Bijlage 2. Plan van aanpak planuitwerking Algeracorridor
Tekst van het document
2024
Plan van aanpakAlgeracorridor
TOELICHTING PLAN VAN AANPAK PLANUITWERKING
ALGERACORRIDOR | versie 4
Voorwoord / leeswijzer ........................................................................................................................... 3 Aanleiding ................................................................................................................................................ 4 Achtergrond ........................................................................................................................................ 4 Probleemstelling ................................................................................................................................. 4 Terugblik .................................................................................................................................................. 6 De verkenning in periode 2019-2022 ................................................................................................. 6 De kwar ermakersfase in 2023-2024 ................................................................................................ 6 Planuitwerking......................................................................................................................................... 7 1.Scope van de opdracht .................................................................................................................... 7 2.
Mi gerende maatregelen............................................................................................................... 8 3. Meekoppelkansen .......................................................................................................................... 9 4. Extra onderzoeksvragen ............................................................................................................... 11 5. Nadere beschouwing kostenraming en budget voorkeursalterna ef........................................ 12 6. Op te leveren producten in de Planuitwerking ........................................................................... 13 6.1 verdere uitwerking van het ontwerp ....................................................................................
13
6.2 bepalen mileu-effecten ........................................................................................................
15
6.3 Het organiseren van de benodigde vergunningen................................................................. 16 6.4 Wijzigen omgevingsplan.......................................................................................................
17
6.5 Bepalen aanbestedingsstrategie...........................................................................................
17
7. Het par cipa eproces .................................................................................................................. 18 7.1 Stakeholderanalyse ..............................................................................................................
19
8. Organisa e .................................................................................................................................... 20 8.1 Project-governance..............................................................................................................
20
8.2 Projec eam .........................................................................................................................
21
8.3 Samenwerking met het IB ....................................................................................................
23
8.4 Projec eam in oprich ng (i.o.) .............................................................................................
23
9. De projectbeheersing ................................................................................................................... 24 9.1 Scope ..................................................................................................................................
24
9.2 Kwaliteit ..............................................................................................................................
24
9.3 Capaciteit ............................................................................................................................
24
9.4 Risicomanagement ..............................................................................................................
25
9.5 Planningsmanagement.........................................................................................................
26
9.6 Sturing .................................................................................................................................
26
10. Raakvlak-projecten ..................................................................................................................... 27 10.1 V&R opgave van Brienenoordbrug (VBB) ............................................................................
27 1
10.2 Onderhoud Algerabrug ......................................................................................................
27
10.3 Verbreding A20 Gouda – Nieuwerkerk ad IJssel .................................................................. 27 10.4 Diverse onderhoudsprojecten ............................................................................................
28
10.5 Woningbouw projecten .....................................................................................................
28
10.6 Krach ge IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK)...................................................................... 28
2
Voorwoord / leeswijzer Dit plan van aanpak gee een beschrijving van de Planuitwerkingsfase voor project Algeracorridor. De Planuitwerkingsfase is hierbij de fase, waarbij het voorkeursalterna ef, dat in de Verkenning bepaald is (en in kwar ermakersfase is aangescherpt) verder in detail wordt uitgewerkt. Deze uitwerking is zodanig dat na de Planuitwerking de aanbesteding van de aannemer t.b.v. de Realisa e kan worden gestart.
In dit plan van aanpak wordt de scope van het uit te werken alterna ef nader gedefinieerd. Met scope wordt bedoeld welke fysieke aanpassingen er gaan komen op het traject van de Algeracorridor. Daarnaast wordt aangegeven welke producten er het resultaat zullen zijn van de Planuitwerking. Dit plan van aanpak is bestemd voor de (interne) opdrachtgevers van dit project: hiermee kan iedere opdrachtgever binnen zijn eigen organisa e toelichten wat in de Planuitwerking staat te gebeuren. Vervolgens wordt dit plan van aanpak gebruikt om de interne besluitvorming te faciliteren, om door te gaan naar de volgende fase – de Planuitwerking. Dit plan van aanpak zal – na het genoemd besluitvormingsproces - verder worden uitgebreid (met een Vraagspecifica e) door projec eam in oprich ng (projec eam i.o.) ten behoeve van de uitvraag voor het Ingenieursbureau voor de Planuitwerking (het IB). Zie ook 8.4.
3
Aanleiding Achtergrond De Algeracorridor betre de corridor die start in Capelle aan den IJssel op de Abram van Rijckevorselweg (AvR) na het verlaten van het Kralingseplein. Vervolgens wordt de AvR gevolgd via kruising met IJsselmondselaan en kruising met Beethovenlaan tot aan het Capelseplein. Na Capelseplein wordt de Algeraweg gevolgd rich ng Algerabrug en wordt de brug overgestoken rich ng Grote Kruising in Krimpen aan den IJssel. De Algerabrug, over de Hollandsche IJssel, vormt de gemeenteovergang tussen Capelle aan de IJssel en Krimpen aan de IJssel. Zie onderstaande figuur waarin de corridor is weergegeven.
De Algeracorridor fungeert als een cruciale verkeersader, die de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard verbindt met zowel de stad Ro erdam als de A16. Ondanks eerdere inspanningen om de doorstromingsproblema ek aan te pakken, blij het verkeer op de Algeracorridor geconfronteerd met aanhoudende uitdagingen.
Probleemstelling De hoge verkeersintensiteiten op de Algeracorridor zorgen voor veel files op het traject. De files staan in beide rich ngen en vertragingen ontstaan zowel jdens de ochtend- als de avondspits. De vertraging is het grootste in de ochtendspits rich ng Ro erdam en in de avondspits rich ng Krimpen a/d IJssel en Krimpenerwaard. In deze periodes is de reis jd in de genoemde rich ngen meer dan twee keer zo lang als de op male reis jd. In de ochtendspits staat de file met name tussen de rotonde Carpe Diem en Capelseplein. Ondanks diverse maatregelen op korte termijn (de zogenaamde KTA-maatregelen, zoals de reconstruc e van de Grote Kruising in Krimpen ad IJssel), nemen de reis jden in de genoemde rich ngen toe tot twee á drie keer de op male reis jd in 2040. Naast knelpunten op gebied van wegverkeer zijn er ook voor knelpunten op gebied van OV en fiets. 4
Knelpunten voor het wegverkeer : De corridor kent meerdere knelpunten, met name op de kruispunten. Belangrijk knelpunt is de slechte bereikbaarheid van de wisselstrook op de Algerabrug in de avondspits. Daarnaast wordt er door het autoverkeer veel gebruik gemaakt van sluiproutes in het gebied, onder andere via de Nijverheidsstraat en de Ketensedijk (beide in de avondspits de meest logische route naar de wisselbaan) en Van Ostadelaan (via Nieuwe Tiendweg). Naast de problema ek op de wegvakken, kan een aantal kruispunten de verkeersstromen ook niet goed verwerken. Dit is met name het geval voor het Capelseplein: op het Capelseplein is het grootste probleem dat in de ochtendspits de maatgevende stroom driekwart om dit verkeersplein heen moet en zo veel conflicten doorloopt. Knelpunten OV Als het gaat om het openbaar vervoer, wordt gekeken naar de vertraging die de bussen op de Algeracorridor oplopen. De bus rijdt op de corridor grotendeels ona ankelijk van het overige verkeer en hee in veel gevallen voorrang bij kruispunten. Echter door kruisingen met normale rijbanen waarop regelma g files ontstaan is de bus deels a ankelijk van doorstroming van het overige verkeer, hierdoor kan de vertraging oplopen.
Knelpunten voor fietsverkeer Voor het fietsverkeer is het belangrijkste knelpunt op de corridor de barrièrewerking (oversteekbaarheid) van de Hollandsche IJssel en de Algeracorridor (nl. de Abram van Rijckevorsselweg en de Algeraweg) zelf. Fietsers hebben hierdoor te maken met veel conflictpunten en lange reisafstanden.
