bijlage 2 - Rapport Bomenwacht Nederland d.d. 26 februari 2021
Tekst van het document
Kwaliteitsbeoordeling
218 bomen Driekamp, Krimpen aan den IJssel
OPDRACHTGEVER Gemeente Krimpen aan den IJssel PROJECTCODE 21012 STATUS RAPPORTAGE Definitief DATUM RAPPORTAGE 26 februari 2021 PROJECTTEAM I. Bredius, Projectcoördinator P. van Es, Adviseur Beheer S. van der Heijden, Adviseur Bomen N. de Haan, Adviseur Communicatie
INLEIDING In opdracht van gemeente Krimpen aan den IJssel, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling, de heer H. Dijk, heeft Bomenwacht Nederland een kwaliteitsbeoordeling uitgevoerd bij 218 bomen die op het (voormalig) sportterrein van KOAG/MHKC staan aan de Driekamp in Krimpen aan den IJssel. Aanleiding van deze kwaliteitsbeoordeling vormt het voornemen om op genoemde locatie woningen te ontwikkelen. De sportclubs gebruiken de locatie niet meer waardoor het sportpark is vrijgevallen voor woningbouw. De onderzoeksbomen staan in een windsingel om het sportpark heen. In de concept kaders is uitgegaan van kap van deze windsingel. Dit heeft tot gemengde reacties geleid bij omwonenden. Om die reden wordt nu gekeken of de bestaande windsingel geheel of gedeeltelijk kan worden behouden in combinatie met gericht onderhoud. De doelstelling van de kwaliteitsbeoordeling is meerledig. Ten eerste wordt vastgesteld wat de kwaliteit is en de toekomstverwachting van de individuele bomen*. Ten tweede wordt een gericht veiligheids- en onderhoudsadvies verstrekt. S. van der Heijden (European Tree Technician), Adviseur Bomen bij Bomenwacht Nederland, heeft in de periode van 11 tot en met 18 februari 2021 de beoordeling uitgevoerd en vervolgens de rapportage opgesteld. De rapportage is technisch gecontroleerd door P. van Es, eveneens European Tree Technician en Adviseur Bomen bij Bomenwacht Nederland.
De beoordeling is uitgevoerd conform de offerte met het kenmerk 8866/IBr/1013/R van 20 januari 2021. * Veel bomen vormen samen 1 aaneengesloten windsingel. Er is gekozen om de windsingel niet als 1 object te beoordelen, maar op (individueel) boomniveau. Zo kunnen op individueel niveau keuzes gemaakt worden over het handhaven dan wel vellen van de betreffende individuele bomen.
1 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
SITUATIE De onderzoeksbomen staan in een aaneengesloten windsingel die zich aan de noordwest-, zuidwest- en zuidoostzijde bevindt rondom het sportterrein. In onderstaande afbeelding is de ontwikkellocatie weergegeven en de nieuwe locatie van de sportvelden. De windsingel rondom de sportvelden is op de afbeelding duidelijk zichtbaar.
Onderzoekslocatie aan de Driekamp. Bron kaart: ‘Stedenboukundig Kader herontwikkeling Driekamp’.
Rondom de windsingel ligt een watergang van circa 8 meter breed. Aan de zuidoostzijde wordt de windsingel kort onderbroken door de inrit naar het sportterrein. Aan de noordwestzijde bevinden zich aan de overzijde van de watergang de (diepe, groene) tuinen van IJsseldijk 220 en 222. Aan de noordwestzijde bevindt zich aan de overzijde van de watergang het wooncomplex ‘De Plantage’ (4 woonlagen) en de achterzijde van de woningen van de Groenplaats. Aan de zuidoostzijde bevindt zich aan de andere zijde van de watergang een gazon met bomen en parkeerplaatsen die aan de Driekamp liggen. Aan de noordoostzijde van de onderzoekslocatie bevinden zich hockeyvelden en het clubgebouw van de hockeyclub. Alle boomvormende houtige gewassen met een diameter van 10 cm of groter (gemeten op 130 cm boven maaiveld) zijn onderzocht. Het betreft boomvormers die in het verleden aangeplant zijn of zich door uitzaaiing spontaan op de locatie hebben gevestigd. Deze bomen zijn als puntobject voor dit onderzoek ingemeten door een landmeter. In totaal zijn 286 boompunten ingemeten. Aangezien dit aanzienlijk meer is dan waarmee in het offertestadium rekening werd gehouden (120 stuks), is besloten om de zuidoostzijde van de windsingel niet te onderzoeken.
