Bijlage 2. Begroting 2026 DCMR
Tekst van het document
Begroting 2026
Auteur(s) Documentnummer Datum
: DCMR : DMS 22364724 : 20 maart 2025
Het algemeen bestuur van DCMR Milieudienst Rijnmond, Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur,
Gelet op artikel 28 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond
BESLUIT Vast te stellen de Begroting 2026.
Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 3 juli 2025,
De voorzitter,
De secretaris,
Dhr. M. Stolk
Mevr. R. M. Thé
Begroting 2025
Blad 2 van 23
Inhoud
Deel 1: Beleidsbegroting
5
1.
Beleidskader
5
2.
Financieel kader
10
2.1. Financieel kader 2.2. Uitgangspunten 3.
Milieubeheer 3.1. Wat willen wij bereiken? 3.2. Wat gaan wij daarvoor doen? 3.3. Wat mag het kosten?
4.
Bedrijfsvoering 4.1. Wat willen wij bereiken? 4.2. Wat gaan wij daarvoor doen? 4.3. Wat mag het kosten?
5.
Paragrafen 5.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 5.2. Financiële en beleidsindicatoren 5.3. Financiering
10 10 13 13 13 14 15 15 15 16 17 17 18 19
Deel 2: Financiële begroting
20
6.
Overzicht van baten en lasten
20
7.
Ontwikkeling financiële positie
22
Inleiding Voor u ligt de begroting voor 2026 van DCMR Milieudienst Rijnmond. De begroting beschrijft hoe DCMR in opdracht van onze participanten werkt aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Verder treft u de financiële kaders aan waarbinnen wij onze taken willen uitvoeren. DCMR verleent vergunningen en controleert of bedrijven de wet- en regelgeving naleven. Waar nodig nemen we handhavende maatregelen. Voor de bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen voeren we deze VTH-taken uit in zowel Zuid-Holland als Zeeland. Daarnaast adviseert DCMR bij ruimtelijke plannen, ondersteunen we bij beleidsontwikkeling, en monitoren en bewaken we de milieukwaliteit in de Rijnmond. Het beleidsmatige kader en de prioriteiten voor de uitvoering zijn vastgelegd in het Meerjarenprogramma (MJP) 2023-2026, dat door het algemeen bestuur is vastgesteld. Onze opdrachtgevers - provincies en gemeenten - staan voor grote opgaven. In de samenleving neemt de aandacht voor en zorg over de leefomgeving toe. Denk alleen al aan de bezorgdheid over de PFAS-problematiek en de vraag om een betere luchtkwaliteit. Daarnaast staat er binnen alle overheden een toenemende druk op de financiën. Voor DCMR betekent dit dat ook in 2026 in opdracht van het bestuur scherp wordt gestuurd op een efficiënte inzet van middelen.
Tegelijkertijd zal binnen de kaders van de begroting zo goed mogelijk worden ingespeeld op nieuwe opgaven en ontwikkelingen die op ons afkomen. Zoals landelijk is afgesproken voor alle 28 omgevingsdiensten beschikt ook DCMR met ingang van 2026 over een innovatieagenda en een innovatiebudget. Hiermee zijn wij in staat om nieuwe ontwikkelingen en opgaven beter op te pakken, zoals een versterking in de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), het beschermen van de gezondheid van bewoners en het verder ontwikkelen van DCMR als datagedreven organisatie via het programma Werken met data. Dat informatiegestuurd werken bevordert de effectiviteit van toezicht. Digitalisering van vergunningen zorgt ervoor dat daarin actuele voorschriften te vinden zijn. Ondersteuning door artificiële intelligentie maakt dat onze professionals effectiever hun werk kunnen doen. Verder doen we aan kennisontwikkeling met bijvoorbeeld het programma Waterkwaliteit en ontwikkelen we nieuwe werkwijzen zoals programmatisch toezicht. DCMR heeft meer dan 50 jaar ervaring met het oplossen van milieuproblemen in de bedrijvigste regio van Nederland. Graag zijn wij u ook in 2026 weer van dienst bij het werken aan een betere leefomgeving.
Rosita Thé, Directeur
Begroting 2026
Blad 4 van 23
Deel 1: Beleidsbegroting 1.
Beleidskader
In december 2022 heeft het algemeen bestuur het Meerjarenplan (MJP) 2023-2026 vastgesteld. Het doel van DCMR is het waarborgen van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. In 2026 wordt het MJP herijkt, waarbij DCMR omgevingsdiensten in Zuid-Holland, de Veiligheidsregio, het OM en de waterschappen, zal betrekken. Dit plan vormt de basis voor de koers van DCMR. Het MJP richt zich op de fysieke leefomgeving en omvat VTH- en adviestaken die aansluiten bij landelijke, provinciale en gemeentelijke opgaven en regelgeving. DCMR werkt samen met regionale partners en houdt rekening met verschillende ambities zoals verwoord in coalitieakkoorden en omgevingsplannen. DCMR werkt volgens de big8-gedachte, waarin de operationele cyclus verbonden is met strategisch beleid op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het MJP bevat de inhoudelijke focuspunten voor de VTH- en adviestaken. De focuspunten voor 2023-2026 zijn: • • • • • • • • • • • •
Procesveiligheid in de industrie Beperken gevolgen van incidenten Veilig opslaan en omgaan met gevaarlijke stoffen Ondermijning en milieucriminaliteit voorkomen Geurhinder voorkomen Geluidhinder voorkomen Verminderen van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en PFAS Verminderen van stikstof en fijnstof Voorkomen van schadelijke stoffen in de bodem Energiebesparing Energietransitie Circulaire economie
De wettelijke basis van de VTH-taken is de Omgevingswet die in 2024 in werking trad. De implementatie hiervan gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten en de provincies. De ervaringen worden onderling gedeeld en indien nodig wordt bestuurlijke aandacht gevraagd. Nieuwe ontwikkelingen Jaarlijks worden in het beleidskader van de begroting specifieke aandachtspunten en nieuwe ontwikkelingen voor het komende jaar aangegeven. In de begroting 2025 ging het bijvoorbeeld om verkenningen naar een gecoördineerde, programmatische aanpak in samenwerking met partners op het gebied van gezondheid, waterkwaliteit en potentieel zeer zorgwekkende stoffen en PFAS. Daarnaast werd gekeken naar de kansen en bedreigingen van AI voor DCMR. Informatiebeveiliging heeft hoge prioriteit en kennis en ervaring op het gebied van cybersecurity worden gedeeld met Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Vooruitkijkend naar 2026 zijn er wetgeving en landelijke beleidsontwikkelingen die van invloed zijn op de taakuitvoering van omgevingsdiensten. Voorbeelden hiervan zijn het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP), de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de implementatie van de vernieuwde Richtlijn industriële emissie. De komende jaren worden bovendien de opgaven complexer door de transitieperiode waarin het bedrijfsleven zich bevindt. Dit wordt beïnvloed door:
Economische omstandigheden: Veranderingen door conflictsituaties, epidemieën en klimaatdruk kunnen de kosten van grondstoffen verhogen en afzetmarkten veranderen. Dit heeft invloed op industriële sectoren. Maatschappelijke druk: De toenemende druk op ruimte voor wonen, werken en recreëren leidt tot meer kritische en minder tolerante omgevingen ten opzichte van vervuiling. Nieuwe milieuthema’s: Thema's zoals circulaire economie, energietransitie en gezondheidsvraagstukken worden steeds belangrijker. Dit stelt nieuwe eisen aan bedrijven en toezichthouders. Duidelijke wetgeving is daarbij niet steeds voorhanden en wordt daarom betwist. Innovatie: Bedrijven maken gebruik van nieuwe digitale technieken en genereren veel data. Dit vraagt om modernisering van toezichtinstrumenten. Krappe arbeidsmarkt: Zowel DCMR als het bedrijfsleven ervaren een tekort aan arbeidskrachten, wat de uitvoering van taken bemoeilijkt. Juridisering: Bedrijven vechten steeds vaker eisen en beslissingen aan, wat leidt tot meer juridische procedures. Grote dossiers als Chemours vragen onverminderd veel aandacht. Een en ander legt druk op de organisatie. Een gezonde, veilige en duurzame werkomgeving begint bij bewuste keuzes voor de mensen, processen en systemen. DCMR heeft aandacht voor welzijn, veiligheid en toekomstbestendigheid.
