CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Verordening Woonruimtebemiddeling Krimpen aan den IJssel 2025

Gemeenteraad 28 mei 2025, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Woonruimtebemiddeling Krimpen aan den IJssel 202511.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Onder woonlasten als bedoeld in het tweede lid worden verstaan alle kosten die het bewonen van woonruimte met zich meebrengt en die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders rechtstreeks veroorzaakt worden door het in eigendom hebben van woonruimte dan wel het huren van woonruimte. Artikel 3.4.6. Geweld en bedreiging 1. Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘geweld en bedreiging’ in aanmerking indien: a. het college van burgemeester en wethouders de aanvraag om indeling in deze urgentiecategorie niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijst; en b. voldaan wordt aan elk van de in het volgende lid genoemde voorwaarden. 2. Aan de in het vorige lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan indien: a. de aanvrager op het moment waarop de urgentieverklaring wordt aangevraagd, rechtmatig een in de regio gelegen zelfstandige woonruimte bewoont; b. ten aanzien van de aanvrager of één of meer leden van diens huishouden sprake is van ernstig psychisch of fysiek geweld, of bedreiging daarmee, ten gevolge waarvan de aanvrager redelijkerwijs niet langer in de zelfstandige woonruimte kan blijven wonen; en c. uit een schriftelijke verklaring van de politie blijkt dat de aanvrager in verband met de onder b. bedoelde problematiek om veiligheidsredenen niet meer in de zelfstandige woonruimte kan blijven wonen.

24

Artikel 3.4.7. Herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering 1. Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering’ in aanmerking indien: a. het college van burgemeester en wethouders de aanvraag om indeling in deze urgentiecategorie niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijst; b. de aanvrager woonachtig is in een woonruimte die door het college van burgemeester en wethouders op grond van het tweede lid is aangewezen; en c. het aannemelijk is dat de onder b. woonruimte binnen 18 maanden gesloopt of ingrijpend gerenoveerd gaat worden. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan woonruimte aanwijzen die in verband met een mede door het algemene of volkshuisvestelijk belang ingegeven object-, project of gebiedsgerichte aanpak gesloopt of ingrijpend gerenoveerd gaat worden. 3. Indien een urgentieverklaring verleend wordt voor indeling in de urgentiecategorie ‘herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering’, wordt in de urgentieverklaring de uitverhuisdatum opgenomen. 4. In de urgentieverklaring waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in de urgentiecategorie ‘herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering’: a.

wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2, eerste lid, onder b, de urgentieregio waarin de te slopen of grijpend te renoveren woonruimte gelegen is, als urgentieregio en zoekgebied vermeld; en b. wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.3, tweede lid, een woonruimtetype opgenomen dat gelijkwaardig is aan de te slopen of ingrijpend te renoveren woonruimte. 5. In dit artikel wordt onder uitverhuisdatum verstaan: de datum waarop de houder van een urgentieverklaring zijn of haar huidige woonruimte gelet op de aanstaande sloop of ingrijpende renovatie uiterlijk verlaten moet hebben. Artikel 3.4.8. Vergunninghouders 1. Een vergunninghouder wordt gelijkgesteld met de houder van een urgentieverklaring vanaf het moment waarop de vergunninghouder ingevolge de in artikel 28 van de wet bedoelde taakstelling gehuisvest dient te worden door een regiogemeente tot het moment waarop de vergunninghouder gehuisvest is. 2. Gedurende de termijn dat een vergunninghouder ingevolge het eerste lid gelijkgesteld is met de houder van een urgentieverklaring, geldt voor de vergunninghouder als zoekgebied de regiogemeente die de vergunninghouder dient te huisvesten.

25

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen Paragraaf 4.1. Experimenten Artikel 4.1.1. Experimenten 1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op woonruimte behorend tot de in artikel 2.1.1, eerste lid, onder a, genoemde categorie. 2. Bij een experiment worden de effecten onderzocht van een wijze van aanbod en in gebruik geven van woonruimte, die niet in of op grond van deze verordening is geregeld maar wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening geregeld zou kunnen worden. 3. De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid staat ten dienste van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. 4. Een experiment heeft een maximale duur van twee jaar. 5. De resultaten van een experiment, waaronder in ieder geval de werking en de effecten van het experiment en de uitkomst van de evaluatie ervan worden besproken in regionaal verband en maken deel uit van de evaluatie van de verordening. Artikel 4.1.2. Experimentenovereenkomst 1. Een in artikel 4.1.1 bedoeld experiment wordt georganiseerd door één of meer corporaties in samenwerking met één of meer gemeenten. Zij sluiten daartoe voorafgaand aan de start van het experiment een experimentenovereenkomst, welke ten minste het volgende bevat: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; b.

