Bijlage 2 - Actieprogramma Armoede en Schulden 2021 – 2024
Tekst van het document
Actieprogramma Armoede en Schulden 2021-2024 ‘werken aan bestaanszekerheid wanneer rondkomen niet vanzelfsprekend is’
Maart 2021
Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................................. 3 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4 2. Wanneer is sprake van armoede, armoedeval en (problematische) schulden? ................................. 6 3. Landelijke context ............................................................................................................................... 7 4. Lokale context ................................................................................................................................... 10 5. Armoede en schulden: onze ambitie en focus .................................................................................. 13 6. Aanpak ............................................................................................................................................... 17 7. Financiën en monitoring.................................................................................................................... 23
2
Voorwoord Niemand wil in armoede leven. Toch overkomt het heel veel mensen. Ook in Krimpen aan den IJssel. En inderdaad het overkomt je, want niemand kiest er bewust voor om in armoede te leven. Daarom heeft de gemeente Krimpen aan den IJssel een programma, het ‘Actieprogramma Armoede en Schulden’. Niet zomaar wat woorden in een beleidsdocument, maar echt een actieprogramma. Wij hebben de ambitie om het aantal mensen dat in armoede leeft en dat problematische schulden heeft, substantieel terug te dringen. Daar gaan wij actief mee aan de slag. Het zal je maar overkomen. Je hebt je eigen bedrijf, je bent ZZP-er en plots valt een deel van je werk weg. Daarmee valt dus ook een deel van je inkomen weg. De kosten voor je huis, je partner, je kinderen blijven gewoon doorgaan. Je hebt wel werk, maar toch onvoldoende inkomen om rond te komen. Voor je het weet hebben je schulden. Ook als starter, als jongere zonder goede of passende opleiding (startkwalificatie) kan het je overkomen. Het lukt je maar niet een passende baan te vinden. Of als oudere, na een leven lang werken, denkend dat je van je oude dag kan genieten, maar je AOW is onvoldoende om van te leven. Te veel schrijnende voorbeelden om ze allemaal op te noemen. Wij willen en gaan ook daadwerkelijk al deze mensen helpen. Als dit je overkomt loop je daar meestal niet mee te koop. Eerst probeer je het zelf op te lossen.
Dat dit niet eenvoudig is, wijst de praktijk helaas maar al te vaak uit. Het is voor ons daarom zaak in te zetten op preventie en vroegsignalering. Wij zetten in op de totale hulpvraag. Niet alleen helpen wij bij het oplossen van de huidige problemen; wij kijken ook naar de reden van ontstaan van de problemen. Wij helpen mensen zodat ze weer financieel zelfredzaam zijn en volwaardig participeren. Hoe wij dat gaan doen leest u in dit actieprogramma.
Anthon Timm Wethouder
3
1. Inleiding De schuldenproblematiek in Nederland is groot. Bijna een derde (32,1%) van de Nederlandse huishoudens heeft betalingsachterstanden. Bij bijna 1 op de 5 huishoudens (18%) is de problematiek zo ernstig dat de schulden risicovol of problematisch zijn. In aantallen uitgedrukt gaat het om ongeveer 1,5 miljoen huishoudens. Deze groep maakt deel uit van de 2,8 miljoen Nederlanders die het risico lopen op armoede of sociale uitsluiting. 850.000 mensen hebben onvoldoende inkomen om in hun basisbehoeften te voorzien. Een arm huishouden in Nederland heeft een gemiddeld tekort van € 217 per maand. Dat betekent onvoldoende geld om de vaste lasten te betalen, zoals huur, energielasten, voeding, kleding, etc. 378.000 kinderen groeien op in een gezin met een laag inkomen. ZZP’ers hebben een hoog risico op armoede. Landelijk heeft 62% van de werkgevers personeel met financiële problemen en bijna de helft van de werkgevers heeft te maken met loonbeslagen. In Krimpen aan den IJssel leven circa 1000 huishoudens onder de armoedegrens van 110% van het wettelijk minimum inkomen (CBS, 2018), een jaar eerder was dit rond de 900 huishoudens (CBS, 2017). Landelijk zien we dat er - net als in Krimpen - sinds de start van de coronacrisis minder aanmeldingen zijn voor schuldhulpverlening1. Volgens deskundigen is dit de stilte voor de storm.
Mensen krijgen nu nog uitstel van betaling en doen een beroep op hun buffer. Maar dit biedt op termijn geen soelaas. Bovendien hebben veel mensen te maken met baanverlies of teruglopende inkomsten. Onderzoekers verwachten in het worst case scenario een verdubbeling van het aantal huishoudens met (problematische) schulden en in het gunstigste geval een stijging van 10-20%. 2
Het is ingrijpend als je zelf of je omgeving te maken krijgt met armoede of problematische schulden. Deze mensen kunnen verstrikt raken in een vicieuze cirkel die kan leiden tot problemen met werk, gezondheid, sociaal isolement en uiteindelijk zelfs dakloosheid. Meer mensen leven op of onder de armoedegrens en meer mensen doen aanspraak op gemeentelijke voorzieningen waaronder schulddienstverlening. Toenemende maatschappelijke kosten zijn het logische gevolg. Dat gegeven maakt dat armoede en de bestrijding daarvan aandacht heeft en politiek en maatschappelijk relevante onderwerpen zijn. Het huidige beleidsplan armoede en schulden van de gemeente Krimpen aan den IJssel is niet meer geldend. Vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening wordt geacht dat de gemeente een actueel beleidsplan armoede en schulden heeft. Gemeente Krimpen aan den IJssel heeft de ambitie om het aantal mensen in armoede en met problematische schulden substantieel terug te dringen. Natuurlijk door inzet op goede schuldhulpverlening, maar liever nog door het ontstaan van (problematische) schulden zo vroeg mogelijk te signaleren en te voorkomen. Schuldhulpverlening is symptoombestrijding en we moeten ons gezamenlijk inspannen om het echte probleem aan te pakken.
Dit actieprogramma armoede en schulden 2021-2024 geeft het beleid voor de komende jaren weer om armoede en schulden zoveel mogelijk te voorkomen, te verhelpen en de negatieve gevolgen ervan te beperken. Hoofddoel is het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid en 4 1 Bron: Monitor schuldhulpverlening in coronatijd, Divosa/NVVK. 2 COVID-19 en schuldenproblematiek in Nederland, Deloitte/SchuldenlabNL, juni 2020.
maatschappelijke participatie van de Krimpenaren. We zetten in op preventie, vroegsignalering van armoede en schulden en nazorg. Hierbij hebben we extra oog voor de kwetsbare groepen in de samenleving betreffende: de werkende armen (inclusief ZZP’ers), kinderen in armoede, jongeren zonder startkwalificatie en AOW-gerechtigden. Het actieprogramma sluit aan bij het beleidsplan Sociaal Domein Krachtig Verder waarin de centrale ambitie is dat we willen dat inwoners gezond en veilig zijn, mee kunnen doen, (financieel) zelfredzaam zijn en kansen krijgen zich te ontwikkelen. De aanpak van armoede en schulden levert een belangrijke bijdrage aan deze ambitie.
5 1 Bron: Monitor schuldhulpverlening in coronatijd, Divosa/NVVK. 2 COVID-19 en schuldenproblematiek in Nederland, Deloitte/SchuldenlabNL, juni 2020.
