CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Toezeggingen commissievergadering 251002 Meerjarenplanning BOR

Gemeenteraad 16 oktober 2025, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte 2025-20351.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording toezeggingen Meerdere fracties | Raadsvoorstel Meerjarenplanning BOR 2025-2035 | 7 oktober 2025 Vraag 1 Een bomeneffectanalyse (van het project Weegbree). Antwoord vraag 1 Deze kunt u vinden op de projectwebsite (onder het kopje ‘zie ook’). Zie: https://krimpenaandenijssel.nl/dossiers/weegbree-en-omgeving/. Vraag 2 De plantekening Weegbree met oud- en nieuw riool en indien mogelijk ook de kabels- en leidingen (inclusief bomen). Antwoord vraag 2 Zie bijlage Vraag 3 Een overzicht van criteria voor het behouden van bomen binnen en riolerings- en herstraatproject. Antwoord vraag 3 Criteria voor een groenplan bestaan uit 3 delen (van voorbereiding tot uitvoering): Voor het opstellen van een groenplan/bomenplan zijn er veel verschillende criteria die een rol spelen en allemaal worden meegewogen om tot een uiteindelijk plan te komen. Deze criteria bestaan uit de drie delen tijdens werkvoorbereidingsfase van het project vanwege de zorgvuldige, onderbouwde en toekomstgerichte besluitvorming per individuele boom (BEA deel 1). Vervolgens kijken wij naar de bomen die helaas vervangen moeten worden naar het terugplanten van nieuwe bomen (groenplan t.b.v. de nieuwe aanplant - deel 2). Daarnaast is het voor het behouden van de bomen van belang het toepassen van beschermingsmogelijkheden tijdens de werkzaamheden die voorschreven dienen te worden in het bestek van IBKW (deel 3).

In bestek controleren wij vanuit de gemeente of er aandacht is besteed aan de volgende zakken. Criteria deel 1 - beoordelingscriteria voor het al dan niet behouden van bomen binnen een riolerings- en herstraatproject (op basis van een BEA) 1. Conditie en vitaliteit van de boom • Huidige gezondheidstoestand (vitaliteit, schade, gebreken) • Levensverwachting en stabiliteit 2. Effect van het project op de boom (m.n. wortelgestel) • Aard en omvang van graafwerkzaamheden in de wortelzone • Verwachte wortelschade (% en afstand tot de stam) 3. Beschikbare groeiruimte en toekomstperspectief

1 van 3

• •

Voldoende ruimte boven- en ondergronds voor blijvende groei Belemmeringen door herinrichting of infrastructuur

4. Waarde van de boom • Ecologische waarde, ook ecologische onderzoeken worden hierbij betrokken (QuickScan en eventueel nader flora en fauna onderzoek) • Kroonomvang en leeftijd van de boom • Klimaatadaptieve bijdrage (bijv. schaduw, koeling, waterbuffering) 5. Technische en ontwerptechnische (on)mogelijkheden • Zijn er alternatieven of ontwerpaanpassingen mogelijk om de boom te sparen? • Is verplanting of liften realistisch en zinvol? 6. Conclusie per boom basis van overlevingskans na uitvoering (behouden of indien noodzakelijk vervangen) • Op basis van bovenstaande factoren wordt per boom een inschatting gemaakt van de kans op duurzaam behoud na de werkzaamheden. Criteria deel 2 - Groenplan/bomenplan t.b.v. de nieuwe aanplant Bomenkap wordt gecompenseerd met ecologisch waardevolle herplant. Binnen de gemeente streven wij naar een toekomstbestendig bomenbestand waarin biodiversiteit, klimaatbestendigheid en ruimtelijke kwaliteit centraal staan. 7. Bomen behouden: Het staat voorop als uitgangspunt om zoveel mogelijk bestaande bomen waar mogelijk te behouden, te liften of te verplant (vanuit het advies van de BEA). Kap gebeurt alleen als er geen alternatieven zijn. 8. Nieuwe bomen: Toepassen van een mix van klimaatbestendige en inheemse boomsoorten.

