Bijlage 1. Overzicht procedure uitgebreide voorbereidingsprocedure CG Roosweg 20
Tekst van het document
Bijlage 1: Procedure: uitgebreide voorbereidingsprocedure – C.G. Roosweg 20 Welke voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd? Er bestaat geen ruimte voor het bevoegd gezag (in beginsel is dit het college van B&W) om te besluiten de reguliere dan wel de uitgebreide voorbereidingsprocedure ter voorbereiding van een besluit te volgen. Artikel 3.10 Wabo schrijft dwingend voor welke procedure moet worden gevolgd voor totstandkoming van een beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Uitgangspunt is dat op een aanvraag om een omgevingsvergunning de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, tenzij de uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt (zie art. 3.7 Wabo). De beantwoording van de vraag of voor deze aanvraag voor een omgevingsvergunning de reguliere dan wel de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, is, gelet op art. 3.10 lid 1 Wabo afhankelijk van de activiteit die is aangevraagd. Omdat onderhavige aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in art. 2.1 lid 1 onderdeel c Wabo, waarbij slechts een vergunning kan worden verleend met toepassing van art. 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3° van deze wet, is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing (ABRvS 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:912).
Het college kan de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning slechts verlenen, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Stappen uitgebreide voorbereidingsprocedure met besluit verklaring van geen bedenkingen Het belangrijkste gevolg van de toepasselijkheid van de uitgebreide voorbereidingsprocedure is dat afdeling 3.4.van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden toegepast. Dit leidt er onder meer toe dat de voorbereiding openbaar wordt. De uitgebreide voorbereidingsprocedure in deze aanvraag is als volgt: Stap 1: De ruimtelijke onderbouwing is compleet en inhoudelijk beoordeeld Een ruimtelijke onderbouwing is een rapport behorende bij de uitgebreide afwijkingsprocedure en de (aanvraag) omgevingsvergunning en is verplicht. Bij onderliggende aanvraag is de ruimtelijke onderbouwing compleet, alsmede inhoudelijk beoordeeld. Stap 2: Voorbereiding ontwerpbesluit omgevingsvergunning en ontwerp-SVVGB College van B&W (hierna College) neemt een standpunt in over de aanvraag en stelt vervolgens het ontwerpbesluit omgevingsvergunning op.
Op grond van de artikelen 2.27, eerste lid, en 3.11, eerste lid, van de Wabo en artikel 6.5, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht dient het College de Raad onverwijld een exemplaar van de vergunningaanvraag en de daarbij gevoegde stukken te zenden en een specifieke verklaring van geen bedenkingen (SVVGB) te vragen. Bij dit verzoek wordt vaak ook het ontwerpbesluit omgevingsvergunning bijgevoegd. De verschillende (voorbereidende) raadscommissies worden vooraf geïnformeerd:
Uw Raad neemt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag zelfstandig (ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1511) een besluit over het wel/niet afgeven van een ontwerpSVVGB en zendt vervolgens een specifieke ontwerpverklaring aan het College. Het college mag de specifieke ontwerpverklaring wel voorbereiden (ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2205). Indien de (ontwerp-)SVVGB niet wordt afgegeven door de Raad, dan moet de omgevingsvergunning op grond van artikel 2.20a Wabo worden geweigerd. Let op, de (ontwerp-)SVVGB mag alleen maar geweigerd worden door de Raad in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dit volgt uit artikel 6.5 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De Raad moet hiervoor een ruimtelijk relevante motivering aanreiken. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening, wanneer zo gunstig mogelijke voorwaarden worden gecreëerd voor het gebruik en de ontwikkeling van een bepaald gebied. De Raad dient een belangenafweging te maken tussen alle betrokken ruimtelijk relevante belangen en dient aan de hand van die belangenafweging vast te stellen of het een goede ruimtelijke ordening vindt. Bij die afweging komt aan de Raad beleidsvrijheid toe (ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3003). Stap 3: Ontwerp-SVVGB en ontwerpbesluit omgevingsvergunning gelijktijdig ter inzage De ontwerp-SVVGB maakt onderdeel uit van het ontwerpbesluit omgevingsvergunning.
