Bijlage 1. Brief raden reactie zienswijzen
Tekst van het document
Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl
Retouradres: Postbus 70012, 3000 KP Rotterdam
Per e-mail verzonden AAN DE RADEN
Van: Telefoon: 14 010 E-mail: Onderwerp: Reactie zienswijzen aanpassing gemeenschappelijke regeling GGD RR Bijlage: Gewijzigde tekst Gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond Datum: 20 maart 2024
Geachte raden, De Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond) moet aangepast worden aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. U bent door uw colleges in de gelegenheid gesteld hierover uw zienswijzen naar voren te brengen. Deze zienswijzen hebben wij geïnventariseerd en zoveel mogelijk verwerkt in een definitieve tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. In deze brief lichten wij toe in hoeverre de uitgebrachte zienswijzen zijn overgenomen, en wanneer daarvan af is gezien, en om welke reden. Hierna wordt eerst steeds per onderwerp waarop de regeling is gewijzigd kort worden beschreven waar het punt over gaat, en wat het oorspronkelijke tekstvoorstel voor de gewijzigde regeling was. Daarna volgt een samengevat overzicht van de door de gemeenteraden naar voren gebrachte zienswijzen. Daarop geven wij vervolgens een reactie, waarbij aangegeven wordt in hoeverre de zienswijzen zijn overgenomen. Tot slot wordt – voor zover van toepassing – de nieuwe gewijzigde tekst opgenomen van de bepaling uit de regeling. De integrale tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling is tevens als bijlage opgenomen bij deze brief. a. extra zienswijzemogelijkheid raden bij besluiten De verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden gold voorheen enkel voor de begrotingsprocedure.
Daar komt nu bij dat in de regeling een bepaling moet worden opgenomen waarin een keuze wordt gemaakt of er specifieke besluiten – anders dan over de begroting – ter zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden. Er kan ook voor worden gekozen om geen extra besluiten – anders dan over de begroting – voorafgaand aan de raden ter zienswijze voor te leggen.
Blad: Datum:
2/9 20 maart 2024
Oorspronkelijk voorstel tekst: Zienswijze Artikel 10a 1. Er zijn geen besluiten aangewezen waarover de raden van de gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het algemeen bestuur kan indien het dat nodig acht een besluit voorafgaand aan het nemen van het besluit ter zienswijze voorleggen aan de raden van de gemeenten, en bepaalt in dat geval tevens de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven. Albrandswaard: akkoord Barendrecht: akkoord Capelle aan den IJssel: zienswijze bij strategische beleidskeuzes en te stellen kaders Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: akkoord Lansingerland: zienswijze bij besluiten tot wijziging basistakenpakket, en mogelijkheid indienen ongevraagde zienswijzen met beschikbaar zijn van een bestuurlijke planning met voorgenomen besluiten Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord Ridderkerk: akkoord Rotterdam: zienswijze bij grote beleids- en/of structuurwijzigingen en bij evaluatie Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: De gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond is een beleidsarme regeling. Tijdens het bestaan van de regeling is ook gebleken dat enkel besluitvorming plaatsvindt over de begroting.
Een aantal gemeenteraden (Capelle aan den IJssel, Rotterdam) geeft aan dat zij graag om zienswijze worden gevraagd voorafgaand aan besluitvorming over belangrijke besluiten die raken aan strategische beleidskeuzes en kaders en/of structuurwijzigingen. Daarnaast verzoekt één gemeenteraad (Lansingerland) om zienswijze gevraagd te worden ten aanzien van besluiten tot wijziging van het basistakenpakket, en ongevraagd zienswijze te kunnen geven waarbij een bestuurlijke planning met voorgenomen besluiten beschikbaar wordt gesteld. Een besluit over de omvang en inhoud van het basistakenpakket – en dus ook besluiten tot wijziging van het basistakenpakket – is gekoppeld aan de tarieven, en is dus alleen aan de orde bij de begroting. De raden worden hierover altijd om zienswijze gevraagd (zie ook art. 35 lid 3 Wgr). Er is dus geen aanleiding om de tekst van de regeling op dit punt aan te passen. Voorts is in de wet geregeld hoe er met zienswijzen moet worden omgegaan. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt er aan de eerder voorgestelde bepaling toegevoegd dat wanneer er sprake is van besluiten over grote beleids- of structuurwijzigingen, deze aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd.
