CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 - Kadernota 2023

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 20235.427 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Kadernota 2023 Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Financiën ......................................................................................................................................... 4 2.1.

Financieel meerjarenbeeld ...................................................................................................... 4

2.2.

Financiële positie ..................................................................................................................... 9

2.3.

Conclusie financiën................................................................................................................ 11

3.

Ontwikkelingen binnen de domeinen ........................................................................................... 12 3.1.

Ruimtelijk domein ................................................................................................................. 12

3.2.

Maatschappelijk domein ....................................................................................................... 12

3.3.

Sociaal domein ...................................................................................................................... 13

4.

Ten slotte ....................................................................................................................................... 15

Bijlagen .................................................................................................................................................. 15 1.

Technische uitgangspunten....................................................................................................... 15

2.

Inventarisatie nieuw beleid en intensiveringen ........................................................................ 15

3.

Voortgangsdocument ................................................................................................................ 15

2

1. Inleiding Jaarlijks stelt uw gemeenteraad voor het zomerreces de inhoudelijke en financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar vast. Dat doet uw raad op voorstel van ons college. Het is ook het moment dat de fracties hun algemene beschouwing op het gevoerde en te voeren beleid kunnen geven. In een verkiezingsjaar ziet dat proces er anders uit. Alle partijen hebben hun ‘algemene beschouwingen’ in hun verkiezingsprogramma gegeven. Na de verkiezingen heeft een informateur een voorstel voor een nieuw te vormen coalitie en college gedaan. De daarbij betrokken partijen werken op dit moment aan een akkoord als basis voor de ‘regeerperiode’ 2023-2026. Voor ons huidige ‘demissionaire’ college betekent dit dat we in de Kadernota 2023-2026 geen (nieuwe) inhoudelijke visies ontvouwen en geen voorstellen voor nieuw beleid doen. Eerder hebben we in een voortgangsdocument wel laten zien hoe onze gemeente ervoor staat, welke zaken in 2022 nog worden opgepakt, welke uitdagingen er (nog) liggen en welke zaken naar onze mening na 2023 nog aan de orde moeten komen. Deze Kadernota is dus beleidsarm en betreft vooral een financiële doorrekening en actualisatie van het bestaande beleid en bijbehorende budgetten. Daarbij hebben wij vooral aandacht besteed aan de consequenties van de hogere inflatie en verwachte loonstijgingen.

Verder gaan we kort inhoudelijk in op de laatste ontwikkelingen binnen het ruimtelijke, maatschappelijke en sociale domein. Ter uitvoering van uw vorig jaar aangenomen motie zijn wij in gesprek gegaan met de Molukse gemeenschap om de graven van de eerste generatie ex-KNIL militairen een bijzondere status te geven. Wij stellen voor om op basis van de uitgevoerde inventarisatie vanaf 2023 een structureel bedrag van € 6.000 in de begroting op te nemen. In deze Kadernota tonen wij een financieel meerjarenbeeld dat het nieuwe college voldoende houvast biedt om in het najaar een sluitende meerjarenbegroting te presenteren. Wij zien op dit moment geen aanleiding om een aanzet voor bezuinigingen te doen. De financiële uitkomsten laten een bescheiden structurele ruimte voor nieuwe ambities zijn. De reservepositie van de gemeente is zonder meer goed te noemen.

3

2. Financiën 2.1. Financieel meerjarenbeeld Op basis van de lopende meerjarenbegroting 2022-2025, reeds vastgestelde begrotingswijzigingen, actualisatie van beschikbare en benodigde budgetten voor de komende jaren en de meicirculaire van het gemeentefonds is een meerjarige prognose opgesteld. In dit hoofdstuk worden de diverse effecten toegelicht. Financieel beeld

Saldo 2023-2026 t/m begrotingswijziging 23 juni Totaal actualisatie bestaand beleid Meicirculaire gemeentefonds Stelpost inflatie

Totaal financieel beeld kadernota

Meerjarenraming 2023

2024

2025

2026

- 285

- 1.187

- 725

- 838

- 2.822

- 2.686

- 3.657

- 4.136

4.631

7.209

8.836

4.097

- 1.000

- 1.000

- 1.000

- 1.000

524

2.335

3.454

- 1.876

Het vertrekpunt voor deze kadernota is het meerjarenbeeld dat is opgenomen in de begrotingswijziging van 23 juni 2022. De mutaties die nodig zijn om het huidige beleid te blijven uitvoeren zijn opgenomen in de regel actualisatie bestaand beleid. Hierna volgt nadere informatie over de belangrijkste aanpassingen. De uitkomsten van de meicirculaire worden eveneens in een van de volgende paragrafen toegelicht. In de getoonde cijfers is geen nieuw beleid opgenomen. Het is gebruikelijk dat in de planning- en controldocumenten de focus wordt gelegd op het structureel evenwicht. In de nu voorliggende cijfers is het structureel begrotingsevenwicht gelijk aan de meerjarige uitkomsten.

