bijlage 1 - brief Ministerie VWS over Interbestuurlijk toezicht WMO
Tekst van het document
.a > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
Gemeente Krimpen aan den Ilssel Griffie T.a.v. de heer Onno Vliegenthart Postbus 200 2920 AE KRIMPEN AAN DEN IJSSEL
Welzijn en Sport
Krmpen aan den {Jszc? Bezoekadres:
27 JUL. 202 ZK I
..
___j
Parnassusplein 5
2511 VX Den Haag T 070340 79 11 F 070 340 78 34 www.ryksoverhead.nl
Inlichtingen bij M. K0p (Senior) Beleidsmedewerker m.kop@mnvwws.n»
Kenmerk
Datum Betreft
2 2 JULI 2021
Interbestuurlijk toezicht
Geachte leden van de raad, Gemeenten hebben op grand van de Wmo 2015 de verantwoordelijkheid maatschappelijke ondersteuning te bieden aan alle inwoners die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn en zonder deze ondersteuning niet kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Een zorgvuldig onderzoek naar aanleiding van een hulpvraag is van groat belang, gezien de beoordelingsruimte en verantwoordelijkheid die het college heeft voor het vaststellen van de Wmoondersteuning die aan een persoon wordt verstrekt. In dit verband heb ik kennisgenomen van het gegeven dat uw gemeenteraad op 3 juni 2021 heeft ingestemd met het raadsvoorstel tot onder andere het wijzigen van artikel 3, lid 2 sub a van de Verordening maatschappelijke ondersteuning per 1 juli 2021. Met deze wijziging wordt een andere invulling gegeven aan de begrippen 'eigen kracht' en 'zelfredzaamheid' en luidt als volgt: "bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt bij de beoordeling eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de financiéle mogelijkheden (zelfredzaamheid) meegewogen." Daarnaast heeft het college in een op 15 juni 2021 vastgestelde beleidsregel een invulling gegeven aan de begrippen eigen kracht, zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden als bedoeld in de Wmo 2015 en artikel 3, lid 2 sub a van de Verordening maatschappelijke ondersteuning. Deze beleidswijziging biedt het college per 1 juli jl.
de mogelijkheid om de inwoners van Krimpen aan den Ilssel hulp bij het huishouden te onthouden op een wijze in die strijd is met de wmo 2015. Ik licht dit hieronder nader toe. Wettelijk kader De wetgever heeft gemeenten in verband met de uitvoering van de Wmo 2015 beleidsruimte gegeven, maar deze wordt in ieder geval begrensd door artikel 2.3.5 lid 3 van de Wmo 2015. Dit artikel bepaalt dat een maatwerkvoorziening,
3232172-1007533-D0MO
Bijlage(n)
Correspondente uitslaitend rchten aan het retouradres met vermeldmg van de datum en het kenmerk van deze brief.
rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 2.3.2, een passende bijdrage moet leveren aan het realiseren van een situatie waarin een inwoner van een gemeente in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Het college onderzoekt daarbij onder andere de mogelijkheden van een persoon om op eigen kracht de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie te verminderen. De Wmo 2015 laat, bij de beoordeling of een inwoner van een gemeente in aanmerking komt voor hulp en ondersteuning op grand van deze wet, geen ruimte om de eigen financiële middelen van inwoners onder het begrip 'eigen kracht' te scharen (artikelen 2.3.2 lid 4 sub b en 2.3.5 lid 3 van de Wmo 2015). Dit is expliciet het uitgangspunt geweest tijdens de parlementaire behandeling, zowel bij de totstandkoming van de Wmo 2015 als bij de wijziging van de Wmo 2015 die betrekking had op de invoering van het abonnementstarief, en is ook meerdere malen bevestigd in rechtspraak.2 In de memorie van toelichting van de Wmo 2015 zijn hierover onder meer de volgende passages opgenomen: "Uitgangspunt van dit wetsvoorstel is dat maatschappelijke ondersteuning beschikbaar is voor degenen die daarop zijn aangewezen, ongeacht de hoogte van het inkomen of vermogen.