5
Terugblik De verkenning in periode 2019-2022 In de Verkenning in de periode 2019-2022 is in een tweetal stappen / fasen (de zogenaamde zeef 1 en de zeef 2) er een voorkeursalterna ef gekozen. In de eerste fase van de Verkenning zijn een viertal kansrijke alterna even ontwikkeld. Hierbij gaan 2 alterna even (nl.1a en 1b) uit van de huidige Algerabrug en 2 alterna even (2a en 2b) uit van het aanpassen van de capaciteit van de Algerabrug. Deze 4 alterna even zijn in de tweede fase verder onderzocht middels een milieueffect rapportage en een maatschappelijke kosten-baten analyse. Op basis van de resultaten uit deze tweede fase hebben de bestuurders uiteindelijk gekozen voor het voorkeursalterna ef 1b. Met de keuze van het voorkeursalterna ef is de Verkenning afgerond: immers het doel van een Verkenning is het beargumenteerd komen tot een voorkeur.
De kwar ermakersfase in 2023-2024 Na het bepalen van het voorkeursalterna ef in de Verkenning zijn er door de gemeenteraden van Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel opmerkingen en vragen gesteld middels een mo e en een amandement (Capelle met Mo e Vreemd aan de orde, november 2022, zie bijlage X en Krimpen met Raadsbesluit, oktober 2022, zie bijlage X). Dit hee geleid tot een aantal extra onderzoeksvragen. In de periode na de Verkenning is er een Kwar ermakersfase opgestart om deze extra vragen nader te onderzoeken. In de Kwar ermakersfase worden voorstellen gedaan om aanpassingen in de scope door te voeren en daarmee de defini eve scope voor de Planuitwerking vast te stellen. In de Kwar ermakersfase betrof dit het onderzoeken van: a. extra rijstrook auto op Algeraweg tussen Algerabrug en Capelseplein faciliteren uit bestaande busbaan; b. Algeraweg volledig ontkoppelen van de Ketensedijk / Nijverheidsstraat of tot nog een verbinding mogelijk/open houden; c. Het omlaag brengen van de maximum snelheid van 70 km/h naar 50 km/h op de Abram van Rijckevorsselweg (AvR) tussen Kralingseplein en Capelseplein. De overige aandachtpunten uit genoemde mo es worden doorgeschoven voor verder analyse in de Planuitwerking of betreffen aandachtspunten die buiten scope Algeracorridor vallen.
De resultaten van de Kwar ermakersfase zijn vastgelegd in het scope-document, waarin is aangegeven wat de uiteindelijke scope is geworden, wat de afwijking is van de scope zoals gedefinieerd in de Verkenning en welke onderzoeksvragen er nog resteren (die meegaan naar de Planuitwerking).
6
Planuitwerking 1.Scope van de opdracht De scope van de opdracht is gevormd jdens de MIRT-verkenning in de periode 2019-2022. Daar is uiteindelijk voorkeursalterna ef 1b gekozen met een extra rijstrook op de Algeraweg rich ng Capelseplein. De kwar ermakersfase leidde tot een aantal aanpassingen in de scope. Uiteindelijk zijn de volgende scope onderdelen aan de orde, opgesomd in de volgorde vanaf Kralingseplein (A16) tot aan de Grote Kruising in Krimpen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Kruising AvR x IJsselmondselaan geen langzaam verkeer oversteek; Verbeteren fietsnetwerk in Kralingseveer / ’s-Gravenland; Aanpassen maximum snelheid AvR tussen Kralingseplein en Capelseplein; Aanpassen rijstrook-indeling incl. busbaan op AvR van Capelseplein naar Capelsebrug; Ombouw Capelseplein; Extra rijstrook auto op Algeraweg rich ng Capelseplein; Aanleg Krakeling; Ontkoppelen Ketensedijk van Algeraweg; Op maliseren Grote Kruising.
In het Scope Document worden deze scope onderdelen nader toegelicht. De bijlagen bij het Scope Document geven een nadere toelich ng bij de gemaakte keuzes inzake de casus Busbaan, de casus maximum snelheid AvR en de casus ontkoppelen Ketensedijk.
7
2. Mi gerende maatregelen Mi gerende maatregelen, zijn die maatregelen die nodig zijn, om de milieueffecten weg te nemen die we elijk gezien noodzakelijk zijn : de we elijk verplichte maatregelen. Tijdens de verkenning voor Algeracorridor in 2020-2022 zijn deze mi gerende maatregelen nog niet bepaald: deze maatregelen worden pas bepaald in de Planuitwerking, op basis van het meer gedetailleerde ontwerp en de nieuwe (in Planuitwerking gemaakte) verkeersprognoses en daaruit voortvloeiende milieueffect berekeningen. Meest concrete mi gerende maatregelen zijn de maatregelen die nodig zijn vanwege een te grote toename van de geluidbelas ng op de gevel. Er is sprake van een “reconstruc e” als deze toename groter of gelijk is aan 1.5 dB. Bij een “reconstruc e” zijn er we elijke maatregelen noodzakelijk. Op basis van de milieueffect berekeningen die in de verkenning zijn gemaakt, kan er wel een inscha ng gemaakt worden van welke mi gerende maatregelen er verwacht kunnen worden. In bijgevoegde kaart wordt aangegeven op welke rekenpunten er sprake is van een dergelijke “reconstruc e”. Dit betre de rekenpunten met een rode s p aangegeven: dit zijn woningen in ’s Gravenland, direct gelegen achter de bestaande geluidvoorziening langs de Algeraweg. En dan in het bijzonder de woningen die dichtbij de (nieuw te bouwen) Krakeling liggen.
Voor deze woningen in ’s Graveland wordt verwacht dat de bestaande geluidvoorziening zal dienen te worden opgehoogd. Aan de andere zijde van de Algeraweg wordt een “reconstruc e” voorzien bij de Valeriusrondeel (flat) bij de woningen vanaf de 3e verdieping (en hoger). Verwacht wordt derhalve dat voor de Valeriusrondeel-flat er een geluidscherm van 4 meter nodig is om dit milieueffect weg te kunnen nemen. Beide maatregelen - verhogen bestaande geluidvoorziening Algeraweg aan ’s Gravenland zijde en aanleggen nieuw geluidscherm bij Valeriusrondeel – betreffen in dit plan van aanpak een “best guess” op basis van onderzoek in de verkenning. Deze maatregelen zi en nu nog niet in de scope van Algeracorridor: de maatregelen worden concreet gemaakt jdens de Planuitwerking en worden dan pas toegevoegd aan de scope. Met beide maatregelen zijn de verwachte kosten 1.5 mio tot 2.0 mio euro. Ook deze kosten zijn een globale kostenindica e. Deze kosten zi en nu nog niet in de kostenraming.
8
3. Meekoppelkansen In de MIRT Verkenning wordt een meekoppelkans gedefinieerd als mogelijke maatregel die meegenomen zou kunnen worden in het (vervolg van) het project of parallel aan het project, omdat het maatschappelijke meerwaarde hee (‘een beter plan’) en/of omdat het (extra) bijdraagt aan de projectdoelen. Het project is echter al jd uitvoerbaar zonder de meekoppelkans. De voorwaarden zijn efficiën e bij het realiseren van de betreffende kans (‘werk met werk’) en/of synergie met projectdoelen. Een meekoppelkans dient een eigen “budget” voor realisa e van de meekoppelkans te hebben (ergo: budget Meekoppelkans zit NIET in realisa e-budget voor Algeracorridor). De Planuitwerking, die in dit Plan van Aanpak wordt beschreven, richt zich vooralsnog op de eigen scope van Algeracorridor en niet op de Meekoppelkansen. De verdere uitwerking van de Meekoppelkansen wordt in een separate (eigen) projectplan beschreven: gemeente Capelle aan den IJssel is de trekker van deze projecten. Het combineren van deze Meekoppelkans projecten met de Planuitwerking Algeracorridor is denkbaar (schaalvoordeel aanwezig), waarbij het Ingenieursbureau dat de Planuitwerking voor Algeracorridor uitvoert, dan ook deze Meekoppelkansen projecten tegelijker jd uitvoert. Meekoppelkans Fietsbrug Schönberglaan: Binnen project Algeracorridor wordt Fietsbrug Schönberglaan als een Meekoppelkans beschouwd.
