bijlage 2 - Begroting 2024 DCMR
Tekst van het document
Begroting 2024
Begroting 2024
Auteur(s) Documentnummer Datum Versie
: DCMR o.l.v. Concern Controller : DMS 22352680 : maart 2023 : 0.2
Het algemeen bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond, Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur,
Gelet op artikel 28 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond
BESLUIT Vast te stellen de Begroting 2024.
Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 5 juli 2023,
De voorzitter,
De secretaris,
Dhr. M. Stolk
Mevr. R. M. Thé
Begroting 2024
Blad 3 van 24
Inhoud 1
Leeswijzer
6
Deel 1: Beleidsbegroting
7
2
Beleidskader
7
2.1 2.2 2.3
7 8 9
3
4
5
6
Meerjarenplan 2023-2026 Invoering Omgevingswet Doorontwikkeling Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten
Financieel kader
10
3.1 3.2
10 10
Financieel kader Uitgangspunten
Milieubeheer
13
4.1 4.2 4.3
13 13 14
Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten?
Bedrijfsvoering
15
5.1 5.2 5.3
15 15 17
Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten?
Paragrafen
18
6.1 6.2 6.3
18 19 20
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële en beleidsindicatoren Financiering
Deel 2: Financiële begroting
21
7
Overzicht van Baten en Lasten
21
8
Ontwikkeling financiële positie
23
Begroting 2024
Blad 4 van 24
Inleiding Voor u ligt de begroting voor het jaar 2024 van DCMR. De begroting beschrijft welke rol DCMR in het Rijnmondgebied speelt en welke taken in opdracht van onze participanten worden uitgevoerd, gericht op een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Daarnaast vindt u in deze begroting de taken die DCMR bij de grote risicobedrijven uitvoert in de andere delen van ZuidHolland en in de Provincie Zeeland. Het programma Milieubeheer beschrijft in samenhang de kerntaken van DCMR: de bedrijfsgerichte milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving), de advisering voor ruimtelijke plannen, de ondersteuning bij beleidsontwikkeling, en databeheer en monitoring. Het Beleidskader dat de inhoudelijke prioriteiten voor ons werk bevat, is gebaseerd op het Meerjarenprogramma/uitvoeringsprogramma 2023-2026 en de Omgevingswet. In 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Samen met onze participanten moeten de nieuwe werkwijzen die bij de wet horen in praktijk worden gebracht. Dat vraagt om vernieuwd samenspel tussen alle betrokken partijen en voor iedereen toegankelijke data over de milieukwaliteit in het gebied. Sinds 2021 is DCMR zich steeds meer aan het ontwikkelen tot een datagedreven organisatie en bouwen we verder aan informatie gestuurd toezicht en het gebruik van digitale vergunningen waarin altijd de actuele voorschriften te vinden zijn.
De innovatie die met al deze ontwikkelingen zichtbaar wordt, onze vakmensen én onze in 50 jaar opgebouwde deskundigheid en ervaring, maken dat ik erop vertrouw dat DCMR ook komend jaar weer op een goede manier in uw opdracht kan werken aan een veilige en leefbare regio. Rosita Thé, Directeur
Begroting 2024
blad 5 van 24
1
Leeswijzer
De begroting is ingedeeld in overeenstemming met de richtlijnen die zijn neergelegd in het BBV. Dit heeft tot gevolg dat deze begroting uit twee delen bestaat. Het eerste deel, de beleidsbegroting, bestaat uit de volgende onderdelen: - Beleidskader; schetsen DCMR beleidsmatige ontwikkelingen - Financieel kader; toelichting afrekensystematiek en financiële uitgangspunten - Programmaplan; programmaplan Milieubeheer en Bedrijfsvoering - Paragrafen; weerstandsvermogen en beleidsindicatoren Het tweede deel, de financiële begroting, bestaat uit de volgende onderdelen: - Overzicht en ontwikkeling van baten en lasten - Ontwikkeling van de financiële positie van de DCMR
Begroting 2024
Blad 6 van 24
Deel 1: Beleidsbegroting 2
Beleidskader
DCMR is als gemeenschappelijke regeling een samenwerkingsverband van de provincie ZuidHolland, gemeente Rotterdam en twaalf regiogemeenten in het Rijnmondgebied. DCMR is één van de vijf regionale uitvoeringsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft de DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van BRZO-taken voor de Provincies Zeeland en Zuid-Holland, de meldkamer en bij de landelijke BRZO-coördinatie. In het vervolg van deze begroting wordt echter steeds gesproken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. DCMR is vergelijkbaar met een onderdeel van een gemeente of provincie, dat de uitvoering verzorgt van het programma milieu door het leveren van producten en diensten die moeten bijdragen aan het realiseren van vastgestelde milieudoelstellingen. In termen van het Besluit Begroten en Verantwoorden 2004 (hierna: BBV) moet deze begroting van de DCMR daarom worden gezien als informatie voor de sturing van de uitvoering (uitvoeringsinformatie). Het Rijnmondgebied wordt gekenmerkt door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid.
De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt een professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. Ons uitgangspunten zijn onze missie en visie. De missie van DCMR Wij werken aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Wij reguleren de bedrijvigheid in onze regio. Wij zien erop toe dat bedrijven veilig werken. Wij monitoren de milieukwaliteit, leveren en analyseren data, en informeren en adviseren met als doel een toekomst vast, veerkrachtig gebruik van onze leefomgeving. De visie van DCMR ➢ Wij zijn de omgevingsdienst van de provincie Zuid-Holland en de gemeenten in het Rijnmondgebied. Bij de grote risicobedrijven voeren we ook taken uit in Zeeland en werken we landelijk samen met andere inspectiediensten ➢ Wij zijn een deskundige organisatie waarin professionals worden uitgedaagd en zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun werk en hun ontwikkeling ➢ Wij realiseren ambities van onze opdrachtgevers in verbinding met de omgeving. Wij zijn open en toegankelijk. ➢ Onze inzet is efficiënt en effectief. We zetten innovatie en technologie in om ons werk optimaal uit te voeren
2.1
Meerjarenplan 2023-2026
DCMR voert milieutaken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving: de VTH-taken. Deze richten zich voornamelijk op de branches met de potentieel grootste risico's en/of de bedrijven die het meest klachten veroorzaken. Met de inzet van VTH-taken en (ruimtelijke) advisering beoogt DCMR een bijdrage te leveren aan de beleidsopgaven van onze participanten. Onze participanten hebben beleid voor milieutaken. Bijvoorbeeld de Nota VTH van de provincie Zuid-Holland. Het VTH-beleid van onze participanten is gebaseerd op wettelijke kwaliteitseisen zoals Wabo, Activiteitenbesluit, Bor, Mor en is richtinggevend voor de uitvoering van onze VTH-taken. Het milieubeleid van onze participanten hebben we uitgewerkt en de
Begroting 2024
blad 7 van 24
gezamenlijke focuspunten voor de komende vier jaar bepaald in het Uitvoeringbeleidsplan MJP 2023-2026. Het plan is in december 2022 in het Algemeen Bestuur van DCMR vastgesteld. In het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 zijn het UP en MJP samengevoegd tot een strategisch document. In het MJP-deel is aangegeven op welke wijze de DCMR-invulling geeft aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van de participanten. Vanuit een analyse van het bedrijvenbestand geeft de DCMR in het MJP aan hoe wij een bijdrage leveren aan belangrijke lokale en regionale opgaven. Dit kan door de VTH- en ruimtelijke instrumenten ondersteunend aan deze opgaven in te zetten en extra focus te leggen op plekken waar dit nodig is om doelen te behalen of risico’s te vermijden. Hiermee is het MJP een instrument wat bijdraagt aan een sterke koppeling tussen beleidsvorming en -uitvoering. Een koppeling die belangrijk is om efficiëntie en slagkracht te borgen in de beleidscyclus. Het plan bevat daarnaast de strategieën voor toezicht en vergunningverlening zoals de toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie en het actualisatieprogramma. Doortastend vergunnen wordt ingezet om de communicatie tussen DCMR en de bedrijven te verbeteren en moet leiden tot een betere beheersing van het proces om zo grip te houden op de doorlooptijden van vergunningprocedures.
