CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 - Technische uitgangspunten Kadernota 2023

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 20232.234 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische uitgangspunten kadernota 2023 Doel: Vooraf vastleggen met welke technische uitgangspunten in de kadernota en de begroting 2023 wordt gewerkt. Zo maken we helder waarop de financiële uitkomsten van deze documenten gebaseerd zijn. Inleiding Deze notitie wordt opgesteld terwijl de wereld om ons heen bol staat van (geopolitieke) ontwikkelingen. Dat heeft effecten op alles en iedereen. De gevolgen op (middel)lange termijn zijn niet in uitgangspunten te vatten en zelfs op korte termijn is er weinig over te zeggen. De enige zekerheid is dat niets zeker is. Vorig jaar was ook sprake van onzekerheid, toen vooral vanwege de coronacrisis. Die lijkt nu achter ons te liggen, hoewel de economische en sociale lange termijn effecten nog niet volledig duidelijk zijn. Een en ander leidt in elk geval tot meer risico’s en slagen om de arm. Onder normale omstandigheden bevat deze notitie technische uitgangspunten die onderbouwd worden met cijfers en feiten. Ook dit jaar is dat, ondanks alle onzekerheden, de opzet. Met de gegevens uit deze notitie gaan we vervolgens de kadernota (en de begroting) opstellen. Zeer waarschijnlijk is bij het opstellen van de begroting bijstelling van verschillende uitgangspunten noodzakelijk. Mogelijk zelfs al eerder. Daar komt nog bij dat ergens tussen nu en de begrotingsbehandeling een nieuw college zal aantreden.

Indexering De indexering van budgetten voor 2022 bedroeg in de begroting 1,5%. Inmiddels is duidelijk dat de inflatie, met name voor energie en vervoer, veel hoger is, onder invloed van de oorlog in Oekraïne. In maart was zelfs sprake van een inflatiepercentage van 11,9. We ontkomen er daarom niet aan om de prijsontwikkeling van 2021/2022 nacalculatorisch mee te nemen in de index voor de begroting 2023. De genoemde 1,5% zal in de praktijk meer dan het dubbele bedragen en wellicht zelfs richting 5% gaan. Voorgesteld wordt om voor het bepalen van de budgetten voor 2023 rekening te houden met extra prijsstijging van 1,5% in 2022. Deze wordt verwerkt in het percentage dat voor 2023 wordt gehanteerd. Dit geldt op voorhand niet voor de baten uit belastingen, heffingen en leges. Economen verwachten dat de inflatie binnen afzienbare tijd weer op een normaal niveau zal komen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft als beleid dat zij de inflatie op 2% wil houden. In de meerjarige prognoses van de belangrijkste indexen voor (overheids)consumptie is dat beeld terug te zien. Uiteraard is veel afhankelijk van het verloop en de duur van de oorlog in Oekraïne. Op basis van de ontwikkeling van de prijs bruto binnenlands product (pBBP) in het Centraal Economisch Plan 2022 wordt voor inflatiecorrectie de komende jaren met 2,5% gerekend.

Daarmee hanteren wij een iets hoger percentage dan de licht aflopende reeksen van het CEP. Dit percentage wordt ook toegepast op de baten. Conform afspraken uit de begroting 2022 wordt voor enkele uitgavencategorieën afgeweken van het algemene indexcijfer: • Budgetten voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen volgen voor het begrotingsjaar 2022 de vastgestelde begroting van de betreffende GR en het algemene percentage in de jaren daarna. Zolang de begroting nog niet is vastgesteld wordt het door de deelnemende gemeenten toegestane percentage gehanteerd. Voor de regio RotterdamRijnmond is dat 4,8%, inclusief correcties over 2020-2022. Voor de gemeenschappelijke regelingen die deels in een andere regio vallen volgen wij het indexpercentage dat vanuit die