Gezondheid binnen DCMR richt zich op het fysiek, mentaal en sociaal welzijn van medewerkers en een gezonde werkomgeving. Veiligheid binnen DCMR beoogt sociale, fysieke en digitale bescherming van medewerkers, processen en systemen. Duurzaamheid binnen DCMR streeft naar toekomstbestendige keuzes en circulariteit in de organisatie. Vanaf 2026 zijn er belangrijke ontwikkelingen op het gebied van ICT, data en informatievoorziening. Zo zijn cybersecurity en digitale weerbaarheid in toenemende mate belangrijk om gegevens te beschermen en andere digitale risico's te verminderen. Ook wordt ingezet op technologische ontwikkelingen als Artificial Intelligence (AI), automatisering en digitalisering van werkprocessen, cloud computing en mogelijke inzet van drones en sensoren. Het gebruik van data om beslissingen te ondersteunen en processen te optimaliseren wordt steeds belangrijker. Hierbij is de verdere ontwikkeling van het dataplatform essentieel. Tot slot vereist een voortdurend veranderende omgeving dat DCMR naar de toekomst toe flexibel en efficiënter werkt. Nieuwe werkwijzen als 'agile' en 'lean' kunnen hierin ondersteunen. DCMR blijft inzetten op continue verbetering.
Milieu-inhoudelijke onderwerpen • NMP Het concept (NMP) Nationaal Milieubeleidsplan is het vervolg op het Nationaal Milieubeleidskader. Het concept NMP heeft als doel richting te geven aan het Nederlandse milieubeleid tot 2050. Het is in 2024 opgesteld en omvat vier strategische doelen: Vitale ecosystemen: Waarborgen van schone lucht, water en bodem; essentieel voor gezondheid en een duurzame economie. Dit vereist versterkte acties om de druk op ecosystemen te verminderen. Gezonde leefomgeving: Creëren van een omgeving met verwaarloosbare gezondheidsrisico's, waar het prettig is om te wonen, werken en recreëren. Dit impliceert ruimtelijke keuzes aangezien niet alle functies overal kunnen worden gerealiseerd. Duurzame economie: Bevorderen van een economie die voorziet in behoeften zonder onaanvaardbare milieudruk en uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Dit omvat de overgang naar
Begroting 2026
Blad 6 van 23
een circulaire economie en de ‘safe-by-design'-aanpak. Het NMP benadrukt samenwerking tussen overheidslagen en maatschappelijke partners. Omgevingsdiensten worden aangemoedigd hun expertise in te zetten bij de aanpak van de hoofdopgaven en bij te dragen aan de transitie naar een duurzame en gezonde leefomgeving. Doorvertaling van het NMP vindt na afstemming met de participanten en in samenwerking met partners en andere omgevingsdiensten plaats in het nieuw op te stellen Meerjarenprogramma (MJP) 2027-2030. • CSRD en CSDDD De CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) verplicht bedrijven om te rapporteren over duurzaamheidsprestaties waarbij de focus ligt op emissiereducties, biodiversiteitsbeheer en afvalbeheer. Dit gebeurt volgens de Europese Sustainability Reporting Standards (ESRS). Het rapporteren vergroot het toezichtskader en daarmee wordt handhaving effectiever. Transparante rapportages maken overtredingen sneller zichtbaar en bieden waardevolle inzichten in de milieuprestaties, wat helpt bij het maken van risico-inschattingen. Bij nieuwe vergunningaanvragen kunnen op basis van deze rapportages strengere eisen worden gesteld aan milieuvriendelijke maatregelen.
De CSDDD (Corporate Sustainability Due Diligence Directive) is een Europese richtlijn die bedrijven verplicht om negatieve effecten op mensenrechten en het milieu binnen hun volledige waardeketen te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Bedrijven moeten hun stakeholders raadplegen over hun prestaties en vragen daarbij om een oordeel van de omgevingsdiensten (OD) over welke onderdelen van belang zijn voor deze rapportage. De vraag is wel welke rol en betekenis een dergelijk oordeel kan hebben. Implementatie IBP en aanbevelingen Het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH) werd eind september 2024 afgerond. De omgevingsdiensten zetten de voorbereiding en implementatie voort, met als doel de kwaliteit van de fysieke leefomgeving merkbaar te verbeteren en milieuschade te verminderen. Het programma omvat zes pijlers: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering; 2, Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; 3. Informatievoorziening; 4. Kennisinfrastructuur; 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht.
In 2023 zijn afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat omgevingsdiensten per 1 april 2026 voldoen aan de robuustheidscriteria en bijbehorende kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Alle omgevingsdiensten hebben een zelftoetsing uitgevoerd. Het algemeen bestuur heeft in 2024 ingestemd met een plan van aanpak. Hierin zijn drie acties opgenomen die in 2024-2026 worden uitgevoerd: mandatering, innovatieprogramma en opleidingsbudget. Omgevingsdiensten hebben elk 2,5 ton rijkssubsidie ontvangen om per 2026 aan de robuustheidscriteria te voldoen. •
Innovatieagenda en -budget
Vanuit de robuustheidscriteria van het IBP moet DCMR per 2026 beschikken over een innovatieagenda en een structureel innovatiebudget van 1% van de begroting. In de begroting 2026 is een budget van 1% (€ 9,5 ton) opgenomen dat besteed wordt aan de volgende nieuwe ontwikkelingen en opgaven: - ZZS. Vanwege de risico’s van zeer zorgwekkende stoffen voor de gezondheid verkent DCMR hoe versnelling, verbinding en meer coördinatie van de aanpak van ZZS kan plaatsvinden. Het doel is emissies te minimaliseren, onder meer via bedrijfsprocessen, afvalverwerking en blus-
schuim. In dit programma werkt DCMR nauw samen met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Ook in landelijk verband vindt samenwerking plaats met onder andere het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het RIVM. - Gezondheid. Zowel de Onderzoeksraad voor Veiligheid als de Inspectie Leefomgeving en Transport wijzen op de noodzaak om de gezondheid van omwonenden van industrie beter te waarborgen. Met een programmatische aanpak wil DCMR de aandacht voor gezondheid in de uitvoering van VTH- en adviestaken versterken. Hierin trekt DCMR nadrukkelijk samen met de GGD op. - Werken met data. Het werken met objectieve informatie uit data - in combinatie met kennis uit de organisatie - helpt om het werk gerichter, effectiever, efficiënter en transparanter te kunnen doen. De afgelopen jaren heeft DCMR geïnvesteerd in benodigde randvoorwaarden zoals databeheer, -infrastructuur en samenwerking. Het programma rond data werkt aan het versterken van de regie, versnellen van initiatieven en het blijven investeren in randvoorwaarden. - Artificial Intelligence. DCMR gaat concrete toepassingen van AI in gebruik nemen. DCMR begint met twee casussen om ervaring op te doen in het ontwikkelen en implementeren van AItoepassingen. Met die opgedane kennis bepaalt DCMR vervolgstappen voor het ontwikkelen, gebruiken en beheren van AI.