Deze zone blijkt niet behouden te blijven in verband met het verleggen van de watergang, waardoor het niet noodzakelijk was de hier aanwezige bomen te onderzoeken.
2 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
Aan de windsingel is al vele jaren geen onderhoud gepleegd. Dit valt af te leiden aan het grote aantal bomen op een beperkte oppervlakte, uit elkaar gebroken bomen, diverse afgestorven bomen en takken die tot over de helft van de watergang heen hangen. Ook zijn geen stobben waargenomen van bomen die recent zijn geveld. Op veel plaatsen ontbreekt begroeiing van de bodem. De volgende grafieken geven weer hoe het beoordeelde bomenbestand is opgebouwd.
Sortiment 54
Taxus baccata
48
Boomsoort
Fraxinus excelsior
40
Ulmus minor
26
Acer pseudoplatanus
20
Carpinus betulus Alnus glutinosa
15
Overig
15 0
10
20
30
40
50
60
Aantal bomen
In totaal zijn 11 soorten aangetroffen. De categorie ‘overig’ beslaat 15 bomen die over 5 soorten zijn verdeeld: Acer campestre, Crataegus monogyna, Ilex quifolium, Pterocarya fraxinifolia en Salix alba.
Stamdiameter
Stamdiameterklasse
< 20 cm
103
20-30 cm
52
30-50 cm
44
50-100 cm
18
> 100 cm
1 0
20
40
60
Aantal bomen
3 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
80
100
120
Overzicht van het noordwestelijke deel van de windsingel.
Overzicht van het zuidwestelijke deel van de windsingel.
Overzicht van het zuidwestelijke deel van het onderzoeksgebied.
Veel bomen op weinig oppervlakte.
4 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
De stamdiameter, gemeten op 130 cm boven maaiveld, varieert van 10 tot 105 cm. Dat bijna de helft van de onderzoeksbomen een diameter kleiner dan 20 cm heeft, wordt toegeschreven aan de spontane opslag door uitzaaien van boomvormers en aan onderlinge concurrentie: er is onvoldoende licht en groeiruimte waardoor diverse exemplaren zich niet optimaal kunnen ontwikkelen. Hierdoor blijft de diktegroei (sterk) achter. In bijlage A is een overzichtstekening van de locatie opgenomen, waarop de onderzoeksbomen genummerd terug te vinden zijn.
5 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
ONDERZOEKSMETHODE De kwaliteit van elke onderzoeksboom is vastgesteld aan de hand van 3 aspecten: conditie, veiligheid en beheerbaarheid. Aan elk aspect worden waarderingscijfers toegekend (tussen 0 en 8). Conditie Bij de conditiebeoordeling is met name gekeken naar de scheutlengte, de kroonstructuur en de knopgrootte en -bezetting. Tevens is er gelet op symptomen die wijzen op een aantasting (bijvoorbeeld door een insect of bacterie). Veiligheid Bij de beoordeling van de veiligheid is gekeken naar biologische en mechanische aspecten die van invloed kunnen zijn op de stabiliteit en breukveiligheid van de boom. Voorbeelden hiervan zijn schimmelaantastingen, holten, scheuren, zware takken en plakoksels. Deze kunnen leiden tot een verhoogde kans op stambreuk, takbreuk en/of windworp. Waargenomen gebreken leiden tot een veiligheidsmaatregel. De veiligheid van elke boom wordt gewaardeerd met een cijfer. De geadviseerde veiligheidsmaatregelen zijn gerelateerd aan dit cijfer. Onderstaande tabel geeft de samenhang weer tussen de beoordeling van de veiligheid en de geadviseerde veiligheidsmaatregelen. Veiligheidsmaatregel
Cijfer veiligheid 6
4
Vellen (boom verwijderen) Tak(ken) innemen (snoei)
X
Tak(ken) verwijderen (snoei)
X
Kroonreductie (snoei) Grof dood hout verwijderen (snoei)
2
0
X
X
Niet te beoordelen
X X
Verankering aanbrengen
X
Verankering controleren en/of bijstellen
X
Nader onderzoek
X
Hercontrole Jaarlijkse inspectie
Nader onderzoek
X X
Beheerbaarheid De beheerbaarheid van elke onderzoeksboom is beoordeeld aan de hand van diverse factoren. Naast de conditie en veiligheid zijn onder andere ook de standplaats, de boomsoort, de resterende levensduur en het beoogde eindbeeld bepalend. Kwaliteit De waarderingscijfers voor conditie, veiligheid en beheerbaarheid worden vermenigvuldigd. Dit resulteert in een kwaliteitsgetal (tussen 0 en 512). Op basis hiervan wordt de boom ingedeeld in een kwaliteitscategorie.
