Akte Opstalrecht
Tekst van het document
Vestiging Recht van Opstal Akte d.d. 20 februari 2025 Dossier 2023.0035000
______ Op twintig februari tweeduizend vijfentwintig, verschenen voor mij, mr. __________________________________________ , notaris te Krimpen aan den IJssel: 1. mevrouw geboren te op ______ , werkzaam ten kantore van mij, ____ notaris, kantoorhoudende te 2922 AG Krimpen aan den IJssel, __________________ Raadhuisplein 55 C, _______________________________________________________________________ te dezen handelende als schriftelijk gevolmachtigde van: __________________________ ____________________ a. , geboren te op ______ , ______________ , wonende te , ; __ b. , geboren te op ____ , , wonende te ______________________________
bij het verlenen van de volmacht handelend in hun hoedanigheid van ____________ voorzitter, respectievelijk secretaris van de vereniging: Door Combinatie ________ Verkregen (DCV), gevestigd te Krimpen aan den IJssel, kantoorhoudende te ___ 2921 AT Krimpen aan den IJssel, Waalplantsoen 3, ingeschreven in het ________ Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 40341392; en__ als zodanig die vereniging rechtsgeldig vertegenwoordigende, ter uitvoering ____ van het besluit van de ledenvergadering van zestien december tweeduizend ___ vierentwintig, van welke vergadering een uittreksel uit de notulen aan deze _____ akte is gehecht; ______________________________________________________________________________ hierna te noemen: "de Opstalhouder". ________________________________________________________ 2.
, geboren te op l ___________________ , werkzaam ten kantore van mij, notaris, __ kantoorhoudende te 2922 AG Krimpen aan den IJssel, Raadhuisplein 55 C ___ ten deze handelend als schriftelijk gevolmachtigde - blijkens een ________________ onderhandse akte, welke is gehecht aan een akte van levering op heden______ verleden voor mij, notaris - van de Publiekrechtelijke rechtspersoon ____________ Gemeente Krimpen aan den IJssel, gevestigd te Krimpen aan den IJssel, _____ kantoorhoudende te 2922 AD Krimpen aan den IJssel, Raadhuisplein 2, ______ ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder ____ nummer 54596114, ________________________________________________________________________ hierna te noemen: "de Grondeigenaar"; ______________________________________________________ De comparanten verklaarden: __________________________________________________________________ A. OMSCHRIJVING REGISTERGOED EN VOORAFGAANDE VERKRIJGING ___ 1. De "Grondeigenaar" is eigenaar van het navolgende registergoed: ________________
1 1
“De eigendom van twee percelen grond, bestaande uit voetbalvelden, ___________ parkeerplaatsen, tuinen, paden en erf met de daarop staande kantine met ______ kleedkamers, tribune en verdere opstallen te 2921 AT Krimpen aan den IJssel, Waalplantsoen 3, kadastraal bekend gemeente Krimpen aan den IJssel sectie _ A nummers 6635 en 6371, samen groot drie hectare zevenendertig are _________ tweeënnegentig centiare, ___________________________________________________________________ hierna te noemen: "het registergoed"; de van het registergoed deel uitmakende grond wordt hierna genoemd: "het terrein".
