bijlage 1 - Regionaal Beleidsplan 2022-2026 Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
Tekst van het document
van de visie van de commissie Dannenberg, door een tussenvorm mogelijk te maken waarbij cliënten zelfstandiger kunnen wonen. Deze tussenstap maakt de ontwikkeling naar beschermd thuis makkelijker, omdat deze zich richt op begeleiding in de persoonlijke-leefomgeving en draagt bij aan het verminderen van onnodige instroom naar een intramurale voorziening.
• B eheer van backoffice • Administratie en facturatie declaraties aanbieders • Contractbeheer • Contractmanagement • Overleg aanbieders • Gegevensbeheer • Wachtlijstbeheer in samenspraak met aanbieders
Mocht blijken dat de vraag het aanbod overstijgt, of dat er gedurende de looptijd een vraag naar een andere vorm van BW ontstaat, is het mogelijk om nieuwe aanbieders toe te laten.
Bovenstaande taken worden door medewerkers van de gemeente Rotterdam uitgevoerd. Hiermee is de situatie vanaf de invoering in 2015 gecontinueerd. De opgebouwde expertise is hiermee ook geborgd. Vanuit het contractmanagement kunnen voorstellen komen om iets in het aanbod, de aanbieders of de tarieven aan te passen. Wanneer dat het geval is, wordt dat in overleg en afstemming met de regiogemeenten gedaan.
Voor individuele gevallen waar geen passend aanbod gevonden kan worden bij de gecontracteerde partners kan de hardheidsclausule toegepast worden om zo een maatwerk oplossing te vinden. De hardheidsclausule maakt het mogelijk om in bijzondere gevallen af te wijken van de (contractuele) voorwaarden, als blijkt dat de voorwaarden wegens bijzondere omstandigheden onredelijke gevolgen heeft voor de cliënt.
Inkoop BW+
De nieuwe inkoop maakt het mogelijk om voor een complexe doelgroep zorg te kunnen leveren. Het gaat om een groep die een combinatie van GGZ-, verslavings- en LVB-problematiek heeft en daarnaast overlastgevend/ gevaarlijk gedrag vertoond. Deze doelgroep vraagt om geïntegreerde en specialistische zorg in een veilige setting.
Taken uitvoerende gemeente Rotterdam
Na de aanbesteding is het belangrijk om te blijven sturen op de kwaliteit van de BW-aanbieders. De gemeente Rotterdam voert namens de regio de volgende taken uit:
20
Afstemming lokale inkoop
De inkoop BW en toegang is een regionale verantwoordelijkheid, uitgevoerd in mandaat door de gemeente Rotterdam. Daarnaast heeft elke gemeente, zoals omschreven in de Wmo 2015, een lokale verantwoordelijkheid voor de inkoop van de volgende diensten: • A mbulante ondersteuning in het kader van de Wmo, • E en vorm van ambulant nachtelijk toezicht, • BW zorg voor de doelgroep Verstandelijk Beperkten (VB). De gemeenten zorgen zelf voor de inkoop hiervan en stemmen met elkaar het beleid en de lokale inkoop met elkaar af. Op die manier garanderen de gemeenten een goede inhoudelijke en financiële aansluiting op de lokaal ingekochte dienstverlening en voorkomen we een te groot gat tussen de lichtste vorm van BW en de lokaal ingekochte diensten.
11
Begroting en financiële afspraken
Inleiding
Hoewel het in dit beleidsplan over MO en BW gaat, is de financiële verantwoordelijkheid voor de MO niet overgeheveld naar alle gemeenten. Voor MO is de gemeente Rotterdam gedurende deze beleidsperiode financieel verantwoordelijk. In dit hoofdstuk komt dan ook alleen het financiële kader voor BW aan de orde. Het financiële kader voor de uitvoering van BW wordt bepaald door de uitkering die het Rijk verstrekt aan de centrumgemeente voor de uitvoering ervan. Tot en met 2022 is de gemeente Rotterdam de ontvanger van de Rijksmiddelen. Vanaf 2023 start de decentralisatie van de financiële middelen naar alle gemeenten. Deze herverdeling volgt een ingroeipad van 10 jaar.
