Bijlage 1 - Notitie begrotingsafwijkingen 2026
Tekst van het document
Notitie begrotingsafwijkingen 2026 Hoofdstuk 1: Inleiding Er zijn twee hoofdredenen om de begroting in de loop van het jaar bij te stellen. In de eerste plaats is er de wens om de budgetten actueel te houden en daarmee tevens een betrouwbare prognose van het resultaat te hebben. Deze reden speelt een belangrijke rol in de opzet van de planning en controlcyclus. De tweede, meer formele, aanleiding om de begroting tussentijds bij te stellen is het budgetrecht van de raad, de zogenaamde begrotingsrechtmatigheid. Begrotingsrechtmatigheid speelt een belangrijke rol in het budgetbeheer. De begrote lasten en baten mogen niet worden overschreden. Wanneer dit wel dreigt, of al het geval is, dient zo snel mogelijk een wijziging van de begroting plaats te vinden. In feite worden anders uitgaven gedaan of inkomsten gegenereerd waarvoor geen toestemming is en die dus onrechtmatig zijn. De in de budgetregeling beschreven regels hebben vooral betrekking op het beheren en het besteden van budgetten. Dit betreft dus de werkelijke uitgaven en de werkelijke inkomsten. De budgetramingen zijn bij het opstellen van de begroting tot stand gekomen. Vanaf dat moment, tot aan het einde van de periode waarop het budget betrekking heeft kan het voorkomen dat aanpassing van het beschikbare bedrag nodig is. Over deze afwijkingen van de vastgestelde budgetten gaat deze notitie.
Artikel 6 van de Financiële verordening 2026 (ex artikel 212 Gemeentewet) bevat regels omtrent de autorisatie van budgetten en kredieten en wijzigingen daarop. In dit hoofdstuk wordt nader invulling gegeven aan deze begrippen en de wijze waarop we in Krimpen aan den IJssel omgaan met begrotingsrechtmatigheid. De actualiteit van de begroting en de prognose van het resultaat komen daarbij niet specifiek meer aan de orde, omdat deze vooral zijn ingevuld via de planning en controlcyclus. Om de afspraken over afwijkingen op de begroting helder te kunnen formuleren wordt eerst in hoofdstuk 2 toegelicht welke (autorisatie)niveaus van begroten we onderscheiden. Daarna worden de verschillende typen budgetaanpassingen verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. De werkwijze rond begrotingswijzigingen is in hoofdstuk 4 verwerkt. Ondanks alle regels zijn er uitzonderingen mogelijk, dit is in het vijfde hoofdstuk uitgewerkt. Hoofdstuk 6 biedt een overzicht van de begrotingswijzigingen in tabelvorm. In het afsluitende hoofdstuk is de samenvatting opgenomen.
Hoofdstuk 2: Niveaus van begroten In het voorgaande is al geconstateerd dat er meerdere begrotingsniveaus zijn. Ieder niveau correspondeert met een autorisatieniveau.
V E R A N T W O O R D I N G
Programma:
Beleidsthema:
Kostenplaats:
A U T O R I S A T I E
Raad
Programmabegroting
Raad
Beleidsthema’s
College van B&W Budgethouder / Budgetbeheerder
Kostenplaatsen
De programmabegroting is het domein van de gemeenteraad. De gemeenteraad stelt per programma lasten en baten vast, die taakstellend zijn voor het college van B&W bij het uitvoeren van de begroting. De programma’s zijn onderverdeeld in beleidsthema’s. De gemeenteraad stelt per beleidsthema lasten en baten vast, die taakstellend zijn voor het college van B&W bij het uitvoeren van de begroting. De beleidsthema’s zijn onderverdeeld in kostenplaatsen. Het college van B&W stelt de budgetten (lasten en baten) vast per kostenplaats. Per kostenplaats is een budgetbeheerder verantwoordelijk voor de lasten en baten. De ambtelijke eindverantwoordelijkheid ligt bij de budgethouder.
Aansluitend op deze drie begrotingsniveaus is ook sprake van drie autorisatieniveaus. Dit speelt een belangrijke rol in de besluitvorming over begrotingsafwijkingen. Afhankelijk van het niveau waarop de wijziging plaats moet vinden wordt bepaald wie het besluit daartoe neemt. Een wijziging leidt niet altijd tot een aanpassing van programma’s en/of beleidsthema’s. Hoofdlijn is dat besluiten op een zo laag mogelijk niveau worden genomen. Dit komt ook tot uitdrukking in de verschillende soorten begrotingswijzigingen verderop in deze notitie. De programma’s zijn tevens onderverdeeld in taakvelden, op basis van het BBV. Deze indeling is niet van belang voor het autoriseren van budgetten, maar dient slechts om te voldoen aan de wettelijke verplichting.