Budgetactualisatie Om het bestaande beleid te kunnen blijven uitvoeren zijn bijstellingen van budgetten nodig. Aanpassingen en ontwikkelingen

2023

2024

2025

2026

Veiligheid

Bijdrage VRR

- 163

- 262

- 362

- 457

Onderwijs Jeugdzorg

Actualisatie IHP GRJR afrekening vlaktaks GRJR - wijziging bijdrage Overheveling perceel D en E

1 - 357 272 - 546

487

267

19

140 - 560

82 - 574

- 42 - 588

Stelpost woonplaatsbeginsel Bijzondere bijstand Promen (sociale werkplaats) Bedrijfsvoering Bijdrage GR IJsselgemeenten ICT

- 884 - 65 - 70 - 273

- 906 - 75 - 96 - 307

- 929 - 85 - 182 - 342

- 952 - 108 - 166 - 420

Salarissen incl. indexering Financiën Belastingen en heffingen Algemene uitkering accres 2026 Indexering en overige budgetactualisaties

- 145 204

- 401 394

- 761 644

- 795

- 1.099

- 1.415

- 1.314 1.140 873 - 2.119

- 2.822

- 2.686

- 3.657

- 4.136

Participatie

Totaal actualisatie bestaand beleid

Bij de actualisatie van de budgetten zijn wij uitgegaan van de technische uitgangspunten die in bijlage 1 zijn opgenomen. Daarnaast is sprake van een aantal ontwikkelingen en omstandigheden met gevolgen voor de benodigde budgetten. Op de meest relevante wijzigingen volgt nu een toelichting: 4

Veiligheid – bijdrage Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond In de begroting 2023 van de VRR is een nieuwe kostenverdeelsystematiek verwerkt, die aansluit bij de wijze waarop de verdeling van middelen uit het gemeentefonds voor crisis- en rampenbestrijding plaatsvindt. Voor Krimpen aan den IJssel betekent dit dat de bijdrage omhoog gaat. Een tweede aanpassing is de financiële vertaling van de ontwikkelagenda, die eveneens tot een verhoging leidt. Op beide aanpassingen is ingegaan in het raadsvoorstel bij de begroting 2023 van de VRR (raad 2 juni 2022). Onderwijs – actualisatie Integraal Huisvestings Programma onderwijs en binnensport (IHP) Naast de jaarlijkse indexering van benodigde investeringsbedragen voor het IHP zijn dit voorjaar de plannen geactualiseerd. Na de zomer wordt deze actualisatie aan uw raad voorgelegd. Het leidt onder meer tot enkele aanpassingen in de planning. Het financiële effect wordt echter vooral veroorzaakt door een aanpassing van de afschrijvingstermijn en het opnemen van kosten voor civieltechnische werkzaamheden. Duurzamer bouwen heeft onder meer als effect dat gebouwen geacht worden langer mee te gaan. De afschrijvingstermijn kan daarom worden verlengd van 40 naar 50 jaar. Tegenover dit voordeel staat dat in de cijfers nu ook is rekening gehouden met een globale raming voor civieltechnische kosten.

In de meerjarenperiode die deze kadernota beslaat leveren de aanpassingen, met ingang van 2024, per saldo een (aflopend) voordeel op. Vanaf 2027 slaat dit om in een nadeel. Jeugdzorg Binnen de ramingen voor jeugdzorg vindt een aantal mutaties plaats die hier worden toegelicht. •

GRJR Vlaktaks 2022

2022 is het laatste jaar van de vlaktakssystematiek. De afrekening van de vlaktaks over het jaar 2022 vindt plaats bij het opstellen van de jaarrekening 2022. Eerder was afgesproken dat dit in 2023 zou plaatsvinden. Omdat het voordeel in 2023 werd verwacht, betekent deze verandering een nadeel op de cijfers voor 2023. •

Ontwikkeling bijdrage GRJR

Door (trendmatige) stijging van de vraag groeit de begroting van de GRJR. Bovendien is de GRJR in 2022 overgestapt op realistisch ramen, waardoor gedurende het jaar minder bijstellingen nodig zullen zijn. Deze twee ontwikkelingen hebben een gezamenlijk negatief effect van € 745.000 in 2023. Daarnaast heeft de GRJR vanwege het afschaffen van de vlaktaks een nieuw startpunt bepaald voor de begroting 2023, op basis van de jaareindeverwachting. Het negatieve effect daarvan is € 413.000. De productiegegevens waarover wij beschikken tonen echter aan dat deze laatste verhoging niet reëel/nodig is. Vooralsnog zijn wij echter gehouden om de begroting van de GRJR te volgen, maar wij zijn hierover nog met de GRJR in gesprek. Op basis van de realisatie kan onze bijdrage naar verwachting naar beneden worden bijgesteld. •

Budgetneutrale mutaties 1. De verwerking van het woonplaatsbeginsel in de begroting 2023 van de GRJR leidt tot een lagere bijdrage voor Krimpen aan den IJssel. Vanwege de invoering van het

5

woonplaatsbeginsel is echter ook een korting op onze algemene uitkering toegepast. Dat nadeel is in een stelpost opgenomen die nu grotendeels kan vervallen. 2. Vanaf 2023 verzorgt Krimpen zelf de inkoop voor de percelen D en E. Daarvoor is budget opgenomen bij de lokale inkoop en het Krimpens Sociaal Team. De bijdrage aan de GRJR is met dezelfde bedragen verlaagd.