De Fietsbrug Schönberglaan betre een nieuw aan te leggen fietsbrug over de Schönberglaan, waarmee de kruising van het huidige fietspad langs de Rondelen met Schönberglaan (zie plaatje huidige situa e) wordt vervangen door een oversteek met de fietsbrug. Op deze wijze wordt de onveilige oversteek met Schönberglaan uit het fietspad gehaald. Het fietspad langs de Rondelen sluit vervolgens mooi aan bij de nieuwe fietstunnel onder de Abram van Rijckevorselweg Oost ( AvR oost) (onderdeel van de “ombouw” Capelseplein), waarmee de fietsers zonder conflict met de auto de AvR oost kunnen passeren. Er is in de Kwar ermakersfase een kostenraming gemaakt voor deze fietsbrug: deze raming komt uit op investeringskosten van 1.2 mio euro excl. BTW. Nagegaan wordt of deel van deze kosten middels subsidie van MRDH kunnen worden gefinancierd. De overblijvende financiering wordt bekos gd door Capelle ad IJssel met eventueel andere financiers. Meekoppelkans bushalte Blinkert: Een ander idee dat jdens de Verkenning naar voren kwam is het aanleggen van een extra bushalte op de Algeraweg in de omgeving van viaduct Schönberglaan. Betreffende bushalte wordt hieronder genoemd bushalte Blinkert (naar de buurt de Blinkert in wijk Middelwatering).
Tussen metrosta on Capelsebrug en Krimpen a/d IJssel rijden meerdere buslijnen via een aparte busbaan waardoor er een hoogfrequente en snelle OV-verbinding is ontstaan tussen deze bestemmingen. Momenteel zijn er geen tussenliggende haltes op dit traject. Het aanleggen van genoemde extra bushalte Blinkert (aan beide zijde van de Algeraweg) is in de Kwar ermakersfase nader onderzocht. Deze bushalte(s) zijn niet goed inpasbaar gebleken. Een bushalte aan de zijde van ’s Graveland (Algeraweg rich ng Algerabrug) is moeilijk te realiseren i.v.m. 9
de geluidvoorziening die direct langs de Algeraweg is gelegen. Er is geen ruimte voor een bushalte aan deze zijde. Daarnaast is het halteren van bussen aan deze zijde (Algeraweg rich ng Algerabrug) niet gewenst i.v.m. de nieuw aan te leggen Krakeling: bussen moeten dan immers vanuit s lstand optrekken naar de uitvoeger naar de Krakeling, hetgeen niet gewenst is. Naar aanleiding van overleg met de OV-par jen en de PZH en MRDH is ook geconcludeerd om deze halte niet toe te voegen. Een extra halte zou onder andere leiden tot een langere reis jd voor reizigers. Bewoners hebben daarnaast een goed alterna ef in de vorm van andere bushaltes en metrolijn C (De Akkers – De Terp). Ergo: dit idee van een extra bushalte de Blinkert is nader onderzocht en technisch (civieltechnisch) niet haalbaar gebleken.
Meekoppelkans verbeteren fietsonderdoorgang Algeraweg De fietstunnel onder de Algeraweg, die Middelwatering verbindt met ’s-Gravenland (zie blauwe lijn in kaart) is een drukke fietsverbinding en staat bekend als te smal, sociaal niet veilig en verkeersonveilig. Daarnaast ontbreken faciliteiten voor de voetganger waardoor voetgangers op het fietspad moeten lopen. Het verbreden van deze fietstunnel zal de verbinding tussen de wijken sterk verbeteren. De technische haalbaarheid van deze verbreding dient nog nader onderzocht te worden. Vervolgens kan een kostenraming worden gemaakt. Nagegaan wordt of deel van deze kosten middels subsidie van MRDH kunnen worden gefinancierd. De overblijvende financiering wordt bekos gd door Capelle ad IJssel met eventuele andere financiers.
10
4. Extra onderzoeksvragen Uit de Kwar ermakersfase zijn nog een aantal onderzoeksvragen overgebleven: deze extra vragen zijn in de toelich ng scopebeschrijving (hfd. 1), aangegeven in de blauwe omlijnde blokjes aan het einde van iedere paragraaf. Deze vragen dienen aan het begin van de planuitwerking uitgewerkt te worden, zodat dit input levert voor de defini eve scope van de planuitwerking. Dit betre de volgende onderzoeksvragen: a) Het maken van een keuze met betrekking tot het verbeteren van het fietsnetwerk in Kralingseveer / ’s Gravenland (zie ook 1.2); b) Het maken van een ontwerp-keuze met betrekking tot de “downgrade” van de AvR tussen Kralingseplein en Capelseplein; zie hiervoor ook de betreffende memo (bijlage x); (zie ook 1.3); c) Opze en telprogramma ten behoeve van project Algeracorridor: er wordt een tel-programma opgezet op een aantal relevante telpunten voor de Algeracorridor; de tellingen zullen na de zomervakan e worden uitgevoerd; het telprogramma resulteert in een aantal consistente telgegevens; hiermee kan het verkeersmodel in de planuitwerking worden verbeterd; d) Verbeteren verkeersmodel met tellingen uit telprogramma; het verkeersmodel dient te worden getoetst (gekalibreerd) met de genoemde tellingen op het basisjaar (= huidige situa e); e) Analyseren hoe de rijstrook-indeling er moet uitzien op de AvR tussen Capelseplein en kruising Capelsebrug / van
Beethovenlaan (betre alleen deze rijrich ng naar Capelsebrug); de analyse wordt uitgevoerd met het simula e-model van de Algeracorridor; (zie ook 1.4) f) Nadere verkeersanalyse inzake het ontkoppelen van de Algeraweg van de Ketensedijk / Nijverheidsstraat; deze analyse is nodig om de omrijgaran e te kunnen geven; dit betre een garan e dat het wegennetwerk het extra verkeer over de Algeraweg naar de AvR oost rich ng Slotlaan en Rivierweg kan afwikkelen; (zie ook 1.8) Deze analyse betre ook een analyse van de verdeling bestemmingsverkeer / sluipverkeer in Middelwatering. g) Nadere analyse op het effect voor de doorstroming van de Algeraweg bij het behouden van de afrit naar de Ketensedijk; (zie hiervoor ook 1.8). h) Voor een eenduidig wegbeeld wordt onderzocht wat het effect is als de busbaan in de rich ng vanaf Capelsebrug naar de Algerabrug ook terug gaat naar een maximum snelheid van 50km/u. i) Nader onderzoek naar de impact van voorkeursalterna ef op het verkeer bij de Grote Kruising: dit betre in het bijzonder het verkeer bij de kruising Nieuwe Tiendweg/Boerhaavelaan/Van Ostadelaan en in het bijzonder het punt na het verlaten van de wisselstrook aan de kant van Krimpen. j) Onderzoek het percentage autoverkeer dat in de avondspits gebruik maakt van de wisselstrook, door Krimpen heen rijdt om vervolgens de N210 op te gaan via de Krimpenerbosweg.