2.1 Investeringen Bij het vaststellen van de begroting worden ook investeringen benoemd en worden de kredieten daarvoor door de gemeenteraad beschikbaar gesteld. Deze worden op dezelfde wijze door gemandateerd aan de ambtelijke organisatie als hiervoor beschreven. Het college van B&W krijgt van de gemeenteraad opdracht om deze taken uit te voeren, waarbij de middelen beschikbaar worden gesteld. Dit geldt ook voor investeringskredieten waarover de gemeenteraad tussentijds besluiten neemt. Een
onderscheidend kenmerk van investeringen is dat sprake is van een projectmatige aanpak en veelal van een jaaroverstijgende looptijd.
2.2 Grondexploitatie De budgetten en kredieten voor de grondexploitatie hebben een bijzondere plek binnen de gemeentefinanciën. Via de begroting worden middelen beschikbaar gesteld voor lopende grondexploitaties en voorbereidende werkzaamheden. Daarnaast is de vastgestelde grondexploitatie het financiële en budgettaire kader op projectniveau. Eenmaal per jaar worden alle grondexploitaties geactualiseerd en in het MeerjarenPerspectief Grondexploitaties (MPG) aan de raad ter vaststelling aangeboden.
Hoofdstuk 3: Begrotingsaanpassingen Budgetten dienen toereikend te zijn voor de lasten en baten die erop verantwoord moeten worden. Dit betekent dat tussentijds aanpassingen nodig kunnen zijn. Hiervoor zijn diverse redenen te bedenken en dit resulteert in verschillende soorten begrotingswijzigingen. Deze zijn hierna benoemd en vervolgens in een overzicht opgenomen, waarin ook de begrotingsniveaus zijn verwerkt.
3.1 Beleidswijzigingen Beleidswijzigingen betreffen nieuw beleid, aanpassing of intensivering van bestaand beleid, nieuwe investeringen of ingrijpende wijzigingen van lopende investeringen en projecten. Tijdens de behandeling van de kadernota en de begroting vindt integrale afweging plaats van het nieuwe beleid, waarbij ook het bestaande beleid wordt besproken. Op deze ‘natuurlijke‘ momenten in het jaar is er in het debat altijd veel aandacht voor nieuw beleid en intensiveringen van bestaand beleid. Als het college van mening is dat gedurende het jaar moet worden afgeweken van het door de raad vastgestelde beleid dan wordt een voorstel daartoe aan de raad voorgelegd. Dit kan betrekking hebben op afspraken uit de programmabegroting, maar ook op onderliggende beleidsdocumenten. Het kan gebeuren dat zich in het begrotingsjaar situaties voordoen die afwijken van het bestaande beleid en waarbij de gemeente zonder uitstel – op basis van voortschrijdend inzicht of nieuwe wensen – een aanpassing van het beleid moet doen. Ongeacht het niveau waarop de budgettaire gevolgen al dan niet kunnen worden opgevangen moet de gemeenteraad over deze voorstellen altijd een besluit nemen. Dit geldt dus ook voor nieuwe investeringen en projecten. Met het doen van dergelijke voorstellen dient zeer terughoudend te worden omgegaan, vooral wanneer het verzwaring van structurele lasten betreft.
Bij een dergelijk besluit ontbreekt de integrale afweging van nieuw beleid en intensivering van bestaand beleid. Dekking wordt in de eerste plaats binnen het betreffende beleidsthema gezocht. Als daar geen ruimte is, kan een beroep worden gedaan op de incidentele of structurele begrotingsruimte. Investeringsbesluiten worden jaarlijks genomen bij het vaststellen van de begroting. Bij tussentijdse aanpassingen van het investeringsprogramma (door de raad) vindt meerjarige verwerking van de financiële effecten plaats via een begrotingswijziging. Zoals hiervoor beschreven dient een wijziging in het door de raad vastgestelde beleid ongeacht de financiële gevolgen altijd aan de raad te worden voorgelegd. Dat gebeurt door middel van een raadsvoorstel. De financiële verwerking van deze beleidswijziging vindt plaats via de (eerst)volgende begrotingswijziging.