2. Wanneer is sprake van armoede, armoedeval en (problematische) schulden? Alvorens in te gaan op het landelijke en gemeentelijk beleid omtrent armoede en schulden gaan we in dit hoofdstuk in op de te hanteren definities. 2.1 Definitie armoede Er zijn landelijk meerdere definities van armoede. Voor ons armoedebeleid hanteren wij als gemeente de definitie van het SCP (Sociaal Cultureel Planbureau) van absolute armoede: ‘Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden’3. Absolute benadering van armoede De definitie van het SCP gaat uit van een absolute benadering van armoede. Dat betekent dat alleen gekeken wordt naar de individuele situatie van de betreffende persoon; er vindt geen vergelijking plaats met het inkomen van andere groepen. Centraal in deze definitie staat ook het begrip ‘beschikbare middelen’. Als mensen ervoor kiezen om de beschikbare middelen aan andere zaken dan benodigd levensonderhoud te besteden en daardoor een tekort aan middelen hebben, betekent dat niet dat zij arm zijn. Sociaal minimum, gehanteerde inkomensgrens Voor gemeenten is het lastig om de definities van het SCP toe te passen. Gemeenten hebben namelijk niet de beschikking over financiële gegevens op individueel huishoudniveau.
Gemeenten hebben geen inzicht in het besteedbaar inkomen van het merendeel van de bewoners. Daarom kiezen de meeste gemeenten ervoor om de armoedegrens te stellen op het sociaal minimum (afgeleid van het wettelijk minimumloon). In Krimpen aan den IJssel geldt nu 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als inkomensgrens om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand en voor de meeste lokale of minimaregelingen. Het stellen van deze grens impliceert een ‘armoedegrens’. 2.2 Definitie armoedeval Als een inkomen in een huishouden, door bijvoorbeeld werk, toeneemt, kunnen de bijdragen uit zowel rijksregelingen (denk aan toeslagen) als gemeentelijke regelingen (denk aan de Individuele inkomenstoeslag) afnemen of eindigen. Er is sprake van een armoedeval als een huishouden aan het eind van de maand netto minder overhoudt, ondanks het feit dat het inkomen zelf is gestegen4. Uit landelijke onderzoeken blijkt dat er niet of nauwelijks sprake is van een armoedeval als er alleen gekeken wordt naar regelingen op rijksniveau. De combinatie van de afbouw van de landelijke regelingen en het wegvallen van lokale regelingen als gevolg van de stijging van het inkomen veroorzaken dat echter wel. 2.3 Definitie schulden Ten aanzien van schulden, met name problematische en risicovolle schulden, hanteren we eveneens de landelijke definities5.
Bij problematische schulden zijn de schuldenlast en/of de betalingsachterstanden zo groot dat de betrokkenen elke maand geld te kort komen. Hierdoor kunnen schulden niet worden afgelost en zelfs oplopen. Zonder hulp komen zij er niet uit. 6 3 Diverse SCP publicaties, waaronder Armoede in kaart 2018 4 Artikel ‘Veel schuldenaren weten schuldhulp slecht te vinden’ van G. Schoneville en M. Weijers (NIBUD) in ECB aug 2019. 5 kamerbrief ministerie SZW 23 mei 2018.
3. Landelijke context In dit hoofdstuk gaan we in op de landelijke context ten aanzien van de armoede- en schuldenproblematiek. De ambitie van het Rijk is het aantal mensen met armoede en problematische schulden substantieel terug te dringen en mensen met schulden effectiever te helpen door beginnende schulden vroeg te signaleren en stapeling van schulden te voorkomen en door mensen die minder zelfredzaam zijn te ontzorgen. Landelijk zijn er diverse grote lijnen uitgezet op het gebied van armoede- en schuldenaanpak. Voor dit beleidsplan zijn de belangrijkste lijnen: 1. Het Actieplan Brede Schuldenaanpak 2. De Ambities op het gebied van Kinderarmoede 3.1 Actieplan Brede Schuldenaanpak Bijna 1 op de 5 huishoudens in Nederland (1,4 miljoen huishoudens) heeft problematische of risicovolle schulden. Van deze 1,4 miljoen huishoudens zijn er 1,2 miljoen niet bekend bij gemeenten of maatschappelijke instellingen6. Om de hiervoor genoemde huishoudens te helpen is in 2018 door de regering het Actieplan Brede Schuldenaanpak gestart. Deze aanpak bestaat uit 3 actielijnen: • Preventie en vroegsignalering • Ontzorgen en ondersteunen • Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso 3.2 Ambities op het gebied van Kinderarmoede In 2017 verschenen enkele belangrijke rapporten van de Sociaal Economische Raad en de Kinderombudsman over opgroeien in armoede7.
Hieruit bleek onder andere dat in Nederland 1 op de 9 kinderen in armoede opgroeit. Opgroeien in armoede doet wat met kinderen: op korte termijn kan dat leiden tot sociale uitsluiting en op middellange termijn tot slechtere schoolprestaties of probleemgedrag. Als zo’n kind volwassen wordt, is er een hoog risico dat de betrokkene ook in armoede terecht komt of blijft (intergenerationele of overerfbare armoede). Om het aantal kinderen in armoede terug te dringen heeft de regering in het voorjaar van 2019 vier ambities geformuleerd. Deze ambities richten zich zowel op het gemeentelijk armoedebeleid als op het rijksbeleid. De regering wil deze samen met de VNG verder invulling geven. Het gaat om de volgende vier ambities: • Alle kinderen, die in een gezin met een laag inkomen opgroeien, kunnen meedoen. • Het aantal huishoudens met kinderen dat te maken heeft met een laag inkomen laat de komende jaren een dalende trend zien. • Er komt periodiek landelijk inzicht in de brede kans op armoede onder kinderen Kansrijk opgroeien is namelijk meer dan opgroeien met voldoende geld. Het is ook opgroeien in een gezonde, veilige en kansrijke leefomgeving). • Landelijk periodiek overzicht bieden van goede voorbeelden en initiatieven van gemeenten en andere organisaties. 3.3 Landelijke wet- en regelgeving Armoede en schulden omvat een complex en breed terrein.
Binnen dit actieprogramma wordt rekening gehouden met de volgende landelijke wet- en regelgeving: 1. Participatiewet (2015) 2. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs 2021) 3. Wet vereenvoudiging Beslagvrije voet (WvBvv,2021) 7 6 6 kamerbrief ministerie SZW 23 mei 2018. 7 SER – Opgroeien zonder armoede 2017 Kinderombudsman – Alle kinderen kansrijk 2017
4. Wet Stroomlijning keten voor derdenbeslag ten behoeve van het verbreden van het beslagregister (VBR) 5. Wet Adviesrecht gemeenten bij Schuldenbewind (Ags). 1. Particpatiewet De Participatiewet geeft aan welke regels gemeenten moeten hanteren voor inwoners met een inkomen onder bijstandsniveau. Gemeenten moeten op basis van de zorgplicht ervoor zorgen dat hun inwoners zeker kunnen zijn van een bestaansminimum. De regels bevatten voorwaarden voor inkomensondersteunende regelingen als de bijstandsuitkering, bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag, de Kinderopvangtoeslag en de individuele studietoeslag. Vanaf 1 januari 2021 treden de volgende wetten in werking: 2. Wijziging wet gemeentelijke schuldhulpverlening (wijziging Wgs) De wijziging van de wet Wgs faciliteert enerzijds de gegevensuitwisseling tussen schuldhulpverleners en schuldeisers met als doel vroegsignalering van schulden en creëert anderzijds een grondslag voor de gegevensuitwisseling voor het besluit over de toegang tot en het plan van aanpak voor de schuldhulpverlening. De gegevens die mogen worden uitgewisseld met als doel vroegsignalering van schulden, zijn opgenomen in het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs). Het gaat hierbij om betalingsachterstanden op vaste lasten, zoals huur, energie, water en zorgverzekering.