Effectief toezicht ontwikkelt zich door het inzetten van gedragswetenschap, meer administratief- en ketentoezicht en verbeterde samenwerking met partners. Bij de uitvoering van VTH-taken is de inhoudelijke aanpak sterk verbonden met de discussie over capaciteitsinzet, prioriteitstelling en de kwaliteitseisen die aan de uitvoering worden gesteld. Daarom behandelt het plan naast de wijze van budgettering en prioriteitstelling ook de wijze waarop de kwaliteit van de uitvoering wordt verbeterd en geborgd. Daarmee is vastgelegd hoe de VTH-taken worden gefinancierd, geprioriteerd en uitgevoerd. Tot slot zijn de wijzigingen als gevolg van de omgevingswet opgenomen.
Op basis van een omgevingsanalyse en een risicoanalyse zijn voor de periode 2023-2026 de volgende 12 focuspunten in het MJP benoemd: Procesveiligheid in de industrie, Beperken gevolgen van incidenten, Veilig opslaan en omgaan met gevaarlijke stoffen, Ondermijning en milieucriminaliteit voorkomen, Geurhinder voorkomen, Geluidhinder voorkomen, Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en PFAS verminderen, Stikstof en fijnstof verminderen, Aanwezigheid van schadelijke stoffen in de bodem voorkomen, Energiebesparing, Energietransitie, Circulaire economie De keuze voor de focuspunten is gebaseerd op drie criteria: - Ze leveren een bijdrage aan de maatschappelijke doelen veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid; - Ze zijn van bestuurlijk belang voor de opdrachtgevers; - Ze weerspiegelen gezamenlijk de problematiek van meerdere opdrachtgevers. MJP Monitoring Voor de 12 focuspunten zijn indicatoren bepaald die aangeven of de gestelde doelen worden gerealiseerd. De processen vergunningverlening, toezicht en ruimtelijke- en beleidsadvisering dragen allemaal bij aan de beleidsdoelstellingen van de participanten. In het jaarverslag van DCMR worden de resultaten van de monitor opgenomen.
2.2
Invoering Omgevingswet
De inwerkingtreding is nu voorzien op 1 januari 2024. Het herhaalde uitstel zal leiden tot extra kosten die vooralsnog niet zijn begroot. De invoering van de Omgevingswet heeft impact op de taken van de DCMR. Om deze veranderingen zo goed mogelijk voor te bereiden is er enkele jaren een programmateam Omgevingswet actief geweest. Vanaf 1-1-2023 is dit programma gestopt en zijn de werkzaamheden in de lijn belegd. Een aparte beheergroep bewaakt en monitort de voortgang. De belangrijkste (beleidsmatige) veranderingen voor de DCMR betreffen de volgende zaken: • De aanpassing van de primaire werkprocessen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het inregelen van de systemen vanwege de nieuwe producten/instrumenten (denk aan de
Begroting 2024
Blad 8 van 24
inkorting van de behandelingstermijn van een omgevingsvergunning van 26 naar 8 weken, de inregeling van de (provinciale) omgevingstafel, het aanpassen van alle sjablonen). Zo zal ook de Omgevingswet in ons zaaksysteem worden meegenomen. • Ook wordt op dit moment gewerkt aan de aanpassing van de producten- en dienstencatalogus, veel producten heten straks immers anders of kennen een andere opzet. • De aanpassing van inhoudelijke kennis en vaardigheden van de DCMR-medewerkers aan de vereisten van de Omgevingswet. DCMR gaat (in principe) uit van een budget neutrale overgang naar de Omgevingswet. Dit geldt voor de reguliere basis VTH-taken, maar ook de adviesproducten die de DCMR voor haar deelnemers maakt. Er is echter een belangrijke uitzondering op bovengenoemd uitgangspunt. Voor de specifieke advisering op de (milieu-)thema’s bodem, (externe) veiligheid en geluid is nog onvoldoende duidelijk wat de financiële consequenties zijn en welke afspraken op landelijk niveau over de financiering worden gemaakt. Voor wat betreft het onderwerp ‘bodem’ gaat het om overgang van de bodemtaken (van provincie naar gemeenten) waartoe ook een aantal VTH- en adviestaken behoort. De provinciale financiering van bodemtaken eindigt, omdat de taak gemeentelijk wordt. Onduidelijk op dit punt is nog welke afspraken op landelijk niveau worden gemaakt om deze nieuwe taak van gemeenten te financieren.
Voor Rotterdam en Schiedam zijn er geen veranderingen (omdat de bodemtaken al werden uitgevoerd); voor de overige gemeenten moeten de afspraken over financiering nog worden afgerond. Op dit moment wordt ook nog onderzocht wat de omvang van de verwachte financiële consequenties zijn van de wijzigingen voor de thema’s externe veiligheid en geluid. Verwacht wordt dat de veranderingen in ieder geval beperkter zijn dan voor het thema bodem. Tenslotte wordt rekening gehouden met frictiekosten in de eerste maanden na inwerkingtreding van de wet (wennen aan nieuwe instrumenten, andere werkwijzen etc.). De verwachting is op dit moment dat deze frictiekosten binnen de huidige begroting kunnen worden opgevangen. Concluderende, er is nu nog geen totaal inzicht van de financiële effecten van de invoering van de Omgevingswet. Om die reden is in de financiële kaders van de provincie en de gemeenten (nog) geen rekening gehouden met de Omgevingswet. DCMR gaat vooralsnog vanuit dat de invoering van de Omgevingswet geen nadelig effect zal hebben op hoogte van de totale DCMR Begroting 2024 en binnen het totale financieel kader zal kunnen worden ingepast. Wanneer over de uitvoering meer duidelijkheid is en meer concrete afspraken zijn gemaakt over de financiële impact zal dit na afstemming in een begrotingswijziging 2024 worden verwerkt.
2.3
Doorontwikkeling Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten
In 2021 is in opdracht van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een onderzoek uitgevoerd naar de doorontwikkeling van de VTH-uitvoering door de vijf Zuid-Hollandse omgevings-diensten. Het rapport concludeert dat een toekomstbestendige uitvoering van VTHtaken vraagt om intensievere samenwerking tussen de vijf diensten. Nieuwe maatschappelijke opgaven, innovatie van werkwijzen en opbouw van nieuwe expertise vragen van alle omgevingsdiensten extra inzet, en daarbij is onderlinge samenwerking vereist. De gezamenlijke bestuurders van de omgevingsdiensten hebben op basis hiervan een opdracht geformuleerd voor intensivering van de samenwerking. De focus ligt in eerste instantie op arbeidsmarktcommunicatie en digitalisering. De vijf diensten gaan, gelet op de krapte op de arbeidsmarkt, meer samenwerken op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie, werving en trainee-programma’s. Daarnaast wordt de opgave van digitalisering gezamenlijk opgepakt, waaronder het opzetten van een datalab en het provincie breed ontwikkelen van de altijd actuele digitale vergunning (AADV). Deze inhoudelijke samenwerking wordt ingevuld binnen de bestaande begrotingskaders, aangevuld met middelen vanuit het Interbestuurlijk Programma “Versterking” VTH-stelsel”.