6 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
De volgende tabel geeft een overzicht van de gehanteerde categorieën en de bijbehorende omschrijvingen. Kwaliteitscategorie
Kwaliteitsgetal
Omschrijving
Slecht
0 – 75
De boom functioneert niet.
Matig
75 - 200
De boom functioneert niet naar behoren.
Voldoende
200 - 512
De boom functioneert naar behoren.
Nader onderzoeken
–
Om de kwaliteit te kunnen vaststellen, dient eerst een nader onderzoek te worden uitgevoerd.
Niet te beoordelen
–
De kwaliteit kan niet worden beoordeeld.
Niet aanwezig
–
De boom is op locatie niet aangetroffen.
Advies Naar aanleiding van de kwaliteitsbeoordeling is een advies opgesteld met veiligheids- en/of onderhoudsmaatregelen. Indien actieve veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn om de risico’s voor de omgeving te minimaliseren, is de boom benoemd als risicoboom. Vergen de gebreken in de huidige situatie (nog) geen actieve maatregelen maar is jaarlijkse inspectie wel gewenst, dan is de boom als attentieboom aangemerkt. Toekomstverwachting De toekomstverwachting wordt bepaald op basis van de parameters conditie, veiligheid, beheerbaarheid, en de specifieke eigenschappen van de boomsoort. Het betreft een schatting en gaat uit van een momentopname op basis van gelijkblijvende omstandigheden. Aan het einde van de gestelde toekomstverwachting voldoet de boom niet meer aan het beoogde eindbeeld zoals voorzien in het oorspronkelijke ontwerp. Dit kan betekenen dat de toekomstverwachting afwijkt van de biologische levensduur van een boom.
7 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
RESULTATEN In totaal zijn 218 bomen onderzocht. De bomen zijn voor dit onderzoek uniek genummerd. Per boom zijn de resultaten terug te vinden op het registratieformulier in bijlage B.
CONDITIE De volgende grafiek geeft weer hoe de conditie van de bomen is beoordeeld.
Conditie 10
Afgestorven
16
Conditie
Slecht
126
Onvoldoende
66
Voldoende
Goed 0
20
40
60
80
100
120
140
Aantal bomen
De conditie is bij 66 bomen als voldoende beoordeeld (waarderingscijfer 6). Bij deze bomen neemt het kroonvolume jaarlijks nog (beperkt) toe. Bij geen enkele boom is de conditie als goed aangemerkt. Als gevolg van onderlinge concurrentie zijn bij geen enkele boom de omstandigheden dusdanig gunstig dat de betreffende boom zich optimaal kan ontwikkelen. Bij 126 bomen is de conditie als onvoldoende aangemerkt (waarderingscijfer 4). Bij deze bomen neemt het kroonvolume niet meer toe; de groei is gestagneerd. Dit heeft meerdere oorzaken, soms ligt de oorzaak in combinaties van factoren. Er staan (te) veel bomen op een beperkte oppervlakte. Het gevolg hiervan is een sterke onderlinge concurrentie om bovengrondse en ondergrondse groeiruimte. Bij de soorten die deze concurrentie verliezen, nemen de mogelijkheden om zich te ontwikkelen af waardoor de groei stagneert. Bij veel essen zijn symptomen van de ziekte essentaksterfte waargenomen (afsterving van twijgen, vorming waterlot, afsterving van gevormd waterlot). Het vermoeden is dat alle essen zijn aangetast. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel en komt ‘aanwaaien’. Het gevolg is dat de groei stagneert en in later stadium bomen afsterven. Bij de veldiepen zijn symptomen van iepziekte aangetroffen (vraatgangen, verkleuring van hout).