Wat willen we bereiken?
Een dekkende meerjarenbegroting voor de regionale uitvoering van Beschermd Wonen met ruimte voor innovatie en lokale initiatieven.
Wat gaan we daarvoor doen?
De beschikbare Rijksmiddelen stellen we als kader. De gemeenten bundelen een groot deel van de middelen en houden ruimte voor lokale initiatieven zoals Beschermd Thuis. Door de inkoop van semimurale voorzieningen gaan de kosten per client omlaag. Door de invoering van het woonplaatsbeginsel is het mogelijk om de zorgkosten van deze groep cliënten vergoed te krijgen van de gemeente van herkomst. Er zijn heldere afspraken bij overschrijding en onderuitputting van het regionale budget.
Belangrijkste ontwikkelingen in het budget
De centrumgemeente krijgt via een zogenaamde integratie uitkering (IU) in het gemeentefonds middelen voor de uitvoering. De middelen worden jaarlijks bijgesteld met Loon en Prijs compensatie en met eventuele volumestijgingen. Deze bijstellingen zijn in de circulaires terug te zien.
Bij herijking van het gemeentefonds kan de afzonderlijke IU verdwijnen en de middelen generiek uitgekeerd worden. Met ingang van 1 januari 2021 is de uitname van de Wlz zichtbaar in de begroting. Deze uitname correspondeert met de verschuiving van cliënten van de Wmo naar de Wlz. De initiële financiële uitname is gebaseerd op een schatting van het aantal cliënten en de kosten. De landelijke afspraak is dat de uiteindelijke uitname kostenneutraal is. Gedurende het jaar 2021 zijn er correcties op het budget doorgevoerd. Ook deze correcties zijn terug te zien in de circulaires en zijn vertaald in de meerjarenramingen.
Eigen begroting MO BW
De gemeente Rotterdam heeft tot 2020 geen aparte begroting voor MO en BW gemaakt. De middelen waren onderdeel van een bredere afdelingsbegroting. Sinds 2020, is er wel een aparte begroting specifiek voor BW opgesteld voor de kosten van de zorg en de kosten van de uitvoering. Voor MO is er géén aparte begroting en verantwoording; dit is nog steeds onderdeel van een bredere afdelingsbegroting. De begroting en de verantwoording is vanaf 2020 aan het regionaal Bestuurlijk Overleg aangeboden. De begroting is aan veranderingen onderhevig en wordt jaarlijks opgesteld en door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling goedgekeurd. Daarna wordt de begroting en de gemeentelijke bijdrage door de deelnemende gemeenten vastgesteld.
Afspraken begroting BW
Omdat de MO nog een taak van de gemeente Rotterdam is en de middelen bij Rotterdam blijven, worden er in deze beleidsperiode geen financiële afspraken gemaakt over de maatschappelijke opvang. Er zijn wel afspraken gemaakt over de besteding van de BW-middelen.
21
Uitvoering 2021 is leidend voor begroting
De begroting 2021 BW is gebaseerd op de kosten van de zorg en de kosten van de uitvoering. De totale kosten bedragen 90% van de Rijksmiddelen (peiljaar 2021). Het uitgangspunt van de meerjarenraming is ook hierop gebaseerd.
Middelen worden regionaal gebundeld
De gemeenten hebben bestuurlijk met elkaar afgesproken dat de middelen die via het Rijk verstrekt worden aan de gemeenten gebundeld ingezet worden voor de uitvoering van BW. Dat betekent dat alle gemeenten 90% van de Rijksmiddelen beschikbaar stellen aan de centrumgemeente voor de uitvoering van BW. De overige 10% mogen de gemeenten zelf inzetten voor lokale initiatieven in het kader van Beschermd Wonen. Daarnaast heeft de gemeente Rotterdam aangegeven de ‘Blokhuisgelden’ die gereserveerd zijn voor de realisatie van de BW+ toe te voegen aan de regionale begroting.
