4. Krimpense oplegger
Tekst van het document
Oplegger RES 1.0 regio Rotterdam Den Haag 08 april 2021
Inhoudsopgave 1. Aanleiding voor het opstellen van de RES
3
2. Proces regionale planvorming RES Van de start tot aan de Concept RES Van Concept RES naar RES 1.0
3 4 4
3. Wat staat er in de RES 1.0? Elektriciteit Warmte Brandstoffen Ingebrachte wensen en bedenkingen zijn verwerkt in de RES 1.0 Energiesysteem
5 5 6 6 7 7
4. Hoe gaan we verder na vaststelling van de RES 1.0
8
5. Tot slot
8
1. Aanleiding voor het opstellen van de RES Nederland staat voor een grote opgave om in een periode van 30 jaar een energietransitie te realiseren. Doelen van het Nederlandse klimaatbeleid, zoals wettelijk verankerd in de Klimaatwet1, zijn 49% CO2-reductie in 2030 (t.o.v. 1990), 95% CO2-reductie in 2050 (t.o.v. 1990) en een 100% CO2-vrije elektriciteitsproductie in 2050. Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord. Dat is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). Het Klimaatakkoord2 is opgebouwd aan de hand van de thema’s Elektriciteit, Gebouwde omgeving, Industrie, Mobiliteit en Landbouw en landgebruik. Er staan meer dan 600 afspraken in om de klimaat-doelstelling voor 2030 te bereiken. Eén daarvan is het opzetten van het landsdekkende Programma Regionale Energie Strategie (RES). Daarvoor is Nederland onderverdeeld in 30 energie regio’s. In zo’n regio werken overheden (gemeenten, waterschappen en provincies) samen met maatschappelijke partners, netbeheerders, het bedrijfsleven en inwoners gedragen regionale plannen uit. Dit doen zij tenminste voor: - de duurzame opwek van elektriciteit op land; - de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (aardgasvrij); - en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur.
De 30 RES’en moeten samen 35 Terawatt (TWh is de eenheid van elektrische energie) aan duurzame elektriciteit op land opwekken in 2030 door middel van zon- en windenergie. Iedere RES regio moet aangeven welk deel zij daar van voor haar rekening neemt. Ook wordt er gestreefd naar 1,5 miljoen aardgasvrije huizen en gebouwen in dat jaar. Uiterlijk 1 juli 2021 moet dit landen in een regionale energiestrategie (RES 1.0) die elke energieregio aan gaat bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP RES). Daarnaast coördineert het Rijk de realisatie van 49 TWh elektriciteitsopwek aan windenergie op zee in 2030.
2. Proces regionale planvorming RES RES regio Rotterdam Den Haag bestaat uit de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, PijnackerNootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer, Waterschap Hollandse Delta en de Hoogheemraadschappen van Schieland en Krimpenerwaard, van Delfland en van Rijnland. Samen met de Provincie ZuidHolland.
1 Sinds 1 januari 2020 van kracht. 2 Zoals gepresenteerd op 28 juni 2019 door het kabinet Rutte III.
3
Van de start tot aan de Concept RES Sinds begin 2018 is er door de deelnemers aan de RES regio Rotterdam Den Haag samengewerkt om de mogelijkheden, kansen en voorwaarden voor de Energietransitie in kaart te brengen. Dit heeft eind 2019 geresulteerd in het Energieperspectief 2050. Dat gaf een mogelijk toekomstbeeld van de energievoorziening in deze regio. De leidende principes waren betrouwbaar, betaalbaar, schoon en veilig. Ook lag de vraag op tafel welke ontwerpprincipes we zouden moeten hanteren om de energietransitie ruimtelijk in te passen. Hiervoor zijn in het voorjaar van 2019 inzichten opgehaald bij de raad. Vanaf 1 januari 2020 is de ontwikkeling van de RES conform het Klimaatakkoord gestart. De opgestelde energiestrategie diende hierbij als basis. In de periode november 2019 – februari 2020 zijn alle regiopartijen, opnieuw geconsulteerd. Daarbij zijn inzichten voor het RES-proces opgehaald. Bij de uitwerking van het energieperspectief tot de Concept RES is er veel aandacht geweest voor het betrekken van regionale partijen. Naast overheden waren vele andere partijen betrokken zoals de markt, netbeheerders, energiecoöperaties en woningcorporaties. Ook inwoners van Krimpen aan den IJssel zijn bij het RES-proces betrokken. In het voorjaar van 2020 zijn m.b.t.
