CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Leidraad participatie voor initiatiefnemers

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Participatiebeleid1.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leidraad Participatie ­Initiatiefnemers

Maart 2025

Inleiding Als een initiatiefnemer een omgevingsvergunning wil aanvragen voor zijn of haar plan beoordeelt de gemeente eerst of dit kans heeft om te slagen. En óf de gemeente de haalbaarheid samen met de initiatiefnemer wil onderzoeken. Als de beoordeling positief is kan het participatietraject starten. Voor elk plan in de fysieke leefomgeving dat gevolgen heeft voor anderen, willen wij dat u met die betrokkenen in gesprek gaat. Voor ideeën die buiten het omgevingsplan vallen (eerder noemden we dit het bestemmingsplan) moet u aan participatie doen. In deze leidraad geven we aan hoe u een participatietraject voor uw plan maakt. We eindigen deze leidraad met een overzicht van wat u verplicht bent te doen.

Stappenplan 1. De bal ligt bij u Heeft u een idee of plan om uw buurt te verbeteren of te bouwen in de gemeente? En wijkt u daarbij af van het omgevingsplan? Dan ligt de bal bij u. Als initiatiefnemer organiseert u door het doorlopen van deze stappen het participatietraject.

2. Bepaal de gevolgen op de omgeving Vooraf brengt u in beeld wie gevolgen ondervindt van uw plan. Hoe meer gevolgen uw plan op de omgeving heeft, hoe meer betrokkenen u meeneemt in het ­participatietraject. Gevolgen hebben betrekking op zaken als uitzicht, geuroverlast, geluidsoverlast, ander gebruik van de omgeving enzovoorts. Betrokkenen zijn vaak omwonenden van het plan, maar bijvoorbeeld ook organisaties die een belang vertegenwoordigen dat door uw plan wordt geraakt. Denk hierbij aan bewonersverenigingen, ondernemers, een milieugroep of een maatschappelijke organisatie. Verder brengt u ook in beeld welk beleid over uw plan gaat. En hoe u daar rekening mee houdt. Participatie advies van de gemeente Zodra u de omgeving en de gevolgen in beeld heeft kunt u advies vragen bij de gemeente. Deze adviseert dan wat u aan participatie moet doen. De gemeente kan u ook adviseren over de inhoud, de vorm en het niveau van participatie.

2

3. Maak een participatieplan Heeft u met meer mensen te maken dan met een paar buren? Maak dan een ­participatieplan. In dit plan staat: Doel Wat wilt u bereiken met de participatie? Wilt u bijvoorbeeld tips ophalen voor het plan? Of vindt u het belangrijk dat de omgeving positief is over het plan? Doelgroep Hoe ziet de omgeving er uit? Welke inwoners, ondernemers en andere organisaties hebben met uw plannen te maken? Invloed Wat wordt de rol van de doelgroepen/mensen die u bij uw participatietraject vraagt? Kunnen zij over uw plan meedenken of meedoen? Waarover precies wel en niet? Wat gaat u met de resultaten doen? Vorm Wanneer gaat u in gesprek, met wie, waarover en hoe? Worden alle verschillende belangen vertegenwoordigd? Organiseert u bijvoorbeeld een bijeenkomst, 1-op-1 gesprekken of een online vragenlijst? U geeft aan hoe het participatieproces verloopt en wat hierover de afspraken zijn. Bijvoorbeeld tot wanneer deelnemers kunnen participeren. Hoe u reacties verzamelt. Wat u doet met de reacties. En hoe en wanneer u de resultaten deelt met betrokkenen. Leg het plan voor aan de gemeente Heeft u uw participatieplan bijna klaar? Leg het plan dan voor aan de gemeente via omgevingsloket@krimpenaandenijssel.nl. De gemeente bekijkt of uw participatie­ ­­plan goed is. Als dat zo is gaat u verder met het organiseren van de participatie. Zo niet, dan herschrijft u het plan.