Mutaties bijdrage GRJR (excl. afrekening vlaktaks) Kostenontwikkeling GRJR Nieuw startpunt ivm afschaffen vlaktaks Woonplaatsbeginsel Uitname perceel D en E Saldo mutaties

2023 - 745 - 413 884 546 273

2024 - 903 - 423 906 560 140

2025 - 987 - 434 929 574 82

2026 - 1.163 - 445 952 588 - 67

Participatie De bijstelling van de bijdrage aan Promen betreft de reguliere indexering, die meerjarig wordt doorgetrokken. Op het budget voor bijzondere bijstand wordt naast de indexering rekening gehouden met een verhoging van de bedragen voor de collectieve ziektekostenverzekering. Bedrijfsvoering Digitalisering en (infomatie)veiligheid zijn volop in het nieuws. Diverse (semi-)overheden zijn de afgelopen periode gehackt, of hebben te maken met andere beveiligingsissues. Dit is dan ook een belangrijke oorzaak voor de stijgende ICT kosten. Daarnaast is sprake van toenemende licentiekosten. Salarisontwikkeling In de meerjarenraming 2022-2025 werd rekening gehouden met 2% cao ontwikkeling vanaf 2023. Op basis van de laatste verwachtingen in het Centraal Economisch Plan 2022 (maart 2022) moet voor de loonvoet sector overheid met gemiddeld 4% worden gerekend. Dit is in de nu voorliggende cijfers doorgerekend. Belastingen en heffingen De opbrengst uit onroerende zaakbelasting wordt jaarlijks met 2,5% geïndexeerd. Bovendien wordt rekening gehouden met areaalontwikkeling op basis van de woningbouwprognose. Met ingang van 2021 wordt voor de riool- en afvalstoffenheffing uitgegaan van 100% kostendekking. De hogere indexering van de benodigde budgetten voor lasten leidt op die wijze ook tot hogere stijging van de tarieven dan de basisindexering van 2,5%.

Voor de rioolheffing gaat het om 0,9% extra en voor de afvalstoffenheffing om 2,3%. Voor de begraafrechten geldt hetzelfde, maar dan tot een dekkingspercentage van 80%. Daarvoor is een extra tariefverhoging van 5,1% nodig. Accres 2026 decembercirculaire Op basis van de decembercirculaire van het gemeentefonds is de algemene uitkering voor 2026 berekend, die nog niet in de eerdere meerjarenreeks van de Krimpense begroting was opgenomen. 6

De groei van het gemeentefonds (accres) op basis van de decembercirculaire 2021 leidt tot een stijging van de algemene uitkering met € 873.000. Indexering (loon- en prijsontwikkeling) In bijlage 1 zijn de technische uitgangspunten voor deze kadernota opgenomen. De gehanteerde indexcijfers voor loon- en prijsontwikkeling zijn gebaseerd op het Centraal Economisch Plan (CEP) dat in maart 2022 verscheen. Dit leidt tot forse aanpassingen vanwege hogere verwachte inflatie, dan waar in de meerjarenbegroting 2022-2025 rekening was gehouden. Deze cijfers zijn gebruikt als basis voor het gemeentefonds en de meicirculaire. In de hogere accressen van de meicirculaire zit dus compensatie voor dit effect. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat in het CEP nog geen rekening kon worden gehouden met de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Die heeft zoals bekend grote impact op prijsontwikkelingen en leidt bovendien tot geopolitieke instabiliteit met onbekende gevolgen. In het najaar verschijnen de Macro Economische Verkenningen met actuele cijfers van loon- en prijsontwikkeling, inclusief meerjarige prognose. Deze worden ook gebruikt voor de septembercirculaire.

Meicirculaire gemeentefonds Zelden is met zoveel belangstelling en spanning uitgekeken naar een circulaire van het gemeentefonds. De meicirculaire omvat dit jaar onder meer de effecten voor gemeenten van de startnota van het kabinet, de specifieke kabinetsplannen met effecten voor lokale overheden, compensatie voor uitvoering van de jeugdwet en de herverdeling van het gemeentefonds. Stuk voor stuk zijn dit onderwerpen waarover gemeenten in onzekerheid verkeerden met betrekking tot de uitkomsten op lokaal niveau. De uitkomsten van de meicirculaire maken aan een deel van deze onzekerheden een eind. Voor de jaren tot en met 2025 ontvangen wij (veel) extra middelen. Vanaf 2026 is echter sprake van een grote terugval. Dat beperkt de mogelijkheden om op een verantwoorde manier (nieuwe) structurele lasten op te nemen.