Woonplaatsbeginsel
De bestuurders van de gemeenten stellen voor dat binnen de BW-regio het woonplaatsbeginsel niet wordt toegepast. Dat betekent dat er geen onderlinge verrekening plaatsvindt tussen de 7 gemeenten op basis van het woonplaatsbeginsel. Het is immers onduidelijk of de decentralisatie van de middelen overeenkomt met het aantal nieuwe inwoners met een BW-indicatie. Bovendien wordt hiermee een grote toename van administratieve lasten voorkomen. Voor de betaling van de kosten voor cliënten die van buiten de regio komen wordt het woonplaatsbeginsel wel toegepast. De eigen bijdragen van de cliënten komen ook ten goede aan het regionale budget.
12
Governance
Inleiding
De gemeente Rotterdam voert in mandaat de taken voor Beschermd Wonen uit. Dit willen we in de toekomst laten bestaan. Naast de mandatering van de uitvoering van de taken aan de uitvoerende gemeente Rotterdam, worden in tegenstelling tot de afgelopen jaren ook financiële afspraken tussen de gemeenten in de regio gemaakt. Daarom dient de samenwerking tussen de gemeenten vastgelegd te worden in een juridische structuur. Door de samenwerking vast te leggen voorkomen we onduidelijkheid in de afspraken en zorgen we voor een toekomstbestendige structuur. Vanwege de aard van de samenwerking: een publieke wettelijke taak, moet worden gekozen voor een publiekrechtelijke samenwerkingsvorm.
Wat willen we bereiken?
Heldere afspraken over de inrichting van de samenwerking tussen de gemeenten, waarbij gemeente Rotterdam de taken voor de zeven gemeenten blijft uitvoeren.
Wat gaan we daarvoor doen?
De verantwoordelijke wethouders hebben hun voorkeur uitgesproken om de samenwerking vast te leggen in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling. De afgesproken taken en verantwoordelijkheden worden naar een van de gemeenten gemandateerd. Door taken te mandateren blijven alle gemeenten zelf eindverantwoordelijk. In alle zeven gemeenten zal aan de gemeenteraad toestemming worden gevraagd voor de oprichting van de GR.
Uitgangspunten:
• Beleidsvoorbereiding De deelnemers stellen gezamenlijk een regionaal beleid op en een plan voor de uitvoering van taken, waarna deze door elke gemeente wordt vastgesteld. • Uitvoering door Rotterdam De taken die horen bij de uitvoering van beschermd wonen, zoals intake, onderzoek, indicatiestelling, maar ook de inkoop en contractmanagement, zijn in mandaat belegd bij de gemeente Rotterdam. Dat betekent dat iedere gemeente nog steeds zelf eindverantwoordelijk is, maar de uitvoering heeft belegd bij Rotterdam. Dit is een continuering van de huidige situatie. • Begroting de deelnemers accorderen jaarlijks een regionale begroting voor de uitvoering van de taken en stellen de bijdrage per gemeente vast. Het budget en gemeentelijke bijdragen wordt door alle afzonderlijke gemeenten goedgekeurd en verwerkt in de eigen gemeentelijke begrotingen. • Informatie en verantwoording De vergaderingen van de GR zijn openbaar en de vergaderstukken worden gepubliceerd.
22
13
Aansluiting lokaal beleid
De doordecentralisatie van MO en BW kan niet zonder rekening te houden met de wettelijk verankerde lokale opgaven die de gemeenten zelfstandig hebben om te voorkomen dat inwoners (onnodig of onnodig lang) gebruik moeten maken van maatwerkvoorzieningen als BW. Elke gemeente heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid en geeft op zijn eigen manier invulling aan de inrichting van de lokale voorzieningen die hieraan bijdragen. Denk hierbij aan schuldhulpverlening, maatschappelijk werk, lokale loketten, wijkteams, etc.
A. Preventie instroom en vroegsignalering
Een goede lokale invulling is van groot belang als randvoorwaarde voor een succesvolle regionale samenwerking en het beperken van instroom in BW en het bevorderen van uitstroom uit BW. Hiervoor is het noodzakelijk dat er in elke gemeente een basis van preventie, zorg en ondersteuning aanwezig is.