Blad: Datum:
3/9 20 maart 2024
Het voorafgaand aan een evaluatie van de regeling vragen om zienswijze past minder goed bij de bedoeling van dit nieuwe instrument. Hier wordt daarom niet voor gekozen. Wij zien voorts weinig meerwaarde om een bepaling op te nemen over het ongevraagd kunnen indienen van zienswijzen. Er wordt op meerdere wijzen actief en gevraagd informatie verstrekt aan de raden. Het moge voor zich spreken dat het de raden vrij staat om via die wegen input te leveren als zij daar zelf aanleiding toe zien. Nieuw voorstel tekst: Zienswijze Artikel 10a 1. Bij besluiten over grote beleids- of structuurwijzigingen wordt aan de raden van de gemeenten de mogelijkheid geboden een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het bestuur kan voorts indien het dat nodig acht, een besluit voorafgaand aan het nemen van het besluit ter zienswijze voorleggen aan de raden van de gemeenten, en bepaalt in dat geval tevens de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven. b. evaluatie regeling In de regeling moet iets worden opgenomen over evaluatie van de regeling. Er kan o.a. worden gekozen waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Er kan ook voor worden gekozen om de regeling niet te evalueren.
Oorspronkelijk voorstel tekst: Evaluatie Artikel 31a Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie, alsmede de wijze van evalueren vast. Daarbij worden de colleges gehoord. Albrandswaard: akkoord Barendrecht: evaluatie elke bestuursperiode van vier jaar, in derde jaar (eerste in 2024) Capelle aan den IJssel: evaluatie elke bestuursperiode van vier jaar, in derde jaar (eerste in 2024) Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: evaluatie ook op verzoek van deelnemende gemeente Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: evaluatie moet aansluiten op begrotingscyclus, opnemen hoe resultaten evaluatie worden verwerkt en gedeeld met gemeenteraad Ridderkerk: evaluatie elke bestuursperiode van vier jaar, in derde jaar (eerste in 2024) Rotterdam: periodiek evalueren (bijvoorbeeld iedere 7 jaar) Schiedam: periodiek evalueren, gelijktijdig met het besluit van de nieuwe begrotingscyclus in het AB, door een onafhankelijke partij, waarbij in ieder geval het wettelijke basistakenpakket wordt geëvalueerd Vlaardingen: onafhankelijke tweejaarlijkse evaluatie, met als doel eventuele problemen – zoals discussies over prijsstijgingen en inhoud basistakenpakket, in vroeg stadium te kunnen signaleren en tijdig kunnen handelen Voorne aan Zee: akkoord
Blad: Datum:
4/9 20 maart 2024
Vanuit een groot aantal gemeenteraden is duidelijk het signaal gekomen dat zij graag concreter in de regeling opgenomen zien dat een periodieke evaluatie plaatsvindt, en dat zij op de hoogte willen worden gesteld van de uitkomsten. Een kleiner aantal gemeenteraden (Schiedam, Vlaardingen) verzoekt dat de evaluatie wordt uitgevoerd door een onafhankelijke partij. Een enkele gemeenteraad (Krimpen aan den IJssel) verzoekt om op te nemen dat kan worden verzocht door een deelnemende gemeente om te evalueren. Er wordt tegemoetgekomen aan de zienswijzen door alsnog een periodieke evaluatie op te nemen in de regeling. Daarbij wordt er niet gekozen dat de evaluatie moet worden uitgevoerd door een onafhankelijke partij, omdat dit onnodig een aanzienlijk kostenverhogend effect met zich mee zou brengen. Er is gekozen voor een evaluatie elke vier jaar, na afloop van het derde jaar van een raadsperiode. Dit sluit het beste aan bij de verschillende naar voren gebrachte zienswijzen, en hiermee wordt een goede balans getroffen tussen inspanning en kosten enerzijds en te verwachten opbrengsten en resultaten anderzijds. Vaker evalueren is niet passend gelet op het extra beslag op de organisatie en ondersteuning dat zou vergen. Zeker als het doel is om discussies over prijsstijgingen en inhoud basistakenpakket vroegtijdig te kunnen signaleren; hiervoor is evaluatie niet het geschikte instrument.
