CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Nota beantwoording zienswijzen

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Centrum-Zuid1.814 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Centrum-Zuid

20 juli 2021

1. Inleiding In deze nota van beantwoording zienswijzen worden de ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan Centrum-Zuid samengevat en voorzien van beantwoording. Eerst wordt kort het verloop van de procedure weergegeven. Vervolgens wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijzen.

2. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening met ingang van woensdag 21 april 2021 gedurende een periode van zes weken ter visie gelegen. Tijdens de inzageperiode kon een ieder schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Naast de officiële bekendmakingen in Het Kontakt (fysiek en digitaal) en de Staatscourant zijn de directe omwonenden schriftelijk in kennis gesteld van de te volgen procedure. Verder is een digitale inloopbijeenkomst gehouden op 19 mei 2021. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt dat als bijlage 3 bij deze nota is bijgevoegd.

3. Inhoud en beantwoording zienswijzen Tijdens deze periode zijn er 4 zienswijzen ingediend. Deze worden hieronder nader uiteengezet en van een reactie voorzien.

3.1.

Zienswijze bewoner Krimpen aan den IJssel

Samenvatting zienswijze 1. Waarborgen voldoende kleine en betaalbare woningen Het eerste onderdeel van deze zienswijze gaat over het aantal starterswoningen. Het ontwerpbestemmingsplan gaat uit van een maximum aantal te realiseren woningen. De indiener van de zienswijze pleit er voor om een minimum op te nemen van het aantal starterswoningen. En een maximum op te nemen van het aantal m2 per appartement. Dit om te waarborgen dat er genoeg starters- en seniorenwoningen worden gebouwd in CentrumZuid. 2. Waarborgen voldoende geluidwerende voorzieningen woningen Het tweede onderdeel heeft betrekking op de geluidgevoeligheid van deze locatie. De geluidbelasting op de geplande woningen is hoger dan de richtwaarde van 48dB. Daarom wordt er een hogere grenswaarde afgegeven. De indiener van de zienswijze adviseert om -in plaats van het oprekken van de normering- geluidwerende voorzieningen van de woningen vast te leggen in het Bouwbesluit. En een maximum dB grenswaarde op te nemen waar de woningen aan moeten voldoen.

De reactie van het college op deze zienswijze Ad 1 Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 280 woningen in Centrum-Zuid. Dit aantal is gemaximeerd vanwege de parkeernorm. Voor de koopwoningen geldt dat het parkeren in het gebouw moet worden opgelost. Zo kunnen er voor de koopwoningen niet meer woningen worden toegevoegd dan in de parkeerkelder kunnen worden aangelegd. Voor de sociale woningen geldt dat het parkeren in openbaar gebied plaatsvindt. Ook hier geldt dat er maar beperkt ruimte is om alle noodzakelijke parkeerplaatsen aan te leggen. Het huidige stedenbouwkundig plan voor Centrum-Zuid voorziet in een evenwichtige verdeling van verharding (o.a. parkeerplaatsen) en groen. Meer woningen dan het maximum aantal van 280, waarin het bestemmingsplan voorziet, verstoort dit evenwicht. De zorg van de indiener van de zienswijze lijkt vooral gericht op een tekort aan goedkope woningen. Hiervan is echter geen sprake, aangezien het voorliggende plan voorziet in 141 sociale huurwoningen ten opzichte van 134 koopwoningen.

Ad 2 Er is geen sprake van het ‘’oprekken’’ van geluidnormering. De Wet beoogt de burger te beschermen tegen een te hoge geluidbelasting. In de Wet geluidhinder, en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zijn normen opgenomen voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrieterreinen. De regelgeving gaat daarbij uit van ten hoogste toelaatbare geluidbelasting en hogere waarden dan de ten hoogste toelaatbare waarden. Een geluidbelasting onder de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting wordt zonder meer als aanvaardbaar geacht, terwijl een geluidbelasting boven de maximale hogere waarden niet is toegestaan. Indien de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting wordt overschreden, moeten er maatregelen worden getroffen om de geluidbelasting te verlagen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. In bepaalde situaties kunnen er echter geen of onvoldoende maatregelen worden getroffen, omdat deze maatregelen stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In die situaties kunnen er hogere waarden worden toegestaan tot aan de maximale hogere waarde. Daarbij moet in ieder geval worden voldaan aan de eisen die gelden ten aanzien van de binnenniveaus in verblijfsruimten van woningen en geluidgevoelige gebouwen.

