Bijlage 2. MRDH ontwerpbegroting 2026
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029 Metropoolregio Rotterdam Den Haag
‘Met elkaar, voor elkaar’
1
Inhoud Inleiding
4
Leeswijzer
6
Hoofdstuk 1
7
SAMENHANG EN OPBOUW BEGROTING MRDH
7
Hoofdstuk 2
13
Begrotingsprogramma’s
13
2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2.1.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 2.1.1.3 Opdracht 5: Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 2.1.2 Wat gaat het kosten?
2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2.2.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.2.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2.2.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 2.2.1.3 Opdracht 5: versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 2.2.2 Wat gaat het kosten?
2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Opdracht 2 – Toekomstbestendige economie stimuleren 2.3.1.2 Opdracht 4: vernieuwen van werklocaties 2.3.2 Wat gaat het kosten?
13 14 14 17 21 26
30 31 31 33 34 36
39 39 39 42 44
Hoofdstuk 3
47
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD EN VENNOOTSCHAPSBELASTING
47
3.1 Algemene dekkingsmiddelen
47
3.2 Overhead
47
3.3 Vennootschapsbelasting
49
Hoofdstuk 4
50
PARAGRAFEN
50
4.1 Financiering
50
4.2 Verbonden partijen
53
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s
56
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen
59
4.5 Bedrijfsvoering
62 2
4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo)
65
4.7 Subsidies
66
Hoofdstuk 5
67
FINANCIËLE BEGROTING
67
5.1 Overzicht baten en lasten
67
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten
68
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
70
Hoofdstuk 6
74
STAAT VAN RESERVES EN FONDSEN 2024-2029
74
Hoofdstuk 7
76
INWONERBIJDRAGEN PER GEMEENTE
76
Hoofdstuk 8
77
BESLUIT
77
Bijlage 1
78
INDICATOREN
78
Bijlage 2
80
DETAIL PROJECTEN EN PROGRAMMA’S MEERJARENBEELD BDU
80
Bijlage 3
81
INVESTERINGSPROGRAMMA VERVOERSAUTORITEIT 2026
81
3
Inleiding
MET ELKAAR, VOOR ELKAAR Met elkaar, voor elkaar; dat is het motto van de Strategische Agenda van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Daarin staat hoe de 21 gemeenten samen de bereikbaarheid verbeteren en de economie vernieuwen. Deze begroting geeft de financiële onderbouwing voor het jaar 2026. 2026 is een jaar dat is aangemerkt als een "ravijnjaar”. Door een korting op het Gemeentefonds beschikken gemeenten over veel minder geld. En dat terwijl de maatschappelijke opgaven in onze metropoolregio immens zijn. Versterking van het economisch vestigingsklimaat is nodig en de bereikbaarheid van de regio moet beter worden. Regionale samenwerking is de schaalgrootte waarop je kunt en moet handelen. De opgaven zijn te groot voor gemeenten om ze alleen op te lossen. De collectieve kracht van de 21 gemeenten is nodig om de opgaven het hoofd te bieden: samen sta je sterker. De Strategische Agenda 2023-2026 wijst de weg. Een beter bereikbare regio zorgt ervoor dat huidige en toekomstige inwoners op een vlotte en duurzame manier van wonen naar werk, studie, familie, vrienden of vrijetijdsbesteding komen. Voor reizen geldt dat ‘snel’ en ‘comfort’ de sleutelwoorden zijn voor een sterke agglomeratie. In een regio waarin ruimte schaars is, is dat precies de inzet en de opdracht voor de MRDH.
Verstedelijking wordt primair gerealiseerd rond ovknooppunten, met een netwerk dat goede aansluitingen en verbindingen heeft. Met deze blik op mobiliteit pakken we bovendien de maatschappelijke opgaven op het gebied van verduurzaming en mobiliteitstransitie aan. We dragen bij aan het vernieuwen van de economie door te zorgen voor een goed vestigings- en ondernemersklimaat. Daarvoor zijn een betere balans tussen onderwijs en arbeidsmarkt nodig en voldoende ruimte voor bedrijven en ondernemers in onze regio. In 2026 gaan we op basis van een regionale Mobiliteitsvisie en onze visie op het Economisch Vestigingsklimaat, versterkt en met hernieuwde energie aan de slag. Beide visies dragen bij aan het verder benutten van de krachten die de 21 gemeenten bundelen. 2026 is ook het laatste jaar van de Strategische Agenda 2023-2026. Na de gemeenteraadsverkiezingen gaan we met de nieuwe bestuurders en raadsleden aan de slag om de inzet van de MRDH te bepalen voor de aankomende vier jaar. Bijna een kwart van de Nederlandse bevolking woont in de Zuidelijke Randstad. Mensen die op zoek zijn naar een woning, naar werk en naar een leefbare omgeving. Een investering in onze metropoolregio is een investering in de toekomst van de mensen die deze regio dragen en verder brengen. En daar is een groter belang mee gediend dan onze regio lang en breed is.
Gaat het in deze regio goed, dan wordt Nederland er beter van. Verder vormt de Zuidelijke Randstad bijna een kwart van de Nederlandse economie. Kortom, wij zijn een krachtige metropoolregio met een belangrijke rol in het verdienvermogen van Nederland. Daar geloven we in en dat maken we waar. Deze begroting met activiteiten is daartoe weer een belangrijke stap. Voldoende middelen krijgen en behouden De beschikbare financiële middelen bepalen in belangrijke mate het succes van de Strategische Agenda 2023-2026. Het is belangrijk om dat al voor het lezen van de begroting mee te geven. De begroting van 2026 is gebaseerd op een inwonerbijdrage die is teruggebracht van € 3,07 tot € 3,00. Dit om de gemeenten enigszins te ontzien omdat zij te maken hebben met de
4
eerdergenoemde korting op het Gemeentefonds. Een lagere inwonerbijdrage betekent wel minder geld voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat. Daarom gaan we met onze gemeenten in gesprek over afspraken voor de duurzame bekostiging van het programma voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Ook de middelen voor Verkeer en Vervoer staan onder druk. Het Rijk dreigt keer op keer te korten op de Brede doeluitkering die de financiële basis vormt onder onze uitgaven. Het is dus een kwestie van passen en meten en vooral prioriteren om zoveel mogelijk regionale ambities waar te maken. We zetten alles op alles en deze begroting weerspiegelt dat. Het belang van brede welvaart en welzijn in onze regio, en daarmee de bijdrage die onze regio levert aan Nederland, benadrukt ook de noodzaak om hiervoor voldoende middelen van het Rijk beschikbaar te krijgen en te behouden. Onze blik is daarbij niet alleen gericht op noodzakelijke investeringen in het regionale mobiliteitssysteem, maar ook op de exploitatie van het openbaar vervoer en het beheer en het onderhoud van de railassets. Met inzet, lef en wederzijds vertrouwen Grote ambities vragen om wederzijdse toewijding en vertrouwen om tot resultaten te komen. De regionale opgaven zijn groot en juist daarom moeten we gezamenlijk meer impact maken.