Behalve deze vier nieuwe programma’s zal het innovatiebudget ook deels worden ingezet voor het voortzetten van innovaties op het gebied van circulaire economie en energietransitie. Het meerjarige programma voor deze onderwerpen is eind 2025 afgerond, maar nieuwe, recente ontwikkelingen (zoals kleine kernreactoren, SMR) vragen om blijvende aandacht. De Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hebben afgesproken om hun samenwerking te versterken, ook op het gebied van innovatie. Elke omgevingsdienst voert nu innovatieve projecten en programma’s uit. Hierbij wordt in het kader van doorontwikkeling steeds intensiever samengewerkt. Vanuit de opgedane ervaringen zullen de vijf diensten de komende tijd toegroeien naar een gezamenlijke innovatieagenda. De IBP-implementatie omvat verder aspecten zoals de handreiking regionale beleidscyclus en verbeterpunten uit de visitatie van DCMR door de overkoepelende vereniging Omgevingsdient NL. Op landelijk niveau is er nog geen duidelijkheid over de financiering van de implementatie van overige onderdelen uit het IBP-traject. Herijking van het MJP De verkenningen van de programma's waterkwaliteit, ZZS en gezondheid worden - na afstemming met de participanten en in samenwerking met partners en andere omgevingsdiensten opgenomen in het nieuw op te stellen Meerjarenprogramma (MJP) 2027-2030.
Onderwerpen die hierin ook een plek krijgen zijn de verplichte financiële zekerheidstelling en de eisen die de in 2024 herziene Richtlijn Industriële Emissies stelt. De aanbevelingen uit het IBP over het versterken van de milieubeleidscyclus worden bij het opstellen van het nieuwe MJP meegenomen. Financiële zekerheid in omgevingsvergunningen Sinds 1 januari 2024 verplicht de Omgevingswet om voor complexe provinciale bedrijven financiële zekerheid vast te leggen in omgevingsvergunningen. Daarnaast kan dit, mits gemotiveerd, voor afvalbedrijven. Dit vereist een gestructureerde aanpak die rekening houdt met risico's en capaciteit binnen DCMR. In 2024 en 2025 is voor een beperkt aantal bedrijven financiele zekerheid geborgd in de vergunning. Een eerste stap in de vervolgfase is het uitvoeren van een financiële scan om de solvabiliteit van bedrijven te beoordelen. DCMR gaat risicogestuurd, op basis van vastgestelde criteria, te
Begroting 2026
Blad 8 van 23
werk. Een trainingsprogramma van OD.nl zet DCMR in om extra vergunningverleners op te leiden in het beoordelen van financiële zekerheid. De priomatrix prioriteert de projecten om binnen een programmaperiode van 4-6 jaar financiële zekerheid te implementeren. Vernieuwde richtlijn industriële emissies (Rie) De Richtlijn industriële emissies en veehouderijen (Rie) is in de zomer van 2024 vernieuwd. De Rie stelt regels aan industrie en veehouderijen die een grote bijdrage leveren aan de milieuverontreiniging in de Europese Unie. Met als doel: een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het gehele milieu. De herziening stelt strengere emissiegrenswaarden en stimuleert innovaties, onder andere door flexibelere vergunningsprocedures. De herziene richtlijn verplicht bedrijven om een milieubeheerssysteem op te stellen voor hun installaties. Dit moet uiterlijk op 1 juli 2026 gebeuren. Het systeem moet aan een externe audit worden onderworpen. Er komt een verplichting voor bedrijven om een transformatieplan op te stellen. Dit plan laat zien hoe de exploitant zijn installaties vanaf 2030 tot 2050 zal verduurzamen naar circulair en klimaatneutraal. De EU-lidstaten hebben tot 1 juli 2026 de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. DCMR anticipeert op deze wijziging om tijdig vergunningen en toezichtstrategieën aan te passen.
2.
Financieel kader
Dit hoofdstuk geeft weer binnen welk financieel kader de beleidsinzet uit het vorige hoofdstuk wordt uitgevoerd. Financiële ontwikkelingen Door toenemende kosten en opgaven staat er grote druk op de financiering van gemeentelijke en provinciale taken. Dit geldt eveneens voor de taken die bij samenwerkingsverbanden zijn ondergebracht. Op verzoek van de colleges van B&W hebben de gemeenschappelijke regelingen in 2024 in beeld gebracht welke mogelijkheden er zijn voor bezuiniging. In het algemeen bestuur van DCMR is besloten om met een scherpe sturing op de kosten de stijging van de tarieven te beperken. In 2025 stijgen de tarieven 3% minder dan de gemeentelijke budgetindexering, waardoor een 3% efficiencyslag wordt gemaakt. Ook in de tariefstelling van 2024 is reeds door scherpe tariefstelling 3,2% efficiencywinst gerealiseerd. Daarnaast heeft het bestuur besloten tot een inspanningsverplichting van 2% kostenverlaging in de overhead.