Het plangebied bevindt zich binnen de zone van de Nieuwe Tiendweg, de Boerhaavelaan en de C.G. Roosweg. Binnen zones langs wegen is de maximale voorkeursgrenswaarde voor woningen 48 dB. Voor nieuwe woningen langs een bestaande binnenstedelijke weg bedraagt de maximale ontheffingswaarde 63 dB. De maximaal toelaatbare binnenwaarde in een verblijfsruimte van een woning bedraagt 33 dB. De resultaten van het onderzoek naar de geluidbelasting op de geplande woningen zijn weergegeven in het rapport ‘Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Centrum Zuid, wegverkeerslawaai’ van 31 maart 2021, uitgevoerd door Rho Adviseurs. Hieruit blijkt dat de maximaal berekende geluidsbelasting de maximale hogere waarde nergens overschrijdt. Voor zover nodig worden maatregelen toegepast om er voor te zorgen dat het geluidsniveau in de woning onder de 33 dB blijft. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de toepassing van bijvoorbeeld loggia’s in plaats van balkons. De suggestie om dergelijke maatregelen vast te leggen in het Bouwbesluit is niet mogelijk. Het Bouwbesluit betreft landelijke regelgeving waarop de gemeente geen invloed heeft. De

gemeente moet beoordelen of de aan te vragen omgevingsvergunning voldoet aan het Bouwbesluit.

3.2.

Zienswijzen van bewoners drie woningen eerste blok Van Ostadelaan

Samenvatting zienswijze 1. Hoogte zuidwestelijk gelegen woongebouw Het zuidwestelijk gelegen gebouw heeft een hoogte van 31 meter. Deze hoogte leidt tot minder zonlicht op de woningen aan de Van Ostadelaan. Een eerder gemaakte bezonningsstudie bracht dat ook in beeld. Dit vermindert het woongenot en leidt tot vermogensschade vanwege waardevermindering van de woning en minder opbrengst van in de toekomst te plaatsen- zonnepanelen. Volgens de indieners van de zienswijze is dit niet meegewogen in het voorliggende ontwerp. Van een goede ruimtelijke ordening kan daarom geen sprake zijn. Daarbij komt dat in de inspraakronde van juni 2020 is toegezegd dat de gebouwen niet hoger worden dan 4 á 5 bouwlagen. Een eerder ingediende zienswijze in de inspraakronde van december 2020 is als bijlage bijgevoegd. Als alternatief wordt ingebracht om het gebouw te verplaatsen naar een centralere plek in Centrum-Zuid. 2. Weerspiegelen zonlicht Het zuidwestelijk gelegen gebouw leidt tot overlast vanwege het weerspiegelen van zonlicht. 3. Geluidbelasting De geluidbelasting op de nieuwe woningen is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48dB. Hierdoor wordt het woongenot minder.

De reactie van het college op deze zienswijze Ad 1 In de bijlage bij deze nota zienswijzen is een actuele bezonningsstudie toegevoegd. Uit deze studie blijkt dat er sprake is van een lichte vermindering van de zonuren aan de voorzijde van de woningen aan de Van Ostadelaan. De Van Ostadelaan ligt aan de zuidoostkant van het plangebied Centrum-Zuid. De zon gaat in het westen onder. Over het algemeen gesproken valt er geen schaduw aan de zuidzijde van gebouwen, behalve een beperkt deel van het jaar namelijk in een periode rondom de ‘lichtste’ dag op 21 juni. Dan komt de zon zo hoog dat de zon laat op de dag iets ten noordwesten van Nederland ondergaat en er dus schaduwwerking aan de zuidoostkant optreedt. De schaduwwerking van het hogere gebouw op de daken van de Van Ostadelaan is echter zeer beperkt en over het hele jaar genomen marginaal. Hieraan ligt de volgende motivering ten grondslag:   

De schaduwwerking beperkt zich tot een periode van een maand rondom 21 juni; De schaduwwerking treedt hoe dan ook pas op na 20.30 uur. Op dat moment staat de zon erg laag en is het licht diffuus; Het weer is ook van invloed op schaduwwerking. Vanzelfsprekend is hiervan geen sprake bij bewolking.

