bijlage 1 - Nota van zienswijzen bestemmingsplan Werf aan den IJssel
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Werf aan den IJssel
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Werf aan den IJssel 2022’ heeft vanaf 26 oktober 2022 gedurende een periode van 6 weken ter visie gelegen in het kader van artikel 3.8 Wro in samenhang met artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Eenieder kon online via de website https://krimpenaandenijssel.nl/announcements/ontwerpbestemming splan-werf-aan-den-ijssel-krimpen-aan-den-ijssel/ het plan inzien. Tijdens deze periode van 6 weken is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Er is één zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend en om die reden ontvankelijk verklaard. De zienswijze is in deze nota samengevat en van beantwoording voorzien. Daarbij is aangegeven of de zienswijze gegrond is en zo ja, op welke wijze het bestemmingsplan wordt aangepast. De indieners zullen schriftelijk worden geïnformeerd over de beantwoording van de ingediende zienswijze(n)
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de samenvatting van de afzonderlijke zienswijzen en de daarbij behorende beantwoording gegeven. Per zienswijze is een conclusie opgenomen of de zienswijze gegrond is en of de zienswijze tot aanpassing van het plan heeft geleid. Hoofdstuk 3 bevat de samenvatting van de aanpassingen op het plan naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. Hoofdstuk 4 bevat de ambtshalve wijzigingen.
Anonimiseren Deze notitie wordt bij de terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan elektronisch beschikbaar gesteld als bijlage bij het raadsbesluit. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming is het niet toegestaan om persoonsgegevens (zogenaamde NAW-gegevens: naam, adres en woonplaats) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. Er is geen wettelijke grondslag of dringende noodzaak om de NAW-gegevens van natuurlijke personen te vermelden.
1
2. Samenvatting en beantwoording Zienswijze Samenvatting Zienswijze De indieners van deze zienswijze brengen de volgende bezwaren naar voren: 1. Handelen in strijd met Inspraakverordening 2006 Indieners stellen dat er in strijd is gehandeld met de Inspraakverordening 2006. De indieners van de zienswijze wijzen erop dat artikel 2, derde lid, aanhef en onder a. en b. van de Inspraakverordening voorschrijft dat inspraak in elk geval wordt verleend bij een grootschalige (her)inrichting of vernieuwing van openbare ruimte of een grootschalige infrastructurele voorziening en bij grootschalige (woning)bouwprojecten. Indieners van de zienswijze stellen dat elke vorm van wezenlijke inspraak is ontzegd. Hiertoe voert zij het volgende aan: In het najaar van 2021 is door de indieners reeds verzocht om deel te mogen nemen aan de werkgroep ‘Openbare Ruimte/Werf van Duijvendijk’; Op 5 april 2022 hebben de indieners de werksessie ‘Openbare ruimte’ bijgewoond. De mogelijkheden tot inspraak zijn beperkt geweest tot detaillering van het in te richten openbaar gebied. Het woongebouw is niet aan de orde gekomen. De presentatie van de werksessie is meerdere malen opgevraagd bij de betreffende partij, maar is tot op heden niet ontvangen.
Indieners van de zienswijze zijn niet door de gemeente op de hoogte gesteld van belangrijke beslissingen, zoals welke partij de aanbestedingsprocedure voor de ontwikkeling en realisatie van het woongebouw heeft gewonnen. Op 21 september 2022 hebben de indieners de informatieavond inzake Werf Duijvendijk bijgewoond.
