Bijlage 1. Participatiebeleid Krimpen denkt mee
Tekst van het document
Krimpen denkt mee Participatiebeleid Krimpen aan den IJssel
Augustus 2025
Inhoudsopgave Voorwoord
3
1. Inleiding
4
1.1 Waarom participatiebeleid? 1.2 Wat is participatie?
5
1.3 Soorten participatie
6
1.4 Participatie in Krimpen 1.5 Leeswijzer
7
7
2. Visie op participatie 2.1 Krimpense visie
9
9
2.2 Waarden van participatie 2.3 Spelregels
4
10
11
2.4 Rolverdeling
12
2.5 Mate van participatie bepalen
13
3 Participatiebeleid en participatieverordening
17
Voorwoord Ieder dag weer werkt de gemeente aan een mooier en beter Krimpen. Dat kunnen we niet alleen. Het beste beleid of plan kunnen we maken als we de wensen, ervaringen en expertise horen van onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Want met elkaar maken we dit dorp. Met participatie kunnen we inwoners aan elkaar verbinden, nieuwe inwoners kennis laten maken met het dorp en hen hiervan eigenaar laten voelen. Met participatie leren we standpunten en belangen van een ander kennen. En kunnen we, naast eventuele verschillen, ook op zoek gaan naar onze overeenkomsten. Iedereen heeft wel een eigen, persoonlijk belang. Met participatie onderzoeken we samen hoe dat belang zich verhoudt tot het algemeen belang: een goed Krimpen voor iedereen. In gesprek vormen we een sterke gemeenschap en een sterk dorp. Samen maken we Krimpen aan den IJssel. Om dit doel te halen is dit participatiebeleid gemaakt. Deze is speciaal voor onze gemeente gemaakt en bestaat uit 3 aparte delen: deze visie, een werkwijzer en een leidraad. Voor het maken van deze visie hebben we de mening gevraagd van inwoners, de gemeenteraad en de ambtenaren. Laten we er met elkaar alles aan doen om iedereen de mogelijkheid te geven om te participeren. Want de bijdrage van iedereen telt. Kirsten Jaarsma Wethouder Participatie
3
1 Inleiding In dit participatiebeleid staat hoe inwoners kunnen meedenken en meewerken aan de plannen en het beleid van de gemeente Krimpen aan den IJssel (inwoners participatie). Dit participatiebeleid geldt voor alle domeinen binnen de gemeente, zowel het ruimtelijke, maatschappelijke als sociaal domein. We zijn tot dit participatiebeleid gekomen door gesprekken met de raad, het college en de beleids adviseurs over onder andere de participatietrajecten van de afgelopen jaren. Daarnaast hebben we door middel van een vragenlijst in Gemeentepeiler aan de inwoners gevraagd hoe zij het liefst willen participeren.
1.1 Waarom participatiebeleid? Gemeenten, provincies en waterschappen zijn vanuit de Omgevingswet verplicht om participatiebeleid op te stellen. Hierin leggen ze vast hoe ze participatie vormgeven en welke eisen daarbij gelden. Ze mogen zelf bepalen hoe ze participatie beleid vormgeven. De gemeente Krimpen aan den IJssel had hier nog geen beleid op. Wél is er in 2019 een notitie geschreven met adviezen over het vernieuwen van de toenmalige participatie. Waar dit passend was, is dit ook in dit beleid meegenomen. De gemeente Krimpen aan den IJssel vindt het belangrijk om de eigen visie op participatie en uitgangspunten voor participatie in participatiebeleid vast te leggen. Dit zorgt ervoor dat voor iedereen duidelijk is hoe zij kunnen meedenken en meedoen. Juist in Krimpen, waar de ruimte schaars is en veranderingen al snel veel mensen raken, is het van groot belang inwoners op tijd te betrekken. Ook is het belangrijk om duidelijk te zijn over waarop invloed mogelijk is en waarop niet. Omdat de belangenafweging uiteindelijk bij de gemeente(raad) ligt. Participatiebeleid en participatieverordening Voor nog betere participatie is de ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’ van kracht. Deze wet wijzigt de Gemeentewet. Het doel van de wet is het vergroten van de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van hun gemeente.