3.2 Overige ontwikkelingen Buiten aanpassingen van het beleid zijn er allerlei oorzaken die kunnen leiden tot tekorten en overschotten op budgetten. Om het afgesproken beleid en de uitwerking daarvan te kunnen blijven realiseren is aanpassing van de budgetten nodig. Het besluit over de wijziging wordt genomen door het bevoegde niveau uit de piramide. Begrotingswijzigingen in de raad Als er een tekort ontstaat wordt vanaf het laagste niveau trapsgewijs bekeken of dit kan worden opgevangen. Als het echt niet anders kan leidt een tekort tot aanpassing van het resultaat. In dat geval en bij verschuiving tussen beleidsthema’s wordt dit via een begrotingswijziging aan de raad voorgelegd. Voor dergelijke afwijkingen op de ramingen voor het bestaande beleid wordt een drempelbedrag van € 10.000 gehanteerd. Mutaties onder dit bedrag worden wel opgenomen in de eerstvolgende begrotingswijziging, maar daarin niet nader toegelicht. In sommige gevallen wordt al eerder een raadsinformatiebrief gestuurd, waarin wordt aangekondigd dat een aanpassing van de begroting nodig is. Alle begrotingswijzigingen verlopen via het agendapunt ‘begrotingswijziging’. Wanneer er al een raadsbesluit is genomen wordt daarnaar verwezen en kan de toelichting kort zijn. Dat geldt ook wanneer over het onderwerp al een raadsinformatiebrief is verstuurd.
In een begrotingswijziging worden normaal gesproken geen andere mutaties opgenomen dan bijstellen op basis van bestaand beleid of financiële verwerking van reeds genomen besluiten. Collegewijzigingen De wijzigingen waartoe het college kan besluiten hebben geen invloed op de totale lasten en baten van het beleidsthema, maar zijn budgetneutrale verschuivingen tussen kostenplaatsen (college). De aanleiding voor een degelijke verschuiving kan zijn dat er behoefte is aan een andere indeling van de budgetten. Anderzijds kan een tekort op een budget gedekt worden met een overschot op een ander budget. Als randvoorwaarde daarbij geldt het door de raad vastgestelde beleid. Administratieve wijzigingen Het besluit tot een administratieve wijziging wordt door een budgethouder genomen. Deze wijzigingen blijven binnen de lasten en baten van een kostenplaats en zijn dus budgetneutraal. De aanleiding voor een degelijke verschuiving kan zijn dat er behoefte is aan een andere indeling van de budgetten. Anderzijds kan een tekort op een budget gedekt worden met een overschot op een ander budget.
3.3 Afwijkingen in inkomsten Evenals de lasten dienen ook de baten op het juiste niveau te worden aangetoond. Dit houdt in dat zowel hoger als lager uitvallende baten vertaald moeten worden in de budgetten. Daarvoor gelden dezelfde regels als voor lasten. Het is niet vanzelfsprekend dat er een verband is tussen de inkomsten en de uitgaven die daarbij horen. Een inkomstenverhoging betekent niet automatisch dat de uitgaven mogen worden verhoogd. Telkens zal dan goed bekeken moeten worden of ook daadwerkelijk de uitgaven verhoogd mogen worden. Als er sprake is van tegenvallende inkomsten, dan moet ook kritisch gekeken worden naar de uitgaven die te maken hebben met die inkomsten.
3.4 Mutaties in reserves Mutaties in reserves gebeuren alleen na goedkeuring van de gemeenteraad of op basis van een eerder door de raad genomen besluit. Meestal gebeurt dit tijdens de behandeling van de begroting. Als lopende het jaar stortingen in of onttrekkingen aan de reserves
nodig zijn, dan moet de gemeenteraad dit ook goedkeuren. Daarbij wordt altijd inzicht gegeven in omvang van de betreffende reserve.