Meestal sterven de bomen af; bij de exemplaren met een onvoldoende conditie is (nog) geen afsterving waargenomen. Krimpen aan den IJssel heeft geen actief beleid om iepziekte te bestrijden.
8 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
Bij 16 bomen is de conditie als slecht aangemerkt (waarderingscijfer 2); deze bomen sterven af. Dit is het gevolg van: (ernstige) aantasting door essentaksterfte. (ernstige) aantasting door iepziekte. (ernstige) onderlinge concurrentie om bovengrondse en ondergrondse groeiruimte. Deze bomen hebben de concurrentie verloren en sterven daardoor af. (ernstige) begroeiing met klimop. Klimop in bomen is meestal geen probleem. Wanneer echter de klimop de takken ingroeit, en daarbij een hogere groeisnelheid heeft dan de boom waarin de klimop groeit, kan de klimop de betreffende boom overgroeien (‘verstikken’). Aan 10 bomen is het waarderingscijfer 0 toegekend, deze bomen zijn (vrijwel) afgestorven. Dit is het gevolg van: (fatale) aantasting door iepziekte. (fatale) onderlinge concurrentie om bovengrondse en ondergrondse groeiruimte. (fatale) begroeiing met klimop. Het kandelaberen van de kroon in het verleden. Bij de betreffende boom (een Salix alba, schietwilg, boom 242, zie nevenstaande afbeelding) is na het kandelaberen nooit meer het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd; het opnieuw terugzetten van de kroon na 3 tot 5 jaar. Hierdoor is de kroon te zwaar geworden en er zijn rottingen ontstaan. Als gevolg hiervan is de kroon uit elkaar gebroken waarna de boom is afgestorven.
9 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
Overzicht van het noordwestelijke deel van de holte en rotting in stam boom 227.
Boom 302 is omgevallen en ligt in de sloot en aangrenzende tuin.
Dode iep met vraatgangen iepenspintkever.
Rotting met platte tonderzwam.
10 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
VEILIGHEID De volgende grafiek geeft weer hoe de veiligheid van de bomen is beoordeeld. Hierbij wordt opgemerkt dat de actuele gevaarzetting op het terrein nihil is; het terrein is niet meer in gebruik. Bij de beoordeling van de veiligheid is geen rekening gehouden met deze lage (actuele) gevaarzetting.
Veiligheid 10
Onhoudbaar
5
Veiligheid
Slecht
80
Onvoldoende
15
Voldoende
89
Goed
19
Niet te beoordelen 0
20
40
60
80
100
Aantal bomen
De waardering van de boomveiligheid is gekoppeld aan de benodigde veiligheidsmaatregelen (zoals omschreven in het hoofdstuk Onderzoeksmethode). Goed en voldoende De veiligheid is bij 89 bomen als goed beoordeeld (waarderingscijfer 8). Deze bomen vertonen geen noemenswaardige gebreken in het kader van de veiligheid en vereisen dan ook geen gerichte veiligheidsmaatregelen. De veiligheid is bij 15 bomen als voldoende beoordeeld (waarderingscijfer 6). Wel vertonen deze bomen gebreken in het kader van de veiligheid, maar door het uitvoeren van een reguliere onderhoudsmaatregel kan het gebrek worden weggenomen. De invloed op de veiligheidstoestand van de boom is dus maar tijdelijk. Onvoldoende (waarderingscijfer 4) De veiligheid is bij 80 bomen als onvoldoende beoordeeld vanwege gebreken in het kader van de veiligheid. Deze gebreken kunnen niet worden weggenomen met het uitvoeren van een reguliere onderhoudsmaatregel, waardoor ze een (blijvende) negatieve invloed hebben op de veiligheidstoestand van de boom. Enerzijds betreft het gebreken die in de huidige situatie een veiligheidsrisico met zich meebrengen. Door het uitvoeren van een ingrijpende onderhoudsmaatregel kan wel het veiligheidsrisico worden weggenomen, maar niet het gebrek zelf.