de duurzame opwek van elektriciteit inzichten opgehaald en gesprekken gevoerd met inwoners via een digitale peiling en telefonische interviews3. De rapportage met de opbrengsten van deze participatie zijn met de raad gedeeld. Op 1 juni 2020 heeft de energieregio de Concept-RES ingeleverd bij het Nationaal Programma RES (NPRES). Hiermee is een tussenstand gepresenteerd van waar de regio staat in de route naar de ontwikkeling van de RES. NPRES heeft alle concept-RES’en in Nederland geanalyseerd en de daarin voorgestelde te realiseren opgaven opgeteld. Dat is gedaan om te kijken of doelstelling van 35 TWh daadwerkelijk wordt gehaald. En dat is het geval.
Van Concept RES naar RES 1.0 De inhoud van de Concept-RES is op 18 juni 2020 in de besluitvoorbereidende commissie aan de raad gepresenteerd. Ook het zoekgebied zon in Krimpen aan den IJssel is hierbij aan de orde geweest. Op 25 juni heeft de raad 8 wensen en bedenkingen vastgesteld op de Concept RES van de regio Rotterdam – Den Haag. In totaal zijn er in de energieregio Rotterdam-Den Haag 401 wensen en bedenkingen ingebracht. Hierover is gecommuniceerd in een RIB van 2810-2020. Ook is een regionaal webinar georganiseerd op 19-11-2020 waarin de hoofdlijnen van de wensen en bedenkingen gepresenteerd zijn. Op 3 februari 2021 heeft de raad de concept Nota van Beantwoording ontvangen met daarbij een RIB. Deze nota gaf alvast inzicht in hoe de wensen en bedenkingen een plaats hebben gekregen in het regionale RES-proces. Ook was er nog de mogelijkheid voor colleges en raden om tot 1 maart 2021 hier op bij te sturen. De definitieve versie van de Nota van Beantwoording van de ingediende wensen en bedenkingen vormt een bijlage bij de RES 1.0.
3 Vanwege de uitbraak van Covid-19 begin 2020 heeft het participatietraject digitaal plaatsgevonden.
4
3. Wat staat er in de RES 1.0? Nu ligt de RES 1.0 voor ter besluitvorming. De RES is een visie met daarin ambities en oplossingsrichtingen voor de energietransitie. De RES 1.0 is daarmee niet juridisch bindend voor derden. De oplossingsrichtingen zijn ontwikkeld op basis van technisch-inhoudelijke onderzoeken en analyses. In samenspraak met betrokken partijen zijn gedeelde conclusies getrokken. Op basis van verdere uitwerking van de verkenning maakt het bevoegd gezag (provincie, gemeente) politiek-bestuurlijke keuzes. De RES of uitwerkingen daarvan worden uiteindelijk verankerd in een structuur- of omgevingsvisie, waarbij inspraak mogelijk is en blijft.
Elektriciteit In de RES 1.0 spreken de regiopartijen van de energieregio Rotterdam – Den Haag de ambitie uit van 3,2 - 2,8 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit op land. Dat is onze bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh tot 2030. We dragen hiermee 8 á 9% bij aan de nationale opgave. Deze inzet bestaat uit verschillende onderdelen4. Meer dan de helft van de bijdrage (1,8 TWh) bestaat uit de opbrengst vanuit reeds gerealiseerde wind- en zonne-energieprojecten en projecten die in de pijplijn zitten. Daarvan is een aantal al in aanbouw maar is ook een deel in een andere fase van ontwikkeling. Windlocatie Stormpolder maakt hier onderdeel van uit. In figuur 8.3 uit de RES 1.0 is deze locatie terug te vinden in het gedeelte ‘pijplijn o.b.v. windconvenant. Deze locatie is namelijk opgenomen in het wind Convenant van de Stadsregio Rotterdam5. Voor de invulling van het overige deel van de regionale ambitie (1,4 TWh) zijn zoekgebieden gedefinieerd. In deze zoekgebieden zien we kansen voor nieuwe locaties voor zon- en/of windenergie. Vanwege het hoogstedelijke karakter zet de regio fors in op zon op grote daken en parkeerplaatsen. De ambitie is om in 2030 op 40% van de geschikte grote daken en parkeerplaatsen opwekking met zonnepanelen te realiseren. Het Kadaster heeft met luchtfoto’s gekeken op welke daken minimaal 60 zonnepanelen geplaatst kunnen worden.
