Bijlage 2. Alternatieve teksten voor het Reglement van Orde
Tekst van het document
Alternatieven voor het Reglement van Orde gemeenteraad en raadscommissies 2025
1. Thema Agendacommissie a. Instellen agendacommissie Artikel 2 (Het presidium) te wijzigen, een artikel 3 (De agendacommissie) in te voegen, verwijzingen in het Reglement met betrekking tot de taakverdeling presidium/agendacommissie te herzien en de artikelen te hernummeren. Artikel 2. Het presidium 1. De raad heeft een presidium dat bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. 2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. 3. Het presidium wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 4. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid vanuit de eigen fractie aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de commissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. Het presidium heeft onder andere tot taak: a. overleg met het college te voeren over de werkwijze tussen de raad en het college; b. toezicht te houden op zaken van huishoudelijke aard; c. het inwerkprogramma voor de nieuwe raad en een programma voor educatie voor de raad vast te stellen; d. voorstellen te doen aan de raad voor eigen reglementen en verordeningen. 7. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar.
Na elke vergadering wordt een besluitenlijst toegezonden aan de leden van de raad en de burgerleden. Artikel 3. De agendacommissie 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van de raadscommissies, de plaatsvervangend voorzitter van de raad en de voorzitter van de raad. 2. De agendacommissie kiest uit haar midden een voorzitter. 3. De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan haar vergaderingen. 4. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en de commissievergaderingen; b. het vaststellen van het vergaderschema van de raad en van de commissies; c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet; d. het bespreken van de langetermijnagenda van de raad; e. adviseren over en voorstellen doen voor de wijze van agenderen (beeld- of oordeels-vormend of anderszins) en over de bijpassende behandel- en vergaderwijze; f. het toelaten van een presentatie of toelichting bij de behandeling van een onderwerp; g. beoordelen van de kwaliteit van de raadsvoorstellen; h. beoordelen van agenderingsverzoeken die fracties gemotiveerd kunnen aandragen; i. beoordelen van verzoeken van raadsleden, het college en derden voor bijeenkomsten en werkbezoeken. 5. De agendacommissie streeft naar consensus. Als er gestemd moet worden, dan stemmen de raadsleden.
Als de stemmen staken dan beslist de voorzitter van de agendacommissie.
1 van 7
6. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar.
Voordeel alternatief: een kleinere (agenda)commissie kan slagvaardiger zijn. De commissievoorzitters zijn op de hoogte van de afwegingen voor agendering en delen hun ervaringen en verbeterpunten met elkaar in de agendacommissie. Zij hebben de tijd en ruimte om aan de hand van een vastgesteld kader ieder onderwerp te beoordelen. Nadeel alternatief: een commissie die de agenda’s voorbereidt heeft baat bij vertegenwoordiging uit alle fracties, want dan is er zicht op de wensen van de hele raad bij de afweging om onderwerpen wel of niet (en hoe) te agenderen. Met betrekking tot dit thema wordt opgemerkt dat in de presidiumvergadering van 22 oktober 2024 is besloten over dit thema een tweede beslispunt op te nemen in het raadsvoorstel om uiterlijk in april 2025 over een eventuele aanpassing van het takenpakket van het presidium en het mogelijk instellen van een agendacommissie te besluiten.
2. Thema Spreekrecht a. Geen spreekrecht in de Oordeelsvormende commissie (mede vanwege de afwezigheid van het college) In artikel 30 lid 1 de zinsnede “en de Oordeelsvormende commissie” te schrappen. Voordeel alternatief: het college (meestal de indiener van het voorstel) is niet aanwezig en is ook niet door vergaderdeelnemers aanspreekbaar op een bijdrage van de inspreker. Nadeel alternatief: het bieden van meer inspreekmogelijkheden kan een uitkomst zijn voor insprekers die de beeldvormende vergadering hebben gemist of naar aanleiding van die vergadering nog iets tegen de commissie willen zeggen.
b. Spreekrecht over niet-geagendeerde onderwerpen ook in de Beeldvormende en Oordeelsvormende commissie Artikel 30 lid 1 als volgt te wijzigen: 1. Burgers kunnen tijdens de Beeldvormende en Oordeelsvormende commissie het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd en niet-geagendeerd zijn.
Voordeel alternatief: meer inspreekmogelijkheden. In dat geval is in drie vergaderingen per maand inspreken mogelijk over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen. Nadeel alternatief: het voordeel van het beperken van het inspreken over niet-geagendeerde onderwerpen tot de raadsvergadering is dat een inwoner altijd met de raad (de gehele volksvertegenwoordiging) spreekt, in het bijzijn van het college. In de commissievergadering spreekt men tegen een delegatie uit de raad en is het college(lid) mogelijk niet aanwezig, dat kan verwarrend zijn.