De ontwerp-SVVGB wordt daarom met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning (en onderliggende stukken) ter inzage gelegd (art. 3:11 en 3:15 Wabo), zodat de ontwerpSVVGB noodzakelijkerwijs moet worden afgegeven voor de ter inzage legging van het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Eenieder krijgt gedurende zes weken gelegenheid om tegen het ontwerpbesluit, waaronder de ontwerp-SVVGB, zienswijzen in te dienen. Op deze wijze heeft eenieder inspraak bij de vergunningverlening. Voorafgaand aan de terinzagelegging moet in één of meer dag-, nieuws- of huis-aanhuisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp gegeven worden, waarbij volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud (art. 3:12 Awb). Stap 4: Beoordelen zienswijzen en adviezen en verwerken tot definitief SVVGB. Vervolgens moet na verwerking, weging en beoordeling van de eventueel ingediende zienswijzen door de Raad de SVVGB definitief worden gemaakt (zie de uitspraak van ABRvS van 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2734). Er kan dus geen definitieve SVVGB bij het ontwerpbesluit worden gevoegd. De aanvrager van de omgevingsvergunning wordt (zo nodig) in gelegenheid gesteld op de zienswijzen te reageren. Wanneer geen zienswijzen zijn ingediend, moet in beginsel de ontwerp-SVVGB ongewijzigd worden vastgesteld door de Raad.
Indien geen zienswijzen zijn ingediend heeft het namelijk geen toegevoegde waarde om de SVVGB nogmaals ter besluitvorming aan de Raad voor te leggen. Hetgeen ook de proceduretijd bekort. Stap 5: Besluit op de aanvraag Na de ter inzage legging volgt een besluit (verlenen, weigeren, wijzigen) op de aanvraag, waarbij gelet op art. 3:46 Awb gereageerd moet worden op de zienswijzen.
De door uw Raad afgegeven SVVGB wordt opgenomen in het besluit van de omgevingsvergunning en wordt als bijlage bij het besluit van de omgevingsvergunning gevoegd. Zonder de SVVGB kan het College de omgevingsvergunning niet verlenen. Hiermee wordt de SVVGB onderdeel van de omgevingsvergunning. Beslistermijn: bij een besluit op aanvraag zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk zes maanden (26 weken) na ontvangst aanvraag. Verlenging is mogelijk, mits dit een redelijke termijn betreft (maximaal 6 weken) (art. 3:12 lid 8 Wabo). Verlenging kan alleen indien het een ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, binnen acht weken nadat de aanvraag is ontvangen en voordat een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd (art. 3:18 lid 2 Awb). Er staat geen enkele sanctie op als de gemeente die termijn overschrijdt. De regeling inzake de vergunning van rechtswege is niet van toepassing (art. 3.10, lid 4 van de Awb). Stap 6: Bekendmaking, mededeling omtrent besluit en kennisgeving Na de besluitvorming door uw College, wordt het besluit bekend gemaakt (+ rechtsmiddelenverwijzing (art. 3:45 Awb)) + mededeling omtrent besluit (art. 3:43 Awb) en geeft hiervan kennis (art. 3:44 Awb)). De indieners van een zienswijze zullen hierover tijdig worden geïnformeerd.
Hoe bekendmaken? Het besluit (de beschikking), dat gericht is tot één of meer indieners van een zienswijze, wordt toegezonden of uitgereikt onder wie begrepen de aanvrager (art. 3:41 Awb). Stap 7: Beroepstermijn omgevingsvergunning (termijn: 6 weken) Volgt een besluit (een positief besluit, al dan niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerp, of een besluit tot weigering van de aanvraag), dan kunnen belanghebbenden (en indien dat bij wettelijk voorschrift is bepaald, ‘eenieder’) daartegen procederen bij de bestuursrechter. Het beroepsrecht van een belanghebbende staat los van het indienen van een zienswijze tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning (gelet op het varkens in nood-arrest, HvJ 14 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:7)). Na de bekendmaking van het besluit hebben belanghebbenden zes weken de tijd om beroep aan te tekenen. Het bevoegd gezag legt de omgevingsvergunning en de bijbehorende stukken ter inzage gedurende de beroepstermijn. Een omgevingsvergunning die is voorbereid met de uitgebreide procedure treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Pas vanaf dit moment is de omgevingsvergunning bruikbaar. Stap 8: Proces (hoger) beroep omgevingsvergunning Na uitspraak(en) is pas sprake van onherroepelijk besluit. Annotatie bij procedure C.G. Roosweg Inzake de procedure betreffende de aanvraag C.G.
Roosweg, willen wij u informeren over de oorzaak van het aanhoudende verloop hiervan. Deze aanhoudendheid is primair te wijten aan de noodzaak voor initiatiefnemer om de oorspronkelijke aanvraag aan te vullen en te wijzigen in verband met de zorgvuldige voorbereiding(splicht). In dit kader zijn gedurende de procedure verschillende verzoeken om nadere toelichting en aanvulling gedaan. Bovendien
is het Ministerie van Binnenlandse Zaken betrokken geweest bij de beoordeling van de aanvraag in verband met de buisleidingen van nationaal belang, hetgeen extra tijd vergde. De verklaarde aanhoudendheid heeft verder geen verstrekkende consequenties bij de uitgebreide voorbereidingsprocedure. De regeling inzake de vergunning van rechtswege is hierop namelijk niet van toepassing (art. 3.10, lid 4 van de Awb).