Vervolgens is aangenomen dat 40% van die daken daadwerkelijk geschikt dakoppervlakte is. Dat is bijvoorbeeld vanwege dakramen, schoorstenen en zwakke dakconstructies. Voor Krimpen gaat het om 9,4 GWh in 2030. Naast de zoekgebieden zet de regio in op kleinschalig zon en wind. Dit laatste valt overigens officieel buiten de scope van de landelijke opgave van 35 TWh. Voor kleine daken is de ambitie 8,4 GWh in 2030. Deze ambitie is al opgenomen in het Ambitiedocument Duurzaamheid 2021-2024 en in de Duurzaamheidsagenda 2021-2024. Langs de verhaallijnen (Stedelijk gebied, Glastuinbouw, Infrastructuur, Open landschap, Wateren en waterwegen, Recreatief landschap, Natuurgebied, Standsrandzone, Bedrijventerreinen, Overig) zijn zoekgebieden geduid. Bij de invulling van zoekgebieden staat de draagkracht van de verschillende typen landschap centraal, zoals beschreven in verhaallijnen. Dit betekent niet dat overal waar draagkracht is, deze benut zal worden.
4 Zie figuur 8.3 uit de RES 1.0. 5 In de RIB van 20-02-2021 is de laatste stand van zaken van deze windlocatie beschreven.
5
De zuidelijke rand van Krimpen aan den IJssel (omgeving Tennet) valt binnen één van de zoekgebieden. Als gemeente onderzoeken we de potentie van dit gebied om een mogelijk inpassing verder te concretiseren. Uit de eerste inventarisatie lijkt deze windlocatie niet kansrijk. Mogelijk dat een klein gedeelte nog mogelijkheden biedt. Dit gaan we de komende tijd verder onderzoeken. Dit is als actie opgenomen in het Aanvalsplan zon en staat ook genoemd in de Duurzaamheidsagenda 2021-2024. Voor de hele regio is afgesproken dat we in de fase tot vaststelling van de RES 1.0 nog geen locaties af vallen.
Warmte Besparen op de warmtevraag door onder andere isoleren is een belangrijke eerste stap. We streven naar besparing van 20% of meer in de gebouwde omgeving. Onze energieregio heeft een grote potentie voor het gebruik van warmte. Naast een veelheid aan lokale bronnen, zijn ook aardwarmte en restwarmte volop aanwezig. Inzet van deze bronnen vraagt om een bovengemeentelijke warmtestructuur. Hiertoe wordt in de RES een Regionale Structuur Warmte (RSW) ontwikkeld. De keuzes die worden gemaakt in de lokale Transitievisies Warmte vormen hiervoor de input. Veel gemeenten in de energieregio zijn nog bezig met het ontwikkelen van een Transitievisie Warmte. Zo ook Krimpen aan den IJssel. Daarvoor hebben we nog tot eind 2021 de tijd. Uiteraard is de informatie die we al hebben, ingebracht in het proces van de ontwikkeling van de RSW. Voor Krimpen aan den IJssel geldt dat het onderzoek nog geen duidelijkheid biedt over de haalbaarheid van warmtetransport naar onze gemeente. Dat komt onder andere door de kleine omvang van de gemeente en de fysieke scheiding door waterwegen. De input uit de Transitievisie Warmte zal meegenomen worden in de RES 2.0. De eerste aanbeveling van uit de RES 1.0 voor Krimpen is om verder te onderzoeken of er een mogelijkheid is om aan te haken op de warmtevoorziening van Capelle aan den IJssel (RoCa centrale).