Meicirculaire Herverdeeleffect Accres (incl hoeveelheden en lpo) Opschalingskorting Compensatie jeugdwet Stelposten bijstellen Taakmutaties (netto) Onderuitputting en loon-/prijsontwikkeling Totaal netto effect meicirculaire

2023

2024

2025

2026

225 1.750 598 1.676 306 76

360 4.923 799 748 313 66

360 6.495 1.003 592 319 67

360 3.208

- 1.000

- 1.000

- 1.000

- 1.000

3.631

6.209

7.836

3.097

19 443 67

Nieuwe verdeling algemene uitkering De afgelopen jaren is al regelmatig bericht over de herverdeling (of herijking) van het gemeentefonds. Deze nieuwe verdeling is nodig omdat de huidige verdeling niet meer goed aansluit bij de kosten van gemeenten. Dit geldt vooral voor het sociaal domein. Een andere belangrijke aanleiding is de wens om de verdeling te vereenvoudigen, door het aantal maatstaven terug te 7

brengen. Doel van de verdeling is dat iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie krijgt. Dat moet gemeenten in staat stellen om een gelijkwaardig voorzieningenniveau voor de inwoners te realiseren tegen gelijke belastingdruk. Iedereen in Nederland moet in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar je woont. Bij deze herverdeling gaat het overigens om een nieuwe verdeling van het gemeentefonds in de huidige omvang. Dit staat dus los van de discussie “de koek moet groter”. Met ingang van 2023 wordt de nieuwe verdeling ingevoerd. Voor alle gemeenten betekent dit verschillen. Krimpen aan den IJssel is voordeelgemeente voor een bedrag van € 12 per inwoner. Dit voordeel ontvangen we niet in een keer, omdat een ingroeipad is afgesproken. Het eerste jaar betekent dit een voordeel van € 7,50 per inwoner en vanaf 2024 het volledige bedrag van € 12 per inwoner. Overigens worden de komende tijd nog diverse onderzoeken gedaan naar aanleiding van de uitkomsten van de herverdeling, op advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur en de VNG. Dit kan nog gevolgen hebben voor de definitieve herverdelingseffecten. Accres Het grootste voordeel uit de meicirculaire betreft het zogenaamde accres.

Dat bestaat bijna volledig uit compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen (zie hierboven onder Indexering) en volumestijging vanwege de uitgavenontwikkeling bij het Rijk. Het kabinet Rutte IV heeft bij het aantreden ambitieuze plannen gepresenteerd, die gepaard gaan met forse stijging van de Rijksuitgaven. Daar profiteren gemeenten van mee, via de normeringssystematiek. Dit staat ook wel bekend als de “trap-op-trap-af” systematiek omdat het gemeentefonds meebeweegt met de ontwikkeling van de Rijksuitgaven. De komende jaren ontvangen alle gemeenten op deze manier veel extra middelen. Na 2025 is echter sprake van een drastische wijziging in dit beeld. Het Rijk heeft de normeringssystematiek namelijk vanaf 2026 buiten werking gesteld. Binnenkort start een traject waarin het Rijk en gemeenten met elkaar in gesprek gaan over een nieuwe bekostigingswijze van gemeenten. De uitkomsten daarvan zijn voorlopig ongewis, zodat wij rekening moeten houden met een aanzienlijke terugval van middelen uit het gemeentefonds in 2026. Dit staat inmiddels bekend als het “ravijn” en betekent een forse beperking in de mogelijkheden om nieuwe structurele lasten aan de begroting toe te voegen. In feite is de financiële ruimte in 2023 tot en met 2025 dus incidenteel.

Opschalingskorting De oplopende opschalingskorting, die ooit gekoppeld was aan het voornemen van het kabinet Rutte II om tot uitsluitend 100.000+ gemeenten te komen, wordt de komende jaren gepauzeerd. Dit was in 2020 en 2021 ook al het geval in het kader van de coronamaatregelen. Omdat in onze begroting altijd rekening is gehouden met de korting, levert het pauzeren ervan een positief effect op. In de cijfers van de meicirculaire is echter voorzien dat vanaf 2026 de opschalingskorting weer in volle omvang wordt toegepast. Er is dus nog geen duidelijkheid over definitieve afschaffing. Compensatie Jeugdwet In 2021 heeft de commissie van wijzen uitspraak gedaan over de bekostiging van de jeugdwet, waaraan het Rijk en de VNG zich hebben gecommitteerd. Dat heeft er echter nog niet toe geleid dat 8

structurele middelen aan het gemeentefonds zijn toegevoegd. Ook in deze circulaire is slechts sprake van incidentele extra middelen voor het jaar 2023. Na aftrek van de ramingen die daar al voor waren opgenomen resteert een voordeel van € 1,7 miljoen voor Krimpen aan den IJssel. Voor de jaren erna gaan wij uit van dezelfde werkwijze die vorig jaar door de toezichthouders is goedgekeurd: we nemen 75% procent op van de te verwachten compensatiereeks. Het netto effect na aftrek van reeds opgenomen bedragen treft u in de tabel aan. Stelposten en taakmutaties Tot slot van de effecten uit de meicirculaire is nog sprake van mutaties op stelposten en taakmutaties. Dit betreft stelposten die wij eerder hebben opgenomen voor te verwachten voor- en nadelen die samenhangen met het gemeentefonds en nu kunnen vervallen. In de taakmutaties zijn bedragen opgenomen die wij extra of nieuw ontvangen en waarvan de toevoeging samenhangt met een specifieke taak. Onderuitputting en loon-/prijsontwikkeling Een onzekere factor is de vraag of het Rijk echt in staat is de geplande uitgaven te realiseren, die leiden tot het hoge (volume)accres. Onder andere de moeilijke arbeidsmarkt vormt een belemmering om tempo te maken met de ambities. Als gevolg van de trap-op-trap-af systematiek betekenen lagere rijksuitgaven ook een lager accres.