Over deze onderwerpen vindt vanzelfsprekend voortdurend overleg plaats, waarbij vroegtijdig wordt geïnformeerd en ruimte is om hierover van gedachten te wisselen. Indien een (of meerdere) gemeente(n) meent/menen dat er tussentijds reden is om te evalueren, kan dat in het AB worden ingebracht, en kan het AB daarover een besluit nemen. Nieuw voorstel tekst: Evaluatie Artikel 31a 1. Het functioneren van de regeling wordt elke vier jaar, na afloop van het derde jaar van een raadsperiode, door het algemeen bestuur geëvalueerd. Het algemeen bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie, alsmede de wijze van evalueren vast. Daarbij worden de colleges gehoord. De evaluatie heeft in ieder geval betrekking op het basistakenpakket. 2. Het algemeen bestuur kan voorts besluiten het functioneren van de regeling te evalueren op elk ander moment als daartoe aanleiding bestaat. 3. De raden worden op de hoogte gesteld van de uitkomsten van een evaluatie. c. participatie In de regeling moet iets worden bepaald over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling. Er kan ook voor worden gekozen van deze vorm van participatie af te zien, maar ook dan moet dat worden bepaald in de regeling.
Oorspronkelijk voorstel tekst: Participatie Artikel 31b De mogelijkheid tot participatie als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt niet geopend.
Blad: Datum:
5/9 20 maart 2024
Albrandswaard: akkoord Barendrecht: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Capelle aan den IJssel: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: waar wettelijk vereist of AB het wenselijk acht betrekken belanghebbenden bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid; spreekrecht in vergaderingen AB, nader geregeld in reglement van orde Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: meerwaarde integreren burgerparticipatie in beleidscyclus, concrete afspraken maken over wijze waarop belanghebbenden worden betrokken bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid Ridderkerk: spreekrecht in vergaderingen AB over geagendeerde onderwerpen, reglement van orde regelt aanmelding, toelating en spreektijd Rotterdam: akkoord Schiedam: spreekrecht in vergaderingen AB, duidelijke route voor participatie in regeling Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: Een flink aantal gemeenteraden ziet als invulling van participatie graag een mogelijkheid opgenomen in de regeling voor spreekrecht van belanghebbenden in vergaderingen van het AB. In principe bestaat die mogelijkheid in de huidige situatie ook al.
Er wordt echter tegemoetgekomen aan de zienswijzen van de raden, door hier nu expliciet iets over op te nemen in de regeling. Hoe er aan het spreekrecht invulling wordt gegeven – denk aan wijze van aanmelden, spreektijd, en eventuele beperkingen – moet nog nader worden uitgewerkt in het reglement van orde. Nieuw voorstel tekst: Participatie Artikel 31b 1. Belanghebbenden hebben een spreekrecht in elke openbare vergadering van het algemeen bestuur over geagendeerde onderwerpen. 2. Het reglement van orde bepaalt op welke wijze invulling gegeven wordt aan het spreekrecht. d. actieve informatieplicht Het bestuur van het openbaar lichaam moet de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen geven die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken; in de regeling moet iets worden bepaald over de wijze waarop deze inlichtingen worden verstrekt. Voorstel tekst: Artikel 12 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden en de colleges van de gemeenten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De betreffende inlichtingen aan de raden worden
Blad: Datum:
6/9 20 maart 2024
schriftelijk verstrekt via de griffies van de gemeenten of via bijeenkomsten waarvoor alle raadsleden van alle deelnemers zullen worden uitgenodigd. Albrandswaard: akkoord Barendrecht: opnemen dat verslagen AB, vastgestelde begroting, jaarrekening en accountantsrapportage in ieder geval behoren tot inlichtingen die worden verstrekt aan de raden Capelle aan den IJssel: akkoord Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: akkoord Lansingerland: vergaderstukken AB gelijktijdig beschikbaar stellen voor raad; raad ontvangt graag tijdig informatie over ontwikkelingen die overschrijding begroting kunnen veroorzaken, raken aan cruciale zorg voor inwoners, of ontwrichtende werking kunnen hebben op functioneren GGD; jaarlijkse raadsinformatieavond Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord Ridderkerk: opnemen dat verslagen AB, vastgestelde begroting, jaarrekening en accountantsrapportage in ieder geval behoren tot inlichtingen die worden verstrekt aan de raden Rotterdam: akkoord Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: De stukken voor het AB staan altijd twee weken van tevoren op Notubiz. Notubiz is voor wat betreft het AB gedeelte openbaar toegankelijk, waarmee de stukken voor raadsleden op hetzelfde moment beschikbaar zijn als voor bestuurders. De link naar de GGD-site van Notubiz is GGD Rotterdam-Rijnmond (notubiz.nl).