Onderdeel van de wet is ook het uitdaagrecht (Right to Challenge), als specifieke vorm van participatie. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners de gemeente uitdagen om de uitvoering van bepaalde taken over te nemen, zoals het beheer of onderhoud van een park of buurthuis. De wet bevat ook een verplichting om de huidige inspraakverordening te verbreden naar een participatieverordening. De participatieverordening is de juridische basis van het participatiebeleid met daarbij de uitwerking van het uitdaagrecht.
4
1.2 Wat is participatie? Participatie gaat over hoe inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties (hierna noemen we al deze doelgroepen: inwoners) vroegtijdig meedenken en meedoen met het maken van beleid en plannen. Het gaat over de samenwerking tussen gemeente en inwoners. Participatie onderscheidt zich van andere mogelijkheden om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Zoals het spreekrecht bij raads-en commissievergaderingen, de mogelijkheid van het burgerinitiatief en het referendum en het gebruik maken van het recht van bezwaar of beroep. Dit laatste gaat vaak over het achteraf reageren op plannen. Omgevingscommunicatie levert waardevolle informatie op over wat er speelt in een buurt of wijk en vormt daarom een belangrijke basis voor participatie. Omgevings communicatie is het continue gesprek tussen gemeente en inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties (de omgeving). Hierdoor ontstaat gevoel voor wat zij belangrijk vinden. In Krimpen wordt dit bijvoorbeeld op bestuurlijk niveau ingevuld door het wijkwethouderschap.
Participatie is niet hetzelfde als draagvlak De inzet van participatie is om draagvlak te vergroten en te verbreden, maar betekent niet dat iedereen het eens is met wat de gemeente uiteindelijk besluit. Er blijven altijd inwoners over die ‘tegen’ zijn. De uitkomst van participatie hoeft dus niet altijd 100% draagvlak te zijn. Andersom is het niet automatisch zo dat ‘geen draagvlak’ betekent dat er geen zorgvuldig participatieproces is doorlopen. Het belangrijkste is dat de gemeente of initiatiefnemer en de inwoners goed naar elkaar luisteren en elkaar kunnen uitleggen waarom een ontwikkeling wel of niet gewenst is. De uiteindelijke beslissers – de gemeenteraad en/of het college – moeten met de informatie uit de participatie een goede belangenafweging kunnen maken en besluiten kunnen nemen voor het algemeen belang.
5
1.3 Soorten participatie Er bestaan 3 soorten participatie: inwonersparticipatie, overheidsparticipatie en privaat georganiseerde participatie. Bij inwonersparticipatie neemt de gemeente het initiatief van de (beleids)ontwik keling en nodigt inwoners, ondernemers en/of andere belanghebbenden uit om mee te denken of te doen. De gemeente heeft een leidende rol en organiseert de participatie. De gemeente weegt de belangen en opbrengsten van de participatie mee bij de besluitvorming. Voor deze vorm van participatie is de Werkwijzer Participatie opgesteld. Deze handleiding is bedoeld voor de gemeentelijke organisatie. Dit helpt medewerkers om participatie te organiseren bij plannen en beleid van de gemeente. Bij overheidsparticipatie neemt een inwoner, ondernemer of maatschappelijke organisatie het initiatief, waarbij deze de gemeente wel nodig heeft om tot een ontwikkeling te komen. De gemeente heeft dan een faciliterende en toetsende rol. De gemeente Krimpen heeft hiervoor bijvoorbeeld het fonds Krimpen ontmoet! ingesteld. Hier kunnen inwoners ideeën indienen die de sociale samenhang en leefbaarheid in Krimpen en de wijken en buurten met elkaar versterken. Ook de participatievorm Uitdaagrecht/Right to challenge valt onder overheids participatie. Dit is een vorm waarbij inwoners, ondernemers of organisaties een voorstel indienen om taken van de gemeente over te nemen.
