CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.1 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 28 mei 2025, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel C.G. Roosweg 20, McDonalds restaurant met McDrive, ontwerp-specifieke verklaring van geen bedenkingen17.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

C.G. Roosweg 20 Gemeente Krimpen aan den IJssel

Plan identificatie:

NL.IMRO.0542.PBLGCGRoosweg20

Datum:

2025-04-01

Contactpersoon Buro SRO: Kenmerk Buro SRO:

SR230172

Opdrachtgever:

Blue-house & C.G. Roosweg 20 B.V.

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

30232281

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding .......................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................. 5 1.3 Geldend planologisch regime ........................................................................................................................... 6 1.4 Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 8

2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 9 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................................................ 9 2.2 Toekomstige situatie .......................................................................................................................................10

3 Beleid en regelgeving ............................................................................................................................ 12 3.1 Nationaal beleid ..............................................................................................................................................12 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................................................17 3.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................................22

4 Onderzoek .............................................................................................................................................. 25 4.1 Milieueffectrapportage ....................................................................................................................................25 4.2 Waterhuishouding ...........................................................................................................................................26 4.3 Cultureel erfgoed .............................................................................................................................................28 4.4 Bodem ..............................................................................................................................................................29 4.5 Geluid ...............................................................................................................................................................30 4.6 Luchtkwaliteit...................................................................................................................................................31 4.7 Ecologie ............................................................................................................................................................33 4.8 Milieuzonering

.................................................................................................................................................34 4.9 Externe veiligheid ............................................................................................................................................35 4.10 Kabels en leidingen.......................................................................................................................................39 4.11 Verkeer en parkeren .....................................................................................................................................40

5 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 43 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 44 7 Conclusie ............................................................................................................................................... 45 Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing

• •

•

Bijlage 1_Aanmeldnotitie CG Roosweg 20_kenmerk SR230172_datum 01-04-2025 Bijlage 2. Archeologisch onderzoek_12-07-2021 o Bijlage 2a. Advies ODMH archeologie CG Roosweg 20 Krimpen aan den IJssel_2103-2024 Bijlage 3. Saneringsplan en bodemonderzoeken_01-06-2022 o Bijlage 3a. E-mails aanvullende toelichting behorende bij beschikking GS_06-2022 o Bijlage 3b. RE Zaaknr 1384899 C.G. Roosweg 20 te Krimpen ad IJssel_06-2022 o Bijlage 3b1. kadastrale tekening I contour gr en grw_17-05-2022 o Bijlage 3b2. 2025.18 schets stortmateriaal_09-06-2022 o Bijlage 3c. Beschikking GS saneringsplan kenmerk 1384899_11-07-2022 o Bijlage 3d. DCMR CG Roosweg bodem beoordelingsbrief 22-01-2024_ o Bijlage 3e. 8264835_Aanvullend_bodemonderzoek_MBS_27-07-2021 o Bijlage 3f. 8264835_Verkennend_bodem_en_asbestonderzoek_MBS_01-02-2021 o Bijlage 3g. 8264835_Aanvullend_grondwateronderzoek_MBS_15-04-2022 o Bijlage 3h. de beschikking van 15 oktober 1998 met kenmerk 22333014_15-101998 o Bijlage 3i. de beschikking van 29 juli 2004 met kenmerk 21007344_29-07-2004

3

• • • • • • • • •

o Bijlage 3j. C.G. Roosweg 20 _voorheen Breekade 20a__Adviesbrief_17-02-2020 Bijlage 4. Notitie wijzigingen saneringsplan_18-12-2023 Bijlage 5. Quickscan natuur_04-03-2025 Bijlage 6. Memo AERIUS-berekening Roosweg 20_kenm SR230172_datum 01-04-2025 o Bijlage 6a AERIUS_projectberek_RckZSrvg16oJ_01-04-2025 Bijlage 7. Onderzoek externe veiligheid_25-02-2025 o Bijlage 7a. Reactie Min BZ en KR inzake buisleiding_07-08-2024 Bijlage 8. Mobiliteitsstudie 014993.20230803.N1.08, datum 01-04-2025 Bijlage 9. 1e Omgevingsdialoog besproken omwonenden C.G. Roosweg 20 definitief V1_2206-2023 Bijlage 10. Wijze van afhandeling omgevingsdialoog_22-06-2023 Bijlage 11. 2e omgevingsdialoog besproken omwonenden C.G. Roosweg 20 definitief_0412-2023 Bijlage 12. Wijze van afhandeling 2e omgevingsdialoog_04-12-2023

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om een nieuw horecapaviljoen te realiseren aan de CG Roosweg 20 te Krimpen aan den IJssel. Het plan om op deze locatie een nieuw horecapaviljoen te realiseren is niet nieuw. In 2021 is reeds een principeverzoek ingediend voor realisatie hiervan. Op 29 juni 2021 heeft het college besloten mee te willen werken aan de ontwikkeling van het paviljoen. Vervolgens is de procedure opgestart, het voormalige horecapaviljoen op locatie gesloopt en heeft het college op 17 augustus 2022 een omgevingsvergunning (kenmerk: OV.2022039) verleend. Echter is de beoogde huurder na verlening van de vergunning onverwacht afgehaakt, waardoor de initiatiefnemer op zoek moest gaan naar een nieuwe huurder. De nu beoogde huurder, McDonald's Nederland, heeft andere wensen en eisen dan de eerder beoogde huurder, waardoor het ontwerp wederom afwijkt van het geldende bestemmingsplan 'Langeland' en tevens afwijkt van de vergunde onderdelen. Er dient dan ook een nieuwe afwijkingsprocedure te worden doorlopen om het initiatief mogelijk te maken. In het kader van deze procedure is een verklaring van geen bedenkingen nodig om het initiatief mogelijk te kunnen maken. In deze voorbereidingsprocedure kan een ieder zienswijzen indienen.