3.5 Inzet van onderhoudsvoorzieningen Bij het vaststellen van de begroting krijgt het college van B&W van de gemeenteraad de opdracht onderhoudsvoorzieningen in te zetten voor de doelen waarvoor ze gevormd zijn. Om na te gaan of onderhoudsvoorzieningen toereikend zijn worden meerjarige berekeningen gemaakt (zie paragraaf C – Onderhoud Kapitaalgoederen). Het college van B&W besluit vooraf als middelen uit de onderhoudsvoorziening worden ingezet. Aangezien het aanwenden van onderhoudsvoorzieningen altijd bestaand beleid betreft en betrekking heeft op de uitvoering van een beheers-/onderhoudsplan, kan het college besluiten extra benodigde onttrekkingen te doen. Voorwaarde is dat de uitvoering binnen de gestelde kaders en beleidslijnen van de onderhoudsvoorziening blijft en dat de totale onderhoudsvoorziening door het besluit niet negatief wordt. Eenmaal per jaar, ter voorbereiding van de begroting, worden de berekeningen van de onderhoudsvoorzieningen herzien.
3.6 Grondexploitatie Voor de grondexploitatie worden jaarlijks voorbereidingsbudgetten beschikbaar gesteld via de begroting. Het college van B&W kan de voorbereidingsbudgetten tussen de diverse projecten verschuiven, zonder de gemeenteraad daarover in te lichten. De budgetten blijven immers binnen het beleidsthema. In het licht van de onvoorspelbare markt geeft dit het college van B&W ruimte om de aandacht te verleggen naar kansrijke projecten. Dit geldt echter uitsluitend voor projecten die zich nog in de initiatieffase bevinden. Voor projecten in de haalbaarheidsfase (geel) of realisatiefase (rood) worden middelen beschikbaar gesteld op basis van een door de raad vastgestelde grondexploitatie. Deze vaststelling gebeurt jaarlijks in ieder geval via het MeerjarenPerspectief Grondexploitaties (MPG) en separaat bij de overgang naar een nieuwe fase of een belangrijke (financiële) wijziging. Het MPG wordt jaarlijks geactualiseerd. Nadat het MPG door de gemeenteraad is goedgekeurd, worden de bedragen opgenomen in de begroting. Op deze wijze wordt aan het budgetrecht van de raad voldaan.
3.7 Structurele gevolgen meerjarenraming De raad stelt jaarlijks in november de begroting voor het komende jaar en de meerjarenraming voor de drie jaren daarna vast. De meerjarenraming is in tegenstelling tot de begroting geen beschikbaar budget, maar slechts een raming. Wanneer een voorgestelde wijziging structurele gevolgen heeft wordt de meerjarenraming daarop aangepast.
Hoofdstuk 4: Werkwijze begrotingswijzigingen In de voorgaande hoofdstukken is toegelicht welke niveaus we onderscheiden (hoofdstuk 2) en welke typen begrotingsaanpassingen er zijn (hoofdstuk 3). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop we wijzigingen verwerken. Het wijzigen van de begroting heeft als belangrijkste doelen (begrotings)rechtmatigheid en continu en actueel inzicht in de budgetten. Artikel 7 van de Financiële verordening 2026 geeft aan dat iedere raadsvergadering indien nodig een begrotingswijziging aan de raad wordt aangeboden. Hierin worden de benodigde mutaties verzameld. Per onderwerp wordt een toelichting gegeven. Waar van toepassing wordt voor nadere informatie verwezen naar reeds genomen (beleids)inhoudelijke besluiten of een raadsinformatiebrief. Wanneer sprake is van een genomen besluit (via een raadsvoorstel
of amendement) vindt via de begrotingswijziging de budgettaire verwerking plaats. In het geval dat de wijziging betrekking heeft op een raadsinformatiebrief, is sprake van een op zichzelf staand besluit om de begroting te wijzigen. In de raadsinformatiebrief worden financiële effecten wel benoemd, maar betekent dit nooit een direct besluit (zie ook 3.1). De wijzigingen komen tot stand door een cyclische budgetbewaking. Vanaf het laagste begrotingsniveau (kostenplaatsen) wordt bottom-up door de budgetverantwoordelijken aangedragen welke aanpassingen nodig zijn. Dit leidt tot begrotingswijzigingen op de diverse niveaus die in hoofdstuk 2 zijn beschreven. Afhankelijk van het niveau en het soort aanpassing (hoofdstuk 3) wordt de wijziging voorgelegd aan raad, college of budgethouder. Tweemaal per jaar vindt een integrale doorlichting van de budgetten plaats. Deze momenten hangen samen met de voorbereiding van de kadernota (begrotingswijziging juni) en de afronding van het begrotingsjaar (begrotingswijziging december).