De derde vorm van participatie is privaat georganiseerde participatie. Een ondernemer, bewoner of organisatie is dan de initiatiefnemer van een (meestal ruimtelijke) ontwikkeling. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk om de participatie in te richten en uit te voeren. De gemeente heeft een adviserende en toetsende rol in de participatie. De gemeente neemt de opbrengst van de participatie mee bij de besluitvorming. Het gaat dan bijvoorbeeld om de ontwikkeling van nieuwe woningen door een projectontwikkelaar of een nieuw gebouw door een woningcorporatie. Meer over de aanpak van deze participatie leest u in de aparte Leidraad Participatie Initiatiefnemers. Hierin staat hoe zij bij een aanvraag van een omgevingsvergunning participatie kunnen toepassen.
6
1.4 Participatie in Krimpen aan den IJssel Participatie in Krimpen kenmerkt zich door korte lijnen: bewoners kunnen bestuurders en ambtenaren gemakkelijk vinden. Participatie is belangrijk voor Krimpen omdat met de kennis en ervaringen van inwoners de leef en woon omgeving beter wordt. Ook kunnen inwoners door participatie meer begrip voor bestuurlijke overwegingen en meer vertrouwen in de overheid krijgen. Maar participatie is niet altijd gemakkelijk. Net zoals elders in Nederland, zijn ook in Krimpen vooral oudere inwoners (65+) actief in participatietrajecten. Gezinnen met kinderen zijn ondervertegenwoordigd. Ook zijn inwoners die het niet gewend zijn om te participeren, zoals jongeren en mensen met een andere (migratie) achtergrond, ondervertegenwoordigd. Deze groepen, zo’n 80% van de inwoners, vormen de zogenaamde ‘zwijgende meerderheid’. Gevolg is dat de actieve bewoners de boventoon voeren in de participatie. Dit zijn ook vaak de kritische geluiden van mensen die liever geen verandering willen. Hierdoor is het lastig voor het gemeentebestuur om alle belangen goed af te wegen in de besluitvorming over (nieuw) beleid of plannen. Uit de antwoorden op de vragenlijst van Gemeentepeiler blijken inwoners van Krimpen het belangrijk te vinden om goed geïnformeerd te worden. Ook krijgen zij graag de gelegenheid om mee te denken met plannen.
Soms worden inwoners teleurgesteld als ze merken dat er naar hun beleving niet genoeg wordt gedaan met hun ideeën. Ze willen serieus worden genomen en ze willen dat er echt naar hen geluisterd wordt. Daarom is het belangrijk vooraf goed af te spreken wat inwoners of ondernemers van de gemeente kunnen verwachten, waar ruimte is om mee te denken en waar niet, en wat er met de resultaten van de participatie wordt gedaan.
7
Terugblik eerdere participatie De afgelopen jaren hebben we regelmatig participatietrajecten uitgevoerd. Wat in al deze trajecten opviel is dat het belangrijk is om vanaf het begin helder te communiceren over wat de betrokkenen kunnen verwachten. Dus welke invloed zij daadwerkelijk hebben. Welke beslissingen al vastliggen en waar nog ruimte is voor inbreng. Dit voorkomt onrealistische verwachtingen die later kunnen leiden tot teleurstelling of frustratie. Tegelijkertijd vraagt participatie om aandacht voor emoties. Inwoners investeren vaak persoonlijke betrokkenheid en kunnen zich miskend voelen als hun inbreng niet wordt overgenomen. Wat wij hebben geleerd is dat door actief te luisteren, ruimte te bieden voor emoties en transparant te blijven over het proces er meer begrip en vertrouwen ontstaat. Dit moet de kwaliteit van de participatie en de samenwerking ten goede komen.