Daarnaast is in de cijfers van deze kadernota nog geen rekening gehouden met de hogere prijsstijgingen waarvan sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne sprake is. Bij het opstellen van de begroting wordt beoordeeld hoe de Krimpense indexeringstabel zich verhoudt tot de dan beschikbare informatie en of aanpassing van ramingen nodig is. Het uiteindelijke effect op de begrotingssaldi hangt samen met de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling die we via de septembercirculaire uit het gemeentefonds ontvangen. Vanwege de reële kans op onderuitputting van de rijksuitgaven en het risico op begrotingseffecten van inflatie houden wij rekening met een buffer in de algemene uitkering van € 1 miljoen structureel.

Conclusie Rijksmiddelen De meicirculaire bevat veel extra middelen voor onze gemeente. Dat geeft ongekende oplopende ruimte in de begrotingen van de komende jaren. De terugval in 2026 maakt het benutten van de begrotingsruimte ingewikkeld, omdat onzeker is of we de structurele lasten op termijn wel kunnen dragen. Nog voor de zomer komt de minister van BZK met een contourennota over de toekomst van de financieringssystematiek. Op basis daarvan zullen verder gesprekken tussen Rijk en VNG worden gevoerd. De onzekerheid over de ontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2026 zal dus nog enige tijd aanhouden.

2.2. Financiële positie De financiële positie laat zich goed uitdrukken in kengetallen. In de tabel zijn de cijfers van de rekening 2021 opgenomen en voor 2022 en 2023 de cijfers zoals die in de begroting 2022 zijn opgenomen.

9

Uit deze kengetallen blijkt dat Krimpen aan den IJssel er financieel gezond voor staat. De enige dissonant in dat beeld is de hoge lokale lastendruk, waardoor lastenverhoging als dekkingsmiddel slechts beperkt inzetbaar is.

Reserves De gemeente beschikt over drie typen reserves: algemene reserves, bestemmingsreserves en egalisatiereserves. De algemene reserves hebben vooral een bufferfunctie en kunnen daarnaast indien gewenst worden ingezet. Dat beïnvloedt echter wel het weerstandsvermogen. Tot de algemene reserves rekenen we ook de vrije reserve, waaruit met name incidentele lasten van nieuw beleid en intensiveringen worden gedekt. De bestemmingsreserves hebben een door de raad bepaald specifiek doel. Zij zijn daardoor niet meer voor andere doelen in te zetten. Hieronder vallen ook kapitaallastenreserves, die worden ingezet voor de structurele dekking van afschrijvingslasten voor investeringen in de openbare ruimte (inclusief de Grote Kruising). De egalisatiereserves tenslotte hebben als doel om ongewenste fluctuaties in onderdelen van de begroting op te vangen en worden alleen daarvoor ingezet.

Het verwachte verloop van de reservepositie is als volgt: Beschikbare reserves Algemene reserves Algemene Dienst Grondexploitatie Vrije reserve Totaal algemene reserves Bestemmingsreserves Nog uit te voeren werkzaamheden Eneco Overrente Maatschappelijke voorzieningen Maatschapp vastgoed (inclusief onderwijshuisvesting) Hoofdinfrastructuur / afschrijvingen maatschappelijk nut Afschrijving Grote Kruising Afschrijvingen Maatschappelijk nut Maatregelen klimaatakkoord Totaal bestemmingsreserves Egalisatiereserves Reiniging Riolering Omgevingsvergunningen Totaal egalisatiereserves Totaal reserves

