bijlage 2. Kaderbrief april 2021
Tekst van het document
g emeenschappelijke
Betreft: Van: Datum:
regeling
brief aan raden inzake financiële en beleidsmatige kaders secretaris algemeen bestuur gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond maart 2021
Aanleiding en kernboodschap. De wet op de gemeenschappelijke regelingen verplicht het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan elk jaar vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening te zenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De GGD Rotterdam-Rijnmond heeft in het kader van de vierjaren afspraken een begroting die t/m 2022 alleen geïndexeerd wordt. Voor 2022 leggen we voor de reguliere activiteiten geen claims neer en vragen we geen extra geld. Maar de coronacrisis en de gevolgen van de bezuinigingen in de laatste decennia op de publieke gezondheidszorg laten zien dat het anders moet. Landelijk is uitgesproken dat Nederland een “een slagvaardige, stuurbare, professionele crisisorganisatie voor de bestrijding van infectieziekten” nodig heeft. Er is daarnaast een publieke gezondheidsstructuur nodig die in governance en financiering ruimte biedt om in te zetten op bescherming, preventie en het stimuleren van gezonde leefstijl en gezonde leefomgeving. Waarbij ruimte is en blijft voor lokaal maatwerk en de steeds belangrijker wordende regionale inzet met zorgpartners. Inmiddels zijn we gestart met een traject om in kaart te brengen wat dit betekent voor onze regionale GGD. Dat zal gevolgen gaan hebben voor de begroting 2023 en verder.
In 2022 gaan we ervan uit dat we met landelijke corona financiering dat deel van de publieke gezondheid kunnen uitvoeren. Los daarvan kan het algemeen bestuur uiteraard altijd al besluiten om meer te doen om publieke gezondheid en collectieve preventie in de volle breedte meer inhoud te geven. Beleidsmatig kader De GGD Rotterdam-Rijnmond (GGD-RR) voert een uniform pakket van basistaken uit voor het gehele werkgebied. Aan de gemeenschappelijke regeling GGD-RR nemen alle gemeenten in de regio Rijnmond deel: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, GoereeOverflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. De Wet publieke gezondheid (wet PG) is het kader waarbinnen de GGD-RR namens de gemeenschappelijke regeling de basistaken uitvoert voor de deelnemende gemeenten. Gemeenten kunnen verder bilateraal afspraken maken met de GGD-RR over de inkoop en uitvoering van zogenaamde (extra) plusproducten. In 2021 nemen opnieuw veertien gemeenten het WMO toezicht af als plusproduct. Daarnaast nemen nu twee gemeenten het product Nu Niet Zwanger af.
1
Bij de opstelling van de begroting 2019 zijn nieuwe afspraken gemaakt over de omvang van het pakket basisproducten dat de GGD-RR voor alle gemeenten uitvoert. De omvang van het basispakket wordt steeds voor vier jaar vastgesteld en geldt dus van 2019-2022. Daarbij is één kanttekening te maken: de stuurgroep van bestuurders heeft in 2019 aangegeven dat het beter zou zijn om eenmalig de looptijd met een jaar te verlengen of te verkorten om te voorkomen dat een vierjaarsperiode steeds samenvalt met de bestuurlijke wisselingen in het algemeen bestuur door de gemeenteraadsverkiezingen. Bij begroting 2023 zullen we daarom bekijken of we deze vierjarencyclus dan eenmaal een jaar willen verlengen om dit samenvallen te doorbreken. Daarnaast is de verwachting dat de begroting er vanaf 2023 anders uit komt te zien, als gevolg van landelijke en regionale heroriëntatie op de taken en positionering van de GGD. Uitkomst jaarverslag 2020 De begroting voor het basistakenpakket is een overeenkomst tussen de gemeenschappelijke regeling GGD-RR en de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling besteedt de uitvoering van de basistaken uit aan de gemeente Rotterdam. Dit geldt ook voor de bestuurlijke ondersteuning en het verzorgen van de financiële transacties. De GGD-RR legt over de bedrijfsvoering verantwoording af aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
De rekening van de gemeenschappelijke regeling is slechts een weergave van het geheel aan baten en lasten voor de regiotaken per gemeente en is onderdeel van de rekening van de gemeente Rotterdam. Voor de informatievoorziening naar het bestuur van de gemeenschappelijke regeling GGD-RR wordt een jaarverslag opgesteld met daarin een weergave van de gerealiseerde prestaties op de basistaken. Omdat de gemeenschappelijke regeling geen eigen jaarrekening kent, kan ze in die zin, in tegenstelling tot de gemeente Rotterdam, niet voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit is ook met de Provincie Zuid-Holland, als toezichthouder op gemeenschappelijke regelingen, afgestemd. Het jaarverslag 2020 zal in de vergadering van het algemeen bestuur van 15 april worden besproken en wordt daarna ter kennisname aan de raden gezonden conform wettelijke eisen. Omdat alle basistaken (behalve kinderopvanginspecties) “verzekeringsachtige taken” betreffen, vindt er geen nacalculatie plaats. Een gemeente wordt niet na afloop aangeslagen als er meer uitbraken zijn omdat deze verrekening niet plaatsvindt, de bijdrage is in die zin meer een “verzekeringspremie”.