_____________________________________________ BESTAANDE OPSTALRECHTEN ________________________________________________________ In de registers van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers is ___ vermeld dat gemeld perceel gemeente Krimpen aan den IJssel sectie A _________ nummer 6371 is belast met: _______________________________________________________________ een zakelijk recht van opstal krachtens de Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 _ Nieuw Burgerlijk Wetboek, eerder gevestigd als zakelijk recht of ______________ gedoogverplichting als bedoeld in de (oud) Belemmeringenwet _______________ Privaatrecht, ten behoeve van de publiekrechtelijke rechtspersoon: __________ gemeente Dordrecht, gevestigd te Dordrecht, krachtens overschrijving in ___ de openbare registers ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de __ Openbare Registers te Rotterdam in register Hypotheken 4 deel 4199 ______ nummer 60, zulks voor het aanleggen, houden en onderhouden van ________ leidingen, en _____________________________________________________________________________ een zakelijk recht van opstal krachtens de Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 _ Nieuw Burgerlijk Wetboek, eerder gevestigd als zakelijk recht of ______________ gedoogverplichting als bedoeld in de (oud) Belemmeringenwet _______________ Privaatrecht, ten behoeve van de publiekrechtelijke rechtspersoon: __________ gemeente
Dordrecht, gevestigd te Dordrecht, krachtens overschrijving in ___ de openbare registers ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de __ Openbare Registers te Rotterdam op zesentwintig augustus___________________ negentienhonderd vierenzeventig in register Hypotheken 4 deel 4655 _______ nummer 7, zulks voor het aanleggen, houden en onderhouden van __________ leidingen.” ________________________________________________________________________________ Eigendomsverkrijging __________________________________________________________________________ 2. Het registergoed werd door de Grondeigenaar verkregen bij akte van levering, mede op heden voor mij, notaris verleden, bij afschrift in te schrijven bij de______ Dienst voor het kadaster en de Openbare Registers in Nederland in register ____ Hypotheken 4. ________________________________________________________________________________ B.
BIJZONDERE LASTEN EN BEPERKINGEN __________________________________________ Met betrekking tot het registergoed zijn aan Grondeigenaar bijzondere lasten, _______ erfdienstbaarheden en beperkingen bekend, zoals opgenomen in een akte: __________ - overgeschreven ten kantore van de Rijksdienst voor het Kadaster en de _________ Openbare Registers te Rotterdam op zevenentwintig april negentienhonderd ___ negenendertig in Register 4 deel 2541 nummer 62 van het afschrift van een ____ akte van levering – houdende kwijting voor de koopprijs – diezelfde dag voor J. Drapers, destijds notaris te Capelle aan den IJssel, verleden; ______________________ alsmede in een akte:______________________________________________________________________________ - overgeschreven ten kantore van gemelde Rijksdienst op dertien mei _____________
2
negentienhonderd achtenveertig in Register 4 deel 2816 nummer 81 van het ___ afschrift van een akte van levering – houdende kwijting voor de koopprijs – elf _ mei daaraan voorafgaande voor genoemde notaris Drapers verleden, ___________ al hetgeen wordt geacht woordelijk in deze akte te zijn opgenomen en daarmee ____ een geheel uit te maken en van welk bepaalde een kopie aan deze akte wordt ______ gehecht. _____________________________________________________________________________________________ C. OVEREENKOMST EN DE OPSTALLEN _______________________________________________ 1. Grondgrondeigenaar en opstalhouder zijn met elkaar een overeenkomst ________ aangegaan - deze overeenkomst hierna te noemen: "de overeenkomst" - over _ de vestiging door Grondeigenaar ten behoeve van opstalhouder van een ________ zelfstandig recht van opstal, inhoudende de bevoegdheid voor opstalhouder tot het instandhouden, het bouwen, repareren, onderhouden van een clubhuis met kantine, kleedkamers, tribune en verdere reeds bestaande opstallen met ________ bijbehorende kabels, leidingen en rioleringen en alle daarbij behorende __________ werkzaamheden - hierna te noemen: "de opstallen" - in mitsdien in eigendom __ te hebben op het terrein, zoals aangegeven op de aan deze akte gehechte - ___ niet ter inschrijving bestemde- tekening met kenmerk KIJ2509, de precieze _____ locatie en grootte van het
toekomstig clubhuis en aanbehoren, zullen nog _______ nader worden bepaald ______________________________________________________________________ hierna verder aangeduid als "de grond". _________________________________________________ Een kopie van de overeenkomst wordt aan deze akte gehecht. ____________________ De opstalhouder is aan de grondeigenaar geen vergoeding verschuldigd ________ wegens de vestiging van het recht van opstal. _________________________________________ 2. Het bepaalde in de overeenkomst blijft tussen Grondeigenaar en opstalhouder _ onverkort van kracht, tenzij daarvan bij deze akte nadrukkelijk is afgeweken. ___ D. VESTIGING VAN HET RECHT VAN OPSTAL ________________________________________ Ter uitvoering van de overeenkomst wordt door Grondeigenaar gevestigd en ___ door opstalhouder aanvaard het zelfstandig recht van opstal als bedoeld in _____ artikel 5:101 Burgerlijk Wetboek. Dit recht, dat hierna wordt genoemd "het ______ recht van opstal", houdt in de bevoegdheid van opstalhouder om de opstallen __ in eigendom te hebben op het registergoed.