1.5 Leeswijzer Dit participatiebeleid biedt een visie op (inwoners)participatie, met daarbij de waarden, spelregels en rollen. Dit participatiebeleid is opgesteld door de gemeente Krimpen aan den IJssel, ondersteund door Bureau Buhrs. Er vonden gesprekken plaats met medewerkers van de gemeente, leden van het college van B&W, raadsfracties en de gemeente raad. Daarnaast is een vragenlijst via Gemeentepeiler (zie bijlage) uitgezet om bij de inwoners van Krimpen op te halen op welke manier zijn betrokken willen zijn bij plannen en beleid van de gemeente. De input is mede gebruikt om dit participatiebeleid op te stellen. In de Werkwijzer Participatie zijn praktische handvatten opgenomen voor de ambtelijke organisatie om de participatie gestructureerd en zorgvuldig aan te pakken. In de Leidraad Participatie Initiatiefnemers staat hoe initiatiefnemers participatie kunnen toepassen.
8
2 Visie op participatie 2.1 Krimpense visie Om de verwachtingen en beelden over participatie op elkaar af te stemmen is het belangrijk om een aantal zaken af te spreken wat we met participatie willen bereiken (visie), wat we daarbij belangrijk vinden (waarden) en wat de spelregels zijn. Dat staat in deze visie. De visie omschrijft wat we in Krimpen aan den IJssel willen bereiken met participatie:
“Participatie is voor Krimpen een belangrijk middel bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van beleid en plannen. De ideeën van inwoners helpen om samen beter beleid te maken voor een mooier Krimpen. Ook helpt participatie de gemeenteraad om beter afgewogen besluiten te nemen. Dit vergroot het vertrouwen in elkaar en de betrokkenheid bij de Krimpense gemeenschap.”
Inwoners weten wat er speelt in hun buurt en willen een fijne leef- en woon omgeving. Door samen te werken aan een plan versterken zij de gemeenschap. Zo leveren zij een mooie en zinvolle bijdrage aan de (toekomstige) Krimpense gemeenschap en aan beleidsen planvorming. Uit de peiling blijkt dat het merendeel (59%) van de respondenten denkt dat participatie zorgt voor betere plannen. Als inwoners meepraten met wat er besloten wordt dan krijgen zij begrip voor bestuurlijke keuzes. Dit draagt bij aan het vertrouwen in de gemeente. De gemeente kan met de ideeën het beleid verbeteren, betere oplossingen vinden en meer draagvlak vinden. Zo helpt participatie om te ontdekken wat mist in plannen. Ook kan de gemeente besluiten nemen die passen bij de wensen van de Krimpense samenleving. Voor participatie is altijd geld, tijd en capaciteit nodig. Daarom is het belangrijk dat de gemeente de afweging maakt of en in welke mate participatie kan plaats vinden. Daarvoor moet ook een passend budget worden gereserveerd. De benodigde inzet wordt per project afgewogen en in het projectbudget opgenomen. De mate van participatie hangt onder andere af van de noodzaak en de impact van plannen of beleid.
9
2.2 Waarden van participatie We geven waarden aan wat we belangrijk vinden bij participatie. Op basis van gesprekken met betrokkenen en de uitkomsten van Gemeentepeiler gaven inwoners de volgende waarden aan: duidelijk, realistisch, open en betrouwbaar. Duidelijk Een eenduidige aanpak voor participatie helpt om voorspelbaar te zijn. We volgen een gestructureerde aanpak om het participatieproces goed in te richten. Om teleur stellingen te voorkomen is het nodig op voorhand heldere kaders te stellen waarop nog wel en niet meegedacht kan worden. En waar en door wie het uiteindelijke besluit wordt genomen (verwachtingsmanagement). We gebruiken duidelijke, begrijpelijke taal. Dit zorgt voor transparantie. Realistisch Voordat we beginnen denken we goed over het participatieproces na. We doen alleen aan participatie als er echt iets te kiezen valt. Als er binnen een project of beleid ruimte is om inwoners mee te laten denken of doen. We noemen dat participatieruimte. Als er geen ruimte is dan geven we dat duidelijk aan. En dan is informeren van inwoners het hoogst haalbare. We beginnen op tijd met participatie. Dus niet als het plan of beleid al klaar is. Dat is te laat. Open We doen ons best om zo veel mogelijk verschillende inwoners (met diverse sociaal demografische kenmerken) te laten vertellen wat ze belangrijk vinden. Ook mensen die moeilijker bereikbaar zijn.