• ambulante begeleiding (Wmo); • schuldhulpverlening, ondersteuning op financieel gebied; • begeleid wonen als voorportaal/ter voorkoming van voor beschermd wonen • voorkomen huisuitzetting; • aanpak verwarde personen en zorgmijders; • gezondheidsbeleid.
Wat willen we bereiken?
1. Alle gemeenten zorgen voor lokale voorzieningen op het terrein van: • p reventie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang; • aanvullende dienstverlening tijdens beschermd wonen; • uitstroom uit beschermd wonen; • e en goed werkende keten van wonen met begeleiding. 2. De regiogemeenten stemmen hun lokale beleid zo goed mogelijk op elkaar af.
Wat gaan we daarvoor doen?
Lokaal beleid periodiek bespreken en afstemmen in regionaal overleg. We onderscheiden drie fasen waarin (aansluiting met) een goede lokale aanpak nodig is:
Een indicatie beschermd wonen is lang niet altijd te voorkomen. Mensen kunnen te maken krijgen met psychosociale problemen zonder dat daar een duidelijk aanwijsbare reden voor is. Bij een juiste en kwalitatief goede ondersteuning van cliënten, kan een indicatie beschermd wonen misschien worden voorkomen. Goede preventie is dus van belang. Ook dak- en thuisloosheid kunnen soms worden voorkomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
B. A anvullende dienstverlening tijdens beschermd wonen
Ook tijdens het beschermd wonen is een goede, aanvullende begeleiding en ondersteuning noodzakelijk om herstel te bespoedigen en terugval te voorkomen. Deels is dit de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder, deels van de betreffende gemeente. Het gaat in het laatste geval om aanvullende dienstverlening, zoals schuldhulpverlening/ financiële ondersteuning en (zo mogelijk) toeleiding naar werk of dagbesteding vanuit de Participatiewet. Ook kan het gaan om het gebruik maken van lokale mogelijkheden voor sport en bewegen en cultuur.
C. Uitstroom (naar zelfstandig of semimuraal wonen)
Wanneer een inwoner klaar is om zelfstandig te wonen is er een woning voor hem of haar nodig. Rekening houdend met deze specifieke doelgroep gaat het om de beschikbaarheid
23
van sociale huurwoningen. Hiervoor kunnen directe bemiddeling en urgentie worden ingezet. In sommige gemeenten bestaan voor dit doel de woonzorgcontracten (cliënt is verplicht Wmo-begeleiding te aanvaarden, huisuitzetting als het toch misgaat). Met deze middelen krijgt iemand die uit beschermd wonen uitstroomt, voorrang voor een sociale huurwoning.
Keten wonen met begeleiding
Als tussenstap van beschermd wonen naar zelfstandig wonen, kan het ook nodig zijn dat een cliënt gaat wonen in een voorziening met begeleiding (nabij), ook wel semimuraal wonen genoemd. Hiermee kan een terugval worden voorkomen en kan cliënt verder worden voorbereid op zelfstandig wonen. Ook kan semimuraal wonen een voorportaal zijn naar, of tussenstap voor beschermd wonen. In het algemeen geldt dat er een goed werkende keten van wonen met begeleiding moet zijn, met verschillende woonvormen, voldoende plekken en een goede doorstroom. Deze zou er bijvoorbeeld zo kunnen uitzien: 1. Beschermd wonen intramuraal
Zwaar
2. Semimuraal wonen 3. Z elfstandig Wonen met slapende wacht (Beschermd Thuis) 4. Zelfstandig wonen met begeleiding
Licht
Variant 4 is een lokale verantwoordelijkheid. Variant 2 wordt regionaal ingekocht, maar kan daarnaast ook lokaal worden vormgegeven. Variant 3 moet nader vormgegeven worden.