Na ontvangst van een vroegsignaal dient de gemeente binnen vier weken uit eigen beweging schuldhulpverlening aan te bieden. Om de wacht- en doorlooptijden voor schuldhulpverlening te versnellen, is opgenomen dat de gemeente na ontvangst van een hulpvraag de bevoegdheid krijgt om gegevens op te vragen die noodzakelijk zijn om de inkomens- en schuldenpositie te bepalen. Met de wijziging van de Wgs heeft de gemeente een aantal nieuwe taken en verantwoordelijkheden gekregen. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen beschreven. • De gemeente dient binnen vier weken een aanbod tot een eerste gesprek te doen. Bij bedreigende situaties, zoals gedwongen woningontruiming of beëindiging van de levering van water, is de termijn drie werkdagen. • De gemeente moet bij verordening een wettelijke termijn opnemen waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. De termijn mag maximaal 8 weken bedragen (conform Awb-termijn). • Wanneer het hulpaanbod van de gemeente leidt tot een schuldhulpverleningstraject, krijgen schuldeisers een terugmelding en worden zij betrokken bij het vervolg.
• Er zijn zes signalen aangewezen die de gemeente mag ontvangen om uit eigen beweging schuldhulpverlening aan te bieden: Achterstand in betalen van de huur (ook particuliere verhuurders), drinkwater, zorgverzekering, elektra, gas en warmte. • Gemeenten moeten actief afspraken maken met schuldeisers. met deze afspraken over vroegsignalering wordt preventie van schulden en dure schuldhulpverleningstrajecten beoogd. 3. Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (WvBvv) De beslagvrije voet wordt onder de huidige regelgeving door diverse redenen vaak te laag vastgesteld, waardoor inwoners in (grotere) financiële problemen terechtkomen. De Wet vBvv wijzigt onderdelen van het beslag- en executierecht. De kern van de nieuwe wet bestaat uit een geautomatiseerde rekenmodule die de beslagvrije voet berekent aan de hand van gegevens uit de BRP en de Polisadministratie. Daarnaast worden er wijzigingen aangebracht in het proces van beslagleggen om beslagen zoveel mogelijk te concentreren en daardoor 8 6 6 kamerbrief ministerie SZW 23 mei 2018. 7 SER – Opgroeien zonder armoede 2017 Kinderombudsman – Alle kinderen kansrijk 2017
beter te coördineren. Onderdeel van deze wijzigingen zijn de introductie van de vaste beslagvolgorde en de rol van de coördinerend deurwaarder. 4. Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags) Op dit moment zijn gemeenten vaak niet op de hoogte als de rechter wordt verzocht om schuldenbewind in te stellen, terwijl ze wel verantwoordelijk zijn voor de juiste ondersteuning van mensen die schulden hebben. Om dit op te lossen, kunnen gemeenten een adviesrecht krijgen nadat er schuldenbewind is uitgesproken. Het adviesrecht kan gemeenten beter in staat stellen hun regierol bij schuldhulpverlening te vervullen. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de wens van gemeenten om meer grip te krijgen op de instroom in schuldenbewind. Vanaf 2022 wordt ook de Wet stroomlijning voor derdenbeslag gefaseerd ingevoerd. 5. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag (Verbreding van het Beslagregister) Wanneer er meerdere schuldeisers of crediteuren zijn die tegelijkertijd gebruikmaken van hun incassobevoegdheden, is de kans groot dat de schuldenaar wordt geconfronteerd met een te laag vastgestelde beslagvrije voet en dus een te laag inkomen om van te leven. Daarnaast worden er door onwetendheid omtrent de beslagpositie van de schuldenaar, proces- en executiekosten gemaakt. Dit heeft een schulden ophogend effect tot gevolg.
De Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag verbetert de gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Dit maakt het mogelijk om meer afstemming en inzicht te verkrijgen in de mate waarin de afloscapaciteit van de inwoner onder druk staat en op basis daarvan een afweging te maken als het gaat om de wenselijkheid van incassohandelingen en de hiermee gemoeide kosten. In het beslagregister maken gerechtsdeurwaarders en overheidsinstanties die op grond van wetgeving de bevoegdheid hebben tot gerechtelijke incasso op een vordering tot periodieke betaling, hun incasso-acties bekend. Daarnaast zal het beslagregister bij samenloop van incassohandelingen informatie verstrekken over de identiteit van de coördinerend deurwaarder en de hoogte van de vastgestelde beslagvrije voet. Dit brengt een lastenverlichting mee voor zowel de derdenbeslagene als de inwoner.
9 6 6 kamerbrief ministerie SZW 23 mei 2018. 7 SER – Opgroeien zonder armoede 2017 Kinderombudsman – Alle kinderen kansrijk 2017
4. Lokale context In dit hoofdstuk gaan we in op de lokale context ten aanzien van de armoede- en schuldenproblematiek. Schuldhulpverlening en armoedebeleid maakt binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel beleidsmatig deel uit van het brede sociaal domein en is specifiek gericht op de ondersteuning van kwetsbare mensen met een laag inkomen. Binnen de gemeente zijn er diverse lijnen uitgezet op het gebied van armoede- en schuldenaanpak. Voor dit beleidsplan is de belangrijkste lijn: Beleidsplan Sociaal Domein – Krachtig Verder 2020-2025 4.1 Beleidsplan Sociaal Domein – Krachtig Verder 2020-2025 Wat willen we bereiken? Inwoners zijn financieel zelfredzaam. Kinderen groeien niet op in armoede. We willen dat minder kinderen (0-18 jarigen) op moeten groeien in een bijstandsgezin. We voorkomen dat inwoners (problematische) schulden hebben en bieden ondersteuning als dit nodig is. We zien een beweging van minder individuele voorzieningen naar meer basishulp en meer preventie. Meer inwoners worden geholpen met preventie (bijvoorbeeld formulierenhulp) c.q. basishulp (zoals het schuldmaatje) en het aantal schuldhulpverleningstrajecten bij IJsselgemeenten neemt af..8 Waar staan we? Wat zeggen de cijfers? In 2018 groeiden 330 kinderen van 0 tot 18 jaar op in een bijstandsgezin (5%).