Het betreft hier een uitgebreide planologische afwijkingsprocedure op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het plan mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing geeft inzicht in de hierbij relevante belangen en aspecten, alsmede in hoeverre het project past in een breder ruimtelijk verband en perspectief. Behalve op de ruimtelijke inpasbaarheid van het plan wordt daarbij onder meer ingegaan op de (toekomstige) beleidskaders, milieuaspecten en financiën.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich aan de C.G. Roosweg, te Krimpen aan den IJssel. Rondom deze locatie zijn diverse recreatieve voorzieningen aanwezig. Tevens ligt hier, op ca. 450 m van het plangebied, het hoogspanningsstation Krimpen aan den IJssel van Tennet. Het plangebied ligt op korte afstand van de rotonde die de C.G. Roosweg (N210) en de Breekade (N477) verbindt. Het maakt deel uit van de kadastrale gemeente Krimpen aan den IJssel, sectie A, perceel 6661 en heeft een oppervlakte van 4.620 m². Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

5

Globale ligging plangebied (witte cirkel, bron: Google Earth)

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering, bron: beeldmateriaal.nl)

1.3 Geldend planologisch regime Het plangebied is gelegen binnen de plangrenzen van de vastgestelde bestemmingsplannen ‘Langeland’, 'Veeg-bestemmingsplan Langeland' en 'Veegbestemmingsplan ronde 2 Langeland'. Het bestemmingsplan 'Langeland' is door de gemeenteraad van de gemeente Krimpen aan de IJssel vastgesteld op 25 april 2013. Met de twee veeg-bestemmingsplannen zijn verschillende inhoudelijke verbeteringen doorgevoerd voor enkele locaties en regels uit het bestemmingsplan 'Langeland'. Voor de gehele planlocatie geldt de bestemming 'Horeca'. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan.

6

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Langeland' (plangebied globaal rood omkaderd)

Uit de verbeelding is op te maken dat in het plangebied de volgende bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen gelden:

• • • • •

Horeca (enkelbestemming) Waarde - Archeologie 1 (dubbelbestemming) Bouwvlak (aanduiding) Geluidzone - industrie (gebiedsaanduiding) Milieuzone - boringsvrije zone (gebiedsaanduiding)

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor horeca van de categorieën I en II, een bedrijfswoning en de bijbehorende verkeers-, parkeer-, water- en groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, erven en terreinen. Onder horeca I en II worden verstaan restaurantbedrijven en bedrijven die gericht zijn op het verstrekken van dranken. Het beoogde gebruik is aan te merken als restaurantbedrijf (horeca I). Het gaat immers om een restaurant, gericht op het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse. Daarnaast voorziet het bouwplan in een ‘drive-in’, waarbij bezoekers de aldaar bestelde maaltijden in hun auto op de locatie kunnen nuttigen. Voor zowel het restaurant als de drive-in geldt dat klanten er ook voor kunnen kiezen de door hen bestelde maaltijden mee te nemen en deze ergens anders te nuttigen. De bouwregels binnen de bestemming 'Horeca' zijn beperkt; gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Hierbij geldt er een maximum bouwhoogte van 9 m. Het pand wordt binnen het bouwvlak 8 m hoog, zodat op dit punt geen sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan. De bovenkant van het gebouw komt daarmee uit op een hoogte van 6,6 m NAP, want het peil, gemeten de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld rondom het gebouw, ligt op -1,4 m NAP.

Verder zijn in het plangebied de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' en 'milieuzone - boringsvrije zone' van toepassing. De aanduiding 'geluidzone - industrie', die opgenomen is vanwege het hoogspanningsstation van Tennet, stelt beperkingen aan het toevoegen van geluidsgevoelige objecten en terreinen. Een horecapaviljoen is geen geluidsgevoelig object, waardoor dit geen belemmering vormt. De aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' stelt beperkingen aan boringen en ontgravingen dieper dan 2,5 m onder maaiveld. Aangezien er met voorliggend plan geen diepe ontgravingen of boringen gemoeid zijn vormt dit geen belemmering. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ van kracht voor het volledige plangebied. Hierbij zijn bouwwerken en werkzaamheden vanaf een oppervlakte van 50 m² en dieper dan 30 cm onder maaiveld onderzoeksplichtig. Doordat het plangebied in de voormalige situatie grotendeels verhard was met bestrating en bebouwing kan ervan uitgegaan worden dat archeologische

7

waarden reeds verstoord zijn. Bovendien zijn met voorliggend plan geen diepe ontgravingen beoogd. Dit komt nader aan bod in toelichting paragraaf 4.3.2. Het beoogde horecapaviljoen valt deels buiten het bouwvlak, zoals te zien is op navolgende afbeelding.