2.1. Financieel kader In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in meerjarige financiële kaders van participanten: Tabel 1 – Meerjarenraming 2026 tot en met 2029 Meerjarenraming
Kader 2026
Kader 2027
Kader 2028
Kader 2029
Gemeente Albrandswaard
€
587.858
€
587.858
€
587.858
€
587.858
Gemeente Barendrecht
€
969.690
€
969.690
€
969.690
€
969.690
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
777.882
€
777.882
€
777.882
€
777.882
Gemeente Goeree-Overflakkee
€
2.435.045
€
2.435.045
€
2.435.045
€
2.435.045
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
719.511
€
719.511
€
719.511
€
719.511
Gemeente Lansingerland
€
2.173.306
€
2.173.306
€
2.173.306
€
2.173.306
Gemeente Maassluis
€
664.248
€
664.248
€
664.248
€
664.248
Gemeente Nissewaard
€
1.448.222
€
1.448.222
€
1.448.222
€
1.448.222
Gemeente Ridderkerk
€
1.329.380
€
1.329.380
€
1.329.380
€
1.329.380
Gemeente Schiedam
€
1.814.785
€
1.814.785
€
1.814.785
€
1.814.785
Gemeente Vlaardingen
€
2.416.124
€
2.416.124
€
2.416.124
€
2.416.124
Gemeente Voorne aan Zee
€
2.318.465
€
2.318.465
€
2.318.465
€
2.318.465
Gemeente Rotterdam
€
26.051.157
€
26.051.157
€
26.051.157
€
26.051.157
Provincie Zuid-Holland
€
34.109.657
€
34.109.657
€
34.109.657
€
34.109.657
Provincie Zeeland
€
5.224.232
€
5.224.232
€
5.224.232
€
5.224.232
Projecten
€
12.600.162
€
12.600.162
€
12.600.162
€
12.600.162
Totaal participanten
€
95.639.725
€
95.639.725
€
95.639.725
€
95.639.725
2.2. Uitgangspunten De voorliggende begroting heeft betrekking op 2026. In de indexeringsbrief van gemeenten (zie punt 2) wordt naast de indexatie verwezen naar de financiële perspectieven vanaf 2025. Vanaf
Begroting 2026
Blad 10 van 23
2025 is er sprake van toenemende onzekerheden in overheidsfinanciën (waaronder ontwikkelingen in het gemeente- en provinciefonds). Zoals aangegeven in de indexeringsbrief vindt hierover op regionaal niveau overleg plaats tussen gemeenten en de diverse gemeenschappelijke regelingen. Tijdig bewustzijn en dialoog is van belang. Daarbij moet rekening worden gehouden met financiële kaders, de veranderende opgaven en het belang van financiële soliditeit van overheidsorganisaties. DCMR zal hierin samen optrekken met haar stakeholders.
In het algemeen bestuur van DCMR is eind 2024 besloten om met een scherpe sturing op de kosten de stijging van de tarieven te beperken. In 2025 stijgen de tarieven 3% minder dan de gemeentelijke budgetindexering, waardoor een 3% efficiencyslag wordt gemaakt. Ook in de tariefstelling van 2024 is reeds door scherpe tariefstelling 3,2% efficiencywinst gerealiseerd. Daarnaast heeft het bestuur besloten tot een inspanningsverplichting van 2% kostenverlaging in de overhead.
1. De begroting is opgezet conform de financiële regelgeving BBV. Een onderdeel daarvan is een meerjarenraming. De ontwikkeling van de bijdragen van participanten in de meerjarenraming kent onzekerheden, onder andere door de algemene dynamiek in de overheidsfinanciën. Voor de meerjarige kaders voor DCMR zijn de jaarlijkse indexering en de waarborgen binnen de gemeenschappelijke regeling relevant. In de begroting worden voor het meerjarige kader de bijdragen van het komende begrotingsjaar aangehouden, omdat toekomstige indexeringen nog onbekend zijn. 2. Voor het structurele financiële kader van de gemeenten wordt rekening gehouden met een indexering van +5,2% op de werkplanbijdragen in overeenstemming met de Indexeringsbrief Gemeenten. Met ingang van dit jaar is de indexeringsbrief opgesteld in opdracht van het regionale overleg van wethouders van Financiën. Dit overleg bepaalt jaarlijks de hoogte van het indexeringspercentage. De basisindex 2026 bedraagt: 2,2% en de correctie voorgaande jaren 3,0%. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. 3. Voor het structurele financiële kader van de provincie Zuid-Holland wordt rekening gehouden met een indexering van +2,1% op de werkplanbijdragen in overeenstemming met de Indexeringsbrief Provincie Zuid-Holland.
Deze gewogen indexering is als volgt opgebouwd: ⅓ materiële overheidsconsumptie (2,6% - cpi) en ⅔ prijs overheidsconsumptie: beloning medewerkers (1,8% - PO: bm) vanuit cMEV. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. 4. DCMR hanteert als uitgangspunt voor de indexering van de provincie Zeeland dezelfde indexering als de gemeenten zoals beschreven in punt 2. 5. Cao-ontwikkeling in 2026. Voor een kostendekkende begroting en bedrijfsvoering is de ontwikkeling van de loonkosten relevant, vooral omdat de loonkosten het grootste deel van de DCMR-begroting vormen. IPO is verantwoordelijk voor de cao. De huidige cao loopt tot 30 juni 2025. De gesprekken voor een nieuwe cao moeten nog worden opgestart. DCMR zal in lijn met provincie Zuid-Holland de laatste indexprijs overheidsconsumptie, beloning werknemers CPB gebruiken als cao-indexatie. Omdat de laatste indexatie voor het vaststellen van de begroting 2026 in maart 2025 is, kan nu niet exact worden aangegeven wat de caoindexatie voor 2025 zal zijn. Bij het vaststellen van de tarieven voor 2026 (in het DB van 10 april 2025 en AB van 3 juli 2025) zullen de meest recente inzichten worden gebruikt, waaronder de maartramingen van het CPB.
Gelet op deze onzekerheden zal in het najaar van 2025 de kostendekkendheid van de tarieven 2026 opnieuw worden bezien vanuit de dan beschikbare informatie van het CPB en eventuele cao-ontwikkelingen. Eventuele aanpassingen zullen dan in het DB worden besproken. 6. DCMR streeft continu naar een zo efficiënt mogelijk ingerichte bedrijfsvoering. Enkele speerpunten zijn digitalisering en datagedreven werken, transparantie, duurzaam inkopen, beheersing van de kosten externe inhuur voor ondersteunende taken. In het HR-beleid kiest DCMR voor een strategisch personeelsbeleid en streeft naar een inclusieve organisatie met het creëren van participatiebanen en stageplekken. 7. DCMR ziet de noodzaak om de bedrijfsvoering te blijven moderniseren. In het AB van december 2019 is besloten om hiervoor jaarlijks € 1.000k in te passen in de exploitatiebegroting. De verwachting is dat na afronding van enkele grote ICT-trajecten de komende jaren een lagere inzet voor bedrijfsvoeringsprojecten nodig zal zijn. Daarom wordt in de begroting 2026 voorgesteld de dotatie te verlagen tot € 500k. Op basis van actueel inzicht wordt jaarlijks de onttrekking begroot. De begrote onttrekking en de gerealiseerde onttrekking wordt aan het bestuur voorgelegd. 8. In 2026 wordt een innovatiebudget gevormd in lijn met het interbestuurlijk programma robuustheidscriterium.
DCMR dient te beschikken over een innovatieagenda en een structureel innovatiebudget van 1% van de begroting. Het innovatiebudget voor 2026 zal op basis van de 1% criteria een omvang hebben van ongeveer € 950k. Deels zal dit worden gevormd uit de herschikking die ontstaat door de dotatie aan de bestemmingsreserve modernisering bedrijfsvoering met € 500k te verlagen (zie punt 7).
Begroting 2026
Blad 12 van 23
3.
Milieubeheer
DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin al haar primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden binnen het programma Milieubeheer centraal staan.