De inzet is om met lef en vertrouwen samen te werken aan het versterken van het economische vestigingsklimaat en het verbeteren van de bereikbaarheid. De 21 gemeenten vormen samen de MRDH. Elke aangesloten gemeente draagt bestuurlijk en ambtelijk zijn steentje bij. Daarbij werken we intensief samen met bedrijven, vervoerders en kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Holland-Rijnland en met de provincie Zuid-Holland, het Rijk en Europa. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ), waarin bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen samen optrekken, en InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij, zijn belangrijke partners. Samen kom je tot resultaat. Lokaal, nationaal, internationaal én regionaal.
5
Leeswijzer Deze begroting bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting, conform de voorschriften in het Besluit begroting en verantwoording (BBV). De beleidsbegroting beslaat de hoofdstukken 2 tot en met 4, met hoofdstuk 1 als introductie van de integrale ambitie van de MRDH in relatie tot de Strategische Agenda. Daar is ook een overzicht aan gekoppeld van de integrale begroting. Hoofdstuk 5 bevat de verdere uitwerking van de financiële begroting en geeft een financiële samenvatting van de baten en lasten vanuit de programma’s, overhead en onvoorzien. Hoofdstuk 2 bevat als onderdeel van de beleidsbegroting (het programmaplan) de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In de programma’s geven we steeds antwoord op drie vragen: (1) wat willen we bereiken, (2) wat gaan we daarvoor doen, en (3) wat gaat het kosten? Daarbij maken we onderscheid tussen programmalasten en apparaatslasten. Hoofdstuk 3 behandelt de overige onderdelen van het programmaplan: het overzicht algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de kosten van overhead en de vennootschapsbelasting. Hoofdstuk 4 bevat het laatste onderdeel van de beleidsbegroting: de paragrafen.
Hierin komen achtereenvolgens financiering, verbonden partijen, weerstandsvermogen en risico’s, onderhoud van kapitaalgoederen, bedrijfsvoering en subsidies aan bod. Hoofdstuk 5, de financiële begroting, bestaat uit drie onderwerpen: (1) het overzicht van baten en lasten, waarin per programma en per taakveld de baten en lasten worden verantwoord. (2) op basis van het overzicht incidentele baten en lasten kan worden beoordeeld of de begroting materieel in evenwicht is. (3) In de uiteenzetting van de financiële positie is de geprognosticeerde meerjarenbalans opgenomen en wordt ingegaan op het EMU-saldo. Hoofdstuk 6 bevat de staat van reserves en fondsen van 2024-2029. Hoofdstuk 7 bevat een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente. In de bijlagen zijn achtereenvolgens de indicatoren, detailprojecten en het meerjarenbeeld BDU en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) opgenomen.
6
Hoofdstuk 1
SAMENHANG EN OPBOUW BEGROTING MRDH De Strategische Agenda 2023-2026 ‘Met elkaar, voor elkaar’ bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Deze ambities vormen dan ook het kader van deze begroting en worden in samenhang met elkaar gepresenteerd. Versterking van de economie is alleen mogelijk als ook de bereikbaarheid verbetert. Het verbeteren van de bereikbaarheid heeft een maatschappelijk én economisch doel: het verbinden van wonen, werken en recreëren in het belang van de inwoners van de regio. De Strategische Agenda bevat zes opdrachten. Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De activiteiten om de toenemende verstedelijking te faciliteren leveren een bijdrage aan brede welvaart. Brede welvaart betekent niet alleen kansen voor onze huidige inwoners, maar ook voor toekomstige inwoners. Door de groeiopgave zowel multimodaal als gebiedsgericht aan te pakken, vergroten we de kansen voor onze inwoners. Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Het aanpakken van de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het verhogen van de productiviteit en bedrijvigheid zorgt voor de groei van welvaart en welzijn. De groei van het aantal arbeidsplaatsen en de invulling daarvan met geschikt personeel verhoogt de arbeidsparticipatie.
De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de ambitie van extra groei van welvaart en welzijn. Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Collectieve vormen van mobiliteit zorgen voor een prettige, duurzame leefomgeving waarin inwoners van de metropoolregio werk, opleidingen, voorzieningen en ook vrienden en familie makkelijk kunnen bereiken. Daarbij stimuleren we dat inwoners lopen, fietsen en gebruikmaken van het ov, zodat bestaande infrastructuur beter wordt benut en emissies worden verminderd. Hierdoor wordt de auto in sommige gebieden minder gebruikt. Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Onze inspanningen voor een samenhangend ruimtelijk-economisch beleid zorgen voor een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat dat bijdraagt aan brede welvaart. De aandacht voor duurzame kantorenlocaties in multimodaal bereikbare gebieden draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving. Banen bevinden zich dichtbij huidige en toekomstige inwoners. Door daarnaast winkelgebieden te vitaliseren en een divers winkelaanbod te behouden, blijven voorzieningen op korte afstand van woningen bereikbaar. Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk We houden de kwaliteit van het huidige netwerk op orde en verbeteren het waar dat nodig is.
Zo kunnen meer inwoners op een eenvoudige en prettige manier werk, opleiding, sociale contacten en voorzieningen bereiken. We dragen bij aan het veilig reizen en de gezondheid van onze inwoners. We verlichten de druk op het wegennet, zodat er voldoende ruimte blijft voor autoverkeer waar alternatief vervoer geen oplossing biedt. Opdracht 6 - Herstellen van het ov-systeem
7
Opdracht 6 is een speciale opdracht, omdat ‘het herstellen van het ov-systeem’ de belangrijke opgave is om na de coronaperiode weer een gezonde basis te realiseren. Dit sluit aan bij de afspraak die de MRDH (samen met alle andere decentrale overheden) met het Rijk maakte om de concessies na de coronaperiode weer in balans te brengen. De besluiten in 2023 over een toekomstbestendig ov in de regio geven invulling aan deze doelen. Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 opdracht 6 afgerond. Daardoor komt deze opdracht niet meer terug in de begroting 2026. In de Strategische Agenda zijn voor deze opdrachten beoogde resultaten geformuleerd. In de begroting zijn drie begrotingsprogramma’s opgenomen waarin de opdrachten en bijbehorende resultaten uit de Strategische Agenda zijn uitgewerkt en geconcretiseerd door het beantwoorden van drie vragen. 1. Wat willen we bereiken (resultaten)? 2. Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)? 3. Wat mag dat kosten? Dit zijn de begrotingsprogramma’s: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het programma Economisch Vestigingsklimaat. De eerste twee programma’s bevatten de wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. Begrotingsprogramma’s In onderstaand schema is opgenomen in welke begrotingsprogramma’s de opdrachten uit de Strategische Agenda worden uitgewerkt.
Programma’s MRDH-begroting 2026
Opdrachten Strategische Agenda MRDH 2023-2026
Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren
V
V
Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren
V V
V
Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk
Economisch Vestigingsklimaat
V V
V
8
Verbeteren bereikbaarheid De opgaven binnen de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2) worden grotendeels gefinancierd vanuit de reguliere rijksbijdrage: de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Jaarlijks ontvangen we ongeveer € 700 miljoen aan BDUmiddelen. Exploitatie ov Jaarlijks wordt ongeveer € 550 miljoen besteed aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Hierin zijn ook de kosten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur meegenomen. Investeringen Voor investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer is jaarlijks ongeveer 20% van de BDU-middelen beschikbaar. De MRDH zet in op een zo efficiënt en effectief mogelijk gebruik van de beschikbare investeringsmiddelen. Dit betekent dat we keuzes moeten maken, prioriteiten moeten stellen en daarnaast naar nieuwe of alternatieve financieringsvormen moeten zoeken. Bij de realisatie van nieuwe of aangepaste infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Via subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten wordt de investeringsruimte beschikbaar gesteld. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden. Voor het programma Kleine projecten (< € 10 miljoen subsidiabele kosten) wordt in 2026 een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld.