Groen: beoogd restaurant, rode stippellijn: voormalig restaurant/bouwvlak (bron: Trovis architectuur)

Daarmee is het plan in strijd met het geldende bestemmingsplan. Omdat de uitbreiding buiten het bouwvlak mogelijk een grotere oppervlakte dan 150 m² beslaat bestaat de kans dat niet voldaan wordt aan de vereisten van artikel 4, aanhef en lid a en b, van bijlage II Bor. Daarnaast is onzeker of het beoogde gebruik past binnen de categorieën Horeca I en II uit artikel 1.34 van het bestemmingsplan 'Langeland'. Onder deze categorieën vallen namelijk horeca-inrichtingen waarbij de exploitatie primair is gebaseerd op het verstrekken van maaltijden voor het gebruik ter plaatse. Een bezorg- of afhaalservice, zoals een drive-in, waarbij maaltijden vaak elders worden geconsumeerd, valt dan mogelijk niet onder het gebruik ter plaatse. Daarom wordt ook in het kader van het gebruik de uitgebreide planologische afwijkingsprocedure op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gevolgd. Om gebruik te kunnen maken van deze mogelijkheid is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Dit stuk voorziet hierin.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante nationale -, provinciale -, en gemeentelijke beleid en de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en de (milieu)wetgeving. De economische uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 5 aan de orde. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8

2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie In de huidige situatie zijn de gronden ter plaatse van de beoogde positie van het horecapaviljoen braakliggend. Het voormalige pand is immers in 2022 gesloopt. Op navolgende afbeeldingen is de situatie voor en na de sloop weergegeven.

Situatie voor sloop voormalig horecapaviljoen (bron: Google Streetview, beeld d.d. juli 2016)

Situatie na sloop (bron: Google Streetview, beeld d.d. mei 2023)

De bestaande verharding is grotendeels ongeroerd gebleven, slechts het pand is gesloopt. Deze verharding wordt niet alleen gebruikt door personeel en bezoekers van het horecapaviljoen, maar is tevens de ontsluitingsweg voor het ten westen gelegen recreatieterrein dat niet over een eigen aansluiting op de CG Roosweg beschikt.

9

Het plangebied ligt in een groene omgeving dat gekenmerkt wordt door de strokenverkaveling met bijbehorende lengtesloten. Deze kavels worden op verschillende plekken met elkaar verbonden door wandelpaden, waardoor het gebied een populair wandelgebied is met diverse wandelroutes. Daarnaast is het gebied goed ontsloten door de ligging naast de N210 en de N477.

2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer heeft het voornemen om een nieuw horecapaviljoen te realiseren en deze te verhuren aan McDonald's Nederland. Het nieuwe paviljoen komt ongeveer op dezelfde plek te staan als het voormalige pand. In een eerdere fase was het plan het paviljoen richting het zuiden uit te breiden. Contact met het Ministerie van Binnenlandse Zaken wees echter uit dat dit met het oog op de vrijwaring van het voorkeurstracé voor buisleidingen van nationaal belang onwenselijk was. Daarom vindt de beoogde uitbreiding in het huidige ontwerp ten noorden van het bouwvlak plaats. Op navolgende afbeelding is de beoogde situatie weergegeven.

Beoogde situatie, bouwvlak rode stippellijn (bron: Trovis architectuur)

Zoals te zien is op de situatietekening blijft de verharding in stand om hier de ontsluiting en parkeerplaatsen op te kunnen realiseren. De aspecten verkeer en parkeren komen aan bod in toelichting paragraaf 4.11. In het beoogde paviljoen zal niet alleen een restaurant worden gerealiseerd, maar het gaat ook beschikken over een McDrive. Hiervoor wordt op het terrein een route aangelegd; in het noorden van het gebied rijden bezoekers de McDrive in, rijden aan de westzijde langs het pand, kunnen zich hier opstellen om hun eten af te halen en rijden vervolgens langs de zuidzijde weer richting de CG Roosweg. Op de situatietekening is tevens het beoogde paviljoen, in het zuidwesten van het plangebied, weergegeven. Het wijkt af van het bouwvlak uit het geldende bestemmingsplan (rode stippellijn op situatietekening) doordat de begane grond (eerste bouwlaag) van het gebouw richting het noorden wordt uitgebreid. Op het

10

dak van deze uitbreiding wordt een terras gerealiseerd. Dit terras komt op ongeveer 22 m van de hogedruk aardgastransportleiding die evenwijdig aan de provinciale is gesitueerd (W513-03). Het terras op het maaiveld komt op meer dan 18,5 m te liggen. Omdat McDonald's verschillende eisen en wensen voor het beoogde paviljoen heeft is dit uitgewerkt in een ontwerp. Op navolgende afbeeldingen is dit ontwerp weergegeven.

Gevelimpressies beoogde situatie (bron: Trovis architectuur)

Zoals te zien is op de afbeeldingen bestaat het beoogde paviljoen uit twee bouwlagen, in combinatie met technische installaties op het dak. Het pand krijgt een bouwhoogte van 8 m en een brutovloeroppervlakte van 700 m². Het pand krijgt door de toepassing van houten schroten langs alle zijden een natuurlijke uitstraling. Doordat de gevels over veel glas beschikken valt er veel natuurlijk licht naar binnen. De keuken gaat zich in het noordwestelijke deel van het pand bevinden. De tafels voor gasten staan verspreid over het buitenterras, het dakterras en de lobby's op de begane grond en eerste verdieping.

11

3 Beleid en regelgeving NB: Daar waar in dit hoofdstuk het woord 'bestemmingsplan' staat genoemd dient in enkele gevallen tevens 'aanvraag omgevingsvergunning 2.12 lid 1 onder sub a, onder 3 Wabo', te worden gelezen.