Welke actie precies nodig is zullen we uitwerken in het actieoverzicht wat we uiterlijk 1 januari 2022 afronden (zie hoofdstuk 4).
Brandstoffen Onze regio heeft een goede uitgangspositie voor het produceren en transporteren van duurzame brandstoffen zoals groengas of watergas. Dat komt onder andere door de haven van Rotterdam, de aanlanding van de op de Noordzee geproduceerde energie en een uitgebreide energie-infrastructuur met een relatief grote capaciteit. Duurzame brandstoffen kunnen breed in het energiesysteem worden ingezet maar zijn nu nog beperkt beschikbaar. In de RES ligt de focus op groengas en waterstof. De ambitie is om het – tot nu toe bescheiden - gebruik hiervan richting 2030, en vooral daarna, flink te verhogen. De RES-partners brengen de komende twee jaar het programma van vergunningen, procedures, investeringen en projecten in beeld die de transitie naar duurzame brandstoffen mogelijk moeten maken. Doel hiervan is om gemeenten en waterschappen handelings-perspectief te bieden. Het belang van duurzame brandstoffen zal per gemeente sterk verschillen. Voor Krimpen aan den IJssel zal hier meer duidelijkheid over komen in de Transitievisie Warmte.
6
Energiesysteem Energiebronnen, transport en gebruikers zijn in het energiesysteem via allerlei wegen met elkaar verbonden. In de RES 1.0 staat een kwalitatieve analyse van de systeemsamenhang. Om een toekomstigbestendig, veerkrachtig en efficient energiesysteem te realiseren zijn vijf leidende principes geformuleerd: 1. We streven naar energie-efficientie energiebesparing 2. We zetten hoogwaardige energie hoogwaardig in 3. We streven naar een balans tussen de energievraag en de energieproductie 4. We houden rekening met de eigenschappen van de nieuwe energiebronne 5. We zien het belang in van opslag en omzetting. Deze principes moeten stapsgewijs, integraal, in overleg en participatief toegepast worden. We kunnen het huidige energiesysteem namelijk niet van de een op de andere dag veranderen.
Ingebrachte wensen en bedenkingen zijn verwerkt in de RES 1.0 Op 25 juni heeft de raad 8 wensen en bedenkingen vastgesteld op de Concept RES. Hierin zijn aandachtspunten meegegeven voor de uitwerking van de concept RES naar de RES 1.0. In de Nota van beantwoording (bijlage bij de RES 1.0) staat per wens en bedenking hoe dit verwerkt is in de RES 1.0. Hieronder volgen enkele opmerkingen ten aanzien van de meegegeven aandachtspunten: • De benodigde randvoorwaarden en sturings- en financieringsinstrumenten zijn in de RES 1.0 verwoord. Ook in de lobby richting het Rijk is daar (nu al) aandacht voor. • Het belang van energiebesparing is uitgebreider verwerkt in de RES 1.0. Richting RES 2.0 zetten we meer in op kennisdeling op dit thema en kijken we waar we als gemeenten gezamenlijk op kunnen trekken. • In de RES 1.0 is een diepgaande scenarioanalyse geweest voor het warmtespoor. Daarin is op iedere gemeente ingezoomd en gekeken naar kansen voor bovengemeentelijke warmte. Voor Krimpen heeft dat nog geen helder inzicht gegeven op een tegen aanvaardbare kosten kunnen voorzien in een transportstructuur voor regionale warmte. • De hybride route is genoemd en kan lokaal een goede tijdelijke oplossing zijn. Deze route kan wel meegenomen worden in de aanpak voor energiebesparing. • Zoals eerder aangegeven gaat de RES uit van bewezen oplossingen.