Op de website van de GGD staan ook de begrotingen, jaarverslagen, tussentijdse rapportages, verslagen van het AB, verslagen van het DB, en alle andere vergaderstukken. Voorts kan de GGD altijd op verzoek in een raad verschijnen als hier belangrijke overwegingen en redenen voor zijn. Wij zien om die reden geen aanleiding om de tekst van de regeling op dit punt aan te passen. e. financiële gevolgen uittreding (voor het vermogen van het openbaar lichaam) De regeling moet bepalingen bevatten over de gevolgen van uittreding. Nieuw is dat ook iets moet worden opgenomen over de gevolgen voor het vermogen van het openbaar lichaam. Dit is een afweging van meer technische aard. Hierbij wordt aangesloten bij een min of meer standaardtekst die ook in andere – reeds aangepaste – gemeenschappelijke regelingen in den lande wordt gebruikt. Voorstel tekst: Uittreding Artikel 28 (…) 4. De uittreedsom bestaat in beginsel uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 5. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten op het moment van uittreding te maken door het lichaam, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Blad: Datum:
7/9 20 maart 2024
6. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten binnen een periode van vijf jaar vanaf het moment van uittreding te maken door het lichaam, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Albrandswaard: akkoord Barendrecht: akkoord Capelle aan den IJssel: akkoord Goeree Overflakkee: akkoord Krimpen aan den IJssel: anders uitwerken, van mening dat na wetswijziging AB niet langer condities uittreding kan bepalen Lansingerland: akkoord Maassluis: akkoord Nissewaard: akkoord Ridderkerk: akkoord Rotterdam: akkoord Schiedam: akkoord Vlaardingen: akkoord Voorne aan Zee: akkoord Reactie: De wet is op dit onderdeel gewijzigd omdat voorheen vaak in gemeenschappelijke regelingen werd volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het (algemeen) bestuur de uittreedvoorwaarden vaststelt. Om die reden moeten nu in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Wij menen dat met de voorgestelde wijzing van de regeling wordt voldaan aan de in de wet opgenomen vereisten.
Dat er een rol voor het algemeen bestuur blijft weggelegd om bij uitreding daar verder invulling aan te geven om maatwerk te kunnen bieden blijft onzes inziens nog steeds mogelijk. Overigens zal uittreding bij een verplichte regio gebonden gemeenschappelijke regeling, zoals de GR GGD RR op grond van de Wpg, niet snel aan de orde zal zijn. Wij zien dus geen aanleiding om de tekst van de regeling op dit punt aan te passen. f.
overige punten zienswijzen
Krimpen aan den IJssel: onvoldoende komt tot uiting dat GGD R-R onderdeel is van de organisatie van de gemeente Rotterdam; handhaven artikel 29 lid 2 van de regeling Voorstel tekst: Wijziging Artikel 29 1. Een voorstel aan de gemeenten tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door ten minste drie gemeenten. 2. Alle colleges van de gemeenten dienen in te stemmen met een besluit tot wijziging van deze regeling. 3. De wijziging van de regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de gemeenten bekend is gemaakt op de in iedere gemeente gebruikelijke wijze.
Blad: Datum:
8/9 20 maart 2024
Reactie: Dat de uitvoering van alle taken van het openbaar lichaam volledig is belegd bij de gemeente Rotterdam komt onder meer tot uitdrukking in artikel 1, aanhef en onder f, van de regeling en de toelichting daarbij, en verder ook in het algemene deel van de toelichting. Het tweede lid van artikel 29 wordt geschrapt omdat de procedure tot wijziging wordt geregeld in de wet (art. 1 lid 1 Wgr). Het is niet de bedoeling om dat te herhalen in lagere regelingen. Bovendien leverde de terminologie “in te stemmen met” in de praktijk verwarring op; vanzelfsprekend gaan de colleges – die immers samenwerken in deze gemeenschappelijke regeling – over wijziging van de regeling. Zij hoeven dus niet in te stemmen, sterker nog, zij moeten allen een besluit nemen tot wijziging van de regeling. Wij zien derhalve geen aanleiding om deze zienswijze over te nemen. Nissewaard: indien nodig moet het AB de mogelijkheid hebben een “onderzoekscommissie in te stellen, onder voorbehoud van instemming van de overige deelnemers”; tevens opnemen in regeling dat implementatie wijzigingen (burgerparticipatie en onderzoekscommissie) binnen bestaande begroting moet blijven Reactie: Niet helemaal duidelijk is wat hiermee wordt bedoeld of beoogd.
Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling is een grondslag gecreëerd voor de raden om gezamenlijk voor te stellen aan het AB om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen (art. 24a Wgr). Hiervoor hoeft de regeling zelf niet gewijzigd te worden. Tegelijkertijd is ook de Gemeentewet gewijzigd, waarmee een grondslag is gecreëerd voor de raden om tezamen een gemeenschappelijke onderzoekscommissie in te stellen (art. 155g Gemw). Die bevoegdheid ligt dus bij de raden, niet bij het AB. Ook hiervoor geldt dat de regeling zelf niet gewijzigd hoeft te worden. Tot slot bestaat overigens ook nog altijd de mogelijkheid om een adviescommissie in te stellen door het AB op grond van de gemeenschappelijke regeling (art. 22 GR GGDRR). Wij zien daarom geen aanleiding om een extra bepaling in de regeling op te nemen over een door het AB in te stellen onderzoekscommissie. Dit geldt evenzeer voor het opnemen in de regeling dat de aanvullende instrumenten op een kosteneffectieve wijze geïntegreerd worden en geen extra druk leggen op de financiële middelen van de deelnemende gemeenten. Vanzelfsprekend is dit wel altijd het uitgangspunt.
Rotterdam: behoefte aan een jaarlijkse (proces)brief van het college per gemeenschappelijke regeling Reactie: Er zijn reeds afspraken gemaakt over een jaarlijkse (proces)brief waarin over alle gemeenschappelijke regelingen gezamenlijk wordt geïnformeerd. Om die reden is er ook geen aanleiding om dit in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Schiedam: behouden unanimiteit besluitvorming over basistakenpakket, ook unanimiteit besluitvorming bij besluit over omvang en tarieven
Blad: Datum:
9/9 20 maart 2024
Reactie: De achterliggende reden voor de voorgestelde wijziging van de regeling op dit punt is om uniformiteit aan te brengen in de regeling, en onduidelijkheid tussen bepalingen weg te nemen. Het blijft echter de bedoeling dat een besluit om niet wettelijk aan de GGD opgedragen taken aan het basistakenpakket toe te voegen unanimiteit vereist. Het voorstel voor wijziging van artikel 4 lid 1 sub c, is op dit punt dan ook aangepast. In de toelichting is verder verduidelijkt dat het gaat om alle niet wettelijke aan de GGD opgedragen taken, waar voorheen stond enkel niet-Wpg taken. De voorgestelde wijziging van artikel 10 is een samenvoeging van artikel 10 en artikel 31 (dat daarmee vervalt), waarmee geen inhoudelijke wijziging wordt beoogd. Nieuw voorstel tekst: Taken Artikel 4 1. In het kader van de doelstelling heeft het lichaam de volgende taken: a. het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van volksgezondheidstaken, welke aan de gemeenten zijn opgedragen; b. het doen uitvoeren van de gemeentelijke taken bij of krachtens de wet, voor zover deze taken behoren tot het basistakenpakket; c. al die taken ten aanzien waarvan het algemeen bestuur unaniem heeft besloten dat deze tot het basistakenpakket dienen te worden gerekend.
Toelichting: Artikel 4 taken Omdat het kan voorkomen dat gemeenten gezamenlijk taken willen afnemen die buiten het kader van de Wpg vallen, is in het eerste lid, onder c, opgenomen dat het algemeen bestuur ook kan besluiten niet wettelijk aan de GGD opgedragen taken tot het basistakenpakket te rekenen. Hiervoor is wel een unaniem besluit nodig van een voltallig algemeen bestuur.
Wij danken u voor uw inbreng, en gaan ervan uit met deze brief genoegzaam te hebben gereageerd op de door uw raden naar voren gebrachte zienswijzen. De definitieve gewijzigde tekst van de regeling zal hierna nog, via een raadsvoorstel van uw colleges, aan u worden voorgelegd ter toestemming. Namens het Algemeen Bestuur van de GGD Rotterdam-Rijnmond,