3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Doordat voorliggend plan naar aard en omvang beperkt is heeft het geen effecten die van nationaal belang zijn. Wel draagt het initiatief bij aan de toekomstbestendigheid van het landelijk gebied. Het Rijk ambieert in het landelijk gebied immers gezonde ondernemingen die een goed economisch perspectief hebben en werken in en aan een gezonde omgeving. McDonald's Nederland heeft sterke ambities op het gebied van circulaire economie (afvalverwerking), duurzaam transport en energiebesparing, waarmee het bijdraagt aan een gezonde omgeving. Het plan is dan ook in lijn met de vierde door het Rijk geformuleerde prioriteit.

3.1.2 Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) In het programma NOVEX werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wat de ruimtevragers zijn, wat er ruimtelijk moet worden ingepast. Zowel nationaal als regionaal. De nationale doelen en belangen zijn samengebracht in een startpakket. Dit startpakket vormt de basis voor het leggen van de ruimtelijke puzzel per provincie. De twaalf provincies gaan nu aan de slag om - met de waterschappen en gemeenten - de nationale opgaven en doelen ruimtelijk te vertalen, te combineren en in te passen in de provinciale plannen. Want pas regionaal wordt duidelijk waar de kansen liggen en waar het knelt. Planspecifiek Het plangebied bevindt zich niet in één van de 16 NOVEX-gebieden, waardoor er geen specifiek ontwikkelperspectief voor de omgeving van het plangebied geldt. Hier komen dus ook geen randvoorwaarden voor de ontwikkeling uit voort.

12

3.1.3 Programma Mooi Nederland De druk op de ruimte in Nederland is groot. De komende jaren is ruimte nodig voor onder andere de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, de energietransitie, de natuur, distributie- en datacenters en infrastructuur. Om de schaarse ruimte eerlijk te verdelen en de kwaliteit van de leefomgeving te behouden of te verbeteren gaat het Rijk hierop stevigere regie voeren, waarbij water en bodem sturend wordt bij ruimtelijke planvorming. Met het programma Mooi Nederland stelt het Rijk de belevingswaarde, gebruikswaarde én toekomstwaarde centraal bij het ordenen van de ruimte. Het ontwikkelt concrete toekomst- en handelingsperspectieven om Nederland mooi, functioneel, robuust en duurzaam te houden. Dat doet het Rijk langs twee actielijnen.

•

•

Actielijn 1: Wenkende toekomstperspectieven voor Nederland. In deze actielijn ontsluit het Rijk ambitie, inspiratie en enthousiasme om ruimtelijke kwaliteit centraal te stellen bij de inrichting van ons land. Het Rijk brengt de samenhang tussen opgaven in kaart en laat zien welke impact keuzes in de ene opgave hebben op de andere opgave. Hiermee levert het Rijk input aan samenhang tussen keuzes die in de nationale programma’s worden gemaakt. Actielijn 2: Handelingsperspectieven op gebiedsniveau. In de tweede actielijn ontwikkelt het Rijk concrete inrichtingsoplossingen voor complexe thema’s die op gebiedsniveau vaak spelen.

Planspecifiek Vanuit het Programma Mooi Nederland komen geen randvoorwaarden voor onderhavige ontwikkeling voort. Wel stelt het Rijk ruimtelijke kwaliteit in het programma centraal. Omdat er bij onderhavig plan beoogd is het gebouw zorgvuldig in te passen in het landschap door de gevels te voorzien van natuurlijke kleuren en materialen is dit in lijn met de ambities van het Programma Mooi Nederland.

3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening/Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de NOVI zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016, 1 januari 2017 en 1 december 2020 op onderdelen aangevuld. Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 De Structuurvisie Buisleidingen is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn.

In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. Planspecifiek Het plangebied van de voorliggende ontwikkeling ligt binnen één van de 14 beschreven onderwerpen uit het Barro, namelijk 'Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen'. Deze aanwijzing volgt uit de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. In deze structuurvisie zijn ruimtes gereserveerd voor buisleidingen van nationaal belang. Deze zogenoemde leidingstroken mogen niet bebouwd worden. Het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) regelt onder titel 2.9 de juridische doorwerking van de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. Het Barro regelt het vrijwaren van de tracés en niet het bestemmen. Dat betekent dat het Barro bestaande bestemmingen niet verandert. Het betekent ook dat in het voorkeurstracé geen (nieuwe) activiteiten plaats mogen vinden die het leggen van buisleidingen onmogelijk of zeer moeilijk maken. In de praktijk werkt dit vrijwaren het best door de leidingstrook ook als zodanig te bestemmen. Op grond van het Barro mogen in een bestemmingsplan, of bij afwijking van een

13

bestemmingsplan, geen activiteiten worden toegelaten die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Een deel van het plangebied is aangewezen als voorkeurstracé (tracé door Gelderland en Zuid-Holland) met aan weerszijden daarvan een zoekgebied voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (in dit geval aardgas). Op navolgende afbeeldingen is een uitsnede van het voorkeurstracé ter plaatse van het plangebied weergegeven. Het voorkeurstracé doorsnijdt het gebouw op het punt waar het gebouw overgaat van één bouwlaag naar twee bouwlagen.