Ook op de kinderopvanginspecties (gebaseerd op het aantal inspecties in een gemeente, iets dat vrij goed is te plannen en af te rekenen) vindt dit jaar, vanwege de bijzondere omstandigheden rond het coronavirus, geen verrekening plaats. Dit is in het algemeen bestuur van de GGD-RR in oktober 2020 zo besloten. Financieel kader begroting 2022 Bij de opstelling van de begroting 2019 zijn nieuwe afspraken gemaakt over de omvang van het pakket basisproducten dat de GGD-RR voor alle gemeenten uitvoert. De omvang van het basispakket wordt steeds voor vier jaar vastgesteld en geldt ook nu weer voor een periode van vier jaar, van 2019-2022. Aanpassingen in het basispakket vinden in principe alleen aan het begin van een nieuwe vierjaarsperiode plaats tenzij er zeer zwaarwegende of actuele redenen zijn om tussentijds een nieuw product op te nemen in het basistakenpakket of een tarief aan te passen. Dit lijkt op dit moment niet aan de orde. De komst van de COVID-19 pandemie in maart 2020 heeft er echter voor gezorgd dat het regionale en nationale krachtenveld rondom publieke gezondheid alsmede de rol van de GGD significant is veranderd, dat zal vanaf begroting 2023 grote invloed hebben op (de uitvoering van) de taken van de GGD.
2
Destijds is met de vierjarenbegrotingsopstelling (2019-2022) een inhoudelijk visietraject doorlopen. Op basis van de ontwikkelingen is toen inhoudelijk kritisch naar het productenpakket gekeken. Uit deze visie op de publieke gezondheidszorg kwamen de volgende trends naar voren: de vergrijzing door een toename van het aantal ouderen, het belang van preventie en de aanpak van gezondheidsachterstanden en gezondheidsverschillen en het toenemende accent op duurzaamheid en de weerslag daarvan in de omgevingswet. Specifiek zien we de laatste tijd ook de invloed van de toenemende globalisering en klimaatveranderingen. De corona uitbraak heeft laten zien dat het waakvlamniveau waarbij de GGD formatie op een minimaal niveau is ingericht, volkomen ontoereikend is bij de uitbraak van een pandemie. Niet alleen de bestrijding van infectieziekten, maar ook collectieve preventie vragen om meer inzet. Al deze ontwikkelingen hebben invloed op de uitvoering van de infectieziektebestrijding en het voorbereiden op en nemen van maatregelen in de sfeer van leefomgeving en gezondheid. De eerste begroting van het basistakenpakket is in lijn met de gemaakte afspraken voor een nieuwe vierjaarsperiode (2019-2022) opnieuw doorgerekend. Zowel op de tarieven als op de ureninzet is elk product herzien.
Ook bij nieuwe doorrekeningen van uurtarieven en ureninzet is het de GGD gelukt om de prijs van het vaste deel van het basistakenpakket ongewijzigd te houden (alle producten zonder kinderopvanginspecties). Als we de index van 1,9% (conform de gemeentesecretarissenbrief van alle gemeenten in Rijnmond) toepassen, komen we op een bedrag van € 5,59 voor 2022. De bedragen voor kinderopvanginspecties per gemeente zijn uiteindelijk afhankelijk van het aantal kinderopvanglocaties in een gemeente. Daarom maken we al per gemeente afspraken over de gewenste inkoop en is er geen standaard inwonerbijdrage per gemeente te bepalen voor dit product. Wat betreft de prijs voor kinderopvanginspecties (het variabele gedeelte van het basistakenpakket) wordt eveneens de indexatie voor 2022 van 1,9% toegepast. Als individuele gemeenten al in 2022 gebruik willen maken van extra ondersteuning voor invoering van de omgevingswet, moeten daar separate afspraken over gemaakt worden. Gezonde leefomgeving (en dus ook omgevingswet) is een belangrijke pijler van de volksgezondheid en collectieve preventie en zal in ieder geval in het nieuwe begrotingstraject voor 2023 en verder terugkomen. Dit geldt ook voor producten die samenhangen met het toegenomen belang van leefstijl, preventie en de groter wordende vraag naar regionale samenwerking zoals de samenwerking met verzekeraars.
Op nationale schaal leidt de toegenomen aandacht voor preventie dat tot discussies over de rol en positie van de GGD. Besprekingen hierover vinden momenteel al plaats aan landelijke tafels met de VNG en de koepelorganisatie GGDGHOR Nederland. De GGD-RR bereidt zich voor op de toekomst, waarbij zij interacteert op huidige landelijke en regionale ontwikkelingen. Op regionaal niveau is reeds een visietraject van start gegaan en wordt in de loop van 2021 een werkagenda voor de daaropvolgende jaren gepresenteerd. Naast de ervaringen en inzichten van de coronapandemie, gaat deze werkagenda in op actuele trends en beleidsontwikkelingen rondom: publieke gezondheidsrisico’s, gezonde leefstijl en preventie én gezonde leefomgeving. De wettelijke basistaken vormen het uitgangspunt en daarbij wordt bekeken wat de gewenste toekomstige taken voor de GGD zijn. Dit zal de komende tijd een belangrijk gespreksthema zijn in de samenwerking rond de GGD en het algemeen bestuur. De begroting 2022 zal op 15 april 2021 in de vergadering van het algemeen bestuur worden besproken en daarna, na vaststelling, verzonden worden naar alle raden van alle
3
deelnemende gemeenten. In de vergadering van het algemeen bestuur van donderdag 1 juli 2021 volgt dan de definitieve vaststelling van de begroting inclusief de zienswijzen van alle raden. Daarna zal uiterlijk 1 augustus, conform wettelijke eisen, de toezending aan Gedeputeerde Staten plaatsvinden.
4