We nemen iedereen serieus. We luisteren naar de belangen en geven aan wat we daarmee doen en hebben gedaan. We behandelen elkaar met respect. Betrouwbaar Vertrouwen ligt aan de basis van deze waarden. Om vertrouwen te krijgen is het van belang betrouwbaar te zijn. Als gemeente, als inwoner en als initiatiefnemer.
10
2.3 Spelregels Om ervoor te zorgen dat het meedenken of meedoen altijd op een goede manier gebeurt, maken we de volgende afspraken. 1. We hebben aandacht voor iedereen Alle Krimpenaren, van jong tot oud, krijgen de mogelijkheid om mee te doen. We willen hierbij ook de stem horen van de ‘zwijgende meerderheid’. Dit zijn mensen die niet vaak meedoen aan discussies of bijeenkomsten. Zij zijn belangrijk voor een goed beeld van wat er leeft in Krimpen. Dit betekent dat we kiezen voor passende communicatie en participatiemiddelen. We doen niet wat we altijd doen (altijd een brief of bijeenkomst), maar verdiepen ons in de mensen en kiezen participatie- en communicatiemiddelen die daarbij en bij de opgave passen. Dat kan bijvoorbeeld ook een korte vragenlijst zijn. Of een ontwerpsessie, waar we met elkaar aan de tekentafel schetsen aan plannen. 2. We gaan naar de mensen toe Daarvoor gebruiken we een combinatie van participatiemiddelen, digitaal en ‘in het echt’. We kijken eerst goed met wie we te maken hebben en wat zij belangrijk vinden. We passen onze aanpak daarop aan. We gaan bijvoorbeeld actief naar de mensen toe op plekken waar ze graag komen. Ook werken we veel met afbeeldingen en besteden aandacht aan toegankelijk taalgebruik. 3. We bieden ruimte én richting Mensen krijgen zo vroeg mogelijk in het proces de kans om mee te doen. Soms is dat vanaf het begin.
Soms wat later als de plannen of het beleid al iets meer vorm hebben. Dit hangt af van het onderwerp van participatie, maar ook van de voorkeuren van bewoners. We zijn open en toegankelijk. En zorgen voor duidelijke kaders en verwachtingen. We stellen een gespreksagenda op die daarbij helpt. We staan open voor alle inbreng. Maar we weten ook dat niet alles kan. De druk op de ruimte in onze gemeente is bijvoorbeeld groot. Dit vraagt om keuzes. Daarom brengen we verschillende belangen, ideeën en ervaringen van Krimpenaren in beeld. 4. We communiceren actief en herkenbaar Dat doen we via verschillende kanalen. We nodigen mensen met een aantrekkelijke boodschap uit om in gesprek te gaan. Hierbij spelen we zo goed mogelijk in op de behoeften van inwoners, ondernemers en andere partijen. We communiceren regelmatig over de uitkomsten. In het participatieverslag staat wat we hebben gedaan, wie we hebben gesproken en wat er gezegd is. Aan het eind van het proces leggen we goed uit wat de gemaakte keuzes zijn. En hoe we met de inbreng zijn omgegaan.