11 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
symptomen van essentaksterfte.
Voorbeeld van concurrentie met eenzijdige kroon en scheefgroei als gevolg.
Takken hangen ver over de watergang heen.
Bomen volledig overgroeid door klimop waardoor ze afsterven.
12 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
Anderzijds betreft het gebreken die in de toekomst breuk- en/of instabiliteitsgevaar kunnen opleveren. In de huidige situatie is er geen veiligheidsrisico. Vanwege het mogelijke gevaar in de toekomst is bij deze bomen als veiligheidsmaatregel jaarlijkse inspectie nodig. Bij de toekomstige jaarlijkse inspecties dient extra aandacht te worden besteed aan de aangetroffen gebreken (zie Conclusie en advies). Slecht (waarderingscijfer 2) en waarderingscijfer 0 Bij 5 bomen is de veiligheid als slecht beoordeeld (waarderingscijfer 2). Aan 10 bomen is het waarderingscijfer 0 toegekend. Deze bomen vertonen gebreken die in de huidige situatie een veiligheidsrisico met zich meebrengen. Voor deze bomen geldt: dat het ongewenst is ze te handhaven door het uitvoeren van een veiligheidsmaatregel. (waarderingscijfer 2). dat het onmogelijk is ze te handhaven door het uitvoeren van een veiligheidsmaatregel. (waarderingscijfer 0). Niet (volledig) beoordeeld Bij 19 bomen kon de veiligheid niet (volledig) worden beoordeeld. Bij deze bomen is de stam(voet) en/of de kroon hinderlijk bedekt met klimop. Hierdoor kunnen de betreffende onderdelen niet visueel geïnspecteerd worden. Bij 10 van deze bomen zijn wel veiligheidsrisico’s (afstervingsverschijnselen, (grof) dood hout en symptomen van essentaksterfte) gesignaleerd.
BEHEERBAARHEID De volgende grafiek geeft weer hoe de beheerbaarheid van de bomen is beoordeeld.
Beheerbaarheid 15
Onhoudbaar
44
Beheerbaarheid
Slecht
80
Onvoldoende
60
Voldoende
Goed
19
Niet te beoordelen 0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
Aantal bomen
De beheerbaarheid is bij 60 bomen als voldoende beoordeeld (waarderingscijfer 6). Het betreft bomen die de onderlinge concurrentie om bovengrondse en ondergrondse groeiruimte winnen of daar goed tegen kunnen (bijvoorbeeld de Taxus baccata, gewone venijnboom).
13 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
Bij 124 bomen is de beheerbaarheid als onvoldoende (waarderingscijfer 4) of slecht (waarderingscijfer 2) aangemerkt. De hoofdoorzaak hiervoor is de eerder al genoemde onderlinge concurrentie om bovengrondse en ondergrondse groeiruimte. Het gevolg van deze concurrentie is dat bomen zich niet optimaal kunnen ontwikkelen, een groeiachterstand oplopen, een eenzijdige kroon ontwikkelen en/of scheefgroei vertonen. Daarnaast hebben ziekten/aantastingen een blijvende negatieve invloed op de veiligheid van de bomen waardoor er nu en in de toekomst aanvullende (beheer)inspanningen nodig zijn. Aan 15 bomen is het waarderingscijfer 0 toegekend, bij deze bomen is duurzaam beheer niet langer mogelijk. Daarnaast kon bij 19 bomen de beheerbaarheid niet (volledig) worden beoordeeld als gevolg van een (overmatige) klimopbegroeiing.
