3. Bijdrage Begroting 2026 - ChristenUnie
Tekst van het document
Voorzitter, De ChristenUnie is dankbaar voor de begroting 2026, die – ten opzichte van de Kadernota – opnieuw een wat gunstiger beeld laat zien. En die Kadernota was op haar beurt weer positiever dan de jaren daarvoor. Kortom: positieve ontwikkelingen, zou je zeggen. Over de begroting zelf kunnen we vanavond kort zijn. We willen vooral een meer algemeen punt maken. Het begint namelijk een traditie te worden dat het financieel meerjarenbeeld in de Kadernota maar weinig te maken heeft met de cijfers die uiteindelijk in de begroting terechtkomen. De reden daarvoor is meestal dezelfde: er komt weer ergens een zak geld uit Den Haag neergeploft waar we op kunnen teren. Voor 2026 en 2027 kunnen we nog forse overschotten verwachten, en ook de tekorten op de langere termijn vallen mee. Dat stemt natuurlijk tot dankbaarheid. Maar het maakt ons werk als gemeenteraad soms ook ingewikkeld: hoe kunnen we op de lange termijn koers houden, als de financiële cijfers in onze begroting zo grillig zijn als het zetelverloop van Nieuw Sociaal Contract? Deze begroting biedt gelukkig wel een goed uitgangspunt om met elkaar de volgende raadsperiode vorm te geven. En via een goede voorzieningendiscussie de keuzes te maken die nodig zijn — zonder dat we het gevoel hebben dat het mes op de keel wordt gezet.
Maar, voorzitter, in al die incidentele meevallers schuilt ook een groot gevaar, waar de ChristenUnie vanavond voor wil waarschuwen. Om echt te kunnen veranderen zijn twee dingen nodig: ambitie én urgentie. Aan ambitie ontbreekt het in Krimpen aan den IJssel niet. Maar zonder gevoel van urgentie is er geen noodzaak om tot verandering te komen. We weten al jaren dat we als gemeente scherp aan de wind zeilen. De grote vervangingsopgave brengt forse financiële uitdagingen met zich mee. En telkens op het moment dat het echt spannend wordt — als we bijna tegen de rotsen dreigen te lopen, komt er een reddingsboei uit Den Haag. En dan glipt het momentum uit onze handen. De urgentie verdwijnt, en met die urgentie ook de kans om zaken structureel en integraal te veranderen. Dat is een begrijpelijke reactie, maar niet de weg vooruit. Daarom kijken wij uit naar de voorzieningendiscussie die de raad gaat voeren. Het is onze oprechte hoop dat dit leidt tot een proces waarin de raad samen de moeilijke, maar noodzakelijke keuzes maakt. En dat dit niet gebeurt in een geheimzinnig formatieproces na maart 2026, maar gewoon in alle openheid, hier in deze raadzaal. Die hoop — en dat kleine advies — geven wij graag mee aan de raad vanavond. Dank u wel.