11
5. Nadere beschouwing kostenraming en budget voorkeursalterna ef Tijdens de kwar ermakersfase is de raming voor het project nader beschouwd: deze raming komt uit op 30.7 mio euro conform de gemaakt SSK raming in de verkenning. Dit bedrag is in de Bestuursovereenkomst van de Kwar ermakersfase afgerond naar 31.0 mio euro. Genoemde bedragen in dit hoofdstuk betreffen de investeringskosten excl. BTW. Allereerst is er in dit budget geen rekening gehouden met een indexering naar een actueel prijspeil. Het huidige budget uit de verkenning is berekend op basis van prijspeil januari 2022. Op basis van CBS index-cijfers (met gebruik making van de juiste categorie, behorend bij scope Algeracorridor) is hier op dit moment een s jging van ca. 15% aan de orde. Dit betekent een extra budget t.g.v. indexering van 4.6 mio euro. Vervolgens is er in par. 2 (mi gerende maatregelen geluid) een inscha ng gemaakt van de verwachte maatregelen en daaruit voortvloeiende extra kosten. Hier wordt vooralsnog uitgegaan van extra kosten voor het nemen van de we elijk verplichte geluidmaatregelen ad 1.5 mio euro. Nogmaals dit is een “best guess” en jdens de planuitwerking worden deze maatregelen defini ef bepaald. Ook de downgrade (weg-aanpassing) van de AvR tussen kruising Beethovenlaan / Capelsebrug en het Capelseplein naar een weg met een maximum snelheid van 50 km/h betekent extra kosten.
In het budget van de verkenning was hier geen rekening mee gehouden (ook al is er wel uitgegaan van een maximum snelheid van 50 km/h op dit gedeelte). Op basis van een onderzoek in de kwar ermakersfase zijn de verwachte kosten voor de de wegaanpassing op betreffend gedeelte van de AvR tussen de 0.4 mio euro en 1.3 mio euro. In het kostenoverzicht in bijlage 4 wordt uitgegaan van extra kosten van 1.0 mio euro. Tenslo e is er ook een kostenbesparing in te boeken. Aangezien de busbaan op de Algeraweg rich ng Capelseplein wordt ingericht voor autoverkeer (en bus rijdt mee op de rechter rijstrook) is er geen extra asfalt nodig op Algeraweg (aan de kant van de Rondelen). Wel betekent de wegaanpassing voor de Algeraweg nog een stukje extra kosten, maar onderaan de streep is er sprake van een besparing van 0.5 mio euro. Bijlage 4 gee een financieel overzicht Algeracorridor, waarin bovengenoemde nog niet voorziene kosten in een aparte rubriek zijn vermeld. Overigens is er nog geen keuze gemaakt hoe deze extra kosten gefinancieerd gaan worden (of georganiseerd).
12
6. Op te leveren producten in de Planuitwerking In de Planuitwerking wordt het voorkeursalterna ef verder uitgewerkt (naar een VO en een DO), zodanig dat er een voldoende detail-niveau bereikt is om rich ng realisa e -fase te gaan en om de benodigde vergunningen te kunnen organiseren. De benodigde producten zijn aan de orde in de Planuitwerking: 1. 2. 3. 4. 5.
Verdere uitwerking in het ontwerp; Bepalen van de effecten (verkeer en milieu); Het organiseren van de benodigde vergunningen; Het wijzigen van het omgevingsplan; Het leveren van de benodigde input voor de contractvoorbereidings-fase.
Alle producten worden vervaardigd door het (geselecteerde) ingenieursbureau (IB). Hierbij hee het projec eam van opdrachtgever (OG) de rol van opdrachtgever, die samen met het IB de uitgangspunten bepaalt en de producten toetst en vrijgee .
6.1 verdere uitwerking van het ontwerp Het ontwerp van het voorkeursalterna ef wordt verder uitgewerkt naar een VO (een voorlopig ontwerp) en vervolgens naar een DO (een defini ef ontwerp) Uitgangspunt voor het ontwerpproces is de scope van het project zoals in hfd. 1 nader toegelicht. Het ontwerp en de bijbehorende kaders en richtlijnen zijn aan de orde die gelden bij betreffende wegbeheerder. Bij het uitwerken naar VO en DO zijn de volgende handboeken en richtlijnen van toepassing: -
Handboek Ontwerpcriteria Wegen (provincie Zuid-Holland); Richtlijnen voor Verkeersmaatregelen bij Wegwerkzaamheden en evenementen (provincie Zuid-Holland) Handboek Wegontwerp Basiscriteria (CROW) Handboek Wegontwerp Gebiedsontslui ngswegen (CROW) Richtlijn Bewegwijzering (CROW)
Het ontwerp bevat de volgende deel-ontwerpen: i.
ii.
iii.
iv.
Ontwerp bovenbouw: hier worden de opbouw en de technische dimensionering van de verharding van de rijbanen uitgewerkt en vastgelegd. Dit betre de gehele geometrische detaillering van de verharding. Ontwerp onderbouw: In dit deelontwerp worden de opbouw en de technische dimensionering van de onderbouw van alle rijbanen uitgewerkt en vastgelegd. Dit is dus de ondergrond en fundering van de weg, inclusief de construc eve en materiaalkundige aspecten Waterhuishouding: hier dient de hemelwaterafvoer en –berging uitgewerkt en vastgelegd te worden. Deze uitwerking is inclusief de technische dimensionering van alle benodigde afvoer en berging Bermen: In dit deelontwerp worden de opbouw en de technische dimensionering van de ophoging en aanvulling van bermen uitgewerkt en vastgelegd. Dit is inclusief de construc eve en geotechnische aspecten van de bermen 13
v.
vi. vii. viii.
ix.
x.
xi.
Verlich ngsplan: In dit deelontwerp worden de opbouw en de technische dimensionering van de openbare verlich ng van alle rijbanen uitgewerkt en vastgelegd. Dit is dus inclusief de construc eve en materiaalkundige aspecten hiervan. Bebakening en markering: hierbij dienen alle bebakening en de complete markering integraal uitgewerkt en vastgelegd te worden. Bewegwijzeringsplan: Het bewegwijzeringsplan bevat de specifica es van alle geprojecteerde bewegwijzering. VRI: In dit deelontwerp worden de opbouw en de technische dimensionering van de Verkeers Regel Installa es integraal uitgewerkt en vastgelegd. Dit is dus inclusief de construc eve en ICT aspecten hiervan. Kabels en leidingen: Kabels en leidingen worden door de beheerders zelf verlegd. Die beheerders houden daarbij hun eigen eisen en ontwerpen aan. Dit deelontwerp betre het opstellen van een Plan van Aanpak waarin is vastgelegd hoe geborgd is wanneer en hoe de kabels en leidingen verlegd gaan worden. Tevens dienen de aandachtspunten t.a.v. uitvoering helder gemaakt te worden (oa veiligheidszones). Natuur en landschap (integraal inrich ngsplan): In dit deelontwerp worden de landschappelijke en natuurlijke inrich ng van de directe omgeving van de weg uitgewerkt en vastgelegd.
Hierin worden enerzijds de doelen en randvoorwaarden voor deze inrich ng vastgelegd, en anderzijds de gedetailleerde uitwerking naar plantsoorten, benodigde werkzaamheden e.d.. Faseringsplan: Het faseringsplan dient inzicht te geven in de faseringsmogelijkheden en mogelijke risico’s in rela e met jd en kosten. De verkeerskundige invalshoek, minimale hinder verkeer, uitvoering incidentmanagement en de aanrijd jden vsn hulpdiensten spelen daarbij een rol. Doel is de maakbaarheid en haalbaarheid in beeld te brengen. Er dient rekening gehouden te worden met de planning van de Raakvlakprojecten: indien projecten immers tegelijk worden uitgevoerd, dan dient beschouwd te worden wat dit betekent voor de (gezamenlijke) verkeershinder.
Kostenraming: Het ontwerp zal vervolgens de input leveren voor de SSK kostenraming. In de verkenning is er een kostenraming gemaakt voor het voorkeursalterna ef op basis van de schetsontwerpen. De kostenraming is vervaardigd volgens de SSK methodiek. In de planuitwerking zullen de verder uitgewerkte ontwerpen (VO en uiteindelijk DO) een nauwkeurigere input geven voor de kostenraming, en zal de kostenraming opnieuw opgesteld worden. Dit zal resulteren in een nieuwe SSK kostenraming met een smallere bandbreedte (meer nauwkeurig).