Voor de soortkeuze wordt gebruik gemaakt van selectiecriteria (zoals: bestand tegen extremen en dragen bij aan de biodiversiteit). Vanuit de Nota biodiversiteit ligt de nadruk op inheemse bomen kiezen en afgewisseld met soorten die ook bestand zijn tegen klimaatsverandering en zorgen voor sterke boomstructuren en ook een bijdrage leveren aan flora en fauna. Dit voorkomt ook monoculturen. 9. Groenstructuur: Bomen worden uitgekozen die passend zijn bij een bepaald type groenstructuur (1e, 2e of 3e orde groenstructuur) er is oog voor samenhang tussen groenstructuren en ecologische functies (habitat en nest-verblijfplaatsen etc.). 10. Participatie: Inwoners worden actief betrokken bij keuzes in het groenplan/bomenplan (tijdens een inloopavond) en geïnformeerd over de beplantingskeuze welke soorten bijdragen aan de biodiversiteit etc. Ook mogen bewoners verzoeken indienen voor aanpassingen. Deze reacties worden verzameld en vervolgens beoordeeld en afgewogen waar eventueel aanleiding is voor aanpassingen. Daarbij moet het ook technisch mogelijk zijn en ingepast kunnen worden in het ontwerp. Criteria deel 3 - Beschermingsmaatregelen tijdens de werkzaamheden (bestaande bomen behouden) en aanleg nieuwe bomen

2 van 3

•

• • •

Bij ophoging worden de bestaande bomen voorzien van boombeschermingsmaatregelen (zoals fysieke afscherming met bouwhekken ook om de bodem/groeiplaats van bestaande bomen te beschermen zoals voorgeschreven in het bestek van IBKW); Voorkomen van verdichting, trillingen en beschadiging (volgens bestek IBKW); Het liften of verplanten van bomen voeren wij tijdig uit om de overlevingskansen van de betreffende bomen te verhogen. Nieuwe bomen planten in groeiplaatsen met voldoende doorwortelbare ruimte (volgens de richtlijnen en regels van het Handboek van het Norminstituut Bomen).

Vraag 4 Een uitgebreidere onderbouwing waarom de scopewijziging in de Lavendel noodzakelijk is. Wat gebeurt er als de klimaatadaptieve maatregelen nu niet worden uitgevoerd. Antwoord vraag 4 De scopewijziging is hoofdzakelijk nodig om de Lavendel in zijn geheel toekomstbestendig te maken door klimaatadaptieve maatregelen te treffen. Klimaatverandering leidt tot meer extreme weersomstandigheden, zoals hevige regenval, hittegolven, droogte, en stormen, wat kan leiden tot aanzienlijke schade aan de gezondheid, veiligheid, economie en natuur. Klimaatadaptatie is dus essentieel om de risico's te beperken, de leefomgeving toekomstbestendig te maken en de maatschappelijke schade te voorkomen. Nu het niet waarnemen van de kans van het reconstructieproject Lavendel zou ten koste gaan van de integraliteit en de kosten in de toekomst alleen maar vergroten. Het meenemen van de klimaatadaptieve werkzaamheden betekent dat de wijk wordt opgehoogd en er groene parkeervakken en een goot worden aangebracht (die voor goede waterafvoer naar het grond en oppervlaktewater zorgen) waardoor wateroverlast in de toekomst wordt voorkomen.

Vraag 5 Worden de klimaatadaptieve maatregelen betaald uit de voorziening riolering of uit de rioolheffing? De voorziening neemt de komende jaren af tot 2028, waarna deze stabiliseert, klopt dat? Wanneer deze ten laste komen van de rioolheffing, wanneer gebeurt dit? Antwoord vraag 5 De storting in de voorziening riolering en kapitaallasten met betrekking tot klimaatadaptatie zitten allebei in programma 2 en worden meegenomen in de tarieven van rioolheffing. Het verschil is dat werkzaamheden gericht op het beheer en onderhoud van het rioolstelsel uit de voorziening riolering worden betaald en klimaatadapatieve maatregelen niet. Op basis van het BBV mag voorziening alleen ingezet worden voor vervangingsinvesteringen. De klimaatadaptieve maatregelen zijn nieuwe investeringen. Deze worden na realisatie geactiveerd en afgeschreven. De kapitaallasten worden opgenomen in de rioolheffing. De stand van de voorziening is toereikend om de rioleringswerkzaamheden te bekostigen. Ook na 2035. Indien blijkt dat dit niet het geval is zullen we een voorstel doen tot eventuele verhoging (overigens is nog niet zo lang geleden de storting zelfs naar beneden bijgesteld).

3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16064560/4