2 van 7
c. Insprekers niet meerdere keren over hetzelfde onderwerp laten inspreken Aan artikel 30 lid 7 en artikel 33 lid 8 het volgende toe te voegen: f.
indien door een persoon of organisatie reeds eerder in eenzelfde vergadercyclus over hetzelfde onderwerp van het spreekrecht gebruik werd gemaakt.
Voordeel alternatief: het kan voorkomen dat een inspreker veelvuldig de vergaderingen van de raad en commissies ‘gebruikt’ om hetzelfde verhaal te vertellen. Door de beperking is er een mogelijkheid om dat een halt toe te roepen. Nadeel alternatief: het komt zelden voor dat inwoners veelvuldig gebruik maken van het spreekrecht. Het is de vraag of een regel moet worden toegevoegd voor een relatief uitzonderlijke situatie.
d. Burgers kunnen vragen stellen aan het college in de Beeldvormende commissie Aan artikel 30 lid 1 lid toe te voegen: 1. … Burgers mogen tijdens de Beeldvormende commissie vragen stellen aan het college over onderwerpen die geagendeerd zijn.
Voordeel alternatief: inwoners en belanghebbenden kunnen vragen stellen die relevante informatie opleveren. Het vergroot de mogelijkheden van inwonersparticipatie in de vergaderingen. Nadeel alternatief: het kan verwarrend (of mogelijk zelfs onjuist) zijn dat inwoners, niet-zijnde commissieleden, in een bepaalde raadscommissie dezelfde bevoegdheden krijgen als benoemde burgerleden en gekozen volksvertegenwoordigers.
3. Thema Burgerleden a. Burgerleden hoeven niet op een kandidatenlijst te hebben gestaan Artikel 8 lid 2 en 3 te laten vervallen. Voordeel alternatief: Geen beperking wie er burgerlid mag worden. Zo kunnen ook nieuwe/toekomstige kandidaat-raadsleden al proeven van het raadswerk. Ook afgesplitste fracties kunnen een burgerlid benoemen. Nadeel alternatief: De betrokkenheid bij de partij en het verkiezingsprogramma zou minder kunnen zijn. Het burgerlid is dan ook geen kandidaat-raadslid (dus ook geen onderdeel van een lijst geweest waarop inwoners bewust hun stem hebben uitgebracht). De persoon kan in deze raadsperiode ook niet doorgroeien tot raadslid.
3 van 7
b. Burgerleden dienen altijd op de kandidatenlijst te hebben staan Artikel 8 lid 3 te laten vervallen. Voordeel alternatief: burgerleden zijn vanaf het moment dat de kandidatenlijst is vastgesteld betrokken bij de partij en hebben zich gecommitteerd aan de standpunten van de partij die volgens de kiezer een volksvertegenwoordiger mocht leveren. Nadeel alternatief: Minder ruimte om nieuwe aanwas vroegtijdig mee te laten draaien in het raadswerk. Soms is de lijst ‘uitgeput’. Afgesplitste fracties kunnen geen burgerlid voordragen.
c. Ook burgers die op een kandidatenlijst van een andere partij stonden, mogen na 2 jaar worden benoemd als burgerlid Artikel 8 lid 3 als volgt te wijzigen: 2. Het vereiste in het tweede lid geldt niet meer vanaf twee jaar na de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen. Na deze datum mogen ook andere burgers worden voorgedragen, met uitzondering van burgers die bij de laatste gehouden gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst van een andere politieke partij in Krimpen aan den IJssel hebben gestaan.
Voordeel alternatief: Burgers die zich hebben aangesloten bij een andere of afgesplitste partij/fractie, kunnen alvast meedraaien als burgerlid voor de nieuwe partij. Nadeel alternatief: kandidaten kunnen halverwege een periode zich aansluiten bij een partij die andere standpunten heeft dan de partij waar hij/zij zich over uitgesproken heeft richting de verkiezingen.
d. Extra burgerleden (van 1 naar 2) Artikel 8 lid 1 als volgt te wijzigen: 1. Elke fractie heeft het recht om, via de fractievoorzitter, twee personen voor te dragen als burgerlid die namens de fractie kunnen deelnemen aan de raadscommissievergaderingen. De raad besluit over de benoeming van burgerleden.
Voordeel alternatief: de werkdruk in een fractie kan beter gespreid worden en deskundigheid binnen een fractie kan worden vergroot. Nadeel alternatief: hogere kosten en een vermeerdering van het aantal niet-gekozen personen die deelnemen aan de voorbereiding van besluitvorming door de gekozen volksvertegenwoordiging. Verhoging van inzet en deskundigheid binnen en fractie kan ook op een andere wijze worden bereikt (bijv. inzet fractieondersteuners).