14
6.2 bepalen mileu-effecten Het voorkeursalterna ef dient nader onderzocht te worden op milieu-effecten. Basis voor het bepalen van de milieu-effecten is een verkeersanalyse, welke inzicht gee in de verkeersprognoses die verwacht worden in 2040 na realisa e van het plan. De verkeersanalyse maakt gebruik van de nieuwste versie van het sta sch verkeersmodel van MRDH: dit betre de versie 3.0 van het VMRDH (Verkeersmodel MRDH). Dit sta sch verkeersmodel wordt getoetst op een set telgegevens (zie ook hfd 4 extra onderzoeksvraag c). Hiermee ontstaat een verkeersmodel dat goed aansluit op de tellingen in het basisjaar (zie ook hfd. 4 extra onderzoeksvraag d). Met dit getoetste verkeersmodel kunnen vervolgens prognoses voor 2040 berekend worden. Naast het sta sch verkeersmodel, zal er een dynamisch simula emodel worden gemaakt, zoals ook in de verkenning is toegepast. In dit simula emodel dient ook de bus meegenomen te worden en het model dient uitgebreid te worden rich ng AvR oost tot over de kruising AvR x Rivierweg. Genoemde verkeersmodellen (sta sch verkeersmodel en simula emodel) worden ingezet om een goed beeld te verkrijgen van de prognoses in 2040 en om de benodigde extra analyses uit te voeren: dit betre in hfd. 4 de extra onderzoeksvraag e) voor het analyseren van de rijstrook indeling en onderzoeksvraag f) voor het analyseren van de omrijdgaran e.
De verkeersprognoses voor 2040 uit bovengenoemde verkeers-studie, vormen de basis voor een aantal milieu-effect onderzoeken. Dit betre de volgende onderzoeken:
Geluidsonderzoek: er wordt een geluidsonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de geluidseffecten van het plan en te bepalen welke mi gerende (geluids) maatregelen er nodig zijn. De geluidsmaatregelen dienen meegenomen te worden in ontwerpen; Lucht-onderzoek: analoog aan het geluidonderzoek, wordt een lucht-onderzoek uitgevoerd om te bepalen wat de effecten van het plan zijn op de naaste omgeving; Onderzoek s kstof: er dienen s kstof-berekeningen gemaakt te worden (met de tool AERIUS) om te bepalen wat de effecten op de natuurgebieden zijn in de omgeving (omgeving is hierbij een gebied van 25 km. om het projectgebied). Deze berekeningen worden gemaakt voor zowel de aanleg-fase als voor de gebruiks-fase; Ecologisch onderzoek: op basis van de s kstof berekeningen zal door een ecoloog bepaald worden of er maatregelen genomen moeten worden en welke maatregelen er nodig zijn bij betreffende natuur-gebieden; Archeologisch onderzoek: aangezien er een tunnel/ onderdoorgang op Capelseplein wordt gebouwd en een nieuwe onderdoorgang onder de Algeraweg (voor de aanleg Krakeling) dient er nader archeologisch onderzoek gedaan te worden op betreffende loca es;
Voor wat betre de overige milieu-thema’s (i.e. bodem en water; klimaat-adapta e; duurzaamheid; ruimtelijke kwaliteit) wordt er van uitgegaan dat betreffend onderzoek jdens de verkenning afdoende is voor deze milieu-thema’s.
15
6.3 Het organiseren van de benodigde vergunningen Het project Algeracorridor vereist een nauwgeze e aanpak van vergunningsprocedures. Dit omvat de verwerving van verschillende vergunningen, waaronder omgevings- en technische vergunningen voor de uitvoering van ac viteiten, archeologische toestemmingen voor bodemingrepen, en een mogelijke monumentenvergunning voor bescherming van de Algerabrug. Daarnaast omvat het proces een grondige analyse van het omgevingsplan om te verzekeren dat alle ac viteiten in overeenstemming zijn met de geldend beleid en regelgeving. In aanvulling hierop zal het graven van een tunnel, een onderdeel van het project, onderhevig zijn aan milieuwetgeving vergunningen om de milieu-impact te beoordelen en te beheersen. Tevens zal het verkrijgen van een natuurvergunning, inclusief s kstofdeposi eberekeningen, bij het provinciaal bevoegd gezag, de Omgevingsdienst Haaglanden (OMD) en Milieudienst Rijnmond (DCMR), een prioriteit zijn. Tijdelijke maatregelen, indien nodig geacht, zullen ook worden onderworpen aan de vereiste vergunningsprocedures om ervoor te zorgen dat alle aspecten van het project in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving. Samengevat zullen de onderstaande vergunningen gedurende de planuitwerkingsfase hoogstwaarschijnlijk vereist zijn ter onderbouwing van het ontwerp.
Omgevingsplan- en Technische bouwac viteiten vergunning;
Archeologische Ac viteiten vergunning;
Monumentenvergunning ( voor de Algerabrug);
Het omgevingsplan;
Milieuvergunning (voor het graven van de tunnel Capelseplein);
Natuurvergunning, in afstemming met HHSK wegens waterbelang.
Proces Gedurende Vergunningsfase A. Voorbereiding en Indiening: het projec eam zal verantwoordelijk zijn voor het samenstellen van alle benodigde documenta e voor elke vergunningsaanvraag, inclusief technische tekeningen, berekeningen, en impactanalyses. B. Communica e met Bevoegde Autoriteiten: gedurende het vergunningsproces zal regelma g contact worden onderhouden met de betrokken bevoegde autoriteiten om eventuele vragen te beantwoorden en aanvullende informa e te verstrekken. C. Beoordeling en A andeling: na indiening van de vergunningsaanvragen zullen de bevoegde autoriteiten deze beoordelen op volledigheid en naleving van wet- en regelgeving. Het projec eam zal alle vereiste aanvullende informa e verstrekken en eventuele wijzigingen aanbrengen indien nodig. D. Goedkeuring en Implementa e: zodra alle vergunningen zijn goedgekeurd, kan het project door naar de volgende fase: realisa e.
16
6.4 Wijzigen omgevingsplan Op basis van het uitgewerkte ontwerp (naar een VO en een DO) wordt nagegaan in hoeverre er een wijziging aan de orde is van het omgevingsplan. Het IB zal in dit geval een mo va e schrijven voor een ontwerpwijziging in het omgevingsplan.
6.5 Bepalen aanbestedingsstrategie Na het vervaardigen van het VO (het voorlopig ontwerp) volgt het bepalen van de aanbestedingsstrategie: er is dan immers voldoende zicht op welke scope van het project op de markt gezet dient te worden t.b.v. de realisa e. Op basis van deze strategie is het helder welke aanbestedings-stukken benodigd zijn in de contractvoorbereidingsfase. In de contractvoorbereiding worden alle stukken voorbereid , op basis waarvan de markt (i.e. de aannemers) een aanbieding kan maken voor de realisa e van het project (de uitvoering). Er zijn verschillende mogelijkheden waarop deze stukken kunnen worden vormgegeven. Voorgesteld wordt in de Planuitwerking in een aantal sessies de marktpar jen te betrekken bij de realisa e van dit project en op basis van deze sessies na te gaan wat de beste wijze van aanbesteden is.
17
7. Het par cipa eproces Par cipa e in de planuitwerking hee tot doel om alle (direct) betrokkenen goed aan te haken bij het project Algeracorridor en opmerkingen en sugges es op te halen. De scope van het voorkeursalterna ef is vastgesteld: er is echter nog voldoende ruimte jdens de detailuitwerking van het alterna ef om deze input mee te nemen. Te denken valt hierbij aan aandachtspunten, door direct betrokkenen aangegeven, die meegenomen kunnen worden in het ontwerp. Verder zal dit ook Inpassingskeuzes betreffen jdens het ontwerpproces. De Par cipa e in de Planuitwerking zal op diverse manieren worden vormgegeven. Dit kan: A. door deel te nemen aan de par cipa egroep; B. vanuit de brede ambtelijke klankboordgroep; C. in 1-op-1 gesprekken en D. jdens spreekuren en inloopbijeenkomsten Gedurende de planuitwerking zal een ontwerpwijziging omgevingsplan (met alle onderliggende rapporten) ter inzage worden gelegd. Hiermee kan eenieder commentaar of opmerkingen plaatsen op het omgevingsplan in de vorm van Zienswijzen. Alle Zienswijzen zullen worden beantwoord en worden samengevoegd in een Nota van Antwoord.