1-1-2022

1-1-2023

1-1-2024

1-1-2025

1-1-2026

7.419 5.876 1.281 14.576

6.977 5.531 946 13.454

6.977 5.231 936 13.144

6.977 4.931 936 12.844

6.977 4.631 936 12.544

600 8.839 2.148 3.326

8.200 1.451 3.326

8.100 1.245 3.326

8.000 1.063 3.326

8.000 900 3.326

1.570

1.570

1.495

1.386

1.313

14.793

-0

-0

-0

-0

57 31.332

15.123 1.433 31.103

14.518 3.016 31.700

13.913 4.224 31.912

13.308 5.307 32.154

8 685 131 823

8 251 487 746

8 251 588 847

8 251 219 478

8 251 64 323

46.732

45.303

45.690

45.234

45.021

10

Deze standen zijn gebaseerd op het bestaand beleid. Deze kadernota bevat geen voorstellen voor (gewijzigde) inzet van reserves. De omvang van de reserves is de afgelopen jaren fors toegenomen door de verkoop van de Eneco aandelen. Het grootste deel is ondergebracht in bestemmingsreserves en zal te zijner tijd worden ingezet. Er zijn echter ook relatief veel reservemiddelen waarvan de bestemming nog niet vastligt en/of die onderdeel uitmaken van de weerstandscapaciteit. Wij komen daar nog op terug. Uit het overzicht blijkt dat de omvang van de reserves de komende jaren nauwelijks afneemt op basis van bestaande besluiten. De positieve afwikkeling van het project Grote Kruising leidt nog tot een verschuiving van enkele miljoenen aan overtollige reservemiddelen naar de reserve Afschrijvingen Maatschappelijk Nut, waaruit (vervangings)investeringen in de openbare ruimte worden gedekt.

Bestemming resultaat 2021 Het resultaat over 2021 bedraagt € 2,3 miljoen en is niet in het overzicht van de reserves opgenomen. Evenmin doen wij in deze kadernota voorstellen voor de bestemming ervan. Wij laten dat aan het nieuwe college en uw raad over. Het resultaat kan voorlopig worden toegevoegd aan de algemene reserve.

Risico’s en weerstandsvermogen De verzamelde gewogen risico’s in de jaarrekening 2021 bedroegen € 3,5 miljoen. De meest recente actualisatie van de risico’s heeft geen nieuwe risico’s met een vastgestelde omvang opgeleverd. Op dit moment wordt van de totale reserves € 18,25 miljoen tot de weerstandscapaciteit gerekend. Daarmee is de ratio weerstandsvermogen 5,26. Dat is ruim boven de minimale ratio van 1,0.

2.3. Conclusie financiën Krimpen aan den IJssel staat er financieel gezond voor. Niet alleen de begroting is op orde, maar ook de reserves zijn goed gevuld en het weerstandsvermogen is uitstekend. De meerjarige begrotingsruimte biedt mogelijkheden om noodzakelijk en gewenst nieuw beleid op te nemen. Daarbij moet wel voorzichtigheid worden betracht met het oog op het jaar 2026. Zolang er geen concreet zicht is op voldoende rijksmiddelen voor 2026 en daarna, is het onverstandig om (veel) extra structurele lasten in de begroting op te nemen. Dat geldt met name voor kapitaallasten, omdat die niet meer kunnen worden beïnvloed. Wij adviseren uw raad dus om voorzichtig te zijn met nieuwe investeringen en te kiezen voor incidentele uitgaven en behoud van flexibiliteit om keuzes te maken. De reservepositie is comfortabel, ook ten opzichte van het huidige risicoprofiel. Dat biedt ruimte om de inzet van reservemiddelen opnieuw te overwegen. Reservemiddelen zijn wel incidenteel geld en “op=op”. Deze middelen kunnen daarom alleen worden ingezet voor incidentele uitgaven zoals: verwervingen, negatieve grondexploitaties, afboekingen, sloopkosten, eenmalige subsidies of bijdragen, onderzoeken en implementatiekosten. Bovendien is er nog geen bestemming voor het saldo van 2021.

In het vervolg van deze kadernota schetsen wij u in het kort welke keuzes de komende tijd nog op onze gemeente afkomen. Ook hebben wij geïnventariseerd welk nieuw beleid of intensivering van bestaand beleid daarbij aan de orde kan zijn.

11

3. Ontwikkelingen binnen de domeinen 3.1. Ruimtelijk domein Algemeen Binnen het ruimtelijk domein wordt gewerkt op basis van recent vastgestelde visies en uitvoeringsen beheerplannen. In algemene zin begint ‘duurzaamheid’ (energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit) daarbij steeds nadrukkelijker ‘maatgevend’ te worden. In 2050 willen we dat Krimpen aan den IJssel ‘klimaatneutraal en gezond’ is. Voor de uitvoering zijn we in belangrijke mate afhankelijk van extra financiële middelen van het Rijk. Via de meicirculaire is duidelijk geworden dat we in 2022 op een bedrag van € 222.768 mogen rekenen voor de voortzetting van ons lokale klimaatbeleid. Dat is voldoende voor het in de Duurzaamheidsagenda opgenomen programmabudget. Voor 2023 en verder blijft onduidelijk welke aanvullende middelen het Rijk beschikbaar stelt. Vanaf 2023 zullen wij de (uitbreiding van de) formatie voor duurzaamheid structureel in de begroting opnemen. Aanvullend op de Duurzaamheidsagenda is er vanuit het bevorderen van biodiversiteit een wens om meer bollen en kruidenmengsels in de openbare ruimte toe te gaan passen.