We werken de concrete invulling van dit programma in samenspraak met de gemeenten uit in het voorjaar van 2025, met als doel de vaststelling in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in december 2025. Naast projecten in de begroting, lopen er diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:
Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt, bepaalt of het wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting of in de werkvoorraad. Soms is het nodig om de financiële inzet van de MRDH eerder vast te leggen in de begroting om te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRTproject zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de (meerjaren)begroting.
9
Deze meerjarenbegroting geeft een overzicht van de beschikbare middelen per jaareinde voor de uitvoering van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting is het resultaat van de structurele inkomsten van het Rijk, de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer en de infrastructurele projecten die in de uitwerking- of realisatiefase zijn, of waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan. Het meerjarenbeeld BDU bevat het overzicht van alle inhoudelijke opgaven die direct bijdragen aan de doelen uit de Strategische Agenda (inclusief werkvoorraad). Het geeft inzicht in de aansluiting tussen deze opgaven en de beschikbare middelen. Dit instrument ondersteunt het bestuurlijke gesprek over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn. Bijlage 2 bevat een gedetailleerd overzicht van de projecten en programma’s uit het meerjarenbeeld. Met deze investeringsopgave en een gelijkblijvende structurele inzet voor de exploitatie van het openbaar vervoer, laat het financiële meerjarenbeeld zien hoeveel BDUmiddelen per jaareinde beschikbaar zijn.
De ambities en opgaven in de regio zijn omvangrijk en tegelijkertijd neemt de druk op investeringsmiddelen toe. De keuzes die we maken vragen om forse investeringen. Nieuwe investeringen zijn op de middellange en lange termijn hard nodig om de agglomeratiekracht te versterken voor economische groei, om de verstedelijkingsopgave mogelijk te maken en om meer en noodzakelijke kansen te creëren voor iedereen in onze regio. Dat vraagt zowel om vasthoudendheid als om wendbaarheid. Als nieuwe projecten zich aandienen, negatieve effecten van de coronacrisis in het openbaar vervoer aanhouden en de indexering van de BDU-gelden achterblijft bij de inflatie, dan moeten we onze inzet prioriteren. Bij het prioriteren gebruiken we leidende principes uit de Strategische Agenda. Deze principes vormen de verbinding tussen wat we willen bereiken met onze opdrachten en de concrete uitvoering in de praktijk. De principes geven richting bij het stellen van prioriteren.
10
Bij de begroting en de bestuursrapportages besluit het algemeen bestuur over het toevoegen van aanvullende financiële middelen aan de begroting. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag hanteert als uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan, mits het saldo van beschikbare middelen en bestedingen over een periode van vier jaar positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hanteert. De meerjarenbegroting van de BDU-middelen voldoet aan de wettelijke kaders. Voor 2026 en de daaropvolgende begrotingsjaren verwachten we geen tekort.
Saldo BDU jaareinde 2024-2029 (miljoen €) 600,0
500,0
400,0
300,0
200,0
100,0
0,0 2024
2025
2026
2027
2028
2029
Vernieuwen economie De opgaven van het programma Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd uit de jaarlijkse bijdrage per inwoner die de deelnemende gemeenten betalen. Deze inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. Voor de begroting 2026 stellen de gemeenten een indexering van 4,2% voor, maar vragen daarnaast ook om een verlaging van de inwonerbijdrage met 6,2%. De gemeenten baseerden dit op de korting op het gemeentefonds in 2026 voor alle gemeenten samen ten opzichte van 2025. Per saldo leidt het voorstel tot een verlaging van de inwonerbijdrage van € 3,07 per inwoner voor de begroting 2025 naar € 3,00 per inwoner voor de begroting 2026 (Kadernota MRDH-begroting 2026). Dit gemeentelijke bezuinigingsvoorstel is verwerkt in deze begroting. Dit geld wordt primair besteed als bijdrage en cofinanciering aan gemeentelijke projecten. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat de bevoegdheid om (binnen de begroting) financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten. Dit geldt voor projecten met regionale uitstraling die het economisch vestigingsklimaat versterken. Daarnaast wordt hiermee de regionale ambtelijke inzet bekostigd. Overhead
11
Volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden binnen de programma’s de kosten van direct personeel verantwoord. De overige apparaatslasten vallen onder de categorie ‘overhead’ en deze kosten worden apart en buiten de programma’s om verantwoord. De verdeelsleutel voor stafmedewerkers, de centrale directiefunctie en de overige bedrijfsvoeringskosten is 18% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 82% BDU. De uitgangspunten voor de overhead zijn gebaseerd op de in december 2023 geactualiseerde Notitie Overhead van de Commissie BBV. Met ingang van begrotingsjaar 2026 is deze actualisatie van toepassing op gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH. De begroting 2026 kent een omvang van € 771,3 miljoen aan lasten. Ter vergelijking zijn actuele cijfers opgenomen over 2024. De cijfers van 2024 zijn gebaseerd op de voorlopige jaarrekening 2024. Voor 2025 zijn de cijfers afkomstig uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die voor besluitvorming worden voorgelegd bij de eerste bestuursrapportage 2025. Hierna volgt de totaalbegroting en de uitsplitsing over de programma’s.
Programmabegroting 2026
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2024
2025*
2026
2027
2028
2029
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
540.762.332
652.521.608
613.316.188
668.027.494
582.930.253
597.066.443
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
86.188.062
169.914.357
144.123.246
193.959.358
192.830.313
202.659.793
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.108.569
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Overhead
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
0
0
0
0
0
0
639.940.242
836.692.417
771.012.741
875.560.159
789.283.873
813.249.543
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
546.762.332
656.521.608
613.316.188
668.027.494
582.930.253
597.066.443
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
86.188.061
169.914.357
144.123.246
193.959.358
192.830.313
202.659.793
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.721.625
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Totaal
646.553.297
840.692.418
771.012.741
875.560.159
789.283.873
813.249.543
6.613.055
4.000.000
0
0
0
0
Lasten per programma
Onvoorzien Totaal Baten per programma
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
218.650
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-6.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
Resultaat
831.705
0
0
0
0
0
De fluctuaties in de meerjarenbegrotingen worden toegelicht in de genoemde programma’s.
12
Hoofdstuk 2
Begrotingsprogramma’s De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 zijn uitgewerkt in begrotingsprogramma’s. De MRDH-begroting bevat hiervoor drie programma’s. Dat zijn de programma’s: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In deze programma’s beantwoorden we steeds drie vragen aan de hand van de zes opdrachten: 1. Wat willen we bereiken? (resultaten), 2. Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en 3. Wat gaat het kosten? Binnen de MRDH-begroting is het verbeteren van de bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.2). Het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer omvat de uitvoering van wettelijke taken zoals concessieverlening voor het openbaar vervoer, beheer en onderhoud van het openbaar vervoer en de infrastructuur en overig verkeer- en vervoerbeleid op grond van de wet BDU verkeer en vervoer. Voor dit laatste zet de MRDH zich in voor algemene strategie- en beleidsontwikkeling, autonetwerk, verkeersmanagement en ITS, fietsnetwerk, ketenmobiliteit, reisgedrag en logistiek, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid.
Voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt volgen er vanuit het programma Exploitatie infrastructurele opgaven die onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het programma Economisch Vestigingsklimaat (hoofdstuk 2.3) werkt de opdrachten voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat uit. 2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer De begroting voor het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer volgt de opdrachten uit de Strategische Agenda om de bereikbaarheid te verbeteren. Het gaat voor dit programma om de volgende drie opdrachten: opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Voor elke opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten laten zien wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken.
13
2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De metropoolregio groeit naar bijna drie miljoen inwoners in 2040. Die willen allemaal een baan, en prettig reizen en recreëren. Daarom investeren de 21 samenwerkende gemeenten in de bereikbaarheid, om zo de inwonersgroei in de regio duurzaam te ondersteunen. Het gaat daarbij om de bereikbaarheid van de nieuwe verstedelijkingslocaties, de verbinding tussen kennis- en onderwijsknooppunten, de bereikbaarheid van werklocaties en het behoud van leefbaarheid en open ruimte. Daarnaast is het belangrijk dat de metropoolregio Rotterdam Den Haag verbonden blijft met de omliggende regio’s en gemeenten. We zetten in op een goede bereikbaarheid van, naar en door de metropoolregio. Dat doen we vooral door nu plannen te maken voor de investeringen in het mobiliteitssysteem op de middellange en lange termijn en door te adviseren over de bereikbaarheid bij verstedelijkingsplannen. Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In het programma MoVe werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken.
We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de middellange en lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de groeiende regio te garanderen. Hier dragen we financieel aan bij. Welke resultaten willen we bereiken? - Voorbereiden van een projectbeslissing voor De Vlietlijn en de Stadsbrug en ov Rotterdam, inclusief het uitwerken van het exploitatiebesluit voor het HOV. - Een betrouwbaar en robuust netwerk voor de bereikbaarheid van Westland, Voorne-Putten en Haven Rotterdam. - Voorkeursbeslissingen verkenningen knooppunt Beurs en spoorbeveiliging RandstadRail/E-lijn. - Uitwerking van HOV Leiden-Zoetermeer en verdere verkenning van de HOV-corridors Zoetermeer-Rotterdam en Westland. - Verkenning met als resultaat een voorkeursbeslissing voor de MIRT-verkenning Oude Lijn en de knooppunten. - Een multimodale adaptieve ontwikkelstrategie voor een gedeeld toekomstperspectief op investeringen in het mobiliteitsnetwerk. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - De MRDH werkt samen met het Rijk, de betrokken gemeenten en de provincie aan de planuitwerking van De Vlietlijn. Dit leidt in 2026 tot een projectbesluit. We blijven inwoners en ondernemers actief betrekken voor participatie. De aandacht gaat naar de leefbaarheid in de woonwijken rondom het tracé, de technische inpassing van bijvoorbeeld de sporendriehoek en kostenbeheersing.
- De MRDH continueert met de andere opdrachtgevers gemeente Rotterdam en de ministeries van VRO en IenW de planuitwerkingsfase van het project Stadsbrug en ov Rotterdam. Daarin stellen wij voorlopige ontwerpen op voor de stadsbrug, de HOV-verbinding en het station. Dit leidt in 2028 tot een projectbesluit als afronding van de planning en studiefase.
14
-
-
-
-
-
-
-
-
-
In 2026 ronden we samen met de gemeente Rotterdam de verkenning knooppunt Beurs af, met als doel een breed gedragen voorkeursbeslissing. We ronden de verkenning spoorbeveiliging RandstadRail en E-lijn af en komen tot een voorkeursbeslissing. De besluitvorming in 2025 over de vervangingsopgave spoorbeveiliging wordt in 2026 uitgewerkt samen met HTM en RET. Beide voorkeursbeslissingen zoeken de balans tussen kwaliteitsverbetering voor het ov, de kansen voor stedelijke ontwikkeling, de renovatie- en onderhoudsbehoeften en de beschikbare financiële middelen. Samen met provincie Zuid-Holland, gemeente Capelle aan den IJssel, gemeente Krimpen aan den IJssel en gemeente Krimpenerwaard starten we in 2026 met het opstellen van een bestuursovereenkomst. Deze komt er voor de realisatie van de infrastructurele maatregelen die zorgen voor verbeteringen aan de doorstroming van de Algeracorridor. We zijn bij dit project subsidieverlener. Gebiedsuitwerking Voorne-Putten en Haven Rotterdam: in het BO MIRT 2022 is een pakket met auto-, fiets- en ov-maatregelen afgesproken om de bereikbaarheid van Voorne-Putten en de Haven Rotterdam te verbeteren. We voeren samen met de andere partners een voortgangsmonitor uit, waarin we de uitvoering van de overige gemaakte afspraken met Rijk en regio (BO MIRT 2022) volgen.
Alleen op die manier kunnen we samen met alle partners het hele pakket met maatregelen op Voorne-Putten uitvoeren. Specifiek voor de N57 zetten we actief in op lobby richting het Rijk voor voldoende financiële middelen en capaciteit, zodat afspraken over de N57 worden uitgevoerd. Daarnaast voeren we samen met de andere partners ook een verkeersmonitor uit over het jaar 2025. Binnen het traject NOVEX Haven zetten wij de verbetering van de bereikbaarheid van Voorne-Putten en de Haven op de agenda. Een goede bereikbaarheid is essentieel voor het investeringsklimaat in de Rotterdamse haven en de sociaaleconomische ontwikkeling van Voorne-Putten. In 2026 start de uitvoering van het mobiliteitsmaatregelenpakket Gebiedsuitwerking Westland. De exacte maatregelen zijn nog niet bekend. Dit zal plaatsvinden in nauwe samenwerking met gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en gemeente Westland. Leiden-Zoetermeer Bus Rapid Transit (BRT): de gemeente Zoetermeer, de provincie ZuidHolland en MRDH onderzoeken mogelijke doortrekking van de BRT-buslijn naar station Lansingerland-Zoetermeer. Bij positieve uitkomsten wordt een voorstel tot verdere planuitwerking aan de opdrachtgevende partijen voorgelegd.