A. Par cipa egroep Er zal een par cipa egroep worden georganiseerd. Deze groep bestaat uit omwonenden (vertegenwoordigd uit de omliggende wijken zoals Fascina o, ’s-Gravenland, Capelle-West en Krimpen-centrum), bedrijven maar ook uit deelnemers van diverse belangengroepen (zoals ROVER en de Fietsersbond). Bedrijven zijn hierbij vertegenwoordigd vanuit verschillende ondernemerskringen. De par cipa egroep zal op geze e momenten worden bijgepraat in bijeenkomsten over de voortgang van het project. Er wordt uitgegaan van een aantal bijeenkomsten voor de Par cipa egroep gedurende de planuitwerking. Er kan input worden gegeven op de geleverde producten en er kunnen aandachtspunten worden benoemd die meegegeven worden naar de bestuurders.
B. Brede Ambtelijke klankboorgroep De brede ambtelijke klankboordgroep wordt gevormd door de omliggende (belanghebbende) gemeenten, betreffende waterschappen, de OV bedrijven (RET, Arriva en Qbuzz) en de Veiligheidsregio Ro erdam-Rijnmond. Ook hier wordt uitgegaan van 4 bijeenkomsten gedurende de Planuitwerking. De voortgang van het project wordt toegelicht. Beschikbare (tussen) producten worden getoond en besproken. Ideeen en aandachtspunten worden ingebracht om voldoende draagvlak te creeren voor het project.
C. 1-op-1 gesprekken Naast alle georganiseerde par cipa e in bijeenkomsten (zoals bij 4.1 en 4.2 beschreven), is er ook een één-op-één consulta e in zogeheten op-maat gesprekken. Dit betre par jen en individuen die met een direct belang betrokken zijn of vertegenwoordigers van bewonersverenigingen.
18
D. Inloopbijeenkomsten Gedurende de planuitwerking zullen een aantal inloop-bijeenkomsten worden gehouden. Recente ervaring jdens de Kwar ermakersfase leert dat er een grote belangstelling is om deze inloopbijeenkomsten te bezoeken (in januari j.l. 130+ geïnteresseerden). Er zullen een aantal inloopbijeenkomsten worden geoorganiseerd. De bijeenkomsten zullen bestaan uit een plenair gedeelte, waarbij centraal het project wordt toegelicht door het projec eam, als ook uit een gedeelte, waarbij er een aantal “meer loca e-specifieke tafels / kraampjes” zijn waar vragen kunnen worden gesteld. Er wordt uitgegaan van 4 inloop bijeenkomsten gedurende de planuitwerking.
7.1 Stakeholderanalyse Tijdens de Kwar ermakersfase is een conceptuele stakeholderanalyse uitgevoerd met de ondersteuning van Pallas Advies. Deze analyse biedt inzicht in de betrokken par jen en hun belangen, agenda's en invloed op het project. Het welslagen van het project is mede a ankelijk van belanghebbenden die de realisa e van de gestelde doelen kunnen beïnvloeden. In de Planuitwerkingsfase zal de analyse verder worden verfijnd en aangevuld om de wijze waarop de verschillende belanghebbenden moeten worden betrokken, te verduidelijken. Tijdens de verdere uitwerking van deze stakeholderanalyse zal dezelfde methodiek van Pallas Advies worden gehanteerd, namelijk de Rooster Stakeholdersanalyse. Deze aanpak weegt de invloed en het belang van de stakeholders tegen elkaar af en kan op basis van deze verhouding bepalen welk type stakeholder zij zullen zijn in rela e tot het project. De vier typen stakeholders omva en: Beïnvloeder: stakeholders met een zeer hoge mate van invloed maar een laag tot ma g belang, waarbij het essen eel is om hun tevredenheid te waarborgen. Sleutelfiguur: stakeholders met zowel een zeer hoge mate van invloed als belang, waarbij samenwerking van groot belang is. Toeschouwer: stakeholders met een lage tot ma ge invloed en belang, die weinig aandacht vergen jdens het project.
Geïnteresseerde: stakeholders met een lage tot ma ge invloed maar een zeer hoog belang, waarbij het informeren van essen eel belang is. Om de stakeholders te identificeren en hun rol te bepalen, moeten eerst de personen en organisaties worden geïdentificeerd die belang hebben bij het project. Vervolgens zullen hun invloed en belang worden afgewogen om te bepalen tot welk type zij behoren. Dit leidt tot een basis waarmee gerichte en constructieve communicatie mogelijk is met alle verschillende stakeholders.
19
8. Organisa e 8.1 Project-governance Het project Algeracorridor wordt door de volgende par jen gefinancierd en is daarmee een project van de volgende opdrachtgevers: provincie Zuid-Holland, MRDH, gemeente Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard en gemeente Ro erdam. Gemeente Ro erdam laat zich hierbij vertegenwoordigen door MRDH. Alle proces-afspraken tussen deze par jen zijn vastgelegd in een separate Bestuursovereenkomst: voor de Planuitwerking betre dit de Overeenkomst Planuitwerking. Gemeente Capelle aan de IJssel is als penvoerder/ trekker van deze par jen verantwoordelijk voor de opera onele uitvoering van de Planuitwerking: dit betekent ook dat trekker Capelle aan den IJssel de aanbesteding organiseert voor de inhuur / inkoop van het Ingenieursbureau dat de inhoudelijke ondersteuning levert bij de Planuitwerking. De formele project-sturing wordt vormgegeven door een ambtelijk overleg (een AO), een directeuren-overleg (een DO) en een bestuurlijk overleg (een BO). In onderstaande wordt nader ingegaan op deze formele project-sturing. Ambtelijk overleg (AO) In het ambtelijk overleg zijn de ambtelijke vertegenwoordigers aanwezig van alle par jen. Dit zullen dezelfde vertegenwoordigers zijn, die ook jdens de kwar ermakersfase het AO gevormd hebben.
Het ambtelijk overleg is een inhoudelijk afstemmings-overleg over voortgang, scope en kwaliteit van de Algeracorridor. In het ambtelijk overleg worden de par jen regelma g bijgepraat over de voortgang van het project. Het ambtelijk overleg komt in ieder geval 1 x per kwartaal bijeen. Projectleider van project-team is voorzi er van dit overleg. Het ambtelijk overleg adviseert het directeuren-overleg. Inhoudelijke vraagstukken worden toegelicht en – op het moment dat er keuzes moeten worden gemaakt – zullen deze voorstellen worden voorgelegd aan het DO. Directeuren overleg (DO) Ter voorbereiding op het bestuurlijk overleg wordt advies gevraagd worden aan het directeurenoverleg. Hier worden de voorbereidende gesprekken gevoerd over de inhoud van de aan bestuurlijk overleg voor te leggen besluiten. Het directeurenoverleg bestaat uit dezelfde leden als ook ten jde van de kwar ermakersfase. Het advies en de standpunten van de par jen in het directeurenoverleg worden door het projec eam meegenomen in de besluitvorming naar bestuurlijk overleg. Bestuurlijk overleg (BO) Het bestuurlijk overleg bestaat uit de bestuurlijke vertegenwoordigers van alle betalende overheden. In het bestuurlijk overleg zijn vertegenwoordigd: -
Wethouder mobiliteit gemeente Capelle aan den IJssel Wethouder mobiliteit gemeente Krimpen aan de IJssel Wethouder mobiliteit gemeente Krimpenerwaard Bestuurder MRDH Gedeputeerde provincie Zuid-Holland 20
De gemeente Ro erdam wordt in het BO vertegenwoordigd door MRDH. Keuzes m.b.t. benodigde budget worden door het bestuurlijk overleg akkoord bevonden. Voorstellen worden eerst voorbereid in het Directeuren overleg en vervolgens doorgegeven naar het bestuurlijk overleg.