Indien deze doorontwikkeling leidt tot een wijziging van de financiële inzet zal dit via de gebruikelijke weg van een begrotingswijziging worden voorgelegd aan het bestuur.
Begroting 2024
blad 9 van 24
3
Financieel kader
In dit hoofdstuk wordt weergegeven binnen welk financieel kader de beleidsinzet uit het vorige hoofdstuk wordt uitgevoerd.
3.1
Financieel kader
In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in meerjarige financiële kaders van participanten: Tabel 1 – Meerjarenraming 2024 tot en met 2027 Meerjarenraming
Kader 2024
Gemeente Albrandswaard
€
467.439 €
467.439 €
467.439 €
467.439
Gemeente Barendrecht
€
860.729 €
860.729 €
860.729 €
860.729
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
707.738 €
707.738 €
707.738 €
707.738
Gemeente Goeree-Overflakkee
€ 1.921.316 € 1.921.316 € 1.921.316 € 1.921.316
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
Gemeente Lansingerland
€ 1.931.161 € 1.931.161 € 1.931.161 € 1.931.161
Gemeente Maassluis
€
Gemeente Nissewaard
€ 1.319.885 € 1.319.885 € 1.319.885 € 1.319.885
Gemeente Ridderkerk
€ 1.183.211 € 1.183.211 € 1.183.211 € 1.183.211
Gemeente Schiedam
€ 1.782.579 € 1.782.579 € 1.782.579 € 1.782.579
Gemeente Vlaardingen
€ 2.150.464 € 2.150.464 € 2.150.464 € 2.150.464
Gemeente Voorne aan Zee
€ 2.063.543 € 2.063.543 € 2.063.543 € 2.063.543
Gemeente Rotterdam
€ 23.412.369 € 23.412.369 € 23.412.369 € 23.412.369
Provincie Zuid-Holland
€ 30.569.508 € 30.569.508 € 30.569.508 € 30.569.508
Provincie Zeeland
€ 4.220.823 € 4.220.823 € 4.220.823 € 4.220.823
Projecten
€ 8.500.000 € 8.500.000 € 8.500.000 € 8.500.000
Totaal participanten
€ 82.393.734 € 82.393.734 € 82.393.734 € 82.393.734
3.2
Kader 2025
658.646 € 644.323 €
Kader 2026
658.646 € 644.323 €
Kader 2027
658.646 € 644.323 €
658.646
644.323
Uitgangspunten
Bovenstaand financieel overzicht is gebaseerd op de volgende uitgangspunten en aannames: 1. De begroting is opgezet conform de financiële regelgeving BBV. 2. Voor het structurele financiële kader van de gemeenten wordt rekening gehouden met een indexering van +8,4% op de werkplanbijdragen in overeenstemming met de Indexeringsbrief Gemeenten. Deze indexering wordt door de deelnemende gemeenten vastgesteld op basis van de voorstellen van de Werkgroep verbetering financiële sturing Gemeenschappelijke Regelingen (in opdracht van de Kring van gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond). De basisindex 2024 bedraagt: 3,6% en de correctie voorgaande jaren 4,8%. De indexering zal worden toegepast over de structurele componenten van de gewijzigde begrotingsbijdragen 2023 van de gemeentelijke participanten. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen.
Begroting 2024
Blad 10 van 24
3. Bij de bepaling van het financieel kader van de provincie wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van de Indexeringsbrief Provincie Zuid-Holland. In deze brief heeft de provincie aangegeven het kader voor de loonkosten aan te passen op basis van de loonvoetontwikkeling sector overheid 3,9% en het kader voor de materiële kosten te indexeren aan de hand van de nationale consumentenindex CPI 2,4%. Het gewogen gemiddelde van deze twee indices is 3,4%. Het gewogen gemiddelde wordt als volgt bepaald: De loonvoetontwikkeling (3,9%) telt voor 66,6% mee en de CPI (2,4%) voor 33,3%. Deze indexering wordt toegepast op het urendeel van het werkplan PZH. Het materiële deel van het werkplan wordt geïndexeerd met de CPI. De indexeringen zullen worden toegepast over de structurele componenten van de gewijzigde begrotingsbijdrage 2023 van de provincie Zuid-Holland. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. 4. De DCMR Milieudienst Rijnmond hanteert als uitgangspunt voor de indexering van de Provincie Zeeland dezelfde indexering als de Gemeenten zoals beschreven in punt 2. 5. CAO-ontwikkeling in 2024. Voor een kostendekkende begroting en bedrijfsvoering is de ontwikkeling van de loonkosten relevant, vooral omdat de loonkosten het grootste deel van de DCMR-begroting vormen. De huidige CAO loopt tot 31 december 2023.
IPO is verantwoordelijk voor de CAO. De secretaris werkgeverszaken van het IPO kan nu geen indicatie voor 2024 afgeven, omdat naar verwachting pas in het najaar van 2023 het onderhandelingsproces voor de CAO 2024 zal worden opgestart. DCMR Milieudienst Rijnmond en de Provincie Zuid-Holland zijn beide ontvangers van de uitkomst van de cao-onderhandelingen, maar hebben ieders proces voor de totstandkoming van een schatting van de nieuwe cao-stijging gedeeld. PZH gebruikt de laatste index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers CPB. DCMR zal in lijn met PZH-gebruik gaan maken van deze methode. Gezien de laatste indexatie voor het vaststellen van de Begroting 2024 in maart 2023 is kan nu niet exact worden aangegeven wat de cao-indexatie zal zijn. Bij het vaststellen van de tarieven voor 2024 (in het DB van 12 april en AB van 5 juli 2023) zullen de meest recente inzichten worden gebruikt, waaronder (indien beschikbaar) de maartramingen van het CPB. Gelet op de onzekerheden en de ervaringen in 2022 (aanpassing van de tarieven in het AB van december 2022) zal in het najaar van 2023 de kostendekkendheid van de tarieven 2024 opnieuw worden bezien vanuit de dan beschikbare informatie van het CPB en eventuele CAO-ontwikkelingen. 6. DCMR streeft naar een zo efficiënt mogelijk ingerichte bedrijfsvoering.