•

•

regio (Hollands Midden of Haaglanden) wordt opgelegd. De GR IJsselgemeenten volgt de indexering van de gemeente Capelle aan den IJssel. Salarissen: De huidige cao voor gemeenteambtenaren loopt af per 31-12-2022. In de meerjarenbegroting 2022-2025 is vanaf 2023 rekening gehouden met 2% In het CEP2022 zijn de verwachtingen voor de loonvoet in de sector overheid als volgt: o 2022: 4,3% o 2023: 3,6% o 2024: 4,2% o 2025: 4,1% o 2026: 3,9% De loonontwikkeling bij gemeenten blijft in 2022 ver achter bij deze cijfers. Er valt dus nog een inhaaleffect te verwachten. Mede daarom wordt voorgesteld om rekening te houden met 4% stijging voor de personeelsbudgetten in de periode 2023-2026. Deze index wordt toegepast op zowel de salarislasten van eigen personeel als ook op inhuurbudgetten. Zorgkosten Afgelopen jaren is gebleken dat de indexering van zorgkosten afwijkt van onze algemene indexpercentages. Dit heeft met name te maken met de ontwikkeling van de personeelslasten. Omdat personeelslasten verreweg de grootste component zijn in de kosten van zorgaanbieders, wijkt de kostenontwikkeling af van indexen die gebaseerd zijn op consumptie of bruto binnenlands product. In 2021 is besloten de vergoedingen voor zorgaanbieders aan te passen o.b.v. de zogenaamde OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling). Dit cijfer wordt gebaseerd op het CEP 2022.

Ook de VNG heeft gemeenten opgeroepen voortaan dit percentage te gebruiken voor de indexering van zorgkosten. De percentages voor 2023 en verder zijn nog niet bekend. Daarom hanteren wij tot die tijd nog de algemene index en vervangen die door de OVA zodra deze wordt gepubliceerd.

De huidige hoge inflatie is niet gelijk verdeeld over alle kostensoorten. Met name energiekosten stijgen bovengemiddeld. Dat kan aanleiding zijn om de indexeringstabel die hieronder is opgenomen nog verder te differentiëren. Op dit moment is daar nog niet voor gekozen, vooral vanwege de complexiteit van het vraagstuk en de vele onzekerheden over het toekomstig verloop. Index

Begroting 2023 correctie 2022

Algemene inflatie (lasten) Algemene inflatie (baten) Budgetten beheer buitenruimte Zorgkosten (OVA) Budgetsubsidies Project- en erkenningsubsidies Bijdragen gemeenschappelijke regelingen Salarissen Voorziening OK OZB ontwikkeling Heffingen en leges

1,50%

index 2023 2,50%

2,50% 1,50%

2,50%

1,50%

2,50%

1,50%

2,50%

nnb

4,80% 4,00% 1,50%

2,50% 2,50% 2,50%

Meerjarenraming

totaal 4,00% 2,50% 4,00% nnb 4,00% 4,00% 4,80% 4,00% 4,00% 2,50% 2,50%

2024 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50%

2025

2026

2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50%

2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 4,00% 2,50% 2,50% 2,50%

De indexering wordt op individuele posten verwerkt, zodat de begroting volledig in lopende prijzen is opgesteld. In de aanloop naar de kadernota onderzoekt het team financieel beleid en advies of een overstap naar ramen in constante prijzen een verbetering kan betekenen in termen van inzicht, efficiency en bruikbaarheid.

Kerngegevens Voor diverse berekeningen in de kadernota worden de prognoses van aantallen woningen en inwoners gebruikt. Op basis van de nu bekende ontwikkelingen en verwachte woningbouw in de komende jaren, worden de volgende gegevens gehanteerd:

Inwoners 0-19 jaar 20-64 jaar 65+ Totaal

Woningen Aantal woningen

Begroting 2023 6.990 15.240 7.240 29.470

Meerjarenraming 2024 2025 2026 7.010 7.020 7.020 15.230 15.230 15.230 7.250 7.260 7.270 29.490