Van de voorzieningen bij de KrimpenWijzer worden 469 (2019) inwoners met een hulpvraag geholpen door de formulierenhulp. Formulierenhulp ondersteunt inwoners bij het aanvragen van de minimaregelingen en het doen van aangiftes alsook vele andere vragen met betrekking tot het invullen van (digitale) formulieren. In 2018 maakten 63 personen gebruik van de individuele schuldhulpverlening bij IJsselgemeenten, dat is in 2019 gedaald naar 45 personen.8 Wat gaan we doen? De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening bepaalt dat de gemeente iedere vier jaar een beleidsplan voor de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente vaststelt. De Wet wijzigt op 1 januari 2021. Wij willen in dit nieuwe actieprogramma de aanpak van schulden combineren met de armoede aanpak. We blijven inzetten op uitstroom naar werk en zelfredzaamheid.8 4.2 Lokale wet- en regelgeving In dit actieprogramma verstaan we onder het huidige beleid alle besluiten en regelingen (verordeningen, nadere regels, beleidsregels) die erop gericht zijn om participatie binnen de samenleving mogelijk te maken door inwoners die (tijdelijk) niet zelfredzaam zijn te ondersteunen door middel van te weten: Voorziening bijzondere bijstand;
Wat Bijzondere bijstand wordt verstrekt als er sprake is van bijzondere omstandigheden.
Kwijtschelding gemeentelijke heffingen
(Gedeeltelijke) kwijtschelding van afvalstoffenheffing (gebruikersdeel), rioolrechten).
Voor wie Inkomensafhankelijk Volwassenen Ja, gezinsinkomen is niet hoger dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm*. Volwassenen Ja
10
Aanvullend fonds
Noodfonds van Gemeente Krimpen aan den IJssel Schulddienstverlening; SHV door IJsselgemeenten ( minnelijke traject) stabilisatie crisisinterventie, informatie, advies en lichte schuldhulp Voorzieningenfonds Voor volwassenen en kinderen vanaf vier jaar kan een tegemoetkoming gevraagd worden voor kosten die betrekking hebben op (sport) activiteiten en schoolkosten.
Volwassenen Nee Volwassenen Nee
Volwassenen en kinderen van 4 tot 18 jaar
Ja, gezinsinkomen is niet hoger dan 110% van het wettelijk minimum
Specifieke voorzieningen in het kader van Participatie verbonden aan Gemeente Krimpen aan den IJssel: Voorziening SynerKri
Wat? Organiseert sportieve en culturele activiteiten
Voor wie? Kinderen 4-12 jaar
Fair chance
Organiseert leuke kleinschalige activiteiten uitjes en sinterklaas feest voor gezinnen met kinderen Fietsen, laptops, schoolkosten
voor kinderen van 0 tot 18 jaar
Stichting Leergeld
Formulierenhulp
Schuldhulpmaatje
Financiële zorg de Zellingen
Moneymaker, Jongerensteunpunt en geen jongeren
Kinderen tussen de 4-8 jaar
Deskundige vrijwilligers van Voor iedereen de formulierenhulp helpen bij het invullen van formulieren, zoals de belastingaangifte,(voorlopige) teruggaven of aanvragen van voorzieningen. Begeleiding in Voor iedereen gedragsverandering en financiële zelfredzaamheid Ondersteunt bij de stabilisatiefase bij de signalering van schulden en armoede Begeleiden, voorlichten en Jongeren geven van workshops o.a. met betrekking tot geld(zorgen)
Inkomensafhankelijk? Niet inkomensafhankelijk, de SynerKri pas kost €20 per jaar en kan gedeclareerd worden bij het voorzieningenfonds Ja, gezinsinkomen is niet hoger dan 110% van het wettelijk minimum Ja, gezinsinkomen is niet hoger dan 120% van het wettelijk minimum Nee
Nee
Nee
Nee
11
buitenspel (allen van de Jonge krijger) Inloop Krimpen (Kw)
wekelijkse Inloop waarbij Senioren Nee ontmoeting, gezelligheid en activiteiten centraal staan Preventief Inwoners van Krimpen aan Senioren Nee huisbezoek (Kw) den IJssel krijgen vanaf hun 75e jaar en daarna elke drie jaar een uitnodiging voor een preventief huisbezoek * Bij bijzondere bijstand boven de 110% wordt er een draagkrachtberekening gemaakt, waarbij 35% van iedere euro boven de 110% als draagkracht wordt gezien. Specifieke voorzieningen in het kader van Participatie die particuliere initiatieven betreffen in Krimpen aan den IJssel: Voorziening Voedselbank
Stichting Jarige Job
Stichting de Blije gift
Stichting de vrienden van Noodfonds Platform Plaatselijke Diaconieën (PPD) Nationaal fonds Kinderhulp
Wat Voedselpakketten
Voor wie Iedereen die voldoet aan de toetsingscriteria Verjaardagsbox Iedereen die voldoet aan de toetsingscriteria Levensmiddelenbonnen Mensen die NIET in aanmerking komen voor de voedselbank Vakanties
Inkomensafhankelijk? Ja
Financiële ondersteuning
Voor iedereen
Ja
Materiële ondersteuning
Kinderen van 0 tot 21 jaar
Ja
Ja
Ja
Ja
12
5. Armoede en schulden: onze ambitie en focus Problematische armoede is een situatie waaruit iedereen probeert te ontsnappen. Niemand kiest bewust voor een leven in armoede. Binnen de bestaande capaciteit en middelen streven we de komende jaren toe naar de in dit hoofdstuk beschreven ambitie. Om deze ambitie te bewerkstelligen richten wij ons op vier belangrijke onderdelen binnen het armoede en schuldenbeleid, onze focus. 5.1 Ambitie Het Krimpens armoede en schuldenbeleid gaat zich de komende jaren richten op het bevorderen van het meedoen in de samenleving, op bewustwording en op het stimuleren van de zelfredzaamheid van Krimpenaren. Hiermee sluiten we aan bij het beleidsplan Sociaal Domein – Krachtig Verder 20202025. 5.2 Focus Het Krimpense armoede en schuldenbeleid sluit zich aan bij het landelijke Actieplan Brede Schuldenaanpak en gaat zich de komende jaren (nog meer) richten op de volgende beleidslijnen: - Preventie - Vroegsignalering - Schuldhulpverlening - Nazorg De inzet van de gemeente Krimpen richt zich op het voorkomen van financiële problematiek (preventie en vroegsignalering), waar nodig op ondersteuning bij het verhelpen en beperken ervan (schuldhulpverlening) en het voorkomen van recidive (nazorg). Binnen deze onderdelen sluiten we aan bij het landelijk beleid9 en hebben we extra aandacht voor de kwetsbare groepen in Krimpen aan den IJssel.
Dit betreft de werkende armen (incl ZZP’ers), kinderen in armoede, jongeren zonder startkwalificatie en AOW-gerechtigde. Hieronder volgt een nadere specificatie van deze kwetsbare doelgroepen. 5.3 Kwetsbare doelgroepen Werkende armen De beste weg uit armoede is werk. Echter, een derde van de totale groep arme volwassenen (met een inkomen onder het ‘niet-veel-maar-toereikendbudget’) bestaat uit werkenden. Onzekere inkomsten, stijgende vaste lasten, te weinig financiële buffers, complexe toeslagen en een flexibele arbeidsmarkt maken dat ook een grote groep werkenden in de financiële problemen komt. Ook maken zij in veel gevallen maar beperkt aanspraak op minimaregelingen. Vooral zzp’ers, deeltijdwerknemers of oproepkrachten zijn risicogroepen. Oorzaken liggen vooral in lage uurtarieven, klein aantal arbeidsuren of hoge vaste lasten. Werken moet lonen. We gaan zoveel mogelijk voorkomen dat inwoners die geen uitkering (meer) krijgen omdat zij een baan hebben gevonden er financieel op achteruit gaan en/of de eindjes niet aan elkaar geknoopt krijgen. Landelijk krijgen de zogenaamde ‘werkende armen’ een steeds prominentere plaats. Het is algemeen bekend dat een grote groep werkenden het financieel niet breed heeft en soms minder te besteden heeft dan mensen met een uitkering. Er zijn meerdere definities van het begrip ‘werkende arme’.