8.2 Projec eam De Planuitwerking Algeracorridor hee een projectma g karakter en wordt uitgevoerd door een zelfstandig projec eam. De verantwoordelijkheid en trekkerschap voor de Planuitwerking ligt bij gemeente Capelle aan de IJssel. Het projec eam is belast met de dagelijkse en inhoudelijke aansturing. Onderstaand figuur gee de structuur aan van de projectorganisa e:
Regieteam Algeracorridor: het project-team wordt geleid door een regie-team, dat de dagelijkse projectvoering doet. Het regieteam bestaat uit de volgende sleutelfiguren:
Projectmanager Algeracorridor Programmamanager Mobiliteit Capelle aan den IJssel Adviseur Mobiliteit Krimpen aan den IJssel Projectsecretaris
Dit regie-team draagt zorg voor de strategische afstemming. Een goede interac e met gemeente Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel is hierbij essen eel. Dit regie-team hee zich in deze samenstelling jdens de kwar ermakersfase gevormd en wordt gecon nueerd naar de Planuitwerking. Het regie-team hee een wekelijks overleg. Regie-team verbindt de inhoud (afstemming ingenieursbureau) met de omgeving en met de inkoop. Daarom wordt het regieteam 1 x per 2 weken uitgebreid naar een overlegvorm waarbij de drie managers van de projec eams ook aansluiten. Deze managers zijn verantwoordelijk voor de volgende inhoudelijke thema’s: Ontwerp Effecten Omgeving
21
Beschrijving sleutelfiguren: Projectmanager: het projectmanagement van de Planuitwerking Algeracorridor wordt ingevuld door de projectmanager. De projectmanager is voorzi er van het regieteam en verantwoordelijk voor het leveren van de afgesproken producten en informa e binnen de meegegeven randvoorwaarden scope, jd, geld en kwaliteit. Ook is de projectmanager de bewaker van het proces en is contractbegeleider voor alle inkopen. De projectmanager draagt zorg voor de Projectbeheersing, met ondersteuning hierbij van de Projectsecretaris De projectmanager is daarnaast ook de voorzi er van het ambtelijk overleg (AO). De projectmanager bereidt, in afstemming met de andere projec eamleden de bespreekpunten voor het direceurenoverleg (DO) en het bestuurlijk overleg (BO) voor. Projectsecretaris: de projectsecretaris verzorgt de organisatorische ondersteuning voor de projectmanager en de managers projec eams. De projectsecretaris is primair verantwoordelijk voor de verslaglegging van de projec eambijeenkomsten en het verzorgen van agendabeheer waaronder het inplannen van projec eambijeenkomsten. Ook zorgt de projectsecretaris voor de notulen van het AO, DO en BO. De projectsecretaris ondersteunt de omgevingsmanager ook bij het organiseren van bijeenkomsten voor de omgeving (loca e, etc.).
Tenslo e ondersteunt de projectsecretaris de projectmanager bij het uitvoeren van de projectbeheersing. Programmamanager Mobiliteit Capelle en Adviseur Mobiliteit Krimpen: voor een goede dagelijkse projectvoering is een korte lijn met gemeente Capelle ad IJssel en Krimpen ad IJssel essen eel. Zij vertegenwoordigen Capelle en Krimpen in het Ambtelijk overleg en zij hebben een directe wisselwerking met betreffende directeur uit het DO en wethouder uit het BO. De projectmanager zorgt voor een goede communica e met Provincie Zuid-Holland en met de MRDH. Op deze wijze wordt er op ambtelijk niveau snel geschakeld en kunnen keuzes voor het DO en BO goed voorbereid en afgestemd worden. Omgevingsmanager: de belangrijkste werkprocessen in het omgevingsmanagement zijn stakeholdermanagement (o.a. KES), communica e en par cipa e. Deze processen worden aangestuurd door de omgevingsmanager van het projec eam. De omgevingsmanager van het kernteam hee een directe samenwerking met omgevingsmanager van het IB: samen bepalen zij de omgevingsstrategie, waarbij het IB de uitvoerende rol neemt: het IB is verantwoordelijk voor het par cipa eplan en communica eplan. Manager Ontwerp: de Manager Ontwerp zorgt voor de afstemming van alle ontwerp-gerelateerde werkzaamheden: dit betre naast de ontwerpen (VO en DO) ook het onderdeel kostenraming en bouwfasering.
Bij deze werkzaamheden hee hij een directe samenwerking met de Technisch Manager van het IB. Het IB zorgt hierbij voor de uitvoering van de producten. De manager ontwerp zorgt – in samenspraak met Technisch manager IB – voor de uitgangspunten voor ontwerp en voor een afdoende toets-proces. Manager effecten: de manager effecten zorgt voor de afstemming voor alle effectbepalingen: dit gaat in ieder geval om de verkeersstudie, maar ook om het in kaart brengen van de gerelateerde milieueffecten (geluid, lucht, s kstof, archeologie, NTB). Bij deze werkzaamheden hee hij een directe samenwerking met de Manager Plan Producten van het IB. Het IB zorgt hierbij voor de uitvoering van deze effect-studies. De manager effecten zorgt – in samenspraak met Manager Plan Producten – voor de uitgangspunten van de effect-studies en voor het toets-proces. 22
Overige disciplines in projec eam: Naast bovengenoemde sleutelfiguren hee het projec eam de beschikking over een groot aantal specialisten/ adviseurs. Hierbij zal de Manager Ontwerp ondersteund worden door een aantal meer civiel-technische adviseurs in het ontwerp-proces (waaronder bv. de adviseur kunstwerken en de adviseur geo-techniek). De Manager Effecten zal vooral ondersteund worden door adviseurs in het proces van de effect-studies (bv. de adviseur verkeer of de adviseur geluid). Deze ondersteunende adviseurs zullen ook in contact gebracht worden met hun discipline-collegas van het IB: waarbij de adviseurs van projec eam OG vooral hun lokale / projectspecifieke kennis zullen ontsluiten naar het IB en de producten toetsen die door het IB worden opgesteld.
8.3 Samenwerking met het IB De samenwerking met het IB zal vooral worden ingevuld door de 4 koppels:
Projectmanager OG met projectmanager van IB; Omgevingsmanager OG met Omgevingsmanager IB; Manager ontwerp OG met Technisch manager IB; Manager effecten OG met Manager Plan Producten IB.
In een Project Start-up (een PSU) zal de eerste kennismaking plaatsvinden. Bovengenoemde 4 koppels hebben regelma g contact, hetzij met een (online) mee ng, hetzij middels een telefoongesprek. Hiermee wordt voorkomen dat er verrassingen ontstaan en problemen / risico’s in een vroeg stadium zullen worden getraceerd.
8.4 Projec eam in oprich ng (i.o.) De Planuitwerking start formeel als het Ingenieursbureau (IB) is geselecteerd en gaat starten. In de periode na de kwar ermakersfase en voor deze formele start van de Planuitwerking is er een projec eam in oprich ng (projec eam i.o.). Dit projec eam i.o. zal minimaal bestaan uit de projectleider, assistent projectleider en projectsecretaris. Het projec eam i.o. is verantwoordelijk – met support van afdeling Inkoop van gemeente Capelle aan de IJssel – voor de aanbesteding en selec e van het IB. Het projec eam i.o. zal in deze periode groeien naar een volwaardig projec eam (zoals beschreven in 8.2).
23
9. De projectbeheersing Projectbeheersing hee als doel om er voot te zorgen dat een project binnen de opgestelde begro ng en planning wordt opgeleverd. Het gaat om alle ac viteiten die de beheersing van een project vormgeven en rich ng geven. Die ac viteiten bestaan in dit project uit volgende onderdelen: scope, kwaliteit, capaciteit, planning, financiën, risico’s en sturing. Bij elk onderdeel wordt er binnen het project gezocht naar een ideale balans en de uitvoering, want elk hee andere behoe en en wensen. Het gaat hierbij om het jdig herkennen van trends en ontwikkelingen binnen en buiten het project en de eventuele gevolgen daarvan te overzien door risico’s te beperken of vermijden en kansen te benu en of te verrijken. Hierna volgt een korte toelich ng hoe projectbeheersing jdens de Planuitwerking wordt uitgevoerd.