3.1. Wat willen wij bereiken? In hoofdstuk 2 is het DCMR-beleidskader beschreven. Hierin staat wat DCMR uiteindelijk wil bereiken. De exacte uitwerking daarvan wordt, binnen de kaders van de werkplannen, vertaald in een uitvoeringsprogramma volgens de hoofdlijnen die in de volgende paragraaf worden beschreven.
3.2. Wat gaan wij daarvoor doen? DCMR is een omgevingsdienst op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en advies en monitoring. DCMR is te karakteriseren als een uitvoeringsorganisatie, die handelt in opdracht van en voor haar financiers (participanten en externen). DCMR heeft drie hoofdtaken: Vergunningverlening DCMR maakt producten op basis van onder andere de Omgevingswet. De omgevingsvergunningen voor bedrijven, die in opdracht van gemeenten en provincies worden opgesteld, zijn daar een voorbeeld van. In de vergunningen legt DCMR vast aan welke eisen een bedrijf moet voldoen, bijvoorbeeld het minimaliseren van de uitstoot van stoffen in de lucht, het voorkomen van geluidshinder en het waarborgen van de veiligheid. DCMR verleent vergunningen voor nieuwe activiteiten en voor activiteiten die worden veranderd. Ook voert DCMR de zogenaamde BRIKS-taken uit. Het gaat daarbij om de samenhang tussen omgevingsvergunningen voor bouw, reclame, inritten, kappen en slopen. Toezicht en handhaving DCMR houdt toezicht op de bedrijven in de Rijnmondregio en op de hoog-risicobedrijven in de provincies Zuid-Holland en Zeeland. DCMR onderzoekt overlast, brengt risico’s in kaart en voert bedrijfscontroles uit. De meldkamer van DCMR, die 24 uur per dag bereikbaar is, ontvangt meldingen van bewoners en bedrijven en bepaalt welke vervolgactie nodig is.
Inspecties organiseert DCMR zowel branche- als gebiedsgericht. DCMR onderzoekt dan de fysieke installaties en voorzieningen van bedrijven, maar ook de veiligheidscultuur en de systemen voor milieuzorg. Inspecties vinden zowel aangekondigd als onaangekondigd plaats. DCMR handhaaft bij overtredingen, zowel straf- als bestuursrechtelijk. Er worden verschillende instrumenten ingezet om naleving te realiseren. Toezicht en handhaving worden risicogestuurd en datagedreven aangepakt. Het doel van toezicht en handhaving is om maximaal bij te dragen aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Dat doet DCMR door te zorgen dat bedrijven regels en vergunningen naleven, door schadelijk gedrag door bedrijven te bestraffen en gewenst gedrag te stimuleren. Om dat te bereiken, maakt DCMR steeds meer gebruik van gedragswetenschappelijke inzichten, inzicht in keteneffecten, monitoring op afstand en snelle analyse van grote hoeveelheden data. Datagedreven werken in het toezicht zorgt ervoor dat we een beter beeld hebben waar de risico’s zijn. Daardoor kan DCMR zijn interventies inzetten waar die het meest nodig zijn.
Advies en monitoring DCMR geeft advies aan gemeenten en provincies over beleid en ruimtelijke planprocessen. Hierin blijft de uitdaging om duurzame ontwikkeling te realiseren en de omgevingskwaliteit te verbeteren. Dit met oog voor de balans tussen milieu, ruimte en economie. In de ontwikkeling van de adviestaken van DCMR wordt nadrukkelijk aangesloten op de maatschappelijke opgaven van de opdrachtgevende gemeenten en provincies. DCMR draagt bij aan omgevingsplannen en -visies en adviseert over de transitie naar een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Daarvoor zet ze de eigen expertise en ervaring in vanuit de (milieu)thema’s bodem, lucht, geluid, energie, omgevingsveiligheid, afval, afvalwater en lichthinder. Met behulp van metingen en monitoring van diverse milieuthema’s (onder meer via het geaccrediteerde luchtmeetnet) volgt DCMR de ontwikkelingen in de kwaliteit van de leefomgeving. Die informatie wordt onder andere gepubliceerd op de Staat van Rijnmond.
3.3. Wat mag het kosten? De financiële omvang van het programma Milieubeheer is bepaald aan de hand van het jaarverslag 2024, de gewijzigde begroting 2025, voortschrijdend inzicht en het financieel kader 2026. Het programma Milieubeheer wordt enerzijds ingevuld vanuit de werkplannen en werkplanprojecten van de participanten en anderzijds door additionele projecten die door participanten en niet-participanten worden gefinancierd. Tabel 2 Programma Milieubeheer (x € 1.000)
Begroting 2026
Primaire Begroting 2025
1e wijziging Begroting 2025
Jaarverslag 2024
Taakveld: milieubeheer - Baten €
66.500 €
62.427 €
62.490
€
57.358
- Lasten €
66.500 €
62.527 €
62.490
€
57.480
-
-100
-
€
-122
Resultaat programma Milieubeheer
€
€
€
De begroting is een indicatie voor de omvang van het programma. Tijdens de werkplanbesprekingen worden concrete afspraken gemaakt over de invulling en financiële omvang.
Begroting 2026
Blad 14 van 23
4.
Bedrijfsvoering
DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer. Het programma Bedrijfsvoering ondersteunt en is onderdeel van het primaire proces. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2026 binnen het programma Bedrijfsvoering centraal staan.
4.1. Wat willen wij bereiken? Bedrijfsvoering is zowel ondersteunend als sturend richting de organisatie. De doelstelling van bedrijfsvoering is om efficiënt en effectief bij te dragen aan het bereiken van de organisatiedoelstellingen. In het beleidskader is een aantal nieuwe ontwikkelingen geschetst zoals het uitwerken van de gezonde, veilige en duurzame werkomgeving, implementeren van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ICT, data en informatievoorziening, doorontwikkelen Artificial Intelligence, implementatie IBP-producten. Onder paragraaf 4.2 wordt een aantal andere grote doelen beschreven waaraan bedrijfsvoering gaat werken. De exacte uitwerking van de plannen wordt binnen de geldende kaders opgesteld in samenspraak met het programma Milieubeheer.
4.2. Wat gaan wij daarvoor doen? Duurzaamheid in bedrijfsvoering Als omgevingsdienst hecht DCMR veel belang aan duurzaamheid in de eigen bedrijfsvoering en in de contacten met externe organisaties. DCMR vindt het belangrijk dat in inhuur- en offertetrajecten de inschrijvers in hun bedrijfsvoering rekening houden met maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu. DCMR telt daarom bij het inkopen van producten en diensten zoveel mogelijk duurzaamheidsaspecten als onderdeel van de kwaliteit van het in te kopen product of dienst mee. Dit is een van de aspecten van het verder uitwerken van de gezonde, veilige en duurzame werkomgeving. Het doorontwikkelen en borgen van het dienstverleningsmodel Dit jaar wordt een nieuw ‘enterprise service managementsysteem’ (ESM) uitgerold voor het verbeteren en managen van de interne dienstverlening. Voor medewerkers van DCMR komt één portaal beschikbaar waarin de producten en diensten van bedrijfsvoering worden aangeboden en waar medewerkers op een centrale plek vragen kunnen stellen (één ingangsprincipe en selfserviceconcept). Medewerkers worden actief betrokken om de dienstverlening te kunnen afstemmen op de wensen en behoeften in de organisatie. Met het ESM-systeem kan vervolgens gemonitord worden waar veel vraag naar is en hoe goed (conform afspraak) we daarin voorzien.