Hoofdstuk 5: Uitzonderingen Alle regels ten spijt kan het voorkomen dat het college van B&W zo snel moet handelen dat er onvoldoende tijd is om vooraf de gemeenteraad een akkoord te vragen (bijvoorbeeld bij de aankoop van onroerend goed). In deze gevallen is het mogelijk dat het college van B&W een besluit neemt en de gemeenteraad daarover achteraf informeert en de goedkeuring vraagt. Daarmee is het besluit alsnog rechtmatig. Het college van B&W informeert in ieder geval de gemeenteraad vooraf door middel van een raadsinformatiebrief.
5.1 Stelposten Voor stelposten geldt, dat zodra de werkelijke kosten bekend zijn hiervoor een begrotingswijziging gemaakt moet worden, immers: op een stelpost mogen nooit de werkelijke lasten of baten verantwoord worden. De stelpost wordt door middel van de begrotingswijzing afgeboekt voor de werkelijke kosten of nog geraamde kosten en op de juiste kostenplaats en kostensoort gebudgetteerd. Voor een wijziging op een stelpost is, vooraf, minimaal een besluit van het college van B&W nodig. Er zijn twee situaties waarbij de gemeenteraad een goedkeuring moet geven om een stelpost aan te wenden of te wijzigen: als de gemeenteraad dit vooraf heeft gevraagd, of als de stelpost de begrotingsruimte betreft.
Hoofdstuk 6: Overzicht begrotingswijzigingen In de onderstaande tabel zijn de verschillende wijzigingen, begrotingsniveaus en autorisatierollen schematisch weergegeven. Soort wijziging Beleidswijziging
Niveau Programma
Verwerkingswijze Inhoudelijk advies & begrotingswijziging Inhoudelijk advies & begrotingswijziging Inhoudelijk advies & begrotingswijziging Inhoudelijk advies & begrotingswijziging Begrotingswijziging
Besluit door Gemeenteraad
Programma
Begrotingswijziging
Gemeenteraad
Beleidsthema
Begrotingswijziging
Gemeenteraad
Kostenplaats
Collegewijziging
College B&W
Administratieve wijziging
Budgethouder
Begrotingswijziging
Gemeenteraad
Administratieve wijziging
College van B&W
Beleidsthema Kostenplaats Nieuwe investering Investeringswijziging Overige ontwikkelingen
Inzet begrotingsruimte Stelposten
Mutaties reserve Begrotingswijziging Inzet voorzieningen Grondexploitaties Kredietwijziging Begrotingswijziging Projectmutatie Administratieve wijziging
toelichting
Gemeenteraad Gemeenteraad Gemeenteraad Gemeenteraad
Niet onderhoud kapitaalgoederen Niet onderhoud kapitaalgoederen Lasten of baten op programmaniveau wijzigen Lasten of baten op beleidsthema niveau wijzigen Verschuiving tussen kostenplaatsen binnen een beleidsthema tussen meerdere budgethouders (budgetneutraal) Verschuiving tussen kostenplaatsen binnen een beleidsthema onder één budgethouder (budgetneutraal) Tenzij de gemeenteraad vooraf aangeeft zelf een nader besluit te willen nemen.
Gemeenteraad Binnen jaarbudget, anders ter informatie aan de gemeenteraad. Gemeenteraad College van B&W
Verschuiving tussen projecten, binnen jaarbudget.
7. Samenvatting In het kort komt het afwijkingenbeleid op de volgende twee punten neer: 1. Besluiten over wijzigingen worden zo laag mogelijk genomen: a. Budgethouders beslissen binnen hun budgetten over verschuivingen tussen kostensoorten binnen kostenplaatsen; b. het college beslist over verschuivingen tussen kostenplaatsen binnen beleidsthema’s binnen een programma; c. de gemeenteraad beslist over mutaties op beleidsthema niveau. 2. De gemeenteraad neemt alleen besluiten wanneer sprake is van beleidswijzigingen, investeringswijzigingen, mutaties in de reserves en wijziging van het lasten en/of batenniveau van een programma. In het voorgaande is zo volledig mogelijk aangegeven en geregeld welke redenen er kunnen zijn om de begroting te wijzigen, wie dat in welke gevallen mag doen en hoe dat dan gebeurt. Daarnaast heeft het college onverminderd de plicht om de raad te informeren wanneer zich ontwikkelingen voordoen die, om wat voor reden dan ook, voor de raad van belang kunnen zijn.