3

4. U gaat in gesprek Nu u de omgeving in beeld heeft en het participatieplan klaar heeft, gaat u in gesprek. Doe dat open, actief en positief. Belangrijk bij de gesprekken met de omgeving is: a. dat iedereen alle informatie heeft over uw plan; b. dat u duidelijk maakt voor welk deel uw plan past binnen de geldende beleidskaders; c. en als het daarin niet past, wat uw redenen zijn voor uw plan om hiervan af te wijken; d. dat u duidelijk bent over de ruimte die er is om mee te praten over uw plan. Doe daarom aan verwachtingenmanagement; e. dat u hen bijtijds vraagt zodat nog niet alles al vast ligt (en de mensen zich afvragen waarover ze nog kunnen meepraten).

5. U maakt een participatieverslag Wat u in het participatietraject heeft opgehaald, deelt u met de betrokkenen. Dat zijn de reacties van de betrokkenen. Maar ook wat u met die reacties gedaan heeft. En of dit heeft geleid tot aanpassing van uw plan. U legt dit vast in het ­participatieverslag. Hierin staat: met wie u heeft gesproken, de reacties van mensen en de afspraken er zijn gemaakt. Laat de deelnemers het verslag lezen en beoordelen. Zo kunnen zij zien of u hun ideeën goed hebt uitgelegd. Geef aan wat de resultaten zijn van de participatie voor uw plan. U verwerkt de inbreng van de participatie in uw initiatief. Het participatieverslag doet u bij uw plan (dit is een indieningsvereiste voor de vergunningsaanvraag). Trouwens, het is niet zo dat iedereen het over de inhoud van uw plan eens hoeft te zijn. Een zo groot mogelijke goep mensen die dit steunt, heeft natuurlijk wel voordelen bij het afmaken van de officiële vergunningaanvraag.

6. U dient in Heeft u de stappen hierboven uitgevoerd? Dan levert u u het participatieverslag bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning in het digitale Omgevingsloket: www.omgevingswet.overheid.nl. De gemeente gebruikt de informatie uit het ­participatieverslag bij de besluitvorming over uw plan.

4

De gemeente beoordeelt het participatieverslag De gemeente gebruikt de informatie uit de participatie bij de besluitvorming over de (omgevings)vergunning. Eerst bekijkt de gemeente of er voldoende informatie in het verslag staat om een besluit te nemen. De gemeente beoordeelt daarna of u wat het beste is voor het plan voldoende in beeld heeft gebracht en af heeft gewogen. Hoe verder? De gemeente maakt in de meest gevallen uw aanvraag bekend in de krant. Dit gebeurt na het afmaken van het participatietraject en het inleveren van de aanvraag. Daarmee start het officiële gedeelte van uw vergunningaanvraag1.

Verplichtingen We zetten de verplichtingen uit de Leidraad Participatie hieronder op een rij: Participatie volgens deze leidraad is verplicht als uw plan anders is dan van het omgevingsplan (dit heette vroeger bestemmingsplan). En hiervoor een verandering van het omgevingsplan nodig is. Of dat het afwijkt van het omgevingsplan door een buitenplanse omgevingsplanactiviteit2. De volgende onderdelen van de leidraad zijn verplicht: – U stelt een participatieplan op waarin u het doel, de invloed en de vorm van participatie aangeeft. – U legt het participatieplan voor aan de gemeente voor ter controle. – U voert het participatieplan uit. – U maakt een participatieverslag dat u toevoegt bij uw plan of uw aanvraag. Daarin staat: • • • •

Wie u heeft betrokken bij het participatietraject; Hoe u het participatietraject uitvoerde (de processtappen); Wat het resultaat was van het participatietraject; Voor welk deel en hoe u de resultaten in uw plan heeft verwerkt

1 In het geval van een planologische procedure kan het zijn dat de gemeente de participatie overdoet, bijvoorbeeld als er onvoldoende informatie naar voren is gekomen uit de participatie om een goede belangenafweging te maken. 2 Met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan afgeweken worden van het omgevingsplan. We kennen die mogelijkheid onder de Wro ook al; afwijken van een bestemmingsplan met een omgevingsvergunning, ook wel de uitgebreide procedure genoemd.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15923189/1