Openbare ruimte Beheer en groot onderhoud van de openbare ruimte vindt plaats op basis van respectievelijk het Kwaliteitsplan en de Meerjarenplanning. Voor beheer is jaarlijks zo’n € 3,5 miljoen beschikbaar. Dekking van de kapitaallasten van de investeringen in het ‘groot onderhoud’ (de herstraatprojecten) vindt plaats binnen de ‘ruimte’ die daarvoor in de begroting beschikbaar wordt gehouden. In het huidige Herstraat- en Investeringsprogramma is of wordt nog niet voldoende rekening gehouden met investeringen in de oeverbescherming langs de ‘IJsselboulevard’ en het baggeren van watergangen. Verder is er een wens om in de Stormpolder versneld over te stappen op LED openbare verlichting en de aanleg van een eigen netwerk.

Verkeer Jaarlijks bezien we of er – in aanvulling op het Uitvoeringsprogramma – nieuwe ideeën in het Investeringsprogramma kunnen worden opgenomen. In 2023 willen we verkennen of de Omloopstoep kan worden aangepast.

Wonen (Volkshuisvesting) In het Uitvoeringsprogramma van de Woonvisie staan concrete actiepunten waarvoor nog geen budget beschikbaar is.

3.2. Maatschappelijk domein Algemeen Binnen het maatschappelijk domein werken we al enige tijd aan het vernieuwen van ons beleid en de daarbij behorende uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast hebben we te maken met een vervangingsvraagstuk. Veel van het maatschappelijk vastgoed op het gebied van sport, onderwijs en cultuur is in de ‘groeiperiode’ van onze gemeente (1960-1990) tot stand gekomen. Dit vastgoed nadert het einde 12

van zijn economische en/of technische levensduur en moet vernieuwd, verduurzaamd of vervangen worden.

Sport en recreatie Na een uitgebreide consultatieronde is een nieuwe Sportnota opgesteld die nog niet door de gemeenteraad is vastgesteld. Om uitvoering te geven aan de ambities op het gebied van sporten en bewegen zijn nog geen aanvullende middelen beschikbaar.

Onderwijs(huisvesting) De afgelopen maanden hebben wij het Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijshuisvesting en Binnensport geactualiseerd. Dat heeft structurele financiële consequenties, die in de cijfers van deze kadernota zijn verwerkt. Na de zomer wordt de actualisatie aan de raad aangeboden.

3.3. Sociaal domein Algemeen Het beleidsplan sociaal domein heeft een looptijd tot en met 2024. Als gemeente sturen we op een goede basis en zelfredzaamheid van onze inwoners. De toegang tot het sociaal domein ‘reguleren’ we via KrimpenWijzer, Krimpens Sociaal Team en IJsselgemeenten. Door meer inzet op casusregie streven we naar (meer) grip op de uitgaven. De complexiteit blijft echter toenemen. De decentralisaties in 2015 waren de eerste stap, maar de extramuralisering in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), de Wet verplichte GGZ en de Wet Zorg en Dwang hebben de verantwoordlijkheden van gemeenten verder uitgebreid. Ook actuele ontwikkelingen zoals de Coronacrisis, de vluchtelingenopvang en de afwikkeling van de kinderopvangtoeslag-affaire zorgen voor een toenemende druk op de beschikbare capaciteit en financiële middelen. En daarnaast hebben we ook in Krimpen aan den IJssel in toenemende mate ‘last’ van maatschappelijke ontwikkelingen zoals vechtscheidingen, huiselijk geweld en woonoverlast die gepaard gaan met afnemende tolerantie. Professionals van KrimpenWijzer en het Krimpens Sociaal Team krijgen daardoor steeds meer en ook steeds zwaardere dossiers op hun bordje. De belasting van deze teams neemt toe en het ziet er naar uit dat dit ook nog wel enige tijd zal duren. In onze gemeente hebben we de ambitie om er te zijn voor onze inwoners in nood.

We willen een samenleving zijn waar iedereen gezien wordt en waar we tijdig signaleren dat er iets niet goed gaat. Zo proberen we de problematiek ‘klein te houden’ en te voorkomen dat het uit de hand loopt. Dat leidt tot nog steeds oplopende uitgaven in ons sociaal domein. Maar we zijn er nog steeds van overtuigd dat de maatschappelijke lasten anders nog veel hoger zouden zijn.

Jeugd Het (landelijke) politieke debat over het sociaal domein en dan met name op het terrein van jeugdhulp laait weer op. De roep om maatregelen om ‘het tij te keren’ is groot. De landelijke hervormingsagenda wordt weer opgepakt door het ministerie en de VNG. Daarbij is het goed om te zien dat een aantal elementen dat nu in de hervormingsagenda wordt gepresenteerd, zoals een sterkere toegang, in onze gemeente al vanaf 2015 een bestendige beleidslijn is. Ook de regionale samenwerking in de GRJR is de afgelopen jaren door substantiële ambtelijke en bestuurlijke inzet verbeterd. Met een gezamenlijke visie, een nieuwe inkoop, sturing op wachtlijsten en het minimaliseren van gesloten jeugdhulp zetten wij stappen in de verbetering van de jeugdhulp. 13

Naast deze verbeterslagen zal er ook een wetswijziging nodig zijn om echte grote financiële impact te hebben. Naar verwachting zal dit leiden tot een discussie over een eigen bijdrage en het limiteren van het aantal behandelingen.