het toepassingsbereik van het experiment; c. de tijdsduur van het experiment; d. de wijze van begeleiding van het experiment gedurende de duur van het experiment; en e. de wijze en punten waarop het experiment geëvalueerd wordt. 2. Voordat het college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente waar het experiment plaats zal vinden, besluit tot het aangaan van de experimentenovereenkomst, worden de opzet van het experiment en het concept van de experimentenovereenkomst afgestemd met de colleges van burgemeester en wethouders van de overige regiogemeenten. 3. Bij zijn besluit inzake het aangaan van de experimentenovereenkomst neemt het college van burgemeester en wethouders de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht.

26

Paragraaf 4.2. Registratie, monitoring en afstemming Artikel 4.2.1. Registratie en monitoring van vraag, aanbod en verhuringen van woonruimten van corporaties 1. Corporaties en de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten dragen gezamenlijk zorg voor de registratie van vraag, aanbod en verhuringen van de onder de werking van hoofdstuk 2 van deze verordening vallende woonruimten van corporaties. 2. Het in artikel 4.2.2 bedoelde overleg bepaalt in welke gegevens en ontwikkelingen, te herleiden uit de in het eerste lid bedoelde registratie, per kalenderjaar door middel van het document "Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam" inzicht wordt geboden. 3. Corporaties en de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten dragen gezamenlijk zorg voor de samenstelling van de in lid 2 bedoelde "Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam". De monitor van een kalenderjaar wordt uiterlijk op: a. 1 juni van het daaropvolgende jaar toegezonden aan de corporaties, de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten en het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; en b. 1 juni van het daaropvolgende jaar gepubliceerd op de website van de corporaties of van een door hen aan te wijzen partij of orgaan. Artikel 4.2.2.

Overleg naar aanleiding van monitoring Corporaties gezamenlijk en de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten voeren ten minste éénmaal per kalenderjaar overleg over de in artikel 4.2.1, tweede lid, bedoelde monitor. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland wordt uitgenodigd zich daarbij te laten vertegenwoordigen. Artikel 4.2.3. Registratie en monitoring bij overige woonruimten De colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten dragen gezamenlijk zorg voor: 1. de registratie van vraag, aanbod, verhuringen en verkoop van woonruimten, niet zijnde woonruimte van corporaties, die onder de werking van hoofdstuk 2 van deze verordening vallen; 2. het per kalenderjaar op basis van de onder a. bedoelde registratie opstellen van een monitor, als onderdeel van de in artikel 4.2.1 bedoelde “Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam”. Artikel 4.2.4. Overleg inzake de woonruimtebemiddeling In aanvulling op het in artikel 4.2.2 bedoelde overleg wordt tenminste éénmaal per kalenderjaar overleg gevoerd over de woonruimtebemiddeling in het lopende kalenderjaar, over actuele thema’s in het kader van de woonruimteverdeling en over eventuele benodigde bijsturing.

27

Paragraaf 4.3. Handhaving Artikel 4.3.1. Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8 van de wet kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De in het vorige lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt: a. voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet € 515,00 (prijspeil 2024) b. voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet € 25.750,00 (prijspeil 2024) 3. In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet € 103.000,00 (prijspeil 2024) indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering door een toezichthouder van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen Paragraaf 5.1. Overgangsbepalingen Artikel 5.1.1. Overgangsbepaling voor aanvragen Indien op het moment waarop deze verordening in werking treedt nog niet besloten is op een aanvraag om een huisvestingsvergunning of een aanvraag om een urgentieverklaring, wordt op die aanvraag beslist overeenkomstig het bepaalde in deze verordening. Artikel 5.1.2. Overgangsbepaling ingeval van bezwaar, beroep of hoger beroep 1. Indien bezwaar is gemaakt, beroep is ingesteld of hoger beroep is ingesteld tegen een besluit dat genomen is met toepassing van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024, blijft die verordening van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. 2. Indien bezwaar is gemaakt, beroep is ingesteld of hoger beroep is ingesteld tegen een besluit dat genomen is met toepassing van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020, blijft die verordening van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. Artikel 5.1.3. Overgangsbepalingen voor urgentieverklaringen 1. Urgentieverklaringen die is verleend voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van deze verordening, zijn overeenkomstig dit artikel gelijkgesteld met urgentieverklaringen die zijn afgegeven met toepassing van deze verordening. 2.