Stand per Begroting 1-1-2022 2023 12.575 12.575

29.510

29.520

Meerjarenraming 2024 2025 2026 12.712 12.905 13.033

Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering wordt in de kadernota en de begroting (2023) gebaseerd op de meicirculaire van het lopende jaar (2022). Vanwege de uitzonderlijke situatie met betrekking tot Corona is in 2020 en 2021 van die werkwijze afgeweken en is de septembercirculaire gebruikt. Mogelijk bevat ook dit jaar de septembercirculaire informatie die van ingrijpend belang is voor de begroting. In overleg met de toezichthouder zal dan worden beoordeeld of we opnieuw van de gebruikelijke lijn moeten/kunnen afwijken. In januari heeft het kabinet een startnota opgesteld, waarin ook financiële gevolgen voor gemeenten zijn opgenomen. Tot op heden is geen doorrekening op gemeenteniveau bekend. Pas in de meicirculaire wordt duidelijk wat de effecten voor Krimpen aan den IJssel zijn. Dit voorjaar moet duidelijk worden of de herverdeling/herijking van het gemeentefonds in 2023 ingaat. Krimpen leek in de laatste berekeningen nog voordeelgemeente te worden, maar dat geeft geen zekerheid over de consequentie bij doorrekening naar 2023. Het maximale voor- of nadeel bedraagt in het eerste jaar €7,50 per inwoner en € 15 in de jaren erna, met een cumulatief maximum van € 37,50. Er wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een buffer of een andere aanpassing op de uitkomsten. Wel handhaven we een risico.

Voor de overige ramingen van middelen uit het gemeentefonds wordt de meicirculaire meegenomen. Begrotingsruimte vs. Onvoorzien In de financiële verordening 2022 (raad 14 oktober 2021) is vastgelegd dat de post onvoorzien in de begroting wordt geraamd op € 0. Bij de presentatie van de begrotingsruimte wordt aandacht besteed aan de structurele begrotingsruimte, die aangeeft of de begroting structureel in evenwicht is. Incidenteel/structureel Om de structurele begrotingsruimte te kunnen bepalen wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele begrotingsposten. De toezichthouder heeft in een verduidelijkende notitie in 2021 meer handvatten gegeven. Daarbij geldt als vertrekpunt: “alle ramingen zijn structureel,

tenzij …..” In de basis wordt hierbij naar het karakter van de begrotingspost gekeken en niet naar de betreffende uitgave/inkomst. Betreft het structureel beleid dan is de post in z’n geheel structureel. Wanneer eenmalige of tijdelijke elementen duidelijk te identificeren zijn, bijvoorbeeld op basis van een begrotingswijziging of ander besluit, worden deze als incidenteel gezien. In de Financiële verordening 2022 is dit voor Krimpen aan den IJssel verder uitgewerkt. Voor incidentele posten geldt een ondergrens van € 20.000. Rentepercentage leningen Onder invloed van de geopolitieke ontwikkelingen en de inflatiecijfers is sprake van stijgende rente. Verwacht wordt dat de ECB in 2022 nog zal besluiten tot verdere renteverhogingen, om de inflatie terug te dringen. Voor nieuw aan te trekken leningen wordt in de ramingen uitgegaan van 2% rente en een looptijd van 25 jaar. Rekenrente De berekende renteomslag voor de begroting 2022 bedroeg 0,84%. Afgerond wordt 1,0% toegerekend. De nacalculatie van de renteomslag over 2021 is nog niet bekend. Voor de kadernota 2023 wordt opnieuw uitgegaan van 1,00%, ondanks de renteverwachtingen (zie hiervoor). De nacalculatie over 2021 kan nog tot bijstelling leiden. Bij het opstellen van de begroting wordt een nieuwe berekening van de renteomslag voor 2023 gemaakt, die kan leiden tot aanpassing van dit percentage.