Volwassenen Naast de hierboven genoemde algemene ontwikkelingen zal de verdere vergrijzing tot een toenemende vraag naar ondersteuning leiden. De landelijke beleidslijn om langer thuis te blijven wonen leidt tot een extra druk op de lokale zorg die geboden moet worden.

Preventie Vanuit het Actieprogramma ‘Armoede en schulden’ streven we naar het verlagen van het aantal huishoudens met kinderen dat met een laag inkomen te maken heeft. Daar zijn naar verwachting extra middelen voor nodig. In maart 2022 heeft de gemeenteraad zich in meerderheid uitgesproken voor ondertekening van het ‘Inclusiestatement’. Tot en met 2022 zijn incidentele middelen ingezet. Om dit thema blijvend aandacht te geven is structurele inzet van middelen noodzakelijk. Zodoende kan het koplopersnetwerk worden ondersteund, een jaarlijkse agenda worden opgesteld en breder aandacht voor dit thema worden gevraagd. Vanuit het Actieprogramma ‘Personen met verward gedrag’ is extra inzet nodig voor volwassenen die te maken hebben met het probleem van (dreigend) sociaal isolement. Dat kan worden aangepakt met zo geheten ‘vangnetwerken’.

Basishulp Bij ‘Welzijn op recept’ verwijst een huisarts inwoners met psychosociale klachten door naar een welzijnscoach van KrimpenWijzer. Uit evaluatie van een (reeds afgeronde) pilot bleken deze interventies succesvol. Deze aanpak maakt ook onderdeel uit van de toekomstvisie op maatschappelijke ondersteuning die recent door de staatssecretaris is gepresenteerd. Voor structurele inbedding zijn nog geen middelen in de begroting opgenomen.

14

4. Ten slotte Recent nam vertrekkend directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), Kim Putters, de staat van het land op. Zijn analyse is weinig rooskleurig: sociale ongelijkheden zijn hardnekkig en het gebrek aan burgerperspectief in overheidsbeleid is systemisch. Kortom, niet iedereen in Nederland heeft gelijke kansen. 'Zo'n 21 procent van de mensen heeft te maken met een stapeling van problemen rond inkomen, werk, eenzaamheid, gezondheid en discriminatie', memoreerde Putters in zijn afscheidsspeech. 'Dat zijn vaak mensen die minder of praktisch geschoold zijn. De levensverwachting ligt dik zeven jaar lager dan bij de rest van Nederland.' Daar staat volgens Putters een bovenlaag tegenover van zo'n 35 procent van de Nederlanders met wie het goed gaat. De middenlaag, van 40 procent van de bevolking, is overwegend tevreden, maar ook steeds vaker onzeker. 'Als er iets wegvalt, zoals een arbeidscontract, of als er mantelzorg nodig is, kan dat een domino-effect hebben op alle onderdelen van het leven.' De verschillen tussen de drie groepen zijn de afgelopen jaren niet gekrompen, ziet Putters. 'Integendeel, ze zijn hardnekkig en structureel van aard.' Volgens Putters is het, alles overziend, tijd voor een nieuw sociaal contract.

Daarmee bedoelt hij dat we opnieuw met elkaar moeten vaststellen wat burgers, overheden, bedrijven en instellingen in de komende jaren van elkaar mogen verwachten en welke rechten, plichten en vrijheden daarbij horen. Het lijkt ons goed om dat gesprek ook in onze gemeente te voeren. Dat is te meer van belang, omdat er in het fysieke domein grote uitdagingen op ons afkomen, onder meer op het gebied van natuur, infrastructuur, water, economie, woningbouw, landbouw en de energievoorziening. Volgens minister Hugo de Jonge staan we aan de vooravond van een ‘grote verbouwing’. Om die in goede banen te leiden, moet er regie op de ruimtelijke ordening zijn. ‘We zijn het aan onze kinderen en kleinkinderen verplicht om meerdere generaties vooruit te denken en de goede keuzes te maken.’ En in de nieuwe Omgevingswet staan niet voor niets ‘een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit’ centraal. Wij denken dat Krimpen aan den IJssel in dit geval Nederland in het klein is. Je hoeft maar uit het raam van het raadhuis te kijken en je ziet dat de ‘grote verbouwing van Krimpen’ in volle gang is met projecten als Centrum-Zuid, de grote kruising en de Boerhaavelaan. Voor andere opgaven (onderwijshuisvesting, woningbouw, klimaatadaptatie, warmtetransitie) is het ook in onze gemeente van belang om de goede (ruimtelijke) keuzes te maken.

Maar voor ons college is het nu tijd om het stokje over te dragen. Wij wensen onze opvolgers en u als (nieuwe) gemeenteraad alle wijsheid toe bij het voorbereiden en maken van deze keuzes.

Bijlagen 1. Technische uitgangspunten 2. Inventarisatie nieuw beleid en intensiveringen 3. Voortgangsdocument

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11620391/1