Gedurende de informatieavond zijn vastgestelde, gedetailleerde plannen gepresenteerd. Bezwaren op de plannen zijn genegeerd. 2. Verminderd woongenot door beperking van uitzicht, vermindering van privacy, aantasting natuurwaarden en geluidsoverlast Indieners stellen dat de plannen leiden tot een aantasting van het eigen woongenot. Hiertoe voert zij het volgende aan: Het plan leidt ertoe dat het woongenot wordt aangetast door beperking van het uitzicht en vermindering van privacy als gevolg van de realisatie van een 22 meter hoog appartementencomplex op 100 meter afstand van de eigen woningen; Het plan heeft een negatief effect op de binnen het plangebied aanwezige fauna, zoals vogels en vleermuizen. In dit kader wordt doorindiener een flora en fauna onderzoek voorgesteld; Het plan, en met name de ontwikkeling van het recreatiegebied, de horecagelegenheid en het begeleid wonen van autistische jongeren zal leiden tot geluidsoverlast bij de eigen woningen. Aanvullend wordt gevreesd dat hangjongeren binnen het plangebied in de nachtelijke uren tot overlast zullen leiden. In het kader van geluidsoverlast wordt een onderzoek verlangd. 3. Veiligheidsrisico’s in verband met buitendijks bouwen, verminderd zicht van scheepvaart, windhinder en recreatiemogelijkheden Indieners stellen dat het plan leidt tot veiligheidsrisico’s.
Hiertoe voert zij het volgende aan: Het buitendijks bouwen brengt overstromingsrisico’s met zich mee; 2
Door de realisatie van het 22 meter hoog appartementengebouw kan het zicht van het scheepvaartverkeer op de Hollandsche IJssel worden beperkt. De realisatie van een 22 meter hoog appartementengebouw kan tot risico’s op windhinder leiden. De ontplooiing van waterrecreatie op dit deel van de Hollandsche IJssel kan tot een vergroot risico op levensgevaarlijke situaties leiden Voor al deze vier veiligheidsrisico’s wordt een onderzoek gewenst, waarbij eventueel ook Rijkswaterstaat wordt betrokken.
4. Planschade Indieners van de zienswijze merken op dat de negatieve impact van het planvoornemen op de waarde van de eigen woningen onderzocht en gecompenseerd dient te worden. Beantwoording Zienswijze 1. Handelen in strijd met Inspraakverordening 2006 Bij de totstandkoming van de herontwikkeling van de Werf van Duijvendijk heeft veelvuldig participatie en inspraak plaatsgevonden. De werf van Duijvendijk maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein IJsseldijk (van de Werf van Duijvendijk tot en met H&B) langs de Hollandsche IJssel. Voor de herontwikkeling van dit bedrijventerrein is de gemeente Krimpen aan den IJssel in 2019 gestart met de vormgeving van de Ontwikkelvisie IJsseldijk en omstreken. De ontwikkelvisie is de eerste stap om de transformatie van het bedrijventerrein naar woningbouw mogelijk te maken. De Werf is een belangrijk onderdeel van deze Ontwikkelvisie. Om deze Ontwikkelvisie vorm te geven, is er een participatieproces vormgegeven, waarin de ruimte was om feedback te geven op de
gemeentelijke visie voor de IJsseldijk en omstreken. Onderdeel van dit participatietraject was een (online) informatieavond in het kader van de Ontwikkelvisie IJsseldijk. Deze avond vond plaats op 2 februari 2021. Met betrekking tot de Werf van Duijvendijk is gedurende het participatietraject op deze avond uitgebreid ingegaan op het voornemen voor de herontwikkeling van de Werf. De voormalige scheepswerf is namelijk het eerste deelgebied dat binnen de kaders van de ontwikkelvisie tot ontwikkeling wordt gebracht. Tijdens de participatieavond is tevens toegelicht hoe het selectieproces voor de ontwikkeling van de loodsen en het woongebouw er op basis van de ontwikkelvisie uit zou gaan zien. Tot slot is op deze avond de verkoop van de twee monumentale loodsen aangekondigd conform de kaders uit de ontwikkelvisie. Voor de informatieavond in februari 2021 zijn circa 450 uitnodigingen verstuurd, waaronder naar circa 150 adressen in Krimpen aan den IJssel en naar circa 300 adressen in Capelle aan den IJssel (onder andere in de straten Ketensezoom, IJsselzoom en Dorpsstraat). Verder is er in lokale media aandacht geschonken aan dat deze avond plaatsvond. Voorafgaand aan en na afloop van de informatieavond hebben genodigden de mogelijkheid gehad om een vragenlijst (online of fysiek) in te vullen over onder andere het openbaar gebied.