Een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende is ingedeeld in een in kolom 1 van de tabel van Bijlage 1 genoemde, in de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 of de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 opgenomen urgentiecategorie, is gelijkgesteld aan een op grond van deze verordening afgegeven urgentieverklaring waarmee een woningzoekende is ingedeeld in een in kolom 2 van de tabel van Bijlage 1 genoemde urgentiecategorie.

28

3. Indien een urgentieverklaring verleend is vóór het moment van inwerkingtreding van deze verordening, geeft de urgentieverklaring de houder ervan in de volgende gevallen geen voorrang bij het verlenen van een huisvestingsvergunning: a. de aangeboden woonruimte behoort tot de categorie bedoeld in rij 1 van de tabel in artikel 2.2.6, eerste lid, en de houder van de urgentieverklaring heeft de leeftijd van 55 jaar, of een hogere, bij het aanbod van de woonruimte te bepalen leeftijd niet bereikt; b. de aangeboden woonruimte behoort tot de categorie bedoeld in rij 2 van de tabel in artikel 2.2.6, eerste lid, en de houder van de urgentieverklaring is ouder dan, of ouder dan een lagere leeftijd dan die bij het aanbod van de woonruimte bepaald is; c. de aangeboden woonruimte behoort tot de categorie bedoeld in rij 6 van de tabel in artikel 2.2.6, eerste lid, en de houder van de urgentieverklaring beschikt niet over de in artikel 2.2.6, derde lid, bedoelde indicatie. 4. Voor urgentieverklaringen verleend vóór het moment van inwerkingtreding van deze verordening, blijven gedurende een termijn van één jaar na inwerkingtreding van deze verordening de in die urgentieverklaringen overeenkomstig artikel 3.2 van Bijlage I en Bijlage II bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 opgenomen voorkeursurgentieregio’s van kracht. 5.

Na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn worden de in het eerste lid bedoelde urgentieverklaringen aangepast aan de nieuwe indeling. Artikel 5.1.4. Overgangsbepaling voor huisvestingsvergunningen Na inwerkingtreding van deze verordening blijven de onder de eerder geldende regels verstrekte huisvestingsvergunningen van kracht. Paragraaf 5.2. Slotbepalingen Artikel 5.2.1. Intrekking van de Verordening woonruimtebemiddeling Krimpen aan den IJssel 2024 De Verordening woonruimtebemiddeling Krimpen aan den IJssel 2024 wordt ingetrokken. Artikel 5.2.2. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening woonruimtebemiddeling Krimpen aan den IJssel 2025. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2025. 3. Deze verordening vervalt vier jaar na het tijdstip van haar inwerkingtreding. Dit besloot de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn openbare vergadering van 28 mei 2025. voorzitter

griffier

mr. H.D. Westerdijk

A.C. de Bondt

29

Bijlage 1. Overgangsrecht urgentieverklaringen Bijlage bij paragraaf 5 van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 Kolom 1 Urgentiecategorieën uit de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 en de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 (met verwijzing naar artikel uit die verordeningen) Medische noodzaak (artikel 5.1) Onbewoonbaarheid (artikel 5.2) Woonlasten (artikel 5.3) Geweld en bedreiging (artikel 5.4) Uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten (artikel 5.5) Mantelzorg (artikel 5.6) Doorstroming vanuit opvanginstellingen (artikel 5.7) Herhuisvesting in verband met sloop of ingrijpende verbetering (artikel 5.8) Vergunninghouders

Kolom 2 Urgentiecategorieën uit deze verordening (met verwijzing naar artikel uit deze verordening)

Ernstige en chronische medische problematiek (artikel 3.4.2) Onbewoonbaarheid (artikel 3.4.4) Woonlasten (artikel 3.4.5) Geweld en bedreiging (artikel 3.4.6) Uitstroom naar zelfstandig wonen (artikel 3.4.3)

Mantelzorg (artikel 3.4.1) Uitstroom naar zelfstandig wonen (artikel 3.4.3) Herhuisvesting in verband met sloop of ingrijpende verbetering (artikel 3.4.7) Vergunninghouders (artikel 3.4.8)

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15453919/2