Dit is het fundament waarmee de dienstverlening steeds verder geoptimaliseerd kan worden. Artificial Intelligence In 2025 worden twee AI-oplossingen uitgewerkt en geïmplementeerd. In 2026 zal AI op basis van de lering uit 2025 verder worden doorontwikkeld.
Het continu versterken van zichtbaarheid DCMR DCMR heeft haar visie op communicatie beschreven in de communicatiestrategie. Vanuit dit fundament zijn in 2025 implementatieplannen opgesteld voor externe, intern, online én visuele communicatie. In 2025 – 2028 zet DCMR verder in op het intern en extern uitdragen van de missie van DCMR; een gezonde, veilige en duurzame werk- en leefomgeving. De missie van DCMR is de kapstok voor alle communicatie. DCMR richt zich hierbij op vijf communicatiegebieden; intern, samenwerkingspartners, publiek, bedrijven en arbeidsmarkt. Dit
doet DCMR door een gerichte benadering van deze groepen met passende content. De communicatie is inclusief, toegankelijk en pro-actief. De deskundigheid en expertise van DCMR staan centraal. Zo positioneert DCMR zich als autoriteit en onderstreept DCMR het belang van zijn werk in de regio en die van omgevingsdiensten in het algemeen. Blijven inzetten op vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling Voor een kennis- en expertisedienst als DCMR zijn medewerkers de spil en de kracht van de organisatie. Daarom blijft DCMR volop investeren in de (kennis)ontwikkeling van medewerkers. In 2025 is hard gewerkt aan de ontwikkeling van een visie en strategie op uiteenlopende thema’s: de organisatiestrategie, de HR-strategie, de visie op diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid, het vernieuwde werving- en selectiebeleid en de vernieuwde visie op leiderschap. In 2026 worden die ideeën verder geïmplementeerd en geborgd in de organisatie. Hierbij blijft belangrijk dat de verantwoordelijkheden worden belegd daar waar de kennis het grootst is. Dat vraagt vertrouwen geven van leidinggevenden en verantwoordelijkheid nemen van medewerkers. Daarnaast ligt de focus op het ontwikkelen van de medewerkers door het vergroten van kennis en kunde. Dit gebeurt door middel van (online) trainingen, workshops en intervisie.
Voor onder andere de kwaliteitscriteria VTH werkt DCMR nauw samen met de Omgevingsdienst NL-academie en het A&O-fonds Provincies. Het investeren in de ontwikkeling van de medewerkers en organisatie is een belangrijke voorwaarde om als omgevingsdienst robuust te zijn en te blijven. DCMR zorgt ervoor dat medewerkers duurzaam en vitaal bij DCMR werken. In 2026 geeft DCMR daar invulling aan door de uitkomsten van de RI&E te vertalen in een plan van aanpak en dat PvA uit te voeren. Daarnaast onderzoekt DCMR verbetermogelijkheden voor loopbaanontwikkeling en interne doorgroeimogelijkheden. DCMR streeft ernaar om mensen met arbeidsbeperkingen en met een afstand op de arbeidsmarkt op te nemen. Het zijn van een aantrekkelijke werkgever in een organisatie waarin iedereen zichzelf kan zijn en waar ruimte is voor ontwikkeling en voor werkgeluk zijn belangrijke speerpunten voor DCMR. Hiertoe is in 2025 een nieuw werkconcept ontwikkeld dat in 2026 verder zal worden geïmplementeerd.
4.3. Wat mag het kosten? Onderstaande tabel maakt de geraamde lasten en baten zijn voor het programma bedrijfsvoering inzichtelijk. Tabel 3: Programma Bedrijfsvoering (x € 1.000)
Begroting 2026
1e wijziging Begroting 2025
Begroting 2025
Jaarverslag 2024
Taakveld: ondersteuning organisatie - Baten €
29.140
€
29.136
€
29.575
€
30.544
- Lasten €
29.840
€
29.673
€
31.782
€
28.297
€
-
€
375
€
1.085
€
585
€
-107
€
-
€
-
- Overige dekkingsmiddelen €
700
€
263
€
914
€
-
€
-
€
-
€
100
- Onttrekkingen en dotaties BR - Post onvoorzien - Saldo financieringsfunctie
- Vennootschapsbelasting Resultaat programma Bedrijfsvoering
Begroting 2026
€
€
1.122
0
€
-
€
3.639
Blad 16 van 23
5.
Paragrafen
Dit hoofdstuk bevat een aantal paragrafen, dat op grond van het BBV wordt opgenomen.
5.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen ratio geeft aan in welke mate DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het algemeen bestuur heeft een bandbreedte voor deze ratio vastgesteld van 1,0 < x < 1,4. Beschikbare weerstandscapaciteit De optelling van de algemene reserve, het vrij besteedbare deel van de bestemmingsreserves en de post onvoorzien vormen samen de beschikbare weerstandscapaciteit. Tabel 4: weerstandvermogen
Weerstandvermogen (x€ 1.000)
ultimo 2026
Algemene Reserve Mutatie Algemene Reserves Post onvoorzien Vrij besteedbaar deel bestemmingsreserve
€ 5.166 €0 €0 €0
Totaal
€ 5.166
Benodigde weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. DCMR heeft afgesproken om de ratio tussen 1,0 < x < 1,4 te houden. De risicomanagementcyclus is de basis voor het berekenen van het benodigde weerstandsvermogen. Alle risico’s geclassificeerd als ‘Zeer Hoog’ en ‘Hoog’ met een financieel effect worden meegenomen inclusief een opslag van 20%.
Risico ‘Informatiebeveiliging’ - € 1mln Het risico op een informatiebeveiligingsincident is gegroeid. Nederland wordt regelmatiger aangevallen, er is een toename van ongewenste buitenlandse inmenging (statelijke dreiging), ondermijning, cybercrime en spionage, DCMR wordt dagelijks tientallen keren digitaal aangevallen, er staan meer applicaties in 'the cloud' en het wordt voor medewerkers steeds moeilijker om onjuiste e-mails, verzoeken en dergelijke van echt te onderscheiden (aanleiding). Dit alles kan leiden tot het mogelijk geheel/gedeeltelijk stil komen te liggen van de dienstverlening en bedrijfsvoering. Dat kan weer leiden tot fouten in de dienstverlening en/of het vallen van vertrouwelijke informatie in verkeerde handen (impact). Hierdoor kunnen belangen van burgers en bedrijven mogelijk worden geschaad, DCMR kan data verliezen of data kan encrypted worden (gevolg). De omvang van dit risico is bepaald op basis van kansinschatting en mogelijke kosten. Hierbij kan gedacht worden aan externe onderzoeken, herstel van systeemlandschap, kosten die doorlopen zonder omzet etc.