____________________________________________ Ter zake het recht van opstal gelden de navolgende bepalingen: _______________________ Artikel 1 Duur van het recht van opstal ___________________________________________________________________ Het recht van opstal gaat in op heden - deze datum hierna te noemen: "de ___________ ingangsdatum"- en is aangegaan voor onbepaalde tijd, behoudens eventuele _______ beëindiging op de hierna in artikel 13 dan wel de overige in de wet genoemde _______ gronden. Het opstalrecht eindigt tevens indien de opstaller haar activiteiten op ______ sportcomplex Waalplantsoen staakt. __________________________________________________________ Artikel 2 Retributie. ___________________________________________________________________________________________ Opstalhouder is geen retributie aan de Grondeigenaar verschuldigd. __________________ Artikel 3
3
Kosten 1. In alle gevallen waarin de grondeigenaar een sommatie, een ingebrekestelling _ of een exploit aan de opstalhouder doet uitbrengen, of in geval van procedures tegen de opstalhouder om deze tot nakoming van de overeenkomst of ___________ ontruiming te dwingen, is de opstalhouder verplicht alle daarvoor gemaakte _____ kosten, zowel in als buiten rechte - met uitzondering van de ingevolge een ______ definitieve rechterlijke beslissing door de grondeigenaar te betalen ________________ proceskosten - aan de grondeigenaar te voldoen, indien en voorzover DCV _____ deze kosten erkent dan wel de rechter DCV tot vergoeding van deze kosten ____ heeft veroordeeld. ____________________________________________________________________________ 2. Alle kosten van deze overeenkomst en de uitvoering daarvan komen voor ______ rekening van de opstalhouder._____________________________________________________________ 3. De zakelijke lasten, die over het opstalperceel geheven worden, blijven voor ___ rekening van de grondeigenaar. ___________________________________________________________ Artikel 4 Bestemming; gebruik _____________________________________________________________________________ 1.
De opstalhouder zal het opstalperceel uitsluitend gebruiken ten behoeve van het in stand houden, het nieuw bouwen, repareren, onderhouden, onderhouden _____ van een clubhuis met kantine, kleedkamers, tribune en verdere opstallen met __ bijbehorende kabels, leidingen en rioleringen en alle daarbij behorende _________ werkzaamheden _____________________________________________________________________________ 2. De opstalhouder mag de bestemming, inrichting of gedaante van het ______________ opstalperceel niet geheel of gedeeltelijk veranderen, dan na verkregen ____________ schriftelijke toestemming van de grondeigenaar. _______________________________________ 3. De opstalhouder zal het opstalperceel als een goed opstalhouder gebruiken,_____ overeenkomstig diens aard en bestemming. ____________________________________________ Artikel 5. _____________________________________________________________________________________________ Opstallen en werken ______________________________________________________________________________ 1. De opstalhouder mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de_____ grondeigenaar in, op of boven het opstalperceel geen andere dan de ______________ overeengekomen werken zetten of plaatsen noch daarop andere werken _________ plaatsen of aanleggen.