Enkele speerpunten zijn digitalisering en datagedreven werken, transparantie, duurzaam inkopen, beheersing van de kosten externe inhuur voor ondersteunende taken. Zo ook HRM beleid: strategisch personeelsbeleid en het streven naar een inclusieve organisatie met creëren van participatiebanen en stageplekken. 7. De materiële budgetten staan onder druk en de ramingen kennen meer onzekerheden dan voorheen. Leveranciers rekenen kostenstijgingen door en nieuwe contracten (zoals onderhoud, ICT, schoonmaak) worden substantieel duurder. Voor materiele budgetten en inkoop moet rekening worden gehouden met deze kostenstijging. Deze verhogingen zullen mee worden genomen in de begroting calculatie. 8. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is 1 januari 2024. DCMR Milieudienst Rijnmond stelt voor om voor het jaar 2024 rekening te houden met de invoering van de Omgevingswet, maar alleen te richten op de wijzigingen vanuit de wet, te weten de overdracht van de bodem taken van provinciaal naar gemeentelijk bevoegd gezag. Deze taken moeten nog worden vastgesteld in elke gemeentebegroting (behalve voor Rotterdam en Schiedam, die deze taak reeds uitvoerden). In het begrotingsbedrag van DCMR voor 2024 zijn deze taken - onder voorbehoud - ondergebracht. De mogelijke frictiekosten (o.a.
storingen DSO, langere doorlooptijden) die kunnen optreden bij de invoering van deze grote wijziging zijn vooraf niet goed in te schatten en worden dus niet meegenomen. Let wel; dit kan uiteindelijk wel een effect hebben op het resultaat. De risico’s die voortkomen uit de implementatie van de Omgevingswet worden meegenomen in de integrale risicobeoordeling en zijn een bepalend onderdeel van de hoogte van het weerstandsvermogen.
Begroting 2024
blad 11 van 24
9. DCMR voorziet voortdurende noodzaak tot het uitvoeren van projecten om de bedrijfsvoering up-to-date te houden. In het AB van december 2019 is besloten om hiervoor jaarlijks € 1 mln. in te passen in de exploitatiebegroting. Qua technische verwerking is in het bestuur afgesproken om met een bestemmingsreserve te blijven werken. Hoofdzakelijk omdat projecten vaak over jaargrenzen heen lopen en zo een goede sturing en bestuurlijke verantwoording kan worden geborgd. In de begroting wordt een dotatie van € 1 mln. aan de bestemmingsreserve per jaar opgenomen. Op basis van actueel inzicht wordt jaarlijks een onttrekking begroot. Omdat het gaat over bedrijfsvoering projecten en niet over inhoudelijke innovatie/andere taken zal de onttrekking als totaalbedrag worden opgenomen in de begroting. Uiteraard wordt de begrote onttrekking en gerealiseerde onttrekking wel aan het bestuur voorgelegd. 10. De bijdragen voor de overige dienstbrede projecten (I2, Ranomos, SKP, WeNose, Crisisbeheer en MOI) worden geïndexeerd met de verwachte tariefontwikkeling voor 2024. De omvang van de externe projectenportefeuille wordt geraamd op het verwachte niveau van 2023. Dit geldt mogelijk niet voor alle participanten. 11. In de begroting wordt -cf de BBV-richtlijnen- een meerjarenraming opgenomen. De ontwikkeling van de bijdragen van participanten in de meerjarenraming kennen onzekerheden, o.a.
door de algemene dynamiek in de overheidsfinanciën. Ten aanzien van de meerjarige kaders voor DCMR zijn de jaarlijkse indexering en de waarborgen binnen de Gemeenschappelijke regeling relevant. In de begroting worden (zoals ook in voorgaande jaren) voor het meerjarige kader de bijdragen van het komende begrotingsjaar aangehouden gezien de indexeringen nog onbekend zijn voor 2025 en verder.
Begroting 2024
Blad 12 van 24
4
Milieubeheer
DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin al haar primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden binnen het programma Milieubeheer centraal staan.
4.1
Wat willen we bereiken?
In hoofdstuk 2 is het DCMR-beleidskader beschreven, waarin staat wat DCMR uiteindelijk wil bereiken. De exacte uitwerking daarvan wordt, binnen de kaders van de werkplannen, vertaald in een uitvoeringsprogramma volgens de hoofdlijnen die in de volgende paragraaf worden beschreven.
4.2
Wat gaan we daarvoor doen?
DCMR is een omgevingsdienst op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) en Advies en Monitoring. DCMR is te karakteriseren als een uitvoeringsorganisatie, welke handelt in opdracht van en voor haar financiers (participanten en externen). DCMR heeft drie hoofdtaken Vergunningverlening De DCMR maakt producten die direct of indirect voortvloeien uit onder andere de Omgevingswet, en het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo). We maken deze omgevingsvergunningen voor bedrijven in opdracht van gemeenten en provincies. In de vergunningen leggen we vast aan welke eisen een bedrijf moet voldoen, bijvoorbeeld wat betreft het minimaliseren van de uitstoot van stoffen in de lucht, het voorkomen van geluidhinder en het waarborgen van de veiligheid. DCMR verleent vergunningen aan nieuwe bedrijven (oprichtingsvergunningen), en aan bedrijven waarvan de activiteiten of processen zijn veranderd (revisievergunningen). Tevens voert DCMR de zgn. BRIKS-taken uit. Het gaat daarbij om de samenhang tussen omgevingsvergunningen en bouw, reclame, inritten, kappen en slopen. Onderdeel van de taak vergunningverlening is de juridische ondersteuning, de behandeling van bezwaar- en (hoger) beroepszaken en het behandelen van verzoeken op grond van de Wet open overheid.
Toezicht en handhaving DCMR houdt toezicht op de bedrijven in de Rijnmondregio en op de hoog-risicobedrijven in de provincies Zuid-Holland en Zeeland. We onderzoeken overlast, brengen risico’s in kaart en voeren bedrijfscontroles uit. De Meldkamer van DCMR, die 24 uur per dag bereikbaar is, ontvangt meldingen van bewoners en bedrijven en bepaalt welke vervolgactie nodig is. Inspecties organiseren we zowel branchegericht als gebiedsgericht. DCMR onderzoekt dan de fysieke installaties en voorzieningen van bedrijven, maar ook de veiligheidscultuur en de systemen voor milieuzorg. Inspecties vinden zowel aangekondigd als onaangekondigd plaats. Toezicht en Handhaving worden risico gestuurd en datagedreven aangepakt. Het doel van toezicht is ervoor te zorgen dat bedrijven de regels naleven. Om dat te bereiken, maakt het Toezicht lab van DCMR steeds meer gebruik van gedragswetenschappelijke inzichten, monitoring op afstand en snelle analyse van grote hoeveelheden data. Datagedreven werken in het toezicht zorgt ervoor dat we een beter beeld hebben waar de risico’s zijn, en daardoor kunnen we de inspecteurs inzetten waar dat het meest nodig is.
Begroting 2024
blad 13 van 24
Advies en monitoring DCMR geeft advies aan gemeenten en provincies over beleid en ruimtelijke planprocessen. Hierin blijft de uitdaging om duurzame ontwikkeling te realiseren en de omgevingskwaliteit te verbeteren, met oog voor de balans tussen milieu, ruimte en economie. In de ontwikkeling van de adviestaken van DCMR wordt nadrukkelijk aangesloten op de maatschappelijke opgaven van de opdrachtgevende gemeenten en provincies. DCMR draagt bij aan omgevingsplannen en –visies en adviseert over de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie. Daarvoor zet het de eigen expertise en ervaring op het gebied van veiligheid, bodem, lucht, geluidhinder en energie, maar ook lichthinder en afval en afvalwater in. Met de meetpunten voor luchtkwaliteit van het eigen geaccrediteerde meetnet let DCMR voortdurend op de milieukwaliteit en rapporteert hierover. Binnen deze drie hoofdtaken zoekt DCMR naar verbetering via het uitvoeren van specifieke projecten en programma’s (vb. Altijd Actuele Digitale Vergunning, Datagedreven organisatie) en voorbereiding op nieuwe taken (circulaire economie en energietransitie) binnen het VTH en Advies en Monitoring domein.
4.3
Wat mag het kosten?