14
Samenwerking zorgverzekeraars/zorgkantoor
Inleiding
BW is een verantwoordelijkheid van de gemeenten. Echter, zijn er raakvlakken met het zorgkantoor en de zorgverzekeraar op dit gebied. Het zorgkantoor is verantwoordelijk voor de Wlz, de zorgverzekeraar voor curatieve zorg. Het is dan ook noodzakelijk om afspraken te maken met de zorgverzekeraars en het zorgkantoor over bijvoorbeeld preventie en behandeling van GGZ en verslavingszorg. Onze BW-regio is niet congruent met de zorgregio’s. Dat betekent dat afstemmen en samenwerken met de zorgverzekeraar en zorgkantoor veel partijen behelst. Hieronder wordt beschreven welke raakvlakken dit zijn en hoe samenwerking er (mogelijk) uit ziet.
Wat willen we bereiken?
Een goede samenwerking op overlappende onderdelen van zorg.
Hoe gaan we dat doen?
Samenwerking met de zorgverzekeraar en zorgkantoor is een lokale aangelegenheid. Dit heeft te maken met de regionale verdeling en dekking van de zorgverzekeraars en zorgkantoren. In de volgende paragraaf volgt een overzicht van deze verspreiding binnen onze beschermd wonen regio. Als lokale gemeente maken we afspraken over de GGZ-W plekken en BW- plekken. Wanneer het gaat om beschermd wonen + zullen we als regio in gesprek gaan met het lokale zorgkantoor en zorgverzekeraar.
Juiste zorg op de juiste plek
Vanuit het landelijk programma JZOJP (juiste zorg op de juiste plek) en als een uitvloeisel van de verschillende hoofdlijnenakkoorden hebben het ministerie van VWS, de VNG namens de gemeenten en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) namens de zorgverzekeraars afgesproken om toe te werken naar een sluitend samenwerkingsnetwerk waardoor inwoners in elke regio verzekerd zijn van een goede samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren op het gebied van zorg en ondersteuning. Dit vraagt om een samenwerking op regionale schaal. Van eerdergenoemde partijen wordt verwacht dat met elkaar een agenda wordt gevoerd op tenminste drie thema’s: 1. Ouderen 2. GGZ 3. Preventie Deze drie thema’s vormen gezamenlijk de regionale samenwerkingsagenda. Beschermd wonen valt onder het thema GGZ. De zorgkantoor regio’s zijn leidend voor deze regionale samenwerkingsagenda. De gemeentes in onze beschermd wonen regio vallen onder drie verschillende zorgkantoor regio’s. Dit betekent dat wat betreft de regionale samenwerkingsagenda wij niet als beschermd wonen regio aan één tafel zitten.
24
Regio’s
In de beschermd wonen regio, waarin we samenwerken met 7 gemeenten, hebben we te maken met verschillende preferente zorgvezekeraars en zorgkantoren. In de figuren hieronder is weergegeven welke gemeente bij welke preferente zorgverzekeraar en zorgkantoor hoort.
De cijfers in de afbeelding verwijzen naar de volgende zorgkantoren: 1. Zorgkantoor VGZ 2. Zorgkantoor Zilveren Kruis 3. Zorgkantoor Zorg en Zekerheid 4. Zorgkantoor DSW 5. Zorgkantoor CZ 6. Zorgkantoor Midden IJssel 7. Zorgkantoor Menzis 8. Zorgkantoor Friesland
Bron: Zorgthermometer
Bron: Zn.nl
25
Beschermd wonen regio
Onderstaande tabel geeft weer wat de preferente zorgverzekeraar en het preferente zorgkantoor voor de gemeente is die binnen onze beschermd wonen regio vallen. Hier valt op dat we als beschermd wonen regio deelnemen aan verschillende zorgkantoor en zorgverzekeraar regio’s. Er zijn slechts twee gemeentes binnen de regio waarbij de zorgverzekering en het zorgkantoor dezelfde uitvoerder heeft (Ridderkerk en Rotterdam).