Bij overtreding is hij verplicht die werken op de eerste ____ aanzegging van de grondeigenaar te verwijderen en alles in zijn vroegere ________ toestand te herstellen of, hierin in gebreke blijvende, te dulden dat zulks op zijn __ kosten vanwege de grondeigenaar geschiedt. __________________________________________ 2. De opstalhouder mag de met toestemming geplaatste werken voor het einde ___ van het opstalrecht wegnemen. Na de wegneming moet de opstalhouder de ____ grond in zijn vorige toestand herstellen en de schade vergoeden, welke door ___ wegneming mocht zijn toegebracht. ______________________________________________________ Artikel 6. _____________________________________________________________________________________________ Kosten, vergunningen ____________________________________________________________________________ 1. Alle kosten, die verband houden met het leggen, verwijderen, in stand houden, aanleggen en onderhouden/repareren van de gebouwen/opstallen zijn voor ____
4
rekening van de opstalhouder._____________________________________________________________ 2. Eventueel benodigde toestemmingen en/of vergunningen worden door de ______ opstalhouder aangevraagd, daar waar nodig verleent de grondeigenaar _________ hieraan zijn medewerking. Het verkrijgen van de vergunningen komt voor _______ rekening en risico van de opstalhouder. _________________________________________________ Artikel 7 Aansprakelijkheid en schade ____________________________________________________________________ 1. De opstalhouder vrijwaart de grondeigenaar voor aanspraken, die derden _______ vanwege het opstalrecht geldend maken. _______________________________________________ 2. De opstalhouder is verplicht tijdig passende maatregelen te nemen ter ___________ voorkoming en beperking van schade aan het opstalperceel. _______________________ 4. De opstalhouder is verplicht de grondeigenaar terstond op de hoogte te stellen indien dergelijke schade of een gebeurtenis als bedoeld in het zesde lid van dit artikel zich voordoet of dreigt voor te doen. _____________________________________________ 5.
De grondeigenaar is niet aansprakelijk voor schade, toegebracht aan de ________ persoon of goederen van de opstalhouder of derden - en de opstalhouder _______ vrijwaart de grondeigenaar voor derden ter zake - door het optreden en de ______ gevolgen van zichtbare en onzichtbare gebreken aan het opstalperceel, alles __ behoudens in geval van schade als gevolg van opzet of bewuste __________________ roekeloosheid van de grondeigenaar en/of van derden die in zijn opdracht ______ werken ten aanzien van het opstalperceel. ______________________________________________ Artikel 8 _____________________________________________________________________________________________ In gebruik afstaan _________________________________________________________________________________ De opstalhouder mag zonder schriftelijke toestemming van de grondeigenaar het ____ opstalrecht noch geheel, noch gedeeltelijk aan anderen onder welke titel dan ook in _ (mede)gebruik afstaan.
___________________________________________________________________________ Artikel 9 _____________________________________________________________________________________________ Bodemgesteldheid ________________________________________________________________________________ De grondeigenaar is niet bekend met feiten die erop wijzen, dat het opstalperceel __ enige verontreiniging bevat die ten nadele strekt van een normaal gebruik, dan wel van het in deze overeenkomst aangegeven door de wederpartij beoogde _____________ bijzondere gebruik, of die heeft geleid of zou kunnen leiden tot een verplichting tot _ schoning van het opstalperceel, dan wel tot het nemen van andere maatregelen. ___ Artikel 10 ____________________________________________________________________________________________ Overdracht en vestiging van rechten __________________________________________________________ Het opstalrecht kan niet worden vervreemd zonder voorafgaande schriftelijke _________ toestemming van de grondeigenaar. ___________________________________________________________ Artikel 11 ____________________________________________________________________________________________ Staat van het opstalperceel ______________________________________________________________________ 1.
De opstalhouder aanvaardt het opstalperceel in staat van onderhoud, waarin ___ het bij de ondertekening van deze akte verkeert en heeft geen aanspraak _______ jegens de grondeigenaar op grond van mogelijke gebreken in deze staat van___ onderhoud. ____________________________________________________________________________________
5
2. Het opstalperceel moet door de opstalhouder in staat worden gehouden waarin het zich bevindt op de datum van de ondertekening van deze akte. De ___________ opstalhouder is gehouden het opstalperceel bij het einde van de overeenkomst tenminste in de staat van onderhoud waarin deze verkeerde op de datum van __ ondertekening van deze akte aan de grondeigenaar op te leveren. ________________ 3. De grondeigenaar zal zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de ___ opstalhouder het opstalrecht niet met erfdienstbaarheden of andere zakelijke___ rechten dan wel kwalitatieve verplichtingen mogen belasten. _______________________ 4.