9.1 Scope De Scope van het voorkeursalterna ef is gedefinieerd jdens de Verkennings-fase. In de kwar ermakersfase zijn een klein aantal scope-onderdelen nader beschouwd en aangepast. In de kwar ermakerfase is er een scopedocument opgesteld waarin alle scope-elementen nader worden toegelicht (zie ook verwijzing in hfd. 1). Dit document vormt de basis voor de scope in de Planuitwerking. Eventuele wijzigingen in de Planuitwerking worden wederom in dit document toegevoegd. Wijzigingen worden met het projec eam geconstateerd en beschreven, worden afgestemd met het AO (ambtelijk overleg) en worden vastgesteld met het DO (directeuren overleg).
9.2 Kwaliteit Er wordt een kwaliteitsplan opgesteld waarin de procedures staan vermeld voor alle kernac viteiten van het project: van de totstandkoming en toetsing van de producten tot de opvolging van de bevindingen en de vaststelling van oplevering. Dit wordt bijgehouden aan de hand van een logboek waarin de producten worden behandeld, wat de status is en waar de verbeterpunten uit de gedane toetsen vermeld staan en wat de opvolging daarvan is geweest.
9.3 Capaciteit In de kwar ermakerfase is een (grove) capaciteitsplanning en -raming gemaakt voor duur van de Planuitwerking van de ALgeracorridor. In de Planuitwerking wordt dit vervolgens uitgewerkt tot een capaciteitsplan. Het doel van een capaciteitsplan is om de werkvoorraad en personele inzet jdens de Planuitwerking in kaart te brengen, zodat je eventuele knelpunten kunt zien aankomen, op verrassingen mogelijk kunt an ciperen en daar waar nodig onderbouwd kunt bijsturen.
24
9.4 Risicomanagement In de Kwar ermakersfase is er – met support van Pallas Advies – een eerste opzet gemaakt voor een risico-dossier voor de Planuitwerking. Tijdens de Planuitwerking worden deze risico’s op de volgende wijze gemonitord en beheerst: I.
II. III.
Elke twee maanden voert de projectmanager projectbeheersing individuele challenge gesprekken om de top risico’s van het project in ieders discipline te bespreken. De gesprekken worden gevoerd met de projectmanager, technisch manager, omgevingsmanager en het ingenieursbureau. De risico’s worden gemonitord en indien nodig worden de beheersmaatregelen bijgesteld; Op basis van de challenge gesprekken wordt het integrale risicodossier bijgewerkt; Elke zes maanden worden de top risico’s en het integrale risicodossier besproken met de ambtelijke werkgroep. In de werkgroep kunnen de risico’s nog eventueel worden gefinetuned.
Het risicomanagement wordt uitgevoerd volgens de RISMAN methodiek (van RWS). Tijdens de kwar ermakersfase van Algeracorridor zijn een aantal risico-sessie’s gehouden, o.a. ook met het ambtelijk overleg. Op dit moment is er een risico-dossier beschikbaar. Zie hieronder de top-6 risico’s uit dit dossier. Risicobeschrijving Nr.
Categorie
Gebeurtenis
Oorzaak
Beheersmaatregelen Gevolg
1 Financieel / Economisch
Scopewijzigingen wellicht Herprioritering van middelen binnen Door bezuinigingen moet er geschrapt noodzakelijk, Vertraging in de partijen worden in middelen. uitvoering van de Algeracorridor
2 Financieel / Economisch
Er dienen maatregelen getroffen te worden, die bovenwettelijk zijn.
Time slots raken uitgeput voor de 3 Geografisch / Ruimtelijk werkzaamheden aan de Algeracorridor
4
Omgeving
5
Scope
6
Maatschappelijk
Verschillende belangen bij de betalende partijen
Betrekken alle partijen in het proces zodat nu en noodzaak in beeld blijft. Open en transparante houding binnen ambtelijke groep
Aanvullende maatregelen vallen op Capels grondgebied . Dit moet extra worden gefinancieerd, buiten het projectbudget.
Kan gevolgen hebben voor hogere kosten voor gemeente Capelle. Discussie in gemeenteraden, leidt tot vertraging.
Verwachtingsmanagement richting bestuur, gemeenten en gemeenteraden
Samenloop met allerlei andere onderhoudsprojecten in de buurt
Vertraging voor realisatiefase
Vroegtijdig reserveren van tijdsloten en vroegtijdoverleg met stakeholders
Omgeving wil meer dan wat het project gaat leveren op gebied van Hogere verwachtingen dan wat het maatregelen om de milieueffecten te project nastreeft mitigeren Volledige scope niet realiseerbaar door geen prijsindexatie of budget onvoorzien wordt overschreden
Beschrijving beheersmaatregel
In beeld brengen van de effecten en de daaruit vloeiende maatregelen en met het verhaal komen waarom deze maatregelen effectief zijn (betrekken omgeving en gemeenteraad) Nadere afspraken maken hoe je met Vertraging door meer afstemming overschrijdingen omgaat (staat Concessies op scope of kwaliteit beschreven in BOK). Verminderd draagvlak
In BO-MIRT taakstellend budget afgesproken waarvan niet meer kan worden afgeweken Lokale problemen worden vaak meegekoppeld in regionale projecten, Verschillen van belangen en waarbij verondersteld wordt dat meningen leidt tot meer regionale partijen daar ook een afstemming mening / voorstander van zijn.
Open en transparante houding hebben in het project. In de uitvoeringsovereenkomst heldere scope afspraken vastleggen
25
9.5 Planningsmanagement De globale planning voor de periode na de kwar ermakersfase ziet er als volgt uit: De kwar ermakersfase eindigt in 2024-Q3 met een afgerond besluitvormingsproces. Daarna start de aanbesteding van het Ingenieursbureau (IB): het maken van de uitvraag, op de markt ze en van de uitvraag en de gunning en selec e van het IB. In 2024-Q4 is het IB geselecteerd en start de Planuitwerking concreet. De planuitwerking hee een verwachte doorloop jd van 2 jaar en eindigt in 2026-Q4. Het eerste jaar van de Planuitwerking worden de ontwerpen gemaakt en worden de onderzoeken gedaan (verkeer en milieu-effect studies). Halverwege de Planuitwerking wordt de ontwerpwijziging omgevingsplan ter inzage gelegd en kunnen er zienswijzen worden ingediend. De zienswijzen kunnen leiden tot aanpassen in het ontwerp of tot nader onderzoek.
jaar 2024 2024 2024 2024
van Q3 Q3 Q4 Q4
tot activiteit einde kwartiermakersfase Q4 uitvraag ingenieursbureau gunning en selectie ingenieursbureau start Planuitwerking
2025 2025 2025 2025 2025
Q1 Q2 Q1 Q2 Q4
Q2 ontwerp VO vergunningenscan Q3 effect bepaling (verkeer en milieu) Q3 ontwerp DO ter inzage legging en zienswijzen
2026 2026 2026 2026 2026
Q1 Q2 Q3 Q4 Q4
verwerken zienswijzen definitief ontwerp en omgevingsplan input voor vergunningen gereed einde Planuitwerking start contractvoorbereiding
2027 Q1 Q2 contractstukken aanbesteding In 2026-Q4 eindigt de Planuitwerking en start 2027 Q3 Q4 aanbesteding de contractvoorbereiding. De contractstukken 2027 Q4 gunning en selectie aannemer worden gemaakt en de uitvraag wordt op de markt gezet. De doorloop jd voor de 2028 Q1 start realisatie contractvoorbereiding incl. de aanbesteding, 2029 Q4 einde realisatie selec e en gunning is 1 jaar. Zo is de aannemer geselecteerd in 2027-Q4, waarna de realisa e kan starten in 2028. Voor de realisa e wordt een doorloop jd van 2 jaar verwacht (2028 – 2029).