MIRT-verkenning Oude Lijn: na vaststelling van het voorkeursalternatief (inclusief bekostigingsafspraken) in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) 2025 werken we in 2026 aan de vastlegging van de gemaakte afspraken in een bestuursovereenkomst, de planologische verankering in ruimtelijke en omgevingsplannen en starten we met de planuitwerking. In 2026 stellen de MoVe-partners Rijk, provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam, Den Haag en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de Multimodale Adaptieve Ontwikkelstrategie (MAOS) inclusief een uitvoeringsagenda vast. Na vaststelling van de mobiliteitsvisie werken we in 2026 aan de uitwerking en implementatie daarvan. De regionale opgaven, zoals de verstedelijkingsopgave, het verbeteren van de bereikbaarheid en de uitdagingen rondom de arbeidsmarkt, zijn ook bij de uitwerking leidend. We starten met het maken van een opzet voor de uitwerking van de mobiliteitsvisie en we maken een nieuwe propositie met onze partners voor investeringskracht. We zetten onze lobby richting het Rijk voor extra middelen voor het ov onverminderd door. De financiële impact op het openbaar vervoer is de afgelopen jaren aanzienlijk geweest. Minder
15
BDU is onwenselijk omdat dit direct leidt tot verminderde diensten en hogere kosten. We zetten daarom in op een toekomstvast financieel perspectief. De basis moet op orde zijn, waarbij de BDU in balans is met de opgave waarvoor we staan. Dat betekent dat de BDU moet meegroeien met het aantal inwoners en de BDU correct geïndexeerd wordt op basis van de inflatie. We gaan hiervoor met het ministerie van IenW in gesprek. We trekken hiervoor samen op met onze partners, zoals de Vervoerregio Amsterdam, het Samenwerkingsverband decentrale ov-autoriteiten (DOVA) en de vervoerders. Bereikbaarheid van en naar recreatie- en natuurgebieden Het doel is om met actieve en collectieve vormen van mobiliteit de bereikbaarheid en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving van onze regio te versterken. We onderzoeken voor welke recreatieen natuurgebieden we de bereikbaarheid kunnen verbeteren. We delen die kennis met de wegbeheerders en benutten kansen om de multimodale bereikbaarheid naar deze gebieden te verbeteren. De gemeenten, provincie Zuid-Holland of waterschappen (als wegbeheerders) voeren de verbeteringen aan de infrastructuur uit. Welke resultaten willen we bereiken? - Uitvoering van projecten voortkomend uit de vastgestelde aanpak voor de verbetering van bereikbaarheid van recreatie- en natuurgebieden in de regio.
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Met het resultaat uit de haalbaarheidsstudie Groene Haltes en de resultaten uit het onderzoek recreatie- en natuurgebieden van regionaal belang werken we in 2026 een aanpak uit voor het verbeteren van de bereikbaarheid van deze gebieden met actieve en collectieve vormen van mobiliteit. We stemmen hierover af met de provincie en instanties voor natuurbeheer. - Twee haltes van de pilot Groene ov Haltes, metrostation Romeynshof in Rotterdam en bushalte Dillenburgsingel in Vlaardingen, worden in 2026 uitgewerkt tot en gerealiseerd als groene ov-halte door de gemeenten. We maken samen met de provincie Zuid-Holland, vervoerder, natuurbeheerorganisaties en enkele gemeenten een haalbaarheidsstudie voor opschaling van groene ov-haltes nadat de pilothaltes zijn gerealiseerd. Advisering en kennisuitwisseling over mobiliteit bij gebiedsontwikkeling- en economische locaties We adviseren over het verbeteren van de bereikbaarheid en helpen met kennis over integrale gebiedsontwikkeling. Zo dragen we bij aan aantrekkelijke en leefbare stedelijke gebieden en zorgen we ervoor dat investeringen in de bereikbaarheid van de regio optimaal renderen. We onderzoeken in het bijzonder of de bereikbaarheid van bepaalde economische locaties moet worden verbeterd.
De MRDH is gevraagd en ongevraagd adviseur en kennismakelaar en stelt deze kennis via het lidmaatschap van de Verstedelijkingsalliantie beschikbaar aan alle gemeenten. De gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke ontwikkeling. De MRDH onderzoekt de bereikbaarheid van economische locaties en brengt in kaart of verbeteringen noodzakelijk zijn en hoe deze kunnen worden gerealiseerd. Welke resultaten willen we bereiken? - Kansen benutten rondom de locaties van de Verstedelijkingsalliantie en andere belangrijke gebiedsontwikkelingen. - Kansen benutten rondom de Hoekse Lijn.
16
-
Verbetering uitwerken voor de bereikbaarheid van aanvullende economische locaties in de regio.
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? De MRDH werkt met medeoverheden aan NOVEX Zuidelijke Randstad, NOVEX Rotterdamse Haven en de Verstedelijkingsalliantie om invulling te geven aan de opdrachten uit de Strategische Agenda MRDH. We zorgen ervoor dat deze trajecten aansluiten bij de ambities uit de Strategische Agenda op het gebied van bereikbaarheid en economie. Waar mogelijk dragen we actief bij aan de uitvoering in deze trajecten. Onze bijdrage aan de bereikbaarheid en economie zetten we zo in dat het de ruimtelijke en sociaaleconomische opgaven ten goede komt. In het gebiedsprogramma MoVe verbinden we de ruimtelijke opgaven en de noodzaak om te investeren in bereikbaarheid. De MRDH neemt actief deel aan de regionale en landelijke overlegtafels die hiervoor zijn ingericht. 2.1.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren We zetten primair in op actieve en/of collectieve vormen van mobiliteit: lopen, fietsen, ov en deelmobiliteit. Deze vormen verbeteren de bereikbaarheid, nemen minder ruimte in dan individuele automobiliteit, zijn toegankelijk en betaalbaar, bevorderen de gezondheid en stoten minder emissies uit.
Hiermee benutten we de bestaande infrastructuur beter, bieden we mensen meer kansen om maatschappelijk mee te doen, ondersteunen we de mobiliteitstransitie die in verschillende (stedelijke) gebieden van de regio is ingezet en dragen we bij aan de klimaatopgave. De aanpak verschilt per gebiedstype, omdat de mogelijkheden en behoeften in het (hoog) stedelijke gebied anders zijn dan in landelijke gebieden. Naast fysieke ingrepen maakt mobiliteitsmanagement het mogelijk om lopen, fietsen, ov en deelmobiliteit te stimuleren en spreiding van mobiliteit over de dag en week aan te moedigen. We stimuleren het toepassen van Mobility as a Service (MaaS), en innovaties en nieuwe technologieën om de gewenste mobiliteitstransitie te bereiken. Efficiënt ruimtegebruik voor verkeer creëert meer ruimte in steden en dorpen voor een prettige leefomgeving. En dat is noodzakelijk met de verwachte groei van inwoners in de aankomende jaren en andere opgaven in de openbare ruimte, zoals meer groen, voorzieningen en klimaatadaptatie. Programma Metropolitane Fietsroutes (MFR) Het programma MFR helpt om hoogwaardige, regionale fietsroutes te realiseren om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren. Voor de Metropolitane Fietsroutes helpen we de individuele gemeenten bij het opstellen van een voorkeurstracé, schetsontwerp en financiële raming voor de gehele route.
De MRDH levert procesbegeleiding tot en met de samenwerkingsovereenkomst (inclusief planstudie) en verleent subsidie aan wegbeheerders. Wegbeheerders leggen de fietsroutes aan en zorgen voor het beheer en onderhoud van de fietsroutes. Welke resultaten willen we bereiken? - Circa 100 km metropolitane fietsroutes realiseren tot en met 2026. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - In 2026 zijn voor elke Metropolitane Fietsroute de maatwerkafspraken voor complexe schakels met gemeenten afgerond. Dit betreft delen van de route die om specifieke afspraken vragen,
17
-
omdat er een afhankelijkheid met een gebiedsontwikkeling is. Of omdat toestemming van derden nodig is, waardoor meer tijd nodig is om tot uitvoering te komen. We adviseren gemeenten over bewegwijzering specifiek voor doorfietsroutes en over het maken van eenduidige en gezamenlijk afgestemde keuzes. We ondersteunen gemeenten met kennisdeling bij het uitvoeren van regionale activiteiten voor fietsstimulering. We dragen bij aan activiteiten voor fietsstimulering gekoppeld aan Metropolitane Fietsroutes en ketenmobiliteit.