Tevens hebben deelnemers de mogelijkheid gehad om aanvullende vragen te stellen, waaronder over de invulling van de Werf van Duijvendijk. Zodoende probeerde de gemeente een maximaal aantal mensen in staat te stellen te reageren. Alle gestelde vragen zijn verzameld en samengevoegd in het verslag van deze avond. Het verslag is raadpleegbaar via de website https://krimpenaandenijssel.nl/dossiers/ontwikkelvisie-ijsseldijk/. Tevens is het verslag opgenomen in de bijlage van de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan. Op de website van de gemeente Krimpen aan den IJssel zijn ook de uitkomsten van de
3
inloopavond, met onder andere de beantwoording van de gestelde vragen terug te vinden. De input heeft de gemeente gebruikt om de ontwikkelvisie aan te passen. De aangepaste ontwikkelvisie is in september 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Parallel aan het proces om tot de ontwikkelvisie te komen, is de gemeente Krimpen aan den IJssel gestart met opstellen van de ‘Parapluherziening geluid Industrieterrein IJsseldijk’. Deze parapluherziening verkleint het gezoneerde industrieterrein op het bedrijventerrein IJsseldijk tot enkel de gronden waar daadwerkelijk zware bedrijvigheid plaatsvindt, namelijk het perceel waar H&B grondstoffen is gevestigd. Het doel hiervan is om de begrenzing van zowel het gezoneerde industrieterrein als de bijbehorende geluidzone aan te laten sluiten bij de feitelijke en planologisch toegestane situatie op het bedrijventerrein. Een bijkomend voordeel van het aanpassen van het gezoneerde industrieterrein is dat de ontwikkeling van woningbouwinitiatieven in de omgeving, zoals de werf, van het industrieterrein hiermee mogelijk worden gemaakt. Gedurende de zes weken dat het voorontwerp van deze parapluherziening ter inzage heeft gelegen, heeft een (online) informatieavond plaatsgevonden voor omwonenden. Deze informatieavond vond plaats op 18 mei 2021.
De parapluherziening is in april 2022 door de gemeenteraad van de gemeente Krimpen aan den IJssel vastgesteld en heeft inmiddels een onherroepelijke status. In alle daaropvolgende participatie- en informatiemomenten is voortgeborduurd op de kaders van de vastgestelde ontwikkelvisie, waaronder de invulling van het woongebouw. Tevens heeft de gemeente Krimpen aan den IJssel bewoners opgeroepen om zich aan te melden voor werkgroepen, waaronder de inrichting van het openbaar gebied. De basis van deze werksessies is bepaald door de resultaten van de online enquête van februari 2021. Aanvullend zijn enkele bewoners uit Capelle aan den IJssel bij deze
werksessies uitgenodigd. Een bewonersavonden heeft plaatsgevonden op 29 maart 2022 en op 5 april 2022 heeft de werksessie openbare ruimte plaatsgevonden. Vanaf oktober 2021 tot en met mei 2022 heeft de verkoopprocedure voor de ontwikkeling van het woongebouw gelopen. Deze uitvraag is gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde (stedenbouwkundige) kaders uit de ontwikkelvisie. Gedurende deze periode is het niet mogelijk geweest om de omgeving van aanvullende informatie over het woongebouw te voorzien. In mei 2022 heeft het College het besluit genomen over de gunning aan een marktpartij. Het winnende plan voldoet aan de kaders uit de ontwikkelvisie. Dit besluit is kenbaar gemaakt via de gemeentewebsite en middels een publicatie in Het Kontakt. Met zowel de ontwikkelaar van de monumentale loodsen als de ontwikkelaar van het woongebouw is vervolgens gestart met de contractvorming. Vervolgens is de gemeente gestart met het voorbereiden van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan vormt de juridisch planologische uitwerking van de ontwikkelvisie om de herontwikkeling van de werf mogelijk te maken. De verder uitgewerkte plannen voor het woongebouw, de loodsen en het openbaar gebied zijn op 21 september 2022 gedurende een informatieavond aan omwonenden toegelicht. Op deze avond is tevens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan aangekondigd. 2.