De regering kiest niet voor het hanteren van een inkomens- dan we/ vermogensgrens of toets die bepaalt of iemand in aanmerking komt voor ondersteuning uit hoofde van dit wetsvoorstet. Inkomensbeteid btijft de verantwoordelijkheid van het Rijk en de regering is niet voomemens de systematiek van de eigen bijdrageregeling te wijzigen." "In het gesprek dat de gemeente met een cliênt voert, moet de hoogte van de eventueel verschuldigde bijdrage voor de voorziening betrokken worden. De gemeente mag de aanvraag van een c/iënt die een voorziening zelf, zonder tussenkomst van de gemeente, zou kunnen bekostigen getet op de hoogte van het inkomen en vermogen in retatie tot de bijdrage, niet op die grond afwijzen. Dat neemt niet weg, dat de gemeente in het gesprek met financieel draagkrachtige cliénten natuurlijk wel mag wijzen op de mogelijkheid de voorziening zelf te financieren. Ats de ctiënt dat wit en ook in staat is om dat zelf te organiseren, kan dat de juiste aanpak zijn. De cliént kiest er dan voor de voorziening zelf buiten de gemeente om te regelen."
pe bedoeling van de wetgever ten aanzen van de beoordeling van de 'egen kracht' rs niet gewjzigd als gevolg van de invoerng van het abonnementstarief. In de memorie van toehchting bij de Wet abonnementstarief Wmo 2015staat: "De gemeente kan iemand niet de toegang tot de Wmo ontzeggen, enkel op basis van zijn inkomen en vermogeno, hetgeen nu ook al het geval is. Gemeenten hebben en houden de mogelijkheid om de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van andere personen in het socaal netwerk of het gebrurkmakmg van algemene voorzeningen te betrekken biy hun beoordeling van een ondersteuningsvraag. Dit uitgangspunt van de Wmo 2015 wordt ongemoeid gelaten". Kamerstukken II, 2018/19, 35093, nr. 3 biz. 3. Ze Kamerstukken II, 2013/14 33841, nr. 3 blz. 44-45 voor de opgenomen passage uit de memorie van toelchting en onder andere de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 20 februar1 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:772) en 13 mei 2020 (ECLI:NL:CRV:2020:1099).
Kenmer 3232172-1007533-DMO
Gesprekken in het kader van interbestuurlijk toezicht Over de door u in strijd met de Wmo 2015 ingevoerde inkomenstoets zijn, in het kader van het interbestuurlijk toezicht, in de afgelopen periode gesprekken gevoerd tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS) en het college. Desgevraagd heeft uw gemeente voorafgaand aan deze gesprekken de relevante stukken met betrekking tot de (totstandkoming van) de besluitvorming verstrekt. Op 15 juli 2021 heb ik vervolgens een onderhoud gehad met de heer van der Wal, wethouder Sociaal Domein. Uit de diverse gesprekken is gebleken dat het college van mening is dat het gewijzigde beleid in overeenstemming is met de Wmo 2015 en dat het principe 'eigen kracht' naar aanleiding van de invoering van het abonnementstarief anders uitgelegd kan warden. Door uw gemeente is aangegeven dat de implementatie van het abonnementstarief tot hoge(re) uitgaven leidt en daardoor een financieel probleem vormt voor uw gemeente, aangezien ook personen met hoge(re) inkomens gebruik maken van huishoudelijk hulp. Dit was volgens uw gemeente voor de invoering van het abonnementstarief en de toepassing van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage nog niet het geval.
Ik heb, net zoals in eerdere gesprekken is gewisseld, aangegeven dat ik uw interpretatie dat de invoering van het abonnementstarief ruimte biedt om het begrip 'eigen kracht' ruimer te interpreteren zodat daaronder ook financiêle draagkracht valt, niet deel. Ik heb toegelicht dat Rijk en VNG in een gezamenlijk proces werken aan mogelijke beleidsopties voor zowel de korte als de lange termijn. Dit proces kan een reden zijn om de besluitvorming alsnog niet in werking te laten treden en/of op te schorten. Interbestuurlijk toezicht Besluiten van gemeentelijke bestuursorganen die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang kunnen door de Kroon warden vernietigd op grand van artikel 132, vierde en vijfde lid, Grondwet en artikel 268 Gemeentewet. Om te bepalen of tot ingrijpen wordt overgegaan, warden de stappen in de 'interventieladder', die is opgenomen in het beleidskader schorsing en vernietiging, doorlopen. Deze bestaat uit zes stappen: 1. Signaleren: signaleren dat een besluit mogelijk in strijd is met het recht of algemeen belang. 2. Eerste beoordeling: indien een besluit mogelijk voor vernietiging in aanmerking komt, wordt een eerste beoordeling door de vakminister gemaakt.