Smart mobility, MaaS en programma AVLM We ontwikkelen en delen kennis over Smart Mobility, Mobility as a Service (Maas) en Automatisch Vervoer op de First en Last Mile (AVLM). We stimuleren het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. We hanteren een afweegkader voor Smart Mobility en MaaS, waarbij bijdrage aan de opdrachten uit de Strategische Agenda voorop staat. De MRDH is kennismakelaar en subsidieverlener voor de toepassing van innovaties en nieuwe technologieën. Wegbeheerders voeren de toepassingen uit en andere partijen, zoals vervoerders, realiseren innovatieprojecten, gestimuleerd door de MRDH. Welke resultaten willen we bereiken? - Kennis van Smart Mobility ontwikkelen en het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. - Jaarlijks circa zes projecten uitvoeren om nieuwe innovaties en technologieën te testen die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We verkennen of nationale of internationale subsidies en bijdragen kansrijk zijn. - We participeren in rijksprogramma's zoals het programma Hubs, Spreiden en mijden en Draaiende ringen. Daarin denken we mee over financiële subsidieregelingen. - De pilot met de zelfrijdende bus bij Rotterdam-The Hague airport (Martha) loopt nog in 2026.
Voor Capelle Rivium kijken we samen met de partners, in samenhang met de woningbouw, naar een mogelijke uitbreiding van de Parkshuttle. - We organiseren bijeenkomsten voor bestuurders en ambtenaren ter inspiratie voor nieuwe initiatieven en kansen. - We monitoren structureel de kwaliteit van mobiliteitsdata en adviseren gemeenten over de door Rijk en regio afgesproken digitaliseringsopgave. Bij het bestuur van het digitaal stelsel mobiliteitsdata onderzoeken we of deze functie bij de VNG moet liggen in plaats van bij de regio. - De pilot communicatie tram en iVRI in Delft is succesvol afgerond in 2025. We denken in 2026 na over de mogelijkheid om deze pilot om te zetten naar een structurele uitrol, ook naar andere vervoerders. - De pilot ‘Verbonden fietsen’, waarbij fietsers prioriteit krijgen bij verkeerslichten op fietsroutes, is in 2025 gegund. De verdere uitwerking volgt in 2026 en daarna. Wegbeheerders worden hierbij betrokken. Programma Duurzame Mobiliteit We ontwikkelen kennis en monitoren de effecten van duurzame mobiliteit op de reductie van CO2, stikstof en fijnstof. Daarvoor gebruiken we het al ontwikkelde digitale platform: www.mrdh.nl/duurzamemobiliteit. We helpen maatregelen te realiseren die een effectieve bijdrage leveren aan verduurzaming, zoals deelmobiliteit en de werkgeversaanpak. Met deze activiteiten 18
dragen we bij aan de Europese doelstelling: 55% reductie van de CO2 -uitstoot in 2030, zoals onderschreven in het regeerakkoord. De MRDH is kennismakelaar, adviseert gevraagd en ongevraagd de individuele gemeenten over duurzame mobiliteit en stelt de vervoerders in staat om maatregelen voor duurzame mobiliteit uit te voeren. We agenderen uitdagingen en randvoorwaarden voor duurzame mobiliteit bij andere partijen, zoals het Rijk en de provincie ZuidHolland. De individuele gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregelen voor duurzame mobiliteit. Welke resultaten willen we bereiken? - Minimaal 250 emissievrije bussen laten instromen in de concessies. - Kennisontwikkeling en -deling van duurzame mobiliteit en monitoring van de effecten op de reductie van CO2, stikstof en fijnstof. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Samen met vervoerders werken we aan de invulling van de restantopgave van circa 250 ZEbussen voor de periode 2027-2030. - We monitoren onder andere de voortgang van acties uit het plan van aanpak in de regionale samenwerking op ZE-zones. We voegen daar nieuwe acties aan toe, indien gewenst. - Het digitaal platform Duurzame Mobiliteit ontsluit (landelijke) kennis over maatregelen voor duurzame mobiliteit. - We organiseren themabijeenkomsten voor zowel ambtenaren als bestuurders.
Daar koppelen we waar mogelijk een uitvoeringsagenda of plan van aanpak aan op het moment dat regionale samenwerking van meerwaarde is. Of als het een bijdrage levert aan de Europese doelstelling: 55% CO-reductie in 2030. Deelmobiliteit in de regio In de mobiliteitsvisie is de koppeling gelegd met samenhangende thema’s, zoals ketenmobiliteit, verstedelijking en actieve, duurzame en deelmobiliteit. We bieden de gemeenten (als wegbeheerder) en andere partijen (grondeigenaren) de handvatten om zelf aan de slag te gaan met deeldiensten. Wegbeheerders en de andere partijen (grondeigenaren, vervoerders en marktpartijen) voeren projecten uit. Welke resultaten willen we bereiken? - De mobiliteitsvisie positioneert deelmobiliteit in het multimodale regionale vervoersysteem van de metropoolregio Rotterdam Den Haag. - Kennisontwikkeling en kennisdeling over deelmobiliteit om in te kunnen spelen op de kansen die bijdragen aan het behalen van de doelen van gemeenten en de Strategische Agenda. Hierdoor pakken we ook gezamenlijk hinder van deelmobiliteit aan. De MRDHuitvoeringsorganisatie heeft zelf maar beperkte mogelijkheden om hierop te acteren, de individuele gemeenten daarentegen wel. Kennisontwikkeling kan leiden tot een voorstel om beleid en maatregelen in elk van de MRDH-gemeente uniform in te zetten.
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Jaarlijks monitort het landelijke programma Natuurlijk!Deelmobiliteit mede in opdracht van de MRDH het aanbod en gebruik van deelmobiliteit. Dit is geregeld en gefinancierd voor de periode 2024-2029.
19
-
-
-
In 2025 is een besluit genomen over het opstarten van een pilot voor een regionaal deelfietsensysteem als onderdeel van publieke mobiliteit. In 2026 werkt MRDH samen met de gemeenten dit besluit uit onder andere in een programma van eisen. In 2026 neemt de MRDH deel aan het rijksprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit. Daar wordt in 2026 gewerkt aan de volgende onderwerpen: ruimtelijke inpassing, monitoring, buurtinitiatieven, financiering en wettelijke verankering in WP2000. De MRDH houdt gemeenten via digitale kanalen op de hoogte over de voortgang van het landelijke programma Natuurlijk!Deelmobiliteit, zoals het jaarlijkse congres van het programma. De MRDH en andere deelnemers vullen de landelijke kennisbank van KpVV aan met data over deelmobiliteit. De MRDH zit in de kerngroep voor de jaarlijks landelijke monitor Smart Mobility.
