Beantwoording openstaande vragen RES 1.0 n.a.v. informatieve commissie
Tekst van het document
Beantwoording vragen over de RES 1.0 Rotterdam Den Haag 1. Wat is al bekend over de positie en rol van de Raad in het vervolgproces na de RES 1.0, richting de RES 2.0? We verwachten dat de rol van de raad in het vervolg vergelijkbaar zal blijven. Dat is echter nog niet vastgelegd. Vaststelling van de RES 2.0 zal waarschijnlijk weer voorbehouden zijn aan volksvertegenwoordigende organen, waaronder dus de raad. Ook vanuit de aard van het document RES ligt dit voor de hand. Tussentijdse betrokkenheid van de raad is iets wat we net als bij de Concept RES en de RES 1.0 ook lokaal vormgeven. Zeker waar het de lokale uitwerking van de onderdelen van de RES betreft (bijvoorbeeld het concretiseren van het zoekgebied zon en de verdere vertaling van de RES naar lokaalbeleid). 2. Wat gebeurt er als er meer duurzame elektriciteit wordt opgewekt dan verbruikt? Op specifieke momenten (bijvoorbeeld een zonnig en waaierig weekend, met weinig elektriciteitsverbruik) kan de situatie ontstaan dat er meer duurzame elektriciteit wordt opgewekt dan verbruikt. Wat er dan gebeurt is complex om te beantwoorden. De RES gaat hier ook niet over. Op dit moment is het elektriciteitssysteem zo ingericht dat onbalans zo veel mogelijk voorkomen wordt.
Dit wordt gedaan door van tevoren vraag en aanbod (ook opwek van zon en wind) in kaart te brengen en deze (ook via elektriciteitsmarkt) te beïnvloeden en af te stemmen. Afhankelijk van de voorspelling zet men regelbare opwekkers zoals gascentrales en warmtekrachtkoppelingen meer of minder in. Ook zijn er bijvoorbeeld afspraken met verbruikers (denk bijvoorbeeld aan tuinders) om in zo’n situatie hun afname aan te passen. Uiteindelijk is het ook mogelijk om opwekking tijdelijk uit te schakelen (molens stil, zonnepanelen uitschakelen). 3. In alles is opslag van energie cruciaal. Niet alleen maar om te zorgen dat de GRID niet de zwakste schakel wordt maar ook dat de inwoner profijt heeft van het zelf opwekken, wellicht als decentraal energie plant (lees lokale warmtepomp, zonnepanelen, opslag in accu’s, auto of via gecomprimeerde lucht)? In hoeverre worden er in het eco systeem gekeken naar de businessmodellen voor de inwoners als ook wettelijke en technische aspecten van de lokale netbeheerders. Opslag is inderdaad een cruciaal onderdeel in de transitie. De RES benadrukt dit belang en geeft ook aan dat dit meer onderzoek vraagt. Enerzijds technisch economisch en anderzijds is het ook een vraagstuk over verantwoordelijkheden. Beiden moeten we verder onderzoeken binnen de RES. Hiermee zijn de punten dus wel benoemd en erkend maar nog niet (in detail) uitgewerkt.