11
2.4 Rolverdeling De gemeenteraad, het college, de gemeentelijke organisatie, de initiatiefnemers en de inwoners hebben ieder een eigen rol en verantwoordelijkheid in participatie. De gezamenlijke opdracht is om de participatie zo te organiseren dat ieder zijn rol goed kan vervullen. In het algemeen zijn de rollen als volgt verdeeld:
−
−
−
−
−
− − − −
−
De gemeenteraad bespreekt vooraf de participatieaanpak bij de participatiecategorie ‘groot’ (zie 2.5). De participatieaanpak beschrijft de doelen, het budget en de participatieruimte. committeert zich aan de participatieaanpak, laat los en toetst het participatieproces (aan het participatiebeleid en het participatieplan1), als de gemeenteraad het bevoegd gezag is. weegt belangen en opbrengsten van de participatie mee bij besluitvorming. Het college initieert participatie en bereidt die voor in het geval van een (beleids) ontwikkeling in de participatiecategorie ‘middel’ en ‘groot’ (zie 2.5). In geval van participatiecategorie ‘middel’ neemt het college ook een besluit over de aanpak van de participatie. De gemeenteraad wordt geïnformeerd door middel van een Raadsinformatiebrief. weegt belangen en opbrengsten van de participatie mee bij besluitvorming. De ambtelijke organisatie werkt een participatieplan uit en zorgt voor (begeleiding van) de uitvoering van participatie bij plannen van de gemeente. adviseert over participatie aan initiatiefnemers en toetst deze. faciliteert inwoners bij bewonersinitiatieven. presenteert helder de (inhoudelijke) beleidskaders, keuzes, afwegingen en uitkomsten van de participatie richting participanten (in een participatieverslag 2). weegt belangen en opbrengsten van de participatie mee bij de advisering van college/gemeenteraad.
1 Het participatieplan is het plan waarin de strategie en de aanpak van de participatie staan beschreven. 2 Het participatieverslag is het verslag waarin staat hoe de participatie is verlopen.
12
− − −
− − − −
De initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor participatie bij eigen initiatief (zie Leidraad Participatie Initiatiefnemers). werken een participatieplan uit en verzorgen de uitvoering van de participatie. presenteren helder het initiatief, keuzes, afwegingen en uitkomsten van de participatie richting participanten (in een participatieverslag). Zie Participatieverordening ruimtelijke initiatieven. De inwoners hebben interesse in de eigen leefomgeving en gemeente. kunnen een idee indienen (zie het fonds Krimpen ontmoet!). Of kunnen een verzoek doen om taken van de gemeente over te nemen (zie Uitdaagrecht). delen kennis en ervaring (over de eigen leefomgeving) met de gemeente en/of initiatiefnemer. hebben een realistische verwachting van participatie conform het participatieplan/niveau.
2.5 Mate van participatie bepalen Participatie is maatwerk en de participatie kan op verschillende manieren worden aangepakt. We maken hiervoor onderscheid in een kleine, middelgrote of grote categorie van participatie. Deze categorie hangt af van: − − −
het schaalniveau van het project (omwonenden/straat, buurt/wijk, gemeente/regio). de belangen die spelen (individueel, collectief of maatschappelijk belang). de impact van het project (maatschappelijke aandacht en hinder).
In het algemeen geldt: hoe groter het schaalniveau, de belangen die spelen én de impact van het project op belanghebbenden, hoe groter de participatieopgave. Onderstaand schema helpt om de participatieopgave in de categorie klein, middel of groot te plaatsen. In de Werkwijzer Participatie staat dit verder uitgewerkt.
13
Een riolerings- en herstraatproject valt onder de categorie ‘klein’. Omdat dit met name omwonenden van de betreffende straten aangaat, het vooral om een individueel belang gaat en de impact gering is (hoewel de hinder voor de omwonenden wellicht groot kan zijn, maar de maatschappelijke aandacht en impact is klein). Kleinschalige woningbouw (binnen het omgevingsplan) valt bijvoorbeeld binnen de categorie ‘middel’. Omdat het collectieve belangen raakt en de impact groter is. Daarnaast valt bijvoorbeeld de Omgevingsvisie binnen de categorie ‘groot’. Omdat het zich afspeelt op gemeentelijk niveau, de belangen maatschappelijk zijn en de impact groot. In het sociale domein spelen veel beleidstrajecten zich af op schaalniveau van de gehele gemeente. Maar is de impact soms klein. Die komen daarmee voornamelijk uit op categorie ‘middel’. Soms kan een initiatief klein lijken, omdat het op het schaalniveau ‘straat’ afspeelt. Echter kan het toch een groot effect hebben. Bijvoorbeeld als het over een onderwerp gaat dat maatschappelijke belangen raakt. Daardoor kan het alsnog binnen de categorie ‘groot’ vallen. Ook tijdens het proces moet er ruimte zijn om de participatiecategorie te bespreken en deze eventueel aan te passen (opschalen of afschalen).