Risico ‘Onvoldoende personeel op het benodigde competentieniveau’ - €0.5mln DCMR kan goed nieuwe medewerkers aan zich binden, maar het werven van specialistische en seniore functies zoals bijvoorbeeld senior vergunningverleners is moeilijk. Dit is zowel een kwalitatief als kwantitatief probleem. Dit tekort kan ook niet altijd meer opgevangen worden door externe inhuur (aanleiding). Daardoor is mogelijk de kwaliteit van de dienstverlening/producten lager, is er een kans op het ontstaan van kennistekort en/of een onjuist niveau van arbeidsproductiviteit (impact). Hierdoor is DCMR mogelijk minder in staat om de noodzakelijke
resultaatverplichtingen na te komen, wat langere doorlooptijden tot gevolg heeft en/of stagnatie op de benodigde ontwikkelingen om toekomstbestendig te zijn op de kerntaken (gevolg).
Onzekerheid ‘Onzekerheid cao-uitkomst’ De cao heeft een looptijd tot juli 2025. Hiermee ontstaat een onzekerheid. In het algemeen bestuur van december 2024 is besloten om naast de bovenstaande risico’s €0.5mln aan de algemene reserve toe te voegen voor de onzekerheid betreffende de uitkomst van de cao. Hierop zal geen 20% opslag worden berekend. In het algemeen bestuur van december 2025 zal een besluit worden genomen over de inzet van deze voorziening voor deze onzekerheid. Het benodigde weerstandsvermogen = (€ 1mln + € 0,5mln) * 1.2 = € 1.8mln + € 0,5mln = € 2,3mln. Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen ratio (beschikbare weerstandsvermogen / benodigde weerstandsvermogen) is 1,1. Hierbij is al rekening gehouden met het besluit bestemmen resultaat 2024. 5.2. Financiële en beleidsindicatoren Tabel 5 : financiële indicatoren Financiële kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Jaarverslag 2024 -7,7% 45,1% 9,1%
Begroting 2025 -3,0% 14,0% -0,6%
Begroting 2026 -6,6% 26,7% 0,4%
Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van DCMR ten opzichte van het eigen vermogen en geeft een indicatie van de druk van rentelast en aflossingen op de exploitatie. Een schatting waarbij de schuldquote in de begroting 2026 ten opzichte van jaarverslag 2024 en begroting 2025 iets is gedaald. Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin DCMR in staat is aan haar schulden te voldoen. De verwachting is dat de omvang van het eigen vermogen ten opzichte van jaarverslag 2024 zal dalen doordat de omvang van de bestemmingsreserve maatschappelijke duurzaamheidopgaven afneemt. De beschikbare weerstandscapaciteit valt binnen de bandbreedte van de benodigde weerstandscapaciteit. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De verwachting voor 2026 is dat de structurele lasten lager zullen zijn dan de structurele baten wat leidt tot een positief incidenteel resultaat.
Begroting 2026
Blad 18 van 23
Beleidsindicatoren Tabel 6: beleidsindicatoren Beleidsindicatoren Formatie (FTE per 1.000 inwoners) Bezetting (FTE per 1.000 inwoners) Apparaatskosten per inwoner Externe inhuur Overhead
Jaarverslag 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 0,17 0,17 0,17 0,16 0,15 0,16 € 20,96 € 22,44 € 23,50 11,7% 11,3% 10,2% 32,8% 32,0% 30,3%
In bovenstaande tabel is ter informatie de ontwikkeling van de voor gemeenten en provincies verplichte beleidsindicatoren uit het taakveld bestuur en ondersteuning opgenomen. Aangezien het werkveld van DCMR geen directe relatie heeft met de omvang van inwoneraantal van de provincie Zuid-Holland hebben deze indicatoren een beperktere toegevoegde waarde. Externe inhuur Voor 2026 is de verwachting dat formatie voor een groter gedeelte intern wordt ingevuld. Hierdoor neemt het percentage externe inhuur verder af. 5.3. Financiering De financieringsparagraaf vloeit voort uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). Voor DCMR is deze regelgeving vertaald in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde treasury statuut. De wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) schrijft voor dat de kasgeldlimiet maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (primair) mag zijn. DCMR zal ernaar streven om hieraan te voldoen.
Deel 2: Financiële begroting 6.
Overzicht van baten en lasten
In onderstaande tabel wordt een gespecificeerd inzicht gegeven in de ontwikkeling van de baten en lasten van DCMR voor begroting 2026 en de meerjarenraming. Tabel 7: Lasten en Baten
2.026
2.027
2.028
2.029
Brutosalarissen
46.627.040
46.627.040
46.627.040
46.627.040
IKB
10.615.826
10.615.826
10.615.826
10.615.826
Sociale lasten
7.954.143
7.954.143
7.954.143
7.954.143
Pensioenlasten
8.623.053
8.623.053
8.623.053
8.623.053
Functiekosten
73.820.062
73.820.062
73.820.062
73.820.062
Toelagen
620.872
620.872
620.872
620.872
Opleidingen
1.624.041
1.624.041
1.624.041
1.624.041
Overige personele lasten
1.683.312
1.683.312
1.683.312
1.683.312
Bijkomende kosten personeel
3.928.225
3.928.225
3.928.225
3.928.225
Inhuur personeel buiten formatie
1.705.972
1.705.972
1.705.972
1.705.972
Diensten door derden
2.281.965
2.281.965
2.281.965
2.281.965
Inhuur personeel / diensten derden
3.987.937
3.987.937
3.987.937
3.987.937
Afschrijvingen
633.000
632.000
637.000
644.000
Huisvesting
4.233.000
4.233.000
4.233.000
4.233.000
ICT
4.000.000
4.000.000
4.000.000
4.000.000
Documentatie
402.000
402.000
402.000
402.000
Communicatie
438.000
438.000
438.000
438.000
Overig materieel
573.000
573.000
573.000
573.000
Totale materiele kosten
10.279.000
10.278.000
10.283.000
10.290.000
Totale directe kosten
92.015.225
92.014.225
92.019.225
92.026.225
Dekking declarabele uren
91.425.225
91.425.225
91.425.225
91.425.225
Resultaat op declarabele uren
590.000-
589.000-
594.000-
601.000-
Rentebaten en doorbelasting
700.000
700.000
700.000
700.000
Overige opbrengsten
700.000
700.000
700.000
700.000
Inkopen op werkplannen en projecten
4.214.500
4.215.500
4.210.500
4.203.500
Kosten uren werkplannen en projecten
91.425.225
91.425.225
91.425.225
91.425.225
Totale kosten werkplannen en projecten
95.639.725
95.640.725
95.635.725
95.628.725
Totale opbrengsten werkplannen en projecten