Voor waterstof is er bijvoorbeeld tot 2030 nog grote onzekerheid over de beschikbaarheid maar ook over de prijs van deze brandstof voor woningen. Het is niet de RES om pilots uit te voeren. Het staat de gemeenten vrij dit zelf te doen. • Voor de opwek van zon en wind is in de RES 1.0 een concretiseringsslag gemaakt. Dit blijft overigens een eerste stap, verdere concretisering zal verwerkt worden in de RES 2.0. • Samenhang met bovenregionaal beleid en aangrenzende RES regio’s is explicieter aan de orde geweest. Ook zijn bovenregionale bijeenkomsten geweest en in de RES 1.0 staat informatie over de aangrenzende regio’s. Zelf hebben we ook net als bij de Concept RES contact gehad met buurgemeente Krimpenerwaard. • Tot slot is de RES 1.0 aantrekkelijker vormgegeven dan de Concept RES. Ook de leesbaarheid is vergroot. Tegelijkertijd blijf het omvangrijk en complex product. Daarom is er gekozen voor publiekssamenvatting (bijlage bij de RES 1.0), filmpjes en een toegankelijke website.
7
4. Hoe gaan we verder na vaststelling van de RES 1.0 Na de vaststelling van de RES 1.0 stopt het proces niet. De volgende stappen zijn de RES 2.0 (1 juli 2023) en de RES 3.0 (1 juli 2025). Uitwerking van de in de RES 1.0 beschreven opgave in concrete plannen voor het realiseren van opwekcapaciteit vindt plaats door gemeenten, provincies en waterschappen. Op 1 januari 2025 moeten de Omgevingsvergunningen voor de wind- en zonne-energieprojecten in 2030 zijn verleend. Anders is realisatie in 2030 niet haalbaar. In de periode tot 1 januari 2022 stellen we een overzicht op met acties die we als gemeente oppakken ter realisatie van de ambities in de RES. Daarbij geven we aan waar dat eventueel nog aanpassing van beleid en plannen vraagt. Voor de zon en wind locatie in Krimpen kijken we naar de mogelijkheden voor dubbel ruimtegebruik en koppelingen met bestaande kwaliteiten en andere opgaven. Ook wordt de (negatieve) impact van de inpassing van duurzame energiebronnen op omliggende functies nadrukkelijk meegewogen. Voor het zoekgebied zon aan de zuidelijke rand van Krimpen onderzoeken we de mogelijkheden. Uiteindelijk zullen plannen voor invulling van de energie-opgave per locatie moeten landen in het gemeentelijke Omgevingsbeleid. Dat is onder meer nodig om vergunningverlening te borgen met het oog op het realiseren van de energieprojecten en de bijbehorende infrastructuur.
De ambitie uit de RES 1.0 verankeren we op termijn in instrumenten van de Omgevingswet, zoals de Omgevingsvisie, Omgevingsplannen of programma’s. Hiermee kunnen we de realisatie, omvang en ruimtelijke inrichting van de opgave van ons zoekgebied vormgegeven indien het zoekgebied kansrijk is. Overigens is het nog niet duidelijk of de Omgevingswet in 2022 in werking treedt. Even goed zullen we ruimtelijk-planologisch (voor 2025) alles doen wat nodig is om zon, wind en warmte in projecten geregeld te krijgen. Desnoods op een vergelijkbare manier zoals we andere projecten (wonen, economie etc) ruimtelijk faciliteren en mogelijk maken.
5. Tot slot Wij zijn trots op de RES die nu op tafel ligt en blij met deze regio, de plek die we erin hebben en de rol die we erin spelen. Een regio waarin veel energie, kennis en innovatiekracht is en waarin we bij de 22 andere gemeenten veel kenmerken terugzien waarin wij ons herkennen. Dat ondanks dat wij ons, net zoals een groot aantal andere gemeenten, bevinden op de rand van twee RES-regio’s. Er is hard gewerkt door bestuurders, ambtenaren, stakeholders en niet te vergeten de regionale projectorganisaties. Dat is terug te zien in het resultaat. Als Krimpen aan den IJssel hebben we ons in het regionale RES-proces constructief opgesteld. Daarbij hebben we de belangen van Krimpen en ingebracht. We hebben actief deelgenomen aan alle werksessies en maken vanaf de start onderdeel uit van het opdrachtgevers team.
8