Voorkeurstracés buisleidingen, situering paviljoen zwart omcirkeld (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Voorkeurstracé geprojecteerd op geldende bestemmingsplannen (bron: Rho Adviseurs)

14

Voorkeurstracé geprojecteerd op plan, zwarte stippellijn (bron: Trovis architectuur)

In de huidige situatie waren reeds een gebouw en verharding aanwezig binnen de zone van het voorkeurstracé. Het plan voorziet in een gebouw dat grotendeels binnen het bestaande bouwvlak wordt gesitueerd en deels in een uitbreiding buiten het bouwvlak. De uitbreiding vindt niet plaats aan de zijde van de gereserveerde leidingstroken, maar aan de andere kant (noordzijde van de locatie), waardoor dit geen belemmering voor het voorkeurstracé vormt. Voor bevestiging of dit daadwerkelijk het geval is heeft de gemeente Krimpen aan den IJssel contact gezocht met het Ministerie van Binnenlandse Zaken, het ministerie dat verantwoordelijk is voor buisleidingen van nationaal belang. Hierop gaf het ministerie aan dat ze tot de conclusie zijn gekomen dat er geen ontheffing nodig is. Zij gaan er hierbij vanuit dat de uitbreiding van het bouwvlak (de afwijking) alleen plaatsvindt in het noorden en niet in het zuiden, waar het voorkeurstracé loopt. Zoals in de reactie beschreven vindt de uitbreiding van het gebouw alleen plaats ten noorden van het bouwvlak en niet ten zuiden. Van een belemmering is dus geen sprake en ontheffing is niet vereist. Het plan is daarom in overeenstemming met het Barro. Verder ligt het plangebied op ca. 80 m van hoogspanningsleidingen met een benutting van 2x 380 kV, die van rijksbelang zijn. Dit vormt echter geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

3.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' die per 1 juli 2017 geldt. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven:

2.

3.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als

15

4.

bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2017:437) blijkt dat iets pas als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gezien als het gepaard gaat met een substantiële toename van de maximaal toegestane bouwmassa. Op basis van het geldende bestemmingsplan is binnen het bouwvlak een gebouw met een oppervlakte van ca. 300 m² en een maximale bouwhoogte van 9 m toegestaan, waarmee in theorie ca. 900 m² bvo aan horeca mogelijk is. De bebouwing buiten het bouwvlak (eenlaags) bedraagt ca. 150 m² bvo. Dit wordt niet gezien als een substantiële toename aan bouwmassa, waarmee het plan geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Desondanks dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de behoefte aan de ontwikkeling aangetoond te worden. Deze behoefte komt voort uit de gewenste invulling van een verouderde horecalocatie op een rommelig perceel.

Door hier een modern horecapaviljoen met een verzorgd ingericht perceel te realiseren kan de locatie invulling geven aan de behoefte aan horeca langs de N210 en als entree en verzorgingsfunctie voor het achterliggende recreatiegebied dienen. De locatie is nu al startpunt van de wandeling 'energiebos' van Staatsbosbeheer. In dit stuk Krimpenerhout wisselen natuurlijke taferelen en een landschap van hoogspanningsmasten elkaar af. Het energiebos biedt qua natuur en landschapsbeleving één van de meest gevarieerde belevingen van deze omgeving. Verder blijkt uit cijfers van Locatus (2020) dat de gemeente Krimpen aan den IJssel over een benedengemiddeld aanbod aan horeca beschikt, zowel aan meters als aan vestigingen (zie navolgende afbeelding). De ontwikkeling draagt dus zowel op kwalitatieve als kwantitatieve wijze bij aan het horeca aanbod in de gemeente.

Te verwachten aanbod aan horeca op basis van het Nederlands gemiddelde in kernen met een vergelijkbare omvang (bron: Locatus 2020)

Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling niet nader getoetst hoeft te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

16

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:

•

het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;

• •

de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;

• • • •

de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;

2.

Ambities en sturing

het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.

De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:

• • • • • •

naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level;

3.

Omgevingskwaliteit

naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:

•

een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;

•

een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;

•

een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.

4.

Beleidskeuzes

17

De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur is voor het beoogde initiatief niet specifiek van belang gezien de beperkte aard en omvang van het initiatief. Wel levert het plan een positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit in een bestaand recreatiegebied. 2.

Ambities en sturing

De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de herontwikkeling. 3.

Omgevingskwaliteit

Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit wel van belang. Hiervoor zullende de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Het plangebied bevindt zich in het 'Rivierdeltacomplex'. Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Omdat de beoogde ontwikkeling op een locatie waar eerder al een horecapaviljoen stond is voorzien doet het geen afbreuk aan het verschil tussen de komgronden en oeverwallen. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied ligt in het veenweidelandschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. De richtpunten hierbij zijn:

•

Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden.

• • •

Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden.

•

Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.

Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders.

Met voorliggend plan blijven de bestaande verkavelingsstructuur en groenstructuren behouden. Ook de openheid en de doorzichten naar het achterliggende recreatiegebied wordt in stand gehouden. Het plan doet dan ook geen afbreuk aan het veenweidelandschap. Laag van de beleving Het plangebied ligt in recreatiegebied. Recreatieterreinen liggen veelal op de overgang van de stedelijke dynamiek naar het luwe buiten. De kwaliteit van deze overgangen kan versterkt worden door het vergroten van de robuustheid, continuïteit, beleefbaarheid en aantrekkingskracht van zowel de recreatie- als de natuurgebieden. Een wezenlijk kenmerk van de recreatiegebieden is het openbaar parkkarakter. De richtpunten hierbij zijn:

18

• •

Ontwikkelingen vergroten de diversiteit in ruimtelijke inrichting en programma tussen de verschillende recreatie- en groengebieden. Recreatieve routes dragen bij aan een betere verbinding van de buitenstedelijke groengebieden onderling en met de stedelijke groen- en waterstructuur.

•

Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buitenstedelijk groen.

•

(Her)inrichting van recreatiegebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen.

•

Ontwikkelingen behouden of versterken de openbaarheid van recreatiegebieden.

Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1.3 kan het nieuwe horecapaviljoen fungeren als entree en verzorgingsfunctie bij het recreatiegebied. Dit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het recreatiegebied. 4.

Beleidskeuzes

De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze 'behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Voorts is de beleidskeuze 'toekomstbestendig bouwen' van toepassing. De provincie wil zorgen voor een toekomstbestendig ingericht bebouwd gebied dat zorgt voor een prettige, gezonde en veilige leefomgeving. Het beoogde horecapaviljoen voldoet aan de hedendaagse maatstaven. Zo wordt het gebouw onder andere voorzien van zonnepanelen, wordt er gestuurd op energiereductie en worden er zoveel mogelijk circulaire materialen gebruikt. Bovendien wordt het pand zorgvuldig ingepast in de ruimte. De beoogde ontwikkeling is daarmee toekomstbestendig. Conclusie Voor de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. De ruimtelijke kwaliteit in het plangebied wordt versterkt; het plangebied krijgt een kwaliteitsimpuls. Daarmee is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de meest recente versie van de Omgevingsverordening op 1 april 2023 in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), bevat het handelingskader. De provincie heeft in artikel 6.10 een verwijzing naar de ladder voor duurzame verstelijking opgenomen in de Omgevingsverordening, om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie. In lid 1 staat dat: 'Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening;

19

b.

Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X.

Bij het voorgenomen plan is in paragraaf 3.1.3 ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Artikel 6.10 lid 1 is niet van toepassing omdat de ontwikkeling niet aan te merken is als stedelijke ontwikkeling. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.

b.

c.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.

Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen, omdat het planvoornemen een ruimtelijke ontwikkeling is die past binnen de bestaande gebiedsidentiteit; de bestemming ‘Horeca’ blijft immers gehandhaafd. Bovendien vergroot het plan de ruimtelijke kwaliteit en geeft het invulling aan de recreatievraag met parkeren en een verzorgingspunt. De bereikbaarheid en toegankelijkheid van het recreatiegebied wordt vergroot. Beschermingscategorie 2 Recreatiegebied Omdat voorliggend plan betrekking heeft op een ontwikkeling in een gebied binnen recreatiegebied, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

de ontwikkeling geen beperking oplevert voor de openbare toegankelijkheid van het gebied, rekening houdend met het huidige gebruik van het gebied; de ontwikkeling gericht is op de vergroting van de diversiteit en de kwaliteit van het recreatiegebied en ook de recreatieve waarde van het gebied zal versterken; de ontwikkeling past bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied; de ontwikkeling bijdraagt aan de samenhang tussen binnenstedelijke en buitenstedelijke groenen waterstructuren; de ontwikkeling zo mogelijk gekoppeld wordt aan recreatie knooppunten en cultuurhistorisch erfgoed.

Uit de toelichting bij dit artikel van de verordening blijkt dat hergebruik van bestaande bebouwing veelal kan worden gezien als 'inpassen'. Ook als hergebruik gepaard gaat met een geringe uitbreiding, kan nog sprake zijn van 'inpassen', afhankelijk van het effect op de omgeving. Door de beoogde McDrive neemt het effect van verkeersbewegingen op het gebied mogelijk toe. Daar staat tegenover dat de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied wordt verbeterd en de openbare toegankelijkheid van het recreatiegebied toeneemt. Bovendien draagt het bij aan de diversiteit van het recreatiegebied en past het, door de toepassing van natuurlijke

20

materialen, in de groene uitstraling van de omgeving. Per saldo kan de ontwikkeling gezien worden als een ruimtelijke plus voor het recreatiegebied. Beschermingscategorie 3 Buitengebied Het plangebied is - volgens de Omgevingsverordening Zuid-Holland - gelegen in het buitengebied (ook al kent Krimpen aan den IJssel eigenlijk geen buitengebied), waarvoor beschermingscategorie 3 geldt. In artikel 6.9a van de omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een locatie in het buitengebied in een ruimtelijke ontwikkeling kan voorzien, mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig worden aangetast. In de motivering moeten de volgende kwaliteiten betrokken worden: a. b. c. d.

de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.

Op onderhavige locatie is al sinds lange tijd een horecafunctie toegestaan. Doordat het paviljoen aan de zijkant van het perceel komt te staan blijft er voldoende openheid bewaard. Het onderscheid tussen stad en buitengebied wordt niet aangetast, omdat er in het plangebied reeds horecabebouwing toegestaan is en de beoogde bebouwing voor het grootste gedeelte op dezelfde plek komt te staan. Er kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in lijn is met artikel 6.9a van de omgevingsverordening. Grondwaterbeschermingsgebied De planlocatie ligt in een milieubeschermingsgebied voor grondwater als bedoeld in artikel 1.2 lid 2 sub a van de Wet milieubeheer. Op kaart 5 bij de Omgevingsverordening zijn de milieubeschermingsgebieden voor grondwater aangeduid. Op deze kaart wordt onderscheid gemaakt in waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones. Het plangebied ligt in een boringsvrije zone, die het laagste beschermingsregime kent. In de Omgevingsverordening worden geen eisen gesteld aan plannen ten aanzien van de ligging in een milieubeschermingsgebied voor grondwater. In de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland 2021 worden wel beperkingen opgelegd aan een milieubeschermingsgebied voor grondwater. In een boringsvrije zone is voor graafwerkzaamheden dieper dan 4 meter onder het maaiveld een ontheffing van de Provinciale milieuverordening nodig.