Het blokkeren van de schaduw door het appartementengebouw op de hoek Van Ostadelaan/Nieuwe Tiendweg is nog niet in het onderzoek meegenomen. Dit zal ook een deel van de schaduwval wegnemen; Andere elementen in de inrichting van de straat spelen ook een rol in de schaduwwerking. Lantaarnpalen, verkeersborden en verkeer in geringe mate. Maar ook begroeiing zoals bomen en in enkele voortuinen opgaande struiken zullen het effect van de schaduw verkleinen.

De zienswijze geeft verder aan dat in het verslag van de bewonersavond het volgende staat aangegeven en het ontwerp zich niet aan deze uitspraak houdt: “We weten nog niet hoe hoog de gebouwen exact gaan worden. Wat we wel zeker weten is dat het niet veel hoger zal zijn dan 4 à 5 bouwlagen. Dit heeft met name te maken met de parkeerbalans.” Het is correct dat dit in het verslag staat. Wat er gepresenteerd is op de bewonersavond betrof een tussenstap in het ontwerpproces. Het leek toentertijd niet haalbaar/aannemelijk dat er hoogbouw zou komen. Vervolgonderzoek heeft nieuwe inzichten opgeleverd. Dit oogt ruimtelijker, zorgt voor minder wandvorming langs de Nieuwe Tiendweg, draagt bij aan een betere beleving van het water en groen en is tegelijkertijd een fraaie markering van deze belangrijke entree voor Krimpen. Na het uitvoeren van een bezonningsstudie is besloten dit hogere woongebouw te realiseren. In de zienswijze wordt voorgesteld de woontoren te wisselen met een lager woongebouw in het hart van het plan, waardoor de schaduwwerking op de woningen aan de Van Ostadelaan afneemt. De genoemde oplossing biedt een voordeel door een beperktere schaduwwerking op de woningen aan de Van Ostadelaan. De keuze voor hoogbouw op de zuidwesthoek van het plangebied is echter uit een integrale afweging van voor- en nadelen ontstaan.

Ad 2 Er kan enige sprake zijn van weerspiegeling van zonlicht. Het voornemen is echter niet om een eentonig glazen gebouw te realiseren zoals bij sommige kantoorgebouwen. Dit zal een afwisselende gevel worden met onder andere balkons. Hierdoor is de weerspiegeling minimaal.

Ad 3 Zie reactie onder 3.1. Ad 2

3.3.

Zienswijze bewoner eerste blok Van Ostadelaan

Deze zienswijze is identiek aan de hiervoor behandelde zienswijze van de drie bewoners van hetzelfde woonblok, met uitzondering van de passage over de eerder gedane toezegging. Om die reden wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie zoals hiervoor uiteengezet.

3.4.

Zienswijze Historische Kring Krimpen aan den IJssel

Samenvatting zienswijze De Historische Kring Krimpen aan den IJssel (HKK) mist aandacht in het ontwerpbestemmingsplan voor de aanwezige stedenbouwkundige en cultuur(bouw)historische waarden in het gebied. Verzocht wordt de vormvrije m.e.r.beoordeling, het bureauonderzoek archeologie en de toelichting van het bestemmingsplan hierop aan te passen. Daarnaast vraagt de HKK expliciet aandacht voor de bouwhistorische waarde en betekenis van het voormalige Groene Kruisgebouw. De HKK meent dat vanwege die waarde sloop van het huidige kantoor van IBKW niet gerechtvaardigd is. Tot slot vraagt de HKK om het gemeentelijk cultuurhistorische beleid te actualiseren.

De reactie van het college op deze zienswijze Het kantoor van IBKW en de andere gebouwen in Centrum-Zuid hebben geen (Rijks)monumentale status. Ook zijn deze niet opgenomen in de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Hiermee zijn geen cultuurhistorische waarden in het geding en zijn aanpassingen van het bestemmingsplan en bijbehorende stukken niet nodig.

4. Conclusie Met de beantwoording van de ingediende zienswijzen wordt het goed verdedigbaar geacht om tot vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan te besluiten.

Bijlagen 1. Zienswijzen 2. Bezonningsdiagrammen 3. Verslag digitale inloopavond 19 mei 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10479135/2