgesloten gelijksoortige geldlening.
3.
Het bepaalde in artikel 4 inzake de indiening is van overeenkomstige toepassing.
7
Artikel 19 Een garantie als bedoeld in artikel 18 wordt verleend met inachtneming van de volgende bepalingen: a.
Het bedrag waarvoor de gemeente zich garant stelt bedraagt ten hoogste 100% van : 1. bij de bouw van een woning: de stichtingskosten; 2. bij de aankoop van een bestaande woning: de koopsom, eventueel vermeerderd met de kosten van noodzakelijke verbouwing. Het bepaalde in artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing; 3. bij verbouw van een woning: de kosten van de verbouwing. Een en ander met inbegrip van de op de bouw of aankoop vallende kosten.
b.
De garantie wordt verleend voor ten hoogste dertig jaren.
c.
Het rentepercentage van de te garanderen geldlening zal niet hoger mogen zijn dan de ten tijde van het afsluiten der geldlening conform artikel 6 berekende rente.
d.
De garantie wordt slechts verleend indien het inkomen van de ambtenaar naar het oordeel van burgemeester en wethouders zodanig is dat redelijkerwijs de aan te gaan verplichtingen kunnen worden voldaan. Het inkomen van de partner kan bij de beoordeling worden betrokken.
e.
De gemeente neemt, indien de geldgever alleen gemeentelijke borgtocht verlangt, op kosten van de aanvrager het recht van eerste hypotheek op de woning. Artikel 20
Datgene wat ter zake van een garantie door de gemeente wordt betaald komt en blijft als schuld ten laste van de ambtenaar, totdat hij deze schuld aan de gemeente heeft voldaan of de gemeente zich op andere wijze in het bezit van het verschuldigde heeft gesteld. Deze schuld is te allen tijde op eerste vordering van de gemeente opeisbaar. Voor het niet afgeloste gedeelte van de schuld wordt jaarlijks op 31 december rente bijgeschreven, berekend naar het voor deze schuld geldend rentepercentage. Artikel 21 Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de gemeente nadere regels en voorwaarden stellen, waaronder garantie verlening plaatsvindt, het afsluiten van een risicoverzekering hieronder begrepen. Artikel 22 Naast de overige aan de garantie verlening te verbinden voorwaarden kunnen door burgemeester en wethouders naast de financiële, tevens persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar in hun besluitvorming worden betrokken.
8
Artikel 23 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij de toepassing van deze verordening nadere regels en voorwaarden te stellen. Artikel 24 Deze verordening treedt in werking met ingang van ........
9