In dit actieprogramma sluiten wij aan bij de definitie die het SCP hanteert10. Een werkende arme is iemand die zelf betaald werk heeft en een huishoudinkomen (besteedbaar inkomen) heeft onder de armoedegrens. Belangrijk is te benadrukken dat iemand met een laag loon maar een goed verdienende partner dus niet arm is. Of mensen arm zijn hangt af van de huishoudsituatie.
13 9 Positionpaper Beleidskader Armoede en Schulden 2018 10 SCP, Als werk weinig opbrengt (2018)
Krimpen heeft, net als de meeste andere gemeenten, nog geen specifiek beleid dat zich richt op werkende armen. Ze zijn over het algemeen beperkt bekend bij gemeenten (met uitzondering van een kleine groep bij schuldhulpverlening). Vooral huishoudens zonder kinderen en groepen die minder geneigd zijn om voor hulp bij de gemeente aan te kloppen (zoals zelfstandigen) zijn moeilijk te bereiken voor gemeenten. Hieronder is zichtbaar dat 14% van de huishoudens in Krimpen met inkomen tot 110% van het sociaal minimum behoren tot de groep werkende armen.
Inkomensbron Inkomen uit arbeid Inkomen uit eigen onderneming Bijstandsuitkering Arbeidsongeschiktheidsuitkering Werkeloosheidsuitkering Overige uitkering sociale voorzieningen Pensioen Overig of onbekend Bron: CBS, 2018
NL 9% 7% 32% 8% 1% 10%
32% 40% 1% 1%
14 9 Positionpaper Beleidskader Armoede en Schulden 2018 10 SCP, Als werk weinig opbrengt (2018)
Krimpen 8% 6% 30% 6% 1% 8%
Kinderen in armoede Het is al langer bekend dat veel kinderen in armoede opgroeien. Volgens de SER zitten er in elke schoolklas gemiddeld 2 of 3 kinderen welke opgroeien in armoede. Nederland streeft ernaar om het aantal kinderen dat in armoede leeft te verminderen van 9,2% in 2015 naar 4,6% in 203011. Dit is een taak van de regering en de gemeenten gezamenlijk. 6,1% van de kinderen in Krimpen leven van een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. De gevolgen voor deze kinderen kunnen groot zijn. Naast het risico op uitsluiting, zijn kinderen in armoede ook slechter af op andere gebieden. Zo groeien kinderen in armoede minder gezond op. Ze hebben minder kansen op school en krijgen vaker een lager schooladvies. De kans op jeugdcriminaliteit is groter. Kinderen die met geldtekort opgroeien hebben een grotere kans om later als volwassene zelf ook geldtekort te hebben12. Wij onderschrijven dat ieder kind moet kunnen meedoen, vooral op het gebied van educatie, sport en cultuur. Wij handhaven onze inzet op het ondersteunen van kinderen en houden bij de schuldhulpverlening altijd rekening met het feit dat er kinderen aanwezig zijn in een huishouden. De nieuwe gelden die in 2018 beschikbaar kwamen vanuit het rijk voor het bestrijden van kinderarmoede zijn onderdeel van het minimabeleid.
Dit minimabeleid bestaat uit gelden voor het Voorzieningenfonds, Stichting leergeld en Stichting De Jonge Krijger. Het uitgangspunt blijft de komende jaren: minder kinderen groeien op in armoede. Dit betekent ook dat wij de bestaande kindregelingen meer onder de aandacht gaan brengen, de toegang makkelijker willen maken en de jeugdparticipatie willen stimuleren. Dit sluit ook direct aan bij de aanbevelingen uit het rapport van de kinderombudsman (november 2020). Krimpen aan den IJssel 2019 6279 kinderen 383 kinderen 872 huishoudens
21,6% van alle inwoners 6,1 % lopen risico op armoede Voorzieningenfonds (66% met kinderen) Stichting Leergeld 91 keer Bron: Jaarrapportage GR IJsselgemeenten 2019
Type huishouden Eenpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden met alleen minderjarige kinderen Eenoudergezin met minstens 1 meerderjarig kind Paar zonder kinderen Paar met alleen minderjarige kinderen Paar met minstens 1 meerjarig kind Overig huishouden Bron: CBS, 2018
NL Krimpen 67% 60% 11% 15% 2%
2%
12% 6% 1% 1%
14% 6% 2% 1%
15 11 Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Eerste Kamer, 9 april 2020. 12 Rapport kinderombudsman 2020 13 Kwartaalrapportage GR IJsselgemeenten Q3 2020
Jongeren zonder startkwalificatie Uit landelijk onderzoek blijkt dat de groep jongeren met financiële problemen groter is dan alleen jongeren zonder startkwalificatie. 19% van alle jongeren heeft te maken met ernstige betalingsproblemen, in veel gevallen is sprake van (in ieder geval) risicovolle schulden. 11% van de jongeren ontvangt regelmatig brieven van een incassobureau of deurwaarder. In de regio Rijnmond betreft 27% van de uitkeringsgerechtigden jongeren zonder startkwalificatie. De meeste WWuitkeringen worden verstrekt aan mensen zonder startkwalificatie (27%). Ten opzichte van vorig jaar steeg het aantal WW-uitkeringen aan deze groep met 17%13. Door deze situatie is de kans groot dat een deel van deze jongeren in armoede terecht komt. In veel gevallen hebben deze jongeren geen financiële educatie vanuit hun thuissituatie meegekregen, zodat zij feitelijk al met een achterstand begonnen. 5.4 AOW-gerechtigden Uit landelijk onderzoek uit 2018 blijkt dat de kans op armoede het grootst is bij kinderen én bij ouderen vanaf 80 jaar. In Krimpen aan den IJssel is 6,9% van de inwoners 80 jaar en ouder t.o.v. 4,7% landelijk. Het feit dat ouderen langer thuis wonen, men alleen AOW heeft en vaak hoge zorgkosten, zijn waarschijnlijk de belangrijkste oorzaken. AOW-gerechtigden weten niet altijd hoe het zit met landelijke en lokale toeslagen.
En niet ieder van deze groep is even digitaal vaardig. In Krimpen is de groep AOW-ers met een inkomen tot 110% het grootste t.o.v. elke andere leeftijdscategorie.
Leeftijd 24 jaar of jonger 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 jaar en ouder Bron: CBS, 2018
NL 4% 29% 35% 32%
Krimpen 2% 25% 33% 39%
16 11 Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Eerste Kamer, 9 april 2020. 12 Rapport kinderombudsman 2020 13 Kwartaalrapportage GR IJsselgemeenten Q3 2020
6. Aanpak We gaan integraler werken; we leggen meer de nadruk op bewustwording, zelfredzaamheid en we streven ernaar dat elke Krimpenaar mee kan doen in onze samenleving. Binnen de bestaande capaciteit en middelen beschrijven we in dit hoofdstuk wat we al doen en wat we in de komende jaren willen aanpakken. We werken de aanpak uit aan de hand van onze focus, de vier beleidslijnen preventie, vroegsignalering, schuldhulpverlening en nazorg.