In de RES staat hierover: Het behouden van een betrouwbare en betaalbare energievoorziening is een belangrijk uitgangspunt in de energietransitie en dus ook in de RES. De transitie naar een toekomstbestendig, veerkrachtig en efficiënt energiesysteem is complex. Om dit te verwezenlijken hanteert de RES vijf leidende principes, die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden: 1. We streven naar energie-efficiëntie en energiebesparing
2. We streven naar een balans van de energievraag en de energieproductie 3. We zetten hoogwaardige energie hoogwaardig in 4. We houden rekening met de eigenschappen van de nieuwe energiebronnen 5. We zien het belang van opslag en omzetting Technologieën voor opslag en omzetting zijn volop in ontwikkeling en er zijn nog veel vragen. Om die te kunnen beantwoorden, is meer onderzoek nodig we zien dit als een taak voor overheden, in samenspraak met marktpartijen en consumentenorganisaties. Nieuwe verantwoordelijkheden Voor het energiesysteem van de toekomst zijn de verantwoordelijkheden nog niet helemaal duidelijk verdeeld. Een belangrijk punt daarbij is wie de partij is die opslag en omzettingen kan beheren om de balans van het energiesysteem te handhaven. Netbeheerders mogen dit op dit moment wettelijk niet doen. Andere partijen hebben (ook) andere belangen. De eigenschappen van de nieuwe bronnen brengen veranderingen in het energiesysteem met zich mee. Om daar goed rekening mee te kunnen houden is er dus regie en nieuwe wetgeving nodig. Decentrale overheden (gemeenten, provincie en waterschappen) kunnen dit agenderen en samenwerken met de nationale overheid. 4. Qua warmte ligt Krimpen buiten of in een moeilijke locatie. Krimpen ligt echter op een ideale plaats om te kijken (en waarde toe te voegen) om naast Zon- en Windenergie uit water te halen.
Dit wordt gemist en is een mooi moment om onderzoek naar te plegen ook in combinatie met de andere Regio’s. Hoe kunnen we water in oa Elektriciteit, welke weer waarde in brandstof, lees waterstof, geeft, meenemen? 5. Krimpen, zoals de Stormpolder, heeft een ideale locatie om als innovatie kwartier te fungeren oa Lucht als water. In welke vorm is hier al over gesproken in de RES? (vraag 4 en vraag 5 zijn hieronder samen beantwoord) Er zijn twee vormen van energie uit water: warmte en elektriciteit. Warmte uit water is een lokale warmtebron. Lokale bronnen nemen we mee in onze eigen transitievisie warmte. De RES kijkt naar de meerwaarde van regionale warmtebronnen voor gemeenten. Daarmee wordt er vanuit het RES proces dus niet expliciet gekeken naar de kansen voor warmte uit water voor Krimpen. Elektriciteit uit water is wereldwijd een veel toegepaste techniek. Denk hierbij bijvoorbeeld aan alle stuwmeren. In Nederland is er weinig hoogteverschil waardoor elektriciteit uit water bijna niet toegepast wordt. Er zijn soms kleinschalige mogelijkheden bij sluizen en dammen en eventueel via innovatievere concepten zoals blue energy (energie gewonnen uit het verschil in zoutconcentratie tussen zout en zoet water). De RES heeft vanuit het Rijk de opdracht meegekregen om te zoeken naar locaties voor weersafhankelijke elektriciteitsopwekking (elektriciteit uit zon en wind).
Daarom is er niet gekeken naar de potentie van elektriciteit uit water. Recent heeft de minister een verkenning naar elektriciteit uit water (EuW) uit laten voeren. Geconcludeerd is dat kleinschalige elektriciteit uit water nu en in de toekomst op nationaal niveau te weinig potentieel heeft om onze elektriciteitsvoorziening substantieel te verduurzamen. In het onderzoek (https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/03/30/str oom-uit-water/21011856-bijlage-3.pdf) wat TNO voor deze verkenning gedaan heeft staat echter ook: “Voor een aantal EuW-opties (waterkracht bij stuwen en getijdenenergie bij
verval en stroming) is praktijktoepassing op relatief korte termijn mogelijk. Deze kunnen daarmee aan de 2030-doelen bijdragen. De opties hebben voordelen zoals een weersonafhankelijk productiepatroon en een beperkt ruimtebeslag. De kosten zijn echter vooralsnog relatief hoog vergeleken met die van windenergie en het potentieel op nationale schaal is beperkt. Echter, op regionale schaal zijn deze opties zeer interessant om de lokale energiemix te vergroenen” Het staat ons als gemeente vrij om ideeën rondom een innovatiekwartier in de Stormpolder verder uit te werken. Als we dat doen wordt zoiets meegenomen richting de RES 2.0 maar vanuit de RES wordt zoiets niet opgepakt vanwege het lokale karakter. De RES is ook geen uitvoeringsorganisatie maar meer een procesorganisatie. De RES gaat zelf dus ook geen innovatieve projecten uitvoeren. Er is daar ook geen regionaal budget voor. Het staat ons als gemeente vrij om zelf op te zoek te gaan naar innovaties. Innovaties zijn alleen niet gratis. De gemeente zal daar dan ook middelen voor beschikbaar moet stellen. 6. In welke vorm past zonne-energie en het leveren naar de grid en in de landelijke bidirectionale verrekening richting toekomstige verrekeningen en dus ook participatie? Zonne-energie is een belangrijk onderdeel van de energietransitie en vraagt samenwerking tussen de particulieren, bedrijven, overheden en netbeheerders.