Verder geldt dat werkzaamheden, die uitgevoerd kunnen worden zonder dat de weerstand van de scheidende laag minder wordt, gemeld kunnen worden door de initiatiefnemer. Als de weerstand wel minder wordt, dan dient voor de ingreep een ontheffing aangevraagd te worden. Dit is bij onderhavig plan niet aan de orde. Risico's van klimaatverandering In artikel 6.27a van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. b. c. d.

wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte.

- Wateroverlast Uit de Klimaatatlas van de provincie Zuid-Holland blijkt dat op de beoogde locatie van het horecapaviljoen op enkele plekken mogelijk sprake is van overlast bij extreme neerslag. Desondanks is geen overlast te verwachten, omdat het terrein wordt opgehoogd en er een HWA-stelsel met putten op het terrein wordt aangelegd om het hemelwater goed af te kunnen voeren op de omliggende watergangen. Verdere maatregelen met betrekking tot wateroverlast zijn dan ook niet noodzakelijk.

21

- Overstroming Uit raadpleging van de overstromingskaart van de Klimaatatlas van Zuid-Holland blijkt dat er ter plaatse van het plangebied een kleine overstromingskans van toepassing is. Voor de regionale waterkeringen geldt een overstromingsbeeld van maximaal 1,5 m. Specifieke maatregelen met betrekking tot overstroming worden daarom niet nodig geacht. - Hitte Door de grote hoeveelheid groen en water in de omgeving is er van hitte geen sprake. - Droogte In het plangebied is, op basis van de Klimaatatlas, droogte geen probleem. Specifieke maatregelen met betrekking tot droogte worden niet nodig geacht. Conclusie Vanuit de Omgevingsverordening komen geen belemmeringen voort voor de uitvoerbaarheid van het plan.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Ruimte voor Ontwikkeling De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft in september 2004 de structuurvisie 'Ruimte voor Ontwikkeling, een structuurvisie voor Krimpen aan den IJssel' vastgesteld. Deze structuurvisie stuurt vooral op beheer, ontwikkeling en vernieuwing van het bestaande stedelijk gebied. Veranderende maatschappelijke omstandigheden en de daarmee samenhangende veranderende behoeften van de bevolking dienen hierbij als uitgangspunten voor onderhoud en aanpassing van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Ten aanzien van horeca in het buitengebied en het recreatiegebied is geen specifiek beleid opgenomen in de gemeentelijke structuurvisie. Wel heeft het beoogde McDonald's filiaal een verzorgingsgebied dat reikt tot aan het stedelijk gebied van Krimpen aan den IJssel. Het draagt daarmee bij aan het voorzieningenniveau voor de inwoners van Krimpen. Tevens geeft het nieuwe horecapaviljoen een kwaliteitsimpuls aan de locatie. Er kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de structuurvisie.

3.3.2 Afvalscheidingsbeleid 2016-2020 Op 11 juni 2015 is het afvalscheidingsbeleid van de gemeente Krimpen aan den IJssel vastgesteld. Het afvalbeleid bestaat uit het zes onderdelen: 1. 2. 3.

4.

5. 6.

Herinvoering van de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (gft) bij laagbouw met minicontainers (in het verleden werd gft ingezameld door middel van een duobak). Invoering van inzameling van plastic afval, metaal (blik) en drankenkartons (pmd) bij laagbouw met minicontainers. Omgekeerd inzamelen bij laagbouw. Hierbij wordt gescheiden afval aan huis ingezameld en restafval in verzamelcontainers. Bij hoogbouw loopt de inzameling via ondergrondse containers. De containers die voor restafval werden gebruikt worden nu ingezet voor de inzameling van pmd. Afval Loont: inwoners kunnen bepaalde soorten afval gescheiden inleveren bij een Afval Loontfiliaal en krijgen daarvoor als vergoeding een geldbedrag. Middels een raadsinformatiebrief is de gemeenteraad echter in december 2017 geïnformeerd dat invoer van het concept Afval Loont tot nader order wordt uitgesteld, omdat de invoering niet financieel aantrekkelijk was en dat er een risico bestond dat Afval loont ten koste zou gaan van de inzamelresultaten 'in de wijk'. Introductie van ondergrondse perscontainers voor plastic op strategische plaatsen, en verzamelcontainers voor gft bij hoogbouw. Continuering van diverse elementen van het bestaande afvalbeleid, zoals de milieustraat, papierinzameling, textielcontainers en grofvuil.

22

Planspecifiek McDonald's hanteert wereldwijd dezelfde speerpunten bij de realisatie, exploitatie en het duurzaam beheer van een (nieuw) restaurant. Op het gebied van afvalverwerking doet McDonald's het volgende:

• • • • •

Monitoring en reduceren van afval en maximale recycling van restafval door bron- en nascheiding. Toewerken naar circulariteit. Meermaal daags opruimen in de ruime omgeving (ook buiten het terrein restaurant). Adoptie van afvalbakken op openbaar terrein. Verpakkingen zonder zware plastics en volledig recyclebaar in 2024. McDonald's zal een zwerafvalconvenant ondertekenen.