14 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
KWALITEITSBEPALING Op basis van de conditie, veiligheid en beheerbaarheid is de kwaliteit van de onderzoeksbomen bepaald. De volgende grafiek laat zien hoe de bomen verdeeld zijn over de diverse kwaliteitscategorieën.
Kwaliteit
95
Kwaliteitscategorie
Slecht
56
Matig
48
Voldoende
19
Niet te beoordelen
0
20
40
60
Aantal bomen
15 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
80
100
TOEKOMSTVERWACHTING Op basis van de conditie en de beheerbaarheid is de toekomstverwachting voor de bomen bepaald. De volgende grafiek laat zien hoe de toekomstverwachting is beoordeeld.
Toekomstverwachting
Toekomstverwachting
< 1 jaar
15
1-5 jaar
80
5-15 jaar
40
> 15 jaar
64
Niet te beoordelen
19 0
20
40
60
Aantal bomen
16 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
80
100
CONCLUSIE EN ADVIES Op basis van de resultaten volgen hieronder de conclusie en het advies. In totaal zijn 218 bomen onderzocht, de bomen maken deel uit van een aaneengesloten windsingel.
KWALITEIT De (individuele) kwaliteit is bij 48 bomen als voldoende beoordeeld, bij 56 bomen als matig en bij 95 bomen als slecht. Voor 19 bomen geldt dat, vanwege een omvangrijke klimopbegroeiing, het niet mogelijk was de kwaliteit te bepalen. De hoofdzakelijk matige tot slechte kwaliteit is het gevolg van: onderlinge (ernstige/fatale) concurrentie om bovengrondse en ondergrondse groeiruimte. essentaksterfte bij essen. iepziekte bij iepen. achterstallig onderhoud bij enkele gekandelaberde bomen. overmatige klimopbegroeiing. overige ziekten/aantastingen (roetschorsziekte, platte tonderzwam, rotting/holten). Als gevolg van bovenstaande ontstaat groeistagnatie, sterven bomen af en/of bezwijken bomen. De algehele kwaliteit van de windsingel is matig. Dit is het gevolg van wisselende individuele kwaliteit. Deze wisselende kwaliteit is gelijkmatig over oppervlakte van de gehele singel verdeeld. Dit biedt kansen: in het geval bomen met slechte en/of matige kwaliteit worden verwijderd, blijft er alsnog een structuur over die op termijn een gelijkwaardig beeld kan krijgen (zie ook ‘maatregelen’). Hierbij wordt opgemerkt dat bovenstaande kwaliteitsbeoordeling is gemaakt van uit het perspectief van de bomen. Vanuit ecologisch opzicht is de windsingel een vermoedelijk zeer waardevolle plek.
Tijdens het onderzoek zijn diverse vogelsoorten waargenomen (onder meer houtsnip, sperwer, houtduif en vele soorten en aantallen zangvogels). Voor houtduif zijn de gewone venijnbomen en de klimopbegroeiing een belangrijke slaapplaats: toen voor zonsopgang het terrein werd betreden vlogen tientallen exemplaren op. Ook is (volwassen) klimop aanwezig; dat als soort ecologisch waardevol is.
TOEKOMSTVERWACHTING Voor 15 bomen geldt een toekomstverwachting van minder dan 1 jaar. Voor 80 bomen geldt een toekomstverwachting van 1 tot 5 jaar. Bij 40 bomen is de toekomstverwachting 5 tot 15 jaar, bij 64 bomen ten minste 15 jaar. Voor 19 bomen geldt dat de toekomstverwachting niet te beoordelen is vanwege klimopbegroeiing.