De financiële omvang van het programma Milieubeheer is bepaald aan de hand van het jaarverslag 2022, de gewijzigde begroting 2023, voortschrijdend inzicht en het financieel kader 2024. Het programma Milieubeheer wordt enerzijds ingevuld vanuit de werkplannen en werkplanprojecten van de participanten en anderzijds door additionele projecten, die door participanten en niet-participanten worden gefinancierd. Tabel 2 Programma Milieubeheer (x € 1.000)
Begroting 2024
Primaire Begroting 2023
1e wijziging Begroting 2023
Jaarverslag 2022
Taakveld: milieubeheer - Baten €
55.842
€
52.229
€
52.931
€
53.731
- Lasten €
56.272
€
52.229
€
53.765
€
55.925
Resultaat programma Milieubeheer €
-430
€
-
€
-834
€
-2.194
De begroting is een indicatie voor de omvang van het programma. Tijdens de werkplanbesprekingen worden concrete afspraken gemaakt over de invulling en financiële omvang.
Begroting 2024
Blad 14 van 24
5
Bedrijfsvoering
DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer. Afdeling Bedrijfsvoering ondersteunt en is onderdeel van het primaire proces. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2024 binnen het programma Bedrijfsvoering centraal staan.
5.1
Wat willen we bereiken?
De afdeling Bedrijfsvoering heeft zich en zal zich de komende jaren blijven ontwikkelen. Be-
drijfsvoering faciliteert de organisatie efficiënt en effectief, dus zo optimaal mogelijk, bij het bereiken van haar doelstellingen en denken mee met innovatievraagstukken van de organisatie. De visie van Bedrijfsvoering is het kloppend hart van DCMR te zijn en mee te werken aan een optimaal presterend DCMR. De focus voor Bedrijfsvoering is de komende jaren de volgende 3 hoofdthema's: • • •
Efficiency: in de processen & producten van BV en in de sturing van DCMR, bijdrage aan innovatie en technologie om ons werk optimaal uit te voeren. Transparantie: een transparante dienstverlening, inzicht en overzicht bieden, open en toegankelijk en zichtbaar zijn binnen DCMR. (Ver)binden: het onderling verbinden van medewerkers en het boeien en binden van hen aan de organisatie en organisatiedoelen, incl. doorontwikkeling hybride werken.
Bedrijfsvoering wil in 2024 aan de volgende grote doelen werken: • Het uitbreiden en doorontwikkelen van sturingsinformatie • Het doorontwikkelen en borgen van het dienstverleningsmodel • Slimmer en modern samenwerken • Het doorvoeren van duurzaamheid waar dat kan en wenselijk is • Het handhaven van zichtbaarheid DCMR • Het blijven inzetten op vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling • Het borgen van de datagedreven organisatie • Het borgen van een goed applicatie landschap De exacte uitwerking van de Bedrijfsvoering plannen zullen binnen de geldende kaders worden opgesteld in samenspraak met het programma Milieubeheer.
5.2
Wat gaan we daarvoor doen?
Het uitbreiden en doorontwikkelen van sturingsinformatie Sturingsinformatie is essentieel voor het goed sturen van de onderneming en draagt bij aan prospectieve inzichten. DCMR blijft werken aan steeds betere sturingsinfo en doet dit onder andere door het uitbreiden en doorontwikkeling van zowel overzichts- en domeindashbords in Power-BI als het DT sturingsmodel/PenC-cyclus. Het doorontwikkelen en borgen van het dienstverleningsmodel In 2024 worden de basisproducten en -diensten van bedrijfsvoering één voor één opgenomen in het dienstverleningsmodel. Daardoor verloopt de aanvraag en afhandeling van diensten en producten via voorspelbare afhandelprocessen, als ware het één loket. Dit zal de manier van werken binnen DCMR effectiever en efficiënter maken. De kwaliteitseisen, kaders en randvoorwaarden van de dienstverlening worden samen met de organisatie bepaald, vastgelegd in een producten-dienstencatalogus en periodiek geëvalueerd. Begroting 2024
blad 15 van 24
Slimmer en modern samenwerken In 2022 is DCMR gestart met het hybride werken, waarin medewerkers plaats- en tijdonafhankelijk werken. Het hybride werken is reeds geborgd in de dagelijkse manier van werken. In 2024 zal DCMR het slimmer en modern samenwerken dat in 2023 is ingezet, verankeren. Duurzaamheid Als omgevingsdienst hecht DCMR veel belang aan duurzaamheid ook in de eigen bedrijfsvoering en in de contacten met externe organisaties. DCMR vindt het belangrijk dat in inhuur- en offerte-trajecten de inschrijvers in hun bedrijfsvoering rekening houden met maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu. DCMR houdt daarom bij inkopen van producten en diensten zoveel als mogelijk rekening met duurzaamheidsaspecten als onderdeel van de kwaliteit van het in te kopen product of dienst. Handhaven van zichtbaarheid DCMR DCMR heeft zijn visie op communicatie beschreven in het Communicatiehuis. Vanuit dit strategisch fundament zijn in 2022 implementatieplannen opgesteld voor externe, online, interne én visuele communicatie. In 2023-2024 zetten we verder in op het versterken van onze corporate communicatie en (visuele) identiteit, employer branding, contacten met externen en het ontwikkelen van goede content om onze zichtbaarheid te handhaven én te vergroten.
Blijven inzetten op vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling DCMR-medewerkers zijn de spil en de kracht van onze organisatie en daarom investeert DCMR nog meer in de (kennis) ontwikkeling van de medewerkers. De verantwoordelijkheden worden laag in de organisatie gelegd en dit vraagt leiderschap van medewerkers én management. Daarnaast is de focus op het ontwikkelen van onze medewerkers door het vergroten van kennis en kunde door middel van (online) trainingen, workshops en intervisie. DCMR zorgt ervoor dat onze medewerkers duurzaam en vitaal bij ons werken. DCMR maakt optimaal gebruik van de diversiteit van talenten en vermogens zowel binnen DCMR als op de arbeidsmarkt en streeft ernaar om mensen met arbeidsbeperkingen op te nemen. Ten slotte werkt DCMR aan haar werkgeversmerk, om zodoende de juiste talenten binnen te halen en te blijven binden en boeien. Datagedreven organisatie en informatiebeveiliging DCMR is op weg om een datagedreven organisatie te worden. Dit vraagt om een professionalisering van de informatiefunctie, aangezien de rol van data en informatie in de primaire processen en bedrijfsvoering steeds groter wordt. De datagedreven strategie wordt langs drie lijnen opgezet; 1) datakwaliteit, 2) datacultuur en 3) waarde creatie.
DCMR draagt ervoor zorg dat de beveiliging van bedrijfsinformatie en persoonsgegevens wordt geborgd en werkt hierbij op basis van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de AVG. Het informatiebeveiligingsbeleid richt zich daarbij op beschikbaarheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie en persoonsgegevens. Applicatielandschap In de afgelopen jaren is een routekaart opgesteld waarin stappen zijn gedefinieerd voor het upto-date houden en verbeteren van het applicatielandschap. Deze kaart geeft richting aan wat we doen. Daarnaast zal de opgestelde doelarchitectuur richting geven aan hoe we willen werken en wat daar bijvoorbeeld vanuit ICT voor nodig is en hoe we gemakkelijk en veilige data kunnen uitwisselen met bedrijven, participanten en andere omgevingsdiensten en een transparante en betrouwbare presentatie van openbare informatie kunnen borgen.