Beschermd wonen en GGZ Wonen
Sinds 1 januari 2021 kunnen er langdurige GGZ-indicaties aangevraagd worden bij het Centrum Indicatiestelling Zorg. De verantwoordelijkheid en financiering van deze langdurige GGZ-indicaties ligt bij de zorgkantoren. Dit zijn de zogenaamde GGZ W indicaties en deze vorm van zorg en ondersteuning wordt voornamelijk geïndiceerd voor mensen die voorheen een beschermd wonen indicatie vanuit de Wmo hadden. Afgesproken is dat de mensen van wie de Wmo indicatie omgezet is naar een Wlz indicatie niet hun woning/verblijfplaats hoeven te verlaten. Zij blijven zorg en ondersteuning krijgen van de aanbieder aan wie zij al verbonden waren. Dit resulteert in ‘hybride’ woonvormen waarbij mensen met een Wlz GGZ W indicatie en Wmo beschermd wonen indicatie verblijven. Belangrijk is dat de gemeente en zorgkantoren met elkaar afspraken maken over gecontracteerde partijen en aantallen gecontracteerde plekken. De verwachting is dat eind 2021/ begin 2022 er een duidelijker beeld is over de definitieve aantallen mensen met een GGZ W indicatie die deze hebben gekregen nadat zij eerst een Wmo beschermd wonen indicatie hadden. Hierdoor krijgen de zorgkantoren een duidelijker beeld over de vraag. Het benodigde aanbod
Achmea (Zvw)
Achmea (Wlz)
CZ (Zvw)
CZ (Wlz)
VGZ (Zvw)
DSW (Wlz)
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Lansingerland
B&R + Bergschenhoek
Bleiswijk
Krimpen aan den IJssel Ridderkerk Rotterdam Tabel 5: preferente verzekeraar (Zvw) en zorgkantoor (Wlz) per gemeente
komt daarmee beter voor hen in beeld. Het is mogelijk dat de gemeente en het zorgkantoor aanbieders contracteren waarbij op locaties mensen verblijven met een van deze indicaties. Hier zullen duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over de verdeling van het aantal plekken. Voor beide type indicaties moet voldoende aanbod zijn in de regio en in de individuele gemeentes.
Beschermd Wonen +
Een van de nieuwe vormen van beschermd wonen die naar verwachting deze beleidsperiode gerealiseerd gaat worden is beschermd wonen +. Over wat deze vorm van beschermd wonen inhoudt wordt in het hoofdstuk inkoop regionale voorzieningen verder ingegaan. De bekostiging van beschermd wonen + zal door drie partijen gedaan worden. De gemeente, het zorgkantoor en de zorgverzekeraar. Iedere partij neemt de component voor zijn rekening waar
26
die specifieke partij verantwoordelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de zorgverzekeraar die het component behandeling financiert. In deze zorgvorm zijn de drie financiers verantwoordelijk en zullen daar duidelijke afspraken over moeten maken. Regelmatige evaluatie en afstemming is hierbij onontbeerlijk.
15
Woonopgave
Inleiding
Een van de grootste opgaven voor een succesvol BW-beleid ligt bij de beschikbaarheid van voldoende geschikte locaties voor intra, - en semimuraal wonen en een passende woning (juiste plek, juiste grootte, juiste prijs), na afloop van een BW-traject. Ook al richt het beleid zich in de kern op de BW zorg, zonder voldoende geschikte woningen kunnen cliënten niet doorstromen. De commissie Dannenberg heeft dat ook in haar rapport benoemd. De verschillende stakeholders (aanbieders, cliënten, raadsleden, adviesraden) hebben ook aangegeven dat de woonopgave onderdeel van het BW-beleid moet zijn. In dit hoofdstuk gaan we daar dieper op in. Er is een steeds groter tekort aan woningen in Nederland en in onze regio. Dat tekort is er in de volle breedte en treft dus ook de doelgroep BW. Er zijn niet zomaar huizen bij gebouwd. Mede omdat er in de regio beperkte bouwgrond beschikbaar is en er beperkingen in de regelgeving zit. Naast een tekort aan woningen hebben we in de regio ook behoefte aan voorzieningen, verspreid over de gemeenten. Ook daar zien we een tekort aan nieuwbouw, - en uitbreidingsplekken.
Wat willen we bereiken
Voldoende geschikte woningen zodat de BW-cliënten kunnen uitstromen naar een eigen huis op de plek van hun voorkeur, eventueel met ambulante ondersteuning. Vaak is dat de gemeente waar men vandaan komt of waar men zorg heeft ontvangen. Ook zijn voldoende woningen en begeleiding nodig om te voorkomen dat inwoners die (dreigend) dak- of thuisloos zijn vroegtijdig lokaal hulp kunnen krijgen. Daarom is de woonopgave verbonden aan de spreidingsopgave.