95.639.725
95.639.725
95.639.725
95.639.725
1.000-
4.000
11.000
110.000
110.000
110.000
110.000
-
-
-
-
500.000
500.000
500.000
500.000
-
-
-
-
Modernisering bedrijfsvoering
500.000
500.000
500.000
500.000
Resultaat voor bestemming
-
-
-
-
Resultaat op werkplannen en projecten Inkopen op bestemmingsreserve Resultaat voor onttrekkingen en dotaties
-
Onttrekkingen bestemmingsreserves Modernisering bedrijfsvoering Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven
Dotatie bestemmingsreserves:
Begroting 2026
Blad 20 van 23
In onderstaande tabel 8 is inzicht gegeven in de baten en lasten per participant: Tabel 8:
Omschrijving
Lasten 2026
Baten 2026
Gemeente Albrandswaard
€
587.858
€
587.858
Gemeente Barendrecht
€
969.690
€
969.690
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
777.882
€
777.882
Gemeente Goeree-Overflakkee
€
2.435.045
€
2.435.045
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
719.511
€
719.511
Gemeente Lansingerland
€
2.173.306
€
2.173.306
Gemeente Maassluis
€
664.248
€
664.248
Gemeente Nissewaard
€
1.448.222
€
1.448.222
Gemeente Ridderkerk
€
1.329.380
€
1.329.380
Gemeente Schiedam
€
1.814.785
€
1.814.785
Gemeente Vlaardingen
€
2.416.124
€
2.416.124
Gemeente Voorne aan Zee
€
2.318.465
€
2.318.465
Gemeente Rotterdam
€
26.051.157
€
26.051.157
Provincie Zuid-Holland
€
34.109.657
€
34.109.657
Provincie Zeeland
€
5.224.232
€
5.224.232
Projecten
€
12.600.162
€
12.600.162
Totaal participanten
€
95.639.725
€
95.639.725
Op de werkplannen van de participanten worden geen financiële resultaten begroot. Ontwikkeling werkplanbijdragen In onderstaande tabel is het verloop van de bijdragen van de participanten over de jaren zichtbaar gemaakt. Tabel 9: Ontwikkeling werkplanbijdragen Omschrijving
Raming baten na 2e begrotingswijziging 2024
Primaire raming Begroting 2025
Realisatie baten 2024
Raming baten 2025 na 1e begrotingswijziging
Raming baten 2026
Gemeente Albrandswaard
€
470.089
€
575.867
€
499.225
€
583.801
€
587.858
Gemeente Barendrecht
€
860.729
€
848.457
€
919.259
€
921.759
€
969.690
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
707.738
€
722.431
€
755.864
€
739.825
€
777.882
Gemeente Goeree-Overflakkee €
1.921.316
€
2.165.022
€
2.370.314
€
2.314.682
€
2.435.045
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
683.646
€
702.968
€
703.434
€
708.946
€
719.511
Gemeente Lansingerland
€
1.931.161
€
1.847.468
€
2.062.480
€
2.065.880
€
2.173.306
Gemeente Maassluis
€
639.728
€
590.269
€
649.831
€
638.914
€
664.248
Gemeente Nissewaard
€
1.319.885
€
1.447.796
€
1.409.637
€
1.376.637
€
1.448.222
Gemeente Ridderkerk
€
1.183.211
€
1.134.559
€
1.263.669
€
1.263.669
€
1.329.380
Gemeente Schiedam
€
1.700.110
€
1.734.718
€
1.815.717
€
1.725.081
€
1.814.785
Gemeente Vlaardingen
€
2.150.464
€
1.935.192
€
2.296.696
€
2.296.696
€
2.416.124
Gemeente Voorne aan Zee
€
2.063.543
€
2.047.859
€
2.203.864
€
2.203.864
€
2.318.465
Gemeente Rotterdam
€
23.422.352
€
22.742.306
€
24.788.856
€
24.778.856
€
26.051.157
Provincie Zuid-Holland
€
33.227.241
€
32.698.411
€
33.459.808
€
35.007.947
€
34.109.657
Provincie Zeeland
€
4.586.000
€
4.379.543
€
4.897.848
€
4.966.000
€
5.224.232
Projecten
€
8.352.304
€
9.043.278
€
11.466.184
€
10.472.948
€
12.600.162
Totaal participanten
€
85.219.517
€
84.616.146
€
91.562.686
€
92.065.505
€
95.639.725
7.
Ontwikkeling financiële positie
In onderstaande tabel is de geprognosticeerde balans opgenomen. Tabel 10 ( € x € 1.000)
Per 31-12-2026
Per 31-12-2027
Per 31-12-2028
Per 31-12-2029
ACTIVA Materiële vaste activa Voorraden Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal generaal
2.856 0
3.024 0
2.687 0
2.393 0
17.373 178 3.073 23.480
17.205 178 3.073 23.480
17.542 178 3.073 23.480
17.836 178 3.073 23.480
Per 31-12-2026
Per 31-12-2027
Per 31-12-2028
Per 31-12-2029
6.267 938
6.267 938
6.267 938
6.267 938
0
0
0
0
1.680 14.595 23.480
1.680 14.595 23.480
1.680 14.595 23.480
1.680 14.595 23.480
PASSIVA Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal generaal
Toelichting mutaties: In onderstaande tabel wordt het verloop van de activa inzichtelijk gemaakt. Tabel 11 Investeringen (x € 1.000)
2024
2025
Technische installaties en apparatuur in gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen in gebouwen
3
Automatisering en telefonie
225 228
TOTAAL Afschrijvingen (x € 1.000)
2024
Boekwaarde ultimo (x € 1.000) Technische installaties en apparatuur in gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen in gebouwen Automatisering en telefonie TOTAAL
52 496 548 2024 152 1.004 1.156
2026
2027
2028
2029
900 900
50 50
350
200
700
300
350
950
2.000
800
300
350
2025
-
Technische installaties en apparatuur in gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen in gebouwen Automatisering en telefonie TOTAAL
300 300
2026
2027
2028
2029
30 79 508
120 157 356
125 156 351
125 153 359
125 139 380
617
633
632
637
644
2025
2026
2027
2028
2029
270 373 846
1.050 1.116 690
975 1.010 1.039
850 857 980
725 718 950
1.489
2.856
3.024
2.687
2.393
De investeringen zijn geactualiseerd op basis van de verwachtingen uit de nieuwe huisvestingsvisie die nog in ontwikkeling is.
Begroting 2026
Blad 22 van 23
Eigen vermogen Tabel 12: Omschrijving € × 1000 Algemene reserve
Saldo 1-1-2026 €
Toevoeging €
Onttrekking €
Bestemming resultaat €
Dotatie €
Saldo 31-12-2026 €
5.166 5.166
0 0
0 0
0 0
0 0
5.166 5.166
Bestemmingsreserves Modernisering bedrijfsvoering Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven Subtotaal bestemmingsreserves
1.101 0 1.101
0 0
-500 0 -500
500 0 500
0 0 0
1.101 0 1.101
Totaal
6.267
0
-500
500
0
6.267
Algemene reserve In de algemene reserve is nu nog het resultaat van 2024 meegenomen. In het AB van juli 2025 zal besluitvorming plaatsvinden over de bestemming van dit resultaat. Bestemmingsreserves: • Modernisering bedrijfsvoering - In het AB van december 2024 is besproken om de dotatie aan de reserve Modernisering Bedrijfsvoering te verlagen tot € 500k. De dotatie en de verwachte onttrekking komen hiermee in evenwicht.