Begroting 2024
Blad 16 van 24
5.3
Wat mag het kosten?
In onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt de geraamde lasten en baten zijn voor het programma Bedrijfsvoering. Tabel 3: Programma Bedrijfsvoering (x € 1.000)
Begroting 2024
Primaire Begroting 2023
1e wijziging Begroting 2023
Jaarverslag 2022
Taakveld: ondersteuning organisatie - Baten €
26.551
€
23.995
€
25.541
€
25.726
- Lasten €
26.971
€
24.795
€
26.117
€
23.276
- Onttrekkingen en dotaties BR €
600
€
800
€
899
€
1.095
€
-
€
-
€
- Post onvoorzien €
-
€
-
€
-
- Overige dekkingsmiddelen €
250
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
430
€
-
€
324
- Saldo financieringsfunctie
- Vennootschapsbelasting Resultaat programma Bedrijfsvoering
386 €
-
€
36 €
€
3.195
In de begroting is de definitie voor overhead uit het BBV gevolgd. Dit heeft als consequentie dat een aantal kostenposten, dat in ruimere definities ook als overhead gezien kunnen worden, hierin niet zijn verdisconteerd. Voorbeelden hiervan zijn: overige personeelskosten, opleidingen, leasekosten, documentatie en communicatie, dienstkleding en abonnementen. Door de integrale kostprijsbenadering die de DCMR hanteert, is het uitgangspunt dat de kosten van de overhead verdisconteerd zijn in zijn tariefstelling. Door middel van het realiseren van directe, declarabele uren in de primaire processen worden baten gerealiseerd waarmee naast de kosten primair proces ook de kosten van de overhead worden gedekt. Een belangrijke grondslag voor het ramen van de overhead is de vastgestelde formatie voor sturings- en ondersteuningsfuncties door de DCMR. Deze formatie is financieel vertaald op basis van de functiekosten voor betreffende functies. Alleen het deel van de functiekosten, dat niet declarabel is, wordt tot de overhead gerekend. Alle baten van de DCMR zijn direct gerelateerd aan het inhoudelijke programma Milieubeheer en er is geen beleidsvrije ruimte voor onvoorziene uitgaven. De DCMR raamt daarom de posten onvoorzien als nihil.
De stijging van de kosten ten opzichte van de realisatie 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door de gehanteerde indexeringen voor 2024 bovenop de CAO stijging van 3% per juli 2022 en 4% per januari 2023. In de begroting 2024 wordt geen rekening gehouden met eventuele negatieve financiële effecten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet en mogelijke geopolitieke spanningen (vb. Ukraine).
Begroting 2024
blad 17 van 24
6
Paragrafen
Dit hoofdstuk bevat een aantal paragrafen, dat op grond van het BBV moeten worden opgenomen. 6.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen ratio geeft aan in welke mate DCMR beschikt over een financiële buffer om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het algemeen bestuur heeft een bandbreedte voor deze ratio vastgesteld van 1,0 < x < 1,4. Beschikbare weerstandscapaciteit De optelling van de algemene reserve, het vrij besteedbare deel van de bestemmingsreserves en de post onvoorzien vormen samen de beschikbare weerstandscapaciteit. Tabel: weerstandvermogen
Weerstandvermogen (x€ 1.000)
ultimo 2024
Algemene Reserve Mutatie Algemene Reserves Post onvoorzien
€ 1.399 €0 €0
Vrij besteedbaar deel bestemmingsreserve
€ 273
Totaal
€ 1.672
Benodigde Weerstandsvermogen De risicomanagementcyclus is de basis voor het berekenen van het benodigde weerstandsvermogen. Conform de nota risicomanagement en weerstandsvermogen DCMR 2020-2023, hanteert DCMR voor het berekenen van het benodigde weerstandsvermogen een opslag van 20% op het totaal mogelijke financieel gevolg van de risico’s geclassificeerd als ‘Zeer Hoog’ en ‘Hoog’. De volgende risico’s zijn gecategoriseerd als ‘Zeer Hoog’ en ‘Hoog’ en bepalen de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen: 1. Focus managementsturing - €740k Door een te lage focus van sommige DCMR-managers op management sturing, zoals dagdagelijkse sturing, zoals (tijdig) tijdschrijven, prognosticeren, management van het verlofstuwmeer, toetsen op inhoudelijke KPI’s, prioriteren van activiteiten) van de organisatie (aanleiding) kan een onvolledig sturingsinformatie beeld ontstaan (zoals managementinformatie, verlofsaldi, prognose) (impact). waardoor een kans ontstaat op verkeerde/onjuiste beslissingen die een operationeel of financieel effect kunnen hebben (gevolg) 2. Onzekerheid invoering Omgevingswet – €500k Door het herhaalde uitstel en het op landelijk, regionaal als DCMR niveau niet goed kunnen bepalen van de financiële effecten van de invoering van de Omgevingswet (aanleiding), kan dit mogelijk leiden tot onverwachte kostenstijgingen (vb.
extra capaciteit inzet) (impact), waardoor DCMR mogelijk een deel van haar uitgaven niet goed heeft begroot en terug zal moeten naar haar financiers zonder dat extra productie oplevert (gevolg) 3. Tekort aan vakspecialisten voor aantal specifieke vakgebieden - €100k Voor een aantal specifieke functies en soms ook algemeen is het moeilijk om vacatures in te vullen. Dit is een landelijk beeld en speelt ook bij gemeentes en provincies (aanleiding) Dit kan leiden tot een verminderde dienstverlening (impact), waardoor mogelijk uitvoeringsplannen
Begroting 2024
Blad 18 van 24
niet worden gehaald en financiële effecten kunnen optreden bijvoorbeeld lagere dekking voor overhead) (gevolg). 4. De aantasting van de fysieke en mentale gezondheid van medewerkers als gevolg van de coronamaatregelen – geen/beperkt financieel gevolg De afgelopen jaren was dit risico actueel, gezien de na-effecten van Covid-19. Dit risico wordt in lijn met het landelijke beleid niet voor 2024 voorzien. Wel blijft DCMR aandacht houden voor de maatregelen die mede naar aanleiding van de covid-periode zijn geïntensiveerd: sturen o persoonlijke aandacht voor het welzijn van de medewerkers, ruimte voor maatwerkafspraken, het delen van best practices, het faciliteren van ARBO-verantwoord materiaal, aandacht voor thuiswerkomstandigheden en vitaliteit. Bedrijfsmaatschappelijk werk is hierbij betrokken. Het benodigde weerstandsvermogen = 1.2 * (€740k + €500k + €100k) = €1.608 Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen ratio (beschikbare/ benodigde weerstandsvermogen) is 1.04 6.2
Financiële en beleidsindicatoren
Tabel: financiële indicatoren Financiële kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Jaarverslag 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
-2,4% 37,4% 6,3%
2,4% 17,2% 0,0%
-2,1% 19,0% 0,0%
Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de DCMR ten opzichte van het eigen vermogen en geeft een indicatie van de druk van rentelast en aflossingen op de exploitatie. Een schatting waarbij de schuldquota in de Begroting 2024 ten opzichte van Jaarverslag 2022 en Begroting 2023 iets is gedaald. Solvabiliteitratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de DCMR in staat is aan haar schulden te voldoen. De verwachting is dat de omvang van het eigen vermogen ten opzichte van Jaarverslag 2022 zal afnemen door daling van de omvang van de bestemmingsreserve Maatschappelijke Duurzaamheidopgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit valt binnen de bandbreedte van de benodigde weerstandscapaciteit. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De verwachting voor 2024 is dat er de structurele baten en lasten in evenwicht zijn en er geen incidenteel resultaat zal zijn, waardoor ratio nul is.