Verminderd woongenot door beperking van uitzicht, vermindering van privacy, aantasting natuurwaarden en geluidsoverlast Het planvoornemen leidt er inderdaad toe dat de bebouwing en het gebruik binnen het plangebied wijzigt. In een klein gedeelte van het plangebied, parallel aan de IJssel, wordt bebouwing met een maximale hoogte van 23 meter voorzien. Het grootste gedeelte van
4
het woongebouw zal maximaal 13 tot 17 meter hoog worden. De resterende bebouwing in het plangebied zal maximaal 6,5 tot 12 meter hoog worden. Hierbij moet opgemerkt worden dat op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Kortland’ 80% van het plangebied tot een maximale hoogte 11 meter bebouwd mag worden. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er al sprake van een beperking van het uitzicht. Indieners hebben deze beperking van het uitzicht niet ervaren aangezien de gemeente Krimpen aan den IJssel, sinds zij circa 20 jaar geleden eigenaar van het plangebied is geworden, de bouwmogelijkheden binnen het plangebied nooit heeft benut. Eerdere eigenaren hebben dat ook niet gedaan. Voor een deel van het plangebied wordt de bouwhoogte die op basis van het vigerende bestemmingsplan mogelijk is, gehandhaafd. Voor een groot gedeelte van het plangebied staat het toekomstige bestemmingsplan lagere bouwhoogtes toe of komt de mogelijkheid voor de realisatie van gebouwen te vervallen. Per saldo is er geen sprake van een toename aan bouwmassa binnen het plangebied. Voor maar een klein gedeelte van het plangebied wordt bebouwing tot 23 meter hoog voorzien. Vanuit dit gedeelte van het woongebouw, en het ten westen gedeelte van het woongebouw, zijn zichtlijnen mogelijk richting de woningen van de indieners. Dat zal gaan om circa 20 woningen.
De afstand tussen deze woningen in het plangebied en de woningen van indieners bedraagt 125 meter tot 250 meter. Over deze afstand wordt een onevenredige aantasting van de privacy zeer onwaarschijnlijk geacht. In het kader van de bestemmingswijziging zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. In de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan wordt uitvoerig ingegaan op de binnen het plangebied aanwezige fauna, zoals vogels en vleermuizen. Onderdeel van het (ontwerp)bestemmingsplan is de ‘Quickscan IJsseldijk 363, Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming’ en het ‘Nader
onderzoek Vleermuizen en gierzwaluwen’. Uit deze onderzoeken is gebleken dat er onder andere een (vaste) verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en de gierzwaluw in het plangebied aanwezig is. Hiervoor is een activiteitenplan opgesteld met als mitigerende maatregel om vleermuiskasten en nestkasten voor gierzwaluwen in de omgeving op te hangen. Hieraan is voldaan. Het planvoornemen voorziet grotendeels in de realisatie van woningbouw. Op kleine delen van het plangebied wordt bedrijvigheid uit categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten mogelijk gemaakt. In de voormalige smederijloods wordt (deels) daghoreca beoogd. Het gaat hierbij enkel om functies die, in het kader van omgevingsaspecten waaronder geluid, direct naast woningen gerealiseerd mogen worden. Daarbij moet opgemerkt worden dat op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Kortland’ het gehele plangebied gebruikt mag worden voor bedrijven behorend tot milieucategorie 2. Het planvoornemen leidt daarmee tot een beperking van de bedrijfsactiviteiten en daarmee de geluidsproductie uit het plangebied. 3. Veiligheidsrisico’s in verband met buitendijks bouwen, verminderd zicht van scheepvaart, windhinder en recreatiemogelijkheden Rijkswaterstaat is een formele overlegpartner voor de gemeente Krimpen aan den IJssel bij de totstandkoming van het (ontwerp)bestemmingsplan.
Gedurende het wettelijk vooroverleg (mei 2022) heeft Rijkswaterstaat de mogelijkheid gehad om te reageren op het planvoornemen. Zij hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het plan. Ook in de jaren daarvoor heeft afstemming met Rijkswaterstaat plaatsgevonden, waaronder bij de ter inzagelegging van het voorgaande bestemmingsplan voor deze locatie in 2012. Daarnaast is overleg gevoerd met Rijkswaterstaat in het kader van de ontwikkelvisie.