Er kan geconcludeerd worden dat dit in lijn is met de ambities van het afvalscheidingsbeleid van de gemeente Krimpen aan den IJssel. 3.3.3 Duurzaamheidsagenda 2021-2024 In de duurzaamheidsagenda 2021-2024 voorziet de gemeente Krimpen aan den IJssel de grote klimaatdoelen- en ambities van een lokaal handelingsperspectief. De hoofdambitie is dat de gemeente in 2050 klimaatneutraal en gezond is. De duurzaamheidsagenda bestaat uit 4 thema’s:

• •

•

•

Energie: het tegengaan van klimaatverandering door de uitstoot van CO2 te verlagen. Dit doen we door de vraag naar energie te verminderen en de opwekking van energie te verduurzamen. Circulair: het omvormen van het economisch systeem waarin we grondstoffen niet uitputten en reststoffen opnieuw gebruiken in het productieproces. We werken aan vermindering van afvalstromen, het opnieuw gebruiken van reststoffen en het gebruiken van hernieuwbare grondstoffen. Klimaatadaptatie: het klimaat verandert. We zorgen ervoor dat we voorbereid zijn op klimaatverandering en beperken schade en overlast zoveel mogelijk. Hiervoor richten we onze leefomgeving klimaatbestendig in. Dit doen we voor zowel hitte, water, droogte als biodiversiteit. Gezondheid en voedsel: het maken van duurzame keuzes die bijdragen aan de gezondheid en de verandering van het voedselsysteem.

Op navolgende afbeelding zijn de ambities van de gemeente in een beeld gevat.

Duurzaamheidsambities gemeente Krimpen aan den IJssel

23

Planspecifiek De initiatiefnemer heeft ambities die in lijn zijn met de duurzaamheidsambities van de gemeente Krimpenerwaard. Navolgend zijn per thema de ambities beschreven: Energie Voor de H(eating) V(entilation) A(ir)C(onditioning) gaat gebruik gemaakt worden van warmtepompen op basis van lucht, die energie uit de lucht halen en deze verwarmen of koelen en dan afgeven aan de gebruikers van het gebouw. Om de energie (warmte en koude) in het gebouw niet weg te gooien wordt warmteterugwinning (kruisstroomwisselaar) ingezet. Hiermee kan warme/gekoelde binnenlucht ingezet worden om aangezogen buitenlucht voor te verwarmen. Hiermee door het rendement van de wisselaar 70% energieverbruik bespaard. Het paviljoen zal volledig elektrisch zijn, met 100% groene stroom van Nederlandse windparken. Voor de verlichting wordt duurzame LED-verlichting gebruikt. Daarnaast wordt het pand voorzien van energiemonitoringssystemen om het elektraverbruik te monitoren en hierop te acteren om zo energiezuinig mogelijk te zijn. In de keuken gebruikt McDonald's LOV-fryers (low volume), energiebesparende friteuses en vaatwassing met warmteterugwinning. Op het buitenterrein van het restaurant komen snellaadpunten voor elektrische auto’s. Verder worden geen nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en - transport, waaraan veiligheidsrisico's verbonden zijn, toegepast.

Circulair De door McDonald’s gebruikte afbouwmaterialen moeten vanaf 2025 voor 50% bestaan uit gerecyclede of circulaire materialen. Zo wordt ook gekeken of het toepassen van cradle-to-cradle betonstraatsteen voor het buitenterrein mogelijk is. Bij de verdere uitwerking van het plan zal een verdiepingsslag worden gemaakt naar de mogelijkheden op het gebied van circulair bouwen. Voor de gevels is gekozen voor duurzaam hout. Het gebruik van bio-based isolatiemateriaal heeft de voorkeur. In 2025 wil McDonald’s dat 100% van de productverpakkingen van hernieuwbare, gerecyclede of gecertificeerde materialen is gemaakt. Momenteel wordt 91% van de productverpakkingen van gerecyclede of gecertificeerde materialen gemaakt. McDonald's wil alleen materialen gebruiken die na inzamelen en nascheiden gerecycled kunnen worden en ook weer opnieuw gebruikt kunnen worden. Daarom wordt waar mogelijk gekozen voor materiaalsoorten die goed recyclebaar zijn: zo’n 80% van de consumenten verpakkingen bestaat uit papier of karton. Verder wordt door toepassing van watervrije urinoirs per unit 125.000 liter per jaar op het waterverbruik bespaard. Klimaatadaptatie Rondom het terrein van het horecapaviljoen is een hoge mate aan groen-blauwe kwaliteit aanwezig. Dit heeft een verkoelend effect in het plangebied.

Om het hitte-eiland effect verder te reduceren worden er verscheidene plantenbakken op het terrein geplaatst. Hemelwater wordt afgevoerd op de omliggende watergangen. Gezondheid en voedsel McDonald’s neemt de verantwoordelijkheid om een bewustere leefstijl, met meer variatie in voeding na te streven, waarbij de richtlijn Gezonde Eetomgeving van het Voedingscentrum een duidelijk startpunt vormt. Zo zet McDonald’s al geruime tijd steeds stappen om meer verantwoorde keuzes aan hun gasten te bieden. Dit wordt gedaan door de voedingswaarden van producten te verbeteren, meer variatie aan het menu toe te voegen en door het stimuleren van een meer verantwoorde keuze – nudging met communicatie in en rondom de restaurants. Ook wordt het menu verbreed met meatless alternatieven en salades. Daarmee worden ook stappen gezet binnen de eiwittransitie; in 2024 wil McDonald's dat 55% van de menukaart uit vis, kip of vegetarisch bestaat. Middels communicatie probeert McDonald's hun gasten te stimuleren in het maken van een verantwoordelijke keuze. Zo is bijvoorbeeld water de standaard drank binnen de Happy Meal, waardoor er vijf keer vaker voor water wordt gekozen in plaats van frisdrank.

24

4 Onderzoek 4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.

c.

d.

het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.

Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15453943/1