Begroting 2024
blad 19 van 24
Beleidsindicatoren Tabel1: beleidsindicatoren Beleidsindicatoren
Jaarverslag 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
0,16
0,16
0,16
Formatie (FTE per 1.000 inwoners) Bezetting (FTE per 1.000 inwoners) Apparaatskosten per inwoner
0,15
0,14
0,14
€ 18,52
€ 18,83
€ 20,21
Externe inhuur
12,7%
14,1%
11,8%
Overhead
32,9%
33,4%
32,5%
In bovenstaande tabel is ter informatie de ontwikkeling van de voor gemeenten en provincies verplichte beleidsindicatoren uit het taakveld bestuur en ondersteuning opgenomen. Aangezien het werkveld van de DCMR geen directe relatie heeft met de omvang van inwoneraantal van de provincie Zuid-Holland hebben deze indicatoren een beperktere toegevoegde waarden dan bij gemeenten. De stijging van overheadkosten heeft vooral te maken met gestegen ICT-kosten gezien grote systemen zijn vervangen en deze duurder in onderhoud zijn. Ook de hogere energielasten dragen bij aan de stijging van de overhead. Externe inhuur De beheersing van de omvang van de externe inhuur is ook in 2024 een nadrukkelijk punt van aandacht. De verwachting is dat deze indicator wat lager zal zijn dan de begroting 2023 omdat naar verwachting veel vacatures bij de afdeling Bedrijfsvoering gedurende 2023 zullen worden ingevuld, waardoor er minder behoefte aan (duurdere) inhuur zal zijn. De afgelopen jaren is veel tijdelijke dure expertise ingehuurd om de basis voor de datagedreven organisatie in te richten. De DCMR is in 2023 zo ver dat de volgende fasen met steeds meer eigen personeel kan worden ingevuld. 6.3
Financiering
De financieringsparagraaf vloeit voort uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). Voor DCMR is deze regelgeving vertaald in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde treasury statuut. De wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) geeft aan dat de kasgeldlimiet maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (primair) mag zijn. DCMR zal ernaar streven om hieraan te voldoen.
1
Het aantal inwoners dat gehanteerd is, betreft het aantal inwoners voor de gehele provincie Zuid Holland en is gebaseerd op CBS gegevens.
Begroting 2024
Blad 20 van 24
Deel 2: Financiële begroting 7
Overzicht van Baten en Lasten
In onderstaande tabel is een gespecificeerd inzicht gegeven in de ontwikkeling van de baten en lasten van de DCMR. Vanaf 2025 is een stijging van de afschrijvingen opgenomen als gevolg van een mogelijke vernieuwing van het datacenter. Om tot een sluitende begroting te komen is deze stijging in gecompenseerd bij Inhuur personeel buiten formatie en diensten derden. Tabel 9: Lasten en Baten
2024
2025
2026
2027
Brutosalarissen
€
38.679.556 €
38.679.556 €
38.679.556 €
38.679.556
IKB
€
8.601.695 €
8.601.695 €
8.601.695 €
8.601.695
Sociale lasten
€
6.251.431 €
6.251.431 €
6.251.431 €
6.251.431
Pensioenlasten
€
7.447.060 €
7.447.060 €
7.447.060 €
7.447.060
Functiekosten
€
60.979.742 €
60.979.742 €
60.979.742 €
60.979.742
Toelagen
€
738.657 €
738.657 €
738.657 €
738.657
Opleidingen
€
1.341.554 €
1.341.554 €
1.341.554 €
1.341.554
Overige personele lasten
€
1.601.697 €
1.601.697 €
1.601.697 €
1.601.697
Bijkomende kosten personeel
€
3.681.908 €
3.681.908 €
3.681.908 €
3.681.908
Inhuur personeel buiten formatie
€
1.362.129 €
534.661 €
819.125 €
1.036.212
Diensten door derden
€
1.476.941 €
1.476.941 €
1.104.223 €
887.136
Inhuur personeel / diensten derden
€
2.839.070 €
2.011.602 €
1.923.348 €
1.923.348
Afschrijvingen
€
720.000 €
1.310.000 €
1.200.000 €
1.200.000
Huisvesting
€
4.251.737 €
4.251.737 €
4.251.737 €
4.251.737
ICT
€
4.546.857 €
4.546.857 €
4.546.857 €
4.546.857
Documentatie
€
316.895 €
316.895 €
316.895 €
316.895
Communicatie
€
360.533 €
360.533 €
360.533 €
360.533
Overig materieel
€
464.433 €
464.433 €
464.433 €
464.433
Totale materiele kosten
€
10.660.455 €
11.250.455 €
11.140.455 €
11.140.455
Totale directe kosten
€
78.161.175 €
77.923.707 €
77.725.453 €
77.725.453
Dekking declarabele uren
€
78.179.234 €
78.179.234 €
78.179.234 €
78.179.234
Resultaat op declarabele uren
€
18.059 €
255.527 €
453.781 €
453.781
Verhuur verdieping
€
250.000 €
250.000 €
250.000 €
250.000
Overige opbrengsten
€
250.000 €
250.000 €
250.000 €
250.000
Inkopen op werkplannen en projecten
€
4.214.500 €
4.214.500 €
4.214.500 €
4.214.500
Kosten uren werkplannen en projecten
€
78.609.219 €
78.609.219 €
78.609.219 €
78.609.219
Totale kosten werkplannen en projecten
€
82.823.719 €
82.823.719 €
82.823.719 €
82.823.719
Totale opbrengsten werkplannen en projecten
€
82.393.734 €
82.393.734 €
82.393.734 €
82.393.734
Resultaat op werkplannen en projecten
€
-429.985 €
-429.985 €
-429.985 €
-429.985
Inkopen op bestemmingsreserve
€
438.074 €
348.543 €
273.796 €
273.796
Resultaat voor onttrekkingen en dotaties
€
-600.000 €
-273.000 €
0 €
0
Modernisering bedrijfsvoering
€
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000
Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven
€
600.000 €
273.000 €
-
Modernisering bedrijfsvoering
€
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000 €
1.000.000
Resultaat voor bestemming
€
0 €
0 €
0 €
0
Onttrekkingen bestemmingsreserves
€
-
Dotatie bestemmingsreserves:
Begroting 2024
blad 21 van 24
In onderstaande tabel 10 is inzicht gegeven in de baten en lasten per participant: Tabel 10: Omschrijving
Lasten 2024
Baten 2024 Resultaat 2024
Gemeente Albrandswaard
€
467.439 €
467.439 €
-
Gemeente Barendrecht
€
860.729 €
860.729 €
-
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
707.738 €
707.738 €
-
Gemeente Goeree-Overflakkee
€
1.921.316 € 1.921.316 €
-
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
Gemeente Lansingerland
€
Gemeente Maassluis
€
Gemeente Nissewaard
658.646 €
658.646 €
-
1.931.161 € 1.931.161 €
-
644.323 €
644.323 €
-
€
1.319.885 € 1.319.885 €
-
Gemeente Ridderkerk
€
1.183.211 € 1.183.211 €
-
Gemeente Schiedam
€
1.782.579 € 1.782.579 €