6.1 Preventie Preventie gaat over het voorkomen van armoede en schulden. Mensen met problematische schulden of in armoede trekken erg laat aan de bel. Redenen daarvoor zijn vooral schaamte en de weg naar hulp niet weten. Het zo vroeg mogelijk leren omgaan met geld, het creëren van bewustwording, het doorbreken van het taboe op praten over geldzaken; dat alles is van noodzakelijk belang bij de preventie van armoede en schuldenproblematiek. Bij schuldhulpverlening wordt vaak alleen gedacht aan het oplossen van schulden, maar het voorkomen van schulden is echter een essentieel onderdeel. Om te realiseren dat minder inwoners te maken krijgen met armoede en problematische schulden, zetten wij als gemeente al enige tijd verschillende preventieactiviteiten in. Dit houdt onder andere in het geven van voorlichtingen aan specifieke doelgroepen, hulp bij het invullen van (financiële) formulieren, financiële educatie op scholen, Regionaal Meld- en Coördinatie (RMC)activiteiten, Voortijdig schoolverlaten (VSV)-projecten en het inzetten van financiële ondersteuning in de vorm van een financiële of materiële bijdrage. Tabel 6.1 geeft overzichtelijk weer welke preventieactiviteiten en -maatregelen er op dit moment al zijn binnen de Gemeente Krimpen aan den IJssel.
Medewerkers bij de KrimpenWijzer en GR IJsselgemeenten zijn uitstekend bekend met de regelingen en ondersteuning via de KrimpenWijzer is goed geregeld. Aanvragers van een uitkering of schuldhulpverlening krijgen een informatie pakket over de regelingen en mogelijkheden voor participatie (ook in de gemeente) ontbreekt het nog aan heldere informatie over regelingen voor kinderen en volwassenen op de websites van de gemeente. Wat betreft armoede zijn er weinig lokale cijfers bekend. Armoedepreventie algemene bijstand en bijzondere bijstand (de bijstand) kwijtschelding van gemeentelijke belastingen collectieve ziektekostenverzekering voor minima de individuele studietoeslag de individuele inkomenstoeslag Voorzieningenfonds Formulierenhulp (belastingspreekuur, digisterker cursussen) Krimpen sociaal team Krimpenwegwijzer Stichting leergeld VSV-projecten (gericht op behalen startkwalificatie jongeren) RMC-activiteiten (gericht op behalen startkwalificatie jongeren) Beschut werk en garantiebanen Laaggeletterdheid
Schuldpreventie Financiële zorg de Zellingen Formulierenhulp (belastingspreekuur, digisterker cursussen) Krimpenwegwijzer Krimpen sociaal team Moneymaker, Jongerensteunpunt en geen jongeren buitenspel (allen van de Jonge krijger) Sociaal raadslieden Laaggeletterdheid Schuldhulpmaatje
17
Tabel 6.1 Conclusie: Er zijn op dit moment veel preventieve maatregelen aanwezig binnen de Gemeente Krimpen aan de IJssel waar Krimpenaren gebruik van kunnen maken. We zetten de komende jaren acties in om deze maatregelen bekender, toegankelijker en gestroomlijnder te maken. Aanpak: Acties die ingezet gaan worden om preventie te bekender en toegankelijker te maken zijn hieronder weergegeven. Acties 2021-2024 Armoedescan uitvoeren om meer inzicht te verkrijgen in hoeveel financieel kwetsbaren in de gemeenten wonen en wat hun kenmerken zijn (nulmeting 2021). Ook om te zien of onze (preventie) acties effect hebben
Betrekking op welke doelgroep Allen
Allen Investeren in campagnes om financiële problematiek bespreekbaar te maken Huidige financiële educatie-aanbod in kaart brengen en indien nodig uitbouwen Huidige voorzieningen inzichtelijker maken (stroomdiagram) voor de Krimpenaren We maken het openbaar vervoer gratis voor alle 67+ met een minimum inkomen Het vergroten van het gebruik van toeslagen Onderzoeken of we de kindergemeenteraad kunnen betrekken in de verdere uitwerking, aanpassing of evaluatie van het voorzieningenfonds, st leergeld en de jonge krijger. Informatie m.b.t. het armoede en schuldenbeleid en het taalgebruik aan de doelgroep aanpassen en de informatie ook in andere talen beschikbaar te stellen. álle regelingen per gemeente gemakkelijk vindbaar op één plek bij elkaar te zetten, zowel digitaal (website én Google) als op papier het mogelijk te maken dat Krimpenaren en intermediairs in één keer meerdere aanvragen kunnen doen, ook als die door verschillende organisaties worden uitgevoerd. Als nodig met ondersteuning op school of in de wijk Mogelijkheden onderzoeken om alle kind-regelingen te comprimeren naar één pakket, één toegang
Allen Allen AOW-gerechtigden Allen Kinderen in armoede
Allen
Allen Allen
Kinderen in armoede
Vroegsignalering Vroegsignalering gaat over het voorkomen dat betalingsachterstanden uit de hand lopen. Voorkomen is beter dan genezen, maar als voorkomen niet lukt, dan zijn we er graag vroeg bij. Wij beschouwen vroegsignalering van armoede en schulden als een essentieel onderdeel om onze wettelijke taak goed te kunnen uitvoeren. Onder vroegsignalering verstaan wij: het in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van mensen met financiële problemen om vroegtijdige hulpverlening mogelijk te maken, door gebruik te maken van daadwerkelijke signalen en outreachende hulpverlening. Conclusie: Op dit moment is er nog geen sprake van vroegsignalering, maar zijn wij in voorbereiding voor de implementatie van het vroegsignaleringssysteem RIS Matching en RIS Vroeg Eropaf. We 18
zetten de komende jaren acties in om vroegsignalering onderdeel te laten worden van de reguliere schuldhulpverlening. Aanpak: Met behulp van RIS Matching en RIS Vroeg Eropaf gaan medewerkers van de Krimpenwijzer inwoners outreachend benaderen op basis van betalingsachterstanden bij woningcorporaties, gasen energiebedrijven, het waterbedrijf en zorgverzekeraars. Het doel van de aanpak is het vroegtijdig in beeld krijgen van huishoudens met (beginnende) financiële problemen om daarmee in gesprek te komen, de reguliere betalingen te doen hervatten en een oplossingsrichting aan te geven voor de ontstane problemen. Het ultieme doel van de aanpak is het voorkómen van ernstige schuldenproblematiek.