14
De indeling in participatiecategorieën geeft richting aan de rolverdeling. De rol van de gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie verschilt: − − −
naarmate de participatieopgave een groter (schaal)niveau betreft meer impact heeft en/of meer belanghebbenden raakt
Voor participatieopgaven in de categorie ‘klein’ of ‘middel’ is het college verant woordelijk voor de uitvoering van de participatieaanpak. De ambtelijke organisatie adviseert en voert uit. De raad heeft in deze categorieën voor participatie geen rol. Over het algemeen geldt: − − −
categorie ‘klein’ wordt ambtelijk afgehandeld categorie ‘middelgroot’ wordt door het college afgehandeld (collegebesluit) categorie ‘groot’ wordt door de gemeenteraad afgehandeld (raadsinformatiebrief)
Bij een grote categorie legt het college een participatieaanpak (in de vorm van een participatieplan) voor aan de gemeenteraad via een raadsinformatiebrief. Een voorbeeld hiervan is het participatieplan voor de Omgevingsvisie. De gemeenteraad kan dit onderwerp agenderen, het participatieplan bespreken en aanvullingen doen. Bijvoorbeeld welke groepen specifiek betrokken moeten worden of hoe groot de invloed is die inwoners (kunnen) hebben. De gemeentelijke organisatie voert de participatie uit. En de gemeenteraad neemt de informatie uit de participatie mee in de besluitvorming over het beleid of plan. NB: Andersom geldt ook: projecten of beleid waar de gemeenteraad over besluit, en waarbij participatie plaatsvindt, vallen automatisch in de participatiecategorie ‘groot’. Projecten waar het college bevoegd gezag is, vallen in de categorie ‘middel’. Afsluitend: wanneer is de participatie goed genoeg? Een goed participatieproces geeft duidelijk aan wát mensen kunnen verwachten. En waar zij over mee kunnen denken. Soms ligt iets al vast of zijn er tegen gestelde wensen. Dan moet er een keuze worden gemaakt: wat is het beste voor alle betrokkenen? Participatie betekent dus niet dat iedereen het altijd eens is met de uitkomsten.
15
Door een gestructureerde aanpak van participatie te doorlopen (en deze aanpak vast te leggen in een participatieplan) is vooraf goed afgesproken: − − − −
wat het doel is van de participatie waar de participatie over gaat (en waarover niet) wie welke rol heeft hoe de participatie wordt aangepakt
Het bepalen of de participatie goed genoeg is geweest gebeurt dan aan de hand van het participatieplan en -verslag. Is het gegaan zoals bedacht? Of is hiervan beargumenteerd afgeweken (om het doel te bereiken)? Dan is de participatie goed genoeg geweest. Vervolgens ligt de verantwoordelijkheid bij de besluitvormers om alle belangen en alle input uit de participatie mee te wegen in de belangenafweging en besluitvorming.
16
3 Participatiebeleid en participatieverordening Op 1 januari 2025 trad de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking. Gemeenten hebben vanaf dat moment 2 jaar de tijd om de inspraak verordening aan te passen naar een participatieverordening. Volgens de huidige Gemeentewet is de gemeenteraad verplicht een verordening vast te stellen. Deze bevat regels over de betrokkenheid van inwoners bij de voor bereiding van gemeentelijk beleid. Met de nieuwe wetgeving wordt dit uitgebreid. Gemeenten moeten inwoners niet alleen betrekken bij de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering en evaluatie van beleid. Onderdeel van de wet is ook het uitdaagrecht (Right to Challenge), als specifieke vorm van participatie. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners de gemeente uitdagen om de uitvoering van bepaalde taken over te nemen. Zoals het beheer of onderhoud van een park of buurthuis. Dit participatiebeleid is een belangrijke stap in het proces om te komen tot een participatieverordening. Het participatiebeleid beschrijft de inhoudelijke visie en kaders bij participatie. De participatieverordening vormt de juridische basis van het beleid. Hieronder staan de belangrijkste punten uit het participatiebeleid die een plek krijgen in de participatieverordening: 1.