Verschil tussen de hiervoor opgegeven grootte en de werkelijke grootte van ____ het opstalperceel geeft geen aanleiding tot verhoging of verlaging van de _______ retributie noch tot enige rechtsvordering hoe ook genaamd._________________________ Artikel 12 ____________________________________________________________________________________________ Niet-nakomen van verplichtingen ______________________________________________________________ Wanneer de opstalhouder, die een der bepalingen van de overeenkomst of uit kracht daarvan gegeven voorschriften overtreedt of niet naleeft, niet op eerste aanschrijving door de grondeigenaar binnen een daarbij in redelijkheid te stellen termijn de __________ gevolgen van de overtreding herstelt of alsnog voldoet, verbeurt hij een boete van ____ maximaal tweeduizend vijfhonderd euro (€ 2.500,00), met een maximum van dertig __ duizend euro (€ 30.000,00), voor iedere maand verzuim na het verloop van de ________ gestelde termijn. In dit geval zal de grondeigenaar, onverminderd zijn bevoegdheid __ om het opstalrecht op een door hem te bepalen tijdstip te doen eindigen, op kosten __ van de nalatige opstalhouder datgene kunnen doen verrichten, waartoe de ____________ opstalhouder volgens deze bepaling verplicht is. Ook behoudt de grondeigenaar zijn _ recht op schadevergoeding.
_____________________________________________________________________ Bij overtreding of niet-naleving van elk der bepalingen, die het recht tot gebruik van __ het opstalperceel beheersen, of uit kracht daarvan gegeven voorschriften, is de _______ opstalhouder steeds door enkele overtreding of niet-naleving of door enkel verloop ___ der gestelde of te stellen termijnen in verzuim, zonder daartoe enig nadere in__________ verzuim stelling zal zijn vereist. __________________________________________________________________ Artikel 13 ____________________________________________________________________________________________ Opzegging __________________________________________________________________________________________ De opzegtermijn bedraagt twaalf maanden. De opzegging geschiedt bij exploit of _____ aangetekend schrijven. ___________________________________________________________________________ Onverminderd het in de wet bepaalde bestaan er twee opzeggingsgronden: ___________ 1. in het geval DCV niet meer bestaat of zal ophouden te bestaan (zoals bij______ faillissement of ontbinding); _____________________________________________________________ 2.
in het geval dat de veiligheid, integriteit en/of continuïteit van de _________________ sportactiviteiten op sportcomplex Waalplantsoen ernstig en/of duurzaam ______ worden bedreigd, met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf __________ kalendermaanden en nadat hierover overleg tussen partijen heeft ______________ plaatsgevonden. __________________________________________________________________________ Artikel 14 ____________________________________________________________________________________________ Beëindiging overeenkomst bij eigen gebruik _________________________________________________ 1. Bij het beëindigen van het opstalrecht treedt de grondeigenaar van rechtswege
6
in de eigendom van het opstal, onder de verplichting voor de grondeigenaar ____ om aan de alsdan gewezen opstalhouder de waarde van de opstal te ____________ vergoeden, voor zover deze opstal met vooraf verkregen schriftelijke _____________ toestemming van de grondeigenaar zijn opgericht. ____________________________________ 2. De te vergoeden waarde wordt van de opstal door de grondeigenaar en de _____ laatste opstalhouder in onderling overleg vastgesteld naar de staat waarin de __ opstal zich bevindt bij het einde van het opstalrecht. __________________________________ 3. Indien binnen twee maanden na beëindiging van het opstalrecht geen ___________ overeenstemming is bereikt, wordt de waarde vastgesteld door drie ______________ deskundigen, te benoemen binnen vier maanden na het einde van het ___________ opstalrecht en wel één door de grondeigenaar, één door de laatste _______________ opstalhouder en de derde door de twee aldus benoemde deskundigen ___________ tezamen. Bij niet-benoeming binnen de gestelde termijn van één of beide van __ door partijen te benoemen deskundigen, zal/zullen deze deskundige(n) op ______ verzoek van de meest gerede partij door de kantonrechter te Rotterdam _________ worden aangewezen.