Mogelijk wordt dan voorgesteld om niet langer voor alle jaren hetzelfde percentage te gebruiken. Financiële kengetallen Er zijn geen normen vastgesteld voor de financiële kengetallen. In voorbereiding op de kadernota wordt dus geen rekening gehouden met effecten van ramingen op bijvoorbeeld schuldquote, belastingcapaciteit of solvabiliteit. In de kadernota wordt wel aandacht besteed aan deze kengetallen. Basis is ongewijzigd beleid Bij het opstellen van de cijfers voor de kadernota 2023 wordt uitgegaan van ongewijzigd beleid zoals dat tot en met de raadsvergadering van 21 april 2022 is vastgesteld. Alle wijzigingen daarop met financiële gevolgen worden zichtbaar gemaakt en inhoudelijk onderbouwd. Daarbij worden autonome ontwikkelingen als onvermijdelijk gezien en verwerkt in het meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid. Nieuw beleid Intensivering van bestaand beleid en nieuw beleid worden in de kadernota apart opgenomen om tot een integrale afweging te kunnen komen. Hieronder vallen ook de uitvoering van nieuwe/gewijzigde wetgeving en de uitvoering van beleid waartoe inhoudelijk wel besloten is, maar waarvoor eerder nog geen financiële middelen zijn geregeld. Investeringsprogramma Het investeringsprogramma bevat alle voorgenomen investeringen op basis van meerjarenplannen (buitenruimte en vastgoed), nieuw beleid en eerder vastgestelde beleidsplannen (bijvoorbeeld IHP).

De systematiek achter het investeringsprogramma is eerder toegelicht in de kadernota 2018. In voorbereiding op de kadernota 2023 wordt een vervolg gegeven aan de integrale investeringsagenda die vorig jaar is opgezet. Daarmee wordt de basis onder het investeringsprogramma voor de eerstkomende jaren geactualiseerd. Bij investeringen waar sprake is van afschrijving start deze in het eerste jaar na ingebruikname/gereedkomen.

Gesloten systeem openbare ruimte maatschappelijk nut Voor uitgaven en investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte is jaarlijks een vast bedrag beschikbaar. Door de stelselwijziging in 2017 is in de komende jaren nog sprake van een exploitatieoverschot dat vanaf 2021 wordt gestort in de bestemmingsreserve afschrijvingen maatschappelijk nut. Nieuwe uitgaven (zoals bijv. klimaat-adaptieve maatregelen) vallen in principe niet onder deze afspraak, maar worden afgeschreven ten laste van de exploitatie. Financiële uitgangspunten In de kadernota worden ieder jaar uitgangspunten opgenomen voor het opstellen van de begroting. Vooruitlopend op de uitkomsten van de kadernota zijn de onderstaande punten onderdeel van die leidraad: • Ongewijzigd beleid is de basis; • Algemene uitkering volgt meicirculaire 2021; • Bijdragen aan gemeenschappelijke regeling volgen voor 2022 de vastgestelde begroting van de betreffende regeling; • Basis voor investeringen (in openbare ruimte, vastgoed en onderwijshuisvesting) zijn vastgestelde meerjarenplannen; • Alle opgenomen plannen/voorstellen zijn doorgerekend (m.a.w.

geen PM-posten); • Gesloten systeem voor groot onderhoud en vervanging bestaande areaal openbare ruimte; • Gesloten systeem voor ruimtelijke projecten (MPG); • Sluitende begroting 2023, met structureel evenwicht; • Streven naar structureel evenwicht in alle jaren, in het besef dat er nog veel onzeker is; • Geen verdere lastenverzwaring voor de inwoners, maar wel: o Kostendekkende tarieven voor afval en riool meerjarig op 100% handhaven o Kostendekking voor lijkbezorging handhaven op 80% • Op basis van eigen inzicht (voorzichtig) ramen; niet ‘toerekenen’ naar (oplopende) algemene uitkering; • Onzekerheden zoveel mogelijk neutraliseren en cumulatief ‘rijk’ of ‘arm’ rekenen voorkomen.; • Nieuw geld van het Rijk en door het Rijk opgelegde bezuinigingen worden budgettair neutraal verwerkt. In voorbereiding op de kadernota vindt een voorjaarsretraite van college en directie plaats op 23 en 24 mei 2022. Tijdens die dagen komt aan de orde of bijstelling van de uitgangspunten nodig en/of wenselijk is. 8 april 2022 Team Financieel Beleid en Advies Martin Vermaat controller

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11620389/1