Nagegaan wordt of het besluit ontvankelijk is door te onderzoeken of sprake is van een besluit ofwel een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling en of andere (rechts)middelen tegen het besluit openstaan. 3. Informatie opvragen: indien het besluit ontvankelijk is bevonden, wordt het onderzoek naar de strijd met het recht of algemeen belang gestart. Daarbij wordt in ieder geval informatie bij het betrokken bestuursorgaan opgevraagd. 4. Schorsen: de Kroon kan tot schorsing van het besluit overgaan ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen als gevolg van het besluit of schadelijke risico's. 5. Informeren uitkomst onderzoek en overleg: indien de Kroon zich over het besluit een oordeel heeft gevormd, dan wordt het betrokken
Kenmerk 3232172-1007533-0M0
6.
bestuursorgaan daarvan op de hoogte gesteld. Als de Kroon van oordeel is dat aanleiding bestaat het besluit wegens strijd met het recht of het algemeen belang voor vernietiging voor te dragen dan wordt het betrokken bestuursorgaan gelegenheid tot overleg geboden. Voordracht voor vernietiging: Indien het overleg er niet toe leidt dat de bezwaren van de minister warden weggenomen, dan wordt het besluit voor vernietiging voorgedragen. Het betrokken bestuursorgaan wordt hier op voorhand van op de hoogte gesteld.
Conform de stappen in de 'interventieladder' kan de Kroon zo nodig en uiteindelijk gebruikmaken van de instrumenten schorsing en vernietiging conform artikel 268 van de Gemeentewet en afdeling 10.2.2 en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Een vernietiging geschiedt bij Koninklijk Besluit (ingevolge artikel 132, vierde en vijfde lid, van de Grondwet). Bij de toepassing van dit instrument gelden de uitgangspunten van het beleidskader 'schorsing en vernietiging' (TK 2009-2010, 32389, nr. 5).° Afspraak herziening verordening maatschappelijke ondersteuning Zoals besproken met de heer van der Wal op 15 juli 2021, wordt u in de gelegenheid gesteld om artikel 3, lid 2 sub a van de verordening maatschappelijke ondersteuning van uw gemeente en de op 15 juni 2021 vastgestelde beleidsregel in overeenstemming te brengen met de uitgangspunten van de Wmo 2015. Ik verzoek u mij voor 15 oktober 2021 te informeren of u inderdaad van plan bent i) de raad voor te stellen de verordening te wijzigen, ii) uw beleidsregel aan te passen, zodanig dat de strijdigheid met de Wmo 2015 wordt opgeheven en aan te geven binnen welke tijdspanne deze aanpassingen kunnen zijn voltooid. Macht u dit niet van plan zijn, dan zullen de stappen volgend op de huidige stap 3 in de interventieladder' in gang worden gezet.
Indien de minister vervolgens over uw besluitvorming een formeel oordeel heeft gevormd dan word! u conform stap 5 in de 'interventieladder' daarvan op de hoogte gesteld. In het geval de minister aan de hand van het onderzoek oordeelt dat het besluit wegens strijd met het recht of het algemeen belang voor vernietiging door de Kroon voorgedragen kan warden, dan wordt u in die fase van het interventieproces nogmaals gelegenheid tot overleg geboden (conform artikel 10:41 lid 1 van de Awb). Tot slot Ik ga ervan uit dat u de Verordening maatschappelijke ondersteuning voor de gestelde termijn in overeenstemming brengt met de Wmo 2015 en dat het college de op 15 juni 2021 vastgestelde beleidsregel in overeenstemming brengt met de Wmo 2015. In dat geval zijn verdere maatregelen van de zijde van de Rijksoverheid niet nodig. Macht u behoefte hebben aan ondersteuning bij het wijzigen van het beleid of aan een nader gesprek, dan ben ik hiertoe uiteraard bereid. Indien u over (aanvullende) informatie beschikt die relevant is voor de verdere toepassing van het interbestuurlijk toezicht, dan verneem ik dat graag. Deze brief is oak verzonden aan het college van B&W van Krimpen aan den Ilssel. Een afschrift van deze brief wordt verzonden aan de VNG en de Tweede Kamer.
°
1terestuurhjk toezcht
Gemeenten_I Rjksoverhed,n
Ken merk 3232172-1007533-OMO
Jk vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Kenmerk 3232172-1007533-DMO
Hoogachtend, de directeur-generaal Langdurige Zorg,
drs. Ernf .k. van Koesveld