Hoe gaan we dat doen
• A ansluiten bij de lokale afspraken tussen de gemeenten en de woningcorporaties over de huisvesting van bijzondere doelgroepen.
• Monitoren op de uitstroom • L okaal inzetten van hetzelfde instrumentarium als woonzorg contracten. • O ntwikkelen en implementeren van innovatieve oplossingen in de regio.
we al nader ingegaan op het lokale beleid en de verschillende instrumenten die gemeenten tot hun beschikking hebben om cliënten uit te laten stromen uit BW en met de juiste ambulante ondersteuning te laten landen in de wijk.
Behoefte aan woningen
Naast de eerdergenoemde instrumenten die worden ingezet, wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, die soelaas bieden binnen de krappe woningmarkt.
Op basis van extern onderzoek naar het uitstroompotentieel van BW-cliënten, is de inschatting dat er jaarlijks ongeveer 500 cliënten uit BW naar een eigen woning kunnen doorstromen. De verwachting is dat de vraag naar BW de komende jaren licht zal stijgen en dat de behoefte aan een eigen woning ook licht zal toenemen. Over het algemeen gaat het om eenpersoonshuishoudens die een daarbij passende woning nodig hebben. We streven naar een evenwicht in het aantal inwoners dat instroomt in BW en het aantal mensen dat uitstroomt van BW naar een zelfstandige woning per gemeente. De huisvestingsopgave van deze groep heeft daarmee een beperkte invloed op de woningmarkt. Het gaat immers voor een groot deel om inwoners die voor hun periode van BW een woning achter hebben gelaten, na een periode BW weer zelfstandig in de gemeente gaan wonen en opnieuw deel gaan uitmaken van de samenleving. Omdat het voor sommige inwoners beter is om in een andere gemeenten terug te keren dan de gemeente van herkomst is het belangrijk dat gemeenten in de regio dat mogelijk maken.
Lokaal beleid
Veel gemeenten hebben een lokale woonvisie en een lokale woon/zorgvisie. Elke gemeente heeft lokaal beleid op wonen en wonen/zorg. Daarin is in veel gevallen ook de (kwalitatieve) opgave in voor de doelgroep BW, als onderdeel van de huisvestingsopgave bijzondere doelgroepen. Dit lokale beleid is vertaald naar prestatieafspraken met de woningcorporaties. In hoofdstuk lokale ontwikkelingen zijn
27
Innovatieve oplossingen
Housing First Oorspronkelijk ingezet voor daklozen die moeilijk plaatsbaar zijn. Dit concept is in 2019 gestart in Rotterdam. Het idee is dat er een goede woonplek wordt gezocht voor de client in samenspraak met aanbieders, corporatie en client. Vanuit die woonplek wordt intensieve ondersteuning geboden die na verloop van tijd Kan worden afgebouwd. Als cliënt langdurig intensieve begeleiding behoeft, dan wordt dit gewoon gefinancierd, om uitval te voorkomen. De nachtopvang wordt hiermee overgeslagen. Het concept zou ook goed bruikbaar kunnen zijn voor BW-cliënten. Doorstroomvoorzieningen In het kader van de versnelde uitstroom uit nachtopvang en BW, zoeken de gemeenten samen met de aanbieders naar locaties waar cliënten die geen intensieve zorg meer nodig hebben, maar nog moeten werken aan hun woonvaardigheden, naar plekken waar cliënten versneld kunnen uitstromen naar een eigen woning. Flexwonen Samen met de provincie Zuid-Holland wordt gekeken of er plekken geschikt zijn om tijdelijke woningen te bouwen, in afwachting van de invulling van de definitieve bestemming, en wordt gekeken naar het geschikt maken van leegstaande kantoren voor tijdelijke bewoning.
GEMEENTEBARENDRECHT
Colofon Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Rotterdam, november 2021 Beelden: iStock/gemeente Rotterdam
28