Komen de twee deskundigen niet overeen omtrent de ____ benoeming van de derde deskundige, dan zal deze laatste op verzoek van de _ meest gerede partij eveneens door bedoelde kantonrechter worden benoemd. _ Komen de deskundigen niet overeen omtrent het bedrag van de te vergoeden _ waarde van het opstalrecht, dan zal daarvoor worden gehouden het bedrag ____ van de door de deskundigen afzonderlijk vastgestelde vergoeding, dat noch ____ het hoogste, noch het laagste is, doch het gemiddelde van de afzonderlijk ______ vastgestelde waarden. Aan de vaststelling door de deskundigen zijn beide ______ partijen gebonden. ___________________________________________________________________________ 4. Onverminderd het hiervoor bepaalde zal de gemeente, in afwijking van het _____ bepaalde in artikel 5:105, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek, tot generlei ___________ vergoeding zijn gehouden van de waarde van het opstalrecht indien het _________ opstalrecht om bij de opstalhouder gelegen redenen wordt beëindigd. ____________ Artikel 15 ____________________________________________________________________________________________ Oplevering van het opstalrecht bij einde overeenkomst ___________________________________ Het opstalperceel komt op het tijdstip van het vervallen van het recht tot gebruik van _ het opstalperceel ter vrije beschikking van de grondeigenaar.
De opstalhouder wordt geacht ten behoeve van de grondeigenaar afstand te hebben gedaan van de _________ vruchten en andere eigendommen, welke zich na de oplevering gestelde tijdstip nog _ op het opstalperceel bevinden, zonder deswege op enige vergoeding aanspraak te __ kunnen maken. _____________________________________________________________________________________ Artikel 16 ____________________________________________________________________________________________ Onherroepelijke last en volmacht ______________________________________________________________ De opstalhouder geeft aan de grondeigenaar onherroepelijke last en volmacht om na beëindiging en het tenietgaan van het recht van opstal, daarvan aantekening te laten doen in de daartoe bestemde openbare registers van het Kadaster. De kosten ________ hiervan komen ten laste van de opstalhouder.________________________________________________ Artikel 17 ____________________________________________________________________________________________
7
Kettingbeding ______________________________________________________________________________________ De artikelen 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14,15 en 16, alsmede dit artikel moeten ___ bij iedere doorlevering van het opstalrecht, zoals bedoeld in artikel 10, ten behoeve __ van de grondeigenaar door opstalhouder worden bedongen, aangenomen en _________ opgenomen in de betreffende akte van levering - voor zoveel nodig -tot dat doel ______ woordelijk opgenomen, zulks op verbeurte ten behoeve van de grondeigenaar van ___ een onmiddellijk opeisbare boete van tienduizend euro (€ 10.000,00) te verbeuren ___ door opstalhouder en door iedere (op)volgende opstalhouder, die verzuimt op te______ leggen, te bedingen, aan te nemen of te doen opnemen, onverminderd het recht van de grondeigenaar om herstel van het gemaakte verzuim te vorderen. ___________________ Overdrachtsbelasting _____________________________________________________________________________ Opstalhouder en grondeigenaar verklaren dat de waarde van het onderhavige ______ opstalrecht bedraagt: nihil. ______________________________________________________________________ Volmacht ____________________________________________________________________________________________ Van gemelde volmachten blijkt uit twee onderhandse akten, welke aan een akte ____ van levering, op heden voor mij, notaris, verleden zijn gehecht.
_________________________ Woonplaatskeuze _________________________________________________________________________________ Ter zake van de uitvoering van deze akte, ook voor fiscale gevolgen, wordt __________ woonplaats gekozen ten kantore van de bewaarder van deze akte te Krimpen aan _ den IJssel. __________________________________________________________________________________________ Slot De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend. _________________________________________ DEZE AKTE is verleden te Krimpen aan den IJssel op de datum in het hoofd van ___ deze akte vermeld.________________________________________________________________________________ De zakelijke inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht, zij hebben ____ verklaard tijdig voor het verlijden van de akte van de inhoud ervan te hebben ________ kennisgenomen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing ervan geen ____ prijs te stellen. _____________________________________________________________________________________ Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door __ de verschenen personen en vervolgens door mij, notaris, ________________________________
8
om zestien uur en twintig minuten (16:20). __________________________________________________ (volgt ondertekening) UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT
Voorkeursrecht bij vervreemding Ondergetekende, mr. , notaris te Krimpen aan den IJssel, verklaart overeenkomstig artikel 9.21 Omgevingswet dat op de onroerende za(a)k(en) geen voorkeursrecht is gevestigd.
9