Mobiliteitsmanagement via Zuid-Holland Bereikbaar De MRDH is mede-initiatiefnemer van Zuid-Holland Bereikbaar, een samenwerkings- en uitvoeringsorganisatie die de bereikbaarheid (acceptabele hinder) in de regio borgt gedurende de vele infrastructurele beheer-, onderhouds- en aanlegprojecten die in de komende decennia zijn gepland. Dat doen we door maatregelen die de mobiliteitstransitie ondersteunen met de ambitie voor duurzame gedragsverandering. Welke resultaten willen we bereiken? - Duurzame gedragsverandering van reizigers. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We geven Zuid-Holland Bereikbaar de opdracht om mobiliteitsmanagement in de regio uit te voeren, door onder meer bewust reisgedrag en reizen buiten de spits te stimuleren. We sturen op uitvoering van het meerjarige werkplan 2026-2030. - We nemen actief deel aan de klankbordgroep Mobiliteitsmanagement en aan de gebiedstafels. Vanuit de klankbordgroep mobiliteitsmanagement concretiseren we de aanpakken (werkgevers, logistiek en gedrag) om te komen tot optimaal gebruik van het beschikbare netwerk. Dit doen we door onder andere in te zetten op spitsspreiden en spitsmijden. In de gebiedstafels Zuid-Hollandse Eilanden en havengebied, Haaglanden inclusief Westland en Rotterdam en omgeving, bepalen we met de gebiedspartijen welke activiteiten uit de gebiedsprogramma's we uitvoeren.
Ov-concessies: Rail Rotterdam, Rail Haaglanden, Bus Rotterdam en omstreken, Bus Voorne-Putten en Rozenburg, Bus Haaglanden-Stad en Bus Haaglanden Streek en jaarlijkse vervoersplannen Via de ov-concessies en afgesproken jaarlijkse vervoerplannen kunnen wij de ov-maatregelen ‘op straatniveau’ invoeren. De MRDH verleent en managet de concessies voor het ov (per bus, tram en metro). We houden toezicht op de uitvoering en sturen op uitvoeringskwaliteit en reizigerstevredenheid. De vervoerders stellen jaarlijkse vervoerplannen op voor verbeteringen aan het ov en voeren de verbeteringen uit. De vervoerders doen voorstellen, conform de afgesloten concessies, en gemeenten adviseren vanuit lokaal perspectief op de vervoerplannen. De besluiten over de (randvoorwaarden voor de) concessies worden genomen in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Vervolgens wordt een gedragen vervoerplan na consultatie van gemeenten en consumentenorganisaties goedgekeurd. Welke resultaten willen we bereiken?
20
-
Een verbeterd ov-systeem dat makkelijk en aantrekkelijk is voor de reiziger. En daarnaast een ov-systeem dat is afgestemd op lopen en fietsen en dat past in de buitenruimte.
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - In 2026 gunnen we de nieuwe Railconcessie na een inbestedingsprocedure aan de RET. Deze railconcessie geeft ook invulling aan de ambities en uitgangspunten van de nieuwe mobiliteitsvisie. Dit is ook het moment om nieuwe afspraken te maken over hoe vervoerders communiceren over de jaarlijkse vervoerplannen. Daarbij bekijken we welke participatieacties uit het Actieplan evaluatie MRDH eventueel ingezet kunnen worden bij het concessietraject. - Wij besluiten over een nieuw plan voor het busnet van de regio Rotterdam, dat we in de jaren daarna gaan uitvoeren. Het plan houdt rekening met vraagstukken zoals verstedelijking, toegankelijkheid, integratie met het stedelijke 30 km/u regime, maatwerkvervoer en nieuwe vormen van (toekomstige) publieke mobiliteit. Intensieve samenwerking met de betrokken gemeenten, de RET en andere stakeholders is daar een voorwaarde voor. - In 2026 organiseren we één of meerdere pilots waarbij de MRDH samen met een gemeente een publiek-publieke samenwerking aangaat om te werken aan een combinatie van flexibel ov en gemeentelijke vervoersdiensten. - In 2026 doorlopen we de procedure voor de vervoerplannen 2027. We geven opdracht aan de ov-bedrijven om deze vervoerplannen te maken. De gemeenten kunnen in het tweede kwartaal reageren op deze vervoerplannen.
In juli 2026 leggen we de vervoerplannen 2027 en de Nota van Reactie ter vaststelling voor aan de bestuurscommissie. Binnen de huidige afspraken wordt gekeken wat vervoerders aan extra communicatie over de vervoerplannen kunnen doen. - We monitoren de behaalde kwaliteitsscores en gerealiseerde percentages voor uitval en punctualiteit en bespreken deze in de concessie-overleggen met de ov-bedrijven. Waar nodig vragen we extra aandacht en inzet van de ov-bedrijven om verbeteringen te realiseren. - De MRDH start in 2025 met het uitvoeringsprogramma Toegankelijk ov 2024-2028. Hiervoor hebben wij van het Rijk financiële middelen toegekend gekregen. In het uitvoeringsprogramma staan de activiteiten voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer beschreven waarmee we de komende vier jaar aan de slag gaan. - Project ov-coach: de ov-coach richt zich op de inwoners voor wie het gebruik van ov en fiets niet vanzelfsprekend is, maar dit wel aan te leren is. Door de toegankelijkheid van het ov te verbeteren, vergroten we de betekenis van het ov-systeem voor alle doelgroepen binnen de publieke mobiliteit. De Vervoerregio Amsterdam werkt al enkele jaren met de methodiek van de ov-coach. In die regio wordt een hoge succesratio behaald: na deelname aan het programma blijft meer dan 90% van de deelnemers zelfstandig gebruikmaken van het reguliere ov.
De MRDH start in 2025 voor de komende drie jaren vanuit het uitvoeringsprogramma Toegankelijk ov 2024-2028 het project ov-coach in onze regio. Na de opstarting van het project ov-coach in 2025 zetten we in 2026 in op ‘regionale opschaling’. We streven ernaar dat meerdere gemeenten aan dit project deelnemen. Na 3 jaar staat het project financieel en organisatorisch op eigen benen en wordt het geheel gedragen door de inkoop van ov-coachtrajecten door de deelnemende gemeenten.
2.1.1.3 Opdracht 5: Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk De 21 gemeenten verbeteren de kwaliteit van het bestaande mobiliteitsnetwerk, inclusief de knooppunten van verschillende vervoerssystemen, zodat meer mensen het netwerk gebruiken en
21
hoger waarderen. Zo verbeteren we de bereikbaarheid van de metropoolregio vanuit kwalitatief oogpunt en benutten we het bestaande netwerk beter. Een robuust, betrouwbaar, veilig en samenhangend netwerk in de metropoolregio blijft noodzakelijk. In het bijzonder voor de Mainport en de Greenport. Het vrachtverkeer maakt immers gebruik van hetzelfde autonetwerk. De aankomende decennia worden grootschalige werkzaamheden uitgevoerd voor beheer en onderhoud van de infrastructuur. Dit is noodzakelijk om de kwaliteit van het huidige netwerk op orde te houden. Maar dit betekent structurele en aanzienlijke hinder als gevolg van verminderde capaciteit op het wegennetwerk. Daarom werken we met acht partners samen in Zuid-Holland Bereikbaar om de hinder te beperken en om duurzame gedragsverandering te realiseren (zie opdracht 3). Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid We werken vanuit de aanpak ‘Maak een punt van Nul’ aan het verminderen van het aantal slachtoffers in het verkeer. De vastgestelde verkeersveiligheidsagenda geeft een beeld van de risico’s van de infrastructuur, risico-gedragingen en risicogroepen in het verkeer. Hieruit is duidelijk waarop de komende jaren de focus ligt. De MRDH ondersteunt de individuele gemeenten met kennis, accountmanagement en financiële middelen bij de uitvoering van gedragsinterventies en infrastructurele maatregelen.