Netbeheerders constateren dat zonne-energie een factor van betekenis is en dat aanpassing van het energiesysteem nodig is. Met name de plotselinge pieken vragen hierbij aandacht. Dit vraagt een slimme combinatie van slim gebruik, netverzwaring, interconnectie (het verbinden van verschillende netwerken) en opslag. De uitdaging is om dit tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten te realiseren. Dit zal ook aanpassingen vragen in de wet en regelgeving. Daarnaast is het belangrijk is dat er zicht is op de decentrale energieproductie. De netbeheerders hebben een steeds zichtbaardere kennisfunctie bij de ontwikkeling van duurzame energie. De website www.energieleveren.nl is een gezamenlijk initiatief van alle netbeheerders om alle zonnepanelen en andere duurzame energie-opwek in kaart te brengen. 7. Participatie is een van de belangrijkste items om draagvlak te krijgen….Draagvlak betekent niet voor de bühne maar echt mee laten denken….zie ook discussie Pointer afgelopen 12 april. Hoe kunnen we hiervoor zorgen? De regionale afspraak is dat het contact met inwoners en lokale spelers via de gemeente loopt. Wij hebben ervoor gekozen om rondom de Concept RES ideeën over de energietransitie en de grootschalige opwek van zon en wind op te halen bij onze inwoners en andere stakeholders. Dit is gedaan door middel van 19 interviews en een digital enquête.
De resultaten hiervan zijn verwerkt in een rapport en met de raad gedeeld. Uiteindelijk gaat het erom dat er brede steun ontstaat voor de energietransitie in al haar facetten. De komende jaren zal er vanuit verschillende processen aandacht zijn voor draagvlak door middel van participatie en communicatie. Daarbij kan het gaan om bijvoorbeeld financiële participatie dan wel meedenken in het proces. Ook in de Duurzaamheidagenda is hier veel aandacht voor. Trajecten waar dit aan de orde zal komen zijn grote zonne-energieprojecten, de mogelijke ontwikkeling van wind op de Stormpolder en
bijvoorbeeld de wijkuitvoeringsplannen die voortvloeien uit de Transitievisie Warmte. Hoe dit vormgegeven wordt zal per project/ontwikkeling verschillen. 8. Welke gedachtes zijn er over de KPI’s rondom warmte, elektra, brandstof om te sturen. Als voorbeeld Isolatie vs verbruik vs restwarmte etc…meten is weten maar wat is het begin? Concrete afspraken over het vervolg, waaronder een regionale monitoringssystematiek en eventuele KPI’s, zijn in ontwikkeling. In de uitvoeringsagenda voor de RES 2.0 maken we inzichtelijk op welke wijze we het vervolg en de monitoring inrichten. En hoe we bijsturen op het moment dat ambities moeilijk haalbaar blijken, bijvoorbeeld wanneer (te veel) zoekgebieden afvallen. Zo zetten we monitoring niet alleen in om in de gaten te houden waar al succes is behaald en waar nog kansen liggen. Het helpt ook bij het organiseren van ambtelijke, bestuurlijke en landelijke gesprekken. Die zijn nodig om verantwoordelijkheden en acties op de juiste plek te agenderen en om effectieve wet- en regelgeving en (financiële) instrumenten te organiseren.