5
Voor de ontwikkeling van deze locaties gelden eisen vanuit de eigenaar van de vaarweg (Rijkswaterstaat). Daarnaast is het zicht voor scheepvaartverkeer van belang aangezien het plangebied in een binnenbocht van een vaarweg is gelegen. Aan de oprichting van bebouwing in het plangebied worden door Rijkswaterstaat onder andere de volgende eisen gesteld: -
-
-
Plasbrandzone, de minimale afstand tot de vaarweg die aangehouden moet worden in verband met de transport van gevaarlijke stoffen; Vrijwaringszone, een minimale afstand die aangehouden moet worden ter bescherming bij calamiteiten, zoals schepen waar problemen met roer e.d. tegen de kant aan laten varen zonder dat dit schadelijk is voor opstallen langs de oevers; Zichtlijnen scheepvaart, vanwege de ligging van het plangebied in een binnenbocht zijn de zichtlijnen voor scheepvaart van belang. Rijkswaterstaat heeft de ligging van deze zichtlijnen over het plangebied bepaald.
Bij de tot standkoming van de bouwenvelop voor nieuwbouw op deze locatie is rekening gehouden met deze afstanden en zichtlijnen. Binnen de verschillende zones en zichtlijnen wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt door het planvoornemen. De gemeente Krimpen aan den IJssel is zich daarnaast bewust van de risico’s die buitendijks bouwen met zich meebrengen. Het maximum waterpeil van de Hollandsche IJssel bij Krimpen aan den IJssel is 2,6 m +NAP met een eventuele verhoging van 5 tot 10 cm. De Algerakering sluit bij 2,25 m +NAP, waarna het waterniveau achter de kering tot 2,67 m +NAP kan oplopen. Dit is met inachtneming dat de gemalen langs de rivier blijven spuien. In 2050
kan dit eventueel oplopen met 0,1 m en in 2100 eventueel met 0,15 m erbij. Dit betekent dat in 2100 er sprake is van een maximale stand van 2,92 m +NAP. Het aansluitpeil van de gebouwen is 2,9 m +NAP, het minimale peilniveau van de woningen is 3,0 m +NAP. Het woongebouw wordt op 3,95 m +NAP gerealiseerd, mede vanwege de onderliggende parkeervoorziening. Het terrein rondom het woongebouw wordt 2,80 m +NAP en blijft daarmee bij de hoogst voorspelde waterstanden droog. De ontsluitingsweg de IJsseldijk, welke hoogst waarschijnlijk tevens als calamiteitenroute zal worden gebruikt, is op circa 4 meter +NAP gelegen. Hierdoor blijft de calamiteitenroute bij een overstroming toegankelijk waardoor het plangebied bereikbaar blijft voor hulpdiensten. Voor lager gelegen delen in het plangebied is rekening gehouden met aanvullende maatregelen. Het uitvoeren van een windhinderonderzoek is gebruikelijk indien gebouwen met een hoogte van 30 meter of hoger (bron: Infomil) mogelijk wordt gemaakt. Het planvoornemen voorziet voor een klein gedeelte in de realisatie van een bouwdeel met een hoogte van maximaal 24 meter. Voor de beoogde ontwikkeling wordt windhinder niet aannemelijk geacht. Tot slot worden met het planvoornemen geen functies toegestaan die de mate van waterrecreatie in de Hollandsche IJssel doen toenemen. Waterrecreatie op deze locatie is daarmee ook niet beoogd. 4.