-
Gemeente Vlaardingen
€
2.150.464 € 2.150.464 €
-
Gemeente Voorne aan Zee
€
2.063.543 € 2.063.543 €
-
Gemeente Rotterdam
€
23.412.369 € 23.412.369 €
-
Provincie Zuid-Holland
€
30.569.508 € 30.569.508 €
-
Provincie Zeeland
€
4.220.823 € 4.220.823 €
-
Projecten
€
8.500.000 € 8.500.000 €
-
Totaal participanten
€
82.393.734 € 82.393.734 €
-
Op de werkplannen van de participanten worden geen financiële resultaten begroot. Ontwikkeling werkplanbijdragen In onderstaande tabel is het verloop van de bijdragen van de participanten over de jaren zichtbaar gemaakt. Tabel: Ontwikkeling werkplanbijdragen Omschrijving
Raming baten na 2e begrotingswijziging 2022
Gemeente Albrandswaard
€
383.220 €
488.555 €
385.773 €
402.010 €
467.439
Gemeente Barendrecht
€
701.680 €
770.881 €
735.361 €
743.331 €
860.729
Gemeente Capelle a/d IJssel
€
550.462 €
597.622 €
576.884 €
596.759 €
707.738
Gemeente Goeree-Overflakkee €
1.603.372 €
1.830.665 €
1.680.112 €
1.684.973 €
1.921.316
Realisatie baten 2022
Primaire raming Begroting 2023
Raming baten 2023 na 1e begrotingswijziging
Raming baten 2024
Gemeente Krimpen a/d IJssel
€
521.109 €
539.243 €
546.122 €
550.644 €
658.646
Gemeente Lansingerland
€
1.587.110 €
1.681.857 €
1.642.367 €
1.676.092 €
1.931.161
Gemeente Maassluis
€
479.394 €
443.066 €
491.689 €
498.489 €
644.323
Gemeente Nissewaard
€
1.112.903 €
1.223.161 €
1.166.322 €
1.191.877 €
1.319.885
Gemeente Ridderkerk
€
966.779 €
1.025.449 €
1.013.184 €
1.023.252 €
1.183.211
Gemeente Schiedam
€
1.573.970 €
1.399.435 €
1.649.196 €
1.649.196 €
1.782.579
Gemeente Vlaardingen
€
1.784.321 €
1.730.804 €
1.869.719 €
1.922.140 €
2.150.464
Gemeente Voorne aan Zee
€
1.735.224 €
1.883.283 €
1.818.515 €
1.818.515 €
2.063.543
Gemeente Rotterdam
€
20.562.572 €
21.494.982 €
21.539.589 €
21.603.045 €
23.412.369
Provincie Zuid-Holland
€
29.939.956 €
30.095.785 €
29.137.110 €
30.787.906 €
30.569.508
Provincie Zeeland
€
3.491.869 €
3.666.949 €
3.333.777 €
3.893.748 €
4.220.823
Projecten
€
7.075.000 €
8.822.715 €
8.638.228 €
8.430.603 €
8.500.000
Totaal participanten
€
74.068.941 €
77.694.453 €
76.223.948 €
78.472.580 €
82.393.734
Begroting 2024
Blad 22 van 24
8
Ontwikkeling financiële positie
In onderstaande tabel is de geprognosticeerde balans opgenomen. Tabel 12 ( € x € 1.000)
Per 31-12-2024 Per 31-12-2025 Per 31-12-2026 Per 31-12-2027
ACTIVA Materiële vaste activa Voorraden Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan Liquide middelen Overlopende activa Totaal generaal
1.930
3.570
2.795
3.060
0
0
0
0
11.445 62 1.880
10.162 62 1.250
10.937 62 1.250
10.672 62 1.250
15.317
15.044
15.044
15.044
Per 31-12-2024 Per 31-12-2025 Per 31-12-2026 Per 31-12-2027
PASSIVA Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één Netto vlottende schulden met een rente typische kooptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal generaal
2.903 635
2.630 635
2.630 635
2.630 635
0
0
0
0
5.860 5.919
5.860 5.919
5.860 5.919
5.860 5.919
15.317
15.044
15.044
15.044
Toelichting mutaties: In onderstaande tabel wordt het verloop van de activa inzichtelijk gemaakt. Tabel 13 Investeringen (x € 1.000)
2022
Technische installaties en apparatuur in gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen in gebouwen
-
Begroting 2024
2024
-
€ 225 -
Automatisering en telefonie TOTAAL
2023
€
€ 518 743 €
2025
-
2026
€ 150
€ 875 875 €
€ 680 € 2.800 680 € 2.950 €
2027
€ 250
€ 250
€ 175 € 1.215 425 € 1.465
blad 23 van 24
Afschrijvingen (x € 1.000)
2022
Technische installaties en apparatuur in gebouwen Kantoormeubilair en (veiligheids)voorzieningen € in gebouwen Automatisering en telefonie € €
TOTAAL Boekwaarde ultimo (x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
92
€
92 €
92 €
587
€
762 €
628 € 1.188 € 1.100 € 1.100
679 €
854 €
720 €
2022
2023
2024
122 €
2027
1.310 €
2025
100 € 1.200 €
2026
100 1.200
2027
Kantoormeubilair en (veiligheids)voorz. gebouwen Machines, apparaten en installaties Automatisering en telefonie
€ €
755 1.194
€ 663 € 571 € 599 € 749 € 899 € 1.307 € 1.359 € 2.971 € 2.046 € 2.161
TOTAAL
€
1.949
€
-
-
-
1.970 €
1.930 €
-
3.570 €
-
2.795 €
3.060
De investeringen zijn veelal het resultaat van een project, waardoor het investeringsmoment soms lastig is in te schatten. Om deze reden is een verschuiving van het investeringsmoment met 2 jaar acceptabel. Aangezien het een inschatting betreft is een verschuiving binnen de verschillende categorieën acceptabel Eigen vermogen Algemene reserve Naar verwachting zal geen mutatie van de Algemene reserve plaatsvinden, maar verdere daling van de Algemene Reserves is niet gewenst in verband met de benodigde weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves: • Modernisering bedrijfsvoering - In het AB van december 2019 is besloten vanaf 2020 € 1mln in te passen in de exploitatiebegroting, in de vorm van een jaarlijkse dotatie. De begrote onttrekking en gerealiseerde onttrekking worden toegelicht in het bestuur. • Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven – In het AB van december 2021 is besloten tot de vorming van deze nieuwe reserve ten behoeve van circulaire economie en energie transitie. De DCMR heeft voorgesteld deze reserve voor een periode van minimaal vier jaar te vormen vanuit het financieel resultaat 2020. De begrote onttrekking en gerealiseerde onttrekking worden toegelicht in het bestuur en vooraf afgestemd met DCMR-financiers en bedraagt naar schatting in 2024 € 600.000, -. Tabel 14: Omschrijving € × 1000 Algemene reserve
Saldo 1-1-2024 €
Toevoeging €
Onttrekking €
Bestemming resultaat €
Dotatie €
Saldo 31-12-2024 €
1.399 1.399
0 0
0 0
0 0
0 0
1.399 1.399
Bestemmingsreserves Modernisering bedrijfsvoering Maatschappelijke Duurzaamheidsopgaven Subtotaal bestemmingsreserves
1.231 873 2.104
0 0
-1.000 -600 -1.600
1.000 0 1.000
0 -600 -600
1.231 273 1.504
Totaal
3.503
0
-1.600
1.000
-600
2.903
Begroting 2024
Blad 24 van 24