Privacyregelgeving Om vroeg te kunnen signaleren is het belangrijk om toegang te krijgen tot data van de verschillende partners en deze data te koppelen en te analyseren. Hierbij houden wij rekening met de regelgeving vanuit de AVG. We hebben een zorgplicht voor onze inwoners en willen menselijk leed voorkomen door er vroeg bij te zijn, de wijzingen in de Wgs geeft hier nu ruimte aan. We beseffen ons dat niet iedere inwoner benaderd wil worden door de gemeente of het een prettig idee vindt dat de gemeente informatie over hem verzameld met als doel hulp aan te bieden waar hij niet om gevraagd heeft. In de praktijk moeten we hier aandacht voorhouden. We doen dit door inwoners via verschillende kanalen tijdig en adequaat te informeren en de functionaris gegevensbescherming om advies te vragen wanneer we werken met persoonsgegevens bij de uit te voeren acties in dit actieprogramma. Acties die ingezet gaan worden om vroegsignalering te implementeren: Acties 2021-2024 Wij gaan vroegsignalering in 2021 implementeren conform de komende wetswijziging van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (2021). We informeren Krimpenaren omtrent de invoering van Wgs begin 2021 d.m.v. een publiek bericht We maken met betrokken signaalpartners afspraken over het maandelijks delen van informatie over betalingsachterstanden
Betrekking op welke doelgroep Alle
Alle Alle
19
Op basis van signalen over betalingsachterstanden die ontvangen worden van schuldeisers gaan wij binnen vier weken uit eigen beweging hulp aanbieden (art. 4 lid 1Wgs) aan Krimpenaren We schaffen een digitaal systeem aan (Inforing) wat ons helpt bij het verkrijgen van de data van signaalpartners en het matching hiervan
Allen
De huidige instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan armoede- en schuldenbeleid (zoals beleidsregels, verordening, overeenkomsten) aanpassen n.a.v. dit actieprogramma en de wetswijzigingen (Wgs, WvBvv, VBR, AGS)
Alle
Integraler werken door (meer) signaalpartners te laten aansluiten bij vroegsignalering
Alle
Alle
Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening heeft momenteel twee ingangen, de Krimpenwijzer en GR IJsselgemeenten. Het uitgangspunt bij schuldhulpverlening is dat we kijken naar de totale hulpvraag. Wanneer iemand zich meldt bij schuldhulpverlening, wordt niet alleen gekeken naar het oplossen van de huidige schulden, maar ook naar de oorzaken waardoor de schulden zijn ontstaan. Dit om nieuwe schulden te voorkomen en de negatieve gevolgen van de schulden duurzaam op te lossen. Zowel Krimpenwijzer als GR IJsselgemeenten zijn alert op deze totale hulpvraag. Het is ons streven om mensen schuldenvrij te maken, maar de garantie om schuldenvrij te worden, kan niet worden gegeven. Soms is het voorkomen van een huisuitzetting of het langdurig stabiliseren van een schuldsituatie op dat moment het hoogst haalbare. De GR IJsselgemeenten voeren de schuldbemiddeling uit (het minnelijke traject) en de toeleiding WSNP. Wij laten iedereen toe tot het schuldhulpverleningstraject en we houden het toegangsproces laagdrempelig. Zo krijgt iedereen die zich meldt voor schuldhulpverlening een gesprek waarin hij of zij de situatie kan toelichten. In dat eerste gesprek zijn er nog geen verplichtingen, juist om te voorkomen dat mensen afhaken. We streven er op dit moment naar om binnen 14 dagen een huisbezoek af te leggen en binnen 4 weken een plan van aanpak op te stellen.
Iedere aanmelding wordt individueel en integraal beoordeeld en de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager worden meegenomen. Voor de meeste mensen die in het schuldhulpverleningstraject een schuldregeling nodig hebben moet eerst een tussenstap worden gezet: stabiliseren van de situatie. In deze stabilisatiefase wordt, vaak door een medewerker van De Zellingen, inzicht verkregen in de inkomsten; zijn bijvoorbeeld alle toeslagen aangevraagd, zijn belastingaangiften verwerkt, zijn eventuele beslagen op loon of uitkering goed berekend etc. Daarna wordt gekeken of de inkomsten en uitgaven op elkaar zijn afgestemd en op welke terreinen. Pas daarna kan een schuldregeling getroffen worden. Op dit moment zitten 56 krimpenaren in de schuldhulpverlening. Dit traject kan lang duren, omdat het voor schuldhulpverleners een zeer arbeidsintensief proces. Soms is een schuldregeling niet wenselijk of niet mogelijk en is budgetbeheer het hoogst haalbare. Wij streven er naar dat er geen huisuitzettingen plaatsvinden om alleen financiële redenen. In geval van dreigende huisuitzettingen omdat er bijvoorbeeld sprake is van overlast of overtreding van het wetboek van strafrecht of de Opiumwet moeten wij ook rekening houden met de belangen en veiligheid van de omwonenden. Een huisuitzetting is dan soms niet te voorkomen. Wij streven er echter naar dit tot een minimum te beperken.
20
Ook een zzp’er is inwoner van de Gemeente Krimpen en willen wij faciliteren bij eventuele financiële problemen. In eerste instantie door het bieden van een vangnet. Dit om iemand te helpen door te groeien naar een meer zelfredzaam bedrijf, of, indien dat niet lukt, door het goed afronden van het bedrijf zodat iemand weer een nieuwe start kan maken. We zijn reeds begonnen met het bouwen van dat vangnet. Zo is bijvoorbeeld het BBZ-loket (waar ZZP’ers een beroep kunnen doen op bijstand op grond van het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen) organisatorisch ondergebracht bij Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ). Conclusie: Op dit moment is er sprake van efficiënte schuldhulpverlening via de Krimpenwijzer, RBZ en GR IJsselgemeenten. We zetten de komende jaren acties in om het proces van schuldhulpverlening transparanter te maken. Acties 2021-2024 Aanmelden voor schuldhulpverlening via één kanaal
Betrekking op welke doelgroep Alle
We moeten bij verordening een wettelijke termijn opnemen waarbinnen we na het eerste gesprek over de hulpvraag moeten besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. De termijn mag maximaal 8 weken bedragen (conform Awbtermijn). We halveren het aantal huisuitzettingen in de periode 2021-2025
Alle
Aan de hand van het landelijke convenant worden er overeenkomsten afgesloten met de signaalpartners m.b.t. het aanleveren van data We implementeren de wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags) binnen de gemeente Krimpen aan den IJssel Inzichtelijk maken van de faciliteiten die er zijn voor ZZP’ers bij financiële problemen In samenspraak met Regionaal bureau zelfstandigen (RBZ), GR IJsselgemeenten, welzijnorganisaties en gemeente Zuidplas en Capelle de toegang tot vangnetten voor ondernemers transparanter maken
Alle
Alle
Alle ZZP’ers ZZP’ers
21
Nazorg Naast preventie, vroegsignalering en schuldhulpverlening hebben we in onze focus ook gekozen voor nazorg. Als mensen vanuit een uitkering gaan werken of schuldenvrij worden verklaard, verandert hun financiële situatie. Dit kan overweldigend zijn en het is bekend dat angst voor (nieuwe) schulden of terugval soms een belemmering is om werk te aanvaarden. We willen zoveel mogelijk voorkomen dat mensen opnieuw terugvallen in armoede of weer schulden maken. We gaan nazorg aanbieden aan Krimpenaren die het driejarig schuldhulpverleningstraject succesvol beëindigen. Nazorg heeft als effect dat nieuwe financiële problemen voorkomen worden en dat vroegtijdig gesignaleerd wordt als de financiële situatie toch verslechtert waarop dan tijdig passende ondersteuning geboden kan worden. Het aantal recidive is vooralsnog onbekend. Conclusie: Op dit moment bestaat er nog geen beleid rondom financiële nazorg. We zetten de komende jaren acties in om nazorg voor mensen vanuit een uitkering of schuldhulpverlening te implementeren. Het doel is om de hoge recidive van mensen in een uitkering en bij schuldhulpverlening terug te dringen. Aanpak: Nazorg wordt uitgevoerd voor schuldenaren die op een reguliere manier met een traject bij schuldhulpverlening zijn gestopt en Krimpenaren die vanuit een uitkeringspositie aan het werk zijn gegaan.