Planschade De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft de mogelijkheid van het optreden van planschade geïnventariseerd. Mede vanwege de ruime bouw- en gebruiksmogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan ‘Kortland’ biedt voor deze locatie, wordt de kans op planschade in de omgeving beperkt geacht. Op basis van het vigerend planologisch regime is de oprichting van grootschalige
6
gebouwen en het gebruik van de gronden voor bedrijfsactiviteiten namelijk al mogelijk. Maar voor een klein gedeelte van het plangebied worden hogere bouwvolumes mogelijk gemaakt. Het toekomstige gebruik sluit beter aan bij de omliggende woningen. Een waardedaling van de woningen wordt daarom niet aannemelijk geacht. Conclusie: de zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
3. Conclusie en aanpassingen bestemmingsplan Geconcludeerd wordt dat de zienswijzen niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan leiden.
4. Ambtshalve wijzigingen Gewijzigde verbeelding woon-werkwoningen Voor de nieuwbouw aan de westzijde van het plangebied was in het ontwerpbestemmingsplan één bouwvlak opgenomen binnen de bestemming ‘Gemengd’ voor de woon-werkwoningen. Van dit bouwvlak mocht 45% bebouwd worden voor een maximum van 11 woningen. De plannen voor dit deel van het plangebied zijn nader uitgewerkt waardoor de exacte ligging van de woon-werkwoningen vastgelegd is. Het grote bouwvlak is in dat kader vervangen door drie kleine bouwvlakken met bijbehorende bouw- en goothoogte. De tussenliggende openbare ruimte is bestemd als ‘Verkeer’. Tevens zijn de goot- en bouwhoogtes nader gedefinieerd. In het ontwerpbestemmingsplan was voor het gehele vlak een maximale goothoogte van 9 meter toegestaan en een maximale bouwhoogte van 12 meter. Binnen de bouwblokken is de goot- en bouwhoogte op een aantal plekken naar beneden bijgesteld.
Gewijzigd woningaantal woon-werkwoningen Tussen de gemeente, initiatiefnemers en Dorp, Stad en Land hebben periodiek overleggen plaatsgevonden over de herontwikkeling van het plangebied. Op basis van deze overleggen is geconcludeerd dat het bouwvolume van de nieuwbouw aan de westzijde voor een te grote ruimteclaim zorgt. Partijen zijn overeengekomen om het nieuwbouwprogramma op dit gedeelte van het plangebied te verlagen van 11 wooneenheden naar 9 eenheden. Wijziging plangregels In overleg met Dorp, Stad en Land is besloten om in de planregels de mogelijkheid op te nemen om op basis van cultuurhistorische- en stedenbouwkundige uitgangspunten nadere eisen te stellen aan bouw- en goothoogtes. Artikel 3 lid 3 van de planregels is hierop aangepast. Balkons IJsselzijde Aan de noordzijde van het woongebouw, parallel aan de IJssel, is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkon' toegevoegd. Ter plaatse van deze aanduiding is de overkraging van 2 meter ten behoeve van balkons toegestaan. Op andere plekken bedraagt de overkraging maximaal 1,5 meter. Aan de IJsselzijde is een grotere overkraging acceptabel. Een overkraging van 2 meter was op basis van het ontwerpbestemmingsplan middels de Algemene afwijkingsregels mogelijk.
Compensatie bedrijventerrein Na afloop van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft informeel overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en de provincie over de transformatie van het bedrijventerrein IJsseldijk, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt, en de plicht tot het compenseren van (watergebonden) bedrijventerreinen. In het kader van de compensatieplicht voor het
7
plangebied is afgesproken dat expliciet vermeld moet worden in de toelichting dat voor dit specifieke geval gebruik gemaakt wordt van de maatwerkoplossing (Artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk provinciale Omgevingsverordening). Paragraaf 3.2.2 van de toelichting is hierop aangepast. Nieuw stikstofonderzoek Met het vervallen van de bouwvrijstelling voor stikstofdepositie na de uitspraak van de Raad van State van 2 november jl. dienen voor lopende projecten de stikstofdepositie als gevolg van de realisatiefase te worden doorgerekend. Het gaat om het uitvoeren van de berekening van de realisatiefase en het actualiseren van de berekening van de gebruiksfase. De berekeningen uit het ontwerpbestemmingsplan zijn op dit punt herzien. Uit de onderzoeken blijkt dat stikstof geen belemmering vormt voor deze ontwikkeling.
8