Participatie als integraal onderdeel van het beleidsproces Inwonersparticipatie vindt plaats in alle fasen van het beleidsproces: voorbereiding, uitvoering én evaluatie. Dit vergroot de inhoudelijke kwaliteit en het maatschap pelijk draagvlak van gemeentelijke besluiten. Bestuursorganen zijn verplicht deze mogelijkheid vroegtijdig en expliciet af te wegen. 2. Afweging vooraf: wel of geen participatie Voordat we een participatieproces starten, vindt een bewuste afweging plaats op basis van beleidsruimte, spoedeisendheid en doelmatigheid. Als participatie niet mogelijk of niet zinvol is, moet dit gemotiveerd worden. Zo voorkomen we dat schijnparticipatie plaatsvindt. 3. Transparantie door participatieplan Voor elk participatietraject stelt het bestuur een participatieplan op dat inzicht biedt in doelstellingen, doelgroepen, participatieruimte en aanpak. Dit plan zorgt voor transparantie richting inwoners én ambtelijke organisatie. Afwijking van deze verplichting staan we alleen toe bij ondergeschikte of beperkte onderwerpen.
17
4. Passende participatievormen per situatie De gekozen participatievorm moet aansluiten bij het onderwerp, de doelgroep en de mate van invloed die inwoners krijgen. Hierbij is maatwerk essentieel: van meeweten tot meebeslissen. Zo zetten we participatie effectief en doelgericht in. 5. Verantwoording in een participatieverslag Na afloop van het participatieproces stellen we een verslag op. Hierin beschrijven we het proces, de opbrengsten en de verwerking daarvan. Dit versterkt de transparantie en stelt de gemeenteraad en inwoners in staat om te beoordelen hoe de input is meegenomen. Het verslag maken we altijd openbaar. 6. Duidelijkheid over grenzen en verwachtingen Bij elk participatietraject stellen we vooraf duidelijke kaders over de ruimte voor inbreng en de wijze van besluitvorming. Dit voorkomt onrealistische verwachtingen en vergroot het vertrouwen in het proces. Participatie is daarmee geen garantie op gelijk krijgen, maar wel op serieus genomen worden. 7. Versterken van inclusiviteit en representativiteit Het bestuur spant zich actief in om een diverse groep inwoners te betrekken, inclusief moeilijk bereikbare doelgroepen. Dit voorkomt eenzijdige belangen vertegenwoordiging en versterkt de legitimiteit van de uitkomsten. Communicatie en middelen stemmen we hierop af. 8.
Uitdaagrecht als versterking van burgerinitiatief Inwoners en maatschappelijke organisaties krijgen de mogelijkheid gemeentelijke taken over te nemen via het uitdaagrecht. Het college beoordeelt deze verzoeken op kwaliteit, haalbaarheid en maatschappelijke meerwaarde. Bij toewijzing maken we duidelijke afspraken over uitvoering, financiering en evaluatie. 9. Snelle en onderbouwde besluitvorming over uitdaagverzoeken Het bestuur beslist binnen redelijke termijn op uitdaagverzoeken (8 weken, met mogelijkheid tot verlenging). Afwijzingen worden gemotiveerd, inclusief openbaarmaking van de overwegingen. Dit stimuleert initiatief en voorkomt onnodige bureaucratie. 10. Ruimte voor maatwerk en uitzonderingen via hardheidsclausule De verordening voorziet in een hardheidsclausule die het mogelijk maakt om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van vaste bepalingen. Dit zorgt voor bestuurlijke flexibiliteit bij complexe of onvoorziene situaties. Voorwaarde is een duidelijke motivering van het bestuursorgaan.
18