Wij gaan daarom Krimpenaren een half jaar en een jaar na beëindiging van de uitkering of schuldhulpverleningstraject contacteren. Er wordt met deze inwoners persoonlijk contact opgenomen (door bijvoorbeeld huisbezoek), maar dat kan ook via een andere wijze als de inwoner daar de voorkeur aan geeft (via whats app of mail). In de komende vier jaren wordt de nazorg geïntensiveerd en de resultaten gemonitord. We zien kansen voor de inzet van inwoners met ervaringskennis bij dit onderwerp. Gedacht kan worden aan het betrekken van inwoners met ervaringskennis bij een gesprek met een inwoner. Acties 2021-2024 Aanmelden voor schuldhulpverlening via één kanaal Financiële nazorg wordt een integraal onderdeel van de dienstverlening van de gemeente. We kijken hoe we inwoners met ervaringskennis kunnen inzetten bij de financiële nazorg. Financiële nazorg wordt in 2023 en 2024 geïntensiveerd en breder uitgezet Inzichtelijk maken van het aantal recidive in de afgelopen vier jaar (nulmeting voor de komende vier jaren)
Betrekking op welke doelgroep Alle Alle Alle Alle Alle
22
7. Financiën en monitoring 7.1 Monitoring Binnen het sociaal domein werken we aan een efficiënter en effectiever inzet van middelen. Om te bepalen of we de juiste inzet plegen, is inzicht nodig in de realisatie van de gewenste maatschappelijke effecten van het beleid (vergroten maatschappelijke participatie en financiële zelfredzaamheid van de doelgroep). Hiervoor willen we weten wat het bereik is van de ondersteunende regelingen en voorzieningen. We willen ook weten of we het beschikbare budget aan de juiste zaken besteden en wat de behoeften van de Krimpenaren zijn en wat de resultaten van onze inzet is ten opzichte van andere gemeenten. Wat we gaan doen: - Voor de kwantitatieve monitoring gebruiken we de vragen uit de benchmark Schulden & Armoede van Divosa. Hieruit volgt een jaarlijkse rapportage, waarin de resultaten altijd anoniem zullen zijn. Hierin worden gegevens geregistreerd over de wacht- en doorlooptijden, de uitgaven aan preventie, vroegsignalering, curatie en nazorg, de formatie, het aantal verschillende soorten schuldentrajecten, de uitval- en succespercentages, het aantal crisismeldingen, aanmeldingen, buitenbehandelingstellingen, toewijzingen, afwijzingen en de gemiddelde schuldenlast. - Voor de kwalitatieve monitoring maken we gebruik van de managementrapportages en klanttevredenheidsonderzoeken van o.a. GR IJsselgemeenten en Krimpenwijzer.
De managementrapportages bieden inzicht in het bereik en het resultaat van het brede aanbod aan schuldhulpverlening en uitkeringen. 7.2 Budget voor armoede en schulden De verdeling van de financiële middelen voor armoede en schulden zijn in onderstaande tabel uiteengezet. Deze bedragen zijn exclusief personeelskosten en activiteiten op andere beleidsterreinen die mogelijk ook raakvlakken hebben met armoede en/of schulden. Jaarrekening 2019 Bijzondere bijstand, waaronder onder €670.853,00 andere: • Voorzieningenf onds (onderde el van budget bijzondere bijstand hierboven) • Collectieve ziektekostenve rzekering
Begroting 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
€668.000,00
€678.465,00
€654.754,00
€665.198,00
€ 675.798,00
Open einde regeling met een max van €300 p.p
Open einde regeling met een max van €300 p.p
Open einde regeling met een max van €300 p.p
Open einde regeling met een max van €300 p.p
Schuldhulpmaatje (Erkenningssubsidie Krimpenwijzer)
€8.000,00
€8.000,00
€8.000,00
€8.000,00
€8.000,00
€8.000,00
Schuldhulpverlening
€7.560,00
€17.169,00
€17.426,00
€17.688,00
€17.963,00
€18.222,00 23
Uitgaven uitkeringen levensonderhoud (BUIG)
€7.235.857,0 0 €6.536.019,00
€7.672.000,0 0 €7.364.287,00
€8.039.000,0 0 €7.462.443,00
€8.159.585,0 0 €7.574.379,65
€8.281.979,0 0 €7.687.995,34
€8.406.208,0 0 €7.803.315,27
Inkomsten Vangnetuitkering
€ -89.428,00
€
-
€-8.436,89
€-8.563,44
€-8.691,89
€-8.822,27
Aanvullend fonds ( Stichting Leergeld en Moneymaker)
€15.676,00
€16.007,00
€33.708,00
€16.451,00
€16.698,00
€16.948,00
De Jonge Krijger
€10.000,00
€10.000,00
€10.000,00
€10.000,00
€10.000,00
€100.000,00
€100.000,00
€ 100.000,00
€100.000,00
Inkomsten BUIG
Invoering gratis openbaar vervoer 67+ met inkomensgrens van 120%
Nieuwe budgetten Het Rijk stelt in 2020 en 2021, als onderdeel van het steun- en herstelpakket, extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (landelijk € 15 mln in 2020; € 30mln in 2021) en de bijzondere bijstand (€ 5 mln in 2020; € 10mln in 2021) beschikbaar, gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek. In 2021 zullen deze middelen gebruikt worden voor het faciliteren van extra formatie voor de uitvoering van de nieuwe taken omtrent de wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de uitvoering van een armoedemonitor in 2021 en de inrichting van het vroegsignaleringssysteem van Inforing. Verschuivingen binnen het totale budget Over het jaar 2021 ev. zijn de te verwachte financiële consequenties, uitgaande van de huidige financiële kaders en het personeelsbudget grofweg als volgt: Structurele financiële consequenties: - Invoering gratis OV voor 67+ met inkomensgrens van 120% €100.000 (reeds opgenomen in de begroting 2021) - Aankoop Vroegsignaleringssysteem Inforing RIS Matching en RIS Vroeg eropaf €3.937,56 - Uitvoering vroegsignaleringssysmteem Inforing RIS Matching en RIS Vroeg: €65.000 - Eenmalige extra bijdrage 2021 St. Leergeld €17.500 (reeds opgenomen in de begroting 2021) Voor de uitvoering van de vroeg signalering (€65.000) en Inforing (€3.938) in 2021 is via de begrotingswijziging van maart 2021 budget beschikbaar gesteld.
Hiervoor is incidenteel dekking gevonden ten laste van de middelen voor het steun - en herstelpakket, onderdeel armoede en schulden (stelpost corona). Het verzoek tot structurele dekking vanaf 2022 wordt meegenomen in het traject van de Kadernota 2022. 7.3 Vervolg De aanpak in dit actieprogramma hebben we vertaald in acties. Niet alles staat meteen met ingang van 1 januari 2021 of kan worden uitgevoerd. Bepaalde zaken vragen uitwerking of nader onderzoek. 24
Mochten de omstandigheden wijzigen, zoals bijvoorbeeld naar aanleiding van de corona-crisis, dan kan het zo zijn dat de aanpak tussentijds aangepast moeten worden.
25