17 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
MAATREGELEN Voor de onderzoeksbomen adviseren wij diverse maatregelen op het gebied van veiligheid. Per boom zijn de relevante veiligheidsadviezen terug te vinden op het registratieformulier in bijlage B. Veiligheid De volgende tabel geeft een samenvattend overzicht van het veiligheidsadvies. Per veiligheidsmaatregel wordt aangegeven voor welke aantallen onderzoeksbomen de betreffende maatregel wordt geadviseerd, steeds in combinatie met de bijbehorende urgentietermijn. Op één boom kunnen meerdere veiligheidsmaatregelen van toepassing zijn. Veiligheidsmaatregel
Urgentietermijn Binnen 3 maanden
Totaal
Binnen 12 maanden
Vellen (boom verwijderen)
15
-
15
Takken verwijderen (snoei)
3
-
3
Grof dood hout verwijderen (snoei)
60
-
60
Hercontrole*
19
-
19
-
80
80
Jaarlijkse inspectie
* Om een hercontrole uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk eerst de klimopbegroeiing te verwijderen.
Overigens wordt de maatregel ‘jaarlijkse inspectie’ niet alleen geadviseerd voor de zogenaamde attentiebomen, maar ook voor de risicobomen die na uitvoering van de betreffende actieve maatregel(en) dienen te worden gehandhaafd als attentieboom. Bij de bomen met een veladvies zit een esdoorn (boom 160) waarbij het sterke vermoeden bestaat dat de boom is aangetast door roetschorsziekte. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel en is schadelijk voor mensen. Bij het inademen van schimmelsporen kunnen ontstekingen aan longblaasjes ontstaan. Hier dient bij het verwijderen van deze boom rekening gehouden te worden (gebruiken van juiste persoonlijke beschermingsmiddelen). Kwaliteitsimpuls windsingel In het geval de hiervoor beschreven veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd, zal de kwaliteit van de windsingel beperkt vooruit gaan. Om tot een toekomstbestendige windsingel te komen, wordt aanvullend geadviseerd om de windsingel uit te dunnen. Bij een dunning wordt geadviseerd om alle gewone essen (Fraxinus excelsior), de veldiepen (Ulmus minor) en 7 bomen (nummers 146, 178, 192, 201, 274, 280 en 304) met een slechte kwaliteit te verwijderen. Vanwege essentaksterfte respectievelijk iepziekte en de slechte kwaliteit hebben deze bomen een geringe toekomstverwachting. In totaal betreft dit 95 bomen.
18 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
Het kappen van de 95 bomen is in feite al een sterke dunning. Echter zal het lokaal nog steeds zo zijn dat (te) veel bomen op een kleine oppervlakte overblijven. Geadviseerd wordt om hierin nog beperkt (verder) te dunnen. Dit zal maatwerk zijn. Aandachtspunten hierbij zijn de huidige kwaliteit (het is wenselijk om bomen met een voldoende kwaliteit te handhaven ten koste van bomen met een matige kwaliteit) en de spreiding van boomsoorten (een zo divers mogelijk bestand overhouden). Ook is het, vanuit het perspectief van waterkwaliteit en overgroei van takken richting de woningen van de Groenplaats, wenselijk om overhangende takken te snoeien. Vanuit ecologisch oogpunt is een dermate forse dunning wellicht onwenselijk. Overwogen kan worden om verschillende bomen om te vormen naar ecologisch beheerde bomen. Hierbij wordt de boom grotendeels gekapt maar blijft een stamstuk (al dan niet met klimop erop) staan. Het dunnen dient dusdanig zorgvuldig te gebeuren dat toekomstbomen geen schade ondervinden van de dunningswerkzaamheden. Mocht (een gedeelte van) de windsingel behouden blijven bij eventuele nieuwbouw dan wordt aandacht gevraagd voor de te behouden bomen. Bouwwerkzaamheden kunnen een bedreiging vormen voor bovengrondse en ondergrondse delen van de bomen en voor de groeiplaatsen.
Geadviseerd wordt om een afschermingszone rond de bomen in te stellen, de aannemer een werkplan te laten opstellen waarin hij overige boombeschermende maatregelen opneemt, dit te beoordelen en hierop toezicht te houden.
19 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
.
20 Driekamp, Krimpen aan den IJssel
BIJLAGEN BIJLAGE A Overzichtstekening BIJLAGE B Registratieformulier
21 Driekamp, Krimpen aan den IJssel