4 van 7
e. Extra burgerleden voor fracties die commissievoorzitters en/of leden van een adviescommissie leveren In artikel 8 Burgerleden de volgende tekst in te voegen: 1. De fracties van waaruit een lid door de raad is benoemd of aangewezen als commissievoorzitter, lid van de auditcommissie of lid van een adviescommissie van een Gemeenschappelijke Regeling hebben de mogelijkheid één extra burgerraadslid voor te dragen.
Voordeel alternatief: fracties die extra taken op zich nemen, krijgen de mogelijkheid om de werkdruk te verlichten. Nadeel alternatief: geen gelijk aantal burgerleden voor alle fracties, hogere kosten.
4. Thema Spreektijden a. Geen spreektijden te hanteren Artikel 14 te laten vervallen Voordeel alternatief: minder afleiding en beperking debat door aandacht op (administratief) instrument, geen administratie door griffie en voorzitter. Nadeel alternatief: mogelijk langere vergaderingen, vraagt meer discipline van de fracties.
b. Spreektijd in de Oordeelsvormende commissie gelijk aan andere vergaderingen (van 15 naar 10 min) Artikel 14 lid 2 komt te vervallen Voordeel alternatief: kortere vergaderingen, duidelijkheid door gelijk aantal minuten voor alle vergaderingen, mogelijk meer to-the-point debat. Nadeel alternatief: minder ruimte voor debat, toelichting en gesprek.
c. Meer spreektijd per fractie (van 10 naar 15 min) Artikel 14 lid 1 en lid 2 wordt vervangen door een nieuw lid 1: 1. Elke fractie beschikt over 15 minuten spreektijd per vergadering.
Voordeel alternatief: meer ruimte voor debat en bredere inbreng op verschillende agendapunten Nadeel alternatief: mogelijk langere vergaderingen, meer ruimte voor breedsprakigheid
5 van 7
d. Geen maximale spreektijd voor het college in de Beeldvormende en Informatieve commissie Artikel 14 lid 3 als volgt te wijzigen: 3. Het college beschikt in de raadsvergadering over 30 minuten spreektijd. Voor de overige vergaderingen heeft het college geen maximale spreektijd.
Voordeel alternatief: het voorkomt dat vragen niet kunnen worden beantwoord door een gebrek aan spreektijd (met openstaande vragen tot gevolg). Nadeel alternatief: collegeleden die breedsprakig zijn, voelen minder tijdsdruk.
e. Voorstellen van orde, het indienen van moties en amendementen, interrupties en de beantwoording van interrupties maken onderdeel uit van de spreektijd Artikel 14 lid 4 als volgt te wijzigen: 4. Voorstellen van orde, het indienen van moties en (sub)amendementen, interrupties en het beantwoorden van interrupties gaan ten koste van de spreektijd.
Voordeel alternatief: meer duidelijkheid over wat de exacte spreektijd van fracties is, want alles gaat ten koste van de spreektijd. Bij een gelijkblijvend aantal minuten worden de vergaderingen korter. Nadeel alternatief: Er blijft minder tijd over voor het inhoudelijke gesprek. Fracties kunnen door het beantwoorden van vragen van anderen door hun spreektijd heen raken en daardoor geen inbreng meer leveren bij andere agendapunten.
f. Interrupties gaan niet ten koste van de spreektijd Artikel 14 lid 4 als volgt te wijzigen: 4.
Voorstellen van orde en het indienen van moties en (sub)amendementen gaan niet ten koste van de spreektijd.
Voordeel alternatief: als ook de interrupties buiten de spreektijd vallen zijn vergaderdeelnemers mogelijk eerder geneigd om te interrumperen en daarmee het debat te verlevendigen. Nadeel alternatief: mogelijke langere vergaderingen omdat er interrupties niet meer meetellen met spreektijd en er dus minder beperking is van de duur van de beraadslaging.
6 van 7
5. Thema Moties a. Verplicht voortgangsbericht uitvoering motie Aan artikel 40 toe te voegen: 5. Indien een aangenomen motie een verzoek bevat dat gericht is aan het college, informeert het college de raad binnen 13 weken over de voortgang van de uitvoering van het verzoek.
Voordeel alternatief: het college wordt hiermee ‘verplicht’ aandacht te schenken aan een aangenomen motie en de raad te informeren over de uitvoering van de motie. Nadeel alternatief: het kan een extra belasting zijn van het college/organisatie om los van een mogelijk reeds opgenomen afdoeningstermijn in de motie en de reguliere voortgangsberichten ook nog een afzonderlijk voortgangsbericht te maken. Daarnaast de verplichting tot tussentijds informeren vertragend werken voor de daadwerkelijke uitvoering van de motie.
7 van 7