De MRDH is gesprekspartner van het Rijk over het nationale verkeersveiligheidsbeleid en diens inzet in nationale kaders en (financiële) middelen. Welke resultaten willen we bereiken? - De realisatie van circa 160 projecten voor de verbetering van de verkeersveiligheid van het regionale mobiliteitsnetwerk. - Een toename van het aantal deelnemende basisscholen aan SCHOOL op SEEF: van 33% naar 62%. - Een toename van het percentage deelnemende voortgezet onderwijsscholen aan TotallyTraffic van 38% naar 49%. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We voeren het programmamanagement op verkeerseducatie en voorlichting, om scholen deel te laten nemen aan programma's zoals SCHOOL op SEEF, TotallyTraffic en #IMPACT. We helpen gemeenten bij het uitvoeren van voorlichtingscampagnes, zoals AAN (fietsverlichting), Houdt rekening met elkaar en BoB. - We stimuleren gemeenten met de inzet van meer uitvoeringskracht, onder andere door MRDH support. Dit draagt bij aan het realiseren van de streefwaarden uit de Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid. - We rapporteren over de regionale ontwikkeling van de verkeersslachtoffers. Deze ontwikkeling wordt onder meer gebruikt om de prioriteiten te stellen in de jaarplannen van ons Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland en als het gaat om de inzet van gedragsmaatregelen.
- Voor de optimalisatie van verkeershandhaving voeren wij gesprekken met politie en gemeenten. Het streven is dat gemeenten verkeersveiligheid opnemen als onderwerp in het lokale integrale veiligheidsplan. Dit draagt bij aan het regionale doel om te komen tot nul verkeerslachtoffers. Daarnaast adviseren wij over het verbeteren van de samenwerking tussen gemeenten en politie. Op landelijk niveau agenderen we verkeershandhaving binnen de Bestuurlijke Afspraken rond het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. - We voeren minimaal één van de ontwikkelde voorlichtingscampagnes tijdens de campagneperiode van zes weken uit in de gehele regio, zoals: ''wij gaan weer naar school''. 22
-
We stimuleren gemeenten om activiteiten uit te voeren die de verkeersveiligheid vergroten, door kennisdeling in het MRDH-verkeersveiligheidsoverleg, subsidies en via de maandelijkse nieuwsbrief Verkeersveiligheid.
Autonetwerk en verkeersmanagement Om het bestaande wegennetwerk te optimaliseren, adviseren wij wegbeheerders bij infrastructurele ingrepen in het netwerk. Daarbij zoeken we naar aanvullende kansen, zoals fietsverbindingen en mobiliteitsoplossingen gericht op duurzame gedragsverandering. Bij de doorstromingsmaatregelen openbaar vervoer kijken we samen met de wegbeheerders waar bus en tram sneller door het netwerk kunnen rijden. We geven opdracht aan Zuid-Holland Bereikbaar voor het verkeersmanagement door de monitoring en informatievoorziening bij ongevallen. Dit doen wij om de programmering van beheer- en onderhoudsprojecten tijdig op elkaar af te stemmen. De MRDH is adviseur voor de wegbeheerders bij infrastructurele ingrepen en is medeinitiatiefnemer van Zuid-Holland Bereikbaar. Gemeenten, provincie Zuid-Holland en het Rijk (als wegbeheerders) zijn verantwoordelijk voor de realisatie van infrastructurele ingrepen en de afstemming van de wegwerkzaamheden met Zuid-Holland Bereikbaar als helpende schakel. Welke resultaten willen we bereiken? - Advisering bij infrastructurele ingrepen en subsidiering voor optimalisatie in het wegennetwerk door wegbeheerders. - Via Zuid-Holland Bereikbaar voeren we het verkeersmanagement uit en organiseren we afstemming rond de multimodale programmering werkzaamheden spoor & weg.
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We voeren een knelpuntenanalyse uit en analyseren de betrouwbaarheid en reistijd van het metropolitaan wegennet over het jaar 2025. - We stellen samen met de wegbeheerders vast of er knelpunten zijn op het metropolitane wegennet waarvoor maatregelen of vervolgonderzoeken nodig zijn voor een oplossing van de knelpunten. - We adviseren bij infrastructurele ingrepen van wegbeheerders door toetsing aan het regionale beleid (Strategische Agenda/mobiliteitsvisie) en het aanleveren van inhoudelijke kennis (verkeerskundig, verkeersdata/monitoring en verkeersmodel). - We werken samen met andere overheden aan een afgestemde planning en programmering van onderhoud en verkeersmanagement binnen uitvoeringsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar. - We beheren en ontwikkelen het verkeer- en vervoermodel zodat het actueel en beschikbaar is voor gebruik door gemeenten en de werkorganisatie. In 2026 werken we aan een grote update (V-MRDH 4.0), met daarin een actueel basisjaar en nieuwere netwerken. Programma Knooppunten De MRDH, stationbeheerders en gemeenten werken samen aan de kwaliteitsverbetering van bestaande knooppunten. Samen onderzochten en bepaalden we al welke knooppunten worden aangepakt. Vervolgens helpt de MRDH samen met betrokken partijen om de opgave uit te werken.
We bespreken de raakvlakken tussen modaliteiten onderling en met de ruimtelijke omgeving en verkennen de oplossingsrichtingen. Ook helpt de MRDH gemeenten en andere partijen met de planvorming en het opstellen van een zogenaamd startdocument. Daarnaast verstrekt de MRDH subsidie voor de verbetering van het ov-knooppunt. De gemeente (als wegbeheerder) of de stationbeheerder is verantwoordelijk voor de realisatie van de verbetering. 23
Welke resultaten willen we bereiken? - Circa achttien ov-knooppunten zijn verbeterd in 2026. De volgende knooppunten staan op de planning: Capelsebrug, Delft Campus, Den Haag Hoornwijck, Den Haag Ypenburg, Pijnacker Zuid, Nootdorp, Lansingerland Westpolder, Schiedam Vijfsluizen, Maassluis West, Rhoon, Poortugaal, Barendrecht, Zoetermeer Station, Schiedam Centrum, Den Haag Laan van NOI, Rotterdam Beurs, Rotterdam Alexander en Rijswijk Station. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Met gemeenten en vervoerders maken we afspraken over de verbetering van bovengenoemde ov-knooppunten en andere ov-knooppunten waar opgaven liggen. Daarbij gaat het om vijf aspecten: de lokale ontsluiting, fietsparkeren, P+R, kwaliteitsbeleving en fysieke ruimte voor deelmobiliteit. Gemeenten werken deze afspraken uit in een subsidieaanvraag en melden zich aan volgens het proces van kleine projecten. - We stellen een toekomstbeeld ketenmobiliteit op ov-knooppunten op als nadere uitwerking van de Mobiliteitsvisie. Ov-concessies, onderdeel assets Binnen de railconcessies HTM en RET maken wij afspraken over het beheer en onderhoud van de gehele portefeuille voor het financiële langeretermijnperspectief. Daarnaast maken we afspraken over de raakvakken met lopen, fietsen, deelmobiliteit, vervoer over